Het AD onderzoekt: wat vind jij van de lerarenstaking en wat merk jij van het lerarentekort? Invullen duurt maar 2 minuutjes!

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Zo verlaag je jouw stress voor een toetsweek!

Deze week is natuurweek. Samen met hogeschool Van Hall Larenstein laten we zien wat jij kunt studeren waarmee je een bijdrage kunt leveren aan het behoud van de natuur. Reporter Isa zocht uit hoe het beste kunt ontspannen als je stress hebt. Op de landingspagina lees je nog veel meer over natuurstudies.

Alles over natuur

Andreas Vesalius, vader van de anatomie.



Andreas Vesalius was een heel belangrijk persoon uit de geschiedenis. Hij is de grondleger van de Anatomie zoals we die nu kennen.

De echte naam van Andreas is Andries van Wesele hij werd geboren op 31 december in het jaar 1514, dat was in Brussel. Zijn familie bestond uit allemaal hele beroemde artsen, die al vele generaties lang in het Vlaamse Brabant werkten. Zijn vader was een hele beroemde apotheker die ook medicijnen leverde aan het hof van de Keizer Karel V. Zijn vader hete Andreas en zijn moeder heette Elisabeth Crabbe. Toen zijn ouders getrouwd waren veranderde de naam van zijn moeder natuurlijk van Crabbe in Wesele.

De grootouders van Andreas hadden ook een hele hoge positie als arts. Zijn grootouders waren namelijk de lijfartsen van Maria van Bourgondië. Maria van Bourgondië was de landvoogdes van wat toen nog de Nederlanden waren, een landvoogdes is iemand die namens het koninkrijk allerlei belangrijke beslissingen neemt die voor een bepaald gebied gelden. Dit is vergelijkbaar met wat nu de commissaris van de koningin is.





Over de jeugd van Andreas is vrij weinig bekend. Wel zijn er veel dingen waarover men een vermoede heeft. Zo vermoed men bijvoorbeeld dat hij in zijn jong jaren naar een lagere school in Brussel ging. Waarschijnlijk ging hij daarna naar Leuven om daar aan het Pedagogium Castri te studeren. Andreas kon heel makkelijk leren en besloot daarom om aan het Collegium Trilinque nog een aantal extra colleges te gaan volgen. Hij was erg goed in talen en interesseerde zich hier ook heel erg veel voor, zijn lievelingslessen waren dan ook Grieks en Latijn. Maar naast Grieks en Latijn had Andreas ook nog een beetje Hebreeuws geleerd.



Toen Vesalius 19 jaar was ging hij naar Parijs om daar een medische opleiding te volgen aan de Parijse universiteit. Daar kreeg Vesalius les van 2 mensen die heel belangrijk waren voor het verdere verloop van zijn leven. Deze mensen waren Jacobus Sylvius en Johannes Gunterius Andernacus.

Sylvius was erg belangrijk voor Vesalius omdat deze leraar hem veel geleerd heeft over het ontleden van lichamen. Dit deed deze leraar door zo af en toe een poot van een schaap of een hond mee te nemen naar de les en dan Vesalius er naar te laten kijken. Ook mocht Vesalius deze leraar zo af en toe helpen met een lijkschouwing. Nou moet je jezelf bij deze lijkschouwingen niet al te veel voorstellen, want net als de lessen van toen waren deze lijkschouwingen erg primitief.

Andernacus was de andere persoon die heel belangrijk was voor Vesalius. Vesalius vond Andernacus eigenlijk helemaal niet aardig, dit kwam omdat Andernacus een groot aanhanger was van het gedachtegoed van Galenus. Galenus was een oude Griekse anatoom die doormiddel van deductie een hele boel medische en wetenschappelijke ideeën heeft opgedaan. Galenus had dus nog nooit echt naar een mens gekeken om zijn `wetenschappelijke` kennis te onderbouwen. Ondanks dat geloofde men al zo’n anderhalf millennium lang in de wetenschappelijke kennis van Galenus. Daarom was het voor Vesalius belangrijk om zo veel mogelijk te weten over het gedachtegoed van Galenus.



