Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Confucius

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas vwo | 8176 woorden
  • 29 juli 2010
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak


Inhoudsopgave:
Inleiding Blz. 2
Deelvraag 1: Biografie: Wie was Confucius? Blz. 3,4,5
Deelvraag 2: Het Confucianisme: Wat waren de filosofische ideeën van Confucius? Blz. 6 t/m 9
Deelvraag 3: Hoe zijn de Confucianistische ideeën door de loop van de tijd uitgevoerd en veranderd? Blz. 10 t/m 14
Conclusie Blz. 15, 16, 17
Reflectie Blz. 18
Bronvermelding Blz. 19
Inleiding:
Voor deze periode gaan wij een praktische opdracht maken over de Chinese filosoof Confucius. We zijn tot dit onderwerp gekomen, omdat Jesper filosofie als vak heeft, en dit het interessantste vond van wat we tegen kwamen in het katern dat wij deze periode behandelen. We gaan uitleggen wie Confucius was, welke strekking zijn ideeën hadden, en hoe zijn ideeën door de tijd hun invloed hebben uitgeoefend in China en hoe door de jaren heen in China zijn verwezelijkt. Ook laten we zien hoe de ideeën door de tijd anders geïnterpreteerd werden en veranderd zijn. Al dit gaan we beantwoorden met de volgende vragen:
• Hoofdvraag: Wat is de invloed van Confucius in het hedendaagse China?
• Deelvraag 1: Wie was Confucius?
• Deelvraag 2: Het Confucianisme: wat waren de filosofische ideeën van Confucius?
• Deelvraag 3: Hoe zijn de Confucianistische ideeën door de loop van de tijd uitgevoerd en veranderd?
De Hoofdvraag en deelvraag 1 worden gedaan door Stijn, en de deelvragen 2 en 3 zijn voor Jesper. We hebben voor deze indeling gekozen, omdat de deelvragen van Jesper een filosofische kant hebben, en deze wilde hij daarom graag doen.
We hebben alles goed afgesproken. En gaan met frisse moed beginnen aan het maken van deze opdracht.
Deelvraag 1:
Wie was Confucius?

Confucius is de Latijnse naam voor de Chinese filosoof, Kong Qiu, die men ook wel Kong Fuzie (meester Kong) noemde. Confucius leefde van 551 V. Chr. Tot 479 V. Chr. Zijn ideeën en uitspraken werden pas decennia na zijn dood gebundeld. Grote denkers van de 20ste eeuw vergelijken de invloed van Confucius op de Chinese geschiedenis, met de invloed die Socrates had in het Westen.
Confucius werd geboren in de provincie Lu ( in het zuiden van de provincie Shandong ). Hij moet een regelrechte nakomeling van de koningen van de Shang-dynastie geweest zijn. Zijn geboortenaam, Kong Qiu, wordt uit respect voor hem zelden gebruikt. Hij werd geboren in een edele familie die zwaar verarmd was. Het verhaal gaat, dat Confucius geboren werd na vele gebeden van zijn ouders, op een heilige berg genaamd Ni. Kong betekent iets in de trant van ‘’dankbaar voor het verhoren van gebeden’’, deze naam en de naam Qui (heuvel) lijken dit verhaal bij te staan.
Toen hij geboren werd was zijn vader al zeventig, hij was een bevelhebber. Toen Confucius drie jaar oud was stierf zijn vader. Hij werd daarna alleen door zijn moeder opgevoed.
Doordat zijn familie zwaar verarmd was heeft Confucius zichzelf eigenschappen aangeleerd, die niet bij zijn stand pasten. Hij moest zich als het ware bewijzen als een man.
Sinds zijn vijftiende verklaarde Confucius al dat hij een voorkeur had voor studie. Studie betekende voor hem, het volgen van een ervaren meester die kennis had van het verleden en de oudheid. En daarbij ging de voorkeur weer uit naar de bestudering van de uit de heilige Oudheid overgeleverde rituelen, teksten, muziek en fragmenten.
Op 18 jarige trouwde Confucius, en kreeg een zoon, Li. Deze bleek uiteindelijk een teleurstelling voor zijn vader, omdat hij nooit zo groot werd als Confucius gehoopt had (enkele eeuwen later werd gezegd dat er 40.000 nakomelingen waren maar of dat waar is weet niemand echt zeker). Confucius zelf was ook nooit rijk, en moest verschillende baantjes nemen om te kunnen leven.
Confucius was heel erg gelovig, hij geloofde: ‘’dat het heelal een macht ten goede in zich droeg.’’ Dit is precies waar het geloof volgends hem om draait.
Op basis de van deze voorliefde voor de oude kennis stichtte Confucius een privéschool. Op deze school leerde hij zijn studenten de waarde van het denken. Onder andere in persoonlijke karaktervorming, kennis in de oude geschriften en regels van het correcte rituele gedrag. Hij leidde zijn leerlingen op tot goede regeringsambtenaren (mandarijnen). Hij leerde zijn leerlingen moraliteit, goed spreken, staatsinrichting en de fijne kunst. Daarnaast leerde hij ze ook de zogenoemde ‘Six Arts’, wat inhield: rituelen, muziek, boogschieten, wagenrennen, kalligrafie en rekenkunde. Voor hem was moraliteit het belangrijkste deel. Hij leerde zijn studenten op een andere manier denken, hij lichtte een hoekje van een antwoord op en als zijn leerlingen dan niet de andere drie punten kon optillen, dan stopte hij met de les tot dat zijn leerlingen op het antwoord kwamen. Zo leerde hij ze zelfstandig denken, en geduld op brengen om een antwoord te vinden.
Zijn doel was uiteindelijk om echte heren te maken van zijn pupillen, heren die zich kunnen tonen met beleefdheid, correcte spraak en integriteit.
Confucius was een sympathiek mens, wat in zijn voordeel werkte. Hij kon veel mensen enthousiast krijgen en binnen de kortste keren stroomden de leerlingen toe op zijn school. De school van Confucius had veel weg van de klassieke scholen in het oude Griekenland. Een school waar geen dwang heerste. Tijdens de lessen was de Meester bezig met zijn leerlingen, hierbij liepen ze vaak rond door de inspirerende natuur. De meester hield af en toe een voordracht, maar meestal werd er lesgegeven met het vraag- en antwoordmodel. Op zijn school had hij normaal gesproken rond de vijfentwintig leerlingen rondlopen, deze kwamen overal vandaan. Sommige waren prinsen en sommige waren straatarmen jongens. De afkomst maakte niet veel uit voor Confucius, zolang de leerlingen maar hun best deden (niet de kantjes er vanaf lopen), en zolang het maar geen domkoppen waren. Confucius bleek een uitstekende leermeester te zijn, en veel van zijn leerlingen bereikten wat hij zelf niet bereikt had. Terwijl hij zelf wanhopig naar vrije posten zocht werden veel leerlingen erg succesvolle ambtenaren. De reden dat zij zo succesvol waren, was dat zij in staat waren, dat wat zij van Confucius geleerd hadden aan de kant te schuiven in aanraking met de werkelijkheid. Toch hielden zij wel nog vast aan de regels en beginselen die ze van hun meester geleerd hadden. De invloed van Confucius was erg groot in de tijd daarna. Na de eerste lijn van succesvolle ambtenaren van de school van Confucius geloofde weinig mensen nog dat de regerende personen de macht van God kregen.
Verder bekleedde hij zelf enkele bestuursfuncties voor het grafelijke hof in Lu. Deze taken vervulde hij met een wisselend succes en een groeiende afkeer naar de politiek.
Confucius probeerde in zijn leven hoger op te komen als ambtenaar om zijn idealen in het systeem te krijgen. Via zijn school kwam hij in contact met een van de toekomstige machthebber van Lu, Yang Hou. Deze was erg gefascineerd door hem. Yang Hou nam uiteindelijk de macht over, en hij benoemde Confucius tot minister van Justitie. Eindelijk had Confucius een droom waargemaakt, en kon hij zijn principes in de werkelijkheid gaan gebruiken. Uiteindelijk werd hij ontslagen. Hij kreeg wel een hogere baan aangeboden, maar bij deze baan had hij totaal geen zeggenschap in de samenleving en hij trad af. Toen is Confucius, van 497 to 484 v. Chr., door China gaan zwerven Gevolgd door enkele aanhangers reisde hij van provincie naar provincie, proberend gehoor te vinden voor zijn idealen.
In zijn tijd heerste er weinig orde, het was de tijd van de val van de Choe-dynastie. De volgende tekst geeft een illustratie van dat beeld: ‘’Als men zijn plaats in de rij verliet en zich schuldig maakte aan een onbeduidend vergrijp, dan mocht men zich gelukkig prijzen wanneer men er met een castratie vanaf kwam. In het gerechtshof van menig driftig heerser klonk zo’n lawaai dat je zou denken dat die geleid werd door een groep schoolkinderen.’’
De vazalsteden kregen nieuwe vorsten en deze voerde oorlog met elkaar. De oorlogsheren die elkaar rap afwisselden, deden wat oorlogsheren deden: massamoorden, zorgde voor hongersnoden, hielden orgieën. Er waren veel moorden, tegenover een grote bevolking groei. En veel ellende voor de bevolking. Confucius was hiervan onder de indruk, het moest stoppen. Er moest een samenlevingsconcept komen gericht op alle leden van de bevolking. Tijdens zijn periode als minister van Justitie probeerde hij dit te bereiken. Zijn straffen en maatregelen riepen echter veel ontevredenheid op bij de bevolking en andere ministers.
Uiteindelijk kwam er in 479 V.Chr. een eind aan het leven van Confucius. De oude leermeester is 72 jaar oud geworden, al worden er achter deze leeftijd nog wat vraagtekens gezet, hoe oud hij echt was weet niemand. 72 was een ‘magisch’ getal dat een grote betekenis had in de vroege Chinese literatuur. Die tijdens zijn leven enkele triomfen kende en enkele mislukkingen. Zij werkelijke doel heeft hij in zijn leven echter nooit bereikt. Confucius is begraven in Qufu. Zijn graf is tot op de dag van vandaag een belangrijke plek van verering geweest.
Als ideale samenleving nam Confucius het China van de 12de eeuw voor Christus. Ongeveer 700 jaar voor zijn eigen tijd. Dit was de Zhou-dynastie, het hoogtepunt in de Chinese geschiedenis. Bovendien ook nog de eerste lijn van de keizers in China.
In de 12de eeuw (voor Christus) was China op een hoogtepunt, zowel op cultureel als economisch gebied. Confucius verlangde dat zijn eigen tijd leek op de 12e eeuw, en dat deze lijn ook werd doorgetrokken in de toekomst van China. Het belangrijkste was voor hem in die tijd: de orde. In de 12de eeuw (voor Christus) heerste er in China grote orde, deze orde was de uiteindelijke basis voor het Confucianisme.
Tijdens zijn leven probeert Confucius al die regels uit de 12e eeuw (voor Christus) op te schrijven. Deze leefregels worden door hem opgeschreven in de Lunyu (of Analecten) en diende als het grote voorbeeld voor hem en zijn volgelingen. In de Lunyu staan ook nog 500 van zijn eigen uitspraken en enkele uitspraken van zijn directe discipelen.
Later na zijn dood werd Confucius gezien als een van de grootste denkers die ooit geleefd heeft. De filosoof Mencius zei: ‘sinds mannen ooit deze wereld binnenkwamen, was er nooit een groter dan Confucius.’
Nu in deze eeuw wordt Confucius nog steeds gezien als een van de grootste denkers uit de geschiedenis. Een denker die tijdens zijn leven niet de erkenning kreeg die hij verdiende. En die hij nu na dik 2000 jaar wel krijgt.
Deelvraag 2:
Het Confucianisme: Wat waren de filosofische ideeën van Confucius?
In China kennen ze de term ‘’Confucianisme’’ niet, deze is alleen bekend in de Westerse wereld. De Chinezen denken over het algemeen dat Confucius niet meer heeft gedaan dan wat ideeën van oude keizers opschrijven, hiermee heeft hij ze wel gered en nieuw leven ingeblazen.
De term ‘’Confucianisme’’ werd pas bekend na 1600, China was al wel ‘’ontdekt’’ rond 1300 door Marco Polo. Maar in zijn geschriften wordt het Confucianisme niet genoemd, . Na 1500 werd China herontdekt, hier werd veel over geschreven (vooral in het Spaans), ook hier is geen Confucianisme in te bekennen. Er veranderde pas iets toen de jezuïeten in China kwamen, zij schreven over dat de Chinese elite een bepaalde leer hadden, die leer noemden De Chinezen zelf de ‘’doctrine der Schriftgeleerden’’. De Chinese elite had nog twee leren, de ‘’doctrine van Boeddha’’ (nu: het Boeddhisme) en de ‘’doctrine van de Weg’’ (nu: het Taoïsme). De ideeën uit de doctrine der Schriftgeleerden kwamen allemaal uit op een bepaalde wijze man uit de Oudheid: Confucius. De jezuïeten vernoemden de leer naar degene waarmee deze in verband werd gebracht.
De jezuïeten ontdekten dat de doctrine der Schriftgeleerden anders was dan de andere twee doctrines. De andere twee kreeg je namelijk mee van thuis uit, de doctrine der Schriftgeleerden niet. Je werd pas een schriftgeleerde na een lange studie, hierdoor kreeg deze leer erg veel aanzien. Hier schreven de jezuïeten ook over naar Europa.
In het jaar 1687 werd voor het eerst een vertaald werk uitgegeven in Europa, de Confucius Sinarum Philosophus door Philippe Couplet, dit was het voorlopige hoogtepunt van de leer in Europa.
