Wie of wat ben ik?

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • 5e klas vwo | 1559 woorden
  • 21 februari 2005
  • 75 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 75 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Wie of wat ben ik?

Met deze vraag houden vele mensen op deze wereld zich bezig, in het speciaal filosofen. Natuurlijk op het moment ook alle leerlingen van 5 vwo, die filosofie hebben. Maar dat even terzijde. Goed dan weer verder met de kwestie. Als je over de vraag “wat ben ik?” na gaat denken, kun je tot veel verschillende conclusies komen, die eigenlijk allemaal juist kunnen zijn, omdat we de waarheid niet weten. En waarschijnlijk komen we daar ook nooit achter. Op het eerst gezicht zou je zeggen dat als je naar het uiterlijk van een mens kijkt, dat we “gewoon” van vlees en bloed zijn. Maar wat is dan weer gewoon? Dat is het nu juist, wij vinden het gewoon, omdat we niet beter weten. Als we kennis hadden gemaakt met andere, net zo intelligente, levensvormen, dan zouden we heel anders tegen de mens aankijken veronderstel ik. Stel nu dat er wezen rondlopen, net zo intelligent als ons, alleen bestaan ze niet uit vlees en bloed, maar uit boomschors en hars. Dit is met een beetje fantasie best voor te stellen, maar geloven doe je het toch niet. Waarom niet? Omdat wij mensen best egoïstisch zijn aangelegd. Kijk wij denken wel dat er andere wezen op andere planeten kunnen zijn, maar deze moeten wel persé zuurstof, water en dergelijke gebruiken. Wie zegt dat deze wezens dat nodig hebben, wie bepaalt dat? Voor hetzelfde geld, leven deze wezens van geheel onbekende stoffen, die door ons mensen nog niet ontdekt zijn en misschien wel nooit ontdekt worden. Misschien zijn deze wezens wel zo hoogbegaafd, dat hun techniek al veel verder is dan de onze en hebben ze ons al ontdekt, misschien lopen ze hier wel al op aarde rond. Maar herkennen wij hun niet, omdat ze andere gedaante aan kunnen nemen. Ze kunnen ons bespieden, misleiden en zelfs aanvallen, zonder dat wij het merken. En als we er dan eindelijk achter komen, dat er iets aan de hand is, is het te laat. Wij mensen moeten verder kijken dan onze neus lang is en veel speculeren en filosoferen. Dan leer je anders tegen de wereld aan kijken en sta je open voor vreemde dingen en wezens. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat deze wezens al eeuwen geleden, ons ontdekt hebben, dat ze ons niet interessant genoeg vonden en dat ze zich daarom nooit meer hebben laten zien. Als je nog veel verder gaat graven in je gedachten, je laat je fantasie te vrije loop. Waarom zou het dan niet kunnen, dat wij een soort bacterie zijn? Ik bedoel weten wij veel, ik denk tenminste niet dat bacteriën zelf weten wat ze zijn. Misschien leven wij dus wel op wat voor ons de aarde is, maar is deze bol wel een soort van tennisbal, appel of elk ander rond voorwerp. Misschien zijn we wel een onderdeel van een veel grotere samenleving, een samenleving die ons ook ziet als bacteriën, als kabouters wellicht. Maar hoe kan het dan dat er raketten naar de maan kunnen vliegen, dat ze een heelal, met miljoenen sterren. Wie weet zijn dat wel kleine steden in de verte of zijn dat vuurvliegjes. Waarschijnlijk komen we daar de eerste tijd nog niet achter. Mensen in de toekomst zullen steeds intelligenter zijn en steeds meer gebruik kunnen maken van de techniek, daar kunnen we nog ver mee komen. Het kan ook zo zijn dat wij eigenlijk alleen in een doodskist liggen, deze doodskist is ons lichaam, onze ziel zit erin gevangen. Wij weten zelf niet dat we gevangen zitten, want ons lichaam manipuleert ons op de juiste manier. We zijn blij dat we leven, denken we, want wie zegt dat we leven? We kunnen alles doen, onze lichamen, de doodskisten dus, hebben een bijna perfecte wereld gecreëerd. Deze is dan weer gecreëerd door grootmachten, duistere machten waar wij niks van afweten, die ons lichaam beheersen, onze ziel in bedwang houden. Ze zorgen dat wij niks in de gaten hebben, dat we alles beleven als in een echte wereld, terwijl het eigenlijk een droomwereld is. Onze doodskisten staan in een heel groot pakhuis, zij aan zij, rij na rij. Er staan wel miljoenen, wat zeg ik wel miljarden, doodskisten. Elk met een gevangene in zich. Geen een gevangen die zich verzet, niemand weet van zijn lot. Maar de doodskisten bestaan niet voor eeuwig, als deze open gaan, sterft het lichaam dat we nu zien. Onze geest is bevrijdt, we kunnen dan gaan en staan waar we willen. We bevinden ons dan in een wonderschone wereld, zonder zorgen en verdriet, waar we alleen maar geluk en vreugde kennen. Met voedsel in overvloed, met mensen die liefde geven en ontvangen. Maar van dit alles weten we nu nog niks af, maar ooit zal er een tijd aanbreken, dat ook ik naar het paradijs vertrek. Soms komt het wel eens voor dat een kist zwaar beschadigd is, half geopend is of iets in die richting, dit betekent dat de ziel vrij wil zijn, maar het lichaam hem niet laat gaan. De ziel voert een strijd tegen een ziekte, tegen de dood. Terwijl de dood eigenlijk de uitweg voor ons is, maar omdat we niet beter weten, vechten we er ook nog tegen. Hoe intelligent zijn mensen dan nog? Toch mag je hier eigenlijk geen twijfel in betrekken, omdat we gewoon niet beter weten, kunnen we ook niet beter handelen. Zo kun je heel veel dingen bedenken, over wat we zijn, wat ik ben, wat ik nu eigenlijk voorstel. Het kan ook zijn dat ik, dat wij, een computer animatie zijn. Dat we leven in een computerspelletje. Dat we worden bestuurd door, stel je voor, een kind van 6 jaar. Dat daardoor natuurrampen ontstaan en oorlogen uitbreken. Zou het daarom zijn dat er soms onverklaarbare dingen gebeuren? Dingen die wij niet kunnen begrijpen, omdat we niet weten waar het vanaf komt. We worden bestuurd, zo gauw de gebruiker ophoudt met spelen, zijn we dood. Telkens als hij weer begint, wordt er een nieuw leven geschept. Miljarden mensen van een andere planeet spelen met ons. Ze laten ons geboren worden, leven en dan weer sterven. Telkens weer opnieuw, dag na dag, nacht na nacht. Zullen ze er nooit moe van worden? Stoppen met dit spelletje spelen en onze wereld laten ophouden te bestaan, wie weet in de verre toekomst gebeurt dit ooit nog eens. Maar daar zullen wij niks van merken, want wij zijn computer animaties. Hoe het kan dat wij dan zo lang leven, omdat onze tijd veel sneller gaat dan onze computerfreaks. Zij leven in een wereld, waar de tijd vele malen langzamer voorbij gaat dan in onze wereld. Speelt iemand heel lang een spelletje met ons, dan wordt deze “gelukkige” misschien wel 100 jaar oud. Andere die maar kort spelen, zorgen er voor dat baby’s en jonge kinderen sterven. Je snapt mijn punt wel, we kunnen gewoonweg niet weten, in wat voor wereld we ons precies bevinden, omdat dat gewoon buiten onze grenzen gaat. We weten niet wat we ermee aan moeten of wat we ervan moeten geloven. En als we er achterkomen dan zijn we simpelweg dood, gestorven, met andere woorden niet meer op aarde. Goed nu ben ik een beetje ingegaan op de vraag “Wat ben ik?” Maar nog niet op de vraag “Wie ben ik?”. Ik denk eigenlijk dat deze vragen veel overeenkomsten hebben. Want zolang je niet weet wat je bent, kun je ook niet weten wie je bent. Maar als je niet weet wie je bent, kun je eigenlijk ook niet weten wat je bent. Conclusie, je weet het gewoonweg niet. Je kunt ook wel antwoorden bedenken op de vraag “wie ben ik?”, als je maar creatief bent. Ik kunt een brandweerman, lerares, bouwvakker, manager en nog zoveel andere dingen zijn. Maar dit zijn dingen die je later hebt ontwikkeld, bepaalde vaardigheden die je hebt aangeleerd. De ene makkelijker dan de andere. Maar het zegt eigenlijk niks over wie je bent, maar over wat je uitvoert, om heel primitief gezegd, te overleven. Om weer terug te komen op de vraag “wie ben ik?”, eigenlijk kan ik van alles zijn, maar ik ben geen veranderlijke gedaante, in de zin van, dan ben ik een mens, dan een dier of een plant. Maar de ik in mij is ook niet veranderlijk, uiteraard heb ik een karakter met verschillende aspecten. Toch blijven ze een en hetzelfde, ze lijken op elkaar en zijn op elkaar afgestemd. Het is dan ook een patroon van gebeurtenissen, actie en reactie. Toch is elk karakter, elk patroon uniek. Zoveel mensen, zoveel verschillende karakters. Geen een karakter dat exact hetzelfde is. Dat hoeft niet en is zelfs beter, want verschillende karakters vullen elkaar aan, daar waar de ander in gebreke blijft. Karakters kunnen wel veel van elkaar weg hebben, dat komt omdat iedereen uiteindelijk familie van elkaar is, tenminste als je in theorie van Adam en Eva gelooft wel, dan stammen we allemaal van dezelfde personen af, al zul je daar heel ver, wat zeg ik ontzettend mega super ver terug moeten gaan zoeken in je stamboom. Maar om weer terug te komen op het onderwerp. Wie is ik en wat ben ik? Twee vragen die niet zonder elkaar kunnen, ze vullen elkaar aan en scheppen meer duidelijkheid samen dan alleen. Hoewel beide nooit het juiste antwoordt zal kunnen geven…

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.