Vesalius vond na een tijdje de lessen op de universiteit toch wel saai en makkelijk worden en daarom besloot Vesalius om zijn kennis van het menselijk lichaam op zijn eigen houtje te gaan verbeteren. Hiervoor ging Vesalius vaak naar een Parijse executieplaats en naar de Parijse begraafplaats Cimetière des Saints. Daar ontdekte Vesalius bijvoorbeeld dat de onderkaak van de mens uit 1 bot bestond en niet uit meerdere zoals men vroeger altijd dacht. In deze tijd had Vesalius zo veel studie gedaan naar menselijke botten dat hij terwijl hij geblinddoekt was door alleen te voelen kon zeggen welk menselijk bot hij in zijn handen had.



In 1537 moest Vesalius terug naar Brabant, omdat daar een oorlog woede tussen keizer Karel en Francois I. Vesalius wilde tijdens de oorlog nog wel door studeren en liet daarom zijn studie in Parijs vallen, maar pakte zijn studie aan de universiteit van Leuven weer op. In Leuven maakte Vesalius grootte indruk door van de botten van een terechtgestelde man een echt skelet op te bouwen. Deze botten waren door een vriend van Vesalius mee gesmokkeld vanuit Parijs, omdat het toen in België nog verboden was om mensen te ontleden. Doordat er in die tijd nog zeer weinig bekend was over het menselijk geraamte kreeg Vesalius toen als beloning voor dit geraamte de eer om alle lijkschouwingen in Leuven vanaf dan te mogen doen. Er waren in Leuven al 18 jaar geen lijkschouwingen meer gedaan omdat men toen nog dacht dat je de eeuwige rust zou verstoren als je een dood lichaam beschadigde. De lijkschouwingen van Vesalius waren toen dan ook erg omstreden.



In februari van het jaar 1537 haalde Vesalius de laagste graad in de geneeskunde aan de universiteit van Leuven. Toen was hij dus baccalaureaat (zo heette dat toen nog). Maar Vesalius vond dit niet genoeg, en wilde dus promoveren. Om te promoveren haalde hij zijn kennis uit o.a. uit het 9e boek van Rhazes. Rhazes was een hele bekende Arabische geneeskundige. Ondanks dat de Arabische geneeskunde in die tijd nog erg omstreden was ging Vesalius in 1537 naar de universiteit van Padua, waar hij eindexamen deed en promoveerde. Hij werd in Padua dus doctor in de geneeskunde en ook nam hij bezit van de leerstoel in de heelkunde.



Het einddoel van Vesalius was om hoogleraar in de chirurgie te worden. Dit was een haalbaar doel omdat de toenmalige hoogleraar in de chirurgie Paolo Colombo bijna met pensioen ging. Het enige wat Vesalius nog tegen hield om deze functie te krijgen was zijn gebrek aan kennis van de anatomie. Hij had weliswaar veel bestudeerd over de menselijke beenderen, maar veel echte anatomische kennis had hij nog niet. Om meer anatomische kennis op te doen deed Vesalius een zeer omstreden daad. Hij haalde een net ter dood veroordeelde en begraven man uit zijn graf en ging deze ontleden. Voor veel mensen was toen de maat vol want nadat hij al veel proeven op levende dieren had gedaan vond men nu dat hij de wetten van de kerk (bijna iedereen was toen nog gelovig) wel heel erg veel had overtreden. Veel mensen keerden Vesalius nu dus de rug toe. Veel vrienden hield Vesalius er ook niet aan over, omdat veel mensen bang waren dat als ze met hem om gingen ze ook met zijn ideeën in verband gebracht zouden worden.



Ondanks dat Vesalius heel erg omstreden was deed hij toch heel erg belangrijk werk. Hij was bijvoorbeeld de eerste anatoom die ontdekte dat de linker en rechterhelft van het hart niet gescheiden zijn door een tussenschot, maar gewoon aan elkaar zaten. De voorgangers van Vesalius (Galenus en Sylvius) die een fel aanhanger waren van het idee dat de linker en rechter helft wel gescheiden zouden zijn spraken Vesalius dus heel veel tegen. Dit was slechts een voorbeeld van wat Vesalius allemaal ontdekte, maar dit was wel 1 van zijn belangrijkste ontdekkingen.



