Twee vorstinnen en een vorst door R.J. Peskens

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 1816 woorden
  • 19 maart 2016
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 2 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1975
Pagina's
224
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Twee vorstinnen en een vorst
Shadow
Twee vorstinnen en een vorst door R.J. Peskens
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!













 
   







Inhoudsopgave



Pagina 1



Schrijfster



Titel



Uitgeverij



Jaar van uitgave



Pagina 2



Inhoudsopgave



Pagina 3



Samenvatting



Pagina 4



Hoofdpersoon



Gegevens over de auteur



Pagina 5



Gegevens over de auteur



Setting



Verhaallijn



Thema



Vertelinstantie



Pagina 6



Titelverklaring



Motto



Literatuurgeschiedenis



Eindoordeel



Pagina 7



Eindoordeel



Samenvatting



De familie Peskens is een armoedig gezin in Vlissingen. Ze werken zich diep in de schulden bij de kolenboer. Daalhuyzen, de kolenboer, staakt uiteindelijk de levering. De moeder besluit wraak te nemen door alle fruitbomen in de tuin om te zagen. Dit doet ze samen met de ik-figuur. Achteraf hingen ze het krantenartikel over dit vandalisme boven de open haard.



De familie staat niet alleen bij de kolenboer in het krijt, maar bij veel meer mensen. Wanneer de verhuurder de huurachterstand kwam ophalen, duwde moeder hem van de trap en zei achteraf tegen de politie dat ze hoopt dat hij dood is. Ze krijgt een maand gevangenisstraf en neemt achteraf wraak. Ze zet het huis in brand samen met de ik-verteller, die het paard in veiligheid moest brengen. Dit krantenartikel werd ook opgehangen.



De ik-verteller gaat naar de H.B.S., een rijkelui school. De gymleerkracht bleef commentaar geven op de spullen van de ik-persoon. Op een gegeven moment wordt moeder het zat en slaat hem in het bijzijn van de schoolkinderen in elkaar.



Bij de kazerne helpt de moeder twee dienstweigeraars, omdat ze tegen het leger is. Ze blijken haar eten niet nodig te hebben, want het leger deelt dagelijks eten uit aan de armen. De ik-persoon besluit erwtensoep te halen, wat moeder niet waardeert, waarna ze hem straf bezorgd.



Vader wordt ernstig ziek en krijgt goed eten geleverd door de burgermeester. Wanneer de burgermeester op bezoek komt stuurt moeder hem eruit, omdat ze niet houdt van de rijkelui. Na het herstel van vader brengt moeder de pan terug door hem door de gang te gooien en de burgermeester te bedreigen.



De kermis komt in de stad en men heeft daardoor weer geld, wat snel wordt uitgegeven. Ze vraagt een dwerg waarmee ze bevriend is om in Vlissingen bij hun te blijven maar weigert. Na een felle ruzie tussen vader en moeder blijft moeder een week bij de kermis zonder van zich te laten horen.



Zo’n 25 jaar later verteld vader over zijn vader. Deze was partijman en revolutionair in de politiek. Zijn vader werd toen herdacht. De koningin kwam ook op bezoek, als kennis van de vader van de ik-persoon zijn vader. Moeder was een briefwisseling gestart.



Op een nacht wordt moeder wakker. Ze zegt direct dat als ze dood is, vader de brieven die ze uitwisselt met de koningin te verbranden. Na haar dood verbrand vader, zonder van de inhoud te weten, de brieven.



Een aantal jaar later, toen vader tachtig werd, bezoekt de verteller zijn ouders. Er wordt verteld over een receptie. Zijn vader houdt er namelijk nog steeds van in het nieuws te komen.



De vader van de schrijver moet kort na het overlijden van een broer naar het ziekenhuis. Moeder is zeer dement en zit in het verpleeghuis. Vader overleeft dit geval, maar sterft kort daarna toch aan een andere oorzaak. Moeder komt korte tijd hierna ook tot sterven. Het laatste dat hij nog van voor het verval heeft is zijn moeders versleten ring.







Hoofdpersoon



De ik-verteller:



De naam van de ik-verteller is niet aangegeven in het boek. Het is alleen duidelijk wat zijn achternaam is: Peskens. In de eerste helft van het verhaal (In volle bloei) is hij een kind van een arm gezin in Vlissingen. Hij wordt niet altijd evengoed opgevoed: Hij moet bijvoorbeeld zijn moeder helpen bij het in brand steken van een huis. De jongen ziet zijn moeder als voorbeeld, terwijl hij tegelijkertijd ook heel bang voor haar is en altijd nadenkt of ze het er wel mee eens zal zijn



Later in het verhaal, bij het tweede deel (Het verval), is de ik-verteller volwassen. Zijn vader is een bekend politicus geweest en een kennis van de koningin. Hier blijkt dat hij een grote hoeveelheid broers en zussen heeft gehad.



Over de ik-verteller zijn uiterlijk is niks bekend.





Gegevens over de auteur



Gerardus Adriaan van Oorschot is geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909. Hij is vooral bekend als uitgever. De naam van zijn uitgeverij is G.A. van Oorschot. Hij gaf hier boeken uit van bijvoorbeeld Multatuli, Leopold en Du Perron.



Van Oorschot zelf begon met het schrijven van gedichten na het werken als havenarbeider in Rotterdam. Hiervoor had hij een HBS-diploma gehaald.



Eenmaal begonnen met het schrijven van zijn socialistische, revolutionair getinte poëzie, bestede van Oorschot niet veel tijd meer aan zijn werk. Hij kwam hierdoor in de gevangenis van Scheveningen, waar hij tot de conclusie kwam dat hij geen goede dichter was. Hierna stopte hij dan ook met deze tijdbesteding.



Nadat van Oorschot in 1932 met Jantina Smit trouwde en twee zoons kreeg, ging hij werken bij de uitgever A.A.M. Stols. In 1939 ging hij echter bij een andere uitgever werken, Emanuel Querido. Wegens de Duitse inval werd de directeur gedwongen uit het bedrijf te stappen, waarna hij van Oorschot als directeur promoveerde. Dit bleef totdat het bedrijf in 1944 van de bezetters stopgezet moest worden.



In 1943 scheidde van Oorschot met zijn eerste vrouw en hertrouwde met Hillechiena Munneke, waarmee van Oorschot nog twee zoons kreeg.



Kort na de bevrijding verhuisden zie naar een huurpand aan de Amsterdamse Herengracht en begon van Oorschot zijn eigen uitgeverij.



Gerardus Adriaan van Oorschot is gestorven op 18 december 1987 en is 78 jaar geworden.









Boeken:



Titel




Jaar van uitgave








Uitgestelde vragen




1964.






Twee vorstinnen en een vorst




1975.






Mijn tante Coleta




1976.






Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse




1977.






De man met de urn




1981.






Uitgestelde vragen en andere verhalen




1984.











Setting



Tijd



Het verhaal speelt zich vooral af in de jaren ’20, de periode rond de tweede wereldoorlog en rond de jaren ’60. Het verhaal speelt zich naast een enkele flashback chronologisch af. Er zijn echter wel veer tijdsprongen. De vertelde tijd is ongeveer 50 jaar.



Ruimte



Het verhaal speelt zich op zeer veel locaties af, maar voornamelijk op de volgende locaties:



 - De bovenwoning in Vlissingen



 - Het verpleeghuis van moeder





Verhaallijn



De verhaallijn van dit boek is het leven van de ik-persoon in dit verhaal.





Thema



Het boek heeft twee themas (hoofdmotieven). Deze thema’s zijn in dit verhaal de armoede in een havenstad en het wegvallen van familie.





Vertelinstantie



In dit boek is er een ik-vertelinstantie. De hoofdpersoon vertelt over wat hem in het verleden is overkomen. De hoofdpersoon wordt met “ik” aangegeven. Er wordt ook alleen verteld over de omgeving waar de ik-persoon is en over de informatie die de hoofdpersoon kan weten.





Titelverklaring



Het boek heeft de titel “Twee vorstinnen en een vorst”, met als reden dat koningin Wilhelmina omgaat met vader. De moeder heeft een hekel aan het koningshuis, maar gedraagt zich wel als een vorstin tegenover deze werkelijke ‘vorstin.’ De vader brengt deze twee vorstinnen als een vorst weer bij elkaar. Drie personages in het verhaal zijn dus ‘twee vorstinnen en een vorst.’





Motto



Er is geen motto aanwezig in dit boek.





Literatuurgeschiedenis



Het verhaal komt uit midden jaren ’70 van de twintigste eeuw. In deze tijd werd er veel geschreven over immigratie en het Midden-Oosten. Het was het multiculturele tijdperk van de literatuur. In deze tijd werd vooral taboedoorbrekend geschreven. Men ging over tot de autobiografie, wat leidde tot het ik-tijdperk.



In het boek komt echter geen andere cultuur voor dan het West-Europeaanse. Er werd echter wel wat verteld over onderwerpen die voorafgaand taboe waren. De verteller verteld over zichzelf uit het verleden. Dit is autobiografie uit het ik-tijdperk.



Het boek past goed in zijn tijd, want vooral later in de moderne tijd werd er over immigratie verteld, terwijl dit boek aan het begin is geschreven. Het boek wordt op de wijze geschreven van de jaren ’70 over een eigentijdse realiteit.





Eindoordeel



Esthetische



Het boek is naar mijn mening bijzonder geschreven, omdat het zich over zo een grote tijd afspeelt (rond de 50 jaar). Er zijn grote tijdsprongen en geheel verschillende situaties, van bij de koningin op bezoek tot het armzalige leven waarin een huis in brand gezet wordt uit wraak. “Ze hebben allemaal geapplaudisseerd en de koningin stond even op en boog een beetje in mijn richting en bedankte voor mijn toespraak.” “Het berichtje werd uitgeknipt en met een punaise op het behang, naast het berichtje over vandalisme in Daalhuyzens tuin.” Dit is naar mijn mening ook verassend



Morele



De personages handelen naar mijn mening in de eerste helft van het boek slecht, omdat ze onverantwoord gedrag vertonen. “Hij sloeg en trapte, maar moeder zette haar knie op zijn borst en begon in ’t wilde weg op hem in te rossen.” In de tweede helft van het verhaal werd het echter fatsoenlijker. “Ik zei dat ik het begreep en liep naar buiten.”





Structurele



Naar mijn mening zit het boek onlogisch in elkaar. Er zijn veel te grote tijdsprongen en veranderingen van situaties. In de ene zin is de hoofdpersoon nog een kind en in de volgende zin een volwassene. Je herkent de hoofdpersoon vaak niet meer terug.



Literair-historische



Het boek zorgt voor vernieuwing, want het is geschreven op wijze van het nieuwe literaire tijdperk. Er komen veel delen van terug in het boek en is dus onderdeel van de beweging naar deze nieuwe schrijfmethode. De verteller zegt buiten het verhaal om bijvoorbeeld: “Later zal ik over dit alles meer vertellen.”



Emotionele



Het boek raakt mij niet zo zeer. Ik kan niet echt meeleven met de hoofdpersoon, omdat hij continu veranderd. Ik ben deze armoedige en gewelddadige situaties nog nooit tegengekomen en kan me dus ook niet voorstellen hoe je je dan voelt. “Aan weerszijden één aaneenschakeling van krotten.”



Realistische



Het boek is volgens mij geloofwaardig. Er worden alleen situaties beschreven die werkelijk gebeuren, zoals thee drinken, brandstichting en begrafenissen. “Een kopje thee en wat te eten?” Men weergeeft ook goed het stereotype uit die tijd. De vrouw zorgt voor de kinderen en de man is weg en leest in zijn vrije tijd de krant.



Intentionele



De boodschap is niet zeer duidelijk. Men probeert het leven van een arm gezin weer te geven in de ene helft van het boek en in de andere helft het afbreken van een gezin. Deze delen hangen niet zeer met elkaar samen, want de helft is bloei en de helft is verdorring. Het is dus mogelijk om het te beschouwen als een levensverhaal van begin tot eind, maar er kunnen ook veel andere boodschappen uitgehaald worden.



Stilistische



Er wordt naar mijn mening niet bijzonder geformuleerd. Er wordt verteld over het dagelijks leven in het gezin met taalgebruik uit de bijbehorende tijd. “Dag mevrouw, zei hij.”


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Twee vorstinnen en een vorst door R.J. Peskens"