Zonder genade door Renate Dorrestein

Beoordeling 8.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 6480 woorden
  • 31 januari 2007
  • 189 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.2
  • 189 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2001
Pagina's
256
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Zonder genade
Shadow

Franka en Phinus vormen al veertien jaar een hecht paar, wanneer ze hun eigen kind, hun zoon Hem, verliezen. Vanaf dat ogenblik belanden ze in een nachtmerrie waaraan geen einde lijkt te komen.
Zij wil samen rouwen, herinneringen ophalen, Jem levend houden, maar Phinus weigert om over het gestorven kind te praten. Hij wil het liefst alles vergeten, zo snel moge…

Franka en Phinus vormen al veertien jaar een hecht paar, wanneer ze hun eigen kind, hun zoon Hem, verliezen. Vanaf dat ogenblik belanden ze in een nachtmerrie waaraan geen einde li…

Franka en Phinus vormen al veertien jaar een hecht paar, wanneer ze hun eigen kind, hun zoon Hem, verliezen. Vanaf dat ogenblik belanden ze in een nachtmerrie waaraan geen einde lijkt te komen.
Zij wil samen rouwen, herinneringen ophalen, Jem levend houden, maar Phinus weigert om over het gestorven kind te praten. Hij wil het liefst alles vergeten, zo snel mogelijk, want hij wordt verteerd door schuldgevoelens. In een poging hun vroegere verbondenheid te herstellen, trekken ze er samen op uit. Maar er komt helaas niets meer terug van het oude sprookje.

Zonder genade door Renate Dorrestein
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Zonder genade
Auteur: Renate Dorrestein
Uitgeverij:Contact
Plaats van uitgave: Amsterdam / Antwerpen
Eerste druk: 2001

Titelverklaring:
De titel ‘Zonder genade’ slaat waarschijnlijk op het verdriet van Phinus en Franka. Zij hebben hun kind verloren en proberen hier mee om te gaan. Maar het verdriet blijft maar komen en slaat ‘zonder genade’ om zich heen.

Samenvatting:
Het verhaal gaat over Phinus en Franka die een half jaar na de dood van kind Jem een weekendje weg gaan. Ze proberen hun relatie te redden, maar het weekendje zorgt ervoor dat ze juist meer ruzie krijgen. Tijdens de ruzies en andere problemen worden er flashbacks gegeven waarin wordt verteld hoe het ‘vroeger’ was, toen Jem nog leefde. En hoe Jem tijdens zijn (eerste) date met Sanne wordt vermoord. Phinus kan het maar moeilijk verkroppen dat de dader Marius H. geen levenslang krijgt. Franka probeert verder te leven en te accepteren dat Jem dood is.
Na het mislukte weekendje gaat Franka naar een vriendin toe, om daar voorlopig te blijven. Phinus krijgt te maken met Sanne die hem vertelt dat ze zwanger is van hem. Phinus wil niet dat het kind wordt weggehaald omdat hij nu echt een kind heeft wat zijn genen bezit. Jem was van Franka en haar vorige man. Weer krijgt Phinus ruzie en bij een bezoek aan een café verliest hij zijn beheersing en belandt op het politiebureau. In de cel begint dan eindelijk zijn rouwproces.


Informatie over de auteur:
Renate Dorrestein werd geboren op 25 januari 1954 in Amsterdam. Na het gymnasium gaat ze werken als verslaggeefster bij Panorama, Opzij, Viva en De Tijd. In 1983 is haar debuut als schrijfster met ‘Buitenstaanders’, gevolgd door ‘Vreemde streken’ en ‘Noorderzon’. In 1986 vertrekt ze voor een paar jaar naar Amerika om daar les te gaan geven. Haar boek ‘Een sterke man’ wordt genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en ‘Verborgen gebreken’ en ‘Een hart van steen’ voor de Trouw publieksprijs. In 1993 wordt haar hele oeuvre bekroond met de Annie Romein Prijs. Renate geeft vaak kritische kanttekeningen over de samenleving. In 2000 verschijnt ‘Het geheim van de schrijver’ en haar roman ‘Zonder genade’ wordt in 2002 genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs.

Thema:
Het belangrijkste thema van ‘Zonder genade’ is het rouwproces. Franka gaat heel anders om met de dood van Jem dan Phinus. Phinus geeft zichzelf de schuld van de moord en wil niet dat Franka dat weet. Hierdoor ontstaan er ook problemen in hun relatie. Phinus wil bijvoorbeeld al de spullen van Jem opruimen terwijl Franka alles zo wil laten liggen.
Phinus heeft een jeugd gehad zonder ouders en zonder broertjes of zusjes. Hij voelt zich iemand zonder gezin, ook omdat Jem niet zijn biologische zoon is en Franka geen kinderen meer kan krijgen omdat ze baarmoederkanker heeft gehad. Hij vindt het gezin erg belangrijk en wil dat graag hebben, omdat hij dat zelf nooit heeft gehad.

Het idee:
Het verhaal probeert duidelijk te maken dat je een groot verlies moet verwerken. Je moet erover praten, huilen en denken met je naasten. Als je alles opkropt wordt alles steeds erger en uiteindelijk komt alles eruit. Net zoals met Phinus het geval is. “Onder alle puinhopen van schuld en schaamte is het geduldig op hem blijven wachten. Hij hoeft het alleen maar toe te laten. Hij sluit zijn ogen. Hij vouwt zijn handen. Jem is dood.” (blz. 256)

Personen:
Phinus is een gelukkige getrouwde man die graag kookt en gek is op spelletjes. Zijn werk bij de spelletjesfabrikant Jumbo is hem dan ook op zijn lijf geschreven. Hij ziet de wereld het liefst als een groot spel en kan er dan ook niet tegen als alles niet volgens (zijn) de regels gaan. Doordat zijn ouders zijn overleden is hij opgevoed door zijn twee kibbelende tantes die hem vertroetelden en beschermden. Het liefst wil hij Jem net zo opvoeden. Dat Jem niet zijn biologisch kind is maakt voor hem daarbij geen verschil, al had hij ook graag een eigen kind gewild. Wanneer Jem sterft, stort hij zich op de juridische strijd om een zo hoog mogelijke straf te krijgen voor de dader. Phinus kan de dood niet goed verwerken. Aan het eind van het boek komt hij tot de conclusie dat hij beter alles achter zich kan laten en het verdriet kan gaan verwerken.

Franka is 38 jaar en in veel opzichten Phinus tegenpool. Ze is onverstoorbaar zichzelf. Ze is gek op legpuzzels. Door haar werk als maatschappelijk werkster met probleemjongeren staat ze midden in de wereld. Daardoor kan ze na Jems dood om hem rouwen. Voor Phinus houding kan ze in het begin wel begrip tonen, maar wanneer hij agressief wordt is de maat vol.
Jem Vermeer is de zoon Franka en haar vorige man. Hij draagt een sterke bril en wordt op school gepest omdat hij zo ijverig is en geen gameboy heeft. In zijn pubertijd krijgt hij een sterke eigen wil. Hij wil geen vlees meer eten en gaat actie voeren voor het milieu. Op het eind van zijn leven krijgt hij verkering met Sanne.
Sanne was de vriendin van Jem. Zij was er bij toen Jem werd ‘vermoord’ en mist hem heel erg. Ze komt regelmatig over de vloer bij zijn ouders, omdat ze hetzelfde verdriet hebben. Zij geeft Phinus de ‘genadeklap’ die ervoor zorgt dat hij aan zijn rouwproces begint.
Katja en Mark zijn collega’s van Phinus. Ze zitten toevallig in hetzelfde hotel en vinden Phinus en Franka terug en helpen hen naar huis.
Melanie en Astrid lokken een gevecht uit met Phinus. Hij slaat ze in elkaar omdat hij denkt dat ze Franka wat aan willen doen. Ze zorgen ervoor dat de ruzie escaleert.

Opbouw:
Het boek bestaat uit drie delen: In De Put, Memory en Ga Terug Naar Af. Deze titels staan alledrie symbool voor het leven van Phinus en Franka en ze zijn zo gekozen omdat Phinus gek op spelletjes is. Elke deel is verdeeld in verschillende hoofdstukken, de titels van deze hoofdstukken lijken allemaal op elkaar, ze beginnen allemaal met ‘wat’ daarna een naam en daarna een handeling. Enkele voorbeelden: ‘Wat Jem altijd zei’, ‘Wat Franka verloor’, ‘Wat Phinus verzwijgt’ en zo zijn er nog negen.
Het boek zit redelijk ingewikkeld in elkaar. Het verhaal duurt eigenlijk maar ongeveer vijf dagen. Vanaf het moment dat Phinus en Franka samen naar Groningen gaan tot dat Phinus in de cel zit op het politiebureau. Tussendoor worden heel veel herinneringen en flashbacks verteld.

Spanning:
De spanning in dit boek wordt opgebouwd door een sfeer te creëren waaraan je voelt dat het niet goed zit. In het begin van het boek merk je gelijk al dat het niet goed gaat tussen Phinus en Franka. Dit is eigenlijk informatie achterhouden omdat je niet weet wat er gaat gebeuren en hoe ze er allebei over denken. Samen met de ingewikkelde opbouw zorgt dit voor de nodige spanning. Het eind is daarentegen weer vrij open. Je weet niet hoe het afloopt tussen Phinus en Franka, of Sanne abortus gaat plegen. “De vliezen die zijn ogen al die tijd droog hebben gehouden, breken nu. Hij zit op de rand van de brits en hij huilt en zijn armen vinden zijn dode kind en hij omhelst het, hij klemt het aan zijn borst, vervuld van bodemloos gemis en verlangen. Het kan eindelijk beginnen.” (Blz. 256) Je weet alleen dat Phinus eindelijk ‘verlost’ is van zijn zware last.

Tijd:
Het verhaal wordt chronologisch verteld, met veel flashbacks naar het verleden. Het uitje van Franka en Phinus is chronologisch en de gedachtes aan het verleden zijn de flashbacks. “Hij ontspant weer enigszins. Het zijn per slot maar kinderen, erop belust een slaatje uit de situatie te slaan. Hij tast naar zijn binnenzak. ‘Cash ook goed?’ vraagt hij kortaf. ‘Hoeveel?’ Koning Midas is een ezel. Een ezel! ‘Hoeveel?’ vroeg hij aan Jem terwijl hij de deuropening van de badkamer zijn portefeuille te voorschijn haalde. ‘Wat is de entree?’ “ (Blz. 93) Door de vraag ‘hoeveel’ denkt Phinus terug aan Jem en begint er weer een flashback.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich grotendeels af in de omgeving van Aduard, een plaatsje op het platteland van Groningen. Aan het eind van het verhaal en in de terugblikken speelt het verhaal zich af in Amsterdam in het huis van Franka en Phinus en in hun leefomgeving. In sommige terugblikken bevind Phinus zich ook in zijn oude huis waar hij is opgegroeid.
In dit verhaal zijn veel ruimtes en plaatsen beschreven. De plaatsen worden steeds erg nauwkeurig beschreven. Ook wordt de sfeer erg bepaald door de ruimtes. Het huisje waar Phinus en Franka bijvoorbeeld in worden opgesloten is erg bouwvallig en vervallen. Daardoor wordt de sfeer van angst en wanhoop heel erg versterkt.
Ik denk dat de ruimtes ook een symbolische betekenis hebben. Het huisje in Aduard en het huis van Phinus en Franka is erg rommelig, net als hun leven en relatie. Ook is er duidelijk het verschil tussen de rust van het hotel en de andere ruimtes waardoor de tegenstelling van rust en onvrede wordt benadrukt.

