De titel van het boek is Schijndood.
Ik denk dat het boek deze titel heeft, omdat Kris in het begin van het verhaal angstdromen heeft waarin hij doodgaat. Hij gaat natuurlijk niet echt dood, maar dat idee heeft hij wel. Als hij zijn vorige leven te zien krijgt, ziet hij dat hij daar ook ernstig ziek is en stervende is. Hier gaat hij wel dood, maar in zijn echte leven leeft hij gewoon nog.

De auteur van het boek is: Simone van der Vlugt.

Het genre van het boek is: historische roman.

Het thema van het boek is: historie algemeen.
Dat weet je aan de ziektes die toen heersten, voorwerpen en het gemak van iemand verbannen uit een stad.
Twee voorbeelden uit het boek waaraan je kunt zien dat dit het thema is, zijn:
- ‘De stem van de verdachte werd opvallend hees bevonden en zijn urine is van twijfelachtige kleur. Op grond van deze bevindingen moeten wij helaas tot de conclusie komen dat de verdachte besmet is met de ziekte van Lazarus en hem een vuilbrief meegeven. Als poorter van de stad Alkmaar heeft de patiënt het recht zich te laten opnemen in de leprozerie van deze stad, alwaar hij verzorgd zal worden.’
- ‘Waar maken jullie je zo druk om? Wat is er aan de hand in Leiden?’
‘De pest, heer. In Leiden is de pest uitgebroken.’
‘De pest!’ roepen ze alledrie tegelijk ontzet uit.

Schrijf een ander einde aan het boek. Beschrijf eerst hoe het boek nu eindigt. Schrijf vervolgens een ander einde. Leg daarna uit waarom je juist dit einde hebt bedacht.
Het boek eindigt als volgt:
Na de laatste behandeling bij Heleen (de reïncarnatietherapeute) gaat Kris naar Alkmaar. Hij bezoekt de grote kerk en zoekt daar de steen waar de familie van Olivier begraven ligt. Hij ontmoet er een vrouw die Marijke Duivenvoorden heet. Ze is schilder. Kris vindt de steen en gaat erbij zitten. Na een tijdje valt hij in slaap, maar het is geen gewone slaap. Hij gaat weer terug naar zijn vorige leven. Het leven van Olivier.
Olivier wordt wakker in de grote kerk. De buil onder zijn oksel is flink gegroeid. Hij voelt zich duizelig en wordt door een man naar het pesthuis gebracht. Waar hij enkele uren later sterft.
Kris wordt wakker gemaakt door Marijke Duivenvoorden. Ze helpt hem overeind en geeft hem te drinken. Hij beseft wat er is gebeurd en weet dat Olivier dood is gegaan in het pesthuis. Hij voelt zich verlicht. Hij gaat de kerk uit en loopt naar het station. Hij kijkt om zich heen en voelt gewoon dat hij schilder moet worden. Hij is vastbesloten.

Ik zou het boek als volgt laten eindigen:
Ik zou Kris wel terug laten gaan naar Alkmaar en hem daar in slaap laten vallen bij het graf van Olivier’s ouders, maar ik zou er voor zorgen dat Olivier geen builen krijgt en dat hij blijft leven. Ik zou schrijven dat de vlekken inderdaad een huiduitslag waren en niet de ziekte van lazarus. Ook zou ik willen dat zijn vroegere liefde Lidewij nog zou leven en hij met haar zou trouwen en dat ze een gelukkig leven zouden hebben. Wel zou ik de familie van Olivier laten sterven, omdat dat de actie erin houdt. Anders wordt het zo’n saai verhaal.

Ik zou het zo doen, omdat ik het einde van het boek niet zo leuk vind zoals het nu is. Kris komt wel van zijn angstdromen af, maar Olivier is ook de hoofdpersoon. Ik vind dat de hoofdpersoon van een verhaal moet blijven leven. Wel mag zijn familie dood gaan. Dat is natuurlijk niet zo leuk voor Olivier, maar anders wordt het zo’n saai verhaal waar helemaal niks in gebeurt.
Samenvatting:
Kris is een student die veel last heeft van angstdromen. Op aanraden van zijn vriendin, Dominique, gaat hij op bezoek bij een reïncarnatietherapeute. Zij neemt hem mee naar een vorig leven. Daar verandert Kris in Olivier. Olivier is een jongen die te horen krijgt dat hij de ziekte van lazarus heeft en wordt naar een leprozerie gestuurd. Daar woont hij een tijdje, tot hij het niet meer uithoudt. Hij bezoekt zijn ouders stiekem, maar moet weer snel vertrekken voordat hij herkend wordt. Hij reist met Jeroom mee, een kwakzalver die door het hele land reist om middeltjes te verkopen die niet werken. Met hen reist ook een vrouw mee: Isa, die moeder is van een tweeling.
Wanneer Kris is teruggehaald naar de realiteit gaat hij met Dominique naar het Alkmaar van de eenentwintigste eeuw. Hij ontdekt dat Olivier echt geleefd heeft en besluit nog eens onder hypnose te gaan, wanneer zijn angstdromen niet ophouden.
Olivier krijgt te horen dat de pest is uitgebroken in Alkmaar, waar zijn familie woont. Hij besluit terug te keren. Als hij in de stad aankomt is het doodstil op straat. Zijn moeder, broertje en zusje zijn dood. Zijn vader is stervende. Hij verzorgd zijn vader tot deze op een nacht dood is.
Weer wordt Kris teruggehaald naar de realiteit en gaat opnieuw naar Alkmaar. Hij bezoekt het graf van zijn familie en valt er in slaap. In zijn dromen gaat hij terug naar zijn vorige leven. Olivier is zich steeds slechter gaan voelen en op zijn lichaam zijn steeds grotere vlekken ontstaan, die zijn veranderd in wonden. Hij wordt naar het pesthuis gebracht waar hij een paar uur later sterft.
Kris is eindelijk van zijn angstdromen af, maar draagt het verdriet van Olivier altijd bij zich.

Wie zijn de belangrijkste personen in het verhaal?
De belangrijkste personen uit het verhaal zijn Kris, Olivier, Jeroom, en Isa, Boudewijn Moeriaans, Kathelijne Moeriaans, Dominique en Heleen.
Waarom zijn die personen zo belangrijk voor het verhaal?
Kris krijgt in het begin van het verhaal angstdromen. Op aanraden van Dominique maakt hij een afspraak bij Heleen, een reïncarnatietherapeute. Onder hypnose verandert Kris in een andere persoon, degene die hij was in een vorig leven, Olivier. De ouders van Olivier heten Boudewijn Moeriaans en Kathelijne Moeriaans. Olivier krijgt te horen dat hij aan de ziekte van lazarus lijdt en wordt uit de stad verbannen. Hij ontmoet Jeroom en Isa en reist met hen mee. Jeroom verteld hem dat hij alleen een huiduitslag heeft en geen lazarus.
Wat hebben die personen met elkaar te maken?
Kris is de hoofdrolspeler uit deze tijd. Olivier is de jongen die Kris was in een vorig leven. Dominique is een vriendin van Kris en Jeroom en Isa zijn vrienden van Olivier. Boudewijn Moeriaans en Kathelijne Moeriaans zijn de ouders van Olivier. Heleen is de reïncarnatietherapeute die Kris onder hypnose brengt en daarbij de tante van Dominique is.
Beschrijf aan de hand van voorbeelden uit het boek van wat die personen zeggen, denken en doen hoe hun karakter is.
Kris is een vriendelijke jongen die last heeft van angstdromen. Dominique is een vriendin van Kris. Ze is erg aardig en wil Kris helpen van zijn angstdromen af te komen. Olivier is een jongen die aan de ziekte van lazarus lijdt. Boudewijn Moeriaans en Kathelijne Moeriaans zijn de ouders van Olivier en doen er niks aan om hun zoon te houden. Ze laten hem gewoon uit de stad verbannen. Jeroom en Isa zijn een verliefd koppel die door het land reizen. Olivier reist met hen mee. Jeroom geeft zich uit als dokter. Hij vertelt Olivier dat hij aan een ongevaarlijke huiduitslag lijdt. Heleen is een hele aardige vrouw die Kris graag wil helpen.
Vertel of die personen in de loop van het verhaal veranderen en zo ja, hoe.
Kris is de enige die in de loop van het verhaal verandert. Hij komt in een vorig leven terecht en is dan Olivier.

