Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Inleiding:



Zoals op de voorpagina van mijn werkstuk vermeld staat, gaat mijn verslag over het boek de laatste zomernacht. Deze novelle over de liefde heb ik drie keer gelezen. Nog steeds vind ik het boek prachtig (twee passages uit het boek, die ik erg mooi vind staat vermeld op de voorpagina van dit werkstuk). De schrijver, Maarten 't Hart, heeft met zijn prachtige beschrijvingen van de natuur al veel indruk gemaakt.



Dit wil echter nog niet per definitie zeggen dat het boek goed is. Natuurlijk zijn mooi en goed twee subjectieve bijvoeglijke naamwoorden. Mijn werkstuk is dan ook een beschouwing.



Er is, naar mijn mening,  een wezenlijk verschil tussen de woorden mooi en goed, als je ze wil gebruiken beoordeling van een boek. Mooi was mijn eerste reactie na het lezen van 'de laatste zomernacht'.  Wie ben ik om aan dit 'mooi' zo maar 'goed' toe te voegen?

Dat wil ik dus ook niet zonder meer doen. Daarom wil ik door middel van 'onderzoek' meer inzicht krijgen in het boek, zodat ik een persoonlijke, goed onderbouwde mening kan geven over het  boek. Ik wil het waardeoordeel 'goed' of 'slecht' toekennen aan het boek.

Hiermee kom ik bij mijn hoofvraag. Deze luidt als volgt :

Vind ik dat 'laatste zomernacht' van Maarten 't Hart niet alleen een mooi, maar ook een goed boek is?   



Ten eerste zal ik bij wijze van voorbereiding een analyse maken van de zaken die ik belangrijk vind voor het begrijpen van het boek: personages en thematiek. Ook voeg ik, om enigszins volledig te zijn, een samenvatting, gemaakt door Martijn van Vlag, aan het verslag toe.



Bij het daadwerkelijke onderzoek geef ik antwoord op twee deelvragen. Allereerst zal ik mij afvragen wat een boek goed maakt. Hierbij probeer ik een succesmodel te maken van 'het perfecte boek'



Mijn eerste deelvraag is dan ook:

Wat criteria zijn de criteria voor een perfect boek?

Mijn tweede deelvraag is:

Aan welke van deze criteria voldoet 'laatste zomernacht', volgens mij?

Omdat ik niet bepaald een ervaren lezer ben (en al helemaal niet gerelateerd aan professionele lezers), zal ik in dit verslag dan ook een beroep doen op de mening van die professionele lezers; ik doe een recensentenonderzoek. Ik zal hun opvattingen in verband brengen met de criteria voor een perfect boek en me afvragen in hoeverre ik het eens ben met hen.



Na beantwoording van  deze deelvragen hoop ik antwoord te kunnen geven op de hoofvraag.

Goed is natuurlijk nog niet perfect, maar als voorwaarde stel ik wel, dat de mooie novelle aan een aantal criteria voor perfectie voldoet. Hoeveel weet ik nog niet en in welke mate ook niet; uiteindelijk zal ik de afweging maken.  



Analyse



Primaire gegevens:

Titel: De laatste zomernacht

Deze titel is als volgt te verklaren:

Het boek speelt zich af tijdens een nacht in de zomer. Bovendien is het de laatste nacht van de van een excursie ter afsluiting van het eerste collegejaar biologie.

Ook om een andere reden is het laatste nacht: in het verhaal neemt de hoofdpersoon, George, definitief afscheid van Ingeborg, een meisje waarvan hij bijna een jaar gehouden heeft.

Auteur: Maarten 't Hart

Eerste druk: 1984

Gelezen: negende druk

Uitgever: de arbeiderspers, plaats: Amsterdam



Personen:



Protagonist:



George is zoals alle personages in het boek een eerstejaars student biologie.

Hij onderscheidt zich van zijn medestudenten door het feit dat hij helemaal niet zozeer geïntersseeerd is in de biologie zelf; hij gaat niet op in het vinden en vangen van dieren, terwijl de anderen dan wel doen. George loopt een beetje heen en weer en denkt na; over de liefde en het leven in het algemeen, maar vooral over zijn relatie met Ingeborg en over het verleden (zijn liefde en zijn leven). Hij is meer dichter en denker, dan bioloog.

Jacob zegt hierover: 'jij, die geen enkele belangstelling hebt voor het vak dat je studeert, jij die iedereen gek maakt met gedichten'(blz 16)

Ondanks het feit dat de biologie hem niet zozeer interesseert, ziet hij de planten en dieren wel degelijk; hij is een echte kijker; hij beschrijft zijn omgeving zeer uitvoerig. Hij is de ik-persoon van het verschaal, dus als lezer 'kijk je mee' bij deze beschrijvingen.

De vader van George is in de tweede wereldoorlog geëxecuteerd door de Duitsers.

George heeft zich voorgenomen om zijn hele leven trouw te blijven aan zijn vader.

Het lijkt alsof George  verheven voelt boven zijn jaargenoten, behalve boven Ingeborg.

Hij ergert zich aan het feit dat ze zo ongenuanceerd praten over 'het is uit',  'het is aan', 'op elkaar vallen', enzovoorts. (zie ook: voorkant van dit verslag)



Antagonisten:



Marijke:

Marijke is een klein meisje. Ze lijkt kwetsbaar, althans zo beschrijft George haar.

'van zo'n klein meisje hoef ik geen bescherming te verwachten'(blz 24).


Marijke is, net als George ook geïnteresseerd in poëzie. George zegt: 'eindelijk iemand die iets van poëzie afweet' (blz 22).

Marijke is, in tegenstelling tot George, wel geïnteresseerd in de biologie. Ze wordt gefascineerd door kranswieren.

'Bloeiend waterdrieblad!' Ze staarde in verrukking naar de roerloos in het maanlicht op het water staