Gedichtenanalyse
5 gedichten van Gerrit Komrij geanalyseerd

Oorlogssonnetje

Loert daar geen terrorist achter het raam?
Ik hoorde het in de keuken ook al tikken.
Ik droom van mullah, mohammed, imam
En van de minste windstoot moet ik schrikken –

Een losse dakpan of een arabier?
Ik slorp het nieuws op. De tv staat warm.
Ik ben nerveus. Ik heb niet echt plezier –
Ik ben de gijzelaar van vals alarm.

De heren worden stichtelijk bedankt.
Ze stampvoeten en zijn alleen nog zoet
Als er ten minste één sirene jankt.

Wie speelt het in zo’n kleuterklasje klaar
Een oorlog af te wenden die al woedt?
Doe nu je oorlog maar, papkind, doe maar.
Gerrit Komrij, gedichtendag.org

1. a Titel: Oorlogssonnetje
b Dichter: Gerrit Komrij

2. Samenvatting

Gerrit Komrij dicht over de oorlog tegen het terrorisme.
In het gedicht komen niet veel personen voor. Natuurlijk is er de ik-persoon. Daarnaast zijn er woorden als “de heren” die slaan op mensen als Bush, Tony Blair, Balkenende en andere die met de oorlog te maken hebben. “Papkind” slaat natuurlijk op Bush, omdat hem vaak verweten wordt dat hij zijn vader probeert te evenaren/verbeteren.
Zoals eerder gezegd beschrijft hij de oorlog tegen het terrorisme, en de paranoia die het bijbehorende beleid bij de mensen losmaakt. Hij laat merken dat hij bang is met zinnen als “Loert daar geen terrorist achter het raam?”. Wanneer het zich afspeelt is niet moeilijk te zeggen want het is de afgelopen 4 jaar al aan de gang.
Er is absoluut geen sprake van een ideaal. Meer van een gevoel of sfeerimpressie. Hij laat merken dat hij er een beetje gek van wordt door een zin als” Ik ben de gijzelaar van vals alarm.” Het volk wordt continu bang gehouden voor nieuwe aanslagen en de voortdurende terroristische dreiging die gepropageerd wordt door de regeringen.
De regel die ons het meest aanspreekt is “Wie speelt het in zo’n kleuterklasje klaar”.
Hij bedoelt hier wellicht mee dat de relevante wereldleiders een stel onbekwame en onverantwoordelijke kleuters, al beslissen ze met gigantische gevolgen en gaat het over grote belangen.

3. Onderzoek

Stijlfiguren en beeldspraak:
De eerste zin “Loert daar geen terrorist achter het raam?” is een retorische vraag, natuurlijk is het geen terrorist, en als het zo zijn zou niemand dat weten, op diezelfde manier zouden we ook de eerste zin van het tweede kwatrijn (“Een losse dakpan of een arabier?”) een retorische vraag kunnen noemen hoewel dit betwistbaar blijft, en misschien net buiten de definitie van een retorische vraag valt.
De zin “Ik droom van mullah, mohammed, imam” is een opsomming van verschillende elementen in de Islamitische cultuur, ook is er alliteratie met de steeds terugkerende letter ‘m’.
Het nieuws in “Ik slorp het nieuws op” betreft een metonymia, aangezien hij niet het nieuws als zijnde het ‘programma’ dat elke dag actualiteiten bespreekt en beschrijft, maar een onderdeel daarvan, namelijk de verschillende items die daarin behandeld worden.
“Een gijzelaar van vals alarm” is paradoxaal, aangezien het normaal zo zou moeten zijn dat een alarm dat vals blijkt, (relatief) bevrijdend werkt. Het kan echter in deze situatie wel zeker, omdat Komrij met dit gedicht impliceert dat met de continue aanwezigheid van vals alarm paranoia opgeroepen wordt.
Ook zou je kunnen zeggen dat de laatste 3 regels van het tweede kwatrijn parallelisme bevatten, omdat het allemaal (op de 2e zin van de 2e regel na) korte, zakelijke en concrete zinnen zijn die beginnen met ‘Ik’. (“Ik ben nerveus. Ik heb niet echt plezier“ “Ik ben de gijzelaar van vals alarm”).
Hyperbolen zijn er in overvloed (een gijzelaar is wat overdreven, en dat er altijd minstens één sirene moet janken is ook niet waar).
Een zin als “Ik heb niet echt plezier” is duidelijk een understatement, omdat het wel iets storender is (vandaar ook de aanleiding om hierover een gedicht te schrijven) dan Komrij hier laat overkomen.
De zin ‘De heren worden stichtelijk bedankt’ is ironisch of misschien zelfs sarcastisch, omdat hij de heren alles behalve dankbaar is.
De vraag “Wie speelt het in zo’n kleuterklasje klaar een oorlog af te wenden die al woedt?” is retorisch, hier wordt niet echt een antwoord op verwacht. Het antwoord dat Komrij hier voor ogen heeft kan alleen geraden worden, maar die zal waarschijnlijk pessimistisch zijn.
In de laatste regel zien we repetitio. De zin “Doe nu je oorlog maar, papkind, doe maar.” zie je aan de woorden ‘doe maar’ dat het herhaling is.
Als laatste zou je kunnen suggereren dat er sprake is van een lichte anticlimax, omdat hij eerst blijk geeft van sterke paranoia, en er uiteindelijk bijna apathisch tegenover staat.

