godsdienst verslag over mozes uit egypte.

Dit is het verhaal van Mozes en hoe zijn leven verliep.

Toen Mozes nog een baby was legde zijn moeder hem tussen het riet in de rivier de Nijl. Ze deed dit omdat de farao heel veel baby's wilde vermoorden en dit gebeurt ook. Maar omdat de moeder van Mozes hem in de Nijl legde bleef hij in leven. Na een tijdje werd hij gevonden door een Egyptische prinses. De prinses pakt het mandje uit het water en opent het en ze zegt: 'dienaar, kom eens gouw kijken ik heb iets gevonden!' Dienaar: 'majesteit wat heeft u gevonden?' prinses: 'een baby, breng hem snel naar de farao dit wordt zijn nieuwe thuis!' Als de dienaar bij de farao aan komt en het verhaal verteld zegt de farao: 'deze baby moeten wij opvoeden en een opleiding geven, het zal vast een voorteken van de goden zijn!' Totdat Mozes bijna volwassen is heeft hij het erg naar zijn zin. Hij heeft ook nog een broer eerder gezegd een 'stief broer' die heet Ramses, Ramses word later farao als zijn vader overleden is. Mozes en zijn broer Ramses vinden het erg leuk om spannende dingen te doen. Op en dag spelen ze hun bekende spelletje weer, ze rijden dan allebei met paard en wagen door het terrein van de farao, dit gaat er hard aan toe! Hij vindt dit erg leuk hij heeft niks te klagen, maar één ding vind hij vreselijk dat de slaven zo mishandeld worden. Op een dag rent hij achter een slavin aan en hij komt iemand tegen die beweerd dat zij zijn zus is, dat gelooft hij niet en raakt lichtelijk geïrriteerd. De vrouw heet Mirjam, de broer van Mirjam (Aäron) trekt aan haar arm en zegt tegen Mozes: 'sorry, mijn zus is nogal in de war.'Mirjam: 'nee nee, dat ben ik niet het is echt waar'. Mozes: 'ach, laat me toch met rust....SLAAF! Mozes loopt woedend weg. Dan begint Mirjam opeens een lied te zingen, terwijl Mozes weg loopt. Mozes draait hij zich meteen om en blijft heel rustig stil staan, hij zegt: 'dit lied ken ik, het dringt tot me door!, jullie zijn...... mijn broer en zus!' Als Mozes thuis komt is hij erg verward. Hij loopt naar binnen en de muurschildering begint te bewegen, er zijn Romeinen die baby's in de Nijl gooien! Hij ziet zich zelf, zelfs in een mandje weg drijven. Nee!, dit kan niet ik hoor bij de farao, toch? Dit is het bewijs dat alles echt is, ik ga maar snel naar bed, denkt Mozes. De volgende dag ziet Mozes dat een slavendrijver een slaaf zó erg mishandelt, dat Mozes de slavendrijver dood slaat. Hij is zo bang dat hij word opgepakt dat hij het land uitvlucht. Hij komt terecht in het land van Midjam, daar valt hij in een put hij wordt door aardige mensen er weer uit geholpen, dit zijn mensen die slaven horen te zijn denkt hij. Er is een man die Jetro heet dat is de vader van alle kinderen die hier zijn. Van deze man mag hij blijven overnachten. Jetro heeft ook een prachtige dochter zei heet Sippora, na een paar weken trouwt Mozes met deze Sippora. Een tijd later hoorde Mozes een stem komen uit de berg Horeb dit is de god van Abraham, Isaak en Jakob. Hij loopt de berg binnen en komt bij een brandende braamstruik maar de braamstruik valt niet uitelkaar dit is een wonder!, denkt hij. Deze geheimzinnige god geeft Mozes de opdracht terug de keren naar Egypte. Hij moet naar de farao gaan en zorgen dat zijn volk (de slaven) worden bevrijd. Naar de aparte ervaring bij de braamstruik keert Mozes terug naar Egypte om de farao te overtuigen om het volk vrij te laten. Samen met zijn echte broer Aäron nemen ze de leiding over het volk en gaan ze naar de farao, maar de farao weigert de goedkope slaven vrij te laten. Hij zegt: 'wat moet ik zonder mijn arbeiders ze doen alles voor me ik kan toch niet alles in mijn eentje doen!, en ze zijn ook nog een goedkoop ook!' Mozes: 'laat ze vrij!, het zijn ook maar mensen u mishandelt ze te veel! Maar de farao laat ze niet los en Mozes en Aäron vertrekken. Mozes verklaart de strijd tussen hij en de farao hij zegt tegen het volk: 'weet je wat de farao niet heeft wat wij wel hebben?, wij hebben hoop! Hoop op onze god dat is wat je nodig hebt dan lukt alles!' Omdat de farao niet toe gaf kwamen er tien grote vervelende plagen. De farao dat op zijn boot en kwam Mozes tegen hij zei tegen zijn dienaren, pak hem! Breng hem hier bij mij, maar toen de dienaren halverwege waren veranderde de Nijl van bloed naar water! En er kwam nog veel meer kikkers, luizen, steekvliegen, sprinkhanen, zweren, hele harde hagel, en er kwam veepest zodat de heilige dieren zoals koeien allemaal overleden en tot slot zonsverduistering dit was een hele vernedering voor de farao omdat de farao de zoon van de zonne god wordt genoemd bij een zonsverduistering kan de farao helemaal niks! Het ging voor Mozes dus niet alleen maar om de strijd met de farao maar ook om de strijd tegen de goden. Na la deze rampen en plagen schreeuwt de farao: ‘ga snel weg uit mijn land!, voordat er nog meer rampen gebeuren met mijn vee en volk het is allemaal jou schuld Mozes, ik dacht dat ik je kon vertrouwen! Ik dacht dat je mijn broer was!’ dit deed Mozes wel pijn om zijn broer achter te laten want ze waren altijd beste vrienden geweest ze kenden elkaar al van kleins af aan en al die spellen en gevaarlijke dingen die zij vroeger deden, moest hij allemaal achter zich laten. Mozes liep met veel moeite naar de plaats waar alle slaven werkten en riep: ‘jullie zijn vrij kom met mij mee ik zorg voor jullie we zullen naar het beloofde land van god gaan daar is alles goed en veilig!’ alle slaven juichten en verlieten hun plaats waar ze al die jaren hadden gewerkt. Ze liepen met het hele volk door bergen en dalen het lange eind de kinderen speelden met elkaar en zongen in hun eigen taal. Maar de farao had spijt van zijn besluit alle werken lagen stil en er gebeurde niks meer er kwam geen geld of eten meer binnen hij zou zo failliet gaan! Hij en zijn soldaten gingen na een tijd achter de slaven aan om hun terug te halen op de plek waar ze volgens de farao hoorde. Maar de god van de Hebreeën was bij de mensen en hielp ze overal en deze hulp zorgde er voor dat het bij de farao nogal tegen zat. Het gaat al de tijd goed maar na een tijd zijn de Hebreeën opgesloten en kunnen ze niet meer verder omdat de Rietzee voor hen ligt. Ze raken in paniek want de farao en zijn leger komt al steeds dichterbij, en ze willen helemaal niet terug naar die akkers en de mishandeling van de farao en de slaven arbeiders. Mozes heeft een stok bij zich die bij een duel ookal goed van pas kwam, bij dat duel werd Mozes namelijk aan gevallen door twee slangen cobra’s wel gezegd! De stok nam de vorm aan van een slang dit kwam omdat Mozes honderd procent in de Hebreeuwse god geloofde, deze god hielp hem in het duel, de stok zelf zou niet zo bijzonder zijn geweest maar de god die het wonder verricht had om de stok te laten veranderen dat was pas bijzonder! De slang van Mozes at de andere twee cobra’s op. Na een paar uren duelleren (zonder dat er doden vielen behalve de twee cobra’s dan) eindigde het duel gelijk. En Mozes vertrok daar weer. Dus Mozes heeft een plan voordat hij dit uitvoert zegt hij tegen het volk: ‘vertrouw altijd op god hij zal er altijd maar dan ook altijd voor je zijn’. Dan pakt hij zijn stok en steekt de stok in de lucht hij sluit zijn ogen. Opeens als hij zijn ogen opent voelt hij zo’n kracht! Hij draait met de stok rond terwijl hij op een rots staat en heel langzaam opent de zee zich. De Hebreeën zijn erg opgelucht maar de farao is nu vlak achter ze, maar ze lopen erg rustig over de zeeboden van de Rietzee tussen de wanden van de prachtige zee door. Dit zullen ze nooit meer mee maken en niemand anders ook dus ze genieten er volop van de zien een grote vis door de zee zwemmen. Ze zijn zo blij dat ze geen eens in de gaten hebben dat de farao hun bijna te pakken heeft, want met paard en wagen ben je natuurlijk sneller dan een voetganger. Maar de hebreeen zijn bijna aan de overkant, opeens begint de zee zich achter hen te sluiten precies op de plek waar de farao en zijn leger rijdt. De meeste soldaten verdrinken of worden op gegeten door haaien een paar blijven maar over. Met een grote golf worden nog een paar levende soldaten op een rots gesmakt, hij bij zit ook de farao. Met een klein sprintje komen de hebreeen aan de overkant van de Rietzee, zei hebben het allemaal overleeft waaronder ook Mozes. Mozes is erg gelukkig en blij dat hij zijn volk en dat van god heeft kunnen bevrijden van de slavernij van de farao. Als hij klaar is met zijn volk gerust te stellen loopt hij naar de over van de zee. Hij hoort de farao nog aan de andere kant van de Rietzee schreeuwen: ‘hoe heb je me dit aan kunnen doen Mozes! Hoe kon je!’ Maar Mozes kan dit al niet zo veel meer schelen hij en zijn volk lopen vredig verder naar het beloofde land van god waar alles goed is en waar zei even lekker kunnen uitrusten en eten voordat ze weer aan een nieuwe taak beginnen. Mozes heeft het zijne iedegeval al volbracht, hij heeft het volk bevrijdt en blij gemaakt ik zou zeggen meer kun je niet doen!

