moord

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 2e klas vmbo | 5171 woorden
  • 4 juli 2005
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Moord en doodslag

Inhoud
Wat doet de politie?
Het Openbaar Ministerie
Samenwerking
Een cel ontleed
DNA
DNA-onderzoek
DNA-Profiel
DNA bij moordzaken

Regelmatig lezen we in de krant over moord of doodslag of horen we erover op de radio of de tv. Het is een onderwerp dat veel mensen raakt. Er is dan ook veel belangstelling voor wat de politie en het Openbaar Ministerie doen om de daders op te sporen en voor de rechter te brengen. Moord en doodslag zijn niet hetzelfde. Bij moord overlijden een of meer mensen door grove schuld van een ander die iets doet of dit juist nalaat. Bij doodslag overlijdt het slachtoffer ook, maar daarbij is niet bewezen dat de dader dit met opzet heeft gedaan.

Wat doet de politie?
De politie onderzoekt een moord altijd. Hiervoor zet de politie de recherche in, meestal een heel team. De recherche probeert onder andere in contact te komen met getuigen, familieleden van het slachtoffer, vrienden, bekenden, buren, voorbijgangers en collega’s. Misschien is hen de afgelopen tijd iets bijzonders opgevallen.

Daarnaast onderzoekt de recherche sporen en aanwijzingen, zoals vingerafdrukken, voetafdrukken, DNA-materiaal (haren, speeksel, sperma, bloed) en voorwerpen die op de plaats van het delict zijn gevonden. In het laboratorium onderzoeken rechercheurs deze 'stille getuigen' minutieus en kijken ze of deze in relatie staan met mogelijk verdachte personen.

Het Openbaar Ministerie
Politiemensen horen getuigen, analyseren de moord (meestal samen met een deskundige zoals een arts), houden verdachten aan en leggen alle gegevens schriftelijk vast in een proces-verbaal. Maar de eindverantwoordelijkheid voor de opsporing ligt bij het Openbaar Ministerie. Officieren van justitie hebben het gezag over onderzoeken van de politie. Als het om een zwaar misdrijf gaat, zoals een moord, geeft de officier van justitie direct leiding aan een onderzoek. Daarbij houdt hij in de gaten dat de opsporing zorgvuldig en eerlijk verloopt.
Vaak heeft een politiekorps voor het oplossen van een moord hulp nodig van andere organisaties, zoals de Dienst Nationale Recherche Informatie (NRI) van het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Deze dienst ontwikkelt nieuwe recherchetechnologieën en ondersteunt rechercheteams in het land met adviezen en kennis. De dienst verzorgt het centrale onderzoek naar vingerafdrukken (dactyloscopie) en verzamelt nationale en internationale politie-informatie om te zoeken naar dwarsverbanden, bijvoorbeeld tussen moordzaken.
Bij het oplossen van een moord roept de politie ook hulp in van burgers, zoals vrienden, bekenden, getuigen en familieleden. De politie kan dan een oproep doen via programma's als Opsporing verzocht of via raambiljetten.

Een cel ontleed
Cellen zijn de levende bouwsteentjes van je lichaam. Ze bestaan in hoofdzaak uit eiwitten.

In een cel zit een kern. Dat is een bolletje, omgeven door een kernmembraan.

In een kern zitten chromosomen. Dat zijn dunne draadjes, die je alleen met erg sterke microscopen te zien kunt krijgen. De chromosomen bestaan uit DNA.


Bepaalde stukjes van het chromosoom noem je genen. Genen bestaan uit opgerold DNA. Het zijn aanwijzingen, die een cel gebruikt om allerlei stoffen te kunnen maken.

Een DNA-molecuul ziet eruit als een dubbele spiraal. Een model van een DNA-molecuul lijkt daarom sterk op een wenteltrap.

Tussen de genen zit ook DNA. Dat DNA wordt gebruikt voor het maken van een DNA-profiel. Deze profielen worden gebruikt in de misdaadbestrijding en voor het vaststellen van verwantschap.

DNA

Nu word aangegeven hoe het DNA (een afkorting van het Engelse woord voor desoxyribose nucleïne zuur) van een bepaald mens is opgebouwd.
DNA is een zeer kenmerkende stof in lichaamsmaterialen als bloed, speeksel, huid en haar. Als na een misdrijf een spoor van een van deze stoffen gevonden wordt, kan daarvan een DNA-profiel bepaald worden. Elk mens heeft zijn of haar eigen DNA.


DNA is een groot molekuul, dat bestaat uit strengen. Vergelijk dat met een lint waarop een groot aantal drukkertjes zitten. Van die drukkers bestaan vier soorten. De volgorde van deze drukkers maakt het DNA van elk mens uniek.
Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld maakt dit duidelijk:
we werken slechts met twee soorten drukkers (A en B);
we zetten slechts vier drukkers op een rij.
Er zijn nu al 16 mogelijkheden:
AAAA
AAAB AABA ABAA BAAA
AABB ABAB ABBA BAAB BABA BBAA
ABBB BABB BBAB BBBA
BBBB
Er is dus een kans van 1 op 16 dat twee linten hetzelfde zijn.

DNA-onderzoek

DNA onderzoek
DNA sporen werden voor het eerst zichtbaar gemaakt in 1985 door Professor Jeffreys.
Hij trof een bijzonder DNA stukje aan. Dit stukje bestaat uit een herhalend patroontje.Het patroontje is kenmerkend voor de eigenaar van het DNA. Dit patroontje werd een DNA fingerprint genoemd.
Hiernaast zie je een voorbeeld van een DNA profiel.

Onderzoekers praten liever over een DNA profiel. Dit omdat de DNA fingerprint eigenlijk maar een klein deel van het complete DNA weergeeft. De rest is niet bruikbaar voor forensisch onderzoek.
Als er een verdachte is word -als de verdachte toestemd- een speekselmonster afgenomen en naar het laboratorium gebracht. In het lab word het DNA profiel van de verdachte zichtbaar gemaakt en word eventueel vergeleken met de DNA profielen die zichtbaar zijn gemaakt van het plaats delict.

Algemeen
De laatste decennia zijn gekenmerkt door een spectaculaire ontwikkeling in de mogelijkheden van het forensisch onderzoek naar de herkomst van biologische sporen.

Biologische sporen kunnen een rol spelen bij de opheldering van diverse soorten misdrijven. Bloedsporen kunnen bijvoorbeeld worden aangetroffen op kledingstukken en steekwapens van verdachten van mishandeling of doodslag, spermasporen op de kleding en uitstrijkjes van slachtoffers van verkrachting. Onderzoek van (bot)weefsel kan bij de identificatie van (overleden) personen een rol spelen.

Naast het primaire zaakonderzoek kan DNA-onderzoek in een behoefte voorzien bij maatschappelijk relevante vraagstukken. Een nieuw gebied in het justitiële veld vormt het DNA-onderzoek in het kader van gezinshereniging. Familierelaties kunnen zeer goed door middel van dit zogenaamde DNA-verwantschapsonderzoek worden vastgesteld.

Forensisch DNA-onderzoek in Nederland
In Nederland wordt het forensische DNA-onderzoek uitgevoerd door het NFI en het Laboratorium voor DNA-onderzoek van de Universiteit Leiden. DNA-onderzoek is strikt vastgelegd in de wetgeving en wordt daarom ook alleen verricht in opdracht van de rechter of de officier van justitie.

Naast het DNA-onderzoek aan sporen in misdrijven wordt ook door middel van research en verandering een vooraanstaande rol gespeeld bij het ontwikkelen en implementeren van nieuwe onderzoeksmethoden en technieken op het gebied van het forensische onderzoek. Tevens wordt de kennis en expertise op het gebied van het forensisch DNA onderzoek breed uitgedragen door het geven van onderwijs en voordrachten.

Ontwikkeling van het DNA-onderzoek
In tegenstelling tot een aantal jaren geleden kan nu zelfs het kleinste spoortje voldoende zijn voor een DNA-onderzoek. Ook van oude en (deels) bedorven biologische sporen kan met de nu gebruikte DNA-technieken een profiel worden vervaardigd. Door middel van het forensisch DNA-onderzoek is tevens met een zéér hoge mate van waarschijnlijkheid de herkomst van een biologisch spoor vast te stellen.

Door de verruiming van de wettelijke mogelijkheden om verdachten te verplichten zich aan een DNA-onderzoek te onderwerpen, zal naar verwachting het aantal DNA-onderzoeken in de nabije toekomst snel stijgen. Opname van DNA-profielen in de DNA-databank zal, zoals ook ontwikkelingen in het buitenland reeds laten zien, een grote bijdrage gaan leveren bij het oplossen van misdrijven.

DNA-onderzoek, een zegen of een vloek?
Kenmerk van alle levende organismen op aarde is dat zij sterfelijk zijn. Dat geldt ook voor de cellen waaruit die organismen zijn opgebouwd. Cellen leven in het algemeen veel korter dan het organisme waarvan zij deel uitmaken. Maar dat hindert niet, want cellen hebben de bijzondere eigenschap dat zij zich kunnen delen. Daarbij worden alle eigenschappen van de cel gekopieerd, zodat de nieuwe cellen de speciale taken van de oude cel over kunnen nemen, ook als de oude cel afsterft.

Chromosomen en DNA
Al lang geleden ontdekten wetenschappers dat de chromosomen die zich in de celkern bevinden, een hoofdrol spelen bij het doorgeven van de eigenschappen van cellen aan nieuwe cellen. Chromosomen bestaan uit eiwit en DNA. Het DNA (Desoxyribo Nucleic Acid) is een langgerekt molecuul, dat weer is opgebouwd uit vier zogenaamde nucleotiden.
In 1953 werd ontdekt dat het DNA bestaat uit twee strengen die om elkaar heen gedraaid liggen en dat de vier nucleotiden in vaste paren tegenover elkaar op de strengen liggen. Bij celdeling wijken de beide strengen uit elkaar. Een nieuwe streng wordt gevormd, waarbij de nucleotiden in precies dezelfde volgorde tegenover elkaar komen te liggen. Zo onstaat een nieuwe cel, die een kopie is van de oude.

Drie miljard paren
Elke cel van een organisme bevat het complete erfelijke materiaal van dit organisme. De mens bijvoorbeeld bestaat uit vele miljarden lichaamscellen, die allemaal hetzelfde DNA in hun kern hebben. (Geslachtscellen vormen hierop een uitzondering, zij bevatten slechts de helft van het DNA). Het DNA van de mens is verdeeld over 46 chromosomen, die samen ongeveer drie miljard paren van nucleotiden (ook wel letters genoemd) bevatten.
Van verreweg het grootste deel van dit DNA weten we nog niet wat voor functie het heeft. Ergens moeten de codes liggen voor eigenschappen als de kleur van je ogen, de lengte van je tenen, je aanleg voor hardlopen, je eventuele vatbaarheid voor ziektes en al die andere eigenschappen die maken dat je bent wie je bent. Maar waar precies is nog niet duidelijk, al gaat de decodering van het menselijk DNA gestaag voort. In december 1999 meldden wetenschappers uit Londen, Washington en Tokio dat zij op een paar plekjes na het hele menselijk chromosoom 22 hadden ontcijferd.
We weten ook dat ongeveer vijf procent van het DNA codes bevat die bepalen welke eiwitten cellen aanmaken. Deze eiwitten, vaak in de vorm van enzymen, zetten allerlei processen in gang die onontbeerlijk zijn voor het gezond en in leven houden van het organisme.

Genetische manipulatie
Vanaf de ontdekking van het DNA en de manier waarop dit geordend is, hebben wetenschappers zich ook beziggehouden met de vraag op welke manier het DNA de aanmaak van eiwitten in gang zet. DNA-moleculen bevinden zich in de celkern, terwijl de eiwitten in het plasma buiten de kern worden aangemaakt. Hoe treedt het DNA naar buiten?, dat was wat men zich afvroeg.
Het blijkt dat het DNA in staat is zichzelf in de celkern te kopiëren. De twee strengen wijken uit elkaar en langs een van de strengen wordt een nieuw molecuul gevormd, dat voor driekwart een kopie is van de andere streng. Eén nucleotide wordt vervangen door een vierde stof die fungeert als een soort boodschapper. Het nieuwe molecuul, RNA genoemd, breekt door de celkernwand heen naar het plasma van de cel en geeft daar de boodschap door over het eiwit dat moet worden aangemaakt. Het stukje DNA dat de code vormt voor de aanmaak van een eiwit, heet een gen.

Genetische manipulatie
Ook van eiwitten is nog lang niet alles bekend, maar toch weten we van veel eiwitten al wel wat voor functie ze hebben. En vooral ook wat de gevolgen zijn als het lichaam ze niet aanmaakt. Een eiwit dat mist, of een eiwit dat niet goed functioneert, veroorzaakt storingen en ziektes.
DNA-onderzoek richt zich de laatste jaren dan ook vooral op het uitpluizen van de RNA-codes die zorgen voor de aanmaak van eiwitten. De redenering is: als je zo'n code (gen) kent, kun je kunstmatig, in een reageerbuisje, RNA maken en dat in een cel injecteren. Dan gaat die cel precies dat eiwit maken dat je nodig hebt. Een zegen voor mensen die een bepaald eiwit missen en daardoor ziek zijn.
Dit alles noemen we: genetische manipulatie.

Erfelijke ziektes
DNA-onderzoek wordt vooral gedaan bij erfelijke aandoeningen, want die zijn voorspelbaar. Mensen met erfelijke ziektes hebben blijkbaar een foutje in hun DNA, waardoor verkeerde of geen eiwitten worden aangemaakt.
Dit soort erfelijkheidsonderzoek roept overigens ook meteen ethische vragen op. Stel, in iemands familie komt een erfelijke ziekte voor die zich pas op latere leeftijd openbaart. Wil je dan op jonge leeftijd weten dat jij die ziekte ook in je draagt? En wat denk je van ouders, waarvan er één een erfelijke ziekte heeft die misschien wel wordt overgedragen op eventuele kinderen? Laat je dan een zwangerschapsonderzoek doen?
Dit soort vragen zullen steeds vaker gesteld worden naarmate de wetenschap meer kennis krijgt over erfelijke ziektes.

Misdadigers
Maar kennis van het DNA is ook nog om andere redenen nuttig. Want in principe is het zo dat ieder mens uniek DNA heeft. Het aantal chromosomen is gelijk en de codes zullen in veel opzichten ook wel op elkaar lijken. Maar alleen bij identieke tweelingen is het DNA precies gelijk.
Dit betekent dat mensen ‘herkend' kunnen worden aan hun DNA, dat in principe in alle lichaamscellen aanwezig is. Worden op de plaats van een misdrijf haren gevonden van de vermoedelijke dader, dan kan tegenwoordig via een DNA-test die dader worden opgespoord. En als een man eraan twijfelt of zijn kind wel echt zijn kind is, dan kan een DNA-test in principe uitsluitsel geven. Of zulke testen mogen, is een tweede. Maar het kàn.

DNA-Profiel

Een DNA-profiel wordt vervolgens vergeleken met dat van de verdachte. De bewijskracht van een match is groter dan een op een miljoen, de kans dat een onschuldige veroordeeld wordt is dus astronomisch klein.
De verdachte van een ernstig misdrijf kan gedwongen worden materiaal voor een DNA-profiel af te staan. Bij minder ernstige delicten moet de verdachte meewerken. Bij de modernste techniek hoeft geen bloed meer afgenomen te worden, maar voldoet bijv. wangslijmvlies.

DNA bij moordzaken

Hoe verloopt het onderzoek van de berechting van een crimineel via het DNA proces?

Uit de hoofdvraag hebben we de volgende deelvragen afgeleid:

• Is DNA 100% betrouwbaar?
•Hoe lang blijft DNA betrouwbaar na het misdrijf?
•Welke stoffen in het lichaam bevatten DNA?
•Hoe is DNA uitgevonden?
•Is het mogelijk dat DNA bij strafzaken standaard wordt gebruikt?
•Mag DNA van iedereen opgeslagen worden om te gebruiken in de strijd tegen criminaliteit?

We gaan het verslag als volgt indelen:
In hoofdstuk 1 gaan we de deelvraag “Hoe is DNA uitgevonden ?” beantwoorden, in het daaropvolgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, gaan we de deelvraag “Welke stoffen in het lichaam bevatten DNA ?” behandelen. En in hoofdstuk 3 gaan we de deelvraag “Is DNA 100 % betrouwbaar ?” beantwoorden. En in hoofdstuk 4 gaan we de deelvraag “Hoe lang blijft DNA betrouwbaar na het misdrijf ?” beantwoorden.
In hoofdstuk 5 komt de vraag “Is het mogelijk dat DNA bij strafzaken standaard wordt gebruikt ?” aan bod. En als laatste, in hoofdstuk 6 komt de vraag: “Mag DNA van iedereen opgeslagen worden om te gebruiken in de strijd tegen criminaliteit ?”.
Met het verslag willen we vooral bereiken dat we zelf wat meer over dit onderwerp te weten komen. Maar we willen ook dat we aan de lezer een goed en interessant verslag kunnen geven, wat hij/zij misschien ook kan gebruiken om informatie uit de verzamelen. We denken dat het vooral interessant is omdat het een zeer actueel onderwerp, je wordt er namelijk bijna dagelijks mee geconfronteerd door bijv. de krant of door de tv en radio.

Hoofdstuk 1

Hoe is DNA uitgevonden?

DNA is uitgevonden in 1985. De Engelse professor Jeffreys maakte het mogelijk om een bijzonder stukje uit DNA-moleculen te lichtten.
DNA is een stof die zit in kernen van cellen waaruit mensen, dieren en planten uit zijn opgebouwd. Bloedcellen en zaadcellen zijn hiervan goede voorbeelden. Genen bevinden zich ook in het DNA. Slechts 3% van je DNA bestaat uit genen maar ze bepalen wel de kleur ogen, bloedgroep en andere erfelijke eigenschappen. Om een moordzaak op te lossen heb je daar weinig aan want achter de kleur ogen en de bloedgroep kun je immers ook op andere manieren komen. Dit levert ook onvoldoende bewijs om de schuldige vast te stellen. Jeffreys had daar ook weinig belangstelling voor maar tussen de genen in het DNA molecuul trof hij een bijzonder DNA stukje aan. Jeffreys isoleerde dat.
Dit stukje bestaat uit een herhalend patroontje. Het patroontje is kenmerkend voor de eigenaar van het DNA. Dit patroontje werd aanvankelijk een DNA fingerprint genoemd. Deze print ontstaat door het onderzoek aan slechts een heel klein gedeelte van het DNA.
En daarom spreken onderzoekers liever van een DNAprofiel. Hoe men aan zo’n streepjescode of DNA fingerprint komt is eigenlijk niet zo heel moeilijk.
Eerst wordt het DNA gezuiverd. Met enzymen knip je de kenmerkende stukjes eruit. De stukjes, die elektrisch geladen zijn, breng je op een gelei tussen twee geladen platen. De elektrische kracht drijft de kleinere stukjes sneller vooruit dan de grotere. Het gevormde patroon kun je zichtbaar maken en zo heb je een DNA fingerprint.