Perspectief:
Het perspectief in dit boek is de hij-perspectief. Het zou ook het ik-perspectief kunnen zijn, want van Phinus kom je als enige gedachten en gedachtegangen te weten. Een goed voorbeeld daarvan is.”Beneden gaat de bel. Hij staat doodstil, op scherp. Ze is haar sleutel zeker vergeten. Met kille, harde ogen wacht ze nu op de stoep. Maar bij god, hoe had ze dan gedacht dat hij zou reageren? Ze wist het. Ze wist het al die tijd al. Zijn hart bonst.” (Blz. 211)
Hier zie je dat het een hij-perspectief is en dat je de gedachten van Phinus kan lezen.

Stijl:
De stijl is wel van deze tijd. Waarschijnlijk ook omdat het een niet zo oud boek is. De schrijfster overdrijft veel dingen, zodat er grote tegenstrijdigheden voorkomen. Ze suggereert dingen, zoals bijvoorbeeld de dood van Jem. Ze zegt het niet met zoveel woorden, maar bedoelt het wel. Later in het verhaal wordt het verteld dat het echt zo is. Door de korte stijl in de dialogen komen sommige dingen hard over.

Structurele argumenten:
De structuur van dit boek is verrassend. Het verhaal speelt zich af in ongeveer vijf dagen, maar er zijn heel veel flashbacks en herinneringen. Deze flashbacks en herinneringen, maken het boek zo dat je aan het eind van het boek Phinus beter begrijpt. Phinus is vroeger opgevoed door twee tantes omdat hij een wees was. Franka kan geen kinderen meer krijgen. Als Jem dus dood gaat is het erg moeilijk voor Phinus, omdat hij altijd al een kind had willen hebben. Als je dit weet, snap je ook een beetje waarom Phinus zo overtrokken reageert op de dood van Jem.

Realistische argumenten:
Dit verhaal is erg realistisch, hoewel er een paar elementen in het boek zitten die niet erg realistisch zijn. Dat een jongen in een discotheek wordt doodgeschoten zou kunnen gebeuren. Iedereen reageert anders op het verlies van een naaste. De verschillende manieren van reageren van Phinus en Franka zijn dus realistisch. Ook al reageert Phinus nogal overtrokken en onrealistisch.
Phinus en Franka komen de twee gabbermeisjes tegen in Groningen. Hoe deze vier mensen met elkaar omgaan is niet erg realistisch. Als Franka van Phinus wegloopt in de richting van de twee meisjes. Valt Phinus de twee meisjes aan, omdat hij bang is dat de meisjes Franka iets aandoen. Als Phinus en Franka allebei gewond zijn en in het bouwvallige huisjes zitten vragen ze de twee meisjes of ze hulp willen halen, de twee meisjes gooien de deur op slot en komen niet meer terug. Deze handelingen zijn niet echt realistisch.
Ook dat Phinus Sanne zwanger maakt op het kerkhof is niet realistisch.

Vernieuwingsargumenten:
Dit boek is redelijk vernieuwend. De manier van opbouw en de handelingen van Phinus en Franka zijn op z’n minst vernieuwend te noemen. Dat een moeder haar zoon verliest is echter niet echt nieuw meer, dat gebeurde 2000 jaar geleden ook al en het boek dat daar over geschreven is kan je niet echt vernieuwend meer noemen vandaag de dag.
De opbouw is vernieuwend omdat het verhaal eigenlijk maar binnen een lang weekend zich afspeelt. De vele flashbacks en herinneringen van Phinus zorgen ervoor dat je te weten komt waarom en hoe Phinus reageert op bepaalde situaties.
De schrijfstijl daarentegen is niet echt vernieuwend te noemen, want deze is niet echt bijzonder.

Morele argumenten:
De moraal van dit boek is als er iets gebeurt dat je niet moet denken dat jij er de schuld van hebt. Soms gebeuren dingen gewoon en moet je zo ook laten gebeuren. Als je een groot verlies lijdt je erover moet praten, het is niet erg om te huilen. Je moet je eraan overgeven dat je moet rouwen, anders kan je nooit verder gaan met je leven.

Emotionele argumenten:
Dit boek maakt verschillende gevoelens bij je los als je het leest. Ongeloof, als je er achterkomt hoe Jem is vermoord. Het is erg schokkend om een keer te lezen hoe het in de realiteit ook zou kunnen gebeuren. Je hoort het zo vaak op het nieuws, maar als je het leest, dringt het toch beter door je door omdat je de naasten van het slachtoffer ook kent. Ook krijg je een gevoel van ongeloof van de manier hoe Phinus reageert. Hij verwondt zijn eigen vrouw zelfs bij het huisje in Groningen. Dat een mens zo ver kan zakken door het verlies van een naaste, is hard om te lezen. Ook een belangrijke emotie in dit boek is medelijden / medeleven. Je merkt aan het verhaal hoe moeilijk Phinus en Franka het met het verlies van Jem hebben. Het medelijden is ook voor Franka, omdat ze de partner van Phinus is, die helemaal doordraait na de dood van Jem.

Intentionele argumenten:
De intentie van dit boek is om je na te laten denken over hoe verschillende dingen. Als je zinloos geweld pleegt, heeft dat grote gevolgen voor de naasten van het slachtoffer. Als een naaste van je slachtoffer is van zinloos geweld, hoe je dan moet/kunt reageren. Je moet niet zoals Phinus als een gek de dader gaan zoeken en niet meer met je eigen leven bezig zijn, je moet rouwen, maar het leven gaat, hoe hard het ook is, gewoon doorgaan.

