ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Primaire gegevens:
Auteur: Primo Levi
Titel: Is dit een mens
Oorspronkelijke titel: Se questo è un uomo
Vertaald in het Nederlands door: Frida De Matteis-Vogels
Eerste druk: 1958
Eerste Nederlandse druk: 1987
Gelezen druk: 1999 (veertiende druk)
Aantal bladzijdes: 254 (met bijlagen)
Uitgever: Maarten Muntinga BV, Amsterdam
Foto voorzijde omslag: Margaret Bourke-White/ABC Press

Titelverklaring:
De titel is de centrale vraag in het boek. Levi geeft hier op bladzijde 237 antwoord op: “Wie doodt, is een mens, wie onrecht doet of lijdt is een mens; geen mens is hij die elk gevoel van grenzen verloren heeft en zijn bed deelt met een lijk. Wie heeft afgewacht tot zijn bedgenoot klaar was met sterven om hem een stuk brood af te nemen, is, ook al heeft hij daar geen schuld aan, verder verwijderd van het model van de denkende mens dan de primitiefste Pygmee of de gruwelijkste sadist.”

Het boek begint met het volgende vers:

Is dit een mens

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.
Bedenkt dat dit geweest is:
Ik beveel u deze woorden.
Grift ze in uw hart
Waar ge gaat waar ge staat
Bij het opstaan bij het slapen gaan:
Zegt ze voort aan uw kinderen.
Of uw huis begeve u,
Ziekte verlamme u,
Uw nageslacht wende zich van u.


Samenvatting:
Het verhaal begint met aanhouding van de dan vierentwintigjarige Primo Levi in december 1943. Samen met zeshonderdvijftig andere Italianen wordt hij op transport gesteld naar Polen. Tijdens de vier dagen durende reis in de goederentrein gaan de deuren niet open. Telkens wanneer de trein stilstaat roepen de uitgeputte reizigers om water, “al was het maar een hand sneeuw” (blz. 18), maar ze krijgen maar zelden wat.
Aangekomen in Polen worden de arbeidsgeschikten en arbeidsongeschikten van elkaar gescheiden: zesennegentig mannen en negenentwintig vrouwen werden arbeidsgeschikt bevonden. Zij werden in de kampen van Buna-Monowitz en Birkenau tewerkgesteld. De anderen leefden twee dagen later niet meer. “Zo verdwenen, in één verraderlijk ogenblik, onze vrouwen, onze ouders, onze kinderen.” (blz. 22)
In de hier op volgende hoofdstukken beschrijft Primo Levi het leven in het kamp. De afnemende levenswil, het systematische kapot maken van de menswaardigheid en de in het wrede overlevingskamp afstervende solidariteit onder elkaar nemen iedere hoop weg. Levi laat zien hoe mensen onder zulke extreme omstandigheden teruggaan tot de essentie van overleven.
Op een gegeven moment wordt Levi ingezet als chemielaborant in Kommando 98 (het Chemisch Kommando). (blz. 139) De betere arbeidsomstandigheden en een behulpzame landgenoot beschermen hem voor de directe ondergang.
In de nacht van 17 op 18 januari wordt het kamp voor de steeds dichterbij komende Russen geëvacueerd. De zieken, waaronder Primo Levi, blijven achter. Tijdens de evacuatiemars bezwijken bijna alle gevangenen.
Van de ongeveer 600 Italiaanse joden, die een jaar daarvoor gedeporteerd werden, is Levi één van de weinige overlevenden.

Personages:
Primo Levi is de hoofdpersoon in het boek. In het kamp is hij Häftling 174517: Häftling: “ik heb geleerd dat ik een Häftling ben. Mijn naam is nu 174517; we zijn gedoopt, ons leven lang zullen we het merkteken dragen dat op onze linkerarm is getatoeëerd.” (blz. 32)
Het verhaal beschrijft de belevenissen van Primo Levi in Monowitz. In het verhaal maak je met hem kennis. Doordat zijn gedachten en gevoelens uitgebreid beschreven worden is het mogelijk een beeld van hem te vormen.

Alberto is Primo’s “onafscheidelijke vriend”, ze worden ‘de twee Italianen’ genoemd en hun buitenlandse kameraden halen hun namen meestal door elkaar (blz. 213). Hij is omgekomen bij de evacuatiemars.

Lorenzo: Over zijn vriendschap met de Italiaanse arbeider Lorenzo schrijft Levi: “Als het enige zin heeft om naar de redenen te zoeken waarom juist mijn leven, onder duizenden net zulke levens, de proef heeft kunnen doorstaan, dan geloof ik dat ik het aan Lorenzo dank dat ik nu in leven ben; niet zozeer om zijn materiële hulp als wel omdat hij me, met zijn aanwezigheid en zijn natuurlijke, vanzelfsprekende goedheid, voortdurend deed voelen dat er nog een rechtschapen wereld buiten de onze bestond, iemand en iets die zuiver en echt waren gebleven, niet verdorven en niet verruwd, vrij van haat en angst; iets dat heel moeilijk te omschrijven was, een verre mogelijkheid van betere dingen, maar waarvoor het de moeite waard was te blijven leven.” (blz. 168)

Twee Fransen (Charles en Arthur): “De Fransen hadden er geen idee van hoe het Lager in elkaar zat, maar Charles was moedig en sterk, en Arthur was verstandig en had de praktische kijk van een boer.” (blz. 218) Primo Levi ligt met Charles en Arthur in de ziekenbarak. Samen met hen overleeft Levi de laatste tien dagen in Monowitz. Charles en Levi zorgden voor eten, drinken, brandstof, dekens, enz. Arthur zorgde voor de kachel, kookte aardappels, hield de kamer schoon en verzorgde de zieken. (blz. 120)

Verder komen er natuurlijk nog veel meer personages in het boek voor. De meeste mensen die in het kamp binnen kwamen, vertrokken snel weer. Van sommige mensen wist niemand waar naar toe. Een aantal personages worden kort genoemd, anderen worden wat uitgebreider beschreven. Ik heb er voor gekozen slechts bovenstaande personages hier te beschrijven, omdat zij in een groter deel van het verhaal voorkwamen dan anderen. Met betrekking tot de niet beschreven personages valt nog wel een indeling te noemen, die Levi in zijn boek beschrijft. In het kamp worden de mensen opgesplitst in 'verlorenen' en 'geredden'. “Andere tweedelingen (goeden en kwaden, wijzen en dwazen, laffen en dapperen, pech- en geluksvogels) zijn veel minder scherp, lijken minder vast geworteld en bieden vooral ook ruimte aan tal van ingewikkelde tussenvormen.'” (blz. 119).

Primo Levi schrijft over de personages uit zijn boek: “De personages van dit boek zijn geen mensen. Hun menselijkheid is bedolven, of ze hebben die zelf bedolven, onder wat hun is aangedaan of wat ze anderen hebben aangedaan. De gemene, stompzinnige SS’ers, de Kapo’s, de politieken, de misdadigers, de grote en kleine prominenten, tot de slavenmassa’s van de Häftlinge toe, alle graden van de krankzinnige hiërarchie die de Duitsers hadden gewild, zijn paradoxalerwijs één in een zelfde innerlijke leegheid.
Maar Lorenzo was een mens: zijn menselijkheid was zuiver en onaangetast, hij stond buiten de wereld van negatie. Dankzij Lorenzo is het mij gegeven geweest om niet te vergeten dat ik ook een mens ben.”
(blz. 168)

De SS-ers zijn in Levi's verslag aanwezig, maar zeer op de achtergrond. Hij heeft weinig aandacht voor hen, ze zijn niet wat hem interesseert. In het hoofdstuk “De verlorenen en de geredden” (bladzijde 118-138) beschrijft Levi verschillende (groepen) mensen uit het kamp.

Structuur:
Over de structuur van het verhaal valt niet echt veel op te merken. De zeventien hoofdstukken verlopen niet helemaal chronologisch. Het laatste hoofdstuk (Kroniek van tien dagen) verloopt wel chronologisch. In dit hoofdstuk wordt het verloop van de laatste tien dagen in Monowitz uitgebreid beschreven. Er is geen wisseling in tijd. Het verhaal begint met aanhouding van Primo Levi in december 1943 en eindigt eind januari 1945. Het boek heeft een gesloten einde: Levi overleeft Monowitz.

Tijd en ruimte:
Het verhaal begint ab ovo. Het begint met aanhouding en deportatie van Primo Levi in december 1943: “Op 13 december werd ik door de fascistische militie opgepakt.”
De vertelde tijd is iets meer dan een jaar. Levi kwam in december 1943 in Monowitz terecht en werd eind januari 1945 bevrijd uit Monowitz. De verteltijd is 239 bladzijden. De dagen vanaf het vertrek van de SS’ers (de laatste tien dagen van Levi in Monowitz) worden per dag beschreven.
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Het verhaal bevat enkele expliciete toekomstverwijzingen, bijvoorbeeld:
“Tijdens de verhoren die volgden leek het me beter te zeggen dat ik een ‘Italiaans burger van het joodse ras’ was, omdat ik mijn aanwezigheid op die ook voor een evacué afgelegen plek anders niet aannemelijk dacht te kunnen maken, en ook omdat ik geloofde (ten onrechte, zoals later zou blijken) dat het bekennen van mijn politieke activiteit gelijkstond met marteling en een zekere dood.” (blz. 12)
“Alle gezonden (afgezien van een enkeling die op het laatste moment de gelukkige ingeving had zich uit te kleden en in een ziekenbed te kruipen) vertrokken in de nacht van 17 op 18 januari 1945.” (blz. 213)
Ook staan er enkele ‘opmerkingen van de auteur’ in het verhaal die in zekere zin ook een toekomstverwijzing inhouden, alleen meer weg hebben van een ‘opmerking achteraf’, bijvoorbeeld:
“Van de vijfenveertig mensen in mijn wagon hebben er maar vier hun huis teruggezien, en onze wagon was verreweg de fortuinlijkste.” (blz. 18)
“[…] nu weten we dat van onze trein maar zesennegentig mannen en negenentwintig vrouwen in de kampen van Buna-Monowitz en Birkenau terechtkwamen en dat van alle anderen, meer dan vijfhonderd in getal, twee dagen later niemand meer leefde. We weten nu ook dat dat toch al zo vage onderscheid tussen arbeidsgeschikten en -ongeschikten niet altijd is gemaakt en dat later dikwijls de eenvoudiger methode werd gevolgd om wagons aan beide kanten open te maken, zonder de nieuwaangekomenen iets te zeggen. Degenen die het toeval aan de ene kant van de trein deed uitstappen, kwamen in het kamp terecht; de anderen werden vergast.” (blz. 22)

Het verhaal speelt zich af in Buna-Monowitz, het werkkamp van IG Farben onder de rook van Auschwitz. Op bladzijde 38 tot en met 44 wordt het kamp en het leven in het kamp uitgebreid beschreven.

Thema:
Het boek heeft eigenlijk twee thema’s. Eén thema is de holocaust, het andere thema is de titel van het boek: “Is dit een mens?”
Primo Levi laat in dit boek zien wat er overblijft van de mens wanneer alles wegvalt. Hij laat zien dat mensen onder zulke extreme omstandigheden teruggaan tot de essentie van overleven. Tijdens zijn tijd in Monowitz blijft hij voortdurend op zoek blijft naar restanten van menswaardigheid en menselijke verhoudingen.
Op bladzijde 237 geeft Levi antwoord op de vraag “Is dit een mens?”. “Wie doodt, is een mens, wie onrecht doet of lijdt is een mens; geen mens is hij die elk gevoel van grenzen verloren heeft en zijn bed deelt met een lijk. Wie heeft afgewacht tot zijn bedgenoot klaar was met sterven om hem een stuk brood af te nemen, is, ook al heeft hij daar geen schuld aan, verder verwijderd van het model van de denkende mens dan de primitiefste Pygmee of de gruwelijkste sadist.”

Genre:
Een autobiografische roman.

Taalgebruik:
Het taalgebruik is helder, waardoor het verhaal makkelijk te lezen en te volgen is. Zo nu en dan worden er Duitse woorden gebruikt, bijvoorbeeld: ’Lager’ (kamp) en ‘Häftlinge’ (gevangene), maar dit stoort niet bij het lezen. Wel worden er soms lange zinnen die het lezen wat bemoeilijken, maar ook dat is verder geen groot probleem.

Perspectief:
Het verhaal wordt verteld door Primo zelf. Het vertelstandpunt is personeel. De gebeurtenissen worden rechtstreeks gepresenteerd door Primo, je ziet alles vanuit zijn optiek.
“Ik was vierentwintig […]” (blz. 11)
“In mijn hart stak de gedachte aan de terugkeer, ik kwelde mijzelf met de voorstelling van de onmenselijke blijdschap van die andere grensovergang, met open deuren, omdat niemand zou willen vluchten, en de eerste Italiaanse namen…en ik keek om me heen en dacht eraan hoevelen van dat armzalige hoopje menselijk stof door het lot zouden worden aangeraakt.” (blz. 18)

Relatie tekst-auteur
Primo Levi werd in 1919 in Turijn geboren, studeerde scheikunde en voegde zich in 1943 bij een partizanengroep. In dat jaar werd hij gearresteerd en - als jood - naar Monowitz getransporteerd. Als een van de weinigen overleefde hij het kamp. In dit boek beschrijft Levi niet alleen de uiterlijke gebeurtenissen in het kamp, maar vooral de lichamelijke en psychische ontluistering en de overlevingsmechanismen.
Het boek is een autobiografisch verhaal. De auteur vertelt het verhaal vanuit zijn eigen ervaring, hij vertelt wat hij heeft mee gemaakt en hoe hij dat heeft ervaren.

Eigen mening
Over de holocaust zijn (heel) veel boeken geschreven en veel films verschenen. Zelf heb ik ook al veel boeken over dit onderwerp gelezen en veel films over dit onderwerp gezien. Een groot aantal van deze boeken en films geven op een gegeven moment gaan aanvulling meer op wat je al weet. Dit boek doet dat wel.
Doordat het verhaal vanuit één persoon (Primo Levi) wordt beschreven krijg je een goed beeld van die persoon en hoe hij wat er gebeurt ervaart. Ik voelde me ook betrokken bij de hoofdpersoon. Ik vind dit een grote toevoeging aan het verhaal geven, dit ook omdat Levi pijnlijke vragen niet uit de weg gaat. Hij denkt na over hoe mensen zich gedragen onder extreme onderdrukking en hij denkt na over hoe mensen een dergelijke situatie kunnen overleven. Dit maakt het boek tot meer dan alleen een verhaal over wat er in het kamp gebeurt.
Kort gezegd: een enorm indrukwekkend en aangrijpend boek. Er zijn veel mooie citaten uit dit boek te halen. Een paar daarvan wil ik hier noemen:

“Niets behoort ons meer toe: ze hebben ons onze kleren, onze schoenen, ons haar ontnomen; als we iets zeggen, wordt er niet geluisterd, en als er geluisterd zou worden, zou men ons niet begrijpen. Ook onze naam zullen ze ons afnemen: en als we die willen behouden, zullen we de kracht daartoe in onszelf moeten vinden, de kracht om met onze naam nog iets van onszelf, van degenen die we waren, in leven te houden.” (blz. 31) Later in het boek beschrijft Levi dat Alberto en hij in hun soepkom hun naam hadden gekrast in plaats van hun nummer.

“Laat men zich nu een mens voorstellen wie de mensen die hem lief zijn ontnomen worden, en zijn huis, zijn gewoonten, zijn kleren, alles kortom, letterlijk alles wat hij bezit: dat zal een leeg mens zijn, een mens die niets anders meer is dan lijden en behoefte, die geen waardigheid meer heeft en geen oordeelsvermogen, omdat wie alles verloren heeft maar al te gemakkelijk zichzelf verliest: een mens over wiens leven en dood met een licht hart beschikt kan worden, zonder enig gevoel van medemenselijkheid, in het beste geval uitsluitend op grond van nuttigheids-overwegingen. Als men dat alles bedenkt zal men de dubbele betekenis van de term 'vernietigingsskamp' begrijpen en inzien wat ik wil uitdrukken met die woorden: wij liggen op de bodem.”(blz. 32)

“Het is een geluk dat het vandaag niet waait. Eigenaardig, op de een of andere manier heb je altijd het gevoel dat je geluk hebt, dat de een of andere toevalligheid, hoe nietig ook, je op de rand van de afgrond tegenhoudt en je laat leven. Het regent, maar het waait niet.”

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Se questo e un uomo"