Hierna kun je 2 plaatjes zien van een DNA- fingerprint.

Hoofdstuk 2

Welke stoffen in het menselijk lichaam bevatten DNA?

Het DNA van een persoon is te vinden in elke lichaamscel. Als iemand een misdaad heeft begaan dan laat de dader altijd stille getuigen achter, behalve als de dader een speciaal pak aan heeft, maar dit is heel onwaarschijnlijk. Stille getuigen zijn sporen die de verdachte achterlaat op de plaats van het misdrijf. Deze stille getuigen bezitten DNA. De stille getuigen die het meeste worden gevonden zijn bloed, haren en sperma. Met het DNA van de verdachte op de plaats van het misdrijf kan de politie het gaan vergelijken met het DNA van de verdachte die de politie heeft aangewezen. DNA is te vinden in het hele lichaam. Je kunt het DNA vinden in het bloed, maar niet in de rode bloedcellen, want alleen in de witte bloedcellen is DNA te vinden. Het DNA is ook te vinden in de haren van een persoon. Aan het begin van het haar, de wortel waar het haar mee in het haarzaakje zat, bevindt zich DNA. Bij een verkrachting kun je het DNA van de dader herkennen aan het sperma en als het slachtoffer zich heeft verweerd dan zit er bloed achter de nagels van het slachtoffer. Als er een moord wordt gepleegd, waarbij het slachtoffer wordt verbrand moet je slachtoffer kunnen identificeren. Dat kan door het gebit te vergelijken met vermiste personen of met het DNA van de personen. De dader denkt dan dat hij geen sporen achterlaat van de persoon, maar in de kiezen en sommige botten, het beenmerg, zit het DNA. Botten en kiezen zijn kei hard en beschermen door deze eigenschap het DNA wat erin zit.

Hoofdstuk 3

Is DNA 100% betrouwbaar?

Een DNA-test bestaat er kortweg gezegd uit, dat uit een lichamelijke celstructuur, voor mens unieke, genetische gegevens worden gehaald. Deze genetische gegevens ( in de vorm van een streepjescode ) worden gebruikt om een dader aan te wijzen. Bij zo’n test wordt er gekeken naar de verschillende kenmerkende stukjes waaruit het DNA is opgebouwd. Als je namelijk onderzoekt m.b.v. één kernmerkend stukje van het DNA dan is de kans dat er op deze aardbol een mens rondloopt met hetzelfde DNA profiel als jij 1 op de 100. Dit is dus nog een vrij grote kans en zeker niet goed genoeg om met zekerheid de goede dader aan te wijzen. Pas als men kijkt naar meerdere stukjes van het DNA wordt de kans veel kleiner en dus ook een steeds beter bewijs voor de rechtbank. Namelijk per kenmerkend stukje dat je meer onderzoekt, wordt de kans 100 x zo klein. Voorbeeld: Bij een bepaald onderzoek naar een moord wordt er onderzocht met vier kenmerkende stukjes. Hierbij is de kans 1 op de 100x100x100x100 = 100 miljoen dat er iemand anders rondloopt met hetzelfde DNA profiel als de verdachte. De kans is dan echt heel klein dat je de verkeerde veroordeelt. Het is in Nederland dan ook verplicht om tijdens de rechtzaken gebruik te maken van meerdere kenmerkende stukjes van het DNA zodat de kans op een foute berechting zo klein is, dat het dicht bij de 0% kans komt. Er is een uitzondering, waarbij deze regel niet geld, namelijk de eeneiige tweelingen. Bij deze mensen heeft het geen zin om te kijken naar de kenmerkende stukjes omdat deze allemaal gelijk zijn. Gelukkig is de kans dat je tijdens een rechtzaak te maken krijgt met eeneiige tweelingen heel klein omdat ze vrij uniek zijn. Een ander geval is dat het DNA profiel van een kind bestaat uit een mengeling van dat van zijn vader en moeder. Dit is bij rechtzaken geen probleem omdat het profiel toch uniek blijft.

Hoofdstuk 4

Hoe lang blijft DNA betrouwbaar na het misdrijf?

DNA wordt gehaald uit de kernen van lichaamscellen. Het DNA kan op verschillende plaatsen in ons lichaam gevonden worden. Het DNA blijft 100% betrouwbaar zolang deze lichaamscellen nog intact zijn. Dus zolang ze nog ‘leven’.
Het maakt dus eigenlijk niet uit of je nou heel lang of heel kort na het misdrijf het DNA onderzoekt, de betrouwbaarheid hangt af van de wel of niet intact zijnde lichaamscellen.
Zelfs als het lichaam van het slachtoffer helemaal verbrand is, is het mogelijk betrouwbaar DNA uit het lichaam te halen. De lichaamscellen op de huid en in het lichaam gaan dan wel verloren, maar er kunnen ook bruikbare lichaamscellen gevonden worden in de kern van de kiezen, die tijdens de verbranding niet verloren zijn gegaan omdat ze door hun enorme hardheid tegen de hitte van het vuur kunnen en zo de lichaamscellen beschermen. Als na maanden een verschroeid lichaam gevonden wordt is dus het alsnog mogelijk om betrouwbaar DNA uit een kies te halen en om zo achter de identiteit van de persoon te komen.

Hoofdstuk 5

Is het mogelijk dat DNA bij strafzaken standaard wordt gebruikt?

Het Gerechtelijk Laboratorium voert DNA-onderzoek uit om de vergelijking van celmateriaal dat is genomen op de plaats van het delict en/of bij het slachtoffer en/of de verdachte en Dna-materiaal dat is afgenomen van de betrokken personen. De bewijskracht van het DNA-onderzoek is bijzonder groot: een DNA-profiel is vrijwel uniek voor een individu. Het is daarom van het grootste belang dat de uitkomsten van dit onderzoek betrouwbaar zijn. Om deze betrouwbaarheid te garanderen is een uitgebreide wet- en regelgeving opgesteld. De wijze waarop het onderzoek verricht moet worden en welke personen hierbij betrokken zijn, staat beschreven in het Wetboek van Strafvordering. De regelgeving is ook opgesteld om zorgvuldig te handelen tegenover de verdachte teneinde deze bij dit ingrijpende onderzoek zoveel mogelijk te beschermen.
De rechter hecht zeer veel waarde aan de naleving van alle wettelijke voorschriften. Deze zijn echter redelijk ingewikkeld en vereisen intensieve communicatie tussen vele betrokken instanties: technische recherche, Officier van Justitie, Rechter-Commisaris, Gerechtelijk Laboratorium en verdachten. Hierdoor is het bijna onvermijdelijk dat de procedures niet altijd goed worden gevolgd. Indien een procedure niet geheel correct wordt uitgevoerd, zou dat kunnen leiden tot nietigheid van het DNA-bewijs. Jurisprudentie zal in de toekomst moeten uitwijzen in welke gevallen het DNA-bewijs dan nog mag worden toegelaten. Het mag duidelijk zijn dat minimalisatie van fouten in de procedure tevens tot gevolg kan hebben dat het aantal aanvragen voor hoger beroep geminimaliseerd wordt
Het Gerechtelijk Laboratorium ondervindt vooral hinder van de omslachtige procedures. Deze geven aanleiding tot vertraging en extra werk.
In opdracht van het Gerechtelijk Laboratorium heeft Q-Ray een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de inzet van het standaard inzetten van Dna-onderzoek bij strafzaken. De informatiestromen rondom de verschillende procedures zijn geanalyseerd en met betrokken instanties zijn gesprekken gevoerd. Hieruit bleek dat het standaard inzetten van Dna-onderzoek bij strafzaken de gang van zaken, tegen relatief lage kosten, aanzienlijk kan verbeteren.
Eén van de vervolgprojecten die in de haalbaarheidsstudie zijn gedefinieerd is de realisatie van een geautomatiseerd voortgangssysteem dat de betrokken instanties de mogelijkheid biedt snel kunnen zien wat de voortgang van het onderzoek is. De betrokken instanties kunnen dit voortgangssysteem (in de toekomst) gaan integreren in of koppelen met een eveneens geautomatiseerd kennissysteem. Zo'n kennissysteem biedt ondersteuning bij het geven van een antwoord op de vraag wie van de betrokkenen op enig moment gedurende de procedure een volgende mag, of kan zetten.
Automatisering kan en belangrijke ondersteunende rol spelen bij de naleving van de wettelijke voorschriften. Het belangrijkste doel van het geautomatiseerde systeem is om beter te waarborgen dat een onderzoek volgens de wettelijke voorschriften verloopt. Andere voordelen zijn een verhoging van de efficiëntie, statusbepaling van de voortgang en eenduidigheid van interpretatie over de regelgeving. Ook de mogelijheden van electronische berichtenverzending draagt verder bij tot de professionalisering van het DNA-onderzoek. Een onderzoek loopt vaak vast, omdat bepaalde berichten/opdrachten niet verstuurd zijn. Geautomatiseerde ondersteuning biedt hiervoor een concrete oplossing. Misdadigers zijn gewaarschuwd

Hoofdstuk 6

Mag DNA van iedereen opgeslagen worden om te gebruiken in de strijd tegen criminaliteit ?

