Lowietjes smartegeld door Yvonne Keuls

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo/vwo | 1722 woorden
  • 9 augustus 2006
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 4 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1995
Pagina's
220
Geschikt voor
vmbo/havo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Lowietjes smartegeld
Shadow
Lowietjes smartegeld door Yvonne Keuls
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting

Het boek gaat over het leven van Louis Boudrie, door iedereen Lowietje genoemd, die als kind in een Japans kamp heeft gezeten, samen met zijn moeder Marie. Marie is in het kamp verschrikkelijk mishandeld. Ze is al haar tanden kwijt, en haar kaak is zo ontwricht dat ze geen enkel kunstgebit meer past. Lowietje’s vader is in een ander kamp overleden aan dysenterie.
In 1947 komen Lowietje en Marie naar Nederland, waar ze intrekken bij tante Pop, de zus van Marie. Niemand heeft begrip voor hun oorlogsverhalen, omdat in Nederland de oorlog ook net voorbij is zijn alle mensen met zichzelf bezig. Omdat Marie door haar slechte gezondheid Lowietje niet op kan voeden, wordt Lowietje opgevoed door tante Pop.
Lowietje is een lastige jongen, hij loopt altijd te dromen, is heel koppig en vooral heel erg lui. Tante Pop vraagt Oom Carl om hulp, Carl is een broer van Lowietje’s overleden vader. Hij is ook mishandeld door de Japanners, daardoor is hij heel hard en gevoelloos geworden. Als hij gedwongen wordt door Oom Carl, lukt het Lowietje om na lang zwoegen zijn HBS diploma te halen, maar daar schiet hij nog niet veel mee op, want Lowietje is nog steeds te lui om een baan te zoeken.


Na de HBS krijgt Lowietje onder druk van oom Carl een aantal baantjes, waardoor hij kan meebetalen aan de hoge ziektekosten van zijn moeder. Lowietje wordt alleen steeds ontslagen, omdat hij te lui is. Als hij 25 is besluit Lowietje om naar Canada te gaan, het lijkt hem een mooi land, en hij denkt dat hij in de mijnen veel geld kan verdienen

Later blijkt dat hij van het land niet veel te zien krijgt, hij zit hele dagen onder de grond in de mijn. Als Lowietje na drie jaar uit Canada terugkomt, heeft hij veel geld verdiend. Marie weigert het aan te nemen, omdat ze vindt dat de verzekering het maar moet betalen. Tante Pop vindt dat Lowietje psychologie moet gaan studeren van zijn verdiende geld, zodat hij tenminste wat nuttigs met zijn tijd doet. Tante Pop vindt dat Lowietje heel erg op Adriaan van Dis lijkt, en net als hij schrijver moet worden.
Omdat Lowietje niks beters met het geld weet te doen, volgt hij het advies van Tante Pop op, en begint aan zijn studie Psychologie.
Voor studeren is Lowietje ook al te lui. Hij haalt bijna geen enkel tentamen, en na een tijdje stopt hij maar met zijn studie.

Met Marie gaat het steeds slechter. Uiteindelijk wordt ze opgenomen in een verpleeghuis, waar ze na twee maanden uitgezet wordt, omdat ze het personeel terroriseert met haar voortdurende gescheld. Ze vindt dat de hele wereld de oorzaak is van haar mishandelingen, en dat iedereen daarvoor moet boeten. Nadat Lowietje zijn moeder een jaar lang thuis verzorgd heeft sterft ze. Lowietje vindt het niet erg, hij had een vreselijke hekel aan haar gekregen, omdat ze steeds maar zei dat alles Lowietje’s schuld was.
Uiteindelijk gaat Lowietje maar op zichzelf wonen. Hij doet de hele dag niets nuttigs. Totdat tante Pop op een dag met het voorstel komt om smartengeld aan te vragen voor het leed van hem en zijn moeder bij de Japanners. Hij schrijft een aanvraag van bijna tweehonderd bladzijden. Na een paar weken krijgt hij een telefoontje van de stichting die moet bepalen of hij in aanmerking komt voor het geld. Volgens zijn aanvraag voldoet Lowietje aan de eisen. Hij maakt een afspraak met een vrijwilligster, om de details van zijn aanvraag te bespreken.


