ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
(A) Algemene informatie
Titel van het boek: Wild vlees
Naam van de auteur: Marita de Sterck
Uitgever: Querido
Jaar van uitgave: 2000
Aantal bladzijden: 170

(B) Vooraf
1. Waarom heb je dit boek gekozen?
Ik heb dit boek gekozen, omdat ik het een heel intrigerend en mooi boek vind. Je krijgt op sommige stukjes echt kippenvel, doordat het zo echt lijkt. Zoals de reactie van Max, wanneer hij hoort dat zijn opa is overleden.
2. Hoe ziet de omslag eruit?
Je ziet een gewonde hand, met een verband. De hand houdt een kompas vast. Je ziet ook een lange weg, die niet lijkt op te houden. In de verte schijnt de zon een beetje, maar “boven” de hand lijkt het bewolkt en dreigend, alsof iets heel ergs boven je hoofd hangt.
3. Welke verwachting had je van het boek, voordat je het begon te lezen?
Ik dacht dat het niet zo’n leuk boek zou zijn. De omslag sprak me (toentertijd) niet echt aan. Ik dacht ook dat het alleen over Max zou gaan.
4. Geef je eerste persoonlijke reactie.
Dit is een heel mooi boek. Het begint heel bijzonder, omdat je eerst een beetje mee krijgt hoe Max normaal leeft. Hierdoor weet je ook een beetje hoe de échte Max is, die niet pas een opa heeft verloren en hier heel verdrietig om is.

(C) Genre
Tot welk genre behoort dit boek? Je kunt natuurlijk meerdere mogelijkheden aankruisen.
• liefdesverhaal
o historisch verhaal
o maatschappelijk geëngageerd
o detectiveverhaal
o science fictionverhaal
o dagboek
o oorlogsverhaal
o eigentijds verhaal
o dierenverhaal
o reisverhaal
o avonturenverhaal
• anders, nl. … realistisch
Motiveer je antwoord.
“Wild vlees” is een heel realistisch boek. Het zou namelijk ook in het echt kunnen gebeuren. Er overlijden namelijk heel veel mensen door een verkeersongeluk. Ook is het verhaal een liefdesverhaal, omdat Max heel erg van zijn opa hield en verliefd is op Linde. Ook is het een verhaal over het verwerken van verdriet.

(D) Korte inhoud van het verhaal
1. Geef de titelverklaring.
Het boek heet “Wild vlees”. Het heet zo omdat Max aan het begin van het verhaal een wond krijgt waarin wild vlees groeit. Dit ongeluk gebeurde rond dezelfde tijd toen zijn opa het ongeluk kreeg. Wild vlees zit in de familie. Je kunt het laten wegsnijden, maar het is niet nodig.
2. Schrijf in één zin op waar het verhaal over gaat.
Max gaat onderzoek uit naar alles wat met de dood van zijn opa te maken heeft, omdat hij hem dan pas los kan laten en verder kan gaan met zijn leven
3. Maak een samenvatting van ongeveer 200 woorden.
Wanneer Max terugkomt van een bergtocht van twee weken, blijkt dat zijn opa, met wie hij heel erg hechtwas, is overleden door een ernstig ongeluk. Hij heeft de begrafenis gemist, hoewel ze het zo lang mogelijk hebben gerekt. Max gaat op zoek naar de antwoorden voor zijn vragen: hoe is hij overleden, heeft hij nog iets gezegd voor zijn dood, waarom fietste hij daar, wie hadden er allemaal mee te maken, hoe was de begrafenis geregeld. Om antwoord te krijgen ondervraagt hij iedereen, zonder rekening te houd met hún gevoelens. Hij vergeet alles om hem heen en vergeet ook Linde, om wie hij stiekem toch meer geeft dan “mag” van zijn vriendengroepje.
Wanneer alles een plekje heeft gekregen, is hij pas toe aan mensen op hem heen en aan verliefdheid voor Linde.

(E) Personages
1. Geef een persoonsbeschrijving van de hoofdpersoon. Bespreek de volgende punten: Hoe ziet hij/zij eruit? Hoe denkt hij/zij? Wat doet hij? Wat vinden anderen van hem?
Max Vereken is een moderne, zeventienjarige jongen, die niet heel erg ijdel is. Ik weet niet precies hoe hij er uit ziet, maar ik denk dat hij bruin haar heeft en blauwe ogen. Ik denk dat hij niet extreem lang is, ongeveer 1 meter en 80 cm. Hij is best slim, maar verwaarloost zijn school door de dood van zijn opa.
Wanneer hij alles wil weten over het overlijden van zijn opa, doet hij soms vrij ongevoelig tegenover mensen. Desondanks vinden de mensen hem wel aardig, omdat hij voordat zijn opa overleed, wel “gewoon” deed.
2. Welke belangrijke beslissing(en) neemt de hoofdpersoon? Kijk daarbij naar hun mening over goed en kwaad. Vaak kom je er dan achter waarom ze iets doen. Vergelijk jouw mening met die van de personage.
Max neemt een aantal belangrijke beslissingen. Zo besluit hij niet naar huis, wanneer er een briefje in de hut ligt met de tekst “Max Vereken. Wordt dringend verzocht naar huis te bellen!!!”. Dit briefje lag er omdat zijn opa was overleden, maar Max dacht dat zijn moeder, weer, overbezorgd was.
Ook besluit hij geen contact met Linde op te nemen, voordat hij alle dingen een plekje had gegeven. Hij had hier namelijk geen zin in.
Ik had waarschijnlijk wel gebeld als er een briefje had gelegen dat ik naar huis moest bellen. Ik snap wel waarom Max niet belt. Zijn moeder is soms overbezorgd en ze heeft hem daarmee al vaker voor schut gezet.
Ik had óók geen contact opgenomen met iemand, wanneer je net iemand hebt verloren. Waarschijnlijk snappen ze niet goed dat jij er tijd voor nodig hebt om alles een plekje te geven. In het geval van Max was het niet nodig geweest om afstand van Linde te doen, omdat Linde het wél begreep.
3. Wie zijn de belangrijkste bijfiguren en welke rol spelen zij in het boek?
Linde: is een vriendin van Max. Ze heeft groene ogen en lichtbruin haar. Linde vind Max eigenlijk erg leuk, maar omdat hun vriendengroep heeft afgesproken dat verliefdheid binnen het groepje niet kan, kan ze haar gevoelens niet uiten. Max en Linde kennen elkaar al heel lang. Ze hebben bijna nooit ruzie. Linde is ook leiding bij de scouting, net als Max. Linde is erg geduldig met Max, omdat ze hem al heel lang kent en weet dat hij voor dit soort dingen de tijd moet nemen.
Opa (Julien): is de opa van Max. Hij is gek op appels en heeft dan ook een appelboomgaard in zijn tuin. Hij weet heel veel over appels en hoe je ze moet verzorgen. Hij heeft Max dit ook allemaal geleerd. Hij overlijd bij een ongeluk met de fiets. Vroeger vond hij Max maar een schriel ventje, maar nadat hij hem had gered door heel hard op zijn rug te slaan, er zat een stukje mosselschelp vast in zijn keel, is dat veranderd. Sindsdien waren ze haast onafscheidelijk en Max besprak ook veel met hem. Hij kende vele verhalen uit de omgeving, zoals het verhaal van de floddermadammekes en Pitta. Zijn vader was erg bitter omdat zijn moeder heel naar was. Dat had opa ook een beetje.
Anne (moeder van Max): is getrouwd met Konstant, de vader van Max. Ze is soms wat overbezorgd over Max en zijn zusje. Ze is heel bedroefd door de dood van haar vader. Ze voelt zich een beetje schuldig, omdat hij op de fiets stapte om haar appel te brengen, die ze zelf ook had kunnen ophalen. Zij had een appelboom in de boomgaard van opa die naar haar was vernoemd, maar die is omgehakt door de nieuw eigenaar van opa’s huis.
Konstant (vader van Max): is vaak het land uit, omdat hij voor zijn werk moet reizen. Hij had niet zoveel met zijn schoonvader, maar vindt het wel moeilijk om er mee om te gaan. Hij geeft rijlessen aan Max en heeft veel geluld met de angst van Max voor vrachtwagens.

