De buitenlandse politiek voor WOII

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 1631 woorden
  • 2 februari 2002
  • 42 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 42 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
1) Duitsland:

Als rijkskanselier van het Duitse Parlement en partijleider van de nationaal-socialistische partij (de NSDAP) kreeg Hitler van president von Hindenburg de bevoegdheid om te regeren en nieuwe wetten uit te vaardigen dankzij een grondwetswijziging. Hierdoor kon hij vrij zijn politieke vijanden uitschakelen. Dit was een mijlpaal in de geschiedenis, het begin van het derde rijk.

Hitler’s doel was door middel van de heropvoeding van het Duitse volk in het nationaal-socialisme terug een eenheidsgevoel te krijgen. Om dit doel te bereiken verbood hij in 1933 de oprichting van nieuwe partijen (Gleichschaltung), verving hij alle Duitse vakbonden door het ‘Deutsche Arbeidsfront’, schepte hij de Hitler-Jügend als vervanger van andere jeugdbewegingen, ‘zuiverde’ hij de Duitse kunst door entartete kunst te vernietigen en voerde hij een terreurbewind in met de hulp van SA, SS, SD en Gestapo. Dit beleid had, in combinatie met de invoering van het Reinard-plan (wegenbouw) en de nieuwe wapenindustrie een groot succes. Werkeloosheid verdween bijna en Duitsland was economisch zo goed als onafhankelijk geworden van het buitenland, zodat de NSDAP de piek van haar populariteit bereikte. Maar Hitler wou meer; zijn Arische herenvolk had levensruimte (Lebensraum) nodig en daarvoor moest hij een oorlog voeren. Om dat te doen had hij echter een zondebok nodig: de joden. Deze werden afgeschilderd als ratten die voor het gehate verdrag van Versailles hadden gezorgd en die nu aan de top van de wereldeconomie zaten. Hitler voerde de Neurenberg-wetten (geen gemengde huwelijken) in, boycotte de Joodse winkels en stuurde Joodse kinderen van school. Deze cirkel van haat mondde uit in Kristalnacht waarop een avond 26000 joden werden opgepakt en naar de concentratiekampen werden gestuurd.
Nu was de Führer klaar voor zijn gebiedsuitbreiding. Toch moest hij uit eigenbelang proberen een echte wereldoorlog tegen Europa uit te stellen.


Hitler’s eerste doelwit was het industriële Saargebied dat door de Volkenbond werd bestuurd. Dankzij een stemming door het volk sloeg hij erin in 1935 deze staalproducerende zone in te lijven zonder slag of stoot. Daarna, een jaar later, bezette hij het gedemilitariseerde Rijnland, wat net als de inname van het Saargebied een grote schending van de verdragen van Versailles en Locarno was. Door deze agressieve politiek echter moest Hitler echter snel steun zoeken in het buitenland. In oktober 1936 sloeg hij hierin toen hij met Italië een bondgenootschap sloot. Hitler wou nu Oostenrijk, dat door de overwinnaars van WOI was verkruimeld, inlijven (Anschluβ) bij zijn machtige Duitsland. Hij trachtte deze annexatie via de politieke weg te klaren, maar door toedoen van kanselier Schuschnig zat er niets anders op dan de wapens te grijpen en Oostenrijk binnen te marcheren. Van oorlog was er echter nog steeds geen sprake, aangezien de Duitse troepen met groot enthousiasme werden ontvangen door de Oostenrijkse bevolking. Hitler was er weer in geslaagd uit te breiden zonder enige krachtige reactie. Normaal had zulke buitenlandse politiek door geen enkel land geduld geweest, maar, vrezend voor de geziene gruwelen en de vernietigingen van WOI, hield de wereld zich koest. Amerika had weinig geleden van de oorlog, maar had zich echter, naar het einde van de eerste oorlog toe, teruggetrokken in zijn isolement. Het volgende slachtoffer van Hitler’s razernij was Tsjecho-Slowakije dat door de economische crisis van 1929 bijzonder hard was getroffen. Tsjecho-Slowakije achtte Duitsland hieraan schuldig, waardoor de relatie met hun buurland allerminst vredig was te noemen. Daarom werd er door Duitsland een propagandacampagne gevoerd waarin de Sudeten-Duitsers (een demografische minderheid in Tsjecho-Slowakije) werden afgeschilderd als een door de Tsjechische regering onderdrukt volk. Toen in de zomer van 1939 de spanningen te hoog op liepen, besloot de Engelse premier Chamberlain in te grijpen, zodat in september 1938 het verdrag van München werd getekend. Hierbij verkreeg Hitler van Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Oostenrijk de toelating dit Sudeten-land bij zijn rijk in te lijven op voorwaarde dat Duitsland zou stoppen met zijn veroveringsavontuurtjes. Een jaar later viel Hitler op 1 september Polen binnen in de mening dat Engeland en Frankrijk toch niet zouden reageren. Beide landen echter verklaarden die dag nog de oorlog aan het Duitse Rijk. WOII was begonnen…

2) Italië:

Het einde van WOI bracht, zoals elders in Europa, ook Italië aan de rand van de afgrond. De liberale regering was zwak; de economische toestand slecht. De ontevredenheid groeide. Er braken stakingen en ongeregeldheden uit en communistische arbeiders gingen over tot de bezetting van fabrieken. De communisten kwamen in botsing met de in 1919 opgerichte fascistische beweging van Benito Mussolini. In oktober 1922 organiseerden de fascisten een mars op Rome, waarna Mussolini door president Victor Emanuel tot minister-president benoemd werd. Mussolini stond aanvankelijk aan het hoofd van een coalitiekabinet, maar eind 1924 schakelde hij de oppositie uit. Vanaf dan regeerde hij dictatoriaal.

In de buitenlandse politiek eiste Mussolini voor Italië de positie van grote mogendheid op. In 1935 vielen de Italianen Abessinië (Ethiopië) binnen, dat in mei 1936 bij het Italiaanse koloniale rijk werd ingelijfd. De Volkenbond beantwoordde deze daad met economische sancties, die echter nauwelijks uitwerking hadden. In de Spaanse Burgeroorlog verleende de Italiaanse regering steun aan de opstand van generaal Franco. Met het in 1933 in Duitsland aan de macht gekomen geestverwante bewind van Adolf Hitler was de verhouding aanvankelijk koel, soms zelfs gespannen, vanwege de Duitse aspiraties inzake Oostenrijk. Als gevolg van de Abessijnse Oorlog ontstond er echter toenadering en werd in okt. 1936 een verdrag van samenwerking gesloten (Staal-pact). In het voorjaar van 1939 gaf Italië van zijn expansieve aspiraties blijk door Albanië te bezetten en in te lijven. Mussolini wendde zijn invloed aan om de Britten en Fransen te München te doen berusten in de Duitse eisen tegen Tsjecho-Slowakije, maar toen de Duitsers op 1 september 1939 ook Polen binnenvielen, faalde zijn bemiddeling. Op 10 juni 1940, toen het Franse leger al was verslagen, verklaarde Italië de oorlog aan Groot-Brittannië en Frankrijk in de hoop de aanspraken op Nice, Corsica en Tunesië te kunnen verwerkelijken. Steeds weer bleek de Italiaanse strijdmacht inferieur. Eind 1940 begon de oorlog tegen Griekenland die alleen dankzij de Duitse hulp in april 1941 kon worden beslecht. In Oost-Afrika waren de Italianen niet opgewassen tegen de Britten. In Libië schoot de Duitse veldmaarschalk Rommel de falende Italianen te hulp, wat niet kon verhinderen dat de Britten onder Montgomery na de Slag bij El Alamein (oktober 1942) ook hier de overwinning behaalden. Op 10 juli 1943 landden de geallieerden, inmiddels versterkt met de Verenigde Staten, in Sicilië. Dit betekende het einde van Mussolini’s dictatuur.

