Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

De brief

Beoordeling 3.7
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • Klas onbekend | 1840 woorden
  • 6 november 2003
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.7
  • 17 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
De brief

Het begon allemaal toen James Henderson na een lange nacht van zijn werk thuis kwam.
Hij opende de voordeur en wandelde zijn woonkamer binnen toen er plots aan de deur werd geklopt.
James zei: “Wie zou dat nu kunnen zijn?”. Hij opende de deur.
Verbaasd keek hij rond, want er was niemand te bespeuren… alleen een brief die op de grond lag.
Hij nam de brief verbaasd in zijn handen en vroeg zich af wie hem daar had gelegd en vooral waarom.
Toen hij eenmaal terug in zijn woonkamer was, zette hij zich aan tafel en bestudeerde de brief aandachtig.

Wie weet wat zat erin?
En waarom was degene die de brief daar had gelegd spoorloos verdwenen??
Na lang nadenken opende hij de brief. Hij was enorm nieuwsgierig naar de inhoud ervan, maar opende hem toch heel voorzichtig.
Toen de envelop geopend was, haalde hij de brief eruit.
Hij dacht in zichzelf: “Dit handschrift ken ik, maar…?”. De woorden bleven in zijn keel zitten.
Hij begon te lezen en plots liet hij de brief uit zijn handen vallen.
Met bevende handen veegde hij het zweet van zijn voorhoofd af.
Hij wist nu van wie hij de brief had gekregen.
De brief werd geschreven door zijn vrouw Mary maar die was drie jaar geleden overleden tijdens een auto-ongeluk.
James zat toen achter het stuur. Ze waren op weg naar hun lievelingsstadje om er een weekend door te brengen.
Het stadje heette Silent Hill.

De stad waar ze elkaar hadden leren kennen.
In de brief vraagt ze aan hem om terug te keren naar hun stadje, waar ze nooit zijn aangekomen om haar te komen zoeken op hun speciale plekje in de stad, maar James dacht in zichzelf: “Dit kan niet, dit is onmogelijk, ze is dood, begraven hoe kan ze nu die brief geschreven hebben??? Is dit een grap van iemand, of ben ik gek aan het worden?!”. Terwijl de tranen over zijn wangen rolden, dacht hij diep na of hij naar Silent Hill zou gaan of niet.
Hij heeft haar dood nooit kunnen verwerken en dit gaf hem op een vreemde wijze een soort van hoop. Hoop dat ze nog zou leven. Maar hij wist dat zoiets totaal onmogelijk zou zijn.
Ze was dood en daarmee uit.
Maar wat betekende deze brief dan?
“Ik kan dit toch niet zomaar negeren?” zei hij.
“Wat als ze het echt is, wat als Mary nog leeft?”.
Hij besloot om naar Silent Hill te gaan. Hij nam wat kleren mee en het nodige voor de reis, want het duurde toch wel twee dagen voor hij er zou zijn met de auto.
Onderweg naar Silent Hill spookte Mary heel de tijd door zijn hoofd.
En wat was hun speciale plekje dan??
Onder de lindeboom in het park, het cafeetje waar ze elkaar leerden kennen of misschien het kleine hotel waar ze hun eerste nacht samen hadden doorgebracht?
Hij wist het niet, heel de stad was hun speciale plekje.

Na twee dagen en één nacht rijden kwam hij helemaal vermoeid en verward aan in het stadje.
Er was iets vreemds aan het stadje.
Het was niet meer hetzelfde.
En het rare was dat er helemaal niemand te bespeuren viel. Er hing enkel een dikke laag mist over de straten van Silent Hill.
Hoe dieper hij de stad in reed, hoe dikker de mist werd.
James besloot om eens een kijkje te gaan nemen in het cafeetje waar hij Mary leerde kennen.
Toen hij daar aankwam, had hij nog altijd niemand gezien, zelfs geen geparkeerde auto.
Enkel de mist waar geen einde aan bleek te komen.
De stad leek een soort spookstad te zijn geworden.
Hij opende zijn portier en stapte uit.
Hij keek om zich heen en wandelde naar de ingang van het cafeetje.
Toen hij de deur opende, zag hij dat het cafeetje ook helemaal leeg was, er stond zelfs niemand achter de toog.
Het enige dat hij kon bespeuren was een radio op een tafel die dan ook nog eens kapot leek te zijn.
Opeens begon de radio een vreemd geluid te maken.
Het klonk als geruis, een heel luid geruis.
Plots stopte het geruis. “Vreemd.”, dacht hij in zichzelf.
Hij nam de radio in zijn handen en stak hem in z’n zak. “Je weet maar nooit waarvoor die kan dienen.”, zei hij.
Hij ging naar buiten en stapte terug in zijn auto. Hij was op weg naar het park, toen opeens een schim voor zijn auto opsprong.
Zijn auto slipte weg toen hij remde en knalde tegen een boom.
Versuft stapte hij uit en keek naar de plek waar hij de schim zag.
Hij keek om zich heen en zag dat hij los het park in was gereden en ver weg van de baan was geslipt.
Opeens hoorde hij geschreeuw.
Het geschreeuw leek op een vrouwenstem, een vrouwenstem die zijn naam riep.
Het kwam vanuit het meer, dat dacht hij toch.
Hij liep in de richting van het meer. Hij kende zijn weg in het park, want hij was er zoveel keer geweest met Mary.
Toen hij aan het meer aankwam zag hij een klein bootje, opeens herinnerde hij zich dat hij ooit met Mary dat bootje had genomen om op het meer te varen en dat ze toen naar een klein eilandje zijn gevaren in het midden van het meer.
Misschien bedoelde ze die speciale plek?
Zonder ook maar een moment te twijfelen stapte hij in het bootje en begon te roeien doorheen de dikke mist die nog steeds niet was opgetrokken.
Toen hij het eilandje in zicht had leek het erop dag hij iemand zag staan.
Het was helemaal niet duidelijk, maar het leek alsof iemand gebukt op de grond zat.
Hij begon sneller te roeien en toen hij aan het eilandje aankwam zag hij hoe een vrouw op de grond zat met haar rug naar hem toegekeerd.
Hij kwam voorzichtig dichterbij en opeens begon de radio die hij mee had genomen uit het cafeetje weer dat rare geruis te maken.
Hij nam de radio in zijn hand en wilde de volumeknop uitzetten zodat het geruis zou ophouden, maar het lukte niet.
Opeens keek hij heel verbaasd, terwijl de vrouw nog altijd op dezelfde plek zat.
Hij zette de radio tegen zijn oor en luisterde aandachtig.
Tussen het geruis hoorde hij een stem, de stem van Mary.
De stem fluisterde iets onverstaanbaar.
Maar toen hij de volumeknop op maximaal zette, hoorde hij duidelijk wat de stem zei.
“James, ga niet naar het park, blijf weg uit het park!!” fluisterde de stem.
Geschrokken liet hij de radio vallen en zag dat de vrouw die op de grond zat zich opeens recht zette.
Ze stond recht en draaide zich om.
“Daar ben je dan eindelijk.” siste de stem.
“Wie ben jij?” vroeg James.
“Wie of wat ik ben maakt niet uit, wat wel uitmaakt is dat jij nu hier bent.”
“Ben jij degene die me die brief heeft gestuurd?”
“Ja”
“Waarom? En hoe weet jij van Mary, en waarom hoor ik haar stem in deze radio??”
“Je bent zo blind geweest, zonder dat je het wist wilde Mary je contacteren via die radio.”
“Dus het is echt Mary’s stem die ik hoor?”
“Ja, het is Mary, ze wilde je waarschuwen voor deze plek, de plek waar jij nu staat, maar je hebt haar gewoon genegeerd.”
“Waarom wilde ze me waarschuwen voor deze plek?”
“Omdat deze plek je dood zal worden.”
“Mijn dood?”
De vrouw kwam dichter en dichter naar James toe.
Toen hij dit zag werd hij overvallen door een immense angst, hij wilde vluchten naar het bootje, maar hoe dichter hij naar de rand van het eilandje kwam hoe verder de boot zich verplaatste van de oever.
Hij voelde een ijskoude hand op zijn schouder en hij slaakte een gil.
“Je tijd is gekomen.”
“Maar waarom?” smeekte James, “En wie ben jij?”
“Ik ben de geest van een vrouw die hier werd achtergelaten om te sterven.”
“Ik kon niet van dit vervloekte eiland af, want ik was vastgeketend.”
“Waarom heb je mij dan naar hier laten komen?”
“Omdat ik alleen van dit eiland af kan geraken als ik het lichaam van een levende overneem, door mijn ziel in zijn lichaam te brengen.”
“Ik kan niet tegen het water, ik haat het water!”
“Het heeft me al die tijd hier gevangen gehouden.”
“En nu word ik terug vrij.”
De vrouw veranderde opeens in een doorzichtige geest die zich in zijn lichaam wou storten.”
James wist dat hij hier niets tegen kon doen en gaf zich gewoon over aan zijn angst.
Opeens hoorde hij weer de stem uit de radio.
“James” galmde het door de luidspreker van de radio en opeens begon de radio te trillen.
James had zich naar het andere uiteinde van het eilandje begeven om te proberen vluchten van de schim en op het moment dat die zijn richting terug uitkwam sprong de radio kapot en er kwam eerst rook uit maar toen zag hij een witte schim uit de radio komen.
Verbaasd keek hij naar de schim en hij had zelfs niet gezien dat de geest van de vrouw maar op enkele meters van hem verwijderd was.
Toen de geest van de vrouw zich op hem wou storten, verscheen de witte schim recht voor hem.
De schimmen leken in elkaar verwikkeld te raken en opeens hoorde hij een stem zeggen: “James ga hier weg, nu!” Het was de stem van Mary. (Mary was de witte schim) Ze hield de geest van de vrouw tegen zodat James zou kunnen vluchten.
Maar James vluchtte niet.
Hij had Mary gevonden en was niet van plan om haar zomaar te verlaten.
Mary wist dat de geest van de vrouw niet tegen het water kon, dus deed ze alles om haar in het water te krijgen.
Opeens merkte James dat de mist was opgetrokken en dat de zon doorkwam.
Dit bleek nog een zwak punt van de geest te zijn, want toen de eerste zonnestralen haar raakten, schreeuwde ze het uit van de pijn.
Op dat moment was de vrouw geen geest meer maar werd haar lichaam zichtbaar.
Maar het leek erop dat ze de schim van Mary had overmeesterd en op het moment dat de schim leek te laten verdwijnen, kwam James haar te hulp en duwde de vrouw in het water.
De vrouw schreeuwde het uit.
Maar tevergeefs, ze smolt helemaal weg in het water.
Toen er niets meer overbleef van de vrouw kwam de schim naar James toe.
Op dat moment voelde James een zachte streling over z’n gezicht en hij dacht zelfs iets te voelen op zijn lippen.
Misschien was het een afscheidskus die hij van Mary kreeg of misschien was het gewoon de wind.
Het enige dat voor hem telde was dat hij het overleefd had en dat hij voor een laatste keer Mary had gezien, al was het maar haar schim. Dit was genoeg voor hem.
Voordat de schim helemaal verdween, hoorde James nog eventjes Mary’s stem en de stem zei: “Vaarwel”.

EINDE

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.