ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!



Zakelijke gegevens

Eerste druk: januari 2007

Gebruikte druk: 1e

Aantal bladzijden: 214

Uitgever: Prometheus, Amsterdam



Gegevens voorkant

Op de voorkant staat de afbeelding van een boerenlandhuis. Het verwijst naar de omstandigheden waarin het gezin opgroeit in Zweden.



Genre

“Veel geluk”is een psychologische roman, waarin het draait om het volwassen worden van een meisje. Het is dan ook een “Bildungsroman.”



De flaptekst

De ouders van Liaan zijn begin jaren zeventig naar Zweden getrokken, op zoek naar de natuur en het pure leven. Liaan en haar broer Thor brengen hun jeugd door in verschillende huizen in Zweden, in het bos, zonder warm water, soms zonder elektriciteit.



Liaans moeder treft voorbereidingen voor een midzomerfeest; haar vader verdiept zich in zenboeddhisme en bouwt aan een woonwagen die door een paard wordt voortgetrokken. Maar de idylle houdt geen stand. De ouders gaan uit elkaar, en Liaan belandt met haar moeder in het Den Haag van de jaren tachtig. Schijnbaar onberoerd laat Liaan de veranderingen langs zich heen glijden, maar langzamerhand raakt ze geobsedeerd door de willekeur van alles.



“Veel geluk” is een familieportret van een uiteengevallen familie, waarin ieder op zoek is naar een eigen waarheid, nadat de traditionele familiewaarden zijn ingeruild voor de hippie-idealen van individuele vrijheid en autonomie. Maar Veel geluk is ook een aangrijpend boek over volwassen worden, de baldadigheid van de middelbare schooltijd, de verveling van Den Haag en de verstikkende jaren tachtig: het is een schitterende bildungsroman over de zoektocht van een tiener naar de zingeving van het leven.




Motto en opdracht

Er zin twee motto’s:



Het eerste luidt

The vision –pondered long

so plausible becomes

That I esteem the fiction- real

The Real-fictious seems


Fictie en werkelijkheid lijken zoveel op elkaar dat ze door elkaar gehaald kunnen worden.



Het tweede motto luidt:

Er is een land dat ik met pijn verliet,

Er is een land dat ik met pijn bewoon.

Een derde land daartussen is er niet.

Mijn leven volgt een zonderling patroon.


Gerrit Komrij.

Dit motto is heel goed op de hoofdpersoon Liaan van toepassing. Opgegroeid in Zweden en na de scheiding van haar ouders meegegaan met haar moeder naar Nederland, maar het blijft in feite een “inbetween-girl.” Het is heel moeilijk om in zo’n situatie überhaupt ergens bij te horen. Er is ook steeds sprake van het verlangen naar het andere land. Het thema van het tussen twee culturen in moeten leven.



Structuur en verhaalopbouw

Loontjens vertelt het verhaal niet-chronologisch. Er is een periode in Zweden en er zijn twee perioden in Nederland die voor het leven van Liaan van groot belang zijn. Om de spanning op te voeren kiest Loontjens ervoor om de drie verhaaldraden door elkaar te vertellen. Ze maakt het de lezer echter wel gemakkelijk door steeds het hoofdstuk te benoemen met de plaats en het jaar waar de gebeurtenissen zich afspelen. Er zijn in totaal 21 hoofdstukken.



Perspectief

Er is sprake van een wisselend perspectief. Alle vertellers vertellen in de personale vertelwijze (hij/zijverteller) Ze doen dat in de o.t.t. De belangrijkste verteller is Liaan : ze is een meisje van vijf als ze in Zweden met haar ouders in de natuur woont en aan het einde van de roman is ze een vwo-eindexamenkandidaat van 18 jaar. We zien als lezer verreweg de meeste geboortenissen (zeker die uit Den Haag 1991) door haar ogen. Een enkele keer maakt de schrijfster een vergissing door in zo’’n stukje personaal vertelde tekst ineens de zienswijze van een personage te geven. De andere belangrijke personale verteller zijn haar moeder Klarissa en haar vader Jacob.