3) Japan:

Na de Eerste Wereldoorlog werd de invloed van Japan in China steeds groter. Het ging daarbij om grondstoffen, die de groeiende industrie van Japan nodig had. In 1931 bezetten de Japanners Mantsjoerije en stelden er een marionettenregering in. In 1932 leidde dit tot hevige gevechten in Shanghai. In 1933 trok Japan zich terug uit de Volkenbond. Ze bleven hun macht verder uitbreiden in China. In 1937 leidde een incident tot een ‘echte’ oorlog tussen China en Japan. De Chinezen vochten onder Tsjang-K’ai-sjek, maar werden teruggedrongen. Bij het uitbreken van WOII had Japan reeds grote delen van China bezet. In juli 1941 trokken de Japanners Frans Indo-China binnen. In september 1941 werd in Tokio het Driemogendheden Pact of Tripartiete Pact ondertekend tussen Italië, Duitsland en Japan. Er werd door de Verenigde Staten samen met Groot-Brittannië, Frankrijk, en andere geallieerden een olie-embargo ingesteld tegen Japan. Japan onderhandelde hierover met Amerika, maar dit leidde tot niets. Oorlog was het logisch gevolg voor Japan die inmiddels over een modern, goed uitgerust leger beschikte.

Zonder oorlogsverklaring begon Japan in de nacht van 7 op 8 december 1941 de aanval op Pearl-Harbor. Binnen een half jaar had Japan de Westerse mogendheden uit geheel Oost- en Zuid-Oost-Azië verdreven en de belangrijkste strategische steunpunten in de Grote Oceaan bezet. Toen echter keerden de kansen. Door de nederlaag in de Koraalzee leden Japanse plannen om Australië te veroveren schipbreuk. Daarop volgde de nederlaag bij Midway (6 en 7 juni 1942). Eind 1942 was de superioriteit van de Verenigde Staten ter zee hersteld. Medio 1943 gingen de geallieerden tot het offensief over. Na landingen op Nieuw-Guinea (5 augustus) en New Britain (15 december) verplaatste de Amerikaanse vlootleiding in 1944 haar operaties naar het centrum van de Grote Oceaan. Zeer snel werden de Gilberteilanden, de Marshalleilanden, de Marianen, Guam en de Palau-eilanden bezet en werd het offensief tegen de Filippijnen ingezet. Japan had zijn beste strijdkrachten verloren en was niet meer in staat de vijand het offensief te ontnemen.


4) Algemeen besluit:

Oorlog is meer dan het gevolg van de grootheidswaanzin van één individu dat weet een massa te overtuigen van zijn superioriteit en via manipulatietechnieken overgaat tot een oorlog. Steeds spelen er economische motieven en steeds zijn er staten die van de gelegenheid willen gebruik maken en meedoen aan een van de 2 kampen. Dit was ook het geval tijdens de tweede wereldoorlog. Hier was het individu Adolf Hitler, de massa was het Duitse volk en de staten waren Italië, Japan, Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS. Hitler wist zijn volk er van te overtuigen dat zij Übermenschen waren die geschapen waren om de rest van de wereldbevolking te overheersen. Zij vertrouwden hun dictator blindelings en geloofden hem. Hitler is, en dat weet iedereen, de oorzaak tot WOII. De staten die hem volgden zijn zij die genoodzaakt waren of meededen uit eigenbelang. Zo was er Italië dat, verbannen uit de Volkenbond omwille van zijn agressieve buitenlandse politiek, hopeloos zocht naar een bondgenoot. Duitsland zag in Italië dan weer een trouwe bondgenoot ideaal voor tijdens hun toekomstige oorlog tegen de rest van Europa. Toen kwam de onverwachtse Duitse inval van Polen. Plots stond Italië voor een oorlog die ze zo lang mogelijk moest trachtten uit te stellen. Net als Italië zat Japan, afgesloten van de rest van de wereld, in problemen. Amerika had nl. door Japans expansiepolitiek in Rusland en in China de toevoer van kerosine, aardolie en staal gestopt. Japan had nu de keuze tussen hun zuurverdiende gronden terug af te staan of het tripartiete pact te ondertekenen en mee te doen aan de oorlog die eigenlijk de hunne niet was…

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.