Hieronder volgt een krantenartikel over dit onderwerp uit het NRC-handelsblad.

Alle DNA in een databank?
Verzamelen DNA-gegevens omstreden

Door onze redacteur MARGRIET OOSTVEEN

DNA-profielen die zijn aangetroffen op sporen van inbrekers worden opgeslagen.
Mag dat?

ROTTERDAM, 8 OKT. Wie begint met het toestaan van DNA-technieken in het strafrecht, moet niet vreemd opkijken ,,als uiteindelijk van iedereen een genetische vingerprint wordt opgeslagen''. Dat zegt G. Mols, hoogleraar strafrecht in Maastricht. Een verklaard tegenstander van het het bruik van DNA-gegevens in de opsporing wil hij zich niet noemen. ,,Maar ik vind wel dat je buitengewoon voorzichtig moet zijn. Gebruik van DNA-gegevens moet een uitzondering blijven. Voor moord of serieverkrachters. En er moeten zeker geen bestanden mee worden aangelegd.''

Het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk is al begonnen met een proefproject voor een DNA-databank, in samenwerking met de politieregio's Midden- en West-Brabant en Utrecht en het openbaar ministerie in de betrokken arrondissementen. DNA-profielen die zijn te vinden op sporen die werden aangetroffen bij inbraken - in een achtergebleven druppeltje bloed, een haarzakje, of wat speekselresten - worden geregistreerd in de hoop dat later kan worden vastgesteld of er bij een reeks van inbraken sprake is van één dader.

Volgens de bestaande wetgeving mag DNA ten behoeve van de opsporing van criminelen alleen op basis van bloedmonsters worden vastgesteld - omdat iets anders vier jaar geleden, toen de wet er kwam, nog niet mogelijk was. Ook mogen DNA-gegevens alleen worden ingezet bij verdenking van delicten waarop acht jaar gevangenisstraf of meer staat. Bovendien moet er een dringende noodzaak toe zijn in de zin dat er geen andere mogelijkheden zijn dan het gebruik van DNA-bewijs. Bovendien heeft de verdachte recht op een tegenonderzoek. Én de wet impliceert dat van DNA-profielen geen bestanden worden aangelegd, lacht Th. de Roos, hoogleraar strafrecht in Leiden. ,,Het is niet illegaal, maar het is ook niet bepaald de oorspronkelijke bedoeling van de wet.''

Over de bestaande DNA-wet werd destijds gezegd: Dat kan nog nèt. ,,Maar iedere stap naar voren leek behoorlijk dubieus'', zegt De Roos. ,,Er wordt nu al gezegd dat het bewaren van DNA-profielen zo handig is in verband met de internationale opsporing, Europol. Het is kennelijk de bedoeling om op zeer grote schaal alles te bewaren en aan elkaar te koppelen.''

Een wetsvoorstel om de toepassing van DNA-technieken te versoepelen wacht nog op behandeling door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel regelt onder andere dat een uitstrijkje van het wangslijmvlies van de verdachte kan worden gemaakt. Ook zou de voorwaarde van dringende noodzaak worden geschrapt. D66-Kamerlid B. Dittrich wil nu het afnemen van DNA-weefsel gelijk stellen aan het afnemen van vingerafdrukken. Alle verdachten in voorlopige hechtenis zouden moeten worden verplicht DNA af te staan. Dat zou centraal moeten worden opgeslagen, zodat bij misdrijven in dat register naar een 'match' kan worden gezocht.
Het was vier jaar geleden de Commissie Herijking Wetboek Strafvordering, bekend als de Commissie-Moons, die zich over - onder meer - het gebruik van DNA in het strafrecht boog. T. Schalken, hoogleraar Strafrecht in Amsterdam, ,,had zijn aarzelingen'' als lid van die commissie. ,,Maar het belangrijkste struikelblok is nu weggenomen'', zegt hij nu. Volgens het zogenoemde nemo tenetur-principe kan namelijk niemand worden gedwongen aan zijn eigen veroordeling mee te werken, dus ook niet door het afstaan van DNA. Maar volgens Schalken geldt dat bezwaar niet meer sinds het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg in 1996 in het 'Saunders-arrest' bepaalde dat het nemo tenetur-principe geldt voor verklaringen van een verdachte, niet voor bewijs dat al voorhanden is. Zolang het openbaar ministerie goed controleert wat met DNA-gegevens gebeurt, kunnen de profielen dus wat Schalken betreft worden gebruikt.

M. Wijngaarden van de Coornhert Liga voor strafrechthervorming betwijfelt of het arrest van het Europese hof afdoende is: ,,Die uitspraak gaat over bewijs dat 'onafhankelijk van de verdachte' bestaat en het is de vraag of je DNA daartoe kunt rekenen.'’ De Coornhert Liga heeft ook ernstige bezwaren tegen een ander onderdeel van de voorgestelde wetswijziging, waarin is bepaald dat voor het vaststellen van DNA geen toestemming van rechter-commissaris meer nodig is maar dat het ook op gezag van een officier van justitie kan. Hoe groot is bovendien de kans dat ook DNA-materiaal van een toevallige passant, die niet de inbreker was, dan wordt opgeslagen? Schalken: ,,Uw toevallig achtergebleven vingerafdrukken kunnen ook al gevonden zijn en allang zijn opgeslagen bij de CRI (de divisie Centrale Recherche Informatie, MO) .''

De 16-jarige Marianne Vaatstra wordt in de nacht van vrijdag 30 april op zaterdag 1 mei op weg naar huis vermoord. Ze was op vrijdagavond uitgeweest in Kollum. Zaterdagochtend werd ze geheel uitgekleed door familieleden in een weiland bij Veenklooster gevonden
- 3 mei: De regiopolitie maakt bekend dat Marianne om het leven is gekomen nadat haar keel is doorgesneden.
- 4 mei: De politie krijgt tientallen tips over de moord.
- 6 mei: Marianne wordt onder grote belangstelling in Zwaagwesteinde begraven.
- 7 mei: De stille tocht in Zwaagwesteinde brengt 15.000 mensen op de been.
- 10 mei: De politie breidt het onderzoek naar de moord uit naar het asiekzoekerscentrum (AZC) in Kollum.
- 12 mei: Burgemeester Eggens van Dantumadeel en zijn ambtgenoot Visser van Kollumerland doen een beroep op de bevolking de geruchtenstroom en stemmingmakerij over de betrokkenheid van het asielzoekerscentrum (azc) in Kollum bij de moord te stoppen.
- 19 mei: Justitie in Leeuwarden looft 50.000 gulden uit voor de gouden tip in de moordzaak.
- 28 mei: De politie in Friesland houdt de eerste verdachte aan. Het betreft een 32-jarige man uit Zwaagwesteinde, een bekende van de familie Vaatstra.
- 1 juni: De verdachte wordt vrijgelaten. DNA-materiaal van de man komt niet overeen met dat van de dader.
- 18 juni: Opnieuw wordt een verdachte aangehouden. Hij had zich eerder als getuige gemeld.
- 19 juni: De verdachte wordt vrijgelaten. Hij had vrijwillig bloed afgestaan voor een DNA-onderzoek.
- 9 augustus: Het Openbaar Ministerie verdenkt een Irakese asielzoeker van de moord. De man vertrok twee dagen na de moord uit het azc in Kollum.
- 25 augustus: De familie Vaatstra stuurt een klachtenbrief naar het OM in Leeuwarden, omdat ze ontstemd is over het verloop van het onderzoek.
- 30 september: De familie Vaatstra schakelt het advocatenkantoor van de gebroeders Anker in, omdat de communicatie tussen Justitie en de familie niet vlekkeloos verloopt.
- 10 oktober: In Instanbul wordt op verzoek van de Nederlandse Justitie de verdachte Irakees aangehouden, na tips van in Nederland verblijvende asielzoekers.
- 15 oktober: DNA-onderzoek in Nederland wijst uit de 27-jarige Irakees niet de dader is. Het uitleveringsverzoek wordt ingetrokken. De man is niet langer verdachte.
- 25 November: Bij de Justitie in Leeuwarden zijn de afgelopen weken 20 nieuwe tips m.b.t. de zaak Marianne Vaatstra binnen gekomen.
- 21 december: Justitie in Leeuwarden wil in totaal van 150 mannen het Dna-profiel onderzoeken.
- 29 februari: Het forensisch Instituut in Rijswijk heeft op dit moment het Dna-materiaal van honderd mensen vergeleken met dat van de moordenaar. Van ongeveer 150 mensen moet dat nog gebeuren.
- Maart 2000: De definitieve uitslag van het forensisch onderzoek onder 150 bekenden van Marianne Vaatstra zal in deze maand bekend worden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.