Momo door Hafid Bouazza

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 1241 woorden
  • 17 augustus 2006
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 35 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
96
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Momo
Shadow
Momo door Hafid Bouazza
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Momo
Schrijver: Hafid Bouazza
Uitgeverij: Prometheus Amsterdam
Thema: Een soort sprookje, relatie tussen kind en ouders
Aantal blz.: 95
Jaar van verschijning: 1998
Omslagontwerp: Tessa van der Waals
Foto voorplaat: Machiel Botman
Foto achterplaat: Klaas Koppe

Over de schrijver:
Hafid Bouazza is geboren op 8 maart 1970 in Oujda. Zijn eerste zeven jaar heeft hij in Marokko doorgebracht. In 1977 is hij naar Nederland gekomen. In 2004 won hij de Gouden Uil voor zijn roman Paravion. Hafid schrijft boeken, componeert klassieke muziek en hij doet iets met toneel.
Hafid Bouazza heeft de volgende boeken geschreven:

- De voeten van Abdullah (1996)
- Momo (1998)
- Schoon in elk oog is wat het bemint: De mooiste klassieke Arabische liefdesgedichten (2000)
- Een beer in bontjas (2001)
- Salomon (2002)
- Paravion (2003)
- De zon kussen op dit nachtuur (2006)

Hoofdpersoon:
De hoofdpersoon is Momo, hij is een gevoelig, stil en dromerig jongetje die door muren en mensen heen kan kijken. Momo leeft in een eigen magische wereld met dingen die anderen niet kunnen zien of horen. Hij heeft vaak binnenpretjes. Momo wordt gepest door zijn klasgenoten, dit heeft als gevolg dat hij zich nog meer terug trekt in zijn magische wereld. In het boek wordt Momo omschreven als het mooiste kind van de klas; ‘‘Zijn huid melk en zijde, githaar met blauwige glans, ogen van een bijna zotte dromerigheid waarin een kleine melkweg glinstert en die lichtelijk loensen”.
Volgens moeder is Momo: ‘‘…zo stil, zo schuw, zo verlegen, zo…’ gevonden ‘teruggetrokken.’’


Andere personen:
Moeder: ze is een erg aanwezend iemand, ze bemoeit zich overal mee en alles moet altijd zoals zij dat wil. Moeder is op late leeftijd bevallen van Momo.
Momo omschreef moeder zo: ‘‘… hij rook de geur die hem nooit zo sterk was opgevallen: een verzameling luchtjes die haar dagelijkse bezigheden weergaf en, kreen als ze was, in de juiste volgorde: eau de cologne, afgestreken lucifers, etensdampen, waspoeder.’’
Een andere omschrijving: ‘‘We hebben niets tegen moeder, Momo ook niet, behalve dan tegen haar gekakel, haar foeiende en ongeduldige terechtwijzingen van vader, haar benauwende zorg, haar adembenemende knuffels, haar striktheid in zaken niet de hare, haar verontwaardiging om betuigingen door haar koketterie uitgelokt, haar verbeten liefde…’’
Vader: hij is een zwijgzame, vriendelijke, verdraagzame roodharige dikkerd. Hij is al zijn hele huwelijk lang toegewijd aan moeder. Hij is erg volgzaam en verdraagzaam, maar na Momo’s geboorte komt daar verandering in. Vader werd zo veel mogelijk buitengesloten bij beslissingen.
Verder waren er nog: een buurman, een buurvrouw de huisarts, het schoolhoofd, de kraamverzorgster en de juffrouw met de kinderen uit de klas.

Samenvatting:
In het begin van het boek is moeder Momo aan het zoeken. Uiteindelijk vindt moeder hem onder het bed. Moeder maakt zich zorgen om Momo en gaat hierover een gesprek met het schoolhoofd aan. Maar in het gesprek had het schoolhoofd een ander kind voor zich en hij vond het onterecht dat moeder zich zorgen maakte. Hij lichtte moeder in dat er een schoolreisje zou komen en dat het Momo goed zou doen.
Dan begint het boek ineens over de geboorte van Momo. Een soort van terug blik op het verleden. De geboorte vind plaats in Herfsthoven, waar Momo op een flat blijft wonen. Toen vader de pasgeboren Momo in zijn handen had en hem een kus wou geven, trok hij bijna de hele navelstreng en moederkoek uit moeder. Dit vond moeder minder prettig en gaf hem een klap. Vader vergeeft mensen vaak heel erg snel, maar die ene klap kon hij moeder moeilijk vergeven en dat blijft hem heel erg dwars zitten.
Momo neemt al vroeg de geluiden die hij hoort op. Hij is een erg stil jongetje en lacht veel. De geluiden van de baby speeltjes die moeder op zijn kamer heeft staan nam Momo in zijn gedachten op en ze veranderden in onzichtbare figuren die alleen Momo zelf kon zien.
De figuurtjes en geluiden groeiden met Momo mee en nadat hij op school was flauwgevallen, ontdekte Momo dat hij door muren en mensen heen kan kijken en hij zich geestelijk op kan splitsen.
Momo is erg ‘in-zichzelf-gekeerd’, wat moeder niet kan begrijpen. Ze zeurt daarom constant bij de huisarts en het schoolhoofd dat alle zorg en liefde die ze Momo schenkt, hem niet besteed zijn. Hierdoor geeft ze Momo alleen nog maar meer liefde, zorg en aandacht, dit tot grote ergernis van vader. De spanningen tussen vader en moeder nemen toe en als vader niet meer kan aanzien hoe moeder met Momo bezig is, barst hij los. En voor het eerst hebben ze ruzie en zegt vader zelf wat hem dwars zit.
Op school wordt Momo gepest door zijn klasgenootjes. Hij trekt zich daarom terug in zijn magische wereld van figuurtjes en geluiden. Het schoolreisje stond voor de deur, maar Momo deed er alles aan om daar onderuit te komen. Hij droomde over een verongelukte bus, de oude koelkast maakte hetzelfde geluid als een bus dat in een ravijn stortten. Momo wordt drie dagen voor het schoolreisje ziek en moeder doet er alles aan om Momo weer beter te krijgen. Vader ziet dat Momo echt niet op schoolreisje mee wilt en hij zegt tegen moeder dat hij wil dat Momo thuis blijft. Maar dit leidt tot een knallende ruzie. En tot moeders wil, gaat Momo toch mee op schoolreisje.
Als Momo in de bus zit voor het schoolreisje wordt hij opgeslokt in zijn magische wereld van figuurtjes en geluiden.

Mijn mening:
Over het algemeen vond ik het verhaal van het boek niet duidelijk en dus ook niet meer interessant. Ik vond dat er een raar taalgebruik in voor kwam en de zinnen waren voor mij te lang. Soms waren de zinnen zo lang met zo veel komma’s dat ik er niet meer uit kwam. Een voorbeeld: ‘‘Een scheve rompschuddende lach, in alle vlinderende hevigheid, zoals die passieve vaders aandachtige blik vaak opsmuilde, viel haar onaangemoedigd ten deel, als ze kleren over zijn hoofd trok en hij de ogen sloot en proestte alsof zij water over hem goot of als hij, op zijn buik gelegen, een ronde kale plek op zijn achterhoofd, zijn hoofd naar haar oprichtte, terwijl ze even niet oplette: Maar zelfs die ebbende kuiltjes vervoerden haar en roerden haar tot immense dankbaarheid.’’ (Zo, een hele mond vol)
Ik vond dat je door de te lange zinnen met die te veel komma’s niet goed het verhaal kon volgen en ik ben er eigenlijk ook nog niet achter gekomen wat Momo nu voor iets bijzonders heeft. Ja, hij kan door muren en mensen heen kijken en hij kan zijn fantasie niet van de werkelijkheid onderscheiden, maar erg duidelijk wordt dat niet uitgelegd.
Ook vind ik dat het boek op een minder prettige manier wordt verteld. Je begint ergens in het midden van het verhaal en dan krijg je een terug blik en dan ben je ineens weer in het midden en dan ga je naar de toekomst, klinkt duidelijk als ik het zo vertel, maar ik heb sommige stukjes van het boek echt drie keer opnieuw moeten lezen wil het duidelijk zijn voor mij. Het boek wordt niet verteld vanuit Momo’s ogen of die van een ander hoofdpersoon, maar vanuit ‘wij’. Dat bracht mij ook in verwarring omdat de ‘wij’ af en toe een beetje veranderden in het boek. Dan was ‘wij’ Momo’s gedachten, en dan ineens de verteller.
Ik zou het boek niet aanraden aan iemand anders, tenzij je een erg grote woordenschat hebt, dan is het boek wel goed te lezen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Momo door Hafid Bouazza"