Als Lowietje op een dag over straat loopt te slenteren, komt hij een man tegen die een heel verhaal tegen hem begint te vertellen. De man blijkt Coco te heten, het is een volwassen man met het verstand van een kind van vijf, hij heeft het downsyndroom. Lowietje heeft medelijden met Coco, en krijgt een speciale band met hem.
Lowietje heeft ondertussen een psychiater toegewezen gekregen, om zijn aanvraag voor smartengeld verder uit te zoeken. Zo komt de stichting precies te weten hoeveel Lowietje echt geleden heeft.
Na een tijdje wordt Lowietje gebeld, het gaat over Coco. Hij is opgenomen in een gezinsvervangend tehuis. Ondanks dat hij het erg druk heeft met zijn aanvraag voor smartengeld, gaat Lowietje Coco elke week een keer opzoeken. Na een tijdje maken Coco en Lowietje er een gewoonte van om elke week te gaan zwemmen. Dat doen ze omdat Coco jaloers is op een medebewoner van het tehuis, die ook elke week gaat zwemmen.
Niet lang daarna is de zaak rond Lowietje’s smartengeld rond, binnen een week krijgt hij 50000 gulden op zijn rekening gestort. Over de bestemming wat hij ermee gaat doen weet hij meteen: hij koopt een tweedehands Mercedes.
Op een dag komt er een man naar hem toe. Hij werkt in een huis met gehandicapte kinderen, en biedt hem aan om gehandicapte kinderen te leren zwemmen. De man zag hem vaak bezig met Coco, en vond Lowietje de perfecte persoon. Lowietje stemt in, en vanaf die dag begeleidt hij gehandicapte kinderen, en eindelijk heeft hij het gevoel dat hij iets nuttigs heeft bereikt in zijn leven.

Personen:
Lowietje: Hij heet eigenlijk Louis Boudrie. Doordat Lowietje in zijn jeugd heeft gezien hoe zijn moeder werd mishandeld door de Japanners, durft hij zich nu niet goed te uiten, hij zegt niet eerlijk wat hij van iemand vindt en kropt zijn woede op. Hij heeft eigenlijk in de loop der jaren een ongelooflijke hekel aan zijn moeder gekregen door al haar gezeur, maar dat durft hij niet te zeggen. Hij is ongelooflijk lui, hij doet alleen zijn best om zijn diploma te halen omdat hij anders wordt mishandeld door oom Carl. Hij heeft ook erge faalangst, hij begint ook nergens aan omdat hij altijd bang is dat het mislukt. De baantjes die hij na zijn opleiding krijgt houdt hij allemaal niet vol en zijn studie al helemaal niet. Hij is erg dik, en heeft als vanaf jonge leeftijd grijze krulletjes, waardoor iedereen hem op Adriaan van Dis vindt lijken. Hij wil graag schrijver worden, niet perse omdat hij zo van schrijven houdt, maar omdat zijn moeder het graag wil en omdat hij van iedereen hoort dat hij schrijver moet worden. Hij laat zich dus best wel beïnvloeden.
Marie: De moeder van Lowietje. Doordat ze vroeger in Japan heel erg is mishandeld heeft ze nu nog steeds allerlei pijnen en problemen met haar gezondheid, waar ze graag over zeurt. Ze wil Lowietje niet graag loslaten, omdat ze buiten hem om eigenlijk niemand heeft. Maar als Lowietje voor haar komt zorgen, snauwt ze hem de hele tijd af en weigert zijn hulp aan te nemen. Ze heeft altijd spullen om zich heen nodig. Meteen toen ze in Nederland aankwam, heeft ze allemaal spullen gekocht om om zich heen te zetten, en nu nog steeds koopt ze alles wat haar maar een beetje aan haar jeugd in Indië doet denken. Ze vindt het dan ook verschrikkelijk als Lowietje in geldnood zit en haar spullen wil gaan verkopen. Omdat ze iemand de schuld moet geven van wat haar allemaal is aangedaan, gebruikt ze Lowietje als slachtoffer.
Tante Pop: De zus van Marie. Ze neemt Marie en Lowietje niet in huis omdat ze zoveel van hen houdt, maar omdat ze van tevoren al weet dat ze smartegeld aan kunnen vragen, en daar wil ze van mee profiteren. Ze wil graag dat Lowietje gaat studeren, omdat mensen met een studie meer kans maken op smartegeld en omdat hij dan wat nuttigs met zijn leven doet.
Oom Carl: De broer van de overleden vader van Lowietje. Hij is vroeger ook door de Japanners mishandeld, en daardoor heeft hij bijna geen gevoel meer. Als Lowietje niet doet wat hij zegt of niet goed zijn best doet op school, wordt hij afgeranseld of allerlei gruwelijke manieren. Hij is net als tante Pop uit op het smartengeld, maar doet tegenover Lowietje en Marie net alsof hij heel veel van ze houdt.
De andere personen in het boek zijn niet zo belangrijk en worden verder ook niet echt beschreven.

De schrijfstijl:
Ik vind de schrijfstijl van Yvonne Keuls in dit boek een beetje moeilijk, terwijl ik dat in de andere boeken niet vond. De zinnen zitten af en toe heel ingewikkeld in elkaar, of bestaan juist uit maar een paar woorden, Ik snapte ook pas op de helft van het boek waar het nou echt over ging, en af en toe was ik de draad kwijt.

De ruimte:
In het begin speelt het verhaal zich heel even af in Indië, waar Mrie wordt mishandeld. De rest van het boek speelt zich af in Nederland, in en rond het huis van Lowietje en Marie, maar het wordt niet duidelijk in welke stad dat is.

De tijd:
Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld, met af en toe een flashback. Het verhaal begint in 1942 in het kamp van de Japanners en eindigt als Lowietje ongeveer is, rond 1990 dus.

Het perspectief
In de proloog ligt het perspectief bij de verteller, die vertelt hoe Marie mishandeld wordt en hoe Lowietje daarna zit te kijken.
In de rest van het boek ligt het perspectief bij Lowietje, je ziet alles vanuit hem, maar niet vanuit de ik-vorm, maar je ziet wel hoe hij overal over denkt.

De thema’s :
1.Faalangst.
2.Eenzaamheid.
3.Luiheid.
Welke motieven zijn typerend voor die thema’s:
1. Door wat hij in zijn jeugd heeft meegemaakt durft Lowietje nooit aan iets groots te beginnen, omdat hij altijd bang is dat het zal mislukken.
2. Lowietje is altijd eenzaam, hij heeft geen vriendin, geen echte vrienden, alleen zijn moeder die hem altijd afsnauwt, oom Carl die hem hardhandig dwingt om te studeren en tante Pop die zich eigenlijk niet met hem bemoeit. Als hij gehandicapte kinderen gaat leren zwemmen gaat zijn eenzaamheid over.
3. Door Lowietjes luiheid loopt zijn studie mis en wordt hij steeds maar weer ontslagen, daardoor is hij gedwongen om bij zijn moeder te blijven wonen.

Het verband tussen titel en thema:

De titel van het boek slaat op de titel van de aanvraag voor het smartegeld dat Lowietje heeft geschreven. De vrijwilliger van de stichting waarmee hij samen de aanvraag heeft gemaakt vond ‘Lowietjes smartegeld’ wel een goede titel voor de aanvraag, maar Lowietje vond ‘Het gebit van mijn moeder’ beter, dus werd het “Lowietjes smartegeld of Het gebit van mijn moeder”.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Lowietjes smartegeld door Yvonne Keuls"