Het Confucianisme is heel sterk praktijkgericht, het ging oorspronkelijk niet over hele moeilijke en abstracte onderwerpen als bijvoorbeeld metafysica. De filosofische ideeën gaan vooral over politiek en ethiek, de allerbelangrijkste vraag is: ‘’Hoe kan je goed samenleven?’’ Het Confucianisme bewijst dat het heel goed mogelijk is om die vragen te beantwoorden zonder te geloven in een bepaalde God. De leer is vooral gericht op het hier en nu, Confucius erkent bijvoorbeeld wel het bestaan van geesten maar zegt dat je ze ook beter op een afstandje kan houden maar wel respect voor ze moet hebben.
Er zijn vijf werken die een link hebben met Confucius: De Shu (de Documenten), de Shi (de Oden), De Chunqui (de Lentes en Herfsten), de Yi (de Veranderingen) en de Li (de Regels). De Li legt vooral uit hoe je door bepaalde rituelen kan leren hoe je respect voor je meerdere leert en zelf respect verdient, hierdoor kan iedereen een goede plek in de maatschappij vinden.
Confucius zelf schreef: de Lentes en Herfsten. Het grootste gedeelte van Confucius’ filosofische ideeën kennen wij door zijn leerlingen die over hem schreven en vastlegden wat hij hen vertelden. De Shu zijn letterlijk door Confucius verteld en opgeschreven, de Yi heeft hij voorzien van commentaar en voor de Li heeft hij zijn leerlingen toestemming gegeven.
De Grote Leer is de kern van de leer van Confucius. Hij heeft deze leer niet zelf opgesteld maar zijn leerling Tseng-Tze heeft letterlijk opgeschreven wat hij vertelde.
Volgens Confucius is de Grote Leer de weg naar het uitstralen van goedheid, het liefhebben van de mensheid en om op het juiste pad te blijven. Het is dus de weg naar de ideale samenleving.
Volgends Confucius moet iedereen, van de koning tot de normale man, beschaafd zijn. Dat is het allerbelangrijkste volgends hem in de hele samenleving.
Het is volgends hem onmogelijk om een situatie te hebben waarin de essentiële behoeften verkeerd zijn en daarbij het uitwendige goed geregeld. Volgends hem kan je de essentiële behoeften niet als oppervlakkig nemen en het oppervlakkige niet als essentieel. Dit noemt hij ‘’het kennen van de wortel’’.
Om uit te leggen waarom hij zijn Grote Leer belangrijk vond heeft Confucius de volgende redenering opgesteld:
Als men tot de Grote Leer komt dan heeft men zekerheid.
Als men zekerheid heeft, dan heeft men innerlijke rust.
Als men rust heeft, dan is men in evenwicht.
Als men in evenwicht is, dan kan men zuiver denken.
Als men zuiver kan denken, dan heeft men het doel bereikt.
Al de rederingen van Confucius kloppen volgends de regels van de Logica. De moderne westerse Logica komt vooral uit de leer van Aristoteles maar een tijdgenoot van Confucius (Mozi) stichtte ook een school waarin hij de juiste gevolgtrekking uit uitspraken (Logica) vertelde aan zijn leerlingen. Deze logica komt al vóór de moderne Griekse Logica. De leer van Confucius klopt volgends de regels van de Logica.
Daarna komt hij met een redenering:
Als je weet waar je moet stoppen dan heb je stabiliteit.
Als je stabiliteit hebt dan ben je kalm.
Als je kalm bent dan ben je op je gemak.
Als je op je gemak bent dan kan je bedachtzaam zijn.
Als je bedachtzaam bent dan kan je je doelen verwezenlijken.
Volgends Confucius hebben zaken hun oorzaken en takken, ze hebben ook een begin en een einde. Als je weet wat als eerste komt en als laatste dan ben je goed op weg om tot de Grote Leer te komen.
Ook beweert hij dat de Ouden hun grote deugden wilden laten zien aan heel de wereld en hun eigen staten. In de leer van Confucius heeft hij drie keizers die hij als ideale heersers zag: keizer Yao, keizer Yun en keizer Yu. Samen staan zij bekend als de Oerkeizers van China. Het is niet precies bekend wanneer deze drie keizers leefden maar ze worden geschat tussen 2500 voor Christus en 2000 voor Christus. Deze drie keizers waren geen familie van elkaar, ze hebben wel een hele grote rol gespeeld in het vormen van de Zhou-dynastie, deze begon ongeveer in het jaar 1000 voor Christus en liep 750 jaar door.
In de Zhou-dynastie was eerst een heel hoog moreel gezag vanuit de keizers, dit gezag was vergelijkbaar met het gezag van de drie oerkeizers. Confucius leefde in de tijd van de Zhou-dynastie, toen hij leefde begon het gezag van de Zhou’s in verval te raken. Hij zag dat het gezag in verval raakte en vond dat de samenleving minder goed werd. Dit heeft hem waarschijnlijk geïnspireerd om met zijn Grote Leer te komen.
Confucius legt zijn Grote Leer (vertaald) als volgt uit:
Als je goed wil regeren over je eigen staten moet je eerst je eigen clan in harmonie brengen.
Als je de eigen clan in harmonie wil brengen dan moet je ze eerst beschaafd.
Als je wil bebouwen moet je eerst het verstand [van de bevolking] corrigeren.
Als je het verstand wil corrigeren moet je eerst de wil oprecht maken.
Als je de wil oprecht wil maken moet je eerst kennis uitbreiden.
Na deze beweringen komt Confucius met een bewering die hij als waar aanneemt, een axioma: Uitbreiding van de kennis komt als je dingen onderzoekt. Door deze bewering in te vullen in zijn vorige redenering kan worden teruggeredeneerd. Dit doet Confucius als volgt:
Als dingen worden onderzocht dan wordt kennis uitgebreid.
Als kennis wordt uitgebreid dan wordt de wil oprecht.
Als de wil oprecht is dan is het verstand correct.
Als het verstand correct is de zelf beschaafd.
Als de zelf bebouwd is dan is de clan geharmoniseerd.
Als de clan geharmoniseerd is dan wordt het land goed geregeerd.
Als het land goed geregeerd is dan is er vrede door het hele land.
Zo vertelde Confucius hoe het land geregeerd zou moeten worden, keizer moest hellemaal aan de top staan, want deze regeerde met het Mandaat van de Hemel. Voor Confucius hoefde het Mandaat van de Hemel niet van een groot Opperwezen te komen, het is in China gebruikelijk dat de natuur ook als een soort hemel wordt gezien. Confucius beweerde dat hij zelf een hele speciale band met de Hemel had, toen hij vijftig jaar oud was dacht hij het Mandaat van de Hemel volledig te begrijpen.
Als de keizer niet goed regeerde mocht deze wel afgezet worden want dan nam de Hemel haar mandaat gewoon weer terug en gaf het aan iemand anders.
