Te mogen leven door Johanna-Ruth Dobschiner

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 2423 woorden
  • 4 juli 2007
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 9 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
260
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Te mogen leven
Shadow
Te mogen leven door Johanna-Ruth Dobschiner
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Gegevens:
1. We hebben van 7 november tot 19 december de tijd om het boekverslag te maken en in te leveren.
2. De titel van het boek is: Te mogen leven!
3. De auteur van het boek is Johanna-Ruth Dobschiner, een Nederlandse Jodin.
4. De genre van het boek is een waar gebeurd oorlogsverhaal. Omdat Johanna-Ruth haar leven in de oorlog beschrijft.
5. Het onderwerp van het boek is: Een Jodin die de oorlog al onderduikend en werkend in ziekenhuizen en tehuizen doorbrengt.

Inhoud:
6. Een samenvatting van het boek in plusminus 750 woorden: In dit boek is de hoofdpersoon Johanna-Ruth Dobschiner een Nederlandse Jodin. Johanna-Ruth was 6 jaar en zat nog op de basisschool toen `het grote feest´(volgens de Duitsers) aanbrak: De verjaardag van Adolf Hitler. Al was het gezin Dobschiner fel tegen Adolf Hitler toch mochten ze dat niet laten merken, omdat in Duitsland iedereen `de Führer´moest dienen moesten zij dus ook deel nemen aan het grote feest. De Familie Dobschiner had een winkel in Berlijn maar toen Duitsland oorlog met andere landen uit het oosten van Europa ging voeren werd het voor een Joods gezin veel te gevaarlijk om in Berlijn te wonen. En gingen ze emigreren. Ook moesten ze de winkel in Berlijn sluiten en verkopen.

De familie Dobschiner was naar Nederland gekomen. Eerst was het daar nog vrij veilig en kwam ook de familie van Johanna-Ruth´s vader naar Nederland. Maar toen in 1940 in Nederland ook de oorlog met Duitsland aanbrak was het met de veiligheid van de Joden gedaan. In de omgeving waar familie Dobschiner woont worden steeds meer Joden opgepakt. Op een dag liep Johanna-Ruth met haar vriendin door de stad. Toen rende opeens alle mensen in paniek over de straten, en ze hoorde van alle kanten dat de Duitsers een razzia hielden. Toen ze verschrikt naar huis gingen, hoorde ze van haar familie dat haar twee broers waren opgepakt terwijl ze door ze stad liepen.
Nu zou ook familie Dobschiner wel gauw opgepakt worden. Maar dat werd nog even uitgesteld omdat Johanna-Ruth de besmettelijke ziekte Roodvonk kreeg toen kwamen de Duitsers niet. Maar toen dat over was liepen ze weer gevaar. En op een Nacht was het zover, de Duitsers bonsden op de deuren van hun huis. En zochten in alle kamers. Tenminste dat dachten de Duitsers, maar ze hadden de kamer van Johanna-Ruth over het hoofd gezien. Hoe dat kan weet niemand.
Maar weer was Johanna-Ruth wonderlijk gespaard gebleven uit de handen van de vijand.
In huis was het dus niet meer veilig voor Johanna-Ruth, en kwam ze in een pleeggezin terecht. En ook werd haar droomwens vervuld: Johanna-Ruth mocht in een ziekenhuis werken. Maar na een poosje werd Johanna-Ruth in het ziekenhuis opgepakt. En moest ze mee naar een station waar ze met duizenden andere mensen op de treinen wachten waarin ze verder vervoerd zouden worden.
Even later werd ze in een wagon gestopt waar onder andere ook een kinderwagen in was. Het kindje in de wagen had allemaal warmte pukkeltjes, maar Johanna-Ruth zei dat het een besmettelijke ziekte was, die nodig behandeld mocht worden. Samen met een dokter kreeg Johanna-Ruth toestemming om tussen alle mensen naar de ernstigere zieken te zoeken. Ze vonden bijv. een vrouw die zeven maanden zwanger was maar daar maakte ze negen van dus zij mocht niet mee met de trein samen met haar man. Zo vonden ze nog veel meer mensen die op deze manier gered konden worden, maar het belangrijkste is dat ze zelf ook gered was. Samen met de zieken kwam ze in een joods ziekenhuis terecht. Maar na een poosje hielp de portier van het ziekenhuis haar aan een onderduik adres.
Zo kwam ze in een huis aan de buitenwijk van Amsterdam, en ontmoete Domie daar die haar meenam naar het noorden van het land zonder ster en met een vals persoonsbewijs. Vanaf nu hete ze Francisca Dobber. Ze kwam bij Domie in huis. Domie is de bijnaam van Ds. Ader. Zijn vrouw noemde ze tante Jo. Ze waren daar met een paar onderduikers bij elkaar en daden wat werk voor het verzet, ze had het daar erg gezellig en goed. Ook ging ze wel stiekem luisteren naar de diensten van Domie.

Toen er verraad was moesten ze allemaal naar een ander adres, van tante Jo kreeg Johanna-Ruth een bijbel mee.Domie hielp haar naar een ander onderduikadres, maar al gauw was het daar ook niet meer veilig en bracht Domie haar naar een plaatsje in Limburg. Daar heeft ze verschillende onderduik adressen gehad waar ze volop de tijd heeft gehad om over God te lezen en te denken. Ze is toen van Jodin Christin geworden.
In 1945 was het zover de mensen stonden te dringen aan de straten; de bevrijders reden over de straten, en Johanna-Ruth had de oorlog overleefd! En dat ziet ze als een geschenk van God. Nu kan ze vrij naar de kerk gaan en werken en als ze dan genoeg geld bij elkaar heeft gespaard, gaat ze na een bezoek aan haar vrienden naar Schotland om dat haar wens in vervulling te brengen: Verpleegster worden. ( dit zijn ± 760 woorden )

7. a. De hoofdpersoon is Johanna-Ruth Dobschiner, haar naam die bij het verzet bekend was is Francisca Dobber ze werd ook Frans genoemd. Er zijn heel veel bijpersonen, omdat ze op heel veel verschillende plaatsen ondergedoken en gewerkt heeft. Ik zal twee mensen noemen waar ze de eerste en de langste tijd ondergedoken heeft gezeten: Ds. Ader. Voor haar oom Bas,zijn bijnaam was Domie. En mevrouw Ader. Voor haar tante Jo.

b.Johanna-Ruth zag er als volgt uit: Ze heeft zwarte haren en bruine ogen en heeft een beetje een bolle toet.
Domie zag er zo uit: Het was een hele lange man met blonde haren en vriendelijke ogen. Zijn uiterlijk maakt een vriendelijke indruk.
c.Het karakter van Johanna-Ruth is liefdevol om haar naaste te helpen maar ze is vooral een heel rustig persoon die heel veel overdenkt.
Domie’s karakter is: erg behulpzaam en liefdevol voor zijn medemens ook is hij een gedreven verzetsman. Ook kan hij makkelijk uit zijn woorden komen.
d.De hoofdpersoon verandert wel in de loop van het verhaal want aan het begin is Johanna-Ruth een zorgeloos meisje die streng joods is opgevoed en aan het eind van het verhaal is Johanna-Ruth een bekeerde christin en daar beseft ze pas echt de zorgen van een mensenleven.
8. Eerst woonde Johanna-Ruth met haar gezin in Berlijn. Maar omdat het voor een Joods gezin te gevaarlijk werd om in Berlijn te blijven wonen, verhuisden ze naar Amsterdam. Daar bleef ze een poos wonen. Later toen ze moest onderduiken ging ze naar het noorden van het land. Naar het dorpje Nieuw-Beerta. Ze reisde nog naar een andere onderduikplaats in het noorden, naar Nieuweschans. Toen het er echt onveilig werd moest ze naar het zuiden van het land. Zij moest ook daar naar veel verschillende onderduikadressen, maar van die adressen staat niets in het boek. Wel staat in het boek dat dit in het allerzuidelijkste deel van Nederland is dus ik vermoed in Limburg.
9. a.Dit verhaal speelt zich af vanaf het jaar 1932 tot en met het jaar 1957. dus dit verhaal speelt zich af in de tijd van de tweedewereldoorlog. Dit weet ik omdat het boek begint met de verjaardag van Adolf Hitler in het jaar 1932. Het andere jaartal weet ik omdat het boek in dat jaartal eindigt.
b. 25 jaar omdat 1957-1932, 25 is.
c.Alles is achter elkaar verteld, want ze begint gewoon bij het begin te vertellen en volgt gewoon haar leven. Dus niet even terug naar haar baby tijd of zo iets dergelijks.
10. Als je begint te lezen dan lees je achter elkaar door. Vb.:”De verjaardag van Adolf Hitler was een grote gebeurtenis. Het was april 1932 en alle scholen werden uitgenodigd om deel te nemen aan de grote parade. Onze school bracht zijn eigen huldebetoon… een blijk van dankbaarheid aan zulk een leider…” En dan volgt haar levensbeschrijving.
11. Het belangrijkste probleem in dit boek is dat Johanna-Ruth een jodin is en dat er oorlog uitbreekt zodat alle joden vervolgd worden daarom moet ze al onderduikende haar leven sparen.
12. a. Het verhaal loopt zo af: Johanna-Ruth is de oorlog doorgekomen en na de oorlog zoekt ze nog wat mensen op die ze kent uit de oorlogstijd en dan gaat ze werken als verpleegster, haar wens. Daarna gaat ze naar schotland.
b. Het verhaal loopt goed af. Dat vind ik omdat zij de oorlog levend is uitgekomen en omdat ze God heeft ontmoet in haar leven. En dat terwijl anderen in kampen gestorven zijn, of zijn doodgeschoten.
c. Gesloten want je weet niet wat of ze in schotland gaat doen en wanneer ze sterft enz.
13. Dit boek heeft de titel ‘te mogen leven!’ omdat ze vindt dat ze het niet waard is om te mogen leven, en omdat God haar toch gespaard heeft.

Beoordeling:
14. Mijn mening over dit boek is dat ik dit een heel mooi boek vind. En dat dit boek het lezen waard is want het is goed geschreven en daarom makkelijk te lezen. Ik vind het boek mooi omdat de Heere wonderen heeft gedaan in het leven van Johanna-Ruth, en in dit boek komt de goedheid van God ook heel erg naar boven.

Het onderwerp:
1. Het onderwerp van het boek is: Een Jodin die de oorlog al onderduikend en werkend in ziekenhuizen en tehuizen doorbrengt.
2. De schrijver heeft het verhaal precies zo geschreven als dat het is gebeurd, ik zou dat ook zo doen omdat het een waar gebeurd verhaal is en dat waargebeurde zou ik niet gaan ombuigen of anders gaan vertellen.
3. Mijn mening over dit onderwerp is dat er geen oorlog hoort te zijn, om de Joden te vervolgen omdat het Joodse volk Gods volk is.
4. Nu ik dit boek gelezen heb, ben ik niet van plan om nog meer boeken van dit onderwerp te gaan lezen, omdat ik niet zo van oorlogsboeken houd. Ook al zijn het mooie verhalen.

De gebeurtenissen:
5. De belangrijkste gebeurtenis uit dit verhaal is dat Johanna- Ruth een christin wordt en dat ze de oorlog overleeft.
6. als ik schrijver van dit boek was had ik precies stap voor stap beschreven zoals het in het echt gegaan is, omdat de lezer het verhaal dan waarschijnlijk het best zal snappen.
7. Alles wat in het boek beschreven staat kan in het echt ook gebeuren omdat het een waar gebeurd verhaal is.
8. Er was in dit boek geen gedeelte waarbij ik aan iets uit mijn eigen leven moest denken omdat ik een totaal ander leven heb als de hoofdperso(o)n(en).
9. a. Ik denk nooit terug aan dit boek omdat niets me heeft aangesproken uit dit boek.
b. Ik had een verveeld gevoel toen ik dit boek las omdat ik het echt alleen voor dit boekverslag las. Maar ik had toch wel medelijden met de hoofdpersoon omdat ze in de oorlog leefde.
10. Het boek heeft mij niet van het begin tot het eind geboeid omdat oorlogsboeken lezen nou niet bepaald mijn hobby is.De personen:
11. In dit boek kom je van de hoofdpersoon Johanna-Ruth het meest te weten omdat ze van haar eigen leven verteld. En dan kom je van haar naaste veel minder te weten dan van alles wat er in Johanna-Ruth omgaat.
12. Toen ik dit boek las voelde ik me veel eerder een vriendin van de jodin Johanna-Ruth dan van de Duitsers. Omdat Johanna-Ruth niets fout deed en recht had om te leven en omdat de Duitsers geen recht hadden om de joden te doden.
13.Met Johanna-Ruth omdat ik alleen van haar weet hoe zij zich op bepaalde momenten voelde en dan kan je proberen om met haar me te leven.
14.Een onbegrijpelijke gebeurtenis uit het boek vind ik: Dat Domie (die gevangen was) en toen dood geschoten was om te boeten voor de moord op een hoge Duitse officier uit de woonplaats van Domie.
15.De personen uit het boek leken niet op iemand die ik goed ken. Omdat ik niemand met dezelfde eigenschappen ken als uit dit boek.

A karakter:
D. Het karakter van de belangrijkste personen is als volgt.
Johanna-Ruth: Het karakter van Johanna-Ruth is liefdevol om haar naaste te helpen maar ze is vooral een heel rustig persoon die heel veel overdenkt.
Domie: Domie is erg behulpzaam en liefdevol voor zijn medemens ook is hij een gedreven verzetsman. Ook kan hij makkelijk uit zijn woorden komen.
2. De personen kregen met elkaar te maken toen Domie Johanna- Ruth’ s begeleider was naar haar onderduikadres, wat bij Domie en zijn vrouw thuis was.Ze is daar lange tijd in huis geweest. Toen het daar te gevaarlijk werd voor Johanna-Ruth bracht hij haar naar een ander onderduikadres, en hielp haar op die manier om de oorlog te overleven. Tenslotte bracht hij haar ook nog tot geloof doormiddel van zijn preken.
D. De hoofdpersoon: aan het begin is Johanna-Ruth een zorgeloos meisje die streng joods is opgevoed en aan het eind van het verhaal is Johanna-Ruth een bekeerde christin en daar beseft ze pas echt de zorgen van een mensenleven.
Domie: Geestelijk ondergaat Domie geen verandering, Hij heeft een standvastig karakter. Maar er is wel een lichamelijke verandering: dat is dat Domie gedood word, en dat zijn ziel dat naar de Hemel mag gaan.

E titel:
1. Dit boek heeft de titel ‘te mogen leven!’ omdat Johanna-Ruth vindt dat ze het niet waard is om te mogen leven, en omdat God haar toch gespaard heeft
2. "Wanneer u dit boek hebt dicht geslagen, wees er dan zeker van, dat u ook geroepen bent om te leven."
"U bent geroepen om te leven, te geven, te delen, te bevestigen dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om nieuw leven te brengen in deze kunstmatig ademende wereld."
3. Overleven

K trefwoorden:
1+2. 3 trefwoorden met uitleg:
Oorlog: Het verhaal had geen plaats kunnen vinden als er geen oorlog was.
Geloof: Dat Johanna-Ruth van een strenge jodin een christin is geworden.
Redding: Dat God (door middel van de mensen van het verzet) Johanna-Ruth uit de oorlog heeft gered.

D. Een gedicht over dit boek.

Johanna-Ruth zij mag niet leven,
Want ze hoort bij de Joden.
Zij wordt van huis verdreven,
De vijand wil haar doden.

Ons land door de Duitsers bezet,
Op het land, de zee en in de lucht.
Johanna-Ruth en velen bieden verzet,
Voor hun leven moeten ze op de vlucht.

Zij duikt bij Domie onder,
Zij komt daar als Jodin.
Maar de Heere lijdt bijzonder,
Uit genade van Jodin, Christin.

Johanna-Ruth te mogen leven,
Door de vijand verdreven van haar huis.
Johanna-Ruth te mogen leven,
Uit genade door haar Borg aan het Kruis.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Te mogen leven door Johanna-Ruth Dobschiner"