Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Uitgever: Maarten Muntinga bv, Amsterdam

Jaartal eerste druk: 1991

Aantal bladzijden: 128

Genre: Autobiografische Novelle (kleine roman)

Motto: geen

Korte beschrijving voor en achterkant: Op de voorkant staat de rug van een man met een hoed op afgebeeld. Op de achterkant staat een klein stukje waar het boek over gaat, een recensie en een stukje over Carl Friedman zelf.



Samenvatting:

De vader van de ik-figuur heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Hij heeft in een kamp gezeten en nu heeft hij 'kamp'. Zijn kinderen (de ik-figuur, Max en Simon) vergelijken dat met een ziekte als de waterpokken. Vader heeft 'kamp' in zijn voeten en in zijn hoofd, maar vooral in zijn ogen.

De kinderen worden beïnvloed door de oorlogstrauma’s van vader. Als hij 's nachts niet kan slapen en rond gaat lopen, worden ook de kinderen wakker. Ze mogen niet zeggen dat ze honger hebben, want in het kamp werd pas echt honger geleden. Alles wat vader doet en zegt, heeft te maken met het kamp. De kinderen zijn hier ook op school erg mee bezig, maar de lerares vindt dat ze de oorlog eens moeten afsluiten.



Als vader tbc blijkt te hebben, moet hij naar een sanatorium. Tijdens de bezoekuren vertelt hij de kinderen over de plaatsen waar hij ondergedoken heeft gezeten. Zo heeft hij samen met andere onderduikers op het platteland gezeten. Ze werden verraden door een naburige boer. Wanneer vader genezen is van de tbc, mag hij naar huis. Zijn gezin wacht de hele dag op hem, maar hij komt veel later dan verwacht. Hij durfde niet in de trein te stappen.

De ik-figuur gaat met een vriendinnetje. Nellie, mee naar een kerkmis. De ik-figuur was daar nog nooit geweest. Ze gaat er ook nooit weer heen, want ze vindt dat haar vader veel meer heeft geleden dan Jezus. Vader vindt God een 'rotzak', omdat hij in het kamp heeft toegekeken hoe iedereen werd doodgemaakt. Dit is de aanleiding voor een hevige ruzie met Max. Max zegt dat zijn vader hem maar eens moet slaan, net als de SS-ers. Vader lijkt lamgeslagen na deze opmerking.

Max verwijt zijn vader ook, dat hij niet is als de andere vaders. Die gaan namelijk voetballen met hun kinderen, terwijl zijn vader alleen maar over het kamp kan praten. Vader vertelt dat er in het kamp ook werd gevoetbald, maar dat de spelers soms na de eerste helft al begraven konden worden. Het is dus maar goed dat vader niet van voetballen houdt. Nu is Max onder de indruk: hij rent naar zijn kamertje en begint te huilen.

Vader vertelt dat hij iemand heeft vermoord in het kamp. Hij heeft daar spijt van en verwijt de kampbeulen dat ze hem hebben veranderd in een beest. De kinderen vinden niet dat hij een beest is, want beesten tonen geen spijt. Vader blijkt er echter geen spijt van te hebben dat hij iemand vermoord heeft, maar van de manier waarop hij dat heeft gedaan. Hij had het veel langzamer moeten doen, zodat zijn slachtoffer de doodsangst langer had gevoeld.

Na de bevrijding hadden de Engelsen de gevangenen opgehaald. Ze werden naar een transitkamp gebracht. Daar was gebleken dat de gevangenen hun schaamte voorbij waren: ze deden hun behoefte op het gazon. Toen vader thuiskwam, wachtte moeder hem op. Hij werd enthousiast omhelsd. Moeder herinnert zich dat nog en de tranen lopen over haar wangen, terwijl de kinderen toekijken.



De analyse:



Waar gaat het verhaal over? Het verhaal gaat over een vader die ‘kamp’ heeft. Bij bijna iedere normale gebeurtenis legt hij een link naar het kamp en vertelt hij weer een anekdote aan zijn drie kinderen, die daardoor sterk beïnvloed raken.



De personen: Ik vind dat vader zich erg goed kan houden, dat zo iemand voorwaardelijk ‘kamp’ heeft kan ik heel goed begrijpen. Het is niet iets wat je zomaar vergeet en er mee leven is ook niet gemakkelijk. Ik denk dat ik het niet zou kunnen volhouden om zo genadeloos te worden toegetakeld en vind dit erg knap Jochel. Goed aan het boek is dat je aan het einde nog steeds niet weet wat er nu precies omgaat in de hoofdpersoon, dit blijft nog steeds een geheim.



Je weet wel wat de ik-figuur heeft meegemaakt en je weet dat zij er erg mee zit dat vader voor altijd ‘kamp’ heeft. Ze zou het erg graag van hem overnemen, maar dat vindt ze tegelijkertijd ook wel angstig. De invloed die de vader heeft op het leven van zijn gezin zijn dan ook erg goed omschreven. De vrouw en de kinderen reageren verdeeld op de verhalen, maar ze vervullen wel allemaal de rol van de psychiater aan wie hij zijn verleden kwijt kan.

Max kan ik het meest begrijpen. Hij verwijt zijn vader dat hij hem belast met zijn oorlogsverleden. Hij spreekt, als enige in het gezin, zijn ongenoegen uit over deze belasting.

Daarmee kwetst hij zijn vader, maar hij wordt er zelf ook vaak emotioneel van.

Simon en de ik-figuur reageren een beetje het zelfde: ze zijn erg onder de indruk van de gruwelijkheden die haar vader heeft moeten doorstaan. Wanneer de ik-figuur van de vader bang is dat de geschiedenis zich herhaalt, begraaft zij haar speelgoed. Ze hoopt dat de Duitsers het niet in handen krijgen. Ze proberen hun vader zoveel mogelijk te begrijpen.



De tijd: De ik-verteller en haar broers horen de verhalen van hun vader tijdens de jeugd. Het beruchte Eichmann-proces in hoofdstuk 8 is de enige aanwijzing om die jeugd te dateren rond 1961. De vader tracht zijn kampervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) te verwerken door keer op keer over die ervaringen te vertellen. Hoewel beide verhalen in fragmenten gepresenteerd worden, hebben ze wel hun chronologische volgorde behouden.



De plaats en omstandigheden: De gebeurtenissen in het heden vinden zich vooral plaats in en rond om het huis.Het is onduidelijk in welke stad de ik-figuur is opgegroeid, zoals het ook onduidelijk blijft in welk concentratiekamp haar vader heeft vastgezeten. Omdat de ik-verteller met haar vriendin Nellie over de katholieke kerk en het lijden van Jezus discussieert, ligt de stad mogelijkerwijs in het Zuiden van Nederland. Al in het eerste hoofdstuk wordt duidelijk waarom de naam van het kamp onvermeld zal blijven. Terwijl ze de namen van verschillende onheilsplaatsen door elkaar husselt, legt de ik-verteller uit dat ‘kamp’ bij hun thuis geen plaats is, maar een situatie aanduidt.

Bij de eerste verhaallijn (het verleden) vormen de omstandigheden een belangrijk deel van het verhaal. Bij de tweede verhaallijn (het heden) zijn ze echter het decor waartegen het verhaal zich afspeelt. Het gaat daar gewoon over het dagelijkse leven, die de anekdotes als het ware verbindt.



Titel: Het boek heet tralievader omdat de vader van de hoofdpersoon nog steeds achter de tralies van zijn verleden zit. Hij heeft vroeger in een concentratiekamp gezeten. Nu is hij wel vrij, maar emotionele tralies weerhouden hem ervan een normaal leven te leiden met zijn gezin.



Het vertelstandpunt: De dochter van de getraumatiseerde vader is de ik-verteller van het verhaal. Vanuit haar perspectief kijken we naar de gezinssituatie. Meestal vertelt ze vanuit het verhaalheden, met een blik van een argeloos kind. Soms interpreteert ze de verhalen van haar vader en de reacties van de kinderen met een blik van een volwassene, met kennis over de afloop terugkijkend op haar jeugd. Doordat je alles beleeft vanuit de ogen van de ik-persoon, wie niet de vader is blijf je je afvragen hoe vader zich nou werkelijk voelt.



De structuur: Het verhaal is niet ingewikkeld opgebouwd, er zit voor een gebeurtenis altijd een flashback in. Het nut hiervan is de reactie van kinderen begrijpelijker maken. De tijd verloopt dus niet zoals in werkelijkheid. De verteltijd is korter dan de vertelde tijd. De verteltijd is 40 hoofdstukken (125 bladzijden). De vertelde tijd is ongeveer 2 a 3 jaar in verhaallijn ‘heden’ en de vertelde tijd in verhaallijn ‘kamp’ is ook ongeveer 2 a 3 jaar.



Thema en de motieven: In het boek staat het onvermogen om de gevoelens van een ander te begrijpen centraal. Het verleden van een ander is doorgaans niet zo makkelijk doordringbaar en dat van een kampslachtoffer blijkt ontoegankelijk en niet te bevatten. De vader kan zijn verhalen blijven herhalen, maar echt bereiken zal hij zijn vrouw en kinderen nooit. Ook wordt de invloed van een kampslachtoffer op zijn kinderen (2de generatie) behandeld.



Enkele motieven zijn:

• Tweede Wereldoorlog

• Lijden

• Haat

• Onbegrip

• Isolement

• Verleden



Wat wil de schrijver aan zijn lezers duidelijk maken? Ik denk dat de schrijver eens een ander licht op de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog wilde werpen, dat de schade zich lang niet tot 1 generatie beperkt. En dat sommige mensen een zodanig trauma hebben opgelopen dat ze ‘onbereikbaar’ zijn voor andere mensen.



Mening:



Toen ik het boek uit had was mijn eerste gedachte: is dit het einde? Je leest het boek gemakkelijk weg; de zinnen zijn kort en bondig en het is amusant geschreven. Je zou het kunnen verglijken met een soapserie (GTST bijvoorbeeld): het is amuserend om naar te kijken en als het einde van de aflevering in zicht is baal je. Maar het is ook weer zo dat als je terug kijkt niet echt ontzet bent over de gebeurtenissen. Ik kwam ook op het boek doordat mijn zus zei dat het wel een leuk boek was en omdat het ook nog eens dun was dacht ik dat het wel een geschikt boekje zou zijn voor mijn boekbespreking.

Toen ik de flap had gelezen verwachte ik dat het op een ironische manier geschreven zou zijn en dat er redelijk wat spanning in verwerkt was. Dat het op een grappige manier vertelt was is zeker waar. Door de kinderlijke blik op de ervaringen van vader lees je soms een erg leuk uitgekomen mening die een beetje bot of sarcastisch uit de hoek is gekomen. Het boek vond ik ook niet echt bepaald spannend maar toen ik de literaire thermen lijst doorlas en er achter kwam dat spanning tot de drang tot doorlezen behoort, stelde ik mijn mening dus enigszins bij. De schrijver heeft mij in ieder geval lang genoeg kunnen boeien tot het einde.

Door de Duitse dialogen komt het boek erg geloofwaardig over. Tevens vond ik het boek erg aangrijpend en schokkend. Hier volgt een stukje dat de meeste indruk op mij heeft gemaakt (blz. 39):

“ ‘Willi was een kapo,’ zegt mij vader, ‘met een strafblad waarmee je deze kamer minstens twee keer zou kunnen behangen. Een Duitse crimineel, zich gespecialiseerd in het verkrachten van minderjarigen, maar ook zeer bedreven in mishandeling en moord. Een jaar of vijftig zou hij zijn geweest. Kale kop, laag voorhoofd en scheel. Een schele Neanderthaler. Hij had een ketting met aan het eind een loden kogel zo groot als een flinke pingpongbal. Daarmee begon hij plotseling op willekeurige gevangenen in the beuken, tot de dood er op volgde.” Ik vind het vooral erg dat hij dit allemaal aan zijn kinderen vertelt. Ik vond de vrouw en de kinderen dan ook erg sympathiek, dat ze het zolang vol konden houden met zo’n man. Ik denk dat ik het als kind nooit zolang zou volhouden.

De verhaaltjes zijn niet lang, maar bevatten toch heel veel inhoud. De waarheid wordt precies vertelt. Het is dan soms ook informerend.

Wat ik erg droevig vond is dat de kinderen ook in een isolement terecht komen omdat de vader er zo op door draaft. Op school praten ze er alleen maar over en soms halen ze zelfs verleden en realiteit door elkaar.

Mijn conclusie is dat het boekje bijzonder mooi vertelt is. Het heeft mij zelfs zo geboeid dat ik meteen opzoek ben gegaan naar andere boeken van Carl Friedman.



Voor de samenvatting en analyse is gebruik gemaakt van:

1. Literama → Cor Gerritsma, Bram Hoogland

2. Prisma uittrekselboek 4, Nederlandse literatuur 1991-1994 → samengesteld door Ritske van der Veen

3. www.scholieren.com → nummer drie

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.