(F) Ruimte
1. In welke plaats speelt het verhaal zich af?
Het speel zich in een dorp, waar iedereen elkaar kent. Het dorp staat op een plek waar niet veel heuvels zijn, maar wel veel bossen. Het staat ver weg van een grote stad.
2. In welk milieu (bij wat voor soort mensen) speelt het verhaal zich af?
Het speelt zich af bij mensen die goed verdienen. Ze hebben een goede scholing gehad en de kinderen krijgen dat ook. Er is ook genoeg geld voor een zomerkamp, zonder hier voor te sparen.
3. Had het boek ook op een andere plaats of in een ander milieu kunnen spelen? Motiveer je antwoord.
Het boek had ook op een andere plaats of milieu kunnen spelen, maar het had in elk geval niet in een “lager” milieu moeten afspelen. In een “lager” milieu worden de woorden die de gevoelens omschrijven niet gebruikt, wat het boek juist heel erg bijzonder maakt. Een andere plaats had geen probleem geweest, hoewel de appelbomen veel symboliek aan het verhaal geven.

(G) Tijd
1. Er zijn twee mogelijkheden waarop een verhaal wordt verteld:
A. De gebeurtenissen worden verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden (chronologisch);
B. In een verhaal gaan we terug in de tijd (niet-chronologisch).
Welke mogelijkheid past het best bij jouw verhaal?

Mogelijkheid B past het best bij het verhaal, omdat in het verhaal verhalen en gebeurtenissen van vroeger worden verteld. Dit wordt duidelijk gemaakt doordat boven elke gebeurtenis of elk verhaal de datum staat van wanneer het plaatsvond.
2. In welke tijd speelt het verhaal en waaraan merk je dat?
Het speelt zich af in de 21ste eeuw, maar sommige gebeurtenissen en verhalen vonden eerder plaats. Dit merk je aan de datum die boven de gebeurtenissen en verhalen staat, maar ook aan het feit dat Max zijn vader mobieltjes verkoopt.
3. Hoeveel tijd verloopt er tussen het begin en het eind van het boek?
Tussen het begin en het eind van het boek zit ongeveer zeven maanden, maar het vroegste verhaal was op 2 januari 1900. Dit is 100 jaar en 3 maanden voor het eind van het boek.
4. Komen er vooruitwijzingen (als de schrijver al iets zegt over wat later gaat gebeuren of over de afloop van het verhaal) en/of flashbacks (een stukje verleden dat beschreven wordt) voor in het verhaal?
De gebeurtenissen en verhalen kun je flashbacks noemen, omdat ze je terug in de tijd nemen, maar het geeft geen vooruitwijzing over het einde of iets wat later gaat gebeuren.
(H) Werkelijkheid en fantasie
Kan dit verhaal ook in de werkelijkheid voorkomen? Leg uit waarom dit wel of niet kan.
Dit verhaal zou ook in de werkelijkheid kunnen voorkomen. Rouwen om je opa en met iemands dood leren omgaan, gebeurd elke dag. Ook komen nog steeds veel mensen om bij verkeersongelukken, net als de opa van Max. Ook het feit dat mensen verliefd op elkaar worden binnen een vriendengroep, waarin is afgesproken zoiets niet te doen, is een reële gebeurtenis.

(I) Verteller
1. Met welke verteller heb je in dit boek te maken? (ik-verteller, hij/zij-verteller of alwetende verteller)
Het verhaal wordt verteld door de ik-verteller, tenzij er een gebeurtenis of verhaal uit het verleden wordt verteld. Dan wordt het verhaal door een hij-/zijverteller verteld.
2. Door wiens ogen volg je het verhaal?
Je beleeft het verhaal meestal door de ogen van Max, tenzij er een gebeurtenis of verhaal uit het verleden wordt verteld. Dan beleef je het verhaal door de ogen van een buitenstander.