Beschrijf de plaats(en) waar het verhaal zich afspeelt. Geef hierbij voorbeelden. Vertel waarom die plaatsen zo belangrijk zijn voor het verhaal.
Het verhaal speelt zich af in Nederland, omdat ze door het land trekken is niet te zeggen waar precies.
Voorbeeld 1: Het is doodstil in de Sint-Jakobskapel van de leprozerie van Haarlem.
Voorbeeld 2: De troostende woorden van de dominee bereiken hem niet. Daarvoor is hij nog te veel bezig met het ritueel waarmee hij uit Alkmaar is verbannen.
Voorbeeld 3: ‘Halt! Waar komen jullie vandaan?’
Úit Alkmaar, beste man. Wij hebben daar de jaarmarkt bezocht,’ zegt Jeroom geduldig. ‘In Leiden is het ook jaarmarkt.’

Vertel iets over de rol die de tijd in het verhaal speelt.
Wanneer speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich voor het grootste deel af in 1655/1656. Ook speelt een stuk van het verhaal zich af in de eenentwintigste eeuw.
Hoe lang duurt het verhaal?
Het verhaal duurt ongeveer een jaar.
Wordt het verhaal chronologisch verteld?
Geef daarbij voorbeelden uit het boek.
Het verhaal wordt niet echt chronologisch verteld, want je leest eerst over Kris en daarna gaat hij terug naar een vorig leven. Dat is dus al eerder gebeurd. Het verhaal wordt dus niet chronologisch verteld, maar als je eenmaal in het verhaal van Olivier zit wordt het weer wel chronologisch verteld. Daar volgen de gebeurtenissen zich gewoon achter elkaar op.

Vanuit welk vertelperspectief is het boek geschreven?
Het boek is geschreven vanuit het ik-perspectief en het hij/zij perspectief.
Waarom is dat in dit boek belangrijk?
Dat is belangrijk, omdat je je dan echt inleeft in de hoofdpersoon.
Wat zijn de gevolgen?
Verduidelijk je antwoord met voorbeelden.
De gevolgen zijn dat je je heel erg inleeft in Kris en Olivier. Als je een stukje van Kris leest wordt er gekeken vanuit de ogen van Kris. Je leest dus wat Kris allemaal meemaakt, maar ook wat Olivier heeft meegemaakt. Dat weet Kris ook allemaal. Onder hypnose is hij Olivier ook echt en spreekt ook als Olivier, maar als hij uit zijn hypnose ontwaakt spreekt hij als Kris. Dan is Olivier als een soort hele goede vriend voor hem.
Voorbeeld 1: Terwijl ze langs het Klaphuis rijden dringt een stem tot Olivier door. Een dringende stem, die steeds duidelijker wordt.
‘Kris, hoor je me? Ik roep je terug. Je leeft in de eenentwintigste eeuw, niet in de zeventiende. Ik ga tot drie tellen en bij drie ben je terug. Je kunt je de hele regressie herinneren en wordt rustig wakker.
Voorbeeld 2: Olivier ziet vage gestalten die op hem wachten. Zijn geest stijgt op. De pijn is weg.
Hij opent zijn ogen en ziet een gezicht dat hem totaal niet bekend voorkomt. Het is een vrouwengezicht, omlijst door donkere krullen. ‘Gaat het wel?’ vraagt de vrouw bezorgd. Hij blijft haar maar aanstaren, sprakeloos. Ze ziet die builen toch zeker wel, en zijn zwarte opgezwollen tong?
‘Hoe heet je?’ vraagt de vrouw. Olivier,’ fluistert hij. ‘Werd je opeens niet goed, of ben je gevallen?’ Hij weet het niet meer. Waar is hij eigenlijk? De kerk? De vrouw ziet zijn verwarring. Ze helpt hem in zittende houding. Heel langzaam trekt de mist in zijn hoofd op en is hij in staat wat beter om zich heen te kijken. Zijn oog valt op een schilderijenexpositie. Schilderijen? Dan herkent hij de vrouw. ‘Hoe zei je ook alweer dat je heet? Olivier hè?’
‘Nee…nee, ik zei het verkeerd. Ik heet Kris.

Beschrijf drie spannende gedeelten uit het boek.
1 Als Kris voor de eerste keer naar de reïncarnatietherapeute gaat en dan in zijn vorige leven terechtkomt.
2 Als Olivier naar de leprozerie gaat en al die mensen ziet met wonden en andere misvormingen in hun gezicht en op de rest van hun lichaam.
3 Als Olivier teruggaat naar Alkmaar om te kijken hoe het met zijn familie gaat en dan ontdekt dat zijn broertje, zusje en moeder dood zijn en zijn vader stervende is.
Leg uit waarom je juist die gedeelten zo spannend vindt.
Ik vind deze gedeelten zo spannend, omdat je speciaal in deze fragmenten van het boek erg meeleeft met de hoofdpersoon en je goed begrijpt hoe hij zich op deze momenten voelt.

Beschrijf drie situaties uit het verhaal waarin jij anders zou handelen dan de personen in het verhaal. Leg eerst uit wat de personen in het boek doen. Leg daarna uit hoe jij het zou doen. Leg daarna uit waarom jij het zo zou aanpakken.
1 Dat Olivier weg gaat uit de leprozerie. Ik zou er blijven, want dat is zijn enige kans om te overleven en niet aan de kant van de weg hoeft te gaan bedelen.
2 Dat Olivier terugging naar Alkmaar om te kijken hoe het met zijn familie ging. Ik zou er nooit naar teruggaan, want ten eerste hadden ze hem ook in de steek gelaten toen ze hoorden dat hij de ziekte van lazarus had en ten tweede wist hij eigenlijk al van tevoren dat ze dood zouden zijn. Hij liep alleen maar gevaar om zelf ook de pest te krijgen.
3 Dat Kris op het einde van het verhaal terug ging naar Alkmaar. Dat zou ik niet doen, want het roept alleen maar nare herinneringen bij je op.

Persoonlijke reactie

Kies twee fragmenten uit het verhaal die je aan het denken hebben gezet. Neem de fragmenten over, zet erbij op welke pagina’s die in het boek staan.

Bladzijde 41:
‘De stem van de verdachte werd opvallend hees bevonden en zijn urine is van twijfelachtige kleur. Op grond van deze bevindingen moeten wij helaas tot de conclusie komen dat de verdachte besmet is met de ziekte van Lazarus en hem een vuilbrief meegeven. Als poorter van de stad Alkmaar heeft de patiënt het recht zich te laten opnemen in de leprozerie van deze stad, alwaar hij verzorgd zal worden. Hij mag zich niet meer in steden en dorpen vertonen, moet smalle paden en wegen vermijden, moet schoenen dragen om de wegen niet te besmetten, mag niet bij openbare putten of bronnen komen en moet een klepper bij zich dragen.’

Bladzijde 49:
Langzaam draait Olivier zich om. Alida wacht op hem in de gang, die naar het einde toe steeds donkerder wordt. Uit de schemering verschijnen mismaakte gestalten, als plotseling opdoemende geesten. Ze bewegen zich voort op krukken, schuifelen over de grond met schemels. Ze komen op hem af als doden die uit het graf zijn opgestaan; vol knobbels en zweren, met handen die verkrampt zijn tot klauwen.
Leg duidelijk uit waarom je die fragmenten hebt gekozen.
Ik heb deze fragmenten gekozen, omdat het ongewoon is in deze tijd, maar wel heel erg interessant.
Welke gedachten kwamen er in jou op bij het lezen van deze fragmenten?
Ik vind het raar dat iemand die ziek is uit de stad wordt verbannen, al kan ik wel begrijpen waarom. De mensen waren bang dat ze de ziekte zelf ook zouden krijgen. Toch vind ik dat je de zieke mensen niet zomaar kunt verbannen en bij elkaar kunt stoppen. Ze hadden er beter onderzoek naar moeten doen om uit te vinden hoe het te genezen is in plaats van ze gelijk weg te sturen. Dan leren ze natuurlijk nooit wat over de ziektes.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.