ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Beschrijving
H. Mulisch, Siegfried, een zwarte idylle, uitgeverij de bezige bij, Amsterdam, 2001
Titel en ondertitel
Bij de titel Siegfried, een zwarte idylle denk ik aan een roman met een vaag verhaal, of met een verhaal dat het daglicht niet kan verdragen.
Voorwerk
Harry Mulisch schreef: ‘Siegfried, een zwarte idylle’ in 2001. Het werd uitgegeven door uitgeverij de Bezige Bij in Amsterdam. Het is een oorlogsroman.
Zijn debuut verscheen in 1952 en was getiteld Tussen hamer en aambeeld


Volgens eigen zeggen is hij schrijver geworden omdat hij in juli jarig is. Dan is iedereen met vakantie en kun je nooit trakteren op school. Uit frustratie trakteert hij nu op boeken.
Harry Kurt Victor Mulisch is geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Mulisch is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch en Alice Schwarz. Zijn vader komt uit het toenmalige Oostenrijk-Hongarije (nu: Jablonec in Tsjechië). Na de Eerste Wereldoorlog emigreerde hij naar Nederland. Zijn moeder is joods en geboren in Antwerpen. Hoewel er thuis Duits wordt gesproken, wordt hij opgevoed met Nederlands. In 1936 scheiden zijn ouders waarna zijn moeder verhuist naar Amsterdam en Mulisch vooral wordt opgevoed door de huishoudster Frieda Falk.
Hij gaat na de lagere school naar het Christelijk Lyceum in Haarlem. Tijdens de oorlog werkt zijn vader bij de collaborerende bank Lippmann-Rosenthal & Co en door die positie kan hij zijn zoon en ex-vrouw beschermen tegen deportatie. In zijn middelbare schooljaren raakt Mulisch in de ban van de wetenschap. Hij richt een laboratorium in voor zijn experimenten, geïnspireerd door het jeugdboek De avonturen van Bram Vingerling van Leonard Roggeveen. Deze hobby gaat ten koste van zijn schoolprestaties: hij zakt voor zijn overgangstentamen in 1944 en gaat van school. Na de oorlog wordt vader Mulisch tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn baan bij Lippmann-Rosenthal & Co. Zijn moeder emigreert naar Amerika.
Mulisch' belangstelling verschuift meer en meer van de wetenschap naar de kunst. Hij tekent veel en schrijft in 1946 het verhaal Mijn kamer, dat in 1947 gepubliceerd wordt in het tijdschrift Elsevier. Daarnaast begint hij met het lezen van grote schrijvers als Multatuli en Dostojevski, gaat toneelspelen en treedt op in een operette. Vanaf 1949 richt hij zich volledig op het schrijven. In 1957 overlijdt zijn vader.
In 1958 verhuist Mulisch naar Amsterdam. In dat jaar wordt ook hij lid van de redactie van het tijdschrift Podium. Hij is ook redacteur van Randstad en tot 1990 van het bekende literaire tijdschrift De Gids. In de zestiger jaren toont hij zich sterk betrokken bij de nieuwe maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Hij voelt zich aangetrokken tot een communistische staat als het Cuba van Fidel Castro.
In 1971 trouwt Mulisch met Sjoerdje Woudenberg. Samen hebben ze 2 kinderen. In 1992 wordt er nog een zoon geboren uit een verhouding met een nieuwe partner. Op zijn vijftigste verjaardag wordt Mulisch benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1992, bij het uitreiken van het eerste exemplaar van De Ontdekking van de Hemel, volgt een bevordering tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Van de gemeente Amsterdam ontvangt Mulisch de zilveren eremedaille.
Samenvatting
Hoofdstuk 1
In dit hoofdstuk komt de 72 jarige Nederlandse schrijver Rudolf Herter met zijn goede vriendin Maria op het vliegveld van Wenen aan. Hij komt in Wenen interviews en lezingen houden over zijn magnum opus “De uitvinding van de liefde” dat recentelijk in het Duits vertaald was. Als zij bij hun hotelkamer aankomen, zetten zij hun spullen weg en maken een flinke stadswandeling.
Hoofdstuk 2
Rudolf Herter heeft het met degene die hem interviewt, in het ietwat ouderwets Duits van voor de WO I, over zijn verbeeldingskracht c.q. fantasie. Als Sabine (de interviewster) vraagt of hij al iets kan verraden over zijn nieuwe verhaal zegt hij: “Ja, maar dat doe ik niet.”
Hoofdstuk 3
Rudolf zit met iets, opeens schrijft hij op de welkomskaart HITLER, na een minuut schrijft hij de anagrammen HELRIT en RELHIT op. Daarna kijken Maria en Rudolf naar Rudolf’s interview. Daarna praten zij weer verder over het onderwerp fantasie (zoals in het interview).
Hoofdstuk 4
De volgende dag heeft Herter weer twee interviews. Na zijn twee interviews wilde hij weg; naar buiten. Als hij weer binnen is in het hotel komt net de vermaarde dirigent Constant Ernst, die hij van gezicht kende, uit de lift. Ernst vertelt dat hij bezig is met het stuk “Tristan und Isolde”
Hoofdstuk 5
Herter belde zijn zoontje Marnix, hij vertelde dat als hij doodging dat hij dan verbrand wilde worden en dan een asloper (een zandloper met zijn as gevuld) wilde worden, die dan bij zijn vader op zijn werkkamer moest komen te staan.
Hoofdstuk 6
’s Avonds om zes uur geeft Herter een lezing over zijn in het Duits vertaalde boek “Die Erfindung der Liebe”. Hij vertelde dat als hij in zijn werkkamer was dat hij dan leefde tussen twee werelden, hij was dan in niemandsland. Na een aantal vragen beantwoord te hebben, werd hem gevraagd of hij bereid was boeken te signeren, waarop Herter zei: “Natuurlijk, ben ik bereid te signeren”. Nadat Herter zijn vulpen had dichtgeschroefd kwamen er twee oude mensen naar hem toe, de man zei met een sterk Duits accent: “Meneer Herter, kunnen wij u heel kort maal spreken?”
Hoofdstuk 7
De twee oude mensen stelden zich voor als Ullrich en Julia Falk, hij een slanke oude man en zij, zo dik was als hij slank. Ze zagen er armelijk maar verzorgd uit. Na een kort inleidend gesprek over wat Herter had gezegd over Hitler zei Falk: “Misschien kunnen wij u helpen.” Ze spraken af in het bejaardentehuis, Eben Haëzer, want Ullrich en Julia wilde dit niet in het openbaar bespreken.
Hoofdstuk 8
Op weg naar Eber Haëzer kocht hij een bloemetje voor mevrouw Falk. Al vertellend komt Herter te weten dat Ullrich en Julia beiden bedienden van Hitler zijn geweest. Als meneer Falk over zijn verleden verder gaat vraagt hij aan Herter of hij zijn eed zou willen overnemen zolang zij beiden nog leven.
Hoofdstuk 9
Mevrouw Falk vertelt over Eva Braun. Ze zegt over haar: “Juffrouw Braun was een eenzaam, ongelukkig schepsel, dat om politieke redenen verborgen gehouden moest worden. Julia en Eva konden het direct goed met elkaar vinden. Mevrouw Braun heeft voordat Ullrich en Julia op de Berghof kwamen, al twee zelfmoordpogingen gedaan, omdat Hitler té lang bij haar weg was, omdat hij het dan zo druk had.

Hoofdstuk 10
Ullrich vertelt nog verder over Hitler en zegt dat hij er spijt van heeft dat hij toen, toen het nog mogelijk was, hem niet vergiftigd heeft, maar dat hij het niet heeft gedaan omdat er toen nog geen reden voor was. Herter voelt aan dat Ullrich bijna zover is, hetgeen dat hij op zijn hart heeft komt er bijna uit, maar hij jaagt hem niet op door ernaar te vragen. Na de Anschluss werden Julia en Ullrich bij de Führer geroepen en hij zei: “Meneer Falk, mevrouw, ik zal u een staatsgeheim verraden: juffrouw Braun verwacht een kind.”

Hoofdstuk 11
Ullrich en Julia moesten een brief naar huis schrijven dat zij een kind verwachten. Siegfried, want zo heet het kind, wordt geboren. Als Hitler de vader zou zijn van dat kind zouden alle Duitse vrouwen hem als een bedrieger zien, want elke Duitse vrouw wilde wel een kind van de Führer. Dat kon dus niet. Vanaf toen waren Ullrich en Julia de ouders van Siegfried
Hoofdstuk 12
In dit hoofdstuk wordt veel verteld over Siggi, zijn verhoudingen met iedereen. Hij kwam altijd naar Julia als hij moest huilen en niet naar zijn eigenlijke moeder, wat juffrouw Braun erg veel verdriet deed en bij haar een groot gevoel van jaloezie opwekte.
Hoofdstuk 13
Hitler en zijn top trokken steeds meer naar de schuilkelders en naar andere verblijven in het hele land, dit tot groot verdriet van Eva Braun. Bormann komt mevrouw Braun ophalen om mee te gaan naar de Wolfsschanze, want de chef had gezegd dat hij haar in deze moeilijke dagen naast hem wilde hebben. Falk werd door een adjudant van Bormann geroepen om naar zijn chalet te komen. Daar zei Bormann tegen Ullrich: “Op bevel van de Führer moet u Siegfried doden.”
Hoofdstuk 14
Citaat:
Falk haalt zijn doorgeladen 7.65 pistool te voorschijn en laat Siggi het magazijn met de kogels zien. Hij gaat wijdbeens staan, houdt het wapen met twee handen vast en lost een schot, dat de schematische gestalte aan het eind van de baan in de buik treft, waarop Siggi roept: “Mag ik ook eens, mag ik ook eens.” De wereld bestaat niet. Het is allemaal niet waar. Niets bestaat. Hij laat zich op een knie zakken en demonstreert nog eens hoe het pistool vastgehouden moet worden. Voor de grap richt hij de loop van vlakbij op Siggi's voorhoofd. Als hij begint te lachen, haalt hij de trekker over. Met bloed bespat blijft hij kijken naar het punt waar zojuist nog Siggi's lach was. Niemand heeft iets gezien of gehoord. Hij sluit zijn ogen en laat langzaam het pistool zakken, tot de loop het roerloze lichaam raakt, terwijl hij denkt: - Niet ik heb hem gedood, Hitler heeft hem gedood. Niet ik, Hitler. Ik. Hitler.
Hoofdstuk 15
Herter neemt afscheid van Ullrich en Julia Falk, neemt een exemplaar van “Die Erfindung der Liebe” en schreef daar in:
Voor Ullrich Falk,
Die in tijden van het kwaad
een onvoorstelbaar offer bracht
aan de liefde.
En voor Julia.
Rudolf Herter
Wenen, November 1999
Hoofdstuk 16
Eenmaal terug op zijn hotelkamer praat hij wat met Maria, pakt zijn dictafoontje en neemt een monoloog op over filosofie en filosoferen.
Hoofdstuk 17
Hij vervolgt zijn monoloog over de filosofie en neemt het op. Hij vergelijkt citaten van Schopenhauer en Nietzsche met elkaar. Herter wordt zelfs emotioneel als hij vertelt dat Nietzsche het eerste 'slachtoffer' van Hitler was. Hij constateert dat Nietzsche in 1888 krankzinnig werd en dat op dat zelfde moment Hitler werd verwekt. Verder vraagt hij zich af in hoeverre Hitler een mens was.
Citaat:
Plotseling voelt hij dat iets ontzettends hem bij de keel grijpt en hem meesleurt, de slaap in, door de slaap heen, verder dan slaap…
Hoofdstuk 18
Dit hoofdstuk bevat allerlei stukken uit het dagboek van Eva Braun. Hierin komt naar voren dat zij een zeer ongelukkige vrouw is, omdat haar man steeds weg is.