Soort rijm:
Dit gedicht is een sonnet in de vorm ABAB CDCD EFE GFG, in de eerste twee kwatrijnen is dus sprake van tweemaal gekruist rijm. Alle rijm is mannelijke eindrijm, alleen ‘tikken’ en ‘schrikken’ zouden eventueel vrouwelijk genoemd kunnen worden.
De wending zit na het tweede kwatrijn, waar hij van een paranoïde naar een sceptische houding gaat, zich kritisch uit en een melancholische en apathische houding tegenover het probleem laat zien (“Wie speelt het in zo’n kleuterklasje klaar een oorlog af te wenden die al woedt?”) hij komt dus uit zijn slachtofferrol en gaat zich daarna kritisch uiten.
Omdat de wending na de 2e strofe is noemen we dit een klassiek (of Italiaans) sonnet.

Traditioneel of modern:
Het is een traditioneel gedicht want het volgt de klassieke opbouw van een sonnet, het heeft een normaal gebruik van leestekens, eindrijm volgens een bepaald rijmschema, en ongeveer even lange versregels.

Soort gedicht:
Naar de inhoud is het een gelegenheidsgedicht, het gaat om actualiteit, het is ook een beetje een hekeldicht, omdat het commentaar levert over de (politieke) situatie.
Naar de vorm is dit een sonnet, naar de klassieke Italiaanse vorm.

Opbouw:
Het gedicht is vrij concreet en heeft weinig opbouw op de wending na.
Eerst uit hij paranoia, later, na de wending, komen de politieke figuren in het spel en geeft hij hen de schuld van die paranoia, en het voeren van een oorlog die volgens hem kinderachtig is.

Kernregel of woord:
“Doe nu je oorlog maar, papkind, doe maar” is eigenlijk de kernregel, omdat het er volgens Komrij uiteindelijk op neer komt dat het een kinderachtige oorlog is, die nu niet meer tegen te houden is. Deze zin belichaamt allebei deze stellingen.

Verband thema en titel:
Het thema is de oorlog van de Westerse wereld (in dit geval met name de Verenigde Staten, Engeland en hun andere bondgenoten, waaronder Nederland) tegen het ‘terrorisme’, vooral die van het Midden-Oosten.
Het enige verband met de titel is eigenlijk het woord oorlog, oorlogssonnetje zou overigens een woordspeling op ‘oorlogszonnetje’ kunnen zijn, en geeft verder alleen maar aan dat het een sonnet is.

4. Beoordeling

We vonden dit een interessant gedicht omdat het ging over een vrij bestreden onderwerp, en Komrij geeft op een duidelijk manier zijn minachting weer. Het is misschien een beetje zwak dat er geen aanwijzing is waarom hij het zo kinderachtig vindt, maar het gedicht is in deze vorm zeker krachtig te noemen, en het feit dat wij hier ons wel een beetje bij aan kunnen sluiten helpt hierbij ook.
Het taalgebruik was niet bijzonder maar wel op sommige plaatsen gepast banaal, en dat voegt veel toe aan de apathie die Komrij probeert over te brengen.

De zittende politicus

Hij heeft nog nooit gedanst. Hij kent zijn doel.
Nog nooit is op zijn vale klerkensmoel
Zomaar een lach verschenen, maar die nacht,
Nadat de gek de nar had omgebracht,
Kroop hij zijn bed uit, glimmend van de pret,
En maakte hij onbespied een pirouette.
Dank, dank, riep hij, het monster is geveld.
Hij oefende het woord ‘geschokt’ voor morgen
En sliep als twintig ossen kunnen slapen.
Straks is hij, voor de camera, vol zorgen.
Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld.
Daar klinkt verdomd weer zijn belegen lied.
Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen,
En ziet nog steeds het echte monster niet.

