Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Uitvoerige Samenvatting
Ben Weiss, een joodse componist, krijgt te horen dat zijn moeder niet lang meer te leven heeft. Ze heeft een tumor. Ben besluit het zijn moeder, Anneke, niet te vertellen. Hij denkt dat zij dan niet meer van haar leven zal kunnen genieten. Ze is namelijk op haar 74ste nog steeds een levenslustige vrouw. Zij is trots op haar enige zoon en belt hem elke dag op om allerlei kleinigheden te bespreken. Ben ergert zich daar eigenlijk aan. Na de dood van haar man, is ze reizen gaan maken. Ook heeft ze een man leren kennen, met wie ze sinds een paar maanden een relatie heeft. Het ziet er naar uit dat ze een nieuw leven met hem wil beginnen, maar op een dag is ze verdwenen. Ben neemt aan dat zij weer eens op reis is, maar hij krijgt niet het gewoonlijke telefoontje vanuit haar vakantiebestemming, en Fred weet ook niet waar ze is. Uit de rekening van een reisbureau, die bij de post van Anneke zit, blijkt dat ze een reis heeft geboekt naar Split, Kroatië. Ze wilde naar Sarajevo, nadat ze het televisieprogramma Nova had gezien. Er vloog echter geen enkele vliegtuigmaatschappij op Sarajevo. Omdat Split hier het dichtst bij in de buurt ligt, heeft ze een reis naar Split geboekt. Ben en Fred reizen samen naar Kroatië. Tijdens hun zoektocht naar Anneke, gaat Fred vreemd. Hij verdedigt zich door te zeggen dat Anneke ook wel buiten haar boekje gaat. Ben hoort dan verhalen over de betaalde liefde, waarvan haar moeder tijdens haar reisjes gebruikmaakte . Uiteindelijk vinden ze haar, via een vriend van Fred. Ze blijkt voor 175.000 gulden te zijn opgelicht. Een man zou voor wapens voor Sarajevo zorgen, zodat de stad zich zou kunnen verdedigen, maar het wapentransport is nooit aangekomen. Anneke is helemaal van de kaart en gaat met Ben en Fred mee naar Nederland. Daar sterft zij enkele dagen later aan haar ziekte. Ben en zijn vriendin Inge hebben na de dood van Anneke een gesprek met een psychiater. Deze is gespecialiseerd in oorlogstrauma’s en Ben komt erachter dat zijn moeder deze man regelmatig heeft bezocht. Uit dit gesprek blijkt, dat zijn moeder vanwege haar eigen oorlogstrauma plotseling naar het oorlogsgebied is vertrokken om er iets aan te doen. Ben besluit nu eens een echt muziekstuk te schrijven, ter ere van zijn moeder, genaamd: Serenade no.1
Bron: http://www.scholieren.com/boekverslagen/9275 Woorden: 394



Korte samenvatting
Het boek Serenade gaat over Ben, een componist van verscheidene reclame jingles wonend te Hilversum. Ben wordt bijna elke dag lastiggevallen met nutteloze telefoontjes door zijn moeder, Anneke Weiss IJsman. Een joodse vrouw van 74, die de tweede wereldoorlog nog heeft meegemaakt, wonend in Amsterdam Oud-Zuid. Ze heeft een tumor, wat geheim voor haar word gehouden. Maar op een dag krijgt hij een telefoontje van de vriend van zijn moeder (Fred) die al twee dagen niks van haar heeft gehoord. Zijn moeder blijkt te zijn verdwenen. Ben is erg ongerust en vraagt zich af wat er toch is gebeurd met zijn moeder. In haar huis zien Ben en Fred een rekening van een reisbureau, Anneke is naar Split, Kroatië gegaan, omdat dat dichtbij Sarajevo ligt. Zijn moeder had de laatste avond dat hij haar sprak ongerust opgebeld na een documentaire gezien te hebben over een Bosnische vrouw die vertelde over haar oorlogstrauma. Ze reizen af naar Split om daar Anneke te gaan zoeken. Na een paar dagen vinden ze haar, opgelicht van heel veel geld en verward terug. Weer thuis wordt ze ziek en overlijdt ze na een paar dagen in het ziekenhuis. Als Ben in haar huis opruimt, komt hij een briefje van een oorlogstrauma psychiater tegen. Zijn moeder ging daar blijkbaar regelmatig heen. De psychiater vertelt Ben en Fred over de oorlogstrauma van Anneke en zo wordt duidelijk dat ze de mensen in Sarajevo wilde helpen.
Woorden: 229

Beschrijving van de hoofdpersonen
Ben Weiss.
Een veertigjarige joodse man uit Hilversum. Het is een kleine man met kroeshaar en een Semitische neus. Hij houdt van simpele dingen en is een beetje een saaie man die niet snel besluiten neemt en overal veel te lang over nadenkt. Hij ergert zich aan de inhoudsloze gesprekjes met zijn moeder en vindt haar vaak irritant. Aan de andere kant is hij erg zorgzaam. Hij gaat over het algemeen goed met andere mensen om. Ben heeft in het boek een karakterontwikkeling doorgemaakt, omdat hij in het begin van het boek een beetje een hekel aan zijn moeder had en het vaak niet kon uitstaan om met haar te praten over dingen aan de telefoon. Toen hij haar had gevonden in Kroatië en ze naar huis kwam, belde ze hem niet meer zo vaak. Ben begon te merken dat hij haar een beetje miste. Zie citaat 5.
Citaat 1: Ze sloot haar ogen en beëindigde het gesprek. Gespannen wachtte ik of ik haar borst zag bewegen, en gelukkig bleef ze ademen. Ze sliep. Ik sloop weg. Blz. 9


Dit stukje tekst laat zien dat hij zorgzaam is en ongerust is over zijn moeder.
Citaat 2: ‘een vest,’ stelde ze voor. ‘Een vest? Ik draag nooit vesten.’ ‘Ja, en weet je waarom? Je hebt geen vest.’ ‘Een vest,’ herhaalde ik goedkeurend. ‘Met een motiefje?’ Ze vroeg naar de bekende weg aangezien ze op de hoogte was van mijn voorkeur voor effen kleding. ‘Nee. Effen.’ ‘Ik heb anders mooie vesten gezien met een leuk motiefje of een tweede kleur.’ ‘Alleen effen,’ vond ik. ‘Dat is zo saai,’ meende mijn moeder, inmiddels uitgeput maar bereid de dood te sarren aangezien een vest voor haar zoon het sterven waard was. ‘Bij jou moet het altijd effen zijn. Ook je overhemden zijn altijd effen,’ ‘Ik hou van eenvoud.’ ‘Waarom zou een vest met een leuk motiefje niet eenvoudig kunnen zijn?’ ‘Omdat het een motiefje heeft, mam.’ ‘Iets kan eenvoudig zijn en toch een motiefje hebben.’ ‘Bij mij niet.’ ‘He, jij moet altijd zo anders zijn. Effen is zo ouderwets, Je bent er zo op uitgekeken.’ Blz. 9
Dit citaat laat zien dat Ben een eenvoudige man is die gesprekken met zijn moeder heel irritant kan vinden.
Citaat 3: Ik hoorde mijn moeder via het antwoordapparaat. ‘Bennie? Waar ben je? Ik weet dat je er bent, neem nou op, hier is mama! Bennie! Waarom zeg je nou niks! Ik weet dat je thuis bent! Zeg toch es wat! Bennie! Ben!’ ‘Ja ik ben er…’ ‘Waarom laat je me zo lang praten?’ ‘Ik moet eerst het antwoordapparaat uitzetten.’ ‘Wat was je aan het doen?’ Ik ben aan het werk.’ ‘Heb je televisie gekeken?’
Dit laat weer zien dat Ben zijn moeder heel irritant kan vinden en haar daarom negeert.
Citaat 4: Inge vond het tijd worden dat ik mijn frustratie van me afschudde en eindelijk een keuze maakte: ofwel ik was een varietéartiest ofwel ik was een kunstenaar à la Pollo, maar het had geen zin om het een te doen en van het ander te dromen. Natuurlijk had ze gelijk. Maar ik was te bang. Blz. 41
In dit stuk tekst word geschreven dat hij inderdaad moeilijk een besluit kan nemen.
Citaat 5: Nog steeds stond ze niet toe dat Fred bij haar over de drempel stapte, en nadat ze geweigerd had om in Hilversum te komen logeren liet ze zich op onze aandrang in Freds woning vertroetelen. Hij liet de duurste traiteurs komen en kocht in bij haar favoriete winkels, maar ze raakte weinig aan en leek opeens mijn telefoonnummer te zijn vergeten. Nu was ik degene die de hoorn greep. Ik zocht de geruststelling van haar stem. Blz 87