De keizer moest wel proberen net zo te zijn als de Oerkeizers, hij moest zelf onderzoeken doen, studeren en veel zelfdiscipline hebben. Zo kon de keizer zelf beschaafd raken, zo kon hij het land goed besturen. De keizer was als het ware de hoogste leraar van het volk, hij deed voor hoe de bevolking zich moest gedragen en stimuleerde hen daarin. De regent moest onder andere voordoen hoe de ren werd uitgevoerd. De ren is vertaald ‘’mededogen’’ of ‘’liefde voor anderen’’. Confucius vond oprechtheid hierin belangrijk, alles wat een valse indruk geeft moet volgends hem vermeden worden. Een voorbeeld hiervan is bepaald taalgebruik waardoor het lijkt dat je beter bent dan je eigenlijk bent. De gouden regel hierin is dat je moet proberen anderen niet aan te doen wat je zelf ook niet wilt. Confucius dacht dat je de ren van je ouders en andere oudere mensen geleerd zou moeten krijgen in de opvoeding, toch kan dit alleen geleerd worden aan mensen die genoeg zelfdiscipline hebben.
In de dagen van Confucius raakte het politieke gezag van de regerende dynastie sterk in verval, Confucius dacht dat hij de reden gevonden had. De keizers die de macht hadden aan de macht waren gekomen door aanspraak te maken op titels die ze eigenlijk niet mochten krijgen. Iedereen moest zich volgends hem gewoon gedragen als waarvoor ze bedoeld waren, in de Lu zegt hij ‘’Goed bestuur bestaat uit een regent die een regent is, een minister die een minister is, een vader die een vader is en een zoon die een zoon is’’. Het is voor hem dus heel belangrijk dat iedereen zijn plaats in de samenleving kent en die ook vervult. Als dit niet gebeurde dan zou het mis gaan (net als bij de keizers van de Zhou-dynastie).
Daarnaast bedacht Confucius nog een concept wat een goede heerser moest bezitten, de de. Vertaald betekend dat zoiets als ‘’deugd’’. Dit is een soort kracht die de regent moet bezitten om zijn bevolking hem te laten steunen zonder fysiek geweld te gebruiken. Hierdoor raakte hij niet in problemen. Ook dit kan weer geleerd worden, het valt te leren door je goed aan de regels van de Li te houden en de rituelen goed uit te voeren.
Onderwijs is een hele belangrijke factor in de leer van Confucius, volgends hem komt alleen het inzicht in een vak als je het lang en goed bestudeerd. Dit geld dus ook voor bestuur ect.
Studie betekend voor Confucius een goede leraar zoeken en zijn woorden en acties nadoen, volgends hem is een goede leraar dan weer iemand die al oud is en iemand die veel verstand van vroeger heeft. Om iets te leren moet je wel goed reflecteren en goed mediteren, je kan wel leren maar je moet er ook nog over nadenken.
Deelvraag 3:
Hoe zijn de Confucianistische ideeën door de loop van de tijd uitgevoerd en veranderd?
Toen Confucius nog leefde hadden zijn ideeën buiten zijn leerlingen nog weinig aanhang en bekendheid. De leer van Confucius was nog lang niet de leer van de staat China. Een keizer uit de Qin-dynastie liet zelfs boeken van Confucius verbranden. Het Confucianisme is ingevoerd door de Han-dynastie.
De eerste keizer uit de Han-dynasie, keizer Gaozu bracht een offer in de tempel van Confucius. Er werden daarna honderd jaar lang pogingen gedaan om de Heilige Geschriften van Confucius weer te herstellen, ze moesten hersteld worden omdat de eerste keizer van de Qin-dynastie de opdracht had gegeven om deze te verbranden. De derde keizer uit de Han-dynasie, keizer Wen besloot dat alle prinsen les moesten krijgen over bepaalde lessen uit bepaalde belangrijke Chinese teksten. Hier zaten al wat Confucianistische boeken tussen maar deze waren nog heel ver in de minderheid. Dit kan worden gezien als een opstapje naar het stichten van de universiteit (in het Chinees: de Grote School).
De eerste keizer die het Confucianisme invoerde als staatleer was de Keizer Wu uit de Han-dynastie. Keizer Wu staat in de geschiedenis van China bekend als een hele grote keizer, als invoerder van het Confucianisme, als zoeker van onsterfelijkheid en zijn naam wordt vaak in verband gebracht met de eerste vermeldingen van het Boeddhisme. Ook voerde hij bijvoorbeeld de Chinese Kalender in, deze wordt nu nog gebruikt om te kijken wanneer het bijvoorbeeld Chinees Nieuwjaar is. Hij stichtte de Chinese variant van de Universiteit en bepaalde dat er alleen maar les moest worden gegeven over de Confucianistische Heilige Geschriften. De boeken van andere filosofische scholen werden totaal uitgesloten, andere ideeën waren bijvoorbeeld de ideeën van Laozi. Confucius zag de oerkeizers en de Zhou-dynastie als het ideaal, Laozi zei weer dat iedere periode om zijn eigen ideeën en oplossingen vroeg. De ideeën van andere filosofen werden niet op de Grote School onderwezen.
Direct nadat Keizer Wu op zijn troon ging zitten wilde hij al een einde maken aan de oude manier van het opleiden van Laozi schriftgeleerden, hij wilde veel uit het lesprogramma schrappen. Hij moest nog wel even wachten tot de Keizerin Grootmoeder stierf want zij was een grote fan en aanhanger van het Taoïsme. Enkele maanden voor haar dood werden de geschriften die de schrifgeleerden moesten leren teruggebracht van 72 naar vijf, ze was toen al te zwak om nog in te grijpen. De geschriften waren toen de vijf Heilige boeken: de Shu (de Documenten), de Shi (de Oden), De Chunqui (de Lentes en Herfsten), de Yi (de Veranderingen) en de Li (de Regels).
Tien jaar later werd de opdracht aan vijf hoge geleerden (één voor elk geschrift) gegeven om vijftig leerlingen op te leiden in deze geschriften, het was nog een stukje bovenop de studie die ze al gedaan hadden. De leerlingen hadden een jaar studie met aan het einde een examen, als ze dit haalden dan konden ze staatsdienaar worden. Er werd een schoolgebouw gebouwd, dit complex kreeg de naam: de Grote School. Deze school staat bekend als de eerste universiteit van de wereld.
Kort na het begin van de Westerse jaartelling werd er een nieuwe Grote School gebouwd in Luoyhang, dat was toen de nieuwe hoofdstad. Nooit heeft de Grote School genoeg afgestudeerden geleverd om het hele Chinese Staatsapparaat mee te vullen. Rond het jaar 140 na Christus was de Grote School zelfs in erg verval geraakt, volgends sommige geschriften is het zelfs zo erg dat de tuinen werden gebruikt om vee in te laten grazen.
Keizer Shun (nog steeds uit de Han-dynastie) begon met een heel vernieuwd plan om het staatsapparaat te vullen, in plaats van dat de er in plaats van vijftig leerlingen naar de Grote School konden werd er plaats gemaakt voor 30.000 leerlingen. Ook werden er veel meer doctoren aangenomen, in plaats van één voor elk geschrift. Er was alleen een probleem, door de verbranding van de geschriften door de Qin-dynastie waren er van elk heilig geschrift meerdere versies in omloop. Hierdoor zijn er in de loop van de tijd veel doctoren gekomen en vertrokken, dit alles is goed opgeschreven en heel goed bewaard gebleven. Om hier een einde aan te maken werd in het jaar 175 na Christus begonnen met het in steen houwen van de Heilige geschriften, zo konden de doctoren de teksten overnemen op papier en had iedereen dus dezelfde tekst. In deze stenen was de tekst gehouwen, deze kon gekopieerd worden door er een dun velletje papier overheen te leggen en deze vervolgens met inkt in te smeren. Hierdoor kreeg je een zwart vel met witte letters erop, zo was de tekst gekopieerd.
Een grote verandering die het Confucianisme heeft gebracht is het afschaffen van de offers aan de goden. In China was het een hele lange tijd gebruikelijk om offers te brengen aan verschillende Goden. De voorwerpen die geofferd werden moesten zo kostbaar mogelijk zijn en het liefst moesten ze door de keizer zelf geofferd worden. Deze tempels stonden ver buiten de hoofdstad, waar de keizer woonde. Veel schriftgeleerden zagen dit elk jaar weer als een hele grote verspilling, toen keizer Cheng in het jaar 33 na Christus keizer werd maakten ze hier een einde aan. Ze wezen hem erop dat er niks in de Heilge Geschriften stond over offers brengen aan de goden, de keizer moest juist een offer brengen aan de Hemel. De keizer offerde sindsdien rituele voorwerpen, gemaakt van simpele materialen in de buurt van de hoofdstad. Dit is daarna ongeveer 1900 jaar een belangrijke taak van de keizer geweest.
In de periode tussen de Han en de Tang dynastie tussen 200 en 600 was er niet één heersende dynastie, maar meerdere keizers met weinig samenhang. In deze tijd werd de Confucianistische leer wat in de verdediging gedrongen. Er veranderde veel, de halfgodstatus van Confucius zelf verdween bijvoorbeeld. Ook overleefde het examen in de geschriften niet, studie was niet belangrijk meer. Geboorte bepaalde nu of je in het staatsapparaat terecht kwam. Ook kwamen er andere levensbeschouwingen naar boven, ook in de Chinese elite, het Taoïsme en het Boeddhisme kwamen in deze tijd sterk op. De Schriftgeleerden werden door veel mensen als ouderwets gezien, ze hadden op veel nieuwe vragen geen antwoord met de oude theorieën van Confucius. Ze hadden bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag wie het Mandaat van de Hemel nu had als er vijf verschillende keizers verschillende lappen grond hadden. Iets wat wel in stand bleef was het offer aan de Hemel.
Ook toen de Tang-dynastie aan de macht was voelde meer keizers zich aangetrokken tot het Taoïsme of het Boeddhisme. Voor de Noord-Chinese keizers was het Boeddhisme heel aantrekkelijk omdat Boeddhistische monniken officieel geen familie hebben, ze hoeven de familie dus niet te laten delen in hun rijkdom. Daarnaast komt dat het Boeddhisme iets concreter is, Boeddha beschermt iedereen die in hem gelooft en voor zijn monniken zorgt, dit is iets zekerder dan de wispelturige Hemel van Confucius.
Door de Grote School konden de keizers hun staatsdienaren kiezen, ook al was dit niet de enige bron van dienaren. Na de chaos na de Han dynastie verdween de Grote School, er werd een andere manier gevonden om nieuwe ambtenaren te vinden. De elite van de bevolking werd in negen schalen ingedeeld, hoe belangrijker de familie, hoe hoger de schaal. Dit is democratisch gezien een stap terug , Confucius had het systeem door onderwijs in principe voor iedereen toegankelijk gemaakt. Hier werd puur op afkomst gesorteerd.
In de periode van 700 jaar tussen ongeveer 200 en 900 waren er geen grote Schriftgeleerden. Het Boeddhisme en het Taoïsme werden gewoon belangrijker gevonden, de ontwikkelingen in het Confucianisme bleven achter op de andere twee leren. Dit laat zien dat het Confucianisme alleen kan bloeien in tijden waarin het politiek stabiel is, in deze tijd was China politiek instabiel.
In 589 werd het Chinese rijk weer hersteld door de Sui-dynasie, deze dynastie heeft maar heel kort geregeerd. De eerste keizer van deze dynastie, keizer Wen voerde het examensysteem weer in, dit was de eerste belangrijke herinvoering. De tweede belangrijke invoering vond plaats in de tijd van de Tang-dynastie, deze is te vinden in de Heilige Geschriften te vinden maar was nog nooit in de praktijk gebracht, er werd een nationaal schoolsysteem ingevoerd. Toch is de tijd van de Tangs geen bloeiperiode van het Confucianisme. Zo was het examensysteem hersteld maar was zat er ook werk van de filosoof Laozi bij de lesstof. De hofrituelen waren vaak ook Boeddhistisch, soms wel Confucianistisch.
Een van de regenten uit de Tang-dynastie was keizerin Wu, ook al staat de leer van Confucius negatief tegenover vrouwen op de troon, toch was wat zij deed vaak Confucianistisch. Zij greep heel sterk terug naar de tijd van de Zhou-dynastie, net als Confucius deed. Verder volgde ze bijvoorbeeld zijn voorschrift op om zeven tempels te laten bouwen. Toch zag ze zichzelf ook als levende Boeddha, ze was dus niet puur Confucianistisch.
De Tang-dynastie wordt als Confucianistisch gezien omdat ze de examens en scholen weer invoerde. Ze voerde het systeem van de Han-dynastie niet weer in, dat was gedateerd. Daarom maakte ze een nieuw systeem, dit bleef tot 1906 onderdeel van het Chinese examen. Het Confucianisme werd hierin wel samengevoegd met het Taoïsme en het Boeddhisme. In de Han dynastie deed een leerling examen in één heilig boek, in dit systeem deed de leerling examen in alle heilige boeken (door toevoeging van het Boeddhisme en het Taoïsme werden dit er in totaal dertien). Daarnaast werden er drie niveaus van examens ingevoerd, het districtsexamen, het provinciale examen en het doctor-examen. Het districtsexamen was het laatste en het doctor-examen het hoogste, dit examen leverde ook het meeste erkenning op. Het schoolsysteem veranderde hiermee ook, er kwamen districtsscholen, provinciale scholen en landelijke scholen (in de hoofdstad). Confucius schreef over de zes kunsten die iemand zou moeten beheersen: regels, muziek, boogschieten, wagenrennen, kennis van karakters en rekenen. In de 7e eeuw was daar alleen nog maar kennis van karakters van over. Het bespelen van de Chinese luit werd nog wel gezien als iets wat de echte Chinese adel zou moeten kunnen maar daar werd geen les in gegeven.
De Tang staat erom bekend dat de klassieke teksten heel nauwkeurig werden uitgegeven, in de 8e eeuw werd de Chinese boekdrukkunst al gebruikt om Boeddhistische teksten te vermenigvuldigen. Hierna werd de boekdrukkunst door de confucianisten ontdekt om hun heilige teksten te vermenigvuldigen. De Heilige Geschriften werden weer steeds belangrijker, dit waren de eerste stappen richting het alleen heersen van het Confucianisme.
De geleerde Zhu Xi die leefde van ongeveer 1130 tot 1200 gaf het Confucianisme wat ze nodig had om weer verder te kunnen groeien, een metafysische achtergrond. Daarnaast uitte hij kritiek op de interpretatie door de Schriftgeleerden uit de Han-dynastie. De interpretatie van Zhu Xi is vooral bekend onder de naam: Neo-Confucianisme. De Jezuïeten zagen dit Neo-Confucianisme juist aan voor het Confucianisme, tegen de tijd dat zij arriveerden in China was het Neo-Confucianisme al zo ingeburgerd dat het Zhu Xi een vervanging was voor het oorspronkelijke Confucianisme.
Zhu Xi zocht een oorsprong voor waar alles vandaan kwam (een metafysisch vraagstuk), dit had het Confucianisme toen nog niet. Het Boeddhisme en het Taoïsme hadden dat al wel. Het Boeddhisme verteld dat de schepping een illusie is, het Taoïsme vertelt dat alles voorkomt uit het niets en de oerkrachten Ying en Yang. Zhu bedacht dat alles voorkomt uit wat hij noemde ‘’De Hoogste Pool’’, deze haalde hij uit een geschrift van Confucius. Deze schiep alles door de qi-kracht (vertaald: energie-materie). De qi schept niet zomaar iets maar schept iets naar evenbeeld van de oervormen in de Hoogste Pool. Deze oervormen worden ook wel Idee of Li genoemd. Vaak wordt de vergelijking gemaakt tussen de theorie van Zhu Xi en de Ideeënleer van Plato.
Zhu Xi bracht de dertien Heilige geschriften weer terug tot vier. Zhu leefde in de Song-dynastie, deze dynastie deed hellemaal niets om de hervormingen in de teksten door te voeren in het schoolsysteem of in het examensysteem.
In 1276 viel de Song-dynastie, er werden tot 1313 geen examens meer afgenomen. De Song-dynastie werd opgevolgd door de Yuan-dynastie, dit waren geen Chinezen maar Mongolen. De keizer Renzong bepaalde dat de vier boeken met de interpretatie van Zhu Xi voortaan de examenstof zouden zijn.
De laatste grote vernieuwer van de leer van Confucius is een man die Wang Yangming heet. Hij leefde van 1472 tot 1529. Hij was niet de laatste vernieuwer maar wel de laatste grote, de ideeën van andere vernieuwers zijn eigenlijk nooit opgepakt.
De inzichten van Yangming verschilden niet heel erg van die van Zhu Xi. Hij vroeg zich alleen af of de Ideeën in het hart zitten dat de Ideeën en het hart identiek zijn. Xi en Yangming hadden verschillende inzichten over de regel: ‘’Het bereiken van kennis zit in het onderzoeken der dingen.’’ Xi begreep uit deze regel dat je met de dingen in aanraking moet komen en dat het onderzoek door en in het hart plaats moet vinden, hij bracht dus een scheiding aan tussen het hart en de Idee. Yangming begreep uit deze regel dat het hart en de idee wel een eenheid zijn.
In China is het verhaal over de meditatie van de bamboestengel erg bekend. Wang Yangming is in 1508 verbannen naar een zuidelijke provincie in China, hij werd verbannen om politieke redenen. In deze provincie woonden veel niet-Chinese minderheden. Daar probeerde hij Xi’s interpretatie in de Wang Yangming
praktijk te brengen, hij keek naar een bamboestengel en probeerde te ontdekken wat het Idee van de stengel nou precies is. Plotseling werd hij ziek, hierdoor kwam hij erachter dat het Idee van de stengel niet van buitenaf komt. Hij verklaarde dat de Ideeën al in het hart zitten en je in jezelf moet zoeken om de ideeën te vinden. Het ‘’onderzoeken der dingen’’ moest volgends Yangming in het eigen hart en in de Heilige Geschriften.
De leer van Yangming staat nu in China vooral bekend onder de naam ‘’de leer van het hart’’. Deze leer heeft in China nooit heel veel invloed gehad, de leer van Xi bleef in de scholen gewoon bestaan. De leer van Yangming werd alleen onderwezen op scholen die niet erg traditioneel aangelegd waren. De bloeitijd van deze leer valt in de 16e en 17e eeuw, toen de Mantsjoes op de troon zaten werd deze leer al bijna hellemaal niet meer gebruikt en was alleen nog bekend bij de hele wijze Schriftgeleerden.
Na Yangming zijn er geen grote vernieuwers meer geweest en is de leer in verval geraakt. Tijdens de Ming-dynastie werd de herinterpretatie (neo-Confucianisme) erg aangevallen maar bleef toch nog standaard in het onderwijs. In 1906 werd het staatexamen officieel afgeschaft, dit was meer symbolisch. Het was een symbool voor dat China modern wilde worden, ze gooide de oude, traditionele leer van Confucius er gewoon uit. Toen China in 1912 een republiek werd was de leer van Confucius helemaal uitgeschakeld als politieke filosofie.
Sinds de Culturele Revolutie in China van 1976 is de belangstelling voor het Confucianisme weer gegroeid, de Chinezen noemen het nog steeds de doctrine der Schriftgeleerden. Het gaat daar niet meer om de Heilige Geschriften, het gaat meer om de gesprekken van Confucius. Het gaat ook al niet meer als de doctrine als staatsleer maar wordt meer gezien als een persoonlijke interesse en een persoonlijke filosofie. Hierbij wordt Confucius echt als een autoriteit gezien, er wordt voor het gemak maar vergeten dat hij zijn ideeën eigenlijk ook weer van de Oerkeizers uit de Oudheid had.
Conclusie:
Wat is de invloed van Confucius op het hedendaagse China?

Confucius is een oude filosoof uit China, die leefde van 551 V. Chr. Tot 479 V. Chr. Hij werd geboren in verarmd gezin, en leerde zichzelf vele eigenschappen aan. In zijn jeugd ging zijn voorliefde uit naar studeren, en dan vooral de studie naar de oude rituelen uit de heilige Oudheid, teksten en muziek.
