Inleiding

In Nederland ging het heel goed, veel handel en de mensen verdienden goed hun geld. Er waren ook dingen die niet goed waren, in de Gouden eeuw hadden ze het besef daarvan denk ik nog niet. Nu is het een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Er waren ook goede dingen, de mensen wisten hoe ze hun geld moesten verdienen. Dat gebruiken we nu nog steeds. In die tijd deden ze dat anders, met schepen en in contact met andere landen gingen ze handelen. Nu is dat moeilijker geworden voor Nederland omdat andere landen groter en rijker zijn geworden. Mijn doel is om te bekijken hoe ze leefden in de gouden eeuw en te onderzoeken waarom ze de zwarte bladzijde zwart laten.

Ik heb veel op internet gekeken, op veel sites was alles anders. Dat was wel vervelend. Ik heb wel vijftig filmpjes gezien over de Gouden eeuw. Daar heb ik veel informatie vandaan gehaald.

Handel en de scheepsvaart

In Nederland ging het heel goed met de handel. Nederland was in de Gouden eeuw een rijk land. Dat heeft Nederland met de handel via zee gedaan. Ze gingen met grote zeilschepen op pad naar India en Azië om specerijen, peper, nootmuskaat, foelie, kaneel, porselein, zijde, thee, koffie vandaan te halen. Daar verdienden ze veel geld mee. Ze kochten hun producten in Azië en India, in

Nederland verkochten ze het voor meer geld. Zo maakten ze winst.

En zo kwam in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC ) .200 jaar lang hebben er schepen van de VOC heen en weer gevaren om specerijen te halen. De V.O.C was een vereniging die handelde in het buitenland. De V.O.C leidde de reizen naar de andere landen ok daar te gaan handelen.

De VOC beschikte over 1500 schepen. De VOC heeft bijna zo’n 4800 reizen gemaakt. De meeste schepen kwamen veilig terug. Aan het eind van de 18de eeuw kwam er een eind aan de VOC. De kosten stegen en de inkomsten daalden. Er kwamen concurrenten uit andere landen. En het was echt voorbij toen de Engelsen ook nog eens een oorlog begonnen tegen Nederland. De VOC ging failliet. Het was voorbij met het rijke Nederland.

Uitvindingen en kunst

In de gouden eeuw waren er veel schilders, en er werden veel nieuwe uitvindingen gedaan. De meest bekende in deze tijd is Rembrandt van Rijn. Om precies te zijn Rembrandt Harmenszoon van Rijn. Rembrandt werd in 1606 geboren in Leiden, in een gezin van negen kinderen. Zijn vader was molenaar. Al snel merken ze dat Rembrandt goed kan tekenen. Daarom gaat hij op zijn veertiende in de leer bij een meesterschilder. Al gauw begint hij zijn eigen schildersbedrijf samen met Jan Lievens. Rembrandt schildert anders dan andere mensen in die tijd. In plaats van gewoon een paar mensen te schilderen lette hij heel erg op de gezichtsuitdrukking: boos, verbaasd , blij enz. Rembrandt wil graag naar Amsterdam want daar zijn veel rijke mensen, en dus veel klanten. Hij gaat er heen en krijgt dan zijn eigen atelier. Zijn eerste succes is het schilderij 'De Anatomische les' .

Hij schildert daar een groepje mensen die een dood opengesneden mens aan het onderzoeken zijn. Daarna krijgt hij veel opdrachten. Toen ontmoette hij Saskia van Uylenburgh, en hij trouwt met haar. Zijn beroemdste schilderij is de Nachtwacht. Hij is 363 x 437 cm, dus enorm groot. Eigenlijk heet het schilderij anders namelijk: 'De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren'. maar omdat het zo donker was hebben ze het maar de Nachtwacht genoemd. En dat is ook heel wat korter. 

Er werden ook veel uitvindingen gedaan zoals de telescoop, de microscoop en de slingerklok. Dat waren allemaal belangrijke uitvindingen. Zacharias Janssen, een lenzenslijper uit Middelburg vond tussen 1590 –1600 de telescoop uit. Met dat ding kon je alles 20 keer groter zien. Toen begon de tijd van vele uitvindingen. Degene die de microscoop heeft uitgevonden was de Delftse lakenkoopman Antoni van Leeuwenhoek. Hij had alleen de lagere school gedaan, maar toch lukte het hem om een microscoop te maken waar je iets 500 keer mee kon vergroten. Zo ontdekte hij bacteriën. En de wis- en natuurkundige Christiaan Huygens vond het slingeruurwerk uit. Vanaf toen kon je veel exacter de tijd weten. Dat waren allemaal belangrijke mensen van die tijd.

Hierboven zie je de Nachtwacht. oftewel: 'De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren'.

Stand van de mensen

Er waren aardig wat rijke mensen in de gouden eeuw. Maar nog veel meer armen. De bevolking was verdeeld in verschillende rangen en standen. In welke rang je behoorde, werd al bepaald bij je geboorte. En het was heel moeilijk om één omhoog te gaan. De hoogste van allemaal is adel. Als je daar bij zat was je heel rijk en machtig. Het waren meestal hertogen, prinsen en graven. Om later bij adel te komen is onmogelijk. Je hoorde bij de adel of je hoorde er niet bij. De volgende groep was de gegoede burgerij. In die groep zaten rijke mensen, zoals eigenaren van bedrijven, rijke boeren met veel grond, rijke handelaren enzovoort. Ze waren vaak net zo rijk als de mensen in de eerste groep. Ze waren alleen niet van adel. Daarna kwam de kleine burgerij en dat was een groep mensen die allen een beroep hadden waardoor ze niet rijk werden, maar waar ze genoeg mee verdienden om van te leven. Je kunt bijvoorbeeld denken aan ambachtslieden, onderwijzers, kleine handelaren enz. dat waren mensen die nog een redelijk bestaan hadden. Maar bij de kleine burgerij leefden ze in armoede. 

Ze hadden dan wel een baan maar verdienden heel weinig. het waren meestal Soldaten, matrozen, landarbeiders en mensen die alles met de hand maakten en deden. Ze hadden meestal niet eens genoeg geld om hun gezin te onderhouden. Maar het kon allemaal nog erger. Het allerlaagste waren de mensen die werkloos waren en die werden paupers genoemd. Ze trokken door het hele land op zoek naar een baan. En soms moesten ze zelfs bedelen of stelen om de kost.

Ze hadden dan wel een baan maar verdienden heel weinig. het waren meestal Soldaten, matrozen, landarbeiders en mensen die alles met de hand maakten en deden. Ze hadden meestal niet eens genoeg geld om hun gezin te onderhouden. Maar het kon allemaal nog erger. Het allerlaagste waren de mensen die werkloos waren en die werden paupers genoemd. Ze trokken door het hele land op zoek naar een baan. En soms moesten ze zelfs bedelen of stelen om de kost.

Ziektes

De mensen in de Gouden Eeuw waren minder gezond en hygiënisch als ons en daarom werden ze ook sneller ziek. Als je nu ziek wordt, komt dat (meestal) wel goed. Je gaat gewoon naar de dokter, ook als je iets ernstigs hebt. Je krijgt dan pillen of iets anders. Maar in de Gouden Eeuw hadden ze dat allemaal niet. Ze hadden er ook andere ziektes, zoals Difterie, buiktyfus, vlektyfus, syfilis, cholera en dysenterie. Deze ziektes komen denk ik, niet in Nederland meer voor (denk ik, ik heb er in ieder geval nooit van gehoord). Als je één van die ziektes had in de Gouden Eeuw, kon je in het ziekenhuis terecht. Maar die waren niet zo goed. Je sliep er op stro met heel veel mensen in

een ruimte, die allemaal weer wat anders hadden.  Dus meestal kwam je er zieker vandaan dan je er in kwam. Er zijn wel dokters, maar die zijn heel duur en niet iedereen kan ze betalen. 

Maar als de ziekte minder erg is wordt er een chirurgijn bij gehaald. Die is minder slim, maar weet wel vaak raad, daarom is hij ook minder duur dan een dokter. Als je op een schip werkte was het ook geen pretje, daar kon je de ziekte scheurbuik krijgen door een tekort aan vitamines. Kenmerken waren: een bleke huid, vermoeidheid en kortademigheid, zwellingen en bloedingen van het tandvlees en onderhuidse bloedingen aan de benen. Dat kon je krijgen op een schip en de meeste bemanningsleden overleefden het niet. Dat was een veel voorkomende ziekte aan boord. Er waren ook enge en gevaarlijke ziektes op het land, zoals de pokken. Daar gingen mensen aan dood in die tijd. De eerste verschijnselen waren hoge koorts, misselijkheid, hoofdpijn en rugpijn, daarna verschenen rode vlekjes op het lichaam, die blaasjes werden. Deze ontwikkelen zich tot zwerende zwarte puisten. Er waren er toen nog veel meer. De pest kwam ook voor tijdens de Gouden Eeuw maar dat was veel minder erg dan in de Middeleeuwen.

Slavernij

Nederlanders hebben vroeger gehandeld in slaven. Het is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. De Nederlandse handelaren halen hun slaven vooral uit West-Afrika. Ze kopen ze van Afrikaanse koningen. Vanuit West-Afrika worden de slaven per schip helemaal naar Curacao gebracht. Een vreselijke reis. Op Curacao is een grote slavenmarkt. De gezonde, jonge mannen en vrouwen worden er door de handelaren uitgepikt. Veel slaven gaan dan naar Suriname. Dat was toen een kolonie van Nederland. In Suriname worden de slaven verkocht aan degene die het meeste geld betaalt. De eigenaar doet met de slaaf wat ze willen met de slaaf.

Dit jaar is het 141 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Nederland haalde de slaven vooral uit West-Afrika. De handelaren kochten ze van Afrikaanse mannen die de slaven te koop stelden.

Een gezonde volwassen man of vrouw kostte 100 peso’s. Kinderen kostten ongeveer 40 peso’s en voor een zieke of oude slaaf moest 55 tot 60 peso’s betaald worden. (1 peso is ongeveer 1 euro.)

De slaven gingen met grote schepen naar Amerika, soms duurde zo’n reis wel een half jaar. Veel slaven overleefden de reis niet, ze gingen dood aan ziektes zoals diarree, pokken, tuberculose en scheurbuik (dit is een gebrek aan vitamine C).

In 1621 werd de West-Indische Compagnie opgericht, speciaal voor de handel met de Nederlandse kolonies in Amerika. De WIC handelde in suiker, koffie en tabak maar ook in slaven. Hiervoor hadden ze verschillende handelsposten in West-Afrika. Fort Sint George in het plaatsje Elmina op Ghana was één van de belangrijkste.

De schepen kwamen meestal aan in Curaçao. Daar was een grote markt waar de slaven uitgezocht werden. De oude en zieke slaven werden apart gezet van de jonge en gezonde slaven. Die konden natuurlijk veel beter werken. Alle slaven kregen een nummer of een letter op hun arm getatoeëerd. Zo kon iedereen zien van welke eigenaar de slaven waren.

Vanaf Curaçao werden de slaven naar Suriname gestuurd waar ze moesten werken op plantages. De slaven moesten heel hard werken op de plantages. Ze kregen straf als ze niet hard genoeg werkten. En eten kregen ze maar weinig.

Het grootste deel van de slaven was natuurlijk erg ontevreden en regelmatig braken er opstanden of stakingen uit. Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij af. Die dag wordt ook wel ‘Keti Koti’ genoemd, dit betekent ‘het verbreken van de ketenen’. Deze dag wordt in Suriname en op de Antillen elk jaar gevierd.

Maar toen de slavernij werd afgeschaft hadden de plantagehouders natuurlijk geen mensen meer die het werk konden doen. Daarom besliste de Nederlandse regering dat alle slaven tussen de 15 en 60 jaar nog tien jaar verplicht moesten werken op de plantages, maar in ruil daarvoor kregen de slaven wel betaald voor hun werk. En in 1873 waren de slaven echt vrij.

Een andere manier waarop slaven vrij werden was door weg te lopen. De slaven vluchtten toen meestal het oerwoud in waar ze zichzelf moesten redden. Deze mensen werden ook wel ‘marrons’ genoemd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.