Alle belangrijke en voor die tijd nieuwe ontdekkingen schreef Vesalius op in een boek. Dit boek heette Tabulae Anatomicae sex. Dit betekent Zes Anatomische platen. Zoals de titel al doet vermoeden beschreef Vesalius in dit boek het menselijk lichaam aan de hand van zes platen. Vesalius zelf tekende voor het boek 3 platen namelijk: de plaat van het lever met het poortaderstelsel en de genitalia, het veneus stelsel en het arterieel stelsel. Dit waren de 3 meest ingewikkelde delen. De overige 3 platen werden door een vriend van Vesalius getekend in de vorm van skeletfiguren. Die 3 platen werden daarna door Vesalius van bijschrift voorzien en in het boek geplaatst. Galenus was natuurlijk geen fan van dit boek en Galenus probeerde alle beweringen van Vesalius te verwerpen. Nou kon Vesalius natuurlijk al zijn beweringen bewijzen, en daardoor werd uiteindelijk Vesalius meer geloofd dan Galenus. Het feit dat Galenus ook nog nooit een mens had ontleed, maar al zijn ‘kennis’ baseerde op wat hij ontdekte bij het ontleden van apen werkte natuurlijk ook in het voordeel van Vesalius.



Vesalius probeerde nog steeds om meer bij te leren over het menselijk lichaam, dit deed hij onder andere door zijn collega professor Albius te assisteren tijdens zijn colleges. Vesalius bleef in die tijd ook nog bezig met het opbouwen van menselijke skeletten. En omdat hij die zomaar weg gaf aan professor Albius werd Vesalius erg gewaardeerd en kreeg Vesalius steeds meer aanzien.



Vesalius wilde na het succes van zijn 1e boek ook nog een 2e boek uitbrengen. Dit boek noemde hij Opus magnum. In tegenstelling tot zijn 1e boek stond in dit boek veel kennis die overeenkwam met het gedachtegoed van Galenus.

Na het 2e boek gaat Vesalius nog steeds door met schrijven en schrijf ook zijn 3e boek, wat eigenlijk geen boek was, maar een serie. Deze serie heette Humani Corporis Fabrica Libri septem. Dit betekent De 7 boeken over de bouw van het menselijk lichaam. Deze serie komt uit in 1543.



Omdat Vesalius veel kennis over het menselijk lichaam had opgedaan wilde koning Karel IV dolgraag dat Vesalius zijn persoonlijke huisarts zou worden. Vesalius nam deze taak een tijdje op zich, maar hij vond het niet echt een leuke baan omdat Karel IV een erg onaardig persoon was en ook heel slecht op zijn gezondheid lette.



Vesalius bleef niet eeuwig vrijgezel, en in hij trouwde met Anna van Hamme. Met haar kreeg hij in juli van het jaar 1545 een dochter die hij naar zijn vrouw vernoemde. De carrière van Vesalius ging alleen nog maar voorruit omdat Vesalius de eerste arts was die bij een levend persoon en kwaal constateerde. Later bij de autopsie werd bevestigd dat Vesalius gelijk had en dat de kwaal die hij bij dit persoon constateerde ook de doodsoorzaak was geweest.



In 1556 trad Karel IV af. Daardoor werd al zijn personeel ontslagen. Aangezien Vesalius nog steeds zijn huisarts was, werd dus ook hij ontslagen. Omdat Vesalius een aantal jaren goed werk had geleverd voor Karel IV kreeg Vesalius een voor die tijd behoorlijk grote beloning en ook kreeg hij de titel van Comes Palatinus. Dit betekent Graaf van het Heilig Lateraans Paleis. Hierdoor werd Vesalius nog meer gewaardeerd dan dat hij al was en werden zijn boeken de grondslag voor de kennis van bijna alle artsen uit die tijd.