Confucius richtte een speciale school op waar hij zijn studenten deze vaardigheden en andere wijsheden bijbracht. Hij probeerde zijn studenten op te leiden tot goede ambtenaren. Hiervoor leerde hij ze: moraliteit, goed beschaafd spreken, staatsinrichting, en de fijne kunst. Daarnaast leerde hij ze ook de zogenoemde ‘Six Arts’, wat inhield: muziek, rituelen, muziek, boogschieten, wagenrennen, kalligrafie en rekenkunde. Het belangrijkste wat zijn studenten meekregen was het zelfstandige denken.
Hoewel hij zijn leerlingen opleidde tot ambtenaren, was hij zelf nooit succesvol in de politiek. Hij bekleedde wel enkele functies, met als hoogste functie minister van Justitie in de provincie Lu. Hij had eindelijk een droom waargemaakt. Uiteindelijk dreef hij te ver door met het invoeren van zijn principes in het dagelijkse leven. Hij werd ontslagen, en hij ontwikkelde een groeiende afkeer tegen de politiek.
De reden dat zijn studenten wel aan een goede regeringsbaan konden komen, was dat zij in staat waren de ideeën van Confucius naast zich neer te leggen, maar niet uit oog te verliezen.
Als ideale voorbeeld voor zijn tijd, en de eeuwen daarna, had hij de het China van de 12e eeuw V. Chr., de Zhou-dynastie. In deze tijd heerste er een grote orde in China, iets wat volgens Confucius onmisbaar was.
Tijdens zijn leven schreef Confucius vele regels op, deze werden na zijn dood pas gebundeld in de Lunyu of de Analecten.
Er bestaan 5 grote werken die terug te leiden zijn naar Confucius namelijk, de Shu, de Shi, de Chunqui, de Yi en de Li. De kern van het ‘Confucianisme’ is de ‘Grote leer’ deze is door een leerling van Confucius opgeschreven, Tseng-Tze. De ‘Grote leer’ is volgens Confucius de weg naar de ideale samenleving. De ideeën van Confucius gingen veel over de onderwerpen politiek en ethiek.
Volgens Confucius is het van belang dat ieder mens, van boer tot koning, beschaafd is. Zonder deze beschaafdheid is het onmogelijk om een goede samenleving te hebben.
Hij legde het belang van de ‘Grote leer’ uit met de volgende redenering uit:
Als men tot de Grote Leer komt dan heeft men zekerheid.
Als men zekerheid heeft, dan heeft men innerlijke rust.
Als men rust heeft, dan is men in evenwicht.
Als men in evenwicht is, dan kan men zuiver denken.
Als men zuiver kan denken, dan heeft men het doel bereikt.
Deze redenering wordt als correct gezien, door middel van de regels van de Logica. Een tijdgenoot van Confucius, Mozi, stichtte een school voor Logica. Deze had regels opgesteld voor de Logica en de redenering van Confucius voldeed hieraan.
Confucius zag drie keizers als de ideale heersers, de keizers Yao, Yun en Yu, die vermoedelijk tussen 2500 en 2000 V. Chr. leefde, en gezien worden als de Oerkeizers van China.
Confucius zag aan de top van de samenleving de keizer, de regeerde immers met het “Mandaat van de hemel”. Dit betekende niet dat hij de macht van een God gekregen had, de natuur werd ook gezien als een soort hemel. De keizer mocht wel afgezet worden, de hemel nam het mandaat gewoon weer terug om het aan iemand anders te geven.
Confucius stelde wel eisen aan de keizer. Zo moest de keizer een voorbeeld nemen aan de Oerkeizers, hij moest zelf onderzoeken doen en veel zelfdiscipline hebben. Op deze manier werd de keizer beschaafd, en als de keizer beschaafd was dan kon hij goed regeren.
Onderwijs is heel belangrijk in de leer van Confucius, en de keizer werd gezien als de hoogste leraar voor het volk. Confucius vond dat je alleen taken mocht vervullen waarvoor je jarenlang gestudeerd had.
De ideeën van Confucius werden pas na zijn tijd bekend en toegepast, echter in zijn eigen tijd vond hij maar weinig aanhang voor zijn ideeën. Het Confucianisme werd pas echt naar voren in de Han-dynastie. Toen werd besloten dat de prinsen voortaan les moesten krijgen in de heilige geschriften zaten er ook al enkele boeken van Confucius bij.
Keizer Wu was de keizer die het Confucianisme als staatsleer invoerde. Deze keizer is bekend als een grote keizer door o.a.: het invoeren van het Confucianisme en het invoeren van de Chinese kalender. Hij stichtte ook de ‘Grote School’ hier werden alleen de heilige geschriften van het Confucianisme geleerd, ideeën van andere filosofen werden afgeschaft, zoals de ideeën van Laozi. Laozi vond dat iedere periode zijn eigen ideeën en oplossingen had, terwijl Confucius uitging van de Zhou-dynastie.
Tien jaar nadat keizer Wu de macht had gegrepen, gaf hij vijf hoogleraren (in voor elk heilig boek van Confucius) de opdracht ieder 50 leerlingen les te geven. De invloed van het Confucianisme werd zo in een stap verder verspreidt. Een nog grotere stap werd gezet door keizer Shun, hij maakte op de ‘Grote School’ plaats voor 30.000 leerlingen. Het enige probleem was dat er veel verschillende versies van de geschriften in omloop waren, in 175 na Christus werd hier een oplossing voor gevonden, de heilige geschriften werden in steen gehouwen en konden dat gekopieerd worden, zo had iedereen dezelfde geschriften.
Het Confucianisme heeft enkele grote veranderingen gebracht in de Chinese cultuur. Zo werd het offeren van dure speciale goederen aan de goden, vervangen door eenvoudige offers aan de Hemel. De offers werden nog wel door de keizers gemaakt, dit ging ongeveer 1900 jaar door.
Tussen 200 en 600 na Christus veranderde de rol van het Confucianisme. Het werd meer in de verdediging gedrongen, en Confucius werd niet langer gezien als een halfgod. Het studeren was niet meer belangrijk. In deze tijd kwamen het Taoïsme en Boeddhisme erg sterk op, zelfs bij de Chinese elite.
De bevolking werd ingedeeld in negen schalen, hoe rijker de familie hoe hoger de schaal. Dit was na de veranderingen van Confucius een grote stap terug. Confucius had de scholen toegankelijk maakt voor iedereen, en nu was dat weer verdwenen.
In 589 werd het Rijk weer hersteld, tijdens de Sui-dynastie. Deze voerde als eerste grote hervorming door, dat het examensysteem weer zou gelden. Alleen waren het niet alleen niet meer de ideeën van het Confucianisme die zo goed werden gekeurd, ook de ideeën van Laozi en Boeddhisme hoorde bij de lesstof. Het Confucianisme moest zijn plaats als belangrijkste leer gaan delen me andere leren. Er kwamen nog wel keizers aan de macht, die via het Confucianisme handelde, maar deze waren niet langer puur Confucianistisch. Een voorbeeld hiervan is keizerin Wu uit de Tang-dynastie. In deze dynastie werd ook een nieuw examenstelsel ingevoerd, dit stelsel bleef bestaan tot 1906.
