Saartje Tadema door Thea Beckman

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 2387 woorden
  • 25 juni 2007
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 21 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1996
Pagina's
191
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Kinderjury 10-12jaar (1997 Genomineerd) , Kinderjury 13-16jaar (1997 Genomineerd) , Jonge Jury (1998 Genomineerd)

Boekcover Saartje Tadema
Shadow
Saartje Tadema door Thea Beckman
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Vooraf
1 Waarom heb je het boek gekozen?
Het leek me een interessant en spannend boek.
Ik vond het vooral leuk omdat het vooral omdat het over Amsterdam en een weesmeisje gaat, dat sprak me wel aan. Ik vond de tekst op de achterkant ook leuk om te lezen, heel erg uitnodigend.

2 Hoe ziet de omslag eruit?
Je ziet Saartje over een kade rennen, in een zwarte jurk, met een omslagdoek en een kapje. Ze loopt over een kade in Amsterdam. In de gracht liggen een paar grote zeilschepen en wat kleine roeibootjes met twee mannen erin. Aan de kade aan de overkant staat een groot huis.
Ik denk dat dat het weeshuis is, maar ik weet het niet zeker.

Waarschijnlijk is dit een plaatje van Saartje, die nèt weg is uit het weeshuis (nadat ze daar 10 jaar heeft gezeten) en blij is met haar vrijheid.

Vragen over de inhoud van het boek
1 Verklaar de titel van het boek.
De titel is de naam van de hoofdpersoon. Eigenlijk heet ze Sara, maar bijna iedereen noemt haar Saartje.

2 Wie is de hoofdpersoon?
Saartje (Sara) Tadema. Ze is nogal brutaal en wil graag veel leren. Ze zeurt de meesters in het weeshuis aan hun hoofd om boeken. Ze ziet er net zo uit als op de voorkant, dus blond, met krullend haar, niet groot en niet klein. In het boek staat één keer iets over hoe ze eruit ziet: “haar heupen waren te smal, haar armen te dun, haar voorhoofd te hoog”. Hierdoor lijkt het of ze onzeker is, maar ze is juist erg zelfverzekerd en opstandig. Aan het begin van het verhaal is Saartje 7 jaar oud, aan het eind ongeveer 18 jaar.

3 Welke personen komen er nog meer voor in het boek?
Saartjes familie:

Dirk, de broer van Saartje. Hij lijkt niet echt op Saartje. Zij wil graag reizen maken en veel zien. Maar Dirk blijft liever in Amsterdam en wordt scheepstimmerman. Dit zorgt, de paar keer dat Saartje en Dirk elkaar zien (in het weeshuis leven ze gescheiden) voor ruzies. Maar toch houdt Saartje veel van haar broer. Hij lijkt een beetje op Saartje, maar is groter en breder. Hij is ongeveer drie jaar ouder dan Saartje.

Kobbetje, het kleine broertje van Saartje. Hij heet eigenlijk Jakob. Saartje is erg verdrietig als hun moeder doodgaat en ze Kobbetje moet achterlaten bij een “minnemoei”. Later komt Kobbetje in het weeshuis, maar dan is hij erg afstandelijk. Aan het begin van het verhaal is hij 2 ½ jaar oud.

Personen uit het weeshuis:
Vrouw Alkemade, de “binnenmoeder”. Zij is moeder in het kinderhuis, dus ze zorgt alleen voor de kinderen. Ze vindt Saartje erg lastig en brutaal. Vrouw Alkemade is ontzettend groot en dik. Voor de kinderen is het een soort reus.

Liesbeth, een heel gemeen meisje. Zij pest altijd de andere kinderen, en het liefst Saartje. Ze is net zo oud als Saartje.

Geesje, een meisje dat vriendin wordt van Saartje als ze in het meisjeshuis komt. Geesje is net als Saartje erg leergierig, en houdt van lezen. Saartje vindt Geesje erg knap (van uiterlijk), vergeleken bij zichzelf. Geesje is ongeveer 4 jaar ouder dan Saartje, maar toch kunnen ze goed met elkaar opschieten.

Personen uit de Herberg-op-het-IJ:
Gerrit Cornelisz., een klant van de herberg-op-het-IJ waar Saartje gaat werken. Hij schept altijd op over dat hij zo goed Latijn kan lezen, maar eigenlijk kent hij maar een paar spreekwoorden in het Latijn. Hij is niet erg rijk en staat erg in de schulden. Het is niet zo’n aardige man, Saartje mag hem ook niet.

Hein, de oude schipper. Hij is een vaste klant en “woont” in de herberg, dus hij slaapt er altijd. Het is een aardige schipper. Hij leent Saartje veel boeken en vertelt haar graag verhalen over de zeevaart, waar ze altijd erg nieuwsgierig naar is.

Auke Jorritsma, de grote blonde Fries. Hij is erg lief voor Saartje. Hij gaat vaak weg op zeereizen, maar komt na een paar maanden altijd weer terug in de herberg. Één keer gaat hij uit met Saartje, en daarna wordt ze verliefd op Auke. Als hij na zijn zeereis terugkomt, trouwt ze met hem. Hij is ongeveer 25 jaar oud.

Willem van Enkhuizen, de herbergier van de herberg-op-het-IJ. Eerst weet hij niet zeker of hij Saartje moet aannemen, maar later is hij erg tevreden over haar, omdat ze te vertrouwen is en goed haar werk doet.

Elisa van Enkhuizen, de vrouw van de herbergier. Ze heeft een pasgeboren kindje, Kobus, en kan daarom Saartjes hulp goed gebruiken. Ook zij vindt het een trouw en eerlijk dienstmeisje.

4 Door wiens ogen beleef je het verhaal?
Door de ogen van Saartje.

5 Welke persoon/personen vond je het aardigst?
Ik vind Hein, de oude schipper het aardigst. Hij neemt het altijd op voor Saartje, en luistert naar haar als ze wat vertelt. Hij vindt haar grappig omdat ze zo brutaal en opstandig is. Omdat Saartje zo slim is, leent hij haar wat van zijn scheepvaartboeken.

6 Welke persoon/personen vond je het minst aardig?
Ik vind Gerrit Cornelisz. het minst aardig. Hij schept altijd op maar is nooit echt aardig. Hij wil wel graag uit met Saartje, maar die heeft ook wel door dat Gerrit Cornelisz. een gemeen ventje is.

7 Waar speelt het verhaal zich af? (werelddeel/land/streek/plaats/binnenshuis of buitenshuis etc.)
In Europa/Nederland/Noord-Holland/Amsterdam/binnenshuis én buitenshuis.

8 Wanneer speelt het verhaal zich af? (heel vroeger/vorige eeuw/kort geleden/vorige week/gisteren/in het weekend/’s avonds)
Heel vroeger, vanaf 1712.

9 Met welke problemen wordt de hoofdpersoon geconfronteerd, hoe lost zij deze op?
Op school is er maar één boek, en alle spulletjes zijn altijd helemaal kapot. Er is bijna niets om mee te leren lezen, schrijven of rekenen. Saartje vermoedt dat meester Jansen het geld dat hij krijgt om schoolspullen te kopen, voor zichzelf houdt. Af en toe komt er een regentes op school om te kijken hoe leerlingen het doen. Dan roept meester Jansen altijd Saartje naar voren om tafels op te noemen, want Saartje is zijn beste leerling.
Toen er een keer een regentes naar school kwam, zei Saartje: “goed hè, meester? Gaat u me nu niet op mijn blote billen slaan?”
Meisjes mochten niet geslagen worden. Daardoor kwam er een groot onderzoek, en kwamen de regentessen erachter dat het niet goed ging met de school. Er kwam een nieuwe meester, die meteen nieuwe schoolboekjes en rekenboekjes kocht.

Op een dag komt Saartjes vroegere buurvrouw op bezoek en neemt een boekje voor haar mee, een volksboekje met verhalen over een moedige ridder, verre landen en veel tovenarij. Daar is Saartje heel blij mee. Tot dat de binnenmoeder het ontdekt en het afpakt, omdat het “foute lectuur” is, niet goed voor een beschaafd mens.
Saartje wordt daar erg kwaad om, omdat er zo weinig boeken op school waren, en die had ze allemaal al een paar keer gelezen. Dit was eens iets anders! Toen het boek afgepakt was, is ze gaan klagen bij de regentessen (schoolhoofden). Die wilden allemaal dat Saartje een hele erge straf kreeg, omdat ze zo brutaal was. Maar één regentes, de rijkste, vond dat niet nodig. Omdat de regentes zo machtig was, moesten de anderen naar haar luisteren. Dus kreeg Saartje haar boek terug.