Toen Mozes nog een baby was legde zijn moeder hem tussen het riet in de rivier de Nijl. Ze deed dit omdat de farao heel veel baby's wilde vermoorden en dit gebeurt ook. Maar omdat de moeder van Mozes hem in de Nijl legde bleef hij in leven. Na een tijdje werd hij gevonden door een Egyptische prinses. De prinses pakt het mandje uit het water en opent het en ze zegt: 'dienaar, kom eens gouw kijken ik heb iets gevonden!' Dienaar: 'majesteit wat heeft u gevonden?' prinses: 'een baby, breng hem snel naar de farao dit wordt zijn nieuwe thuis!' Als de dienaar bij de farao aan komt en het verhaal verteld zegt de farao: 'deze baby moeten wij opvoeden en een opleiding geven, het zal vast een voorteken van de goden zijn!' Totdat Mozes bijna volwassen is heeft hij het erg naar zijn zin. Hij heeft ook nog een broer eerder gezegd een 'stief broer' die heet Ramses, Ramses word later farao als zijn vader overleden is. Mozes en zijn broer Ramses vinden het erg leuk om spannende dingen te doen. Op en dag spelen ze hun bekende spelletje weer, ze rijden dan allebei met paard en wagen door het terrein van de farao, dit gaat er hard aan toe! Hij vindt dit erg leuk hij heeft niks te klagen, maar één ding vind hij vreselijk dat de slaven zo mishandeld worden. Op een dag rent hij achter een slavin aan en hij komt iemand tegen die beweerd dat zij zijn zus is, dat gelooft hij niet en raakt lichtelijk geïrriteerd. De vrouw heet Mirjam, de broer van Mirjam (Aäron) trekt aan haar arm en zegt tegen Mozes: 'sorry, mijn zus is nogal in de war.'Mirjam: 'nee nee, dat ben ik niet het is echt waar'. Mozes: 'ach, laat me toch met rust....SLAAF! Mozes loopt woedend weg. Dan begint Mirjam opeens een lied te zingen, terwijl Mozes weg loopt. Mozes draait hij zich meteen om en blijft heel rustig stil staan, hij zegt: 'dit lied ken ik, het dringt tot me door!, jullie zijn...... mijn broer en zus!' Als Mozes thuis komt is hij erg verward. Hij loopt naar binnen en de muurschildering begint te bewegen, er zijn Romeinen die baby's in de Nijl gooien! Hij ziet zich zelf, zelfs in een mandje weg drijven. Nee!, dit kan niet ik hoor bij de farao, toch? Dit is het bewijs dat alles echt is, ik ga maar snel naar bed, denkt Mozes. De volgende dag ziet Mozes dat een slavendrijver een slaaf zó erg mishandelt, dat Mozes de slavendrijver dood slaat. Hij is zo bang dat hij word opgepakt dat hij het land uitvlucht. Hij komt terecht in het land van Midjam, daar valt hij in een put hij wordt door aardige mensen er weer uit geholpen, dit zijn mensen die slaven horen te zijn denkt hij. Er is een man die Jetro heet dat is de vader van alle kinderen die hier zijn. Van deze man mag hij blijven overnachten. Jetro heeft ook een prachtige dochter zei heet Sippora, na een paar weken trouwt Mozes met deze Sippora. Een tijd later hoorde Mozes een stem komen uit de berg Horeb dit is de god van Abraham, Isaak en Jakob. Hij loopt de berg binnen en komt bij een brandende braamstruik maar de braamstruik valt niet uitelkaar dit is een wonder!, denkt hij. Deze geheimzinnige god geeft Mozes de opdracht terug de keren naar Egypte. Hij moet naar de farao gaan en zorgen dat zijn volk (de slaven) worden bevrijd. Naar de aparte ervaring bij de braamstruik keert Mozes terug naar Egypte om de farao te overtuigen om het volk vrij te laten. Samen met zijn echte broer Aäron nemen ze de leiding over het volk en gaan ze naar de farao, maar de farao weigert de goedkope slaven vrij te laten. Hij zegt: 'wat moet ik zonder mijn arbeiders ze doen alles voor me ik kan toch niet alles in mijn eentje doen!, en ze zijn ook nog een goedkoop ook!' Mozes: 'laat ze vrij!, het zijn ook maar mensen u mishandelt ze te veel! Maar de farao laat ze niet los en Mozes en Aäron vertrekken. Mozes verklaart de strijd tussen hij en de farao hij zegt tegen het volk: 'weet je wat de farao niet heeft wat wij wel hebben?, wij hebben hoop! Hoop op onze god dat is wat je nodig hebt dan lukt alles!' Omdat de farao niet toe gaf kwamen er tien grote vervelende plagen. De farao dat op zijn boot en kwam Mozes tegen hij zei tegen zijn dienaren, pak hem! Breng hem hier bij mij, maar toen de dienaren halverwege waren veranderde de Nijl van bloed naar water! En er kwam nog veel meer kikkers, luizen, steekvliegen, sprinkhanen, zweren, hele harde hagel, en er kwam veepest zodat de heilige dieren zoals koeien allemaal overleden en tot slot zonsverduistering dit was een hele vernedering voor de farao omdat de farao de zoon van de zonne god wordt genoemd bij een zonsverduistering kan de farao helemaal niks! Het ging voor Mozes dus niet alleen maar om de strijd met de farao maar ook om de strijd tegen de goden. Na la deze rampen en plagen schreeuwt de farao: ‘ga snel weg uit mijn land!, voordat er nog meer rampen gebeuren met mijn vee en volk het is allemaal jou schuld Mozes, ik dacht dat ik je kon vertrouwen! Ik dacht dat je mijn broer was!’ dit deed Mozes wel pijn om zijn broer achter te laten want ze waren altijd beste vrienden geweest ze kenden elkaar al van kleins af aan en al die spellen en gevaarlijke dingen die zij vroeger deden, moest hij allemaal achter zich laten. Mozes liep met veel moeite naar de plaats waar alle slaven werkten en riep: ‘jullie zijn vrij kom met mij mee ik zorg voor jullie we zullen naar het beloofde land van god gaan daar is alles goed en veilig!’ alle slaven juichten en verlieten hun plaats waar ze al die jaren hadden gewerkt. Ze liepen met het hele volk door bergen en dalen het lange eind de kinderen speelden met elkaar en zongen in hun eigen taal. Maar de farao had spijt van zijn besluit alle werken lagen stil en er gebeurde niks meer er kwam geen geld of eten meer binnen hij zou zo failliet gaan! Hij en zijn soldaten gingen na een tijd achter de slaven aan om hun terug te halen op de plek waar ze volgens de farao hoorde. Maar de god van de Hebreeën was bij de mensen en hielp ze overal en deze hulp zorgde er voor dat het bij de farao nogal tegen zat. Het gaat al de tijd goed maar na een tijd zijn de Hebreeën opgesloten en kunnen ze niet meer verder omdat de Rietzee voor hen ligt. Ze raken in paniek want de farao en zijn leger komt al steeds dichterbij, en ze willen helemaal niet terug naar die akkers en de mishandeling van de farao en de slaven arbeiders. Mozes heeft een stok bij zich die bij een duel ookal goed van pas kwam, bij dat duel werd Mozes namelijk aan gevallen door twee slangen cobra’s wel gezegd! De stok nam de vorm aan van een slang dit kwam omdat Mozes honderd procent in de Hebreeuwse god geloofde, deze god hielp hem in het duel, de stok zelf zou niet zo bijzonder zijn geweest maar de god die het wonder verricht had om de stok te laten veranderen dat was pas bijzonder! De slang van Mozes at de andere twee cobra’s op. Na een paar uren duelleren (zonder dat er doden vielen behalve de twee cobra’s dan) eindigde het duel gelijk. En Mozes vertrok daar weer. Dus Mozes heeft een plan voordat hij dit uitvoert zegt hij tegen het volk: ‘vertrouw altijd op god hij zal er altijd maar dan ook altijd voor je zijn’. Dan pakt hij zijn stok en steekt de stok in de lucht hij sluit zijn ogen. Opeens als hij zijn ogen opent voelt hij zo’n kracht! Hij draait met de stok rond terwijl hij op een rots staat en heel langzaam opent de zee zich. De Hebreeën zijn erg opgelucht maar de farao is nu vlak achter ze, maar ze lopen erg rustig over de zeeboden van de Rietzee tussen de wanden van de prachtige zee door. Dit zullen ze nooit meer mee maken en niemand anders ook dus ze genieten er volop van de zien een grote vis door de zee zwemmen. Ze zijn zo blij dat ze geen eens in de gaten hebben dat de farao hun bijna te pakken heeft, want met paard en wagen ben je natuurlijk sneller dan een voetganger. Maar de hebreeen zijn bijna aan de overkant, opeens begint de zee zich achter hen te sluiten precies op de plek waar de farao en zijn leger rijdt. De meeste soldaten verdrinken of worden op gegeten door haaien een paar blijven maar over. Met een grote golf worden nog een paar levende soldaten op een rots gesmakt, hij bij zit ook de farao. Met een klein sprintje komen de hebreeen aan de overkant van de Rietzee, zei hebben het allemaal overleeft waaronder ook Mozes. Mozes is erg gelukkig en blij dat hij zijn volk en dat van god heeft kunnen bevrijden van de slavernij van de farao. Als hij klaar is met zijn volk gerust te stellen loopt hij naar de over van de zee. Hij hoort de farao nog aan de andere kant van de Rietzee schreeuwen: ‘hoe heb je me dit aan kunnen doen Mozes! Hoe kon je!’ Maar Mozes kan dit al niet zo veel meer schelen hij en zijn volk lopen vredig verder naar het beloofde land van god waar alles goed is en waar zei even lekker kunnen uitrusten en eten voordat ze weer aan een nieuwe taak beginnen. Mozes heeft het zijne iedegeval al volbracht, hij heeft het volk bevrijdt en blij gemaakt ik zou zeggen meer kun je niet doen!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

ik wil een krantenartikel ( IK MOET ) maken maar ik zie hier geen echt informatie ":( gr, Anoniem

3 jaar geleden

Antwoorden

D.

D.

Nou het is niet handig om hier op te kijken. Je kan naar een betere website gaan ;)

3 jaar geleden

gast

gast