Eigen mening:
Alle gevoelens worden heel gedetailleerd uitgelegd daardoor maakt het boek een realistische indruk. Als een boek realistisch overkomt spreekt mij dit aan. De gebeurtenissen in dit boek hebben mij wel aan het denken gezet. Dat er in een discotheek iemand wordt neergeschoten is toch wel schokkend als je dat leest. Doordat je zo dicht bij de personen staat, voelt dat zo.

Alle personen in dit boek worden uitgebreid beschreven. Ze komen echt over. Franka komt op mij over als een lieve verstandige moeder die met beide benen in de wereld staat. Phinus daarentegen vind ik een echte zenuwpees die het in zijn hoofd niet helemaal op een rijtje heeft. Na de dood van Jem reageerde hij erg egoïstisch, hij deed alles waar hij zelf belang bij had.

Ik vind dat het boek een interessante opbouw had. Dit komt door het gebruik van flashbacks en de herinneringen. Maar de tijdsveranderingen waren wel duidelijk, het is duidelijk waarin de tijd je aan het lezen bent. Er zit veel spanning in het verhaal. Er gebeurt steeds iets dat weer nieuwsgierig maakt naar de afloop van het verhaal. Het verhaal bevat een open einde. Je leest wel dat Phinus opnieuw gaat beginnen met rouwen, maar wat er verder met iedereen gebeurd is niet duidelijk. Laat Sanne abortus plegen, komt het nog goed tussen Phinus en Franka?

Het taalgebruik vond ik niet moeilijk, ik las er erg vlot doorheen. Tevens heeft het boek ook geen lange zinnen. Misschien was het wel iets te makkelijk. Doordat ik het boek snel kon doorlezen, werd het verhaal ook leuker van. Ik wilde snel de volgende bladzijde omslaan om te weten wat er ging gebeuren. Ik heb het dan ook in een paar dagen gelezen.

Dit boek is best een intrigerend boek. Het verhaal is interessant om te lezen. Het is voor te stellen dat een kind dood gaat. Hoe de ouders daar op reageren kan verschillend zijn, ik was dan ook nieuwsgierig hoe Phinus, die alles volgens (spel)regels doet, dat zou doen. Ik vind het wel jammer dat er zo weinig gebeurt in het boek. Phinus en Franka gaan naar Groningen, krijgen ruzie, Phinus gaat naar een Café en beland in de cel. Er zijn wel flashbacks maar je zou het boek ook vanaf de kinderjaren van Phinus tot aan dat Phinus in de cel zitten kunnen schrijven. Dan is het boek ook wel weer minder origineel, maar voor je gevoel gebeurt er wel meer in het boek.

Je kunt helemaal meeleven met Phinus. Hoe hij aan zijn kinderwens komt en waarom hij zo verdrietig is. Phinus is zelf nog vruchtbaar, maar Franka niet meer. Phinus heeft zelf nooit een kind gehad en met Franka kan dat nu dus ook niet meer. Franka had al een kind uit een vorige relatie en Jem beschouwd Phinus als zijn nieuwe papa. Dit vindt Phinus erg fijn omdat hij erg graag een kind van zichzelf gehad zou willen hebben. Omdat Phinus verwacht dat hij nooit meer bij Franka weg gaat en ze samen met Jem een fijn gezinnetje blijven, heeft hij zich er bij neergelegd dat hij nooit een kind van zich zelf krijgt. Als Jem wordt doodgeschoten wordt er ook een stukje van Phinus doodgeschoten. Hij reageert misschien daarom ook erg overtrokken. Maar ik kon Phinus wel begrijpen.

Bij het graf van Jem komt Phinus Sanne tegen. Hij maakt haar zwanger en hij wil niet dat ze abortus laat plegen, omdat dit zijn enige kans is om nog een kind te krijgen dat nog een beetje van hem en Franka is. Dit voelt hij zo omdat Sanne het laatste vriendinnetje van Jem was en Sanne Jem het laatst levend gezien heeft. Het voelt alsof het zo zou moeten zijn. Ik wist niet of ik Sanne moest geloven. Zou ze echt zwanger zijn, of alleen Phinus gek maken. Ik vond dat moeilijk om te bepalen of ze de waarheid sprak. Het is een beetje gezocht.

Over de titels van de hoofdstukken is nagedacht. Eerst merk je het niet eens op. Maar als je bedenkt dat Phinus een spelletjesfreak was, dan valt alles op zijn plaats. Vooral de titel van het laatste deel vond ik mooi bedacht. ‘Ga terug naar af’. Phinus moet opnieuw beginnen. Hij moet alles stoppen en eerst gaan rouwen, pas dan kan hij verder.

Maar al met al is het een best aardig boek. Het is in mijn ogen niet een echte topper, maar als je een keer zin hebt in een makkelijk, snel boek waarin toch wel een diepere betekenis achter zit, is dit wel een goede keuze. Het is niet echt hoge literatuur, maar wel een boek om lekker te lezen.

Boek dat de afgelopen 10 jaar is genomineerd voor een van de bekende literaire prijzen. Vergelijk artikelen daarover met eigen mening:
In de bijlagen zitten twee recensies. De ene is van Max Pam uit HP/De Tijd van 27 juli 2001 en de andere is van Peter Henk Steenhuis uit De Trouw van 28 juli 2001.
Beide schrijvers praten over een eerder boek van Renate Dorrestein ‘Het geheim van de schrijver’ waarin Renate schrijft over het schrijven van een boek. Ze verwijzen daar ook soms naar terug. Aangezien ik dat boek niet heb gelezen, kan ik daar ook niets over zeggen.

Max Pam vindt dat in ‘Zonder genade’ heel veel gevoelens zitten, zelfs een overdaad. Dat al die rampen het verhaal wel heel emotioneel maken. ‘De tranen spatten van de pagina’s af en de sirene van de onrechtvaardigheid wordt in elke alinea afgedraaid.’ Ik maak hieruit op dat hij het verhaal te emotioneel vindt. Peter Henk Steenhuis zegt dat Dorresteins overtuiging van literatuur is, dat het verontrustend moet zijn en eigenlijk niet anders kan dan verontrusten. Zoiets van hoe erger hoe beter. Hoe meer drama hoe beter. Ik vind al die dingen die er gebeuren wel heel erg veel voor een gezin. Eigenlijk te veel. Er is teveel drama.

Max Pam haalt ook de symboliek aan van de spelletjes. Phinus is directeur is van een spelletjesfabriek. ‘Phinus is slechts directeur om te suggereren dat hij in menselijke verhoudingen ook alleen maar spelletjes kan spelen.’ Door die houding krijgt hij het zwaar te verduren. De tegenstrijdigheid die er tussen Franka en Phinus bestaat legt Pam uit aan de hand van waar deze personen van houden. Franka houdt van puzzelen (een spel zonder winst of verlies) en Phinus houdt van spelletjes, waarbij er winnaars zijn en verliezers. In het echte leven van Phinus is hij telkens de verliezer. ‘Elke keer is er een hard gevecht nodig om een nieuw partje van de puzzel te kunnen aanleggen’. Pam vindt dat het verhaal een puzzel en tegelijkertijd een spel door elkaar zijn.

Steenhuis maakt deze vergelijking met spelletjes niet, maar vertelt het verschil tussen de manier van verwerken. ‘Franka accepteert de dood van haar zoon, voor zover je zoiets ooit kunt accepteren natuurlijk’. ‘Phinus weigert zijn emoties te tonen en bijt zich vast in de jacht op de dader.’ Ze zijn totaal verschillend en het verhaal maakt duidelijk dat ieder mens zijn verdriet anders verwerkt. De één accepteert het, de ander kan dat niet. Zo kan de één alleen grapjes maken terwijl de andere tranen met tuiten huilt. Ieder mens is verschillend.

Als je denkt dat er niet nog meer ellende is, dan komt er nog meer. ‘De literaire constructie wordt hier door onwaarschijnlijkheid der gebeurtenissen volkomen ondergraven’, aldus Pam. Het is natuurlijk ook heel erg, maar door de vele ‘erge’ gebeurtenissen lijkt het allemaal wat onwaarschijnlijk. Elke gebeurtenis opzich is heel erg en je leeft ook echt met de karakters mee. De moord op Jem is bijzaak, het gaat om het verlies van een kind te verwerken. In het verhaal gebeurt dat op dramatische wijze.

Het verhaal begint met een scène die heel gelukkig is. Maar daarna komt er een klap. ‘Na een ontwapende scène komt de klap van het noodlot harder aan,’ zegt Steenhuis. Dat vind ik ook. Door de scène met de colatest met Jem en Phinus lijkt er niets aan de horizon. Het lijkt allemaal zo gelukkig. Maar dan blijkt dat alles helemaal niet zo goed gaat. Jem is dood en Phinus verbittert. De colatest werd opgeroepen door een passerende cola-truck. Phinus ziet deze auto voorbij rijden en moet gelijk terugdenken aan deze gebeurtenis. ‘De wereld is een mijnenveld geworden: herinneringen liggen overal in de hinderlaag, klaar om te voorschijn te springen’. Door iets in het heden denk je terug aan het verleden.

Steenhuis: ‘De nachtzijde van het bestaan en de onverschilligheid van het kwaad zijn met de dood van Jem al duidelijk genoeg. Er is geen gebeurtenis die dat kwaad kan evenaren, laat staan versterken. Daarom zou ‘het verhaal waarschijnlijk ontroerender zijn geweest wanneer de ellende niet tot in het absurde was doorgedreven.’ Ik vind dat ook. Door het teveel aan negatieve gebeurtenissen is het allemaal zo onwaarschijnlijk. Als het minder zou zijn geweest dan was het realistischer. Max Pam vindt ook dat er een overdaad aan gevoelens voorkomt (zie begin).

‘Maar in deze moderne tearjerker à la Courts-Mahler kan ik toch niet anders zien dan een melodrama. Ik voorzie dan ook een grote bestseller’, aldus Max Pam. Het is een mooi verhaal, maar wel erg droevig. Of zoals Peter Henk Steenhuis zegt: ‘Dorrestein lijkt niet te beseffen dat de emotie wegsijpelt wanneer de schepper deze poort te wijd openzet.’ We zijn het er alle drie over eens dat het wel erg veel emotie in zit, wat het verhaal niet echt realistisch maakt.

Bijlagen:
Zonder genade:

Max Pam in HPDe Tijd op 27 juli 2001.

Ruim een jaar geleden schreef ik op deze plaats dat het werk van Renate Dorrestein me nooit erg had aangetrokken, maar dat ik haar eerst volgende roman met grote aandacht zou lezen. Die eerst volgende roman is nu uit en heet: Zonder genade. Dat is zo'n beetje de meest gebruikte titel voor een boek. Op het internet vond ik zonder echt te zoeken acht keer het No Mercy en in het Duits heb je natuurlijk Pardon wird nicht gegeben van Alfred Döblin. Zonder genade oogt een beetje als de titel van een misdaadboekje, of van een deeltje Havank of Dick Bos. Gek eigenlijk dat Renate Dorrestein in Het geheim van de schrijver veel behartigenswaardige dingen zegt over de kunst van het schrijven, maar dat zij keuze en belang van een boektitel onbesproken laat.
Nu staat er, althans in de titel van Dorresteins roman, geen woord te veel, want in Zonder genade worden werkelijk alle registers van het menselijk emoties opengetrokken. Moord, dood, doodslag, poging tot moord, poging tot doodslag, vechten, slaan, ziekte, kanker, onvruchtbaarheid, operaties, schreeuwen, brullen, huilen, in de gevangenis zitten, verdriet, abortus, pijn, wraak en slachtofferschap - zo'n beetje alle rampen waardoor een mens op de vierkante centimeter getroffen kan worden, kom je er in tegen. Mocht Renate Dorrestein ooit gedreven zijn door een angst voor sentimentaliteit en voor een overdaad aan gevoelens dan moet je nu wel vaststellen dat zij die voorgoed heeft overwonnen.
Zonder genade beschrijft in eerste instantie een driehoeksverhouding tussen moeder Franka, zoon Jem en vader Phinus, waarbij vader Phinus niet helemaal de echte vader is. De echte vader van Jem is verongelukt toen Jem nog klein was, maar daarna heeft Phinus de vaderrol op een voorbeeldige wijze op zich genomen. Als zich niet alle buitenplanetaire catastrofes hadden voorgedaan die Renate Dorrestein voor het trio in petto had, dan zou het vermoedelijk een ideaal gezinnetje zijn geworden. Jem had er vast nog een paar broertjes en zusjes bij gekregen, het leven was langzaam voorbij gekabbeld, maar helaas: het ongeluk dat deus ex machina heet had voor Franka, Jem en Phinus hele andere gevolgen in gedachte.
Om het verhaal een enigszins symbolische betekenis mee te geven, heeft Renate Dorrestein van Phinus een directeur gemaakt bij de spelletjesfabriek Jumbo. Het beroep van Phinus is het uittesten van allerlei nieuw op de markt te brengen spelen. Het is natuurlijk een roman en wat een romanfiguur zegt wordt nu eenmaal door een romanfiguur gezegd, maar volgens mij heeft Phinus een aantal ideeën over het spel die een werkelijke directeur van een spelletjesfabriek nooit zou hebben. Bijvoorbeeld het idee dat moderne spelen relatief eenvoudig in elkaar moeten zitten en dat een spel als het schaakspel in onze tijd nooit meer zal worden uitgevonden. Maar Pokemon is ondanks de populariteit voor mij als schaker van een bijna onbegrijpelijke ingewikkeldheid en dat geldt ook voor een groot aantal computerspelletjes. Eerlijk gezegd denk ik dat de vader door de schrijfster slechts directeur van Jumbo is gemaakt om de lezers te suggereren dat Phinus in de menselijke verhoudingen ook alleen maar spelletjes kan spelen, een houding waarvoor hij zwaar zal worden gestraft.
In het begin van de roman wordt ook verteld dat Phinus van spelletjes houdt en Franka alleen van puzzels. Ook hier is de suggestie duidelijk: een puzzel is spelletje zonder competitie-element. Iemand anders kan je erbij helpen, maar echte winnaars en verliezers zijn er niet. Om de metafoor door te trekken: het verhaal ontvouwt zich ten dele als een spel en ten dele als een puzzel. Elke keer is er een hard gevecht nodig om een nieuw partje van de puzzel te kunnen aanleggen.
Maar genoeg van dit soort gepraat!
Voor de lezer komt langzaam alles uit als Phinus en Franka naar Noord-Groningen rijden om daar eens een weekend bij te komen in zo'n landelijk gelegen restaurant uit de Alliance Gastronomique. Zoals te voorzien loopt het al bij het diner uit de hand. In een sfeer van ruzie en strijd komen wij te weten dat Franka onvruchtbaar is geworden na verwijdering van haar baarmoeder, waar kanker was geconstateerd. Dat is het begin. Wij komen ook achter een nog veel groter drama, namelijk dat Jem, inmiddels vijftien jaar, in een discotheek het slachtoffer is geworden van zinloos geweld. Jem is doodgeschoten.
In haar vertelling stort Renate Dorrestein werkelijk alle emoties over ons uit. De tranen spatten van de pagina's af en de sirene van de onrechtvaardigheid wordt in elke alinea afgedraaid. Niets lijkt Renate Dorrestein te veel. De dood komt in dit boek met tromgeroffel en dat zullen wij lezers weten ok. Subtiliteit is in dit boek niet Dorresteins grootste zorg geweest, want als je zo'n beetje alles hebt gehad, komt er ook nog een slot dat al de voorgaande dramatiek moet overtreffen.
Jem is samen met zijn eerste vriendinnetje Sanne naar de bewuste discotheek gegaan. Ach, als Jem niet verliefd was geweest op Sanne, dan was Jem ook niet naar die disco gegaan en dan was Jem ook niet doodgeschoten, zo denken Jems ouders aanvankelijk. Het is natuurlijk een gedachte die uit emoties is ontstaan en die niet vol te houden is. Al snel blijkt dat zowel Phinus als Franka op hun eigen wijze een relatie met Sanne onderhoudt. Sanne heeft zich al zo'n beetje op de begrafenis van Jem laten bezwangeren door Jems vader. Wij zijn pas echt in het gekkenhuis van de familiebanden beland. De literaire constructie wordt hier door de onwaarschijnlijkheid der gebeurtenissen volkomen ondergraven.
Natuurlijk worden wij ook nog lastig gevallen met de gedachte dat het kind van Sanne heel goed de plaats van Jem zou kunnen innemen. Daarmee zou de puzzel klaar zijn. Franka heeft een kind terug, al is dit keer een soort spiegelkind: niet van haar, maar wel van Phinus. Op die manier zal ook Sanne voor eeuwig aan Jem vastgeklonken blijven. Of het ooit zover zal komen, weten wij niet, want Zonder genade heeft een einde dat min of meer open is.
Misschien pleegt Sanne wel abortus, je weet het niet. Vader Phinus zit inmiddels zelf achter het slot in het huis van bewaring. Zijn wraakzuchtige woede heeft geleid tot een vechtpartij, waarbij hij bijna zelf een zinloos slachtoffer heeft gemaakt. Hij denkt nu over zijn zonden. Zijn aangenomen zoon krijgt hij er niet mee terug met al dat slaan, en zijn kind dat in de pen zit zou alleen nog ingewikkelder maken. Misschien dat zijn bewustwording uitmondt in een catharsis, je weet het niet.
In Het geheim van de schrijver zet Renate Dorrestein zich af tegen het melodrama, waarvoor zij eigenlijk geen goed woord over heeft. Maar in deze moderne tearjerker à la Courts-Mahler kan ik toch niets anders zien dan een melodrama. Ik voorzie dan ook een grote bestseller.

Renate Dorrestein maakt het zo erg, dat het niet meer ‘verontrustend’ is:

Peter Henk Steenhuis in Trouw op 28 juli 2001:
"Als de lezer een brok in de keel krijgt van mijn werk of zijn nekharen recht overeind voelt staan, dan is hij meestal domweg door mij gemanipuleerd, meer niet. De passage waar hij om huilt, heb ik waarschijnlijk handenwrijvend van genoegen geschreven. Omdat ik zag dat het goed was."
Dit schrijft Renate Dorrestein in 'Het geheim van de schrijver', haar boek over het schrijven van fictie, dat vorig jaar verscheen. Het is verleidelijk dit werk ter hand te nemen bij de beoordeling van haar nieuwe roman, 'Zonder genade'. Want wat is er mooier dan te achterhalen wat de scheppende god goed vond, welke passages zij handenwrijvend van genoegen heeft geschreven?
Het is Dorresteins overtuiging dat literatuur verontrustend moet zijn, en eigenlijk niets anders kán dan verontrusten. Literatuur gaat altijd over, wat Dorrestein nogal ingewikkeld noemt, 'onze menselijke configuratie'. Onze gesteldheid en onze onderlinge verhoudingen zijn een onuitputtelijke bron van wreedheid, verraad en conflict. Leed dus. ,,Goede fictie', schrijft zij in haar schrijfboek, ,,exploreert altijd ook de nachtzijde van het leven, dat domein waar het oeroude, onverschillige kwaad huist dat inherent is aan de schepping'.
In 'Zonder Genade' geen gebrek aan dat oeroude, onverschillige kwaad. De roman is gebaseerd op een daad van zinloos geweld -de klacht dat de Nederlandse literatuur te weinig straatrumoer zou bevatten, is met de verschijning van deze roman voorlopig weer even verstomd. Toch is de moord die in het boek gepleegd wordt uiteindelijk bijzaak, hij wordt even terloops beschreven als hij gepleegd wordt. 'Zonder genade' is het verhaal over de onmogelijkheid van een echtpaar het verlies van een kind te verwerken.
Dorrestein beseft dat dit gegeven pas echt dramatisch is bij een idyllisch gezinsleven. Daarom geeft zij de lezer geen kans te denken dat deze moord een huwelijk doet exploderen dat sowieso aan barrels was gegaan, en begint zij 'Zonder genade' met een scène die elke vader moet doen krimpen van geluk en herkenning. ,,Het was zondagochtend, zeven uur. Zelfs geblinddoekt wist je dat buiten de tuin in volle bloei stond en dat het zonlicht nu al vonkte in de velgen van het kinderfietsje dat in het gras was neergesmeten, naast een omgekeerde emmer en een tennisbal. Het was hoogzomer. Er hing die speciale stilte die zich alleen maar voordoet als vrijwel alle volwassenen nog slapen.'
Alleen jonge ouders slapen niet meer, kinderen zijn altijd vroeg wakker. Zo ook Phinus Vermeer en zijn zoon Jem. Zij spelen een van de talloze spelletjes die ze in hun leven nog zullen spelen. ,,Met een klap belandden er twee glazen op tafel, en Phinus draaide zijn gezicht in de richting waar hij Jem vermoedde. Hij vroeg: 'Heb je onthouden wat je in welk glas hebt gedaan?'
'Ja, Cola in Bert en Pepsi in Ernie.'
'Okay, ik zit klaar.' Hij strekte zijn rechterhand uit. Enthousiast wordend dronk hij beurtelings uit beide glazen. Zoeter? Minder zoet? Het smaakverschil was miniem. Het onderscheid zat 'm vooral in de prik. 'Ha!', zei hij. 'Zal ik jou eens wat vertellen?' Hij ging rechtop zitten. 'Deze bubbel is de pittigste. Explosief maar toch ook strak, een bubbel met persoonlijkheid, gedistingeerd en goed gedefinieerd, daar is over nagedacht. Terwijl deze' -hij vond het andere glas- 'veel muffer is, een uitgebluste ouwelullenbubbel zonder sex-appeal. Jem, m'n jongen: ik zet er alles op dat de eerste Cola is en de tweede Pepsi.'
'O! Je hebt stiekem gekeken!' Jem wierp zich met roffelende vuisten op hem.'
Het begin van 'Zonder genade' speelt zich af in het paradijs, zoveel is zeker, en net zo zeker is dat we er samen met de personages uit worden verdreven. ,,Fictie ontwapent', schrijft Dorrestein in 'Het geheim van de schrijver'. Juist. Na deze ontwapende scène komt de klap van het noodlot harder aan. Het beschreven spelletje blijkt namelijk een herinnering, opgeroepen door een passerende Coca-Cola-truck. ,,De wereld is een mijnenveld geworden: herinneringen liggen overal in de hinderlaag, klaar om te voorschijn te springen. Zijn handen verkrampen zich om het stuur.' Het noodlot heeft toegeslagen, hoe en wanneer zijn van later zorg. Belangrijker is wat de familie Vermeer rest, nadat Jem uit hun leven is weggerukt? ,,Waar is de plot van het bestaan geleven?' Gaandeweg het boek komt het mijnenveld van het verleden bloot te liggen, en wordt duidelijk dat Phinus Vermeer en zijn vrouw Franka er een weekendje uit zijn, in de hoop hun vastgelopen relatie vlot te trekken. Een zinloze, wanhopige onderneming, zoals eigenlijk al hun handelingen na de dood van hun zoon gebaseerd zijn op wanhoop, alleen uiten ze die beiden verschillend.