Gerrit Komrij, gedichtendag.org

1. a Titel: De zittende politicus
b Dichter: Gerrit Komrij

2. Samenvatting
Gerrit Komrij geeft hier zijn mening over (voor zover wij kunnen bedenken) Balkenende die zijn, volgens Komrij onoprechte, mening geeft over de moord op Theo van Gogh.
De personen die in dit gedicht voorkomen zijn de hoofdpersoon met de klerkensmoel, de gek en de nar.
Dit zijn hoogstwaarschijnlijk, voor zover wij kunnen bedenken, Balkenende (vanwege zijn Christelijke achtergrond en representatieve rol in de politiek), Mohammed B. (de ‘gek’ die uit fundamentalistische religieuze overtuiging Theo van Gogh heeft vermoord) en Theo van Gogh (de ‘nar’ die Balkenende politiek gezien niet zo lag en veel oproer veroorzaakte bij vooral de allochtone bevolkingsgroep).
Er is niet echt een ontwikkeling, hij beschrijft de gevoelens van een fictionele figuur die waarschijnlijk Balkenende moet voorstellen, er is dus vooral sprake van het weergeven van een gevoel of gedachte, en wel die van de Hij-figuur.
Komrij leeft zich dus in in de hoofdpersoon.
De regel die ons het meeste aanspreekt is “En ziet nog steeds het echte monster niet” omdat Komrij hier op een mysterieuze wijze onduidelijk over is, en je enkel kunt gissen naar wat hij bedoelt. Het staat in ieder geval wel heel mooi, en ironisch in combinatie met het eerder genoemde monster.

3. Onderzoek

Stijlfiguren en beeldspraak:
Stijlfiguren zijn hier in vergelijking met het vorige gedicht ver te zoeken.
Je zou van de eerste regel (“Hij heeft nog nooit gedanst. Hij kent zijn doel.”) kunnen zeggen dat het een parallelisme is, maar daar is het iets te vaag voor.
‘De gek’ en ‘de nar’ zijn metaforen, en staan volgens ons voor Mohammed B. respectievelijk Theo van Gogh (van Gogh, voormalig politicus en zijn moordenaar, Mohammed B.)
“Dank, dank, riep hij, het monster is geveld” bevat repetitio, “Dank, dank” benadrukt hoe dankbaar de hij-figuur is. Naar aanleiding van de opmerking over zijn ‘klerkensmoel’ kunnen we wel raden aan wie deze dankbetuiging gericht is.
De regel “En sliep als twintig ossen kunnen slapen” bevat een vergelijking, en een hyperbool. Een os staat er om bekend diep en goed te slapen, dus hiermee geeft Komrij aan dat de hij-figuur zich ondanks de tragedie van het voorval zich uiterst op z’n gemak voelde. Ook is het natuurlijk overdreven om te zeggen dat iemand als twintig ossen slaapt. Als de verhalen over het slapen van een os waar zijn is dit wel heel extreem.
De zin “Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld” is sarcastisch, omdat het hem natuurlijk, volgens Komrij in de context van dit gedicht, hartstikke gunstig uitkomt.
De woordcombinatie “ondragelijk rechtschapen” is paradoxaal, omdat het eigenlijk vrij onlogisch is dat iets wat rechtschapen is onuitstaanbaar of ondragelijk is. Het is echter in dit geval een zeer storende pretentie om (politiek) correct te zijn die Komrij bedoelt, en in die zin is deze uiterst storend en dus ‘ondragelijk’. Hiermee is deze woordcombinatie (ondragelijk rechtschapen) ook een oxymoron, een stijlfiguur die we niet in het boek behandeld hebben.
Een oxymoron ontstaat wanneer een tegenstellende woordencombinatie wordt gemaakt in de vorm van een bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord, of een bijwoord bij een bijvoeglijknaamwoord. Dit is een stijlfiguur die vooral door schrijvers als Vondel en Shakespeare veel gehanteerd werden (waarvan we er ook een hoop hebben kunnen horen in ‘Jozef in Egypte’). Een van de bekendste hiervan is Shakespeare’s “Parting is such sweet sorrow” in het stuk Romeo and Juliet.
Als laatste zou je kunnen zeggen dat er sprake is van een wending, die een anti-climax inluidt, voor de laatste twee regels van het gedicht, op de manier van een Shakespearesonnet, omdat de hij-figuur gewoon normaal verder gaat met zijn leven, hoewel de schrijver wel expliciet minachting voor hem uit.

Soort rijm:
Dit gedicht heeft de vorm AABBCCDEFEDGFG, het is allemaal mannelijk eindrijm, op ‘morgen zorgen’ en ‘slapen rechtschapen’ na, die beide glijdend rijm zijn.
Het rijm is op twee manier als gepaard te zien op het begin (AABB en BBCC), maar verder is het in die zin een chaos, en is het niet vast te koppelen aan een standaard rijmschema.
Je zou kunnen zeggen dat er een wending is voor de laatste 2 regels, op de manier van een Shakespearesonnet, omdat de hij-figuur gewoon normaal verder gaat met zijn leven, hoewel de schrijver wel expliciet minachting voor hem uit.

Traditioneel of modern:
Dit is een vrij onorthodoxe vorm voor een gedicht, vanwege het feit dat het rijmschema ongebruikelijk is en het één grote strofe is.

Soort gedicht:
Het is wederom (naar de inhoud) een gelegenheidsgedicht, het handelt over een actualiteit, ook dit is weer een hekeldicht.
Qua vorm is dit een sonnet.

Opbouw:
Hij werkt langzaam naar een punt toe waarop de hij-figuur zijn ontevredenheid over de zaak moet uiten als representatie van de Nederlandse politiek, terwijl hij er stiekem erg blij mee is. Het mooie is echter dat hij hierna gewoon verder gaat met zijn leven (hoewel met de minachting van de schrijver) bij wijze van anti-climax, dit zou je in dit verband een wending kunnen noemen.

Kernregel of woord:
“Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen” is de zin die er het dichtst bijkomt om het gedicht samen te vatten, hij geeft namelijk aan dat de hij-figuur pretendeert rechtschapen te zijn, maar dat op een (voor Komrij) uiterst ondragelijke manier doet.

Verband thema en titel:
Het thema is de hypocrisie van de hij-figuur, wie dat ook mag zijn.
De enige relevantie met de titel is dat de hij-figuur een zittend politicus is.
Wat hierin belangrijk is als we ons houden aan hetgeen we aannamen aangaande de identiteit van de personages (met name in dit geval premier Balkenende en Theo van Gogh) is dat premier Balkenenende, anders dan wijlen van Gogh, een zittend politicus was die dus (voorlopig) niet om zijn plaatst hoefde te vrezen, terwijl van Gogh nog nooit een zetel had gehad en zich moest bewijzen. Ook vormde van Gogh, met zijn rechtse ideeën en provocerende uitspraken, een bedreiging voor Balkenende in zijn functie als premier, vanwege de veiligheid van het volk, en de taak van de premier om die vast te stellen, en de rust te bewaren.

4. Beoordeling
Dit gedicht sprak ons aan omdat het op een spottende manier omgaat met de vermeende hypocrisie van premier Balkenende, die ook bleek uit het gerucht dat hij meerdere malen moest lachen bij het voorbereiden van een serieuze speech (hoewel het ons even niet meer duidelijk is of dat om dezelfde situatie ging) zoals Komrij ook kort beschreef met de zin “Hij oefende het woord ‘geschokt’ voor morgen”. Ongeacht of je het er mee eens bent, lijkt het ons een mooie manier van Komrij om op een niet letterlijke (maar wel duidelijke) manier zijn mening te uiten over bepaalde personen in de politiek, die bijna polemisch overkomt.
Ook mooi vonden wij het feit dat hoewel hij de hij-figuur een beetje ‘demoniseert’, hij daarmee ook vooral niet de ‘nar’ idoliseert, die direct tegenover de hij-figuur staat.

Smaad
Vijf naar na Srebrenica

Het is een spookbeeld dat niet wijken wil:
Soldaten spelen hun soldatenspel
En, zogenaamd onopgemerkt, is stil
Een sjofele groep verdwenen, richting hel.

Vergeet de laffe onderkolonel.
Hij is gestuurd. Waar is de generaal,
De man van de medaille en het bevel?
Waar de minister, kronkelend als een aal?

