Vraag 1 – Wanneer vertrek je en hoe lang duurt de reis?



Voordat een schip van de VOC kon vertrekken naar het verre Batavia moest men een hoop dingen regelen. Omdat de reis van erg lange duur was was een goede voorbereiding dus van erg groot belang. Een reis van Amsterdam naar Batavia in 1650 duurde namelijk ongeveer 8 tot 10 maanden, mochten er geen grote problemen onderweg langskomen. Zonder enige voorbereiding kon je voorspellen dat de bemanningsleden de reis niet zouden overleven of sowieso Batavia niet zouden halen. De dingen die het grootst van belang waren zijn:



- Genoeg bemanning



- Goede Zeilen

- Voldoende voedsel

- Goede instrumenten voor routebepaling



Vraag 2 – Hoeveel bemanningsleden zijn aan boord en overleven ze allemaal de reis?



Aan boord van een VOC-Schip waren meestal tussen de 180 en 350 man aan boord. Iedereen had natuurlijk een verschillende reden om aan boord te zijn, want iedereen had verschillende taken. Zo had je bijvoorbeeld matrozen, een schipper, stuurlieden, een kok, een chirurgijn, scheepsjongens en nog meerdere mannen. Er waren overigens ook passagiers aan boord, en die zag je ook over het dek lopen en werken. De meeste passagiers waren namelijk handelaars die veel geld wilden verdienen aan de specerijen-handel. Meestal namen zij hun hele familie mee, wat erg gunstig was, want ze konden elke hulp gebruiken om een veilige reis naar Batavia te hebben. Er lagen altijd veel kapers op de kust, of dat nou piraten of De Dood was. Het waren ook meteen de grootste problemen die het schip mee kon maken. Als je 350 man mee aan boord nam dan waren er meestal nog 260 over wanneer ze in Batavia aanmeerden.



Vraag 5 – Welk voedsel werd er meegenomen en hoe was dit voedsel geconserveerd?



Als je er over nadenkt dat ongeveer 180 tot 350 man bij elke reis aanwezig is, dan was het een knap lastige taak om in te schatten hoeveel voedsel er aan boord moest zijn om niet onderwerp opeens zonder eten te zitten. Want mocht je zonder voedsel komen te zitten, dan had je weinig tot geen kans om te overleven. De mensen aan boord hadden al weinig smakelijk voedsel te eten, en zit je dan zonder, dan takelt je lichaam al helemaal snel af.





Het was voornamelijk van belang dat het ‘juiste’ voedsel aan boord was. Met ‘juiste’ bedoel ik dat ze voedsel aan moesten slepen dat lang houdbaar was. Toentertijd hadden ze geen koelkasten of vriezers waar ze alles in op konden bergen. Hierdoor droogden ze het voedsel, of bestrooiden het met zout waardoor het veel minder snel bedierf. Ook was een groot aantal vitamines in het voedsel van groot belang. Om al deze dingen met elkaar te mixen, zijn ze tot de volgende etenswaren gekomen:



Kaas: Als je het meeneemt wanneer het nog jong is en het op de goede manier bewaard blijft, bederft het veel minder snel.



Boter: Dit etenswaar is altijd lang houdbaar gebleven en zo kon de bemanning genoeg vetten binnenkrijgen.



Scheepsbeschuit: De naam spreekt voor zich, het is voedsel dat speciaal gemaakt is voor schepen die lange reizen moeten maken.



Spek: Het langst houdbare vlees. Vlees is gezond, en doordat het zo lang houdbaar was hadden ze halverwege de reis ook nog vlees.



Stokvis: Vis is erg gezond met veel vitamines erin. Ze maakten het lang houdbaar door het te zouten en om de geur minder te maken deden ze er ui op. Het ui op vis doen mensen nog steeds, kijk maar naar de haring.



Erwten: Erg voedzaam eten en snel vullend. Dit was voornamelijk de lunch.



Fruit: Dit is altijd al gezond geweest en om ervoor te zorgen dat het niet bedierf, lieten ze het drogen.



Ook namen ze levende dieren mee aan boord. Wanneer ze zin hadden in iets te eten, slachtten ze de koe en aten het gewoon op. Het resterende vlees bleef in de voorraadkast.



Ze gebruikten ook Kaap de Goede Hoop om fruit te telen, want mochten ze bijna geen fruit hebben, gingen ze gewoon daar fruit halen zodat ze genoeg hadden voor de rest van de reis.



Vraag 7 – Wat waren de problemen aan boord van het schip?



Ziektes: Het meest voorkomende probleem, doordat iedereen zo dicht bij elkaar zat, konden zij ook snel worden aangestoken met het virus. Dit kwam voornamelijk door het tekort aan vitamine.



Vijandelijke schepen of Piraten: De meeste VOC-schepen waren wel goed uitgerust tegen deze vijandelijke schepen maar ze konden alsnog de boot erg beschadigen of je voedsel stelen. Ze waren voornamelijk uit op de vracht die je vervoerde, en als die werd beschadigd of gestolen, was de hele reis voor niets geweest.



Onderlinge vechtpartijen: Buiten de ziektes en piraterij, kon men natuurlijk ook ruzie met elkaar krijgen. De leden die de vechtpartijen veroorzaakten kregen een boete of een straf opgelegd. Door dat je een gevecht veroorzaakt kunnen natuurlijk doden vallen of beschadiging van de vracht.



Opstanden/Muiterij: De vrees van elke kapitein. Het kwam ook regelmatig voor dat de bemanning het niet met de kapitein eens was. Soms liep het uit op een vechtpartij, maar het hing er voornamelijk van af hoe sterk de leiding en de bemanning was. Dan wisten ze wie het onderspit zou delven.



Termieten: Die vond je ook snel op een schip. Het was ook een erg groot probleem, als je er van uitgaat dat het hele schip van hout gemaakt was. Ze konden natuurlijk niet het hele schip verorberen, maar wel zorgen voor gaten in het schip, waardoor het schip zou kunnen verdrinken.



Weeromstandigheden: Hier kon niemand wat tegen doen. Met zware wind werd je uit koers geblazen, en met lange windstiltes kwam je geen millimeter verder. Als er storm kwam moest je de zeilen losgooien en kon je niets anders doen dan hopen dat het schip niet zou kapseizen.



Brand: Omdat je op zo’n schip vastzat, was je de pineut als er brand uitbrak. Veel doden kwamen hierdoor. Men denkt dat het voornamelijk de schuld was van de olielampen.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

handig!

6 jaar geleden