Saskia is zwanger

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 1238 woorden
  • 8 juni 2001
  • 41 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 41 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Saskia is zwanger.

Ik ben zwanger! Eindelijk, ik heb er zolang op moeten wachten, maar nu is het toch zover. Vanmiddag als Wim thuiskomt van zijn werk zal ik het hem gelijk vertellen, hij zal net als ik heel erg blij zijn. Ik kan niet wachten om kleertjes te kopen, een kinderkamer in te richten, allemaal spulletjes aan te schaffen, er breekt een mooie tijd aan voor mij en Wim!

Ik heb het Wim verteld en zoals ik al had verwacht was hij heel erg blij, hij werd er zelfs een beetje emotioneel ervan.Dat had ik niet achter Wim gezocht. Binnenkort zijn we een gezinnetje, wat het word maakt me niet uit, als het maar gezond is. Oja, voor ik het vergeet, ik moet morgen een afspraak maken met de vroedvrouw.

Drie weken geleden heb ik een afspraak gemaakt met de vroedvrouw en ik kom er net vandaan. Hoe blij ik heen ging, hoe treurig ik nu ben. Ze vroeg me of we erfelijke ziektes in onze familie hebben. Mijn nicht heeft cystische fibrose, ook wel taaislijmziekte genoemd. De vroedvrouw vroeg me toen of ik interesse had om een prenatale diagnostiek te laten doen. Ik heb gezegd dat ik het er nog met Wim over wou hebben.


Toen ik thuiskwam ben ik gelijk het internet op gegaan en heb ik informatie gezocht over taaislijmziekte en over prenatale diagnostiek. Wim kwam plotseling een half uur eerder thuis van zijn werk en vroeg me waar ik mee bezig was. Ik barstte in tranen uit en Wim begreep er niks van. Met hoten en stoten kwam alles er uit en samen hebben we het erover gehad. Wim wou eerst niks weten van prenatale diagnostiek, maar ik vond het toch wel een goede optie. Toen hebben we alle voor- en nadelen van prenatale diagnostiek opgeschreven en kwamen we tot de conclusie dat we het toch wel belangrijk vonden om een gezond kind op de wereld te zetten.

Dus, ik wil prenatale diagnostiek laten doen, maar als de uitslag ongunstig is, wil ik het laten weghalen. Ik hoop niet dat ik nog veel ga twijfelen, want als het ongunstig is, vermoord ik toch iets. Ach, wat zeur ik nou, misschien is er wel helemaal niks aan de hand. Laten we daar maar op rekenen.

Morgen laat ik me onderzoeken. Ik ben bang, heel bang. Ik heb de hele dag nog niks door mijn keel gekregen en ik huil steeds, ik kan gewoon niet ophouden. Stel nou dat het kindje ongezond is, dan kan ik het toch niet laten weghalen? Het is een levend wezentje. Ik weet het echt niet meer hoor. Was het maar alvast overmorgen, dan heb ik natuurlijk nog steeeds geen zekerheid, maar dan kan ik niet meer terug.

Ik lig al vanaf 22.30uur op bed, het is nu 4.15uur en ik heb nog steeds geen oog dicht gedaan. Wim slaapt al de hele tijd, ik snap niet hoe hij dat voor elkaar krijgt, je kan nu toch niet rustig slapen alsof het morgen een dag is zoals alle andere dagen? Ik zal nog wel even wakker blijven, morgen schrijf ik weer.

Wij, Wim en ik zitten in de auto, op weg naar het ziekenhuis. Ik bibber helemaal en kan niet beschrijven hoe ik me voel. In ieder geval heel miserabel. Wim is er vrij rustig onder. Ik weet dat ik veel pijn zal krijgen, maar dat maakt me niks uit, als het kind maar gezond is, dat is ook het enige dat ik wens op dit moment. We rijden nu de parkeerplaats op, de zenuwen gieren door mijn keel, straks als we thuis zijn, schrijf ik hoe het was.

Het was een lange dag. Wat ik ook nooit meer zal vergeten. Allemaal artsen die om me heen stonden, afschuwelijk!

Ik heb constant moeten huilen, Wim hield mijn hand vast, en steunde me. Hoewel ik veel pijn had, was dat niet de reden dat ik moest huilen, het is nu gewoon zo definitief, ik kan nu niet meer terug. Dat wil ik ook niet hoor, maar toch is dit heel beangstigend. Volgende week krijg ik uitslag. Dus je kan wel begrijpen dat dit een, op z'n zachtst gezegd, een rotweek wordt. Maar ik moet me er doorheen slaan, mijn kindje voelt deze stress ook en dat is niet goed. Ik moet proberen rustug te blijven, goed te eten en er met Wim over praten, want die mag zich niet buitengesloten voelen, ik mag me niet isoleren.

Nog vijf dagen en ik weet het, het duurt nog een eeuwigheid, maar ik ben ondertussen wel al twee dagen verder. Mijn vader en moeder komen vaak langs en die van Wim ook. Verder heb ik ook veel steun aan mijn beste vriendin en Wim aan zijn broer. Elke avond proberen we het gezellig te maken met z'n tweeen en dat lukt wel aardig. Wim neemt alles supergoed op en we slaan ons er goed doorheen, al zeg ik het zelf. Natuurlijk is het moeilijk, maar Wim en ik, samen staan we sterk!

Morgen weten we het, de uitslag. Deze week viel me mee, achteraf. We hebben veel steun gehad, aan elkaar. En natuurlijk ook van vrienden en familie. Nu het zo dichtbij komt, ben ik lang zo zenuwachtig meer. En hoewel ik eerst zei dat we het kindje laten weghalen als het ongezond is, houden we het zoiezo. Gezond of niet, het kindje zal heel gelukkig worden en zal heel veel liefde krijgen. Hopelijk ben ik vanavond nog net zo positief als nu, vast wel. Morgen weten we het, ik kan niet wachten.

We zijn weer op weg naar het ziekenhuis. Vannacht heb ik goed kunnen slapen, volgens mij was het nu Wim die geen oog heeft dichtgedaan. We zijn heel gespannen, maar we hopen het beste. Het kindje is welkom.

We komen terug van het ziekenhuis. We moesten eerst een half uur wachten, nou, ik kan je zeggen een kwelling! het leek net of de tijd stil bleef staan. Maar, na een tijd kwam de arts. We moesten haar volgen naar een kamer. Die was gezellig ingericht, zodat je je een beetje op je gemak kon voelen. Ze had een envelop bij zich. Ze vroeg of we het zeker wisten dat we het wilden weten. Ja, we waren er zeker van. Nou, zei ze, dan zal ik er maar niet omheen draaien, jullie kindje is gezond. Wat een opluchting! Er viel een last van onze schouders en Wim en ik omhelsden elkaar. Na uitgebreid te hebben geknuffeld felicteerde de arts ons. We moesten de envelop maar mee naar huis nemen en die nog eens goed overlezen. Dat zouden we doen. We waren echt superblij en opgelucht, we hebben iedereen opgebeld en toen zijn Wim en ik lekker uit eten gegaan, om het te vieren.

Het duurt nog 2 maanden en dan is ons kindje geboren, het maakt ons niks uit wat het word, alles is goed. Wim is vorige week begonnen met de babykamer en dat gaat er al heel mooi uitzien. Ik ben met verschillende vriendinnen al wezen winkelen en de kast puilt al uit van de kleertjes, echt ik ben de gelukkigste toekomstige moeder van het heelal.


Ik ben net een week thuis. Ik ben bevallen van een wolk van een dochter, Marieke. Ze is kerngezond en ze mocht gelijk mee naar huis. Dit is het mooiste wat Wim en mij is overkomen en we denken al na over een tweede...


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.