In de 8e eeuw na Christus werd de boekdrukkunst door de confucianisten gebruikt om de heilige geschriften te vermenigvuldigen. Dit was voor het Confucianisme een grote stap naar de top. Zhu Xi, een Chinees geleerde, gaf het Confucianisme een metafysiche achtergrond, iets wat het Confucianisme nodig had. Zijn interpretatie van Confucianisme wordt ook wel het Neo- Confucianisme genoemd.
Dit Neo- Confucianisme werd door de jezuïeten als Confucianisme aangezien, het was toen al helemaal ingeburgerd. Zhu Xi zocht voor alles een oorsprong, hij zei dat de oorsprong de “Hoogste Pool” was. Hij bracht de inmiddels tot 13 opgelopen heilige geschriften terug tot vier, deze werden uiteindelijk door de Mongoolse keizer ( die destijds over China regeerde ), ingevoerd als examenstof. De laatste grote vernieuwer van het Confucianisme was Yangming. Hij verschilt weinig van Xi, alleen vond Yangming dat het hart en het Idee een eenheid vormen en Xi dat ze los van elkaar staan.
De leer van Yangming werd ‘de leer van het hart’ genoemd. Deze leer kreeg nooit aanhang en verdween al snel weer.
In 1906 werd het Confucianisme uit de examenstof gegooid, het staatsexamen werd zelfs helemaal afgeschaft. Dit stond symbool voor het moderner worden van China, de oude leer van Confucius paste daar helemaal niet bij en werd gewoon aan de kant geschoven. In 1912 verdween het Confucianisme voor een langere periode, toen China een Republiek werd. Pas tijdens de Culturele Revolutie, rond 1976, weer populairder. Echter het Confucianisme zou nooit meer de invloed uitoefenen die het in het verleden heeft uitgeoefend. Het werd meer gezien als een persoonlijke interesse, een soort hobby dus. Het werd nog wel de doctrine der Schriftgeleerden genoemd.
Nu zijn er China nog enkele scholen gewijd aan het Confucianisme. Het is een studie geworden die niet meer als speciaal wordt gezien, maar meer een studie zoals andere studies. Het wordt wel meer gesteund door de overheid, die geld geven voor het steunen van scholen voor het Confucianisme. Echter een duidelijke greep in het dagelijkse leven van China heeft het niet meer.
Reflectie:
Het werken aan het PO is aan de ene kant goed gegaan. We hebben beide ons deel gemaakt, en er is tijdens het maken genoeg contact gemaakt. Aan de andere kant hadden we eerder moeten inzien dat een van onze teamgenoten een groter deel had, omdat over zijn deelvragen meer informatie te vinden was. We hebben dit uiteindelijk wel redelijk opgelost, eerst zat ik te denken aan een extra deelvraag maar dit vond een van onze teamgenoten niet zo’n sterk idee, ook in verband met de tijd. We hebben uiteindelijk afgesproken dat ik in de afwerking zoveel mogelijk zou doen.
Uiteindelijk denk ik dat onze planning niet zo heel sterk was, als we iets beter gepland hadden, dan waren we er eerder achter gekomen en hadden we een sterkere oplossing kunnen bedenken.
Ik ben wel tevreden over hoe het PO er nu uitziet. We hebben hard gewerkt en het was achteraf een moeilijker onderwerp dan we voor ogen hadden. Inhoudelijk ben ik er ook tevreden over. Over wie Confucius nou eigenlijk was is maar heel weinig te vinden, toch vind ik voor mezelf dat ik het redelijk goed neergezet heb. En J's deel ziet er ook voortreffelijk uit. Volgende keer moeten we in iedere geval beter plannen en nog meer tussendoor controleren, dan kan het PO nog beter.
Reflectie:
Ik vind dat het werken aan deze praktische opdracht overwegend goed is gegaan. Ik vond het een erg interessant onderwerp maar toch zijn we wel wat struikelblokken tegen gekomen bij het maken van het werkstuk.
Bij het maken van de taakverdeling had ik verwacht we twee deelvragen geformuleerd hadden waar veel informatie over te vinden zou zijn (deelvraag één en twee) en een waar minder informatie over was (deelvraag drie). Daarom hebben we de grote deelvragen toen verdeeld en heb ik de kleinere deelvraag er nog bij gepakt, als S. de hoofdvraag zou doen dan zou het allemaal goed in balans zijn. Achteraf bleek dat deelvraag één een deelvraag was waar niet veel over te vinden was en dat over deelvraag drie juist wel veel te vinden was. Toen bleek dat over S' deelvraag niet erg veel te vinden was, was mijn stuk al bijna af. Dat komt door de planning van S. Ik heb er wel moeite mee gehad dat S. niet zo veel had als deelvraag en voor de hoofdvraag eigenlijk alleen maar mijn stuk hoefde te recyclen.
Met mijn eigen planning vind ik niets mis, ik was ruim anderhalve week van te voren klaar. Ik heb zelfs S. nog geholpen met informatie zoeken voor zijn deelvraag. Dat vind ik dus voor mijzelf geen verbeterpunt.
Ik vind het bijhouden van voetnoten nog wel lastig, vooral omdat ik soms heel hard aan het werk ben geweest en uiteindelijk vergeten was waar het precies in mijn informatiebronnen stond. Wel heb ik alle bronnen goed opgeschreven en uiteindelijk nog wat voetnoten gebruikt.
Bronvermelding:
Boeken:
B.J. Mansvelt Beck, Wegwijs in Stromingen: Confucianisme (Uitgeverij Kok – Kampen, 2005)
Redactie onder J. Bor, E. Petersma en J. Kingma, De verbeelding van het Denken, geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie (Uitgeverij Contact – Amsterdam, 2000)
P.H.G. Prins, de Wederkomst van Confucius (Uitgeverij Zevenster – Terschuur, 1999)
J.W. Schotman, Wijsheid van Confucius, (z.u., Deventer, 1987)
P. Strathern , Confucius in 90 minuten (Uitgeverij Holland – Haarlem, 2003)
Websites:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_logica#Oosterse_logica
http://www.geledraak.nl/html/page284.asp#confucius
http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/121_128/artikel/25027/Confucius:_de_kracht_van_een_optimist.html
http://www.acmuller.net/con-dao/greatlearning.html
http://plato.stanford.edu/entries/confucius/#ConPol/
http://library.thinkquest.org/19053/life/index.html
http://filosofie.startpagina.nl/prikbord/5244998/confucius
http://home.zonnet.nl/daanmok/Onderwijs/Tijdloze%20thema's/Confucianisme.html
http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/34871-de-moraal-van-confucius.html
Overig:
Aantekeningen geschiedenislessen 5VWO.

 



REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.