(J) Waardering
1. Geef het boek een cijfer. Leg uit waarom je dit cijfer geeft.
Ik vind het boek erg mooi en intrigerend geschreven. Het boek is heel verrassend, er gebeuren dingen die je niet verwacht. De gevoelens van Max worden heel erg mooi omschreven. Ook de verhalen geven iets extra’s, het maakt het boek heel afwisselend. De verhaallijn is ook heel goed, er zitten geen plekken in waarbij het chronologisch niet klopt. Dit alles maakt het, dat ik het boek een 8,5 geef.
2. Vind je de inhoud van het boek interessant? Leg uit.
Ik vind de inhoud van het boek heel interessant. Je wordt bij het verhaal betrokken, en ook de inhoud is heel interessant.
3. Vind je het verhaal moeilijk of makkelijk? Leg uit.
Ik vind het verhaal zelf niet te moeilijk. De woorden die gebruikt worden om het verhaal te vertelen maken het voor minder goede lezers moeilijker. Ik vind dit overigens een pluspunt, het geeft aan dat Max steeds meer volwassen wordt.
4. Is het verhaal spannend? Leg uit hoe dat komt.
Het verhaal is niet echt spannend. Dit komt omdat er geen extreem spannende dingen gebeuren. Dit past ook niet bij het verwerken van de dood van een geliefde.
5. Welke persoon vind jij het leukst? Leg uit.
Ik vind Linde en Max de leukste personen. Linde omdat ze zo geduldig is en begrip voor Max heeft. Max omdat hij op een hele mooie manier met de dood van zijn opa omgaat. Daarbij hebben ze beide een er mooi karakter.
6. Zou je anderen dit boek aanraden? Waarom wel/niet?
Ik zou dit boek zeker aan anderen aanraden, omdat het een erg mooi boek is. Je moet wel zeker weten dat degene aan wie je het boek aanraadt, niet net iemand heeft verloren. De dood overheerst het boek namelijk vrij veel.
7. Ga je nog een boek van deze schrijver lezen? Waarom wel/niet? Zo ja, welk boek?
Ja, ik wil graag nog een aantal boeken van haar lezen. Ik ben al een begonnen in “Op kot”, maar dat verhaal vond ik niet heel erg interessant. De boeken die ik ook nog wil proberen zijn: “Met huid en haar” en “Splinters”.
(K) Verwachting
1. Voldeed het boek aan de verwachting die je had voordat je het ging lezen?
Het boek voldeed inderdaad aan mijn verwachtingen. Ik had overigens niet verwacht dat het zo’n mooi boek zou zijn. Ook het onderwerp was een beetje anders dan ik verwacht, ik had namelijk verwacht dat het alleen over de dood van de opa zou gaan.
2. Kwamen er in dit boek zaken voor waarover je nog niet eerder gelezen had? Zo ja, welke?
In het boek kwamen geen zaken aan het licht waarvan ik nog niks afwist of nog niet eerder over had gelezen.
3. Was de vorm waarin het boek geschreven is nieuw voor je? Zo ja, hoe dan?
Deze vorm van schrijven was een beetje nieuw voor mij, omdat ik nog nooit zo’n mooi boek heb gelezen dat door én een ik-verteller werd verteld én door een
hij-/zijverteller. Het maakt het boek heel bijzonder en zorgt ervoor dat het een bepaalde sfeer krijgt door de afwisseling.
(L) Auteur
1. Vertel in het kort iets over het leven en werk van de schrijver/schrijfster: wie is hij/zij en wanneer is hij/zij geboren (eventueel ook sterfjaar)? Wat heeft hij/zij allemaal gedaan? Wat voor soort boeken schrijft hij/zij meestal? Waarover gaan ze vaak? Wat wil de schrijver met zijn/haar boek bereiken?
Marita de Sterck is geboren op 15 augustus 1955 te Antwerpen. Haar vader was kleermaker van beroep en kon urenlange, boeiende verhalen vertellen. Het was dan ook een straf, volgens Marita de Sterck, als ze zonder verhaal naar bed werden gestuurd. Meestal nam Marita de taak dan op zich en heeft zo de kunst van het vertellen “geleerd”.
Na haar middelbare school is ze talen, journalistiek en antropologie gaan studeren in Gent, waarna begon ze les te geven aan de Bibliotheekschool in Gent. Ze gaf literatuur en antropologie. Ze werkte daarna als redacteur bij een jongerentijdschrift, waar ze het idee kreeg om kinder- en jeugdboeken te gaan schrijven. Op dit moment geeft ze lezingen voor jongeren, schrijft ze verhalen en werkt ze in een bibliotheek. Ook is ze getrouwd en heeft ze 3 kinderen gekregen.
2. Welke boeken heeft hij/zij nog meer geschreven? Als hij/zij veel boeken geschreven heeft, schrijf er dan vijf op.
Heeft hij/zij ook prijzen gewonnen? Vertel dan welke prijs dat is en voor welk boek.

1994 Een vijf met negen nullen Boekenwelp
2000 Splinters Prijs van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 14 jaar en ouder
2001 Wild vlees Gouden Zoen
2004 Op kot Prijs van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 14 jaar en ouder
2005 Met huid en haar Zilveren Zoen
3. Heb je al meer boeken van deze schrijver gelezen? Zo ja, zijn die boeken met elkaar te vergelijken en wat vind je van de andere boeken?
Ik heb nog geen andere boek van haar gelezen. Ik kan ze dus niet vergelijken met “Wild vlees”. Ik ben wel van plan om nog een boek van haar te lezen.
(M) Recensie
Zoek een recensie van het boek en plak deze erbij. Vertel in het kort of je het wel of niet eens bent met de recensent en beargumenteer je mening.
‘Het verhaal is strak opgebouwd, met gedateerde hoofdstukken zodat de lezer in de tijd het verwerkingsproces van Max volgt. De relatie tussen Max en zijn grootvader is exemplarisch voor de band tussen generaties. Via een associatief procédé gaat de auteur terug naar de relaties tussen Max’ ouders, grootouders en betovergrootouders. Ten slotte, als de wonden letterlijk en figuurlijk geheeld zijn, kan Max een relatie met Linde aangaan. Diverse motieven doorkruisen het verhaal, waaronder dat van de tijd, van appels in al hun soorten en smaken en van wild vlees dat rond wonden ontstaat. De taal is soms analytisch en koel, dan weer beeldrijk en passievol.’
Ria de Schepper in “Lexikon” van de jeugdliteratuur 2001
Ik ben het absoluut mee eens. Het boek beschrijft inderdaad het verwerkingsproces, wat niet altijd even sociaal verloopt tegen over anderen. De verhalen van vroeger geven inderdaad een extra tintje aan het boek, en zorgen er ook voor dat Max uiteindelijk klaar is met het verwerken van zijn opa’s dood.
‘De eenvoudige, sobere verwoording bedwingt zorgvuldig te sterke emoties. De aandachtige lezer ervaart geregeld hoe zorgvuldig de woorden gekozen zijn, van de smaak van de appels tot de geur van de liefde. Marita de Sterck slaagt erin om een moeilijk thema als het verwerken van de dood van een geliefde grootouder te verwoorden, zodanig dat de cyclus van leven en dood aanvaardbaar wordt. Dat het doorgeven van verhalen hierbij een cruciale rol speelt, illustreert de kracht van de literatuur.’
Jan van Coillie in ”Standaard der letteren”, 28-9-2000
Ik ben het met deze recent eens. Hij verwoord het wat ingewikkeld, maar de emoties worden inderdaad mooi verteld en de verhalen van vroeger spelen ook een belangrijke rol in het boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

erg goed maar kan beter

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast