Zakelijke gegevens

Auteur Eduard Douwes Dekker (pseudoniem Multatuli)
Titel Max Havelaar
Uitgeverij Veen, Uitgevers
Oorspr. Uitgave De Ruyter, Amsterdam
Eerste druk 1860
Gelezen druk 9e druk, 1985
Aantal bladzijden 288

Achtergronden

Eduard Douwes Dekker werd in 1820 te Amsterdam geboren. Hij vertrok op zijn achttiende naar Nederlands-Indië waar hij verschillende functies vervulde. Hij was onder andere assistent-resident (een hoge ambtelijke functie) op Ambon en in Lebak. In de jaren veertig van de 19e eeuw trouwde hij met Everdine baronesse van Wijnbergen.
Max Havelaar schreef hij naar aanleiding van de misstanden die hij had gezien in Lebak.
Hij gebruikte Multatuli als pseudoniem, in het Latijns betekent dit zo ongeveer: ik heb veel geleden.

1. Analyse

Samenvatting
Het boek is in 3 delen samen te vatten. Het boek begint met Droogstoppel, hij is aan het woord en stelt zichzelf voor en vertelt wat zijn idealen zijn. Ook vertelt hij wat dingen van zijn jeugd waar hij te kennen geeft dat hij Havelaar als klasgenoot heeft gehad. In dit hoofdstuk komen Sjaalman (Havelaar) en Droogstoppel elkaar tegen. Sjaalman heeft Droogstoppel een pak met papieren mee waar dingen staan beschreven die Sjaalman heeft meegemaakt. Droogstoppel moet niets hebben van de arme Sjaalman. Later besluit hij van de papieren een boek te schrijven over de koffie cultuur. Hij krijgt hierbij hulp van Stern. (dit beslaat de hoofdstukken 1 tot en met 4)
In de hoofdstukken 9, 10 en 16 vertelt Droogstoppel dat hij al het voorgaande niet mooi vond. Hij uit zijn mening, het is de eigen schuld van de Javanen dat ze zo arm zijn. Ook heeft hij helemaal geen medelijden met de Javanen. In deze hoofdstukken komt ook de preek van Havelaar.

In het tweede deel wordt in de hoofdstukken 5 tot en met 8 verteld over Havelaar en zijn familie. Ook de Regent, Verbrugge en Duclari worden hier voorgesteld. Het hoofdstuk bevat de geschiedenis van Havelaar van het begin van zijn loopbaan als asistent-resident in Lebak. Ook komt hier de toespraak voor die Havelaar houdt voor de hoofden van Lebak.
De hoofdstukken 11 tot en met 16 gebruikt Multatuli om het etentje van Havelaar, Tine, Verbrugge en Duclari te beschrijven. Havelaar vertelt hier over zijn geschiedenis, onder andere over Sumatra. Hij geeft ook zijn mening over verschillende dingen, zoals vrouwen, kunst en Indië. Ook begint hier de strijd tegen het onrecht die Havelaar voert. De parabel van de Japanse Steehouwer komt hier ook in voor.
Hoofdstuk 17 tot en met 19 gaat over het verhaal van Saidjah en Adinda. Dit verhaal laat zien hoe de toestanden in Lebak zijn. Ook klaagt Havelaar in dit gedeelte de Nederlandse Staat aan.

Tot slot is er nog het protest, hoofdstuk 20. In het eerste deel van dit hoofdstuk lees je over het ontslag dat Havelaar neemt. Alle moeite die hij had gedaan was voor niets. Het tweede gedeelte is voor Multatuli, hij neemt het boek over van de schrijvers en neemt afscheid van ze. Stern laat hij goedkeurend achter, Droogstoppel wordt met harde hand uit het boek geschreven en Multatuli schrijft wat hij met het boek wil bereiken.

Thema
Het thema in dit boek is ‘strijd en onmacht’. Dit is niet vanaf het begin van het boek duidelijk, maar als Havelaar aan het woord komt wordt het al gauw duidelijk waar het in dit boek omgaat. Een voorbeeld waaruit onmacht blijkt; “Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten van het land. Ze wensten voordeel te doen met de vruchtbaarheid van de bodem, en gelastten de bewoner een gedeelte van zijn arbeid en van zijn tijd toe te wijden aan het voortbrengen van andere zaken, die meer winst zouden afwerpen op de markten Europa (…) Hij (de Inlanders) gehoorzaamt zijn hoofden, men had dus slechts deze hoofden te winnen door hun gedeelte van de winst toe te zeggen, en… het gelukte volkomen.” (blz. 55)
De mensen uit het Westen worden rijk van de Inlanders, dit doen zij door de hoofden van het volk onder de knie te krijgen. Deze gaan vervolgens hun eigen volk uitbuiten.
Een stukje waaruit de strijd die Havelaar voert blijkt; “Ik verzoek u nogmaals mij te beschouwen als een vriend die u helpen zal waar hij kan, vooral waar onrecht moet worden tekeer gegaan.” (blz. 99)
In deze toespraak geeft Havelaar aan de hoofden van Lebak aan dat hij zal strijden tegen het onrecht dat de Inlanders wordt aangedaan.
Omdat de schrijver duidelijk aan wil geven wat voor onrecht de Inlanders wordt aangedaan, schrijft hij het treurige verhaal van Saidjah en Adinda.
Wat ook belangrijk is in dit boek is de overeenkomst tussen de personen, Havelaar is Sjaalman is Stern is Multatuli.

Personen

Max Havelaar:
Hij is een round-character en heeft eigenlijk 3 rollen in het boek. Hij komt namelijk voor als Sjaalman, Max Havelaar en Multatuli. Bij Sjaalman en Havelaar is dit direct uit het boek te halen. Sjaalman is namelijk een aan de lage wal geraakte Havelaar. Multatuli is de pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker. Douwes Dekker heeft hetzelfde meegemaakt als Havelaar in het boek meemaakt.
Het verhaal van Sjaalman wordt in de tegenwoordige tijd verteld door Droogstoppel en Max Havelaar wordt in de verleden tijd verteld door Stern.

Havelaar is 35 jaar oud. Hij is een man van Nederlandse nationaliteit. Een citaat van zijn uiterlijk: Hij was slank, en vlug in zijn bewegingen. Buiten zijn korte en beweeglijke bovenlip, en zijn grote flauw-blauwe ogen die, (…) , iets dromerig hadden. (…) zijn blonde haren hingen sluik langs de slapen. " ( blz 69). Havelaar is vooral kenmerkend door zijn gevoel voor rechtvaardigheid. Hij wil niemand onrecht aandoen en doet er alles aan om anderen te helpen. Dit karakter eigenschap heeft een positief punt: Hij helpt iedereen die hulp nodig heeft. Een negatief punt is dat hij zover kan gaan om mensen te helpen dat hij zelf in de problemen komt. In het boek wordt er een voorbeeld gegeven hoever hij kan gaan om mensen maar te helpen: "… doch waar anderen hulp behoefden, was hem 't helpen, het geven een ware hartstocht."
De lezer kan opmaken dat met 'het geven' geld wordt bedoeld. Een paar regels verder komt deze zin: "Acht dagen voor de geboorte van zijn kleine Max, bezat hij 't nodige niet om 't ijzeren wiegje te kopen waarin zijn lieveling rusten zou, en weinig tijds tevoren nog had hij de weinige versierselen zijner vrouw opgeofferd, om iemand bij te staan, die gewis in beter omstandigheden verkeerde dan hijzelf. (Beide citaten van blz. 84)
Hier lees je dat hij zijn gezin in de problemen brengt (niet met opzet, Havelaar was een goede man) doordat hij iedereen die naar hulp vraagt wil helpen.
Havelaar veranderd in de loop van het verhaal van een avontuurlijk jongeman, naar een iemand die zijn taak uiterst serieus neemt en op het eind naar een arme man die gaat schrijven om wat extra geld te verdienen.

Tine:
Havelaars vrouw, zij steunt haar man door dik en dun. Ondanks dat Max het gezin in de schulden brengt. Ze houdt erg veel van hem.

Max:
Havelaars zoontje, klein kindje, hij is een schattig ventje.

Batavus Droogstoppel:
Een laffe, egoïstische, onbeschofte koopman. Droogstoppel is een type. Droogstoppels rol in het boek is vooral om een contrast te vormen met Havelaar. De lezer kan dan de situatie hierdoor beter begrijpen.

Stern:
Hij wordt niet heel duidelijk beschreven, alleen dat hij een Duitser is en dat hij de zoon is van een zakenrelatie van Droogstoppel in Duitsland. Hij schrijft de Max Havelaar gedeeltes in het boek.

Verbrugge:
Verbrugge is de controleur van Lebak. Hij is vooral aardig, eenvoudig, hartelijk, hulpvaardig en gastvrij. Verbrugge is de ondergeschikte van Havelaar.

Duclari:
Hij wordt vooral als moedig beschreven. Hij is de eerste luitenant van Lebak. Tijdens een etentje komt de lezer te weten dat hij Havelaar in het begin een rare snuiter vindt, maar al snel kijkt hij toch wel op tegen Havelaar.

De Regent:
De inlandse regent Karta Nata Negara is erg beleefd en meegaand, maar drijft zijn eigen zin door. Doordat hij veel schulden maakt buit hij het volk uit en laat hij hen arbeid zonder betaling verrichten. Sommige inwoners van het weinig welvarende Lebak waren zo tot wanhoop gebracht, zodat ze uitweken naar naburige gebieden en Zuid-Sumatra, waar ze zich bij de opstandelingen aansloten.

Saïdjah en Adinda:
Zij spelen de hoofdrol in het verhaal van Saïdja en Adinda, waarmee Multatuli wil laten zien hoeveel onrecht de inlandse bevolking wordt aangedaan.

Opbouw
Het boek bestaat uit 20 hoofdstukken, die zijn onder te verdelen in 3 stukken, zie ook de samenvatting. De stukken lopen allemaal logisch in elkaar over.
Ook qua spanning is het boek goed opgebouwd. Er worden meerdere keren openvragen gesteld: “De lezer zal voor hij mijn boek heeft uitgelezen, even goed als Verbrugge weten waarom die zaken zo bijzonder moeilijk waren.” Een paar hoofdstukken later weet je dat met de moeilijke zaken bedoeld wordt, het vinden van getuigen tegen de regent. Omdat iedereen bang is voor de regent, is het moeilijk hem te vervolgen.

Tijd
Het verhaal speelt zich in verschillende tijden af, namelijk wanneer Havelaar nog jong is, dit is zo rond 1842. Dan rond 1856 wanneer Havelaar in Lebak zit en de verhalen die in het heden geschreven worden spelen rond 1860, nu woont de arme Havelaar in Nederland.
Helemaal chronologisch is het verhaal niet. Het bestaat uit verscheidene tijdsvertragingen, die worden veroorzaakt door de omgevingsomschrijvingen en wanneer Havelaar zijn geschiedenis vertelt. Het boek bestaat uit vele flashbacks, deze dienen om een beter beeld te krijgen van de situatie.

Ruimte
Bij de verschillende tijden horen ook de verschillende ruimtes de tijd rond 1842 speelt zich af op Sumatra en omgeving, rond 1856 in Lebak en 1860 in Amsterdam. De omgevingen worden heel goed beschreven, je krijgt een heel goed beeld van het landschap van Indonesië. Er zit een stukje in het boek (rond 1860) over een reis door Indonesië hierbij wordt het landschap uitvoerig beschreven en er zit ook een stuk in het boek waar de Indonesische huizen mooi worden beschreven.

Perspectief
Er is sprake van een vertelperspectief waarbij meerdere personen het verhaal vertellen, namelijk; Stern, Droogstoppel en Multatuli.
Je krijgt de informatie dus van verschillende kanten. Stern en Multatuli komen overeen met de hoofdtoon van het boek, ze delen dezelfde meningen, maar dat van Droogstoppel staat er haaks op. Havelaar presenteert zichzelf echter ook, in brieven en gesprekken.
De vertellers weet ook hoe het verhaal afloopt en verwijst daar soms naar toe, ze kennen ook van de meerdere personen de gevoelens en af en toe spreken ze de lezer toe.
Op het eind komt Multatuli zelf pas aan het woord, dan schrijft hij de andere vertellers uit het boek:

"Havelaar doolde arm en verlaten rond. Hij zocht…
Genoeg, mijn goede Stern! Ik Multatuli neem de pen op. Ge zijt niet geroepen Havelaars levensgeschiedenis op te schrijven. Ik heb u in ‘t leven geroepen…ik liet u komen van Hamburg…ik leerde u redelijk goed Hollands schrijven, in zeer korte tijd…ik liet u Louise Rosemeyer kussen, die in suiker doet…het is genoeg Stern, ge kunt gaan."

Hier neemt hij van Stern afscheid. Een paar regels verder neemt hij afscheid van Droogstoppel:

"Die Sjaalman en zijn vrouw…
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij.
Ik heb u geschapen… ge zijt opgegroeid tot een monster onder mijn pen…ik walg van mijn eigen maaksel: stik in koffie en verdwijn!"

Ja, ik, Multatuli ‘die veel gedragen heb’ neem de pen op.

Schrijfstijl
Vooral in het ‘Stern-verhaal’ is de schrijfstijl helder, natuurlijk, persoonlijk, levendig en meeslepend. Het taalgebruik wisselt van hard en zakelijk tot humoristisch en sarcastisch en soms poëtisch. Dat Multatuli gewone spreektaal gebruikte in zijn boek was voor die tijd zeer bijzonder. Alle schrijvers schreven hun boeken in die tijd in hele deftige ‘elite taal’. Het was dus best gedurfd om te schrijven zoals Multatuli dat deed.
Zelf typeerde Multatuli zijn stijl als ‘muziek en onweer’ en noemde hij sarcasme ‘de hevigste uitdrukking van smart’.
De schrijfstijl van Douwes Dekker heeft veel invloed gehad op het taalgebruik destijds. Hij bracht vernieuwing en wordt daarom ook gezien als een van de beste schrijvers uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis.

(geleend en bewerkt van www.scholieren.com)

2. Oordeel van de Criticus

Max Havelaar is een echte klassieker, het is er 1 uit het rijtje van boeken die je eigenlijk toch wel een keer gelezen moet hebben. Dit zegt niet dat het ook een gemakkelijk boek is om te lezen. Het kost soms namelijk veel moeite om door te lezen én te begrijpen wat je eigenlijk leest. Moeilijk is het af en toe te begrijpen dat het spreektaal is wat je leest, omdat dit wel een zo verouderde manier van spreken is.
"Ik ben bij de regent geweest, zeide hij… dat is infaam… maar verraad me niet.
-Wat voor? Wat moet ik niet verraden?
-Geeft ge mij uw woord geen gebruik te maken van wat ik u zeggen zal?
-Weer halfheid, zei Havelaar. Doch … goed! Ik geef mijn woord."
Het vergt veel inspanning en concentratie, waardoor het lezen zelf niet echt lekker en ontspannen is. Enige achtergrondinformatie is dan ook wel vereist, ook omdat de mensen die toen leefden hele andere levensvisies hadden.
Bepaalde stukken in Max Havelaar zijn heel moeilijk om door te komen, ze worden zo langdradig en uitgediept beschreven, dat je bijna vergeet wat de aanleiding was voor Multatuli om dit te vertellen.
Het verhaal zelf is wel best aangrijpend. Tijdens het lezen bouw je wel veel bewondering op voor Max Havelaar, voor alles wat hij over heeft voor de Javanen. Maar aan de andere kant ligt dit er wel bijna zo dik op, dat je het tegengestelde effect bereikt. Hij wil ook wel zo graag dat iedereen het met hem eens is, dat het je een beetje opgedrongen wordt.
Ook riepen zijn handelingen wel eens onbegrip op, hij gaat soms zo ver, dat zijn eigen gezin daardoor zwaar in de problemen komt.
De problemen die het boek aan de kaak stelt, namelijk het onrecht dat de mensen ( in dit geval op Indonesië) wordt aangedaan is tijdloos. Zelfs nu, bijna 150 jaar later, worden er nog mensen uitgebuid. Dit is wel iets waar je niet dagelijks mee bezig bent, maar waar je na het lezen van Max Havelaar toch wel even bij stil gaat staan.
Multatuli schrijft in zijn boek ook het verhaal van Saïdjah en Adinda. Dit is het meest aangrijpende in het boek. Dit wekt sterke emoties op, waardoor dat ook het stuk in het boek is dat je het meest aangrijpt.
Door steeds andere perspectieven te gebruiken, speelt Multatuli met fictie en realiteit, auteur en verteller, waarheid en leugen.
Omdat het realiteitsgehalte in het boek heel hoog ligt, komt het allemaal extra bedroeft over. Dat Multatuli, Eduard Douwes Dekker, dit allemaal zelf heeft meegemaakt geeft een heel andere kijk op het verhaal, dat wanneer het helemaal zelf verzonnen zou zijn.
Dus zoals ik al zei is de Max Havelaar een boek dat je een keer gelezen moet hebben, maar het zou een veel leuker boek zijn als de taal iets eigentijdser zou zijn, waardoor de woorden en zinnen beter te begrijpen zijn en waardoor de kern van het verhaal beter uit de was zou komen.

3. Mijn eigen mening

Het heeft me veel moeite gekost om het boek tot het einde uit te lezen. Bepaalde stukken waren voor mij zo langdradig, moeilijk leesbaar en saai geschreven, dat er geen doorkomen aan was. Pas toen ik echt al een heel stuk had gelezen begon ik een beetje plezier in het lezen te krijgen. En dan besef je ook dat bepaalde sfeertekeningen heel belangrijk zijn om je een beeld te vormen van de ruimtes en de tijd waarin het verhaal zich af speelt. Naast de saaie stukken zaten er ook wel wat mooiere stukken in, zoals bijvoorbeeld de parabel van de Japanse Steenhouwer, of spannende, de strijd tegen de Regent en wat mij het meest ontroerde was het verhaal van Saïdjah en Adinda.
Toen ik eenmaal aan de toon van het verhaal was gewend, begon ik bepaalde stukjes ook wel grappig te vinden. Zoals Droogstoppel die constant zijn naam en vestigingsplaats herhaald. Deze grappige, sarcastische stukjes komen wel vaak terug. Wat op een gegeven moment weer het gevoel op wekt, van ‘ja nu weet ik het wel’. En ik vind het ook een beetje vreemd dat een flat-character als Droogstoppel eigenlijk zo’n groot deel van het verhaal verteld. Hierdoor verslapt het verhaal een beetje.
Een stukje waarin de humor van dit boek een beetje naar voren komt is; “De koetsier klapte met de zweep, de lopers - in Europa zou men, geloof ik, zeggen ‘palfreniers’ of liever, er bestaat in Europa niets wat met deze lopers overeenkomt - die onvergelijkbare lopers dan…”
Ik kan me wel voorstellen dat Multatuli destijds heel wat stof heeft doen opwaaien, omdat er nog niet eerder geschreven werd in de spreektaal. (er werd normaal veel elitaire taal gebruikt) En omdat hij een onderwerp heeft aangesneden waar eigenlijk niet eerder over geschreven was, was zijn hoop denk ik ook om voor grote verandering te zorgen. Dit is helaas niet gelukt met dit boek.
Maar wat wel vaststaat is dat het verhaal heel knap geschreven is, zo eindigde het verhaal wel een beetje zoals ik had verwacht, namelijk dat Multatuli in zijn eentje niet voor al die Javanen op kon komen om het onrecht dat hen wordt aangedaan te beëindigen. Maar wat ik wel leuk en verrassend vond, was dat Multatuli op het eind letterlijk de pen van de vertellers overneemt en zelf nog even een slotconclusie aan het verhaal geeft. Dit zorgt voor een heel verrassend effect, al vind ik niet dat dit het slot versterkt. Omdat hij alleen maar zijn doel probeert op te dringen, terwijl dat het verhaal naar mijn mening verslapt. Dus je kunt dit boek op twee manieren lezen, je kunt het zien als een mooi verhaal (als je alleen op het verhaal zelf focust) of als een protest (en dit wordt je eigenlijk wel een beetje opgedrongen). Ik denk dat het mooier zou zijn geweest als Multatuli zijn verhaal had verteld, zoals het is gebeurd en daarbij niet zo aan zou dringen op de veranderingen die hij graag zou zien. Ik denk dat dan juist des te meer mensen het met hem eens zouden zijn. Ze zouden die conclusie zelf wel trekken en Multatuli zou waarschijnlijk meer bereiken met zijn boek.
Al met al is het dus wel een mooi boek, maar omdat het mij zoveel moeite en tijd heeft gekost staat het niet in mijn lijst met aanraders. Toch ben ik blij dat ik het gelezen heb, omdat het boek voor de Nederlandse literatuur veel betekend heeft en dat het denk ik gewoon een stukje algemene ontwikkeling is dat je moet hebben.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.