Hoofdstuk 19
Maria komt de hotelkamer in en vreest het ergste als zij daar Rudolf bewegingsloos op de grond ziet liggen. Tevergeefs belt zij de dokter. De dokter constateert dat hij is overleden aan een hartstilstand, het waarschijnlijke gevolg van een (té) grote emotie. Ze belt naar Olga in Amsterdam en spreekt het verschrikkelijke bericht in op het antwoordapparaat. Even later pakt zij het dictafoontje en hoort dan: “…hij…hij …hij is hier…”
Genre
Bij dit boek wil ik het genre omschrijven als een roman.
Tijd
Het verhaal speelt zich af in november 1999. De flashback vertelt een periode van 1933 tot en met 1944. Dit kan je opmaken omdat Herter aan het einde van het verhaal een boek schenkt aan het echtpaar Falk. Dat boek signeert hij met: 'Voor Ullrich Falk, die in de tijden van het kwaad een onvoorstelbaar offer bracht aan de liefde. En voor Julia. Rudolf Herter Wenen, november 1999.' (citaat)
Personages
De hoofdpersoon Rudolf Herter is totaal geen held, omdat hij niets van alle gebeurtenissen heeft meegemaakt, maar alles hoort van Ullrich en Julia Falk. Ik vind vooral de eigenschappen van Ullrich en Julia Falk erg bewonderend, omdat zij het verhaal ongeveer 50 à 60 jaar bewaard hebben en daarna pas hun eed doorbroken. Ik vind ook dat ze erg menselijk, daarom waardeer ik de schrijver van dit boek ook heel erg.
Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Wenen, waar Herter verblijft, vooral in het hotel en bij de Falks in huis. De flashbacks spelen zich af in het buitenverblijf Berghof in Duitsland. Het dagboek van Eva Braun speelt zich af in het ondergrondse verblijf van Hitler.
Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit een vertellers perspectief. Aan het eind is een stuk te vinden uit het dagboek van Eva Braun, dit dagboek is vanuit het ik-perspectief van Eva Braun geschreven.
Door dit perspectief ben je niet goed op de hoogte van de gedachten en gevoelens van de personen.
Structuur
Het boek is in de derde persoon enkelvoud. Het bestaat grofweg uit drie delen: Het begin, de vertelling van de Falks en de semi-filosofische gedachten van Herter over Hitler. De tijdsspanne is ongeveer 70 jaar. Het verhaal is chronologisch op de vertelling na, die op zich een chronologische flashback is. Aan het eind van het verhaal lijkt de tijd wel een stuk langzamer te gaan, dit heeft waarschijnlijk iets te maken met het feit dat Herter stervende is.
Thema en motieven
Die Endlösung der Hitlerfrage (i.p.v. Die Endlösung der Judenfrage)
De schrijver Rudolf Herter probeert Hitler te vangen in de fictieve wereld; die van het boek. Hij probeert er achter te komen wie Hitler was en waarom hij zo was.

Taalgebruik
Ook het taalgebruik van dit boek vind ik erg goed en fijn om te lezen. Wat ik alleen jammer vind is dat je aan het taalgebruik van de mensen niet kunt merken wie het is.
Recensies
Bron
Trouw
Publicatiedatum
01-02-2001
Recensent
Peter Henk Steenhuis
Recensietitel
Mulisch heeft Hitler te pakken : Vraaggesprek
http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/archief/article/detail/2497030/2001/02/01/Mulisch-heeft-Hitler-te-pakken.dhtml
Bron
Trouw
Publicatiedatum
03-02-2001
Recensent
T. van Deel
Recensietitel
Hitler in een literaire proefopstelling
http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/archief/article/detail/2506454/2001/02/03/Hitler-in-een-literaire-proefopstelling.dhtml

Auteur
Korte levensbeschrijving:
Harry Kurt Victor Mulisch wordt op 29 juli 1927 in Haarlem geboren als eerste (en enige) zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren 1892 in Gablonz, Oostenrijk-Hongarije, thans Jablonec, Tsjechië) en Alice Schwarz (geboren 1908 in Antwerpen).
Zijn grootouders van moederszijde waren voor de oorlogsgebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht; zijn grootvader was bankdirecteur in Amsterdam geworden. Via hem krijgt Harry’s vader (in de Eerste Wereldoorlog commandant; daarna naar Nederland geëmigreerd) een betrekking. In het ouderlijk huis zorgt Frieda Falk (geboren in Polen) voor de huishouding. Hoewel thuis Duits gesproken wordt, krijgt Harry een opvoeding in het Nederlands. Hij bezoekt de lagere school (van 1933 tot 1939) en het Christelijk Lyceum (van 1940 tot 1944) in Haarlem. In 1936 scheiden zijn ouders; zijn moeder vestigt zich in Amsterdam, Harry blijft bij zijn vader en Frieda. In de oorlogsjaren is Harry’s vader directeur bij Lippmann-Rosenthal & Co, het bankiershuis dat verplicht ingeleverde joodse bezittingen ‘beheerde’. In die functie kan hij zijn joodse ex-echtgenote en zijn zoon uit Duitse handen houden. Na de oorlog wordt hij gearresteerd en verblijft hij drie jaar lang in een interneringskamp; hij overlijdt in 1957. Harry’s moeder emigreert in 1951 naar San Fransisco en verkrijgt de Amerikaanse nationaliteit.
Harry Mulisch debuteert met een kort verhaal, ‘De kamer’, in Elsevier Weekblad (1947). Na enkele baantjes wijdt hij zich vanaf 1949 aan ‘de schrijverij’.
Twee jaar (1949-1951) werkt hij aan de roman Archibald Strohalm, die bekroond wordt met de toen nog gezaghebbende Reina Prinse Geerligsprijs (1951). In 1955 verlaat hij het huis van zijn vader; sedert 1958 woont hij in Amsterdam. Uit zijn huwelijk met Sjoerdje Woudenberg (in 1971) worden twee dochters geboren, Anna en Frieda. In 1992 maakt Mulisch bekend dat hij op 65-jarige leeftijd vader is geworden van een zoon, genaamd Menzo, geboren uit zijn verhouding met een nieuwe vriendin.
Van 1958 tot 1962 is Mulisch redacteur van Podium, van 1961 tot 1969 eveneens van Randstad en van 1965 tot 1990 van De gids. Sedert 1962 is hij bestuurslid van De Bezige Bij.
Zijn werk is veelvuldig bekroond met belangrijke literaire prijzen. Behalve de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn debuutroman Archibald Strohalm (1952) ontving hij de Bijenkorf Literatuurprijs (1957, voor Het zwarte licht¬¬¬¬), de Anne Frankprijs (1957), de visser Neerlandiaprijs (1961, voor zijn oeuvre), de Vijverbergprijs (1963, voor De zaak 40/61), de Constantijn Huygensprijs van de Jan Camperstichting (1977, voor zijn oeuvre), en in 1978 de Nederlandse staatsprijs voor letterkunde, de P.C. Hooftprijs 1977. Voor de bestseller De aanslag (1982) krijgt hij in 1986 de Diepzee-prijs voor de mest gewaardeerde auteur onder middelbare scholieren. De ontdekking van de hemel wordt bekroond met de Multatuli-prijs 1993 (van de Gemeente Amsterdam) en de Mekka-prijs 1993 namens literaire critici in Nederland en Vlaanderen. Ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag richt het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (’s Gravenhage) een tentoonstelling over zijn leven en werk in. Bij de uitreiking van het eerste exemplaar van De ontdekking van de hemel wordt hij bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau; tevens krijgt hij de zilveren eremedaille van de Gemeente Amsterdam.
Werk van Mulisch is ook verfilmd. In 1977 het korte verhaal ‘De grens’ (regie Bobby Eerhart), in 1981 met een internationale rolbezetting de roman Twee vrouwen (1975) (regie George Sluizer). Fons Rademakers’ film van De aanslag wordt in 1986 bekroond met de Golden Globe én een Oscar. In 1994 is Hoogste tijd (1985) verfilmd, onder regie van Franz Weisz.
Wat voor soort boeken schrijft de auteur vooral:
Harry Mulisch schrijft over het algemeen psychische, filosofische en ontwikkelde romans, ook schrijft hij korte verhalen en poëzie.
Waar gaan zijn boeken vaak over?
Harry Mulisch’ boeken gaan vaak over Duitsland, sommige boeken gaan ook nog over homoseksualiteit.

Wat vinden de boekbesprekers in het algemeen van zijn boeken?
De meeste recensies van zijn boeken zijn positief, hij heeft daarom ook een keer een boekenweek geschenk geschreven, “Het theater, de brief en de waarheid.”
Welke andere boeken heeft deze auteur geschreven?
Poëzie
• Woorden, woorden, woorden, 1952
• De vogels,1974
• Tegenlicht, 1975
• Kind en Kraai, 1975
• De wijn is drinkbaar dank zij het glas, 1976
• Wat poëzie is, 1978
• De taal is een ei, 1979
• Opus Gran, 1982
• Egyptisch, 1983
• De gedichten 1974-1983, 1987
Romans
- Archiblad strohalm, 1952
- De diamant, 1954
- Het zwarte licht, 1956
- Het stenen bruidsbed, 1959
- De verteller, 1970
- Twee vrouwen, 1975
- De Aanslag, 1982
- Hoogst tijd, 1985
- De pupil, 1987
- De elementen, 1988
- De ontdekking van de hemel, 1992
- De Procedure, 1999
Verhalen
- De kamer, 1947
- Tussen hamer en aanbeeld, 1952
- Chantage op het leven, 1953
- De sprong der paarden en de zoete zee, 1955
- Het mirakel, 1955
- De versierde mens, 1957
- Paralipomena Orphica, 1970
- De grens, 1976
- Oude lucht, 1977
- De verhalen 1947-1977, 1977
- De gezochte spiegel, 1983
- Het beeld en de klok, 1989
- Voorval, 1989
- Vijf fabels, 1995
- Het theater, de brief en de waarheid, 2000
Theater
- Tancht elijn, 1960
- De knop, 1960
- Reconstructie, 1969
- Oidipous Oidipous, 1972
- Bezoekuur, 1974
- Volk en vaderliefde, 1975
- Axel, 1977
- Theater 1960-1977, 1988
Studie, tijdsgeschiedenis, autobiografie, etc:
- Manifesten, 1958
- Voer voor psychologen, 1961
- De zaak 40/61, 1962
- Bericht aan de rattenkoning, 1966
- Wenken voor de Jongste Dag, 1967
- Het woord bij de daad, 1968
- Over de affaire Padilla, 1971
- De Verteller verteld, 1971
- Soep lepelen met een vork, 1972
- De toekomst van gisteren, 1972
- Het seksuele bolwerk, 1973
- Mijn getijdenboek, 1975
- Het ironische van de ironie, 1976
- Paniek der onschuld, 1979
- De compositie van de wereld, 1980
- De mythische formule, 1981
- Het boek, 1984
- Wij uiten wat wij voelen, niet wat past, 1984
- Het Ene, 1984
- Aan het woord, 1986
- Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap, 1987
- Het licht, 1988
- De zuilen van Hercules, 1990
- Op de drempel van de geschiedenis, 1992
- Een spookgeschiedenis, 1993
- Twee opgravingen, 1994
- Bij gelegenheid, 1995
- Zeilespiegel, 1997
- Het zevende land, 1998
Persoonlijke reactie
Mijn eerste reactie op dit boek was een zeer positieve reactie, ik begrijp alleen niet waarom het eerste stuk van het boek (ongeveer 60 bladzijden) zo langdradig moest zijn. Naar mijn mening had dit eerste stuk gemakkelijk in 15 à 20 bladzijden beschreven kunnen worden, dit is namelijk een inleiding waarin wordt beschreven wie Rudolf Herter is en wat hij doet. Ik vind de rest van het boek erg interessant en veel dingen verbazen mij dan ook. Bijvoorbeeld de manier van omgaan met elkaar en de manier waarop alles daar geregeld werd. Ondanks alle positieve argumenten, vind ik het wat jammer van dit boek dat het gewoon vaag is. Je moet te veel zelf bedenken en daar houd ik gewoon niet zo van.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

sukkeeeeel. wrm zet je nou je werkstuk op scholieren, had em gewoon aan mij gegeven

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast