Steenkind door Robert Haasnoot

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1421 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 26 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2002
Pagina's
159
Geschikt voor
havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Steenkind
Shadow
Steenkind door Robert Haasnoot
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Inleiding:

Auteur: Robert Haasnoot
Titel: Steenkind
Datum eerste druk: 2002

Samenvatting:

Wouter is een kwetsbare, gevoelige jongen van ongeveer vijftien. Hij wordt gepest, heeft geregeld ernstige aanvallen van migraine en kan ten gevolge van leesblindheid nauwelijks lezen en schrijven.
Broer Stijn werkt bij een garage, gaat uit, en maakt de indruk alles in de hand te hebben. In de omgang met zijn broertje komt zijn zachte kant naar voren.
De vader van Wouter heeft een kunsthandel.


Op een avond ziet Wout zijn ouders enigszins aangeschoten in de richting van de duinen lopen. De volgende dag blijkt dat ze die avond niet meer thuisgekomen zijn. Het lijk van vader spoelt aan; van moeder wordt alleen een bundeltje kleren gevonden.
Tante Dien is het enige familielid dat werkelijk treurt om het verlies. En als enige is zij echt bij de jongens betrokken. Stijn kan veel van haar hebben, zelfs haar kritiek op zijn omgang met Lisa, een ‘straatmeid’. En Wouter laat zich haar bezorgdheid over zijn zieleheil gewillig aanleunen.

Stijn neemt de touwtjes in handen. Hij maakt plannen om de kunsthandel te verkopen, en een platenzaak te beginnen. Als hij 21 wordt, kan hij de voogdij over Wouter krijgen. Hij laat hun moeder ‘doodverklaren’, en krijgt toegang tot het familiekapitaal. Thuis heeft hij zijn intrek genomen in de grote slaapkamer. Wouter vindt dat verschrikkelijk: hij probeert zijn moeder te laten herleven door te ruiken aan haar kleren.

Het huwelijk van zijn ouders was niet harmonieus. Wouter was moeders bondgenoot. Zijn verering voor haar ging erg ver. Hij wenste zijn vader weg. En als vader dan verdronken blijkt, voelt hij zich schuldig. Hij had hen niet moeten laten gaan!

Wouter denkt dat zijn moeder nog wel in leven zal zijn. Hij meent haar diverse keren te zien. Werkelijkheid en waan gaan door elkaar lopen.

Personages (belangrijkste):

Wout(er):
Dit is de hoofdpersoon in het boek en hij is 15 jaar oud. Hij is leesblind, kan dus niet lezen of schrijven. Hij leeft als het ware in zijn eigen wereld. Hij is helemaal gefascineerd van “Job” (bijbel). En is 3 keer blijven zitten.

Stijn:

De broer van wouter hij is al bijna 21 jaar. Hij wil zijn moeder doodverklaren, omdat hij dan het geld kan opeisen. Hij is een jongen die niet snel zijn emoties laat zien.

Tante Dien:
Het enige familielid dat met Stijn en Wouter meeleeft. Soms komt ze langs in hun huis met eten, ze leest Wouter voor uit psalmen.

Lisa:
Komt midden in het verhaal binnenvallen. Ze is de vriendin van Stijn. Wouter vindt het niet leuk dat ze bij hun komt wonen, en tante Dien vind haar maar een “straatmeid”

Tijd:
Het verhaal is vooral chronologisch verteld. Er komen echter 2 flash-backs in terug, dus is het eigenlijk een niet-chronologisch verhaal. Als er een langere tijd tussen zit, komt er een nieuw hoofdstuk. Dit leest heel erg makkelijk en daarom kun je, je aandacht op andere verwarringpunten richten. De tijd was dus geen probleem.

Perspectief:
Het verhaal is verteld vanuit een ik-perspectief. Hierdoor raak je in het leven van Wouter betrokken. Je leest zijn gedachten, je leest zijn acties, je leest ook zijn fantasieën. Dit laatste, de fantasieën, wekt af en toe wel vragen op.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Zeewijk. Dit ligt aan zee. Wouter gaat dan ook veel in de duinen wandelen. Soms om na te denken, soms om te ontsnappen aan de werkelijkheid.
De duinen komen erg veel in het verhaal voor. Misschien zijn de duinen wel het belangrijkste ‘decor’ van het verhaal’. Citaat blz. 76: “Ik ren het duinpad op. Het maakt me niet uit of ik had moeten werken. Ik ren over de duinrand en versnel als ik naar beneden ren. Ik loop langzaam naar de branding en kijk hoe de zee zich terugtrekt.”

Stijl:
Robert Haasnoot beschrijft de gevoelens en gedachten heel uitgebreid. Ook heeft hij een mooie zinsconstructie en schrijft hij prachtige zinnen. In “Steenkind” denkt Wouter dat hij zijn moeder ziet, Robert Haasnoot beschrijft het zo alsof ze er ook echt staat. Zo treffend is het geschreven.

Genre:
Steenkind zou een psychologische roman kunnen zijn omdat je de hele gedachtewereld en gevoelens van Wouter leest, maar een streekroman zou ook kunnen omdat het hele verhaal zich in Zeewijk en in de duinen rond zeewijk afspeelt.

Achtergrond:
Het verhaal speelt zich af in de jaren vijftig.

Interpretatie:

Thema:
Kindertijd & Kinderleed, Godsdienst & Godsdienstwaanzin, Noodlot

Karakterontwikkeling:
De broer van Wouter, Stijn wordt steeds rebelser, hij neemt het huis over, gaat in de slaapkamer van de ouders slapen met zijn vriendin. Hij neemt als het ware de rol op van leider. Hij voelt zich dan ook steeds machtiger. Wouter die gaat hallucineren dat hij zijn moeder zit, hij blijft als het ware vast zitten in de gedachten dat zijn moeder nog leeft. Het is ook zo dat hij zich veel meer naar het geloof wend.
Motieven:
Dood, de ouders van wouter zijn dood (van de moeder weten ze het niet zeker), dit staat in verband met thema noodlot.

Titelverklaring:
De titel slaat op Wouter. De moeder van Wouter, had een paar maanden voordat ze van Wouter zwanger raakte, een misgeboorte gehad. Tegen Wouter had ze gezegd in het boek dat ze geloofde dat die misgeboorte Wouter eigenlijk ook al was, maar dat God had gezien dat er iets niet helemaal in orde was, en dat God Wouter toen een nieuw lichaam had gegeven. Ze raakte natuurlijk niet voor niets zo snel weer in verwachting. (blz. 107,108) De misgeboorte hadden ze ook al Wouter genoemd, en daarom heet de hoofdpersoon Wouter, ook Wouter. De misgeboorte heet in het verhaal ‘steenkind’ omdat het helemaal was uitgedroogd, en hard als steen was geworden toen Wouters’ moeder weer bijkwam.

Wereldbeeld:
Wouter leeft in zijn eigen wereld, een fantasie wereld. Hij hoopt altijd dat zijn moeder thuiskomt. Hij kan niet lezen en schrijven, daardoor heeft hij dus een eigen wereld.

Beoordeling:

Het is een erg zielig boek omdat de vader van Wouter dood word teruggevonden, en de moeder is spoorloos. Hij leeft dus in onzekerheid. Het boek is erg mooi geschreven, het sleept je als het ware mee in de wereld van Wouter.
Wat mij wel opviel is dat Wouter heel veel liefde voor zijn moeder heeft, het is erg lief, maar ook op een andere manier een beetje ziek. Het lijkt alsof hij Oedipus complex heeft, dat hij verliefd is op zijn moeder. Dat komt hierdoor “Wat ruikt ze lekker. Haar huid voelt klam aan onder mijn kruipende vingers en zomaar, voordat ik er erg in heb, druk ik een kus op haar rug. Giechelend heft ze haar hoofd op en zoekt ze me in de spiegel. Maar haar gezicht betrekt en vlug maak ik de laatste knopen vast. Ook ik ben geschrokken van wat ze in de spiegel zag” pagina 97/98.
Het was ook een mooi boek omdat Robert Haasnoot hele mooie zinnen en woorden gebruikt. Door zijn taalgebruik zie je het hele verhaal voor je ogen afspelen. Dat is echt leuk. Je ziet het kleine dorpje Zeewijk en de duinen als Wouter weer eens voor de realiteit wegloopt. Je ziet het berkenbos in de duinen waar Wouter’s moeder zich volgens Wouter verstopt. Het is eigenlijk geen boek, maar een film.
Alles bij elkaar genomen heb ik erg van het boek genoten, het zou leuk zijn als ze het zouden verfilmen.

Verdiepingsopdracht:

Vergelijking twee boeken:

Joe Speedboot en Steenkind.
Beide boeken hebben het motief dood erin zitten, en een overlappend thema. Het grote verschil tussen de twee boeken is dat in Joe Speedboot, de dood wordt gelaten, en in Steenkind wordt het maar niet losgelaten.
In Joe Speedboot, merk je niks van de emoties dat Joe’s vader is overleden. Er wordt niet eindeloos over doorgegaan. Ook over de dood van Engel wordt niet veel gezegd.
In Steenkind, wordt de dood van de vader en de moeder (weten ze niet zeker), het hele boek lang behandeld. Wouter is geobsedeerd door de gedachte dat zijn moeder nog leeft, dat hij haar weer zal zien.
In beide boeken worden de personages wel gekenmerkt door de dood van hun vader (beide personages hebben een vader verloren), Joe, neemt de naam Joe Speedboot aan en Wouter voelt zich schuldig tegenover zijn vader, en laat de dood maar niet los, ontkent het als het ware.
Joe Speedboot heeft mijn voorkeur. Ik houd er niet zo van als mensen eindeloos doorgaan over de dood het maakt het verhaal zo zwaar en drukkend. Joe Speedboot is daarom ook een veel lichter en grappiger boek, maar ook heel mooi en medelevend.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Steenkind door Robert Haasnoot"