Vanaf het ogenblik dat Phinus en Franka het politiebureau verlaten, ergens vroeg in een ochtend 'van de nacht die geen einde kende' accepteert de moeder de dood van haar zoon -voorzover je zoiets ooit kunt accepteren natuurlijk: ,,Wat ondragelijk was zou dat dus altijd blijven, want hoe kon de helende werking van de tijd haar beslag krijgen als de tijd zelf de zaak saboteerde?'
Beter is misschien te zeggen dat het Franka vanaf het allereerste ogenblik lukt onder ogen te zien wat er gebeurd is. Teruglopend naar huis ruikt ze de naderende herfst, ,,het eerste seizoen dat ze het zonder Jem zou moeten stellen, zonder zijn uitgeholde pompoenen, zijn zakken vol kastanjes, zijn paddestoelendrift'.
Haar man aanvaardt niets. Hij weigert zijn emoties te tonen en bijt zich vast in de jacht op de dader. En als die gevonden is, stort hij zich op de rechtsgang: vanzelfsprekend wordt het stuk geteisem veel te licht gestraft. Hun tegengestelde en onverenigbare houding ten opzichte van hun zoons dood komt tot een finale uitbarsting op de dag dat de grafsteen is geplaatst. Het waxinelichtje dat Franka op de marmeren plaat zet, waait onmiddellijk uit. ,,Ze stonden een paar ogenblikken in stilte.
'Maar die steen is wel mooi, hè. En als we nou aan het hoofd hortensia's planten en we laten de rest overwoekeren door bodembedekkers, maagdenpalm misschien, of voor mijn part een wilde aardbei...'
'Wou je hier iedere week gaan tuinieren, dan?'
'Ja, ik denk dat ik dat wel fijn vind.'
Hij kuchte even. Laat ik dan maar meteen zeggen dat ik zelf niet zo'n grafzitter ben. Ik heb er niks mee.'
Tot dit ogenblik toe leek in de wanhoop nog een sprankje hoop te schuilen, leek in de vele ruzies het onstuitbare verlangen te horen troost te vinden bij de enige met wie de smart werkelijk gedeeld zou moeten worden. Maar deze botte reactie maakt duidelijk dat Jems dood geen genade kent, en dat ondeelbare smart dubbele smart is.
Om in zulke ellende terecht te komen, moest de familie Vermeer uit het paradijs worden verdreven. Maar helaas laat Dorrestein het hier niet bij. Het leven van de Vermeers is nog absurder, verschrikkelijker dan tot nu toe geschetst. Baarmoederhalskanker, abortus, overspel en geweldpleging -alles komt in 'Zonder genade' aan bod. En waarom? Was de hel nog niet zwart genoeg?
In 'Het geheim van de schrijver' vertelt Dorrestein een anekdote over een appelboor die ze door een moeder in de vagina van haar dochtertje laat duwen, omdat de baby door de duivel bezeten zou zijn. Redacteurs, briefschrijvers, lezers, journalisten, telkens opnieuw vroeg men Dorrestein of die appelboor nu echt nodig was geweest. Ja, meent de schrijfster: ,,Het is mijn overtuiging dat literatuur verontrustend moet zijn, en in feite niets anders kan dan verontrusten.'
Ik heb me afgevraagd of de storende opeenstapeling van ellende in haar nieuwste roman vergelijkbaar is met de appelboor uit 'Een hart van steen'. De appelboor was een schrijnend detail dat in een keer duidelijk maakte hoever de moeder heen was. In 'Zonder genade' is iets anders aan de hand. De nachtzijde van het bestaan en de onverschilligheid van het kwaad zijn met de dood van Jem al duidelijk genoeg. Er is geen gebeurtenis die dat kwaad kan evenaren, laat staan versterken. Daarom zou 'Zonder genade' waarschijnlijk ontroerender zijn geweest wanneer de ellende niet tot in het absurde was doorgedreven. Het kleine, machtige gegeven van een echtpaar dat zijn kind verliest, boet met elke toegevoegde gebeurtenis aan kracht in. En wordt daarmee minder verontrustend.
,,Fictie is de toegangspoort tot de emotie.' Ook dat heeft Dorrestein zelf gezegd. In 'Zonder genade' geeft ze hiervan een krachtige demonstratie. Maar ze lijkt niet te beseffen dat de emotie wegsijpelt wanneer de schepper deze poort te wijd openzet.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

Goede samenvatting ik denk dat ik dit boek ga lezen voor mijn examen's

10 jaar geleden

M.

M.

Weet iemand ook wat de vertelde tijd van dit boek is? De tijdsduur waarin het verhaal zich afspeel bijvoorbeeld 30 dagen.

Goed verslag overigens

10 jaar geleden

A.

A.

Flashbacks staan voor een niet-chronologische tijdsvolgorde.

9 jaar geleden

Andere verslagen van "Zonder genade door Renate Dorrestein"