Anneke Weiss-IJsman
.
Een vierenzeventigjarige joodse vrouw uit Amsterdam Oud-Zuid. Ze heeft een Semitisch uiterlijk met een mooie mond die altijd rood gestift is. Ze heeft kastanjebruin geverfd haar en tekent haar wenkbrauwen altijd in een dunne streep. Ze draagt op maat gesneden mantelpakjes, praat heel veel over onderwerpen die totaal niet interessant zijn en is erg ijdel. Ook trekt ze zich niks van anderen aan, is ze snel tevreden en heeft ze een sterke eigen mening.
Citaat 1: Ook zijn oren had ze nodig. Het was voor haar van levensbelang om de wereld te beschrijven en te beoordelen. Ze kende geen twijfels over wat goed en slecht was. Goed was alles wat joden veiligheid schonk, slecht was alles wat joden schade berokkende. Blz. 65
Hier word beschreven dat ze haar eigen mening heeft en zich niks aantrekt van anderen.
Citaat 2: ‘Wat heb ik precies? Vertel het me eerlijk, Ben.’ Ik wist niet of zij verwachtte dat ik loog of de waarheid onthulde. ‘Er zit een soort wrat bij je lever. Die wrat sloot je lever af en daarom was je zo ziek toen je hier kwam. Maar dwars door die wrat hebben ze nu een buisje gestoken en dat zorgt ervoor dat je bloed nog steeds door je lever kan worden gezuiverd. Ze hebben alles onderzocht en je bloed is goed, je lever werkt, je nieren zijn als van een jonge meid.’ Met grote ogen, overlopend van vertrouwen in mijn woorden, luisterde ze naar mijn wartaal. Ze zei: ‘Bennie, ik zat net te denken: waarom een vest? Je draagt toch nooit een vest?’ Mijn uitleg had haar bevredigd. Meer was niet nodig Blz. 89
Dit citaat beschrijft dat ze snel tevreden is met een antwoord en niet verder vraagt.
Citaat 3: Ze begon weer grapjes te maken en blozend verlieten sommige verplegers haar kamer (‘Ik had gezegd: u moet gaan slapen, mevrouw Weiss, en ze zei: alleen als jij naast me komt liggen.’) en kreeg weer aandacht voor haar uiterlijk. Inge moest haar make-up-tasje brengen. Toen ik de verpleegster hielp om haar bed naar de röntgenafdeling te rollen, zeik ze: ‘Een foto maken? Maar Bennie, ik heb m’n gebit niet in. Blz. 88
Dit beschrijft dat ze zich niks aantrekt van anderen en dat ze ijdel is.
Citaat 4: ‘Dag, mam.’ ‘Mooi,’ zei ze zwak.’ ‘Ik zal zo de verpleegster om een vaas vragen.’ ‘Niet te koud, ’t water,’ sprak ze zonder adem. ‘Ik zal ’t zeggen. Alles is goed gegaan, hè?’ Ze trok licht haar schouders op en probeerde te glimlachen. Dit was het leven. Ziek worden en weer opstaan. Twee slangen liepen van een zuurstofapparaat naar haar neusgaten, via een infuus kreeg ze vocht toegediend, en machteloos grijnzend stond ik over haar gebogen. Ze fluisterde: ‘Weet je nou eindelijk wat je voor je verjaardag wil?’ Terwijl een monster haar gal en lever aan het wegvreten was, lag mijn moeder aan mijn verjaardag te denken. Blz. 8
Dit laat zien dat ze vastbesloten is en een eigen wil heeft.

Fred Bachman.

Een zevenzeventigjarige man, de vriend van Anneke, heeft een donker uiterlijk met geprononceerde kin en lange witte haren meestal gedragen in een staart. Hij drinkt heel veel, heeft tatoeages en draagt opvallende sieraden. Hij gedraagt zich alsof hij heel wat is, maar is eigenlijk best onzeker. Fred heeft vaak eenvoudige gesprekken, maar veroorzaakt snel een ruzie. Voor een oude man kan Fred nog rare dingen uithalen en denkt hij raar over relaties. Ook hij is ongerust over Anneke.
Citaat 1: ‘Heeft ze een ander?’ vroeg Fred. ‘Daarna heb ik haar niet meer gesproken. Is er iets, Fred?’ ‘Heeft ze een ander? ‘Een ander? Hoe bedoel je?’ ‘Spreek ik Chinees? Een ander. Een vriend, zoals ik.’ ‘Ik weet van niets,’ Liefdesperikelen. Blijkbaar verdwenen die ook na je zeventigste niet. Fred was bang dat mijn moeder er een tweede op na hield. Voor zoiets had ze niet de overtuiging. Niet mijn moeder. ‘Ik krijg haar niet te pakken,’ zei Fred. ‘Alsof ze zich voor me verbergt.’ ‘Ze is dol op je. Ik heb haar nog nooit zo zien doen tegen iemand.’ ‘Waren er anderen dan?’ Blz. 15
Dit stukje laat zien dat Fred onzeker is over zijn relatie met Anneke.
Citaat 2: ‘Is het erg?’ vroeg hij. Ik keek naar zijn neus. ‘Niks te zien.’ ‘Ik bedoel Anneke, goochemerd.’ ‘Ze is er niet.’ Met beide handen, de pinken koket omhoogwijzend, plaatste hij de zonnebril op het dikke bed van zijn zorgvuldig gekamde haar. Hij bekeek me met een heersersblik. Met een knipoog die begrip mijnerzijds veronderstelde vertelde hij bij onze kennismaking dat hij in de handel had gezeten. Hij zat naast mijn moeder op de bank, haar hand in de zijne, en voegde er veeltekenend aan toe: dit en dat hier en daar. Ik had geen idee wat dat was. ‘Gelukkig,’ zei Fred, ‘dan leeft ze.’ ‘Wisten we dat maar zeker.’ Ik liep terug de gang in en graaide de post van de mat. Fred volgde. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Ik ben bang dat er iets met haar is gebeurd dit is niet normaal.’ ‘Precies. Ze heeft een ander. Ligt al een paar dagen met hem in het nest. En ik wil niet weten wat ze daar doen.’ ‘ Ze is vierenzeventig, Fred!’ ‘En ik zevenenzeventig. Dacht je dat oude auto’s zonder smering rijden?’ Blz. 26
Dit beschrijft weer dat Fred onzeker is over zijn relatie met Anneke en dat hij ongerust is over waar ze is en wat er is gebeurt.
Citaat 3: ‘Ik heb liever centen zonder onafhankelijkheid dan andersom,’ sprak Fred tot het achteruitkijkspiegeltje. ‘U moet goed luisteren,’ dreigde de chauffeur met wapperende wijsvinger, zonder een spoor van vriendelijkheid, ‘Ik ben het niet met alles eens wat president Tudjman doet, maar we leefden hier als gevangenen in ons eigen land.’ ‘Flauwekul,’ antwoordde Fred, ‘jullie hadden het goed hier maar je hebt je gek laten maken door de politici. Ga gerust je gang, maar klaag niet over de ellende!’ ‘Leeft u hier of ik?’ De chauffeur gebaarde wild met zijn rechterhand. Ik lette op de smalle weg. ‘Weet u hoe het was als je werd aangehouden door een politieagent? De zenuwen die je had omdat je niet wist of hij een Kroaat of Serviër was? En als hij een Serviër was dan wist je dat ie je te grazen nam. We hebben altijd samengeleefd met de Serviërs maar we hebben nooit van ze gehouden!’ ‘Jullie hebben in de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden Serviërs afgeslacht.’Fred had geen mededogen. Ik wist niet hoe ik hem het zwijgen moest opleggen. Blz. 61
Dit stukje tekst laat zien dat Fred snel een ruzie kan beginnen en verkeerd kan reageren op mensen.
Citaat 4: Opeens ontdekte Fred mijn gestalte. Zonder de serveerster attent te maken op mijn aanwezigheid gebaarde hij met een kwade hand dat ik de kamer moest verlaten. Ik dronk een wodka aan de bar, een hoek van de hal die de vluchtelingen meden aangezien de prijzen op West-Europees niveau lagen. Na tien minuten schoof Fred naast mij op de barkruk. Snel in de kleren geschoten, het weelderige haar ongekamd. Hij zei: ‘Ik had de deur op slot moeten doen.’ ‘Die was op slot maar ik heb ook een sleutel.’ ‘Ik had er een stoel voor moeten zetten.’ ‘Je bent nog tot heel wat in staat, Fred, op jouw leeftijd.’ ‘Jaloers?’ ‘ Ik ben benieuwd of mijn moeder van jouw escapades weet.’ ‘Waarom zou je elkaar alles vertellen?’ Blz. 74
Deze tekst laat zien dat Fred tot dingen in staat is die niet bij zijn leeftijd passen en hij er over opschept. Hij doet dus alsof hij heel wat is.

Voorlopige mening
Inhoudelijke argumenten

2a. In het boek komt Ben erachter dat zijn moeder een tumor bij haar lever heeft, hij besluit haar dat niet te vertellen. Dit doet hij omdat hij bang is dat ze de levenslust zou opgeven. Tegen het advies van alle dokters in weten Ben en Inge dus een jaar lang dat Anneke kanker heeft. Anneke heeft niks door, die denkt dat ze gewoon een wratje heeft zitten daar die wat in de weg zit. Dit vind ik echt niet kunnen, als iemand kanker heeft, moet je dat diegene vertellen. Anneke had het laatste jaar van haar leven nog spannend en leuk kunnen maken, in plaats dat ze naar Sarajevo gaat en opgelicht wordt.
Citaat: Kanker was een woord dat niet werd uitgesproken. Zeggen was oproepen. Benoemen was tot leven brengen. Nu en dan kreunde ze. Niemand had het recht haar te vertellen dat ze over een jaar niet naar de telefoon zou grijpen om me op de hoogte te brengen van het dubieuze karakter van Arafat, ‘die boef met z’n theedoek, niet te vertrouwen is ie ook al staat ie nou te glimlachen en gaat ie naar Gaza’. Niemand had het recht om de dagen die ze nog had, één KLM-scheurkalender met twaalf kleurenfoto’s van dijken, rijstvelden,bergtoppen, gletsjers, te verduisteren met fabels van kwakzalverende medici. Ze zou geen dag kunnen ademen met de gedachte dat in haar buik een tijbom tikte. Voor haar dijde het eindeloos uit, zoals het heelal. As er een scherp einde op doemde, zouden haar luisterrijke zorgen over haar zoon, het presidentschap van de Verenigde Staten van Amerika, Israël, de kwaliteit van het vlees van slagerij Hergo, de kwaliteit van het brood van bakkerij Van Muyden, de kwaliteit van de koffie bij café-restaurant Delcavi, de roestplekken in mijn Citroën DS, de afleveringen van The Bold and the Beautiful, verdreven worden door het besef dat niets zin had. Blz. 7
2b. In het boek komen ook heel wat momenten voor waarop Ben (en de lezer) doorkrijgt dat oude mensen ook nog intiem zijn. In sommige delen van dit boek wordt dit beschreven, wat ik echt onsmakelijk vind omdat het over mensen gaat van over de zeventig. Ik, en ik denk nog veel meer mensen die dit boek hebben gelezen, hoeven echt niet bepaalde dingen precies beschreven te hebben. Het is meer dan genoeg om alleen al te weten wat er gaande is.
Citaat: Toen ik onze kamerdeur opende, hoorde ik muziek. Fred lag naakt op bed terwijl de donkere serveerster op de vloer op haar knieën zat, zij iet onaanzienlijke geslacht in haar mond. Haar haren hingen over haar ogen en verhinderden dat zij mij opmerkte. Driftig bewoog ze haar hoofd op en neer, Freds vochtige geslacht met beide handen vasthoudend.
Blz. 73 en 74
2c. Fred is in dit boek de vriend van Anneke, de moeder van Ben. Maar het lijkt alsof Ben een beetje tegen Fred opkijkt en hem beschouwt als vaderfiguur. Dit vind ik raar want Ben kent Fred helemaal nog niet zo lang, pas maar een half jaar, heeft hem nog maar 6 keer gezien en vindt het een beetje een rare vent.
Citaat: Hij vroeg: ‘Wat schrijf je daarin op?’ ‘Dingen die ik hoor.’ ‘Zoals wat?’ ‘Een melodietje dat me te binnen schiet, of minder nog, een maat.’ ‘Heb je veel van die boekjes?’ ‘Ja.’ ‘Wat doe je ermee?’ ‘Soms haal ik er iets uit voor een opdracht. Vaak niets.’ ‘Mijn broer was ook musicus,’ zei hij, en nam nog een slokje. ‘Niet slecht, hè, die cappuccino?’ ‘Nee.’ ‘Ziet er hier niet uit als een land dat in oorlog is.’ ‘We zijn niet in Zagreb zelf geweest.’ ‘Ik durf te wedden dat je echt niks merkt. Oorlog is iets mafs. Aan de grenzen wordt gemoord en tien kilometer verderop kan een mens tevreden op een terrasje zitten fluiten.’ ‘Maar al die soldaten dan?’ ‘Theater. Honderd kilometer verder begint het echte werk. Wat mij betreft schieten ze elkaar voor hun kop. Kroaten tegen Serviërs, weet je wat dat is? Rooms-katholieke fascisten tegen Orthodox-katholieke fascisten. Nee, mij hoor je niet klagen.’ Blz. 58

Structurele argumenten

3a. Het boek is vanuit de ik-persoon geschreven. Dit leest erg prettig. Omdat je je gewoon makkelijk kan voorstellen dat jij de hoofdpersoon bent, en je je zo beter kunt inleven. Ik heb ook wel eens boeken gelezen en daar werd vertellend geschreven. Dit vond ik niet prettig omdat het vaak verwarrend is waar het nou over gaat.
Citaat: ‘Mijn moeder. Belt me gek sinds ik m’n eigen telefoon heb.’ ‘Wat lief,’ zei mijn vleesgeworden sonate terwijl stukjes croissant op haar borsten dwarrelden. ‘Fout! Verder weg,’ riep mijn moeder door de telefoon. ‘Bij Keyzer?’ ‘Naast het concertgebouw.’ ‘Daar kom ik nooit. dat weet je toch?’ Dat wist ik. Ik waarschuwde Ineke: ‘Dit kan uren duren. Het is een ziekte.’ Blz. 20
3b. Het boek is chronologisch opgebouwd en het verhaal loopt over de periode van ongeveer een jaar. Er komt af en toe een flashback in voor. Ik vind het prettig dat het een chronologisch geschreven verhaal is omdat als het een niet chronologisch geschreven verhaal is, het vaak moeilijk is om te ontdekken waar in tijd ze nou zijn. Zijn ze vijf jaar eerder? Of zit je opeens in de toekomst. Dat het chronologisch was vond ik echt een pluspunt van dit boek. Een flashback af en toe maakt het ook wel handig omdat er dan beter wordt uitgelegd wat er nou gebeurde.
Citaat: Een jaar of tien na de dood van papa, ik was toen twintig en muziekstudent, belde ze zoals gewoonlijk naar mijn maker. Op haar kosten had ik telefoon genomen en geen dag verstreek zonder haar commentaar. Afleveringen in een toen al vertrouwde reeks, herhalingen in variaties van het gesprek van de voorgaande dag.
Blz. 19 en 20
3c. Het verhaal speelt zich af in Amsterdam, Hilversum en Split, Kroatië. In Amsterdam voornamelijk in het huis van Anneke en in Hilversum in het huis van Ben. Split is de enige plek die een beetje echt word beschreven, daar zijn ze in de binnenstad.
Citaat: We bekeken de plattegrond en stelden vast dat de binnenstad van Split een oppervlakte van slechts één vierkante kilometer besloeg. De buitenwijken strekten zich over het hele schiereiland uit en waren moeilijk te voet te doorkruisen. Achter ons hotel lag op de uiterste punt van de landstrook de Marjan, een heuvel die tot tweehonderd meter boven de zee reikte, een dreumes vergeleken met de ruwe rotsketen van meer dan zevenhonderd meter hoogste die ten oosten van de stad liep en de laaggelegen strook langs de Adriatische kust van het binnenland scheidde. Blz. 64 en 65

Persoonlijke argumenten
Dit boek sluit niet aan bij mijn smaak, omdat het gaat over een man van veertig en zijn relatie met zijn moeder, voor mij een meisje van zestien is dat natuurlijk ook wat moeilijker inleven. Het reizen dat gebeurt in het boek vind ik wel leuk, ik ben altijd wel geïnteresseerd geweest in andere landen en hun cultuur. Ik vind het heel erg wat er is gebeurd/ gebeurt op de Balkan en een paar vrienden van mij komen uit Bosnië en Kroatië dus vind ik het heel interessant om te lezen. Ik vind het altijd wel spannend om de verhalen te horen van oorlogen, hoe verschrikkelijk ze ook zijn. Dit boek vind ik al met al toch geen leuk boek, omdat het voor mij moeilijk is in te leven. Ik denk dat iemand die minstens 5 jaar ouder is dit boek toch al meer waardeert.

Morele argumenten
A. De moraal van het verhaal is dat Ben zijn moeder waardeert als ze er niet meer is. Dat je er vaak pas te laat achterkomt dat je mensen met respect moet behandelen.
B. Ik denk dat dat zo is, omdat Ben zijn moeder in het begin van het boek niet zo mag en zich heel erg stoort aan haar en haar verhalen over nutteloze onderwerpen. Maar naar mate ze zieker wordt en later verdwijnt, hij toch heel erg ongerust is en zich zorgen over haar maakt. Op het einde van het boek mist hij haar en zelfs de manier waarop haar stem klinkt en dus gaat hij haar zelf opbellen.
C. Ja ik ben het eens met die moraal. Omdat ik zelf ook heb meegemaakt dat je pas nadat iemand weg of bijna weg is waardeert wat diegene voor je deed en door hebt wat diegene voor je betekende. Dit boek laat mensen volgens mij echt zien om je ouders en de mensen rondom je te waarderen en meer aandacht aan ze te besteden.


Definitieve mening
Inhoudelijke argumenten

2a. In het boek komt Ben erachter dat zijn moeder een tumor bij haar lever heeft, hij besluit haar dat niet te vertellen. Dit doet hij omdat hij bang is dat ze de levenslust zou opgeven. Tegen het advies van alle dokters in weten Ben en Inge dus een jaar lang dat Anneke kanker heeft. Anneke heeft niks door, die denkt dat ze gewoon een wratje heeft zitten daar die wat in de weg zit. Dit vind ik echt niet kunnen, als iemand kanker heeft, moet je dat diegene vertellen. Anneke had het laatste jaar van haar leven nog spannend en leuk kunnen maken, in plaats dat ze naar Sarajevo gaat en opgelicht wordt.
Citaat: Kanker was een woord dat niet werd uitgesproken. Zeggen was oproepen. Benoemen was tot leven brengen. Nu en dan kreunde ze. Niemand had het recht haar te vertellen dat ze over een jaar niet naar de telefoon zou grijpen om me op de hoogte te brengen van het dubieuze karakter van Arafat, ‘die boef met z’n theedoek, niet te vertrouwen is ie ook al staat ie nou te glimlachen en gaat ie naar Gaza’. Niemand had het recht om de dagen die ze nog had, één KLM-scheurkalender met twaalf kleurenfoto’s van dijken, rijstvelden,bergtoppen, gletsjers, te verduisteren met fabels van kwakzalverende medici. Ze zou geen dag kunnen ademen met de gedachte dat in haar buik een tijbom tikte. Voor haar dijde het eindeloos uit, zoals het heelal. As er een scherp einde op doemde, zouden haar luisterrijke zorgen over haar zoon, het presidentschap van de Verenigde Staten van Amerika, Israël, de kwaliteit van het vlees van slagerij Hergo, de kwaliteit van het brood van bakkerij Van Muyden, de kwaliteit van de koffie bij café-restaurant Delcavi, de roestplekken in mijn Citroën DS, de afleveringen van The Bold and the Beautiful, verdreven worden door het besef dat niets zin had. Blz. 7
2b. In het boek komen ook heel wat momenten voor waarop Ben (en de lezer) doorkrijgt dat oude mensen ook nog intiem zijn. In sommige delen van dit boek wordt dit beschreven, wat ik echt onsmakelijk vind omdat het over mensen gaat van over de zeventig. Ik, en ik denk nog veel meer mensen die dit boek hebben gelezen, hoeven echt niet bepaalde dingen precies beschreven te hebben. Het is meer dan genoeg om alleen al te weten wat er gaande is.
Citaat: Toen ik onze kamerdeur opende, hoorde ik muziek. Fred lag naakt op bed terwijl de donkere serveerster op de vloer op haar knieën zat, zij iet onaanzienlijke geslacht in haar mond. Haar haren hingen over haar ogen en verhinderden dat zij mij opmerkte. Driftig bewoog ze haar hoofd op en neer, Freds vochtige geslacht met beide handen vasthoudend.
Blz. 73 en 74
2c. Fred is in dit boek de vriend van Anneke, de moeder van Ben. Maar het lijkt alsof Ben een beetje tegen Fred opkijkt en hem beschouwt als vaderfiguur. Dit vind ik raar want Ben kent Fred helemaal nog niet zo lang, pas maar een half jaar, heeft hem nog maar 6 keer gezien en vindt het een beetje een rare vent.
Citaat: Hij vroeg: ‘Wat schrijf je daarin op?’ ‘Dingen die ik hoor.’ ‘Zoals wat?’ ‘Een melodietje dat me te binnen schiet, of minder nog, een maat.’ ‘Heb je veel van die boekjes?’ ‘Ja.’ ‘Wat doe je ermee?’ ‘Soms haal ik er iets uit voor een opdracht. Vaak niets.’ ‘Mijn broer was ook musicus,’ zei hij, en nam nog een slokje. ‘Niet slecht, hè, die cappuccino?’ ‘Nee.’ ‘Ziet er hier niet uit als een land dat in oorlog is.’ ‘We zijn niet in Zagreb zelf geweest.’ ‘Ik durf te wedden dat je echt niks merkt. Oorlog is iets mafs. Aan de grenzen wordt gemoord en tien kilometer verderop kan een mens tevreden op een terrasje zitten fluiten.’ ‘Maar al die soldaten dan?’ ‘Theater. Honderd kilometer verder begint het echte werk. Wat mij betreft schieten ze elkaar voor hun kop. Kroaten tegen Serviërs, weet je wat dat is? Rooms-katholieke fascisten tegen Orthodox-katholieke fascisten. Nee, mij hoor je niet klagen.’ Blz. 58
2d. Mijn groepje en ik vonden dat Ben en Fred er veel te snel en te makkelijk achterkwamen waar Anneke was, toen ze vermist werd. En het had ook wat langer mogen duren in Split voordat ze Anneke opeens vonden. In beide gevallen deden ze niet veel moeite om Anneke te vinden.
Citaat: Hij bekeek een van de enveloppen op armslengte zodat zijn verziende ogen het opschrift konden ontcijferen. ‘Reisbureau Oppenmeiner,’ las hij. ‘Die zitten hier om de hoek op het Minervaplein.’ Ik kende het, een bureau dat gespecialiseerd was in reizen naar Israël. Fred overhandigde me de envelop, gericht aan mijn moeder, Mevr. A. Weiss Raphaelstraat 28. Ik wriemelde een hoekje los en stak een vinger door het gat, scheurde de envelop open. Een rekening. Mijn moeder had een vliegreis geboekt naar Split in Kroatië, een van de landen die zich ahadden losgemaakt van Joegoslavië. Haar vertrek had de afgelopen woensdagmiddag plaatsgevonden.

Structurele argumenten
3a. Het boek is vanuit de ik-persoon geschreven. Dit leest erg prettig. Omdat je je gewoon makkelijk kan voorstellen dat jij de hoofdpersoon bent, en je je zo beter kunt inleven. Ik heb ook wel eens boeken gelezen en daar werd vertellend geschreven. Dit vond ik niet prettig omdat het vaak verwarrend is waar het nou over gaat.
Citaat: ‘Mijn moeder. Belt me gek sinds ik m’n eigen telefoon heb.’ ‘Wat lief,’ zei mijn vleesgeworden sonate terwijl stukjes croissant op haar borsten dwarrelden. ‘Fout! Verder weg,’ riep mijn moeder door de telefoon. ‘Bij Keyzer?’ ‘Naast het concertgebouw.’ ‘Daar kom ik nooit. dat weet je toch?’ Dat wist ik. Ik waarschuwde Ineke: ‘Dit kan uren duren. Het is een ziekte.’ Blz. 20
3b. Het boek is chronologisch opgebouwd en het verhaal loopt over de periode van ongeveer een jaar. Er komt af en toe een flashback in voor. Ik vind het prettig dat het een chronologisch geschreven verhaal is omdat als het een niet chronologisch geschreven verhaal is, het vaak moeilijk is om te ontdekken waar in tijd ze nou zijn. Zijn ze vijf jaar eerder? Of zit je opeens in de toekomst. Dat het chronologisch was vond ik echt een pluspunt van dit boek. Een flashback af en toe maakt het ook wel handig omdat er dan beter wordt uitgelegd wat er nou gebeurde.
Citaat: Een jaar of tien na de dood van papa, ik was toen twintig en muziekstudent, belde ze zoals gewoonlijk naar mijn maker. Op haar kosten had ik telefoon genomen en geen dag verstreek zonder haar commentaar. Afleveringen in een toen al vertrouwde reeks, herhalingen in variaties van het gesprek van de voorgaande dag.
Blz. 19 en 20
3c. Het verhaal speelt zich af in Amsterdam en Split, Kroatië. Tijdens de groepsopdracht zijn we het er over eens geworden dat het verhaal zich voornamelijk afspeelt in Amsterdam en Split en niet in Hilversum. In Amsterdam voornamelijk in het huis van Anneke en in Hilversum in het huis van Ben. Split is de enige plek die een beetje echt word beschreven, daar zijn ze in de binnenstad.
Citaat: We bekeken de plattegrond en stelden vast dat de binnenstad van Split een oppervlakte van slechts één vierkante kilometer besloeg. De buitenwijken strekten zich over het hele schiereiland uit en waren moeilijk te voet te doorkruisen. Achter ons hotel lag op de uiterste punt van de landstrook de Marjan, een heuvel die tot tweehonderd meter boven de zee reikte, een dreumes vergeleken met de ruwe rotsketen van meer dan zevenhonderd meter hoogste die ten oosten van de stad liep en de laaggelegen strook langs de Adriatische kust van het binnenland scheidde. Blz. 64 en 65

Persoonlijke argumenten

Dit boek sluit niet aan bij mijn smaak, omdat het gaat over een man van veertig en zijn relatie met zijn moeder, voor mij een meisje van zestien is dat natuurlijk ook wat moeilijker in te leven. Hoe hij zich voelt over zijn moeder die kanker heeft is iets makkelijker in te leven voor mij, Sophie en Maria omdat familieleden van ons ook kanker hebben gehad. Het reizen dat gebeurt in het boek vind ik wel leuk, ik ben altijd wel geïnteresseerd geweest in andere landen en hun cultuur. Ik vind het heel erg wat er is gebeurd/ gebeurt op de Balkan en een paar vrienden van mij komen uit Bosnië en Kroatië dus vind ik het heel interessant om te lezen. Ik vind het altijd wel spannend om de verhalen te horen van oorlogen, hoe verschrikkelijk ze ook zijn. Dit boek vind ik al met al toch geen leuk boek, omdat het voor mij moeilijk is in te leven. Ik denk dat iemand die minstens 5 jaar ouder is dit boek toch al meer waardeert. In de groepsdiscussie zijn we het er eens over geworden dat lezen over iemand van je eigen leeftijd inderdaad makkelijker en leuker is.

Morele argumenten

A. De moraal van het verhaal is dat Ben zijn moeder waardeert als ze er niet meer is. Dat je er vaak pas te laat achterkomt dat je mensen met respect moet behandelen. Marlinda vond de moraal van het verhaal: als iemand iets niet wilt zeggen, betekent het niet dat diegene er niet meer aan denkt. Hiermee was ik het niet eens, omdat dat geen moraal is, het is iets niet doen, en het maar over een klein deel van het boek gaat.
B. Ik denk dat dat zo is, omdat Ben zijn moeder in het begin van het boek niet zo mag en zich heel erg stoort aan haar en haar verhalen over nutteloze onderwerpen. Maar naar mate ze zieker wordt en later verdwijnt, hij toch heel erg ongerust is en zich zorgen over haar maakt. Op het einde van het boek mist hij haar en zelfs de manier waarop haar stem klinkt en dus gaat hij haar zelf opbellen.
C. Ja ik ben het eens met die moraal. Omdat ik zelf ook heb meegemaakt dat je pas nadat iemand weg of bijna weg is waardeert wat diegene voor je deed en door hebt wat diegene voor je betekende. Dit boek laat mensen volgens mij echt zien om je ouders en de mensen rondom je te waarderen en meer aandacht aan ze te besteden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.