Titelverklaring

Een aantal keer wordt in de roman de uitdrukking “Veel geluk” gebruikt. Het is vaak een aanduiding waarmee je iemand op een vrij niets zeggende manier een groet brengt. Dat doet o.a. Esther, de vriendin van Liaan, als ze andere mensen groet. Het is voor haar een standaarduitdrukking die niet veel inhoudt. De uitdrukking wordt ook gebruikt wanneer Liaan op de laatste pagina eindelijk een telefoongesprek voert met haar vader. Die heeft vrij lang niets van zich laten horen en is in zijn Zweedse periode toch ook vrij egoïstisch bezig geweest. Aan het einde van het gesprek wenst ze haar vader “veel geluk” toe , maar ook dan is de zin vrij betekenisloos. Ik vind de uitdrukking toch min of meer symbool staan voor de geringe betrokkenheid die de personages in deze roman onderling voor elkaar hebben. Dat geldt toch zeker voor de ouders van Liaan. Eigenlijk zijn ze naar hun kinderen heel oppervlakkig en leven ze meer voor zichzelf. Toch is Lootjes niet fel in die kritiek naar ouders toe.



Tijd en decor

Er zijn enkele tijdlagen in de roman te onderscheiden.

Er is een periode dat de ongeveer 5-jarige Liaan in Zweden woont: in de titels wordt dan aangegeven 1978 en 1979.

Op het midzomerfeest dat moeder Klarissa organiseert, gaan zowel Klarissa als Jacob seksueel gezien in de fout en dat leidt tot een echtscheiding. Eerst wonen de moeder en de beide kinderen nog apart in Zweden, maar daarna vertrekken ze naar Nederland.

De tweede periode die beschreven wordt is de Scheveningse periode: Liaan en Klarissa wonen dan in een arme Scheveningse volksbuurt. Daarover worden enkele episoden verteld.

De derde periode (die van de actualiteit ) is die van Den Haag 1991, wanneer Liaan een meisje is dat in 6-vwo zit en een aantal dagen spijbelt.



Er zijn twee belangrijke decors: het decor in Zweden, wanneer de hippieachtige ouders van Liaan naar dit land zijn verhuisd om daar een soort "terug-naar-de natuur-gevoel” te krijgen. Na de scheiding gaat Klarissa die meer een stadsmens is dan Jacob naar Nederland terug. Ze verblijft voornamelijk in Den Haag, daarna in Scheveningen en tenslotte weer in Den Haag zelf.



Samenvatting van de inhoud

Aangezien er drie verhaaldraden door elkaar verteld worden, heb ik er als samensteller van het boekverslag voor gekozen om de drie perioden chronologisch samen te vatten.



A. De periode in Zweden (eind jaren zeventig)

Jacob en Klarissa die je van hippieachtige rituelen zou mogen verdenken, zijn in het begin van de zeventiger jaren naar Zweden geëmigreerd. Ze willen terug naar de natuur: de grote wens van Jacob is ooit met een woonwagen door de wereld te trekken en in de tussentijd bereiden ze zich in Zweden voor op een wereldje zonder allerlei luxe (er is geen elektriciteit) Ze verblijven in Björnamö. Het is 1978.



In één van de eerste Zweedse hoofdstukken weet Liaan nog te vertellen hoe haar vader werd geholpen bij het doden van een haan. Deze was met een andere haan een competitie aangegaan en dan is het heel gewoon om er één te doden. De jonge haan moet er aan geloven. Jacob krijgt hulp van zijn Zweedse buurman. Naar school gaan is in het begin niet zo leuk. Jacob komt haar wel ophalen en moeder Klarissa kan bijna aan niets ander denken dan aan het organiseren van een midzomerfeest voor haar hippie vrienden. Jacob volgt de leer van Boeddha. Liaan heeft een één jaar ouder broertje Thor.

Over een week of drie is het feest en Christa, een vriendin van Klarissa, prikt met een naald gaatjes in de oren van Klarissa. Liaan is jaloers : zij wil ook gaatjes. Het midzomernachtfeest is op 21 juni 1979 en het loopt aardig uit de hand. Er komen allerlei vreemde vogels en zowel Jacob als Klarissa voelen zich aangetrokken tot andere personen op het feest. Er wordt ook heel veel geblowd en gedronken en de volwassenen verliezen wel het zicht op de realiteit. Liaan brandt haar hand aan één van de takken van het kampvuur en wanneer ze naar haar moeder op zoek gaat, treft ze haar aan op haar slaapkamer, terwijl ze door een jonge man oraal wordt bevredigt. Ze moet van haar moeder weg en uit de reactie blijkt dat Klarissa het erg vindt dat ze gestoord wordt als ze voor zich zelf bezig is. Liaan wil naar bed, maar daar liggen twee vrouwen met elkaar te vrijen. Drie dagen na het feest neemt Jacond de benen met de vrouw die hij op het feest ontmoet heeft. Klarissa en hij gaan scheiden en moeder en kinderen gaan wonen in de plaats Stensjö. Intussen heeft Jacob al een kind bij de andere vrouw. In Stensjö (waar het ook heel koud kan zijn) heeft Klarissa problemen met haar kachel, want de hele kamer staat vol rook, omdat Gunnar een vriend de kachel verkeerd heeft aangesloten. . Ze denkt er in 1981 over om terug naar Nederland te gaan. De kinderen dat alles bij Jacob beter geregeld is en Klarissa heeft daar wel een beetje de pest over in: hij is immers weggegaan om een andere vrouw. Een van de laatste Zweedse gebeurtenissen is het kappen van een kerstboom met kerst 1981.



B. De Nederlandse periode vanaf 1982

Klarissa is naar Nederland gegaan en ze reist nog wel een aantal keer op en neer naar Zweden. Tijdens die treinreis worden ze altijd goed gecontroleerd, want de Zweedse douane verdenkt jonge Nederlandse vrouwen wel van drugssmokkel. Maar daarop laat Klarissa zich niet betrappen. Thor is bij zijn vader in Zweden achtergebleven. Ze gaan eerst in Amsterdam wonen, maar dat gaat allemaal niet zo gesmeerd. De buurtkinderen mogen niet met Liaan spelen. Intussen staat ook Klarissa wel open voor andere mannelijke relaties. Samen met Liaan bezoekt ze ook de beroemde anti-kernwapen-demonstratie in Den Haag. (1982) Later verhuizen ze naar Den Haag in een kraakpand en weer later krijgen ze een huisje toegewezen in een volksbuurt in het vissersdorpje Scheveningen. Maar in de straat waar ze wonen, leven nogal wat ex-criminelen. Ze heeft als ze twaalf jaar is, de roman “Nooit meer slapen” van een vriend van haar moeder gekregen. In de tram leest ze het boek dat ze niet begrijpt en er komt een wat vreemde en enge jongen naast haar zitten. Die vertelt haar dat zijn vader overleden is.

Dat is nog eens wat anders dan een vader die in Zweden zit.



C. De Haagse periode in 1991

Liaan zit in vwo-6. Ze heeft twee goede vriendinnen: Esther en Anne. Anne zit bij haar op school en Esther studeert al. Anne helpt haar o.a. met wiskunde. In de eerste scène zitten Esther en Liaan in de nachttrein naar huis uit de disco. Ze had gehoopt dat ze een vriendje Victor zou ontmoeten , maar dat is niet gebeurd. Esther heeft wel staan tongzoenen met een jongen, daar heeft Esther niet zo’n moeite mee. Liaan gaat niet naar school en kan zo haar cijfer voor haar Plato-werkstuk niet terugkrijgen. Bovendien moet ze bij leraar Bram ene presentatie houden. Omdat ze spijbelt, loopt ze het risico geschorst te worden. Dat neemt ze maar op de koop toe. Ze blowt ook en samen met Esther gaar ze in de stad een jurkje stelen. Ze weten te ontkomen. Wanneer Liaan thuiskomt, is haar broer Thor uit Zweden overgekomen. Die avond gaan ze met zijn vieren stappen : Thor en Liaan, Esther en Anne. Maar naar de disco wil Anne niet mee. Vroeg in de ochtend keren Esther (die weer heeft staan zoenen met Thor) en Liaan terug. Ze krijgen eerst ruzie met een stel echte Hagenaars waarbij de scheldwoorden met:”kankeh” niet van de lucht zijn. Thor krijgt een paar flinke tikken. Liaan wil bij Esther gaan slapen, want ze moet de volgende morgen echt naar school, anders zal ze waarschijnlijk geschorst worden. Ze ziet Jan nog die in een lunchroom werk, mar die haar eerste seksuele vriendje was. Ze weet niet meer waarom het is uitgegaan, want ze vindt hem nog steeds aantrekkelijk. Daarna gaan ze proletarisch winkelen in een winkel om wat te eten, maar ze worden betrapt en opgepakt door de politie. Esther is meerderjarig, maar wil de schuld op zich nemen. Liaan trapt nog wat herrie, maar na vier uur worden ze toch vrij gelaten zonder al te grote gevolgen. De politieagent heeft Liaan voorgehouden dat het leven steeds bestaat uit keuzes maken: ze heeft twee keuzen. Liaan kan het daar wel mee eens zijn. Als ze thuiskomt, besluit ze haar vader die ze al heel lang niet heeft gezien te bellen. Ze is nieuwsgierig naar zijn boeddhistische denkbeelden, maar daar wordt ze niet veel wijzer van. Haar vader vindt het boeddhisme alleen maar een tegenhanger van zijn katholieke opvoeding en wil er gene religie van maken. Het is een leer voor het menszijn. Haar vader haalt nog een herinnering op bij een vertrek van Liaan na een Zweedse vakantie. Hij vindt dat Liaan en hij ongeveer hetzelfde zijn ingesteld. Liaan wenst haar vader “ Veel geluk” en verbreekt de verbinding.





Thematiek en symboliek

In deze “bildungsroman” moet Liaan, het hoofdpersonage, leren wat de zin van het leven is. Dat is eigenlijk het belangrijkste thema in deze korte en vlot vertelde roman. Liaan moet dat leerproces voor het grootste gedeelte zelf doen, want haar ouders hebben het heel druk met zich zelf. Die zijn niet echt een voorbeeld voor hun kinderen. Ze zijn naar Zweden getrokken in het hippietijdperk: vader Jacob voelt veel voor boeddhistische principes tegenover die van zijn katholieke opvoeding en moeder Klarissa is weliswaar met hem meegetrokken naar het noorden om in de vrije natuur te gaan leven, maar zij zet nog wel eens vraagtekens bij het minder luxe leven dat ze gaan leiden. Ze voelt aan de andere kant toch ook wel voor de principes van de zeventiger jaren: yoga en de midzomerrituelen. Jacob wil met een woonwagen door een paard voortgetrokken de wereld door. Maar bij het midzomerfeest vol met drank, drugs en vrije liefde gaat het mis. Jacob valt in de armen van een andere vrouw en nadat Klarissa met de kinderen Liaan en Thor het eerst nog een tijdje in een ander huis in Zweden heeft geprobeerd, voelt ze er toch het meeste voor om naar Nederland terug te keren. Maar ook daar lijken de ouders meer met zichzelf bezig te zijn dan met de opvoeding van hun kinderen. Jacob die met Thor is achtergebleven in Zweden ziet Liaan alleen in de vakanties en neemt als ze achttien jaar is, nauwelijks contact met haar op.



In het laatste hoofdstuk gebeurt dat wel, maar dan blijkt ook hoe oppervlakkig het contact is. Het wordt bovendien gesymboliseerd in de spreuk “Veel geluk”, wat je eigenlijk zegt tegen iemand bij wie je je minder betrokken voelt. Intussen heeft Liaan een moeilijke jeugd gehad wat eenzaamheid en aandacht betreft. Het wordt als anekdote aangegeven op het keerpunt van de roman: het midzomerfeest in 1979, dat georganiseerd wordt door Klarissa. Wanneer ze zich heeft gebrand, geeft haar moeder eigenlijk niet thuis, omdat die op dat moment meer ziet in de bevrediging van haar eigen seksuele behoeften. Zo gaat ze ook in Nederland weer op zoek naar andere mannen, die stuk voor stuk niet de goedkeuring van Liaan kunnen wegdragen. Daarbij komt het feit dat de omgeving ook een bedreigende factor voor Liaan is:: vaak mogen de kinderen uit de buurt niet met haar spelen. In Amsterdam omdat ze in een kraakpand woont en in Scheveningen omdat ze voor rijkeluiskind wordt aangezien. Ze hoort eigenlijk nergens bij. Ik vind Liaan wel iets weg hebben van “Robinson” in de gelijknamige roman van Doeschka Meijsing.



Wanneer ze adolescent is, heeft ze in ieder geval Esther als vriendin, maar die leert haar niet altijd de goede dingen (drugs, spijbelen en stelen) In de politiecel denkt Liaan eindelijk na over wat ze met haar leven wil en de keuzes die anderen voor haar hebben gemaakt. Ze zal ook zelf keuzes moeten leren maken. Ze zal namelijk veel zelf moeten doen, want haar ouders zijn niet echt bij haar betrokken: zo controleert haar moeder niet goed wat ze doet (spijbelen en ze ziet ook niet dat ze stoned bij haar thuiskomen) Die is te veel met zichzelf bezig: daarom is “Veel geluk “in eerste instantie ook een roman over egoïsme of beter egocentrisme.



Motieven die een rolletje spelen:

- het geloof in de waarden van de zeventiger jaren

- drank en drugsgebruik

- terug naar de natuur

- overspel en vrije liefde

- kind-ouderrelatie

- echtscheiding

- discriminatie

- diefstal

- eenzaamheid

- seksualiteit

- puberteit en het opgroeien naar volwassenheid





Recensies

Er zijn nog niet veel recensies verschenen die dit debuut beschrijven. Op de website van www.8weekly.nl schrijft Martin Buytendijk op 22 maart 2007 een redelijke positieve recensie. Jannah Loontjens' debuutroman Veel geluk registreert de willekeur van het leven door de ondubbelzinnige bril van een kind. De ongekleurde weergave van gebeurtenissen maakt het verhaal indringend en tragisch, maar uiteindelijk ook slepend en oppervlakkig. Een vlotte roman waarin veel gebeurt, maar niets wordt geduid.

In een hoog tempo sleurt Loontjens je mee door de jeugd van Liaan. Snelle dialogen en kordate zinnen brengen tijd, ruimte en personen treffend tot leven. Een spervuur aan ingrijpende gebeurtenissen - een uiteenvallend gezin, overspel, drugsgebruik en emigratie - legt een vruchtbare bodem om de duistere krochten van de menselijke psyche eens lekker op papier te kladden. Althans, dat is de verwachting gezien Loontjens' achtergrond als moeder, dichter en promoverend filosoof.[ ….] Toch verveelt het boek niet. Naast de nuchtere en vlotte stijl van Loontjens speelt de hoofdstukindeling hierbij een grote rol. De bescheiden 213 pagina's waaruit de roman bestaat is nog eens onderverdeeld in 21 hoofdstukjes, die soms niet meer dan vijf bladzijden beslaan. Zo slinger je als lezer in een ongekend tempo door tijd, plaats, ruimte en personen. Een makkelijke truc om de vaart erin te houden, maar het werkt.

Stilistisch gezien is "Veel Geluk" een sterk boek, waarmee Loontjens haar vaardigheden als tekstschrijfster ruimschoots bewijst. Inhoudelijk komt ze echter niet tegemoet aan de verwachtingen die worden gewekt door de veelheid aan ingrijpende gebeurtenissen in het verhaal en haar persoonlijke en professionele achtergrond. Hopelijk durft ze in de toekomst wat meer van haar eigen tandvlees te laten zien.




Over de schrijver

Jannah Loontjens (1974) groeide op in Zweden en Nederland. In 2002 publiceerde ze de dichtbundel Varianten van nu en later verscheen Het ongelooflijke krimpen. Momenteel werkt ze bij de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap van de Universiteit van Amsterdam aan haar proefschrift.



Bibliografie

“Veel geluk” is de debuutroman van Loontjens.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Beste Kees, wat een mooi stuk! Ik wilde alleen even zeggen dat de achternaam van de schrijver verkeerd is gespeld: het is niet loontjes... maar loontjeNs!
Goeds, Margriet

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast