ADVERTENTIE
Raad jij de studie?

Waarschijnlijk heb je al wat studies op het oog. Maar heb je echt alle studies overwogen? Grote kans dat je wat toffe opleidingen over het hoofd ziet. In deze video gaan Lauren, Lin & Marit raden welke studie wij zoeken! Misschien is dit ook wel wat voor jou?


Meer info

Voorwoord



In eerste instantie hadden we gekozen voor het onderwerp: de onafhankelijkheidsoorlog. Maar al snel kwamen we erachter dat hier niet zoveel informatie over te vinden was en dat we beter een ander onderwerp konden kiezen. Om toch een beetje in contact te blijven met het oorspronkelijke onderwerp kozen we voor: De Amerikaanse Burgeroorlog. Dit omdat het ook een beetje te maken heeft met de onafhankelijkheidsverklaring, want mede hierdoor ontstonden er verschillen tussen de deelstaten in de VS.

Hierbij hebben we gekozen voor de volgende hoofdvraag: wat is de positie van de Amerikaanse Burgeroorlog in de VS van vandaag?



Om hier achter te komen hebben we gebruik gemaakt van de volgende

deelvragen:

- Welke rol speelde de slavernij in de Burgeroorlog en wat waren de standpunten van Noord en Zuid hierover?

- Welke gevolgen had de aanstelling van Lincoln als president?

- Wie hadden er in de Burgeroorlog nog meer een groot aandeel?

- Welke gevolgen had de Burgeroorlog?



Voorgeschiedenis: wat kwam er allemaal aan te pas vóór de Burgeroorlog was begonnen?



De verhouding tussen Indianen en kolonisten uit het oosten begon vreedzaam. In eerste instantie verwelkomden de Sioux-indianen de nieuwelingen, hoewel ze voortdurend op hun hoede waren voor misbruik van hun land. De verhoudingen werden slechter toen er goud werd ontdekt in de Black Hills en duizenden nieuwe kolonisten zich in het gebied vestigden in de hoop rijk te worden.

Ten eerste waren de verschillen tussen de gestichte kolonies heel groot. Allereerst op economisch gebied. Dit hield in dat het Noorden het gebied was van de kleine handelaren en de kleine boeren. Er was trouwens in deze gebieden weinig slavernij. En dan was er het Zuiden. Het gebied waar de slavernij een gewoonte was. En dan wel op de grote plantages van tabak, rijst en later ook van katoen.



Verder verschilden de kolonies in godsdienstigheid. In de 18de eeuw werd godsdienstige tolerantie steeds algemener. Zodoende zijn er verschillende godsdiensten in The States, die zo hun oorsprong hebben gevonden.

Het gevoel van bij elkaar horen groeide vooral door de voortdurende strijd tegen de Fransen in Canada, maar ook door expansie naar het Westen. Niettemin gaan de oorlogen tussen de Europeanen die normaal in de Europese landen werden gedaan, onverstoord door in de Nieuwe Wereld, de Verenigde Staten van Amerika. Een bekende oorlog is bijv. de Zevenjarige oorlog, die de verovering van Canada tot gevolg had.

Ook al leek Engeland door de verovering oppermachtig, dit was in werkelijkheid niet echt zo. Door deze oorlogen waren de Britten in geldnood gekomen en legden daarom zwaardere belastingen op in de VS. Dit leidde echter tot verzet van kolonisten en vochten zichzelf naar de onafhankelijkheid. Op 2 juli 1776 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. Dit werd bezegeld met een onafhankelijkheidsverklaring, die Thomas Jefferson op 4 juli had geschreven.



Onafhankelijkheidscomité



Nadat Richard Henry Lee op 7 juni 1776 in Virginia zijn onafhankelijkheidsresolutie had geïntroduceerd, werd door het Continentale Congres een comité opgericht om een ontwerp te maken voor een onafhankelijkheidsverklaring. De hier afgebeelde vijf leden van het comité lieten het opstellen van het ontwerp grotendeels over aan Thomas Jefferson. Op 2 juli 1776 stemde het derde Continentale Congres voor nationale onafhankelijkheid en op 4 juli werd de onafhankelijkheidsverklaring formeel afgekondigd, wat officieel het begin van de Amerikaanse natie betekende.



Het begin van de slavernij in de VS



In 1619 kwamen de eerste zwarten aan in de Nieuwe Wereld. Of het slaven waren of niet is onbekend; wel weet men dat deze mensen door Nederlandse schepen naar Amerika zijn gebracht. Daarna groeide de slavernij langzaam mee met de groei van de koloniën, maar werd niet op grote schaal bedreven. Tot 1640 was er in de Nieuwe Wereld voornamelijk "de facto" (feitelijke, maar niet wettelijk toegestane) slavernij, maar in 1669 werd het ook "de jure", oftewel wettelijk, mogelijk om slaven te houden. Vanaf die tijd werd slavernij in de Britse koloniën steeds populairder.



De internationale slavenhandel van die tijd, die tegenwoordig bekend staat als de "Middle Passage", groeide snel uit tot een grote, winstgevende handel. Daarvoor waren drie redenen. Ten eerste was er de zg. "triangle trade": men wilde voorkomen dat de handelsschepen op een gedeelte van hun reis leeg zouden zijn, dus volgde men een driehoeksroute waarin de schepen altijd vol beladen waren.



Zo werden er bijvoorbeeld machines, hout, en voedsel naar de Caribische eilanden vervoerd, waar men deze goederen nodig had omdat ze daar niet voorhanden waren. In die tijd werd in de Cariben voornamelijk suiker verbouwd dat tot rum werd verwerkt. De rum werd vervolgens door de handelsschepen naar Afrika verscheept, waar men het gebruikte om slaven te kopen, die vervolgens naar Amerika vervoerd werden, waar weer voedsel en machines geladen werden voor de Cariben.



De tweede reden was gekoppeld aan het sterftecijfer van de slaven op de schepen. Zij leefden in zeer erbarmelijke omstandigheden en stierven aan allerlei ziektes. Vooral de pokken vormde een gehate vijand: hele slavenschepen konden eraan ten onder gaan. Toen men iedereen echter ging inenten, ging het sterftecijfer drastisch omlaag en werd het transporteren van slaven ineens een stuk winstgevender.



De derde reden is simpel: puur imperialisme. De Britse koloniën groeiden snel, en uit Europa kwamen nog niet genoeg mensen om die groei vol te kunnen houden. Men had goedkope arbeid nodig, en vond die in de Afrikaanse slaven.



Het gevolg was dat er tijdens de volkstelling van 1790 in de Verenigde Staten 3,9 miljoen mensen geteld werden, waarvan 757.000 zwarte Afrikaanse slaven.



Het Noorden en de slavernij



In 1808 werd de slavenhandel (maar niet slavernij zelf) volgens de in de Constitutie vastgelegde wet verboden in de VS. Dit betekende in de praktijk dat het importeren van slaven naar de VS voor de wet verboden was, een feit waar veel slavenhandelaren zich weinig van aantrokken. Ook de Zuidelijke plantage-eigenaars konden hiermee enigszins leven, want door voortplanting konden ze hun slavenbestand eenvoudig in stand houden.

Toch groeide in de jaren na 1808 in het Noorden het gevoel van afkeer tegen de slavernij om verschillende redenen. Ten eerste waren de Noorderlingen fel voor gelijkheid en voor abolitionisme (afschaffing van slavernij). En zoals dit in het Zuiden niet het geval is, waren ze fel tegen de Zuiderlingen. Ze vonden dat er gelijkheid moest zijn voor iedereen, als was dat alleen maar, omdat dat fatsoenlijker was.



Ten tweede was slavernij ook in het Noorden helaas een fenomeen uit het dagelijks leven, niet zozeer doordat er slavernij heerste, maar doordat men er met het probleem van de gevluchte slaven zat. Wat doe je met deze mensen: terugsturen of niet? Als een gevluchte Zuidelijke slaaf in een staat terechtkomt waar slavernij verboden is, is hij dan vrij of niet? Volgens de wet moest hij teruggestuurd worden, maar dat zat veel Noorderlingen niet lekker.

Ten derde hadden veel Noorderlingen last van het NIMBY-syndroom: Not In My Back Yard, oftewel Niet In Mijn Achtertuin. Ze wilden simpelweg niet in de buurt van een verafschuwde slavenhouder wonen.



Vooral dit laatste leverde in het snel groter wordende Amerika grote problemen op. Om slavernij in stand te houden, moest het Zuiden zorgen dat deze praktijk steeds verder uitgebreid werd over het groeiende territorium van VS. Deden ze dit niet, dan zouden de vrije staten wel eens de overhand kunnen krijgen in de regering en vervolgens slavernij aan banden kunnen leggen of zelfs verbieden.



De Missouri Compromise



Tot 1820 hadden de Zuidelijke staten het stemmenevenwicht in de Senaat in stand kunnen houden doordat er evenveel slavenstaten als vrije staten waren: 11. Toen meldde zich echter een probleem in de vorm van Missouri, dat nu genoeg inwoners had om als staat toegelaten te worden tot de VS. Van de 60.000 mensen in het gebied waren er zo'n 10.000 slaaf, dus leek het logisch dat Missouri als slavenstaat toegelaten zou worden.

Uit New York kwam echter het idee om slavernij in dit nieuwe gebied geleidelijk af te schaffen, waardoor Missouri op den duur een vrije staat zou worden. De Zuidelijke staten blokkeerden dit voorstel prompt in de Senaat nadat het door Noorderlingen gedomineerde Huis van Afgevaardigden de maatregel goedgekeurd had.

Uiteindelijk werd dit probleem opgelost door Henry Clay, die later bekend zou staan als "The Great Compromiser": hij stelde voor het noordelijk gelegen Maine tegelijk met Missouri toe te laten, de eerste als vrije staat, de tweede als slavenstaat. Om in de toekomst eenzelfde probleem te voorkomen, stelde hij daarnaast voor om boven een bepaalde lengtegraad slavernij te verbieden. Beide partijen konden hiermee leven en de "Missouri Compromise" was een feit.



De opkomst van het abolitionisme



Tussen 1820 en 1830 vond een "Great Awakening" plaats, een revival van religieus inzicht in de gehele VS. In deze tijd werd ook het abolitionisme geboren, de stroming die voor de afschaffing van de slavernij ging pleiten. De drijfveer achter het beginnende abolitionisme was uiteraard religieus; men wilde zieltjes redden: die van henzelf, die van de slaven, die van de slavenhouders, en die van de "stille meerderheid", degenen die tegen slavernij waren maar zich er niet openlijk tegen uitspraken.



Allerlei antislavernij organisaties sprongen als paddestoelen uit de grond, zowel in het Noorden als het Zuiden. In het Zuiden waren er, paradoxaal genoeg, zelfs meer van die organisaties dan in het Noorden: in 1827 waren er 24 Noordelijke antislavernij organisaties met gecombineerd minder dan 1500 leden, in het Zuiden waren er 106 met in totaal ruim 5000 leden.



Dit alles veranderde radicaal na een gebeurtenis die te boek staat als Nat Turner's Rebellion. Nat Turner was een blanke abolitionist die in 1831 besloot een slavenrevolt op gang te brengen. Hij zweepte tientallen slaven in Virginia op om in opstand te komen en gaf ze vervolgens wapens.



Het gevolg: 57 blanke doden, en de Zuidelijken lieten dit niet over hun kant gaan. Bijna alle Zuidelijke antislavernij organisaties waren binnen een paar maanden verdwenen en Zuidelijke slavenhouders die bereid waren geweest langzaamaan slavernij los te laten, besloten nu dat dit onmogelijk zonder geweld kon gaan.

De abolitionisten - nu voornamelijk uit het Noorden - werden echter steeds openlijker in hun protest en bleven de afschaffing van de slavernij aankaarten bij het Congres. Aangezien men daar ook hopeloos verdeeld was en geen oplossing wist te bedenken, besloot het Congres in 1836 dat slavernij niet meer als gespreksonderwerp in aanmerking mocht komen tijdens hun vergaderingen. Ondanks grote druk van vele Noordelijken, hield men deze "Gag Rule" tot 1844 vol.



De abolitionisten gingen nu over op andere tactieken. Ze gebruikten "slave narratives", door ex-slaven neergeschreven levensverhalen, om aan het grote publiek te tonen hoe slecht slavernij was. Daarnaast gebruikten ze simpelweg de pers - zo gaf William Lloyd Garrison een abolitionistische krant uit met de veelzeggende naam "The Liberator", de Bevrijder.



De tegenstellingen tussen Noord en Zuid begonnen nu het brandpunt te bereiken. Steeds meer Noordelijken wilden slavernij tenminste in de nieuwe staten in het Westen verbieden, en spraken publiekelijk hun walging uit over slavernij. De Zuidelijken reageerden hierop door zich nog verder vast te bijten in hun slavernij en door maatregelen te verzinnen die in de nog niet tot staat toegelaten gebieden de komst van slavernij zouden vergemakkelijken.



Het Compromis van 1850



In 1850 werd nogmaals geprobeerd het onoplosbare probleem voor eens en voor altijd uit de weg te ruimen. Weer was Henry Clay er als de "Great Compromiser", waardoor het compromis er deze keer als volgt uitzag:

· Californië zou als vrije staat tot de Unie toetreden, en in Washington DC werd de slavenhandel afgeschaft;

· de Utah en New Mexico Territories (niet staten) werden opgezet met territoriale regeringen die op alle wetsgebieden naar eigen goeddunken mochten handelen;

· de Fugitive Slave Law werd van kracht in de hele VS: deze wet gaf mensen die op gevluchte slaven joegen het recht deze te volgen in de gehele VS, zelfs in vrije staten.

Het eerste punt van de Compromise of 1850 is een duidelijke winst voor het anti-slavernijgerichte Noorden, want als Californië als vrije staat werd toegelaten zou het evenwicht tussen vrije en slavenhoudende staten gebroken worden. De Fugitive Slave Law was een aardige overwinning voor het Zuiden, want daardoor werd de slavernij tenminste gedeeltelijk naar het Noorden verspreid. Het tweede punt van het compromis kon voor beide kanten zowel positief als negatief uitvallen.



Toch bleek ook de Compromise of 1850 slechts een tijdelijke oplossing van het slavenprobleem en de steeds sterker wordende polarisatie van het Noorden en het Zuiden. In 1854 werd in de Kansas-Nebraska Act vastgelegd dat de wil van het volk (dus: een referendum) zou bepalen of slavernij in die territoriën zou worden toegestaan. Hierop reageerden zowel de Noordelijken als de Zuidelijken door zoveel mogelijk mensen naar de territoriën te sturen om zo meer stemmen te krijgen en de zaak in hun voordeel te laten omslaan.



Het gevolg was een wat later een mini-Burgeroorlog genoemd zou worden: "Bleeding Kansas" (1856). De Noordelijken en Zuidelijken geloofden zo sterk in hun zaak dat ze elkaar in de haren vlogen en daarbij vielen ruim 200 doden.



Als Bleeding Kansas dat niet al gedaan had, bezegelden nu twee gebeurtenissen het lot van het in tweeën gespleten land: de beslissing van de Supreme Court van de VS in de zaak Dred Scott en John Brown's mini-revolutie.



De Dred Scott zaak



De Dred Scott zaak kwam in 1856 voor de Supreme Court, maar 1856 was een verkiezingsjaar en de omstreden uitspraak van de rechters werd pas bekend gemaakt nadat James Buchanan in 1857 officieel president was.



Men wilde de uitspraak niet eerder bekend maken om de kansen van Buchanan, een pro-Zuiden en pro-slavernij georiënteerde Democraat uit Pennsylvania, niet teniet te doen. De rechters en Buchanan wisten heel goed dat het dichtbevolkte Noorden niet op hem zou stemmen als hij de controversiële beslissing in de Dred Scott zaak publiekelijk zou steunen, iets dat hij na zijn overwinning wel kon doen. Maar wie was nu Dred Scott en wat was de beslissing van de Supreme Court?



Scott was een slaaf uit Missouri die in 1834 door zijn meester naar gebieden werd meegenomen waar slavernij bij wet verboden was. Scott kwam hier pas in 1846 achter, en stapte toen meteen naar de rechter waar hij stelde dat zijn vierjarig verblijf op vrije grond hem ook tot een vrij man had gemaakt.



De rechter gaf hem gelijk, maar de Supreme Court van Missouri draaide die beslissing terug. Scott toog daarop naar het Hooggerechtshof van Amerika, waar de zaak jaren later behandeld werd, en Dred Scott op een wel heel vreemde manier in het ongelijk werd gesteld.



Rechter Roger Taney, het hoofd van de Supreme Court die de uitspraak van de meerderheid opstelde, gaf (in het kort) het volgende aan:

1. Zwarten zijn geen staatsburger van de VS, en Scott als zwart persoon kan dus ook geen rechtszaak aangaan.

2. De Missouri Compromise (uit 1820) en de Kansas-Nebraska Act (uit 1854) worden ongrondwettelijk verklaard.

3. Alle wetten met betrekking tot slavernij in de territoriën zijn ongrondwettelijk aangezien ze het 5e Amendement schaden, waarin staat dat geen enkele burger zijn bezit afhandig gemaakt kan worden zonder wettige rechtsgang. Zwarte slaven zijn bezit en zijn dus niet vrij in gebieden waar slavernij verboden is.

Deze beslissing dreigde overduidelijk de slavernij te nationaliseren; immers, als de Missouri Compromise ongrondwettelijk was, werd slavernij ineens ook toegestaan in de gebieden noordelijk van de lijn die in het compromis was vastgelegd. Deze gedachte was gruwelijk en onaanvaardbaar voor vele Noordelijken, en zette nog meer mensen op tegen de slavernij.



John Brown's revolutie



John Brown was de aanstichter van Bleeding Kansas: hij en vier vrienden vielen een pro-slavernij dorpje in Kansas binnen en vermoordden in koelen bloede vijf mensen, waarna het bloedbad steeds grotere vormen aannam en uiteindelijk tot meer dan 200 doden leidde.



Bij sommige Noordelijke extremisten werd Brown door deze actie een held, en van hen kreeg hij veel geldelijke en morele steun. Brown was hier echter niet tevreden mee. Hij wilde een met een groep blanke en zwarte volgelingen een guerilla-oorlog tegen het Zuiden beginnen en overviel in oktober 1859 met 20 man een wapenarsenaal van de VS bij een plaatsje genaamd Harper's Ferry.



Twee dagen later reageerde het Amerikaanse leger, en een detachement onder leiding van kolonel Robert E. Lee heroverde met geweld het wapenarsenaal.

Tien van Brown's mannen werden gedood, hijzelf werd gevangen genomen, ter dood veroordeeld, en opgehangen. Het Zuiden was geschrokken en beangstigd door de reactie van vele gewone Noordelijke burgers die niet als antislavernij bekend stonden; velen roemden Brown om zijn moed en zijn idealen, hoewel ze zijn methoden niet goedkeurden.



Dit haalde vele Zuidelijken over tot het geloof dat er voor de Zuidelijke levensstijl in de Unie geen plaats was. Hoe konden al die Noordelijken zo openlijk positief staan tegenover een actie die tot doel had het leven van honderdduizenden medeburgers te ontwrichten? De Charleston Mercury, een Zuidelijke krant, stelde simpelweg: "De tijd voor compromissen is voorbij. Er is geen plaats meer voor vrede in het Zuiden."



De verkiezingen van 1860



Abraham Lincoln, een advocaat uit Kentucky, gebruikte de zaak Dred Scott in 1858 in een debat met Stephen Douglas om zo de Noordelijke meerderheid voor zich te winnen en een zetel in het Congres te krijgen.



Hij stelde dat de Dred Scott zaak gebruikt werd in een complot van Franklin Pierce (die voor Buchanan president was), James Buchanan en Roger Taney om de slavernij te nationaliseren; een uitspraak die hem als pro-antislavernij bij het grote publiek in zowel het Noorden en Zuiden bekend en berucht maakte.



Toen hij in 1860 Republikeins presidentskandidaat was, verscheen zijn naam daarom nergens op de Zuidelijke stembiljetten. Het dichtbevolkte Noorden stemde echter in voldoende aantallen op hem terwijl het Zuiden zijn stem verdeelde over de drie overige kandidaten (Stephen Douglas, Noordelijk Democraat; John Breckinridge, Zuidelijk Democraat; en John Bell, Union partij). Lincoln won de verkiezingen met minder dan 40% van de stemmen.



De overwinning van Lincoln was voor het Zuiden de druppel die de emmer liet overlopen. Na alles wat het Zuiden van de veertig jaar vóór Lincoln had gedaan, had zij maar nauwelijks haar levensstijl kunnen verdedigen, en nu had het Noorden laten zien dat zij alleen konden bepalen hoe het hele land geregeerd werd door op een als antislavernij bekend staande kandidaat te stemmen.



Op 20 december 1860 trad South Carolina uit de Unie, een paar weken later gevolgd door Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana, en Texas.

Van de 34 staten van de VS waren er begin februari 1861 nog slechts 27 over, en het leek erop dat andere Zuidelijke staten het voorbeeld van de eerste zeven gingen volgen.



De aftredende president, Buchanan, was in zijn laatste maanden verbijsterd en hield zich stil.

Hij wist echt niet meer wat hij moest doen en liet de zaak dus over aan Lincoln, die op 4 maart 1861 de nieuwe president van de VS werd. Er heersten op die dag behoorlijk wat spanningen, want heel veel inwoners van Washington voelden zich verbonden met de Zuiderlingen. Soldaten en scherpschutters stonden overal, en rondom het Capitool stonden kanonnen opgesteld, klaar om te vuren.



In zijn toespraak richtte Lincoln zich direct tot het Zuiden en maakte daarin verzoenende gebaren. Hij zei dat hij slavernij niet zou verbieden waar deze praktijk al bestond, maar dat hij tegelijkertijd niet kon toestaan dat staten zich van de Unie losmaakten. Mocht het nodig zijn, dan zou hij alle federale bezittingen verdedigen.



Het Zuiden liet zich echter niet vermurwen. In Alabama werd Jefferson Davis, net als Lincoln afkomstig uit de grensstaat Kentucky, tot president van de Confederate States of America (CSA) benoemd. Fort Sumter, een fort op Zuidelijke bodem dat nog in handen was van het Noorden, werd omsingeld door Zuidelijke troepen en Lincoln werd opgeroepen het fort te ontruimen. Lincoln weigerde, en op 12 april 1861, om half vijf in de ochtend, openden Zuidelijke kanonnen het vuur. De Amerikaanse Burgeroorlog was begonnen.



De oprichting van de Geconfedereerde Staten van Amerika



Na de verkiezing van Abraham Lincoln tot president van de VS, in 1860, scheidde de ene na de andere staat zich van de Unie af. Lincoln stond bekend als antislavernij georiënteerd, iets dat hij later ontkrachtte door te zeggen: "Als ik de Unie kon redden door alle slaven te bevrijden, zou ik dat doen; als ik de Unie kon redden door geen enkele slaaf te bevrijden, zou ik dat doen; als ik de Unie kon redden door sommige slaven te bevrijden en anderen niet, zou ik dat ook doen." (1862)



Al in 1861 was de Amerikaanse Burgeroorlog echter onvermijdelijk, hoe graag Lincoln ook wilde bewijzen dat hij de eenheid van de Unie stelde boven de vrijheid van de slaven. In februari van dat jaar hadden zich al zeven staten van de Unie losgemaakt, en dat zouden er spoedig meer worden.



Na de inauguratie van Lincoln op 4 maart 1861 namen de spanningen hand over hand toe. Staten als Virginia, Tennessee, Kentucky, Missouri, Arkansas en North Carolina beraadden zich nog over wat te doen. De Zuidelijke sentimenten in die staten waren gevaarlijk prominent aanwezig, en Lincoln vreesde dat ook zij zich zouden afscheiden om opgenomen in de nieuwe Confederate States of America (CSA).



De Amerikaanse Burgeroorlog begint.



Fort Sumter was een fort gelegen in Zuidelijk gebied (South Carolina) maar bezet door Noordelijke troepen. Jefferson Davis, de president van de nieuwe CSA, eiste dat het fort ontruimd werd en overgegeven aan het Zuiden, maar Lincoln weigerde. Hij zei dat het Noorden niet zou schieten, maar zich wel zou verdedigen mocht dit nodig zijn.



De daarop volgende patstelling werd vervolgens verbroken door de Zuidelijke troepen onder commando van Generaal P.G.T. Beauregard; op 12 april openden zij het vuur op het fort en begonnen daarmee de Amerikaanse Burgeroorlog, de gruwelijkste oorlog die het Noord-Amerikaanse continent ooit zou kennen.



Vierendertig uur nadat de beschieting was begonnen (en daarmee de Amerikaanse Burgeroorlog) trok de commandant van het fort, Majoor Robert Anderson, zich terug naar het Noorden; er waren geen slachtoffers gevallen. Op 15 april riep Lincoln een staat van paraatheid uit en riep 75.000 vrijwilligers op voor de oorlog. Omdat de meeste mensen dachten dat de oorlog snel beëindigd zou zijn, was dit geen probleem, vooral in het Zuiden waar honderdduizenden zich aanmelden voor het niet-bestaande leger van de Confederatie.



Nadat Lincoln de staat van paraatheid had uitgeroepen, trokken Virginia, North Carolina, Tennessee en Arkansas zich ook woedend uit de Unie terug. Eind mei 1861 bestond de Confederatie uit elf staten met 9 miljoen inwoners, waarvan 3,5 miljoen slaven; de Unie bestond uit 23 staten met 23 miljoen inwoners. Lincoln was echter opgelucht te merken dat de grensstaten Kentucky, Missouri en Maryland zich niet uit de Unie terugtrokken, ondanks hun banden met de slavernij.



Vergelijking van de capaciteiten van Noord en Zuid



De nieuwe Confederatie zat echter niet zonder problemen. Ondanks het enthousiasme van vele duizenden jonge mannen had de CSA geen leger, geen wapens, en nauwelijks productiecapaciteit; het Zuiden was altijd op de landbouw gericht geweest en dat speelde hen nu zwaar parten. Terwijl in het Noorden 110.000 fabrieken met in totaal 1,3 miljoen werknemers de oorlogsproductie in een stroomversnelling brachten,

moest het Zuiden het doen met 18.000 fabrieken met slechts 110.000 werknemers.



Het Noorden bezat ruim 22.000 mijl treinrails terwijl het Zuiden het 9.000 mijl moest doen; in 1860 produceerde het Noorden 470 stoomlocomotieven, tegen slechts 17 in het Zuiden. Het Noorden produceerde daarnaast 32 keer meer wapens dan het Zuiden, en had daarmee zo'n 97% van de wapenindustrie in handen. het enige wat het Zuiden hier voorlopig tegenover kon zetten was een onbeheerst enthousiasme voor het nieuwe land en een hoog moraal onder de troepen.



Bij de uiteenval van de Unie aan het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog werd de Unie letterlijk en figuurlijk in tweeën gespleten, niet alleen op het niveau van de staten, maar ook het niveau van het individu. Vaders en zonen, broers en zussen, neven en nichten, vrienden en vriendinnen, hele families: ze vonden zichzelf ineens uit elkaar getrokken door de Burgeroorlog. Ineens leefde die goede buur aan de andere kant van de grens en was een vijand geworden.

Het kwam dan ook vaak voor dat leden van dezelfde familie tegenover elkaar stonden, verdeeld door idealen en de grens. Niet vaak diende een vader in een leger dat vocht tegen een leger waar zijn zoon in diende.



Hetzelfde gold voor de legercommandanten; opgegroeid als vrienden, samen naar de militaire academie op West Point gegaan, soms zelfs samen in de Mexicaanse Oorlog gevochten, maar nu elkaars vijanden. De meeste officieren kozen de kant van hun thuisstaat, zodat strategisch hoogbegaafde mannen als Robert E. Lee en Joseph E. Johnston, beiden uit Virginia, naar het Zuiden vertrokken. Een groot verlies voor het Noorden, dat het met jongere, minder ervaren officieren als Henry Halleck, Joseph Hooker en George Meade moest doen.



Vooral Robert E. Lee bleek een groot verlies; Lincoln had hem zelfs het bevel van het hele Unieleger aangeboden, maar hoewel de zachtaardige maar briljante Lee weinig met slavernij had, kon hij als Virginia gentleman zijn staat niet verraden. Hij vertrok naar het Zuiden en nam een grote hoeveelheid strategische kennis en inzicht met zich mee.



De slag bij Bull Run



Het publiek wilde snel een overwinning zien, en in juli 1861 zwichtte Lincoln voor deze druk. Hij liet het Noordelijke leger onder leiding van Irvine McDowell, 30.000 man sterk maar slechts halfgetraind, oprukken naar het dorpje Manassas Junction, waar een Zuidelijk leger onder Generaal Beauregard zich had verzameld. Het enthousiaste publiek toog in grote getalen mee om dit eerste echte gevecht van de Amerikaanse Burgeroorlog met eigen ogen te kunnen aanschouwen.



Het riviertje Bull Run, vlak bij Manassas Junction, werd het centrale punt van het gevecht; duizenden jonge mannen beleefden er hun vuurproef tijdens de eerste veldslag van de Amerikaanse Burgeroorlog. Hoewel het Noorden fel aanviel, bleek het Zuiden te sterk en sloeg de tegenstander op de vlucht. Het geschokte publiek had niet alleen weinig van de slag kunnen zien, ze zagen hun helden nu ook langs zich heen in paniek voor hun leven rennen.



In de daarop volgende chaos faalde het Zuiden erin de overwinning uit te buiten; de achtervolging werd al snel gestaakt hoewel het complete Noordelijke leger gedesintegreerd was. Uniehoofdstad Washington, slechts 25 mijl van Bull Run verwijderd, ontkwam op het nippertje aan een ramp.

Het Noorden realiseerde zich met een schok dat deze oorlog wel eens langer kon duren dan gedacht, terwijl het Zuiden na de overwinning feestvierde.



De Slag bij Bull Run kostte bijna 5000 Amerikaanse slachtoffers, 2700 aan de kant van het Noorden en 2000 aan de kant van het Zuiden. Terwijl het Noorden met de handen in het haar zat, had het Zuiden in Generaal Thomas J. Jackson inmiddels zijn eerste oorlogsheld. Hij had met een kleine brigade uit Virginia tegen een grote Noordelijke overmacht standgehouden en verdiende daarmee de bijnaam "Stonewall Jackson". De hele veldslag, hoe gruwelijk ook, bleek echter slechts een voorproefje van wat er komen ging.



Jaar van tegenslagen.



Begin 1862, het tweede jaar van de Amerikaanse Burgeroorlog, zag het er niet goed uit voor de Unie.



Het Noorden likte zijn wonden na de smadelijke nederlaag bij Bull Run en bereidde zich voor op een langdurige oorlog. Lincoln verving Generaal McDowell door Generaal George B. McClellan en riep nog eens 500.000 vrijwilligers op voor de oorlog. Hij realiseerde zich dat het Noorden groter en sterker was dan het Zuiden en hoopte door deze voordelen te gebruiken de Amerikaanse Burgeroorlog alsnog snel te kunnen beëindigen.



George B. "De Weifelaar" McClellan



In McClellan, een charismatische leider met gigantische organisatietalenten, hoopte Lincoln de juiste man voor deze taak gevonden te hebben. Hij beval McClellan met zijn 150.000 man tellend leger, de Army of the Potomac, zo snel mogelijk in de aanval te gaan en de Amerikaanse Burgeroorlog tot een einde te brengen, maar McClellan bleek één van de grootste twijfelaars op de planeet te zijn.

Hij liet zich leiden door schromelijk overdreven rapporten van verkenners, die spraken van een Rebellenleger van 220.000 man (terwijl dat leger niet meer dan 36.000 man groot was) en weigerde aan te vallen.



In plaats daarvan eiste hij meer mannen, ruim 270.000. Gedurende de rest van 1862 trainde McClellan zijn leger en bouwde het steeds verder op tot het het Zuidelijke leger met één slag van de tafel kon vegen.

Had McClellan nu toegeslagen dan was de Amerikaanse Burgeroorlog afgelopen geweest - maar nog steeds bleef hij twijfelen.



Zelfs Lincoln, die bekend stond als een rustig en geduldig man, begon dat geduld nu te verliezen. Toen er in maart 1862 nog steeds niets gebeurd was gaf hij McClellan een direct bevel het leger onmiddellijk naar het Zuiden te laten oprukken.



McClellan deed wat hem bevolen was, maar op een ongelooflijk voorzichtige en trage manier, wat het Zuiden de kans gaf 70.000 man tegenover hem te plaatsen. Pas eind mei kwam McClellan's leger in de buurt van Richmond, Virginia, de hoofdstad van de CSA.



(Richmond lag en ligt slechts 106 mijl van Washington, DC af; zelfs in 1861 duurde die reis onder normale omstandigheden niet meer dan een week.)



Lee slaat terug



Bij de Chickahominy rivier werd op 31 mei en 1 juni vervolgens de Battle of Seven Pines gevochten, waarbij 10.000 slachtoffers vielen en Generaal Johnston zwaar verwond werd. (Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog waren generaals nog op de frontlijn te vinden, binnen het bereik van vijandelijke kanonnen en scherpschutters.) Dit opende de deuren voor Lee om de bevelhebber van de Army of Northern Virginia te worden, waarbij hij meteen Generaal "Stonewall" Jackson betrok.



Lee begon het Noordelijke leger agressief aan te vallen, waardoor McClellan volledig het overzicht verloor en in paniek raakte. Hoewel hij tegenover slechts 90.000 man stond met een leger dat bijna twee keer zo groot was, wist McClellan niet wat te doen. De Battle of Seven Days die volgde van 25 juni tot 1 juli, was in cijfers een overwinning voor het Noorden maar McClellan pakte niettemin zijn biezen en vertrok met zijn Army of the Potomac naar Washington.



Tijdens de Battle of Seven Days had het Zuiden 20.000 slachtoffers en het Noorden 10.000. Maar omdat Lee's agressieve aanvallen McClellan in paniek brachten staat deze slag nu als Zuidelijke overwinning te boek. Lee had Richmond gered en de Amerikaanse Burgeroorlog ging door. Weer had McClellan een kans om de Amerikaanse Burgeroorlog te beëindigen verspeeld.



Lee wist echter dat nu stoppen niet mogelijk was. Ondanks de Noordelijke verliezen waren ze nog steeds in elk opzicht superieur aan het Zuiden, en alleen zolang ze zich dat niet realiseerden had de Confederatie een kans van slagen. Dus spleet Lee zijn leger (tegen alle regels in) in tweeën en stuurde zijn rechterhand, Jackson, de ene kant op terwijl hij zelf een omtrekkende beweging maakte. Hun doel: het Unieleger onder leiding van Generaal John Pope, die zich bij Manassas Junction had gestationeerd.



Op 29 augustus viel Jackson Pope's volkomen verraste leger aan, en toen het van de schrik bekomen was viel Lee hen in de rug aan. Er vielen 19.000 doden en gewonden, waarvan 10.000 aan Noordelijke kant; en weer was een Noordelijk leger op de vlucht geslagen. Ook de tweede slag bij Manassas was een Zuidelijk succes, en Lincoln zat met de handen in het haar.



Het westelijke front: Shiloh



Maar er werd niet alleen in het Amerikaanse oosten gevochten in 1862. Ook in het westen (het westen: dat bestond tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nog uit Kentucky, Tennessee en Missouri) werd gevochten. Een Noordelijke generaal genaamd Ulysses S. Grant veroverde in februari 1862 twee Zuidelijke forten aan de noordgrens van Tennessee, waarna hij zijn 40.000 man sterke leger verder de staat in stuurde.



Bij Shiloh hield zijn leger halt op bevel van Generaal Halleck; Grant moest wachten op versterkingen. Zijn tegenstander, Johnston, werd echter eerder versterkt met het leger van Beauregard en besloot tot de aanval over te gaan. Op 6 april walsten Zuidelijke troepen de lijnen van Grant plat, waarna Grant twee dagen moest vechten om de verloren grond terug te winnen. In die immens bloedige 48 uur vielen een ongelooflijke 20.000 slachtoffers.



De zeeblokkade wordt effectiever



Al in 1861 had Lincoln een zeeblokkade van Zuidelijke havens uitgeroepen om te voorkomen dat de Confederatie katoen zou kunnen uitvoeren naar Europa, maar aangezien de Amerikaanse vloot toen nog niets voorstelde had die blokkade weinig kracht en werd dan ook een "papieren blokkade" genoemd.



Gelukkig voor Lincoln hielp het Zuiden hem een handje aan Groot-Brittannië en Frankrijk vol te kunnen houden dat de blokkade wel degelijk bestond: ze riepen een katoenboycot uit. Het Zuiden stelde dat ze geen katoen naar Europa kon exporteren zolang men daar de Confederatie niet als onafhankelijk land erkende.



Een grote fout, want door de boycot verdiende het Zuiden geen geld aan haar primaire exportproduct, en kon dus geen wapens kopen waarmee ze de Amerikaanse Burgeroorlog eventueel nog kon winnen.



Toen ze hun fout realiseerden was het echter te laat: de Noordelijke scheepswerven hadden overuren gemaakt en de vloot van 90 schepen begin 1861 tot 264 schepen eind 1861 uitgebreid, en nog honderden meer in 1862. Toen was de papieren blokkade veranderd in een echte en had Lincoln schepen langs de hele 3550 mijl lange Zuidelijke kust, en konden de weinige schepen die het Zuiden had nauwelijks meer uitvaren. De Amerikaanse Burgeroorlog nam grotere vormen aan.



Nu de Amerikaanse vloot gegroeid was, kon Lincoln zijn plannen om het Zuiden in tweeën te splijten, die hij al sinds 1861 had gehad, eindelijk doorzetten. De overwinningen van Grant in Tennessee (tot aan Shiloh) waren de eerste stap van dit plan; de tweede was de verovering van New Orleans in zuid-Mississippi.



De zestigjarige vlagofficier David Farragut had het commando gekregen over 24 schepen met de order zo snel mogelijk New Orleans in te nemen. Hiervoor moest hij de vloot de Mississippi rivier op laten varen, langs twee zwaar bewapende Zuidelijke forten.



Uiteindelijk lukte het hem, door in het duister langs de forten heen te varen, waarna New Orleans zich zonder slag of stoot op 26 april 1862 overgaf. De volgende stap in de tweedeling van het Zuiden was Vicksburg in noordelijk Mississippi



De oorlog verplaatst naar het Noorden: Antietam



Robert E. Lee was echter niet van plan zich zo snel gewonnen te geven. Hij moest voorkomen dat het Noorden de Confederatie in tweeën kon splijten, maar had niet genoeg middelen om de grote Noordelijke legers op twee fronten te bevechten. Dus nam hij een moedig besluit: hij zou de oorlog naar het Noorden verplaatsen. Misschien kon hij zo de Noordelijke wil om te vechten breken en de Amerikaanse Burgeroorlog in zijn voordeel beslissen.



Lee trok in september met zijn hele leger de staat Maryland in met als doel Harrisburg in Pennsylvania. Generaal McClellan kwam traag als altijd achter Lee aan en reageerde zelfs niet toen per ongeluk een kopie van Lee's oorlogsplannen in zijn handen vielen; de achtervolging had echter wel tot gevolg dat Lee zijn opmars stopzette en bij Sharpsburg kamp opzette.

Lee had zijn leger weer gesplitst, en McClellan wist dat. Had hij meteen gereageerd dan was de Amerikaanse Burgeroorlog waarschijnlijk afgelopen; in plaats daarvan besloot McClellan 16 uur te wachten om zijn plannen nog eens bij te schaven, en gaf daarmee Jackson de kans zich net op tijd weer bij Lee te voegen. Lee groef zijn mannen in bij een klein riviertje, het Antietam, en wachtte op wat komen ging.



Op 17 september ging McClellan tot de aanval over in wat één van de meest cruciale veldslagen van de Amerikaanse Burgeroorlog zou worden. De mannen waren moedig, erg moedig, en lieten bij honderden het leven. Eén enkele brigade uit Massachusetts verloor bij één aanval al 224 van de 334 mannen. Maar ze wisten van geen ophouden.



In een graanveld aan de linkerkant van het brede slagveld werden binnen vier uur vijftien aanvallen en tegenaanvallen uitgevoerd. Het gevecht was om 6 uur 's ochtends begonnen; om 10 uur lagen er 8000 doden en gewonden in het graanveld.



Lee gaf de order een verdiepte weg die eens het land van twee boeren scheidde en nu het centrum van zijn verdedigingslijn was tegen alle kosten te beschermen.

Hier mochten de Uniesoldaten in geen geval voorbij, want dan had Lee de slag verloren. Het gevecht begon rond dezelfde tijd dat het gevecht in het graanveld was afgelopen.



Kolonel John B. Gordon had het commando over Lee's centrum en zag de in het blauw geklede Noorderlingen komen.

Hij wachtte tot ze op een paar passen waren genaderd en gaf toen bevel het vuur te openen; de Noordelijke commandant werd onmiddellijk gedood en de mannen vielen even terug. Ze vielen Zuidelijken in de verdiepte weg echter vijf keer aan en braken uiteindelijk door.



Tegen die tijd lagen de lijken twee of drie man hoog in de verdiepte weg, die nu bekend staat als "Bloody Lane". De vluchtende Zuidelijken werden met bosjes neergeschoten; Lee's centrum was gebroken.



Aan de rechterkant van het slagveld had Generaal Ambrose Burnside het commando. Tegenover zijn 12.500 blauwgeklede Noordelijke soldaten stonden slechts 400 grijsgeklede Zuidelijke soldaten uit Georgia. De laatste hadden zich echter ingegraven op een hoge heuvel en konden vier Noordelijke aanvallen in drie uur tegenhouden voordat ze afgeslacht werden.



McClellan had nu weer de kans Lee's leger te verpletteren en de Amerikaanse Burgeroorlog te beëindigen, maar hij aarzelde en Lee ontkwam, tot grote ergernis en frustratie van Lincoln. De 17e september, de Slag bij Antietam, werd de bloedigste dag uit de Amerikaanse Burgeroorlog.

Beide zijden verloren 10.000 man op die ene dag; voor Lee betekende dit dat een kwart van zijn leger was weggevaagd in minder dan 16 uur.



De Emancipatie Proclamatie



De Slag bij Antietam was de eerste grote overwinning voor het Noorden, al was het geen overtuigende. Het was echter alles wat Lincoln nodig had voor de volgende fase van zijn plan het Zuiden te verslaan. Op 22 september, vijf dagen na Antietam, maakte hij in de Emancipatie Proclamatie bekend dat de slavernij in de rebellerende staten per 1 januari 1863 zou worden afgeschaft.

De Emancipatie Proclamatie had uiteraard geen direct effect op de slavernij (of de Amerikaanse Burgeroorlog zelf).

In de grensstaten waar slavernij nog wel heerste maar die trouw waar gebleven aan de Unie werd de slavernij niet afgeschaft omdat Lincoln bang was dat ze anders zou afscheiden; en in de Zuidelijke staten kon Lincoln natuurlijk weinig afdwingen.



De Emancipatie Proclamatie was dan ook meer een gebaar naar Europa; hij wilde de Amerikaanse Burgeroorlog tot een politieke zaak maken waarbij Europa niet meer in goed fatsoen het Zuiden kon steunen.

Immers, als het Zuiden zijn slaven niet vrijliet na Lincoln's proclamatie dan gaven ze toe slavernij nooit op te zullen geven, en hoe kunnen de Europese staten, die gebaseerd zijn op fatsoen, zich met een op slavernij gebaseerde natie verbinden? Precies, niet echt goed. Daarom was dit ook weer een goede zet van Lincoln.



Epiloog van 1862



Vrijwel direct na de slag bij Antietam ontsloeg Lincoln McClellan van zijn commando; de maat was vol. McClellan had meer dan een jaar de tijd gehad het Zuiden te verslaan, en had meer kansen verkwanseld om de oorlog tot een snel einde te brengen dan Lincoln voor mogelijk hield. Hij probeerde tot 1864 stuk voor stuk andere Generaals tot opperbevelhebber te benoemen, maar allen faalden.



Op 13 december 1862 vond nog een grote slag plaats waarbij het Noorden zijn zoveelste klap te verwerken kreeg. De Army of the Potomac onder Ambrose Burnside ging bij Fredericksburg in Virginia tot de aanval over, maar Lee wist zich bijzonder goed te verdedigen. Burnside verloor 11.000 man, Lee 5000.



1863: Kerende kansen in de Amerikaanse Burgeroorlog



Na de gebeurtenissen in 1862 zag het er nog steeds niet naar uit dat de Amerikaanse Burgeroorlog gewonnen kon worden door de Unie.



En ook 1863 begon slecht voor de Unie. Hoewel blije Noordelijke zwarten zich opgaven als soldaat na de Emancipatie Proclamatie kwamen er weinig reguliere blanke troepen meer bij.

Men was de oorlog meer dan zat en wilde niet meer vrijwillig naar het front. Lincoln was dus gedwongen mensen voor verplichte dienst op te roepen, iets dat compleet nieuw was in de VS. Nooit eerder waren mensen gedwongen het leger in te gaan.



De verplichte dienst leverde de Unie tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog ongeveer 165.000 man op, maar niet zonder problemen. Rijke mensen konden hun dienst afkopen door een vervanger te sturen, maar arme mensen waren hiertoe natuurlijk niet in staat. In enkele Noordelijke steden braken daarom rellen uit.



Chancellorsville en het verlies van Jackson.



In april 1863, na het einde van de tweede winter van de Amerikaanse Burgeroorlog, begon het vechten weer op grote schaal los te breken. Joseph Hooker, die Burnside opgevolgd was als leider van de Army of the Potomac, trok naar het Zuiden en kwam bij Chancellorsville in Virginia in gevecht met Lee. Van 1 tot 4 mei 1863 woedde daar een bloedige slag die 21.000 slachtoffers eiste, waarna Hooker zich weer terug moest trekken en prompt door Lincoln van het commando werd ontheven.



Het Zuiden leed echter een zeer gevoelig verlies bij Chancellorsville in de vorm van Thomas J. "Stonewall" Jackson, een briljant tacticus en de rechterhand van Robert E. Lee. Lee had zijn leger voor de zoveelste maal gesplitst, maar Jackson kwam pas 's avonds aan op het afgesproken punt. Ondanks het naderende duister wilde hij aanvallen om de verrassing compleet te maken, wat goed lukte.



In de verwarring van de strijd, waarbij in het donker de gevechtslijnen van Noord en Zuid bijzonder onduidelijk waren, werd hij echter per ongeluk door zijn eigen troepen neergeschoten. De wond was niet dodelijk, maar de longontsteking die Jackson opliep wel. Hij stierf enkele dagen later, en het Zuiden rouwde.



Met Jackson had het Zuiden niet alleen een icoon verloren, maar ook een briljante legerleider. Het was de vraag of Lee, die een zeer hechte band met Jackson had gevormd en compleet op hem vertrouwde, deze klap nog te boven zou kunnen komen. Was er wel een vervanger die in Lee's ogen hetzelfde vertrouwen kreeg als Jackson?



Lee's grootste gok: Gettysburg



Lee begreep echter goed dat alleen verdedigen niet tot de overwinning in de Amerikaanse Burgeroorlog zou leiden. Virginia leed verschrikkelijk onder alle veldslagen en een verdedigende houding zou het Zuiden geen erkenning vanuit Europa opleveren. Lee vroeg Jefferson Davis daarom andermaal om de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Noorden te mogen verplaatsen. Davis stemde toe.



Lee's Army of Northern Virginia trok in juni 1863 weer op naar Pennsylvania, op de voet gevolgd door de Army of the Potomac, dat eind juni onder commando van George Meade stond. Op 1 juli troffen beide legers elkaar in Pennsylvania bij een klein plaatsje genaamd Gettysburg, waar binnen drie dagen de ommekeer in de Amerikaanse Burgeroorlog plaatsvond.



Daniel Sickles maakt een grote fout



Op 1 juli kwamen voorposten van beide legers elkaar min of meer per toeval tegen, waarna een vuurgevecht uitbrak en beide partijen dringende boodschappen verstuurden, vragend om versterkingen. Gedurende de avond en de nacht verzamelden zich meer troepen aan beide zijden, zodat er in de vroege ochtend van 2 juli 65.000 Zuidelijken tegenover 85.000 Noordelijken stonden.



Lee zag zijn kans schoon toen een Noordelijk heethoofd, Generaal Daniel Sickles, zijn positie in het centrum verliet en naar voren doorschoof, tegen alle orders in. Deze actie liet de Noordelijke flanken grotendeels ongedekt en Lee stuurde zijn troepen er onmiddellijk op af terwijl Sickles' centrum gebombardeerd werd door kanonnen.



De Noordelijke mannen, geplaatst op een tweetal heuvels, zagen een grote massa grijze uniformen op zich afkomen en verloren razendsnel hun kracht.

Toen de kogels bijna op waren beval de commandant echter een aanval met de bajonet, waardoor de verbaasde Zuiderlingen even terugvielen en prompt in de rug aangevallen werden. De Noordelijke flanken hielden stand.



In het centrum hadden Daniel Sickles en zijn leger het al even moeilijk met het Zuidelijke leger (en vooral de artillerie) onder leiding van Generaal James Longstreet. Sickles verloor een been toen een bom vlak bij hem insloeg en het gedeelte onder de knie eraf rukte; er vlogen zoveel kogels rond dat een Zuidelijke soldaat het later zo karakteriseerde: "een man kon zijn hoed omhooghouden en hem vol kogels krijgen".



Bij de Noordelijke troepenverplaatsingen viel vervolgens een gat waar de Zuidelijken meteen gebruik van maakten, en even leek het front ineen te storten. Een klein regiment uit Minnesota kreeg opdracht om de aanstormende Zuidelijken tegen elke prijs tegen te houden, waarna de 262 mannen zich met doodsverachting op de 1600 Geconfedereerden stortten.

Slechts 47 van de 262 soldaten uit Minnesota kwamen er zonder kleerscheuren vanaf, wat achteraf betekende dat de kans 82% was dat de moedige mannen gewond of gedood zouden worden in een periode van slechts vijf minuten. Nooit meer zou zo'n hoog slachtofferpercentage geëvenaard worden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.



Tegen de avond was de slag nog steeds onbeslist, ondanks het gruwelijke aantal doden en gewonden. De 3e juli zou de uiteindelijke uitkomst moeten bieden.



Pickett's Charge: Lee's nederlaag



Op de 3e dag van de slag hing de overwinning van de Geconfedereerden in deze belangrijke slag van de Amerikaanse Burgeroorlog geheel af van een charge die Longstreet's troepen door het midden moesten uitvoeren.



Tegen één uur 's middags begon een groot bombardement om de Noordelijken murw te slaan, waarna de eigenlijke charge uitgevoerd zou worden. De bevelhebbers van het Unieleger, net aan de lunch begonnen, werden door een inslaande kanonskogel bijna gedood; een bediende die ietwat verder weg stond had minder geluk en werd door de inslag in tweeën gereten.



De Noordelijke kanonnen antwoordden, en de in het bos gereedstaande Zuidelijke soldaten werden nu ook getroffen door het vuur.

Na een uur stopte Meade de beschietingen echter - zowel om munitie te sparen als om de Zuidelijken in het open veld te lokken. De list werkte: de Geconfedereerden meenden dat ze de Uniekanonnen het zwijgen op hadden gelegd en besloten tot de aanval over te gaan.



Generaal George E. Pickett zou de Zuidelijke aanval door het centrum leiden. Longstreet seinde dat hij kon beginnen, en 13.000 Zuidelijke troepen kwamen uit de bossen tevoorschijn en begonnen zij aan zij het anderhalf kilometer lange veld tussen beide legers over te steken. Wat nu gebeurde, bepaalde vrijwel direct hoe de Amerikaanse Burgeroorlog zou aflopen.



De Uniekanonnen openden het vuur andermaal op de dicht bij elkaar lopende Zuiderlingen, die bij bosjes vielen. Eén enkele kanonskogel reet tot 10 man uiteen en er vielen grote gaten in het leger, dat nog steeds met wandelpas op de vijand afliep.



Op ongeveer 200 meter afstand begonnen ze op de Noordelijken af te rennen, onverschrokken ondanks de gigantische verliezen. De verdedigers vuurden niet totdat de vijand vlakbij gekomen was en openden toen met één bevel het vuur, waarbij binnen enkele seconden honderden Zuidelijke soldaten neergehaald werden. De weinige Zuidelijken die uiteindelijk de Noordelijke linies bereikten, werden gedood of gevangen, waarna het restant van het aanvallende leger rechtsomkeert maakte en wegrende.



De helft van Pickett's leger, 6500 man, was gedood, gewond, of gevangen genomen. Toen Lee vroeg of Pickett's divisie klaar was om een eventuele tegenaanval af te kunnen slaan, antwoordde de laatste: "Generaal Lee, ik heb geen divisie meer!"



De balans na Gettysburg



De drie dagen van Gettysburg werden de bloedigste van de Amerikaanse Burgeroorlog. Er vielen 51.000 slachtoffers, 23.000 aan Noordelijke kant en 28.000 aan Zuidelijke kant. Eén op de drie soldaten die aan de slag mee had gedaan was verloren gegaan.



Dit slachtofferaantal was meer dan het Zuidelijke leger kon verwerken. Alle hoop op een invasie van het Noorden was verloren, en Lee trok zijn leger terug naar Virginia.

Gelukkig voor hem bleek Meade een karaktertrekje van McClellan overgenomen te hebben en hij weigerde de achtervolging in te zetten. Weer was een kans het grootste Zuidelijke leger te vernietigen verloren: de Amerikaanse Burgeroorlog ging door.



Vicksburg valt, Grant wordt bevelhebber



Lincoln ging ondertussen door met de laatste fase van zijn plan het Zuiden in tweëen te splitsen. Generaal Grant was in het westen Vicksburg sinds mei 1863 aan het belegeren, en accepteerde op 4 juli, de dag na de Noordelijke overwinning in de Slag bij Gettysburg, de onvoorwaardelijke overgave van die stad. Nu was het Zuiden definitief in tweëen gedeeld. Na deze slag voor de CSA en die van Gettysburg, begonnen de kansen in de Amerikaanse Burgeroorlog te keren.



Grant's reputatie, die na Shiloh een slag had opgelopen, was met de overwinning bij Vicksburg weer hersteld, en bovendien had hij bewezen dat hij een man was die overwinningen kon en durfde halen - de eerste die Lincoln in twee jaar had gezien. Na een smadelijke Noordelijke nederlaag bij Chickamauga van een andere generaal benoemde Lincoln Grant daarom eind september 1863 tot bevelhebber van de westelijke legers.



Grant reageerde onmiddellijk en stuurde zijn legers naar Chattanooga in zuidelijk Tennessee, waarna hij de stad innam. Hierdoor konden de Unielegers zonder problemen een opmars maken naar het hart van de Confederatie - de staat Georgia. Het jaar 1863 eindigde met meer hoop in het Noorden, en een in het defensief gedrongen, teneergeslagen Zuiden. Een ommekeer in de Amerikaanse Burgeroorlog.



1864: Jaar der vernietiging



Toen Lincoln inzag dat Grant de beste man voor de baan was, de enige die deed wat Lincoln wilde, namelijk agressief uithalen naar het Zuiden en de Amerikaanse Burgeroorlog tot een snel einde brengen, gaf Lincoln hem begin januari 1864 het opperbevel over het Amerikaanse leger. En met de komst van Grant nam de Amerikaanse Burgeroorlog een heel andere wending.



Grant's aanvalsplan



In maart arriveerde Grant in Washington om zijn aanvalsplan aan Lincoln voor te leggen. Alle Noordelijke legers moesten zich op het hart van het Zuiden richten en daar zonder zich te laten tegenhouden naar oprukken, onderwijl alles wat op hun weg lag vernietigend.



Dit was de verschroeide aardetactiek, niet een waarbij het verdedigende leger alles vernietigt terwijl het zich terugtrekt, maar een waarbij het aanvallende leger alles vernietigt terwijl het oprukt om daarmee de wil van de bevolking om oorlog te voeren te breken. Zo wilde Grant de Amerikaanse Burgeroorlog snel beëindigen.



Grant riep hierbij de hulp in van William Tecumseh Sherman, nu bevelhebber van het westelijke Unieleger. Sherman moest met zijn legers naar Atlanta in Georgia oprukken en daarbij het leger van Joseph E. Johnston vernietigen, terwijl Grant achter Lee's Army of Northern Virginia aanging. In mei 1864 trad hun plan in werking.



Het kat-en-muisspel van Lee en Grant



Het plan liep al snel uit in een moordende slag om te zien wie het het langst uithield. Sherman rukte snel op richting Atlanta terwijl Lee in Virginia een kat-en-muis spel speelde met Grant.

Steeds weer achtervolgde Grant de slim terugvallende Lee, en daarbij werden meerdere veldslagen gevochten, o.a. de Battle of the Wilderness (5-6 mei), Spotsylvania (7-19 mei) en Cold Harbor (1-3 juni).



Vooral de slag bij Cold Harbor was een slag in het gezicht van het Noorden. Hoewel Grant de superieure aantallen had, had Lee's leger zich goed ingegraven en kon wachten op de Noordelijke aanval. Vooral hier bleek hoe scheef de verhouding tussen tactiek en technologie zich door de jaren had ontwikkeld; tegenover de moderne snelladers, mitrailleurs en prikkeldraad van de Amerikaanse Burgeroorlog stonden mannen die net als honderden jaren geleden zij aan zij het slagveld opliepen zonder dekking te zoeken.



Het werd een slachting. Van de 60.000 aanvallende Uniesoldaten werden er minstens 6000 binnen acht minuten getroffen, terwijl er geen centimeter winst werd gemaakt.



Daarna weigerden beide zijden toe te geven, zodat de gewonden en doden van de Unie twee dagen lang op het veld bleven liggen. Toen het ziekenhuispersoneel eindelijk het slagveld op mocht vonden ze nog slechts twee overlevenden; de rest van de duizenden gewonden was ofwel gestorven ofwel weggekropen.



Pas bij Petersburg hielden beide vermoeide legers halt en groeven zich in. Toen had Grant de helft van zijn 120.000 man tellend leger verloren, en Lee's leger was van meer dan 60.000 man teruggevallen naar minder dan 40.000. In het Noorden werd Grant een "slachter" genoemd, maar Lincoln wist dat de strategie van Grant de enige was om het Zuiden nog op de knieën te dwingen.



De presidentsverkiezingen van 1864



Het Noorden had nog steeds genoeg mankracht en materieel om de Amerikaanse Burgeroorlog voort te zetten, maar in het Zuiden raakte nu de bronnen uitgeput. Van de 1,2 miljoen blanke mannen tussen de 16 en 50 jaar oud in de Confederatie had ongeveer 90% in het leger gediend, in het Noorden lag dat percentage pas op 40%. Bovendien waren vele industriële productiefaciliteiten stilgevallen, ofwel door vernietiging, ofwel simpelweg doordat er geen grondstoffen meer waren. De zeeblokkade van Lincoln had het Zuiden arm gemaakt.



De enige hoop voor het Zuiden op onafhankelijkheid (en winst in de Amerikaanse Burgeroorlog) lag bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het Noorden, die in 1864 weer plaatsvonden. Lincoln was wederom kandidaat voor de Republikeinen, maar de Democraten hadden McClellan als kandidaat.

Hun verkiezingsstrategie was gebaseerd op snelle vrede door onderhandelingen met het Zuiden, misschien zelfs als dat Zuidelijke onafhankelijkheid betekende.



Lincoln was bang dat McClellan zou winnen omdat Grant met steun van de huidige president zoveel lijden en verdriet veroorzaakte, maar die angst was ongegrond. Zeker toen Sherman begin september meldde dat hij Atlanta had ingenomen ondanks zware tegenstand, wist de Noordelijke bevolking dat de Amerikaanse Burgeroorlog nog slechts een kwestie van tijd was. Ze stemden in grote aantallen op Lincoln, die met 55% van de stemmen en 212 van de 233 kiesmannen makkelijk won. De Amerikaanse Burgeroorlog ging door.



Sherman's mars naar Atlanta - en verder



De veldtocht van Sherman dwars door de Confederatie veroorzaakte veel Zuidelijk lijden, maar moest wel doorgezet worden. Niet alleen kon hij zo de wil van het Zuiden breken om door te vechten, hij vernietigde ook alles wat voor de oorlog ingezet kon worden. Na de inname van Atlanta trok Sherman daarom richting het noorden, naar Savannah in Georgia en daarna in de richting van Grant's leger.



Tegen december 1864 hadden zijn troepen een 60 mijl breed spoor van vernietiging door Georgia getrokken en stonden ze op het punt South Carolina in te trekken, de staat die zich als eerste had afgescheiden van de Unie. De Confederatie stond op instorten, maar gaf zich nog niet gewonnen - de Amerikaanse Burgeroorlog was nog niet voorbij.



1865: Het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog



Het Zuidelijke leger valt uiteen



In januari 1865 trok het leger van Sherman South Carolina binnen en vernietigde alles wat op zijn pad kwam. Volgens velen was South Carolina de aanstichter van het bloedbad dat vanaf 1861 had plaatsgevonden, de aanstichter van de Amerikaanse Burgeroorlog, en dus was het nu ook die staat die zou bloeden voor wat het had gedaan.



Duizenden Geconfedereerden van Lee's leger deserteerden toen ze hoorden wat er in South Carolina gebeurden. Ze hadden altijd in hun zaak geloofd, maar de realiteit was hard.

Er waren nauwelijks wapens meer, bijna geen enkele soldaat had sinds maanden schoenen aan gehad, en hun uniformen waren niet langer grijs maar bruin, gemaakt van wat de soldaten onderweg aan kleding hadden kunnen vinden. Ze heetten dan ook "butternuts".



De afschaffing van de slavernij



Op 31 januari 1865 nam de Senaat van de VS het dertiende Amendement op de Constitutie aan, waarin de slavernij in de gehele VS officieel werd afgeschaft. De volgende dag werd in de Supreme Court een advocaat uit Masschusetts, John Rock, tot hoogrechter geaccepteerd door Salmon P. Chase, de opvolger van Roger Taney. Taney had in 1857 in de Dred Scott zaak gezegd dat zwarten geen burgerrechten hadden en dit recht nooit konden verwerven; John Rock was een advocaat, tandarts en dokter, sprak Duits en Frans - en hij was zwarte.



In maart bestond de eens zo trotse Army of Northern Virginia van Lee, die nu opperbevelhebber van de restanten van het Geconfedereerde leger was, uit nog slechts 35.000 man, vechtend tegen een Noordelijke overmacht van 115.000 man. De situatie was uitzichtloos, en Lee gaf opdracht vanuit Petersburg naar het westen terug te trekken.



Daarnaast vroeg Lee om iets dat inging tegen alles waar het Zuiden voor had gestaan, zwarte slaven als soldaten. Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog zouden slaven die meevochten met de Confederatie dan vrijgelaten worden, stelde Lee. In de Geconfedereerde Senaat werd hard gedebatteerd, maar zonder hulp van de zwarten zou het Zuiden sowieso verloren zijn.

Op 13 maart accepteerde de Senaat Lee's voorstel - de ultieme vernedering voor het hele Zuiden. Zwarte slaven moesten de Confederatie, die gevochten had om de slavernij in stand te houden, redden van een zekere ondergang en zouden daarna vrijgelaten worden. Slavernij was hoe dan ook gedoemd te sterven.



Richmond valt



Op 26 maart viel Richmond, de hoofdstad van de Confederatie; de avond ervoor was Jefferson Davis en het restant van zijn kabinet per trein 200 kilometer naar het zuiden vertrokken. Twee weken later, op 6 april, viel het steeds groter wordende leger van Grant het steeds kleiner wordende, terugtrekkende leger van Lee aan bij Sayler's Creek. Grant had inmiddels 125.000 man; na de slag bij Sayler's Creek had Lee er minder dan 18.000.



Op 8 april pleegde Lee overleg met zijn resterende bevelhebbers, die soms niet meer dan 10 man per "brigade" hadden. In de ochtend, zo stelde hij, zou een laatste aanval plaatsvinden om te proberen weg te komen uit cirkel die de Unietroepen rondom Lee's uiteenvallende leger hadden gelegd. Nadat hij een kleine bres had geslagen zag hij vanaf een heuvel tienduizenden verse Unietroepen op hem afkomen - en wist dat het afgelopen was.



Lee geeft zich over



Vlak voor het middaguur stuurde Lee een boodschapper met een witte vlag naar Grant's hoofdkwartier; bij het kleine plaatsje Appomattox gaf Lee zich over. Ook de Zuidelijke troepen in de rest van het land gaven zich over na Lee's capitulatie, en de slaven die men in had willen zetten zouden nooit in actie komen. De Amerikaanse Burgeroorlog was voorbij.



Op 14 april 1865 ging Generaal-majoor Robert Anderson terug naar Fort Sumter en liet dezelfde vlag over het fort wapperen die hij exact 4 jaar geleden naar beneden had moeten halen na de eerste beschietingen van de Amerikaanse Burgeroorlog. Enkele uren later schoot een Zuidelijke sympathisant, John Wilkes Booth, Abraham Lincoln neer terwijl deze naar een theaterstuk in Washington zat te kijken. Lincoln stierf de volgende dag op 56-jarige leeftijd, op de dag af 4 jaar nadat hij de staat van rebellie had uitgeroepen.



De strijd om de naam van de Amerikaanse Burgeroorlog



De Zuidelijke sentimenten komen onder andere tot uiting in de naam van de Amerikaanse Burgeroorlog, die in het Noorden gewoon de "American Civil War" (Amerikaanse Burgeroorlog) genoemd wordt, maar in het Zuiden "War Between the States" (Oorlog tussen de Staten) heet, een verwijzing naar de rechten van de 50 staten die de Verenigde Staten vormen.



In het Noorden werd voornamelijk de landelijke regering gesteund tijdens de Burgeroorlog, in het Zuiden voornamelijk de rechten van de onafhankelijke staten. Daar was de Amerikaanse Burgeroorlog immers om begonnen: "state's rights", het recht van de onafhankelijke staten hun eigen wetten op te zetten; in het geval van de Amerikaanse Burgeroorlog het recht om slavernij te legaliseren in een staat.



Dat er toch een centrale regering in Richmond kwam was meer uit noodzakelijkheid dan wat anders. De staten van de Confederatie konden zonder overkoepelende regering immers geen vuist maken tegen het Noorden. Sterker nog, zonder overkoepelende regering zou er nooit een Confederatie geweest zijn.



De benaming van de veldslagen



Uit pure afkeer van de dominantie van de rol van het Noorden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog houden veel Zuiderlingen ook vandaag de dag nog vast aan alternatieve namen van de veldslagen. Deze benamingen dateren nog uit de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog, toen de Confederatie en de Unie beide eigen namen aan de veldslagen gaven.



Na de Amerikaanse Burgeroorlog kregen de Noordelijke benamingen de overhand, maar die zijn door nog steeds rebellerende Zuiderlingen eenvoudig hernoemd in de benamingen die het Zuiden de slagen destijds gaf. Zo heet de Battle of Bull Run in het Zuiden de Battle of Manassas en heet de Battle of Antietam in het Zuiden de Battle of Sharpsburg. Dit is inmiddels zover ingeburgerd dat alle geschiedenisboeken beide namen hanteren.



Conclusie: De Amerikaanse Burgeroorlog in de VS van vandaag



De Amerikaanse Burgeroorlog definieerde de VS zoals we vandaag zien meer dan enige andere gebeurtenis in de 500-jarige geschiedenis van het land. De kwestie van de slavernij en de rechten van de staten verdeelden het land diep, waardoor uiteindelijk 600.000 mensen hun leven verloren; in 1865, na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, betekende dat dat twee procent van de bevolking, ofwel 1 op elke 50 Amerikanen, omgekomen was.



Een slachting van deze orde zou tot de Eerste Wereldoorlog niet meer geëvenaard worden, en Amerika zelf zou nooit meer zoveel mensen verliezen aan een oorlog. Zelfs als de slachtoffers van alle oorlogen waarin de VS tussen 1865 en nu meedeed bij elkaar opgeteld worden, komt het slachtofferaantal niet in de buurt van dat van de Amerikaanse Burgeroorlog.



De verdeling van het land zoals die ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog bestond is er niet meer, maar de spanningen tussen Noord en Zuid zijn nooit helemaal verdwenen. Nog steeds hebben de zwarten hun plaats in de samenleving niet gevonden, velen onder hen wonen nog steeds in achterstandswijken. In het Zuiden ging lange tijd de huizenprijs in een woonwijk naar beneden als er zwarten in die wijk kwamen wonen, en niet zelden trokken alle blanken geleidelijk uit zo'n wijk weg als zich er meerdere zwarte gezinnen vestigden.



Veel Zuiderlingen hebben het de Noorderlingen nooit vergeven op welke manier ze de Confederatie aanpakten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Sommigen zien 'hun' Zuiden daarom nog steeds als een natie met een eigen cultuur binnen de Verenigde Staten. Religieus fanatisme en conservatisme vieren vooral in het diepe Zuiden nog steeds hoogtij, liberalisme is bijna een scheldwoord.



Sommige mensen uit het Zuiden zijn nog steeds overtuigd van hun superioriteit en geloven net als tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dat God hen zal steunen in een heilige zaak. Gesloten, kleine gemeenschappen leven er in relatieve afzondering en verzetten zich met hand en tand tegen initiatieven van de overheid. Zwarten, homofielen, en niet-kerkelijken hebben het in die gebieden niet makkelijk.



Antwoord op de deelvragen:



1. De slavernij heeft in de Burgeroorlog een grote rol gespeeld, want mede hierdoor is de Burgeroorlog ontstaan. De slavernij zorgde voor vele tegenstellingen tussen Noord en Zuid waardoor er conflicten ontstonden. Het katholieke Zuiden was voor slavernij en het protestantse Noorden was tegen. Zij vonden dat et in strijd was met de grondwet en zo ontstonden er dus ook politieke verschillen tussen Noord en Zuid. Mede door deze verschillende meningen viel de VS uit elkaar en ontstond de Burgeroorlog.



2. Nadat Lincoln was gekozen tot president hield het Zuiden het niet meer. Dit was de druppel. Dit omdat Lincoln bekend stond als antislavernij, en het was duidelijk dat het Zuiden het hier niet mee eens was. Je kunt dus wel stellen dat de verkiezing van Lincoln als president de aanleiding was van de Burgeroorlog. Want vlak na de verkiezing van Loncoln, begon de ene na de andere Zuidelijke staat zich af te scheidden en zij verenigden zich en kozen ook een eigen president. Niet veel later was het begin van de Burgeroorlog een feit.



3. Voor het Zuiden heeft de briljante strateeg Robert Lee gestreden. Hij heeft tot het laatst toe met veel strategisch inzicht gestreden. Maar de overmacht werd hem op een gegeven moment teveel.

Verder was er voor het Zuiden nog een briljant tacticus, genaamd Generaal "Stonewall" Jackson. Hij was de rechterhand van Lee en stierf tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.

Voor het Noorden waren er aanzienlijk meer problemen met de aanvalsleiders. Daar waar het Zuiden sterke en strategisch goede aanvalsleiders had, was het Noorden zwak. Daar stond wel tegenover dat het Noorden een groter en beter leger had.

Allereerst was er Generaal George B. McClellan. Deze generaal had al vroegtijdig een einde kunnen maken aan de Civil War, maar was telkens te traag en werd daarom ook door Lincoln ontslagen.

Verder was er voor het Noorden de generaal Ulysses S. Grant. Deze generaal had een slag opgelopen na de gevechten bij Shiloh, maar werd na het ontslaan van McClellan opgeroepen tot opperbevelhebber van de Noordelijke troepen. Dit is ook de generaal die snel een eind heeft gemaakt aan de Civil War. Hij was dan ook erg bepalend voor het Noorden. Zonder hem zou het Noorden het nog moeilijk gehad hebben. Dit waren de belangrijkste aanvalsleiders voor beide partijen.

Verder waren er nog Jefferson Davis, de president van de CSA gedurende de oorlog, die ook een aandeel had in sommige bepalende beslissingen net zoals Lincoln.

En dan waren er nog wat minder belangrijke aanvalsleiders zoals Beauregard voor het Zuiden, hij was de held van Fort Sumter en speelde een grote rol bij de slag om Bull Run. Ook had je generaal Pickett, die ook een rol speelde bij de slag om Gettysburg.

Voor het Noorden had je nog George Meade, die de slag om Gettysburg leidde, generaal Burnside die de leider was van de Army of the Potomac bij de aanval op Fredericksburg in Virginia, waar ook weer verloren werd.

Als laatste had je generaal Sherman, die de slag om Atlanta had gewonnen voor het Noorden.

Er zijn nog wel meer namen, maar die speelden een te kleine rol van betekenis en zijn dus ook niet de moeite waard om nu te vermelden.



4. Nadat de Burgeroorlog was afgelopen, veranderden er veel dingen als gevolg van deze oorlog. Allereerst was er de afschaffing van de slavernij, Lincoln had nu eindelijk bereikt wat hij wilde. Echter, vlak na het einde van de oorlog werd Lincoln neergestoken door een Zuidelijke sympathisant en hij zou nu helaas niet meer meemaken wat hij teweeg had gebracht.

Ook de politieke gevolgen van de Burgeroorlog waren enorm, zo stemde tot diep in de 20e eeuw het hele Zuiden rotsvast democratisch. Dat was in de eerste plaats bedoeld als straf voor de Republikeinen, die hun de slavernij hadden afgenomen. De laatste jaren is dit inmiddels niet meer, maar het laat wel zien wat voor invloed de Burgeroorlog gehad heeft op de bevolking.

Er zijn nu nog steeds kleine conflicten tussen Noord en Zuid. Dit in de vorm van de benamingen van de veldslagen, de oorlog zelf en dergelijke. Dit laat wederom zien wat de Burgeroorlog gedaan heeft me de bevolking van de VS.



Wat wij van het werkstuk vonden



In eerste instantie ondervonden we veel problemen met het oorspronkelijke onderwerp, de onafhankelijkheidsoorlog, en vonden we het dus op dat moment niet zo leuk om te maken. Dit kwam doordat er erg weinig goede informatie te vinden was over het onderwerp en we zo nooit 6 á 7 pagina’s lesstof per persoon vol zouden krijgen.



Toen we een ander onderwerp kozen, De Burgeroorlog, kregen we weer wat plezier in het maken van het werkstuk. Dit omdat over de Burgeroorlog voldoende informatie te vinden was. Wat wel opviel was dat de informatie overal een beetje een eigen wending kreeg, het werd dus steeds anders beschreven. Hierdoor werd het voor ons wel wat moeilijker, maar uiteindelijk is alles gelukt.



Kortom, we vonden het erg leuk om deze opdracht te maken en hebben er ook weer een stukje geschiedenis bijgeleerd.



Bronnenlijst



- www.nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina, dit is een online encyclopedie waar je allerlei informatie kan vinden.

- www.google.nl, hier vonden we allerlei sites, de precieze namen weten we niet meer. Ook hebben we hier de plaatjes vanaf gehaald.

- www.amerika.pagina.nl, dit is een linkpagina naar allerlei sites die met Amerika te maken hebben.

- Het geschiedenis boek, omdat we in het boek dit onderwerp al behandeld hadden, hebben we het nog eens doorgelezen zodat we misschien wat extra’s konden gebruiken.

- De bibliotheek, hier konden we echter bar weinig vinden. De helft van de boeken was niet eens aanwezig en bovendien hadden we geen pasje dus als we al een goed boek hadden gevonden moesten we in de bieb zelf alle informatie eruit halen. De informatie uit de boeken komt trouwens toch wel redelijk overeen met de informatie van het internet dus dat heeft niet zoveel uitgemaakt.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.