Kort nadat Vesalius zijn onderscheiding in ontvangst had genomen kreeg hij weer een nieuwe baan. Hij werd in 1559 de huisarts van de nieuwe Spaanse koning: Fhilips II. Dit betekende dat Vesalius naar Madrid moest verhuizen. Dit vond hij eigenlijk niet zo leuk, omdat er in Madrid veel minder mogelijkheden waren om zijn Anatomische kennis uit te breiden. Maar hij werd min of meer gedwongen om de baan toch aan te nemen omdat het in die tijd nog zo was dat als je een functie in dienst van een lid van welk koninklijk huis dan ook weigerde je een slechte naam kreeg. En aan gezien Vesalius het juist van zijn goede naam moest hebben, was het dus niet erg verstandig om deze baan te weigeren.



In 1561 schreef Vesalius zijn laatste boek dat een grote betekenis had. Dit boek heette Gabriele Fallopii Observationum Examen. Dit betekent Studie van de anatomische waarnemingen van Gabriele Fallopii. Zoals de titel al doet vermoeden gebruikte Vesalius voor dit boek veel gegevens die door Gabriele Fallopii verzameld waren. Vesalius had overigens deze jongen zelf opgeleid in de tijd dat hij nog hoogleraar was.



Het einde van het leven van Vesalius is nogal tragisch. Omdat het in de 16e eeuw nog verboden was om menselijke lichamen te ontleden werd Vesalius al op jonge leeftijd ter dood veroordeeld. Maar omdat Vesalius heel veel belangrijk werk deed, en omdat hij veel succes had werd de executie steeds uitgesteld. Uiteindelijk werd beslist om Vesalius maar niet om te brengen, en kreeg hij een alternatieve straf. Vesalius moest een diplomatieke reis maken naar het heilige land (dat is Israël). Deze reis begint hij in 1564. Dit doet hij samen met zij vrouw en dochter. Omdat in deze tijd de scheepvaart nog niet heel erg betrouwbaar was zette Vesalius zijn vrouw en dochter aan land in Cette. Vanaf daar zouden zij verder reizen naar Brabant. Vesalius zet zijn reis voort, dit doet hij met succes en hij voltooid zijn missie. Maar op zijn terugweg vanuit Israël komt het schip waar hij mee reist in een zware storm terecht. Het schip loopt daarbij op de rotsen en de hele bemanning van het schip inclusief Vesalius komt daarbij om het leven. De datum van deze ramp is 15 oktober 1564.



Antwoorden op de vragen.

De antwoorden op de vragen uit het boek staan al in de tekst verwerkt, maar ik zal hier voor de duidelijkheid toch nog even opschrijven wat deze antwoorden zijn.

Ø De manier van werken van Vesalius verschilde met die van zijn voorgangers omdat hij als eerste mens uit de geschiedenis zijn kennis baseerde op feiten. Hij was de eerste die vele ontdekkingen deed die nu voor ons vanzelfsprekend zijn. Bijvoorbeeld dat een mens geen linker en rechter harthelft heeft, maar gewoon 1 hart. De voorgangers van Vesalius kwamen alleen maar aan hun kennis doordat ze dieren ontleden en omdat ze dingen verzonnen die logisch leken. Maar de mens verschilt natuurlijk heel veel van de dieren en de meeste kennis van de oude geleerden klopte dus ook niet.

Ø Het belangrijkste werk van Vesalius was het boek Tabulae Anatomicae sex. Dit boek was heel belangrijk en maakte ook heel veel indruk, omdat het op een heel duidelijke manier liet zien hoe het menselijk lichaam in elkaar zat, maar ook omdat heel veel kennis die tot dan aan toe als waar beschouwd werd in het boek werd verklaard als onzin. Soms was het zelfs zo erg dat Vesalius het tegenovergestelde beweerde van wat men tot dan toe altijd dacht.

Ø In de tijd dat Vesalius leefde had de kerk nog heel erg veel invloed op het doen en laten van de mensen. Volgens de kerk gaat de ziel van de mens naar de hemel en blijft het lichaam achter op aarde. Maar als het lichaam beschadigd zou worden kon het volgens de kerk gebeuren dat de ziel niet meer naar de hemel gaat. Daarom vonden dus heel veel mensen dat je niet aan een menselijk lijk mocht komen.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.