Owee, men weet weer van de prins geen kwaad.
Ze staan zichzelf lamlendig toe te juichen
En spelen blindeman. Het is iets geks,

Die Nederlandse oogkleppenreflex.
Dat ze verdomme nu hun hoofd eens buigen.
Dat ze de blik zien van wie sterven gaat.
Gerrit Komrij, gedichtendag.org

1. a. Titel: Smaad
b. Dichter: Gerrit Komrij

2 Samenvatting:

Gerrit Komrij dicht in dit gedicht over de naweeën van Srebrenica.
In dit gedicht van hem beschrijft hij niet overduidelijk personen, maar noemt hij er zeker een aantal. Hij heeft het onder andere over soldaten en de “sjofele groep”, de laffe onderkolonel en een minister.
Komrij dicht over de problemen die na de oorlog in Srebrenica ontstaan zijn. Hij vraagt zich af wat er is gebeurd met de mensen die toen onmenselijke dingen deden.Hij laat daarin duidelijk zijn gevoel spreken dat hij zich afvraagt waar die mensen ineens zijn en geeft daarom een sfeerimpressie. Het is totaal geen droom of ideaal.
De regel die me het meest aanspreekt is “Een sjofele groep verdwenen, richting hel.” Ik heb me namelijk een tijd zitten afvragen welke groep er nu bedoeld wordt. Ik denk dat de soldaten zelf ermee bedoeld worden aangezien het woordje sjofel niet echt positief is.

3 Onderzoek

Stijlfiguren: de tweede strofe zou een Climax kunnen zijn aangezien het laag naar hoog gaat. Er wordt aan de andere kant niet echt spanning opgebouwd. Je zou dus kunnen suggereren dat het een climax is maar je kunt er aan twijfelen.
Hyperbool: regel 10;” lamlendig toe te juichen”. De werkelijkheid is natuurlijk erg overdreven in dit voorbeeld.
In de 3de regel proef je ook een beetje sarcasme met de opmerking “zogenaamd onopgemerkt”.
Beeldspraakvormen:
Je ziet in een paar vergelijkingen in het gedicht; “Waar de minister, kronkelend als een aal?”, “weet weer van de prins geen kwaad” en “Ze staan zichzelf lamlendig toe te juichen en spelen blindeman”.
Rijmvormen:
We zien in de eerste 2 strofes (kwatrijnen) volrijm (wil en stil, spel en hel) in de vorm van gekruist ruim. Het is natuurlijk eindrijm aangezien de woorden op het eind van de zinnen staan. In de 2 terzetten van de sonnet hebben we iets anders. Het is nog steeds eindrijm, maar in tegenstelling tot de 2 kwatrijnen is het schema nu CDE in het eerste terzet en daarna EDC.
Vorm:
Het is een traditioneel gedicht, aangezien er eindrijm volgens een bepaald schema is. De leestekens worden normaal gebruikt en daarnaast is het een klassiek Italiaans sonnet. Dat zie je aan de 14 regels die de sonnet bevat, die in vier strofes gegroepeerd zijn, namelijk 2 kwatrijnen (samen octaaf) en 2 terzetten (samen sextet).
Ik denk dat de eerste zin “Het is een spookbeeld dat niet wijken wil” gelijk de kernzin is van het stukje aangezien hij hierbij veel voorbeelden geeft. Hier draait het gedicht om.
Thema: dit was niet lastig vast te stellen. Het thema van deze sonnet lijkt me in de richting te gaan van de verhouding tussen mensen onderling. Naweeën van de oorlog lijkt me voor dit stuk de rode draad. Het verband tussen de titel en het thema zie je direct. In Srebrenica is een aantal jaren geleden oorlog gevoerd en de dichter vraagt zich dus af hoe het verder moet en of de oorlogsmisdadigers nog gepakt worden.

4 Beoordeling

We vonden Smaad in de eerste plaats een heel lastig gedicht om uit te spitten. We wisten zeker wel wat af van de oorlog in Srebrenica, maar zoals Komrij het beschrijft is het heel mooi. Daarmee doelen we op de manier waarop hij de ministers en generaals op een voorzichtige manier in een kwaad daglicht stelt. De opbouw van het gedicht was plezierig, omdat het klassiek sonnet makkelijker te lezen is als bijvoorbeeld een Shakespearesonnet. Dat komt door de indeling van 2 kwatrijnen en 2 terzetten. Het taalgebruik was niet te moeilijk. Veel mensen kunnen het begrijpen als ze wat van de oorlog af weten.
We vonden het een goed gedicht, omdat Komrij zich aan de regels van een klassiek sonnet houd en daarnaast goed zijn mening laat blijken in het gedicht.

Stille liefde
Als ik jou van mijn liefde zou vertellen
Zou ik je, vrees ik, helemaal verliezen.
Ik moet mij met haast niets tevreden stellen
Of je ontberen - er valt niet te kiezen.
Ik voel - als ik een blik op je mag werpen -
Geen vlinders in mijn buik maar haaientanden
En tor en wesp en kever doen een scherpe,
Massieve aanval op mijn ingewanden.
Ik voel de darmen in mijn lijf wegbranden.
Ik voel mijn lichaam duizelen en draaien.
Ik tol - en sta compleet in lichterlaaie.
Toch kan ik je niets zeggen, want één woord
En al jouw achting voor me is vermoord.
Ik gluur maar naar je hals en naar je handen.

Gerrit Komrij, epibreren.com

1 Titel: Stille Liefde
Dichter: Gerrit Komrij

2 Samenvatting

Aan het woord is Gerrit Komrij, maar de persoon die in het gedicht aan het woord is iemand die een soort van liefdesverdriet heeft. Hij heeft een andere vrouw, maar de man twijfelt of hij het zal vertellen.
Er komt een persoon in voor, of je moet de vrouw/ vriendin van de man meerekenen.
In deze sonnet neem je in feite een kijkje in de gedachten van de man. Je weet precies hoe hij zich voelt. Hij voelt geen liefde meer voor de vrouw of vriendin die hij nu heeft, en dat merk je duidelijk aan zinnen als “Ik voel “als ik een blik op je mag werpen“.
Geen vlinders in mijn buik maar haaientanden”. Waar het gebeurd kan ik niet uit het gedicht opmaken. Wanneer dit gebeurd is natuurlijk niet echt duidelijk. Zulke problemen zullen er waarschijnlijk al lang zijn.
Er is duidelijk sprake van een gevoel in deze sonnet. De regel die me het meest aanspreekt is “Geen vlinders in mijn buik maar haaientanden”. We vinden deze zin zo mooi, omdat hij in één zin zijn gevoel beschrijft.

3 Onderzoek

Stijlfiguren:
In de 2de strofe zie je een opsomming van dingen die een aanval op hem doen. “En tor en wesp en kever doen een scherpe, massieve aanval op mijn ingewanden”. Het blijven gebruiken van het woord ‘en’ in plaats van het plaatsen van een komma benadrukt hoe moeizaam dat proces is en hoe het als buitengewoon vervelend wordt ervaren (zoals het ook vrij ongemakkelijk en langzaam leest).
Volgens ons is heel de derde strofe een climax. De strofe is een geleidelijke opklimming van de spanning. “Ik voel de darmen in mijn lijf wegbranden. Ik voel mijn lichaam duizelen en draaien. Ik tol – en sta compleet in lichterlaaie.” Je merkt door deze strofe dat de spanning oploopt. Hyperbolen komen in het gedicht maar al te vaak voor. Er wordt veel overdreven in de sonnet. Zoals de eerste zin in strofe 3; “Ik voel de darmen in mijn lijf wegbranden.” Dit is natuurlijk zwaar overdreven. Van regel 6 zou je kunnen zeggen dat het een metafoor is aangezien De vlinders in de plaats komt van het lekkere gevoel. Personificatie treed op in de 4e strofe. Achting is het begrip wat gepersonifieerd is, omdat je een achting niet kunt vermoorden.
Blik in regel 5 is natuurlijk dubbelzinnig, maar het enige wat hiermee bedoeld wordt is dat hij haar aanschouwd. Niet dat hij letterlijk een blik werpt.
In de eerste 2 strofes zie je weer Volrijm. De eindrijm is duidelijk zichtbaar. Ook hier is gekruist rijm toegepast. De laatste 2 strofes zijn 2 terzetten met de schema’s CDD en EEC.
Er is sprake van een traditioneel gedicht. Ook hier gebruikt Komrij een Klassiek Italiaanse stijl met 14 regels verdeeld in 4 strofes. 2 kwatrijnen en een sextet. Eindrijm is alom zichtbaar. De inhoud maakt duidelijk dat het om een sonnet gaat gezien de 14 regels en ongeveer even lange zinnen.
Geen vlinders in mijn buik maar haaientanden is naar onze mening de hoofdzin, want dat maakt ook het thema duidelijk. Het thema is liefdesverdriet.

4 Beoordeling

Stille liefde van Gerrit Komrij vinden we een heel mooi en apart beschreven gedicht.
Het is niet zoals de meeste liefdesgedichten. Het is zelfs een beetje anti-liefde, maar het heeft toch met liefde te maken. Dat vind ik het mooie aan dit gedicht.
Ook het feit dat hij zit te twijfelen tussen het vertellen van zijn andere liefje of niet is mooi weergegeven, want hij beschrijft het zo, dat hij
eigenlijk geen andere keus heeft. Wat minder vonden we de beschrijving
van zijn gevoelens over de liefde die voorbij was. Hij beschrijft het heel erg overdreven met wegbrandende darmen en dergelijke. Dat vind ik minder. De rest is goed beschreven, het is zeker geen doorsnee liefdesgedicht.

Alles blijft

Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.
De muur werd afgebroken. Van het puin
werd verderop een fundament gemaakt.
Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.

Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep
Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.
Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep
Landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.

Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,
Een rots waar ik mijn naam in heb gekerfd.
Je bent een deel van alles bij je leven
En alles blijft bestaan wanneer je sterft.

Gerrit Komrij, nederlands.nl

1. a Titel: Alles blijft
b Dichter: Gerrit Komrij

2. Samenvatting

Gerrit Komrij schrijft hier over de onvergankelijkheid van de nalatensschap van de menselijke cultuur.
Hij gebruikt verschillende voorbeelden om aan te geven dat dat wat hij nu doet effect heeft op de toekomst, soms zelfs de verre toekomst (hoewel ietwat overdreven). Ook geeft hij hiermee aan dat wat wij doen voor altijd zal blijven bestaan in wat voor vorm dan ook, en hiermee lijkt hij aan te geven dat de ideeën en dingen die wij achterlaten onvergankelijk zullen zijn.
Er is hier dus sprake van het weergeven van een gedachte.
De enige figuur in dit verhaal is de ik-figuur.
Het is meer een beschrijving van een fenomeen dan een daadwerkelijk chronologisch gerangschikte gebeurtenis, maar er komen wel flashbacks in voor, achtereenvolgens die over de muur, de fruitboom, zijn hoest en over een rots.
De regel die ons het meeste aansprak was “Je bent een deel van alles bij je leven” die impliceert dat niet jij zelf in de eerste plaats je leven bent, maar dat juist de dingen die je doet en de keuzes die je maakt datgene zijn dat je leven (en daarmee jou als persoon) definiëren, en dat jij als organisme daar maar een onderdeel van uitmaakt.

3. Onderzoek

Stijlfiguren en beeldspraak:
Er zijn weinig stijlfiguren en vormen van beeldspraak te vinden in dit gedicht, maar de eerste die in het oog springen zijn de verschillende hyperbolen.
Zo zijn de beweringen “Vijf meter diep” en “Vijf eeuwen lang desnoods” waarschijnlijk overdreven, aangezien het lijkt alsof de boom nog niet zo lang geleden geplant was (niet eens zo lang als een mens tegenwoordig in een huis blijft wonen), en het laagje asfalt niet zo heel dik zal zijn, lijkt vijf meter ons vrij onwaarschijnlijk, zelfs met onze minimale kennis over bomen.
Ook is vijf eeuwen een beetje lang om als boom niet dood te gaan onder een dikke laag asfalt.
Iets anders wat in het oog springt is de personificatie van de wortelstronk die zich, schijnbaar bewust, grommend koest houdt met mysterieuze onbepaalde bedoelingen.
Hierbij is ‘grommend koest’ ook een paradox, omdat het in de eerste plaats onmogelijk lijkt je koest te houden terwijl je toch een dreigende houding aanneemt. Als we koest echter relatief nemen, dan kan het binnen de personificatie mogelijk zijn dat deze boom wacht tot hij weer kan bloeien, om als de tijd rijp is en de situatie het weer toelaat, weer uit te groeien tot een boom.
De tweede strofe vervolgt met de uitspraak “De Spaanse griep landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.” Dit is uiteraard een hyperbool, de kans dat het griepvirus door één individu na lange tijd over zo’n afstand wordt overgedragen is heel klein, om ook nog maar eens niet van het feit te spreken dat een beweging van lucht niet zo ver komt in onze atmosfeer, laat staan dat het virus zich door het vacuüm van de ruimte zal kunnen bewegen.

Soort rijm:
Het gedicht is in 3 kwatrijnen verdeeld, waarvan de rijmschema’s achtereenvolgens ABAB, CDCD en EFEF zijn. Het is dus allemaal gekruist rijm.
Ook is het allemaal eindrijm, waarvan op “aangeraakt gemaakt” (glijdend) en “geschreven leven” (vrouwelijk) na, allen mannelijk zijn.

Traditioneel of modern:
Het is een traditioneel gedicht, met strofen van gelijke omvang en regelmatige opbouw, ongeveer even lange versregels, een strikt rijmschema, en een normaal gebruik van leestekens.
Interessant is dat er, ook al is het geen sonnet, net als bij een sonnet een wending te zien is.
De laatste twee regels kunnen gezien worden als een conclusie, na de voorbeelden sluit hij af met de concrete bewering “Je bent een deel van alles bij je leven en alles blijft bestaan wanneer je sterft”.

Soort gedicht:
Inhoudelijk is dit gedicht volgens ons niet echt in te delen, maar het is een filosofisch getint gedicht.
De vorm is die van een ballade.

Kernregel of woord:
“En alles blijft bestaan wanneer je sterft” dit is eigenlijk simpelweg de conclusie zoals Komrij die neerzet. Dit geeft tegelijkertijd de vergankelijkheid van de mens als organisme weer, als ook de onvergankelijkheid van de herinnering.

Verband thema en titel:
Het thema is de onvergankelijkheid van de herinnering van de mens tegenover de tijdelijkheid van de mens zelf.
De titel geeft dit kort weer door te stellen: “Alles blijft”.

4. Beoordeling

Wij vonden dit een van de interessantste gedichten. Deze sprak ons erg aan omdat hij een inhoudelijk filosofisch idee voortbracht, waar veel over te zeggen valt. De voorbeelden zijn op een bepaalde manier abstract en de vertelling is chaotisch, soms verandert Komrij onverwacht van voorbeeld, of flashback.
De gedachte vonden wij vooral heel mooi, omdat het gedicht eigenlijk lijkt te stellen dat de dingen die je achterlaat voor het nageslacht, een groter goed zijn dan het leven zelf, omdat die uiterst vergankelijk is in relatie tot wat je achter kunt laten.

Alle keuzes die je maakt, en alle acties die zich daarin manifesteren blijven op een bepaalde manier achter, al is het soms in onherkenbare vorm.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

De zittende politicus gaat over de -toen- zittende politicus, Melkert. De moord is die op Fortuyn, de "nar". Ongetwijfeld dacht Komrij hierbij aan deze gebeurtenis: http://www.youtube.com/watch?v=0MgIv_mQp28
Het "monster" is ook Fortuyn die dreigde premier te worden.
"Hij oefende het woord ‘geschokt’ voor morgen" betekent dat hij niet écht geschokt was. -wat ook klopt, dat Fortuyn vermoord zou worden werd in de maanden voor zijn dood her en der voor vaststaand aangenomen. Een totale verrassing zal het voor Melkert zeker niet geweest zijn.

Het "echte monster" is helemaal niet mysterieus en de schrijver van dit verslag had best een poging mogen doen om te raden wat er bedoeld werd. Komrij stelt hier het monster (de "fascist", "racist") hier tegenover waar Fortuyn tegen waarschuwde, nm. de Islam.

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Het is verbazingwekkend hoe snell iemand veroordeeld deze analyse en hoe snell is in kritiek alles negatief !
Ik zou integendeel iets heel positief zeggen en dat is dat ik ben geimpressioneerd door slimheid kennis en analytische vermogen van deze jongen. Ik zou zeggen jongen schreef maar nog meer van dit soort analyses en ik zou heel graag weer lezen lezen en lezen. Als je will je kan een ander poezie meester onder de loep nemen. De groetjes van Sla

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Gedicht Smaad totaal verkeerd begrepen!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Zo jong al bevooroordeeld. Het gaat over de moord op pim fortuyn, die de nar is. De politicus is melkert, maar kan met gemak ook wel premier kok zijn of anderen van de zure pvda'ers in de regering die zich door fortuyn bedreigd voelden.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Googelen op publicatiedatum 'De zittende politicus' en dit veriffieren was te moeilijk?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Het gedicht 'de zittende politicus' is geschreven in 2002, na de moord op pim fortyn dus heeft in zijn geheel niks te maken met de moord op theo van gogh of met balkenende (die toen nog geen minister-president was)

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

het gedicht 'stille liefde' is volledig verkeerd geinterpreteerd, 'k erger mij dood :)

10 jaar geleden

Antwoorden

M.

M.

iedereen interpreteert een gedicht op zijn eigen manier... Hoe een gedicht overkomt is persoonlijk. Het kan heel verschillend zijn van persoon tot persoon.

3 jaar geleden

gast

gast