10 Wat gebeurt er? Geef een samenvatting van tenminste 200 woorden.
In het jaar 1712 gaat de moeder van Saartje dood, 10 maanden na de dood van haar man. Saartje en haar broer Dirk moeten naar het Burgerweeshuis, hun kleine broertje gaat naar een minnemoei. In het weeshuis kan Saartje maar moeilijk wennen. Ze vond het vooruitzicht om naar school te gaan fijn, maar eenmaal op school is het een rommel, en zijn er bijna geen boeken of andere spullen. Gelukkig zorgt Saartje ervoor dat ze een nieuwe leraar krijgen.
In het weeshuis heeft ze weinig vriendinnen. Één goede vriend, Pieter, maar hij is ouder dan Saartje en gaat na een tijdje naar het jongenshuis.
Saartje maakt zich vaak druk over dat ze zo brutaal is, en graag wil lezen. Haar meester heeft vaak gezegd dat denken niet voor het gewone volk is. Denken doen de regenten en dominees wel, dus de rijkere mensen. Saartje denkt dat de duivel haar ertoe heeft gebracht om brutaal te zijn, en om na te denken. Daarom bidt ze zo vaak ze kan, en denkt ze goed na voor ze iets doet. Als ze bijvoorbeeld iets moet borduren, kiest ze niet een bijbelse voorstelling. Ze denkt dat de duivel zal maken dat ze de personen uit de bijbel heel lelijk zal afbeelden, bijvoorbeeld met en bochel of lelijke voeten.
Saartje is erg blij als haar broertje, Kobbetje, in het weeshuis komt. Maar Kobbetje herkent haar niet meer en wil niets van haar weten, vooral niet als Saartje naar het meisjeshuis gaat als ze tien jaar is.
In het meisjeshuis leert Saartje vooral “de naaldvakken”: breien, naaien en borduren. Dat vindt ze erg saai.
Vaak mag Saartje met Geesje mee naar buiten om een boodschap te doen. Ze vindt het geweldig om meer van de stad te zien, en duikt als ze de kans krijgt een boekenwinkel in.
Als Geesje te oud wordt voor het weeshuis en in een hotel gaat werken, wordt Saartje erg eenzaam. Ze was het zat dat ze niet voor zichzelf kon zorgen in het weeshuis, en afhankelijk was van anderen.
Ze wordt steeds ouder en mag op zondag ook alleen naar buiten. Op zo’n zondag besluit ze werk te gaan zoeken. Alleen op die manier kun je uit eerder het weeshuis komen.
Saartje loopt binnen bij de Herberg-op-het-IJ, omdat je daar zo’n geweldig uitzicht hebt op de haven.
Ze wordt aangenomen en de volgende week kan ze aan de slag. In de Herberg-op-het-IJ is het hard werken, maar Saartje kan eindelijk haar eigen geld verdienen.
In de herberg ontmoet ze Auke Jorritsma, een Friese schipper. Ze vindt het een hele leuke man, maar hij is alweer snel vertrokken.
Hij laat een boek voor haar achter over de heksenvervolging. Het gaat vooral over dat de heksenvervolging onzin is, en dat het allemaal inbeeldingen zijn van mensen. Nu realiseert Saartje zich dat ze haar angst voor de duivel gewoon heeft ingebeeld. Ze was gewoon zichzelf als ze brutaal was, of nieuwsgierig.
Een jaar later komt Auke terug van zijn zeereis. Hij vraagt Saartje ten huwelijk en neemt haar als huwelijksreis nog een keer mee naar Zweden, met zijn schip. Daarna gaan ze in Harlingen wonen. Nu is Saartje eindelijk niet meer eenzaam.

11 Welke bedoeling zou de schrijfster kunnen hebben met het schrijven van dit boek?
Thea Beckman schreef veel spannende jeugdboeken over geschiedenis. Ik denk dat haar bedoeling was om geschiedenis ook interessant te maken voor kinderen, en te laten zien hoe het in die tijd was om weesmeisje te zijn. Vooral omdat Saartje een meisje is, vinden de mensen in het weeshuis en in de herberg dat ze niet zoveel hoeft te leren. Zij is maar een arm weeshuiskind, die komen toch niet ver in de wereld. Maar Saartje is het daar niet mee eens.
Thea Beckman wilde met dit boek dus vooral laten zien dat meisjes net zoveel waard zijn als jongens en net zo ver mogen komen in de wereld.

Mening
Ik koos de woorden geloofwaardig en interessant. Het boek is heel erg geloofwaardig. En het is heel interessant om te lezen over hoe het in die tijd ging met weesmeisjes. Als je het leest, voel je helemaal met Saartje mee als ze bijvoorbeeld oneerlijk wordt behandeld.
En Thea Beckman heeft het boek nog interessanter gemaakt door er een kaart van Amsterdam in te doen. Zo kun je precies zien waar het weeshuis was, en de straten waar Saartje Tadema altijd liep als ze spullen moest kopen, en ook de Herberg-op-het-IJ staat er op. Zo kun je je het veel beter voorstellen. En dat maakt het verhaal veel geloofwaardiger.

Ik raad de anderen aan uit de klas aan dit boek ook te lezen omdat het een heel mooi boek is. Het heeft geen moeilijke woorden en het is ook niet superdik, ongeveer 200 bladzijden. Het is niet echt spannend of zo, soms wel grappig of zielig. En je beleeft helemaal hoe Saartje opgroeit, dat is heel leuk.
Maar het is wel een meisjesboek, ik raad de jongens niet af om dit boek te lezen maar ik zeg het er even bij. Zelf ben ik erg tevreden over dit boek. Daarom krijgt dit boek van mij een 8

Over de schrijfster van het boek
1 Vertel in het kort iets over de schrijfster
Thea Beckman is de schrijfster van het boek Saartje Tadema. Ze is geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam, en overleden in Bunnik in de nacht van 4 op 5 mei 2004, aan kanker.
Haar vader had geen werk, dus daarom kon ze niet gaan studeren. Haar ouders wilden ook liever dat ze een nuttiger vak leerde. Daarom ging ze na school naar de industrieschool en werd tot naaister opgeleid. Maar dat vond ze niks dus ging ze naar de MULO en nam daarna een kantoorbaan.
Ze trouwde met Dirk Hendrik Beckmann. Nadat ze haar kinderen had opgevoed besloot ze alsnog te gaan studeren.
In 1947 begon ze met schrijven, eerst in tijdschriften en kranten. Daarna begon ze met boeken schrijven.
Ze heeft al heel veel boeken geschreven, vooral jeugdboeken. Ze spelen bijna allemaal in de geschiedenis, met koppige kinderen in de hoofdrol.
Boeken van Thea Beckman zijn onder andere vertaald in het Hongaars, IJslands, Deens, Engels, Duits, Ests, Fries, Japans, Fins en Zuid-Afrikaans. Met haar boeken wil ze bereiken dat kinderen geïnteresseerder worden voor geschiedenis en voor andere culturen.

2 Welke boeken heeft zij nog meer geschreven?
Thea Beckman heeft heel veel boeken geschreven, dus daarom schrijf ik er maar vijf op (deze vijf heb ik ook allemaal gelezen).

- Vrijgevochten (1998)
- De doge-ring van Venetië (1994)
- De Stomme van Kampen (1992)
- De val van de Vredeborch (1988)
- Kinderen van Moeder Aarde (1985)

Ze heeft erg veel prijzen gewonnen, onder andere de Zilveren Griffel voor ‘Met Korilu de Griemel rond’ en ‘Stad in de storm’ en de Gouden Griffel voor ‘Kruistocht in Spijkerbroek’. En een Vlag en Wimpel voor ‘Wij zijn wegwerpkinderen’.
Verder nog drie prijzen van de Kinderjury en zeven eervolle vermeldingen van de Kinderjury en vijf andere prijzen, waarvan drie voor ‘Kruistocht in spijkerbroek’, ‘Gekaapt!’ en ‘Mijn vader woont in Brazilië’ en de andere twee prijzen voor al haar historische kinderboeken.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

ik vind dit een goede site!!!

11 jaar geleden

Andere verslagen van "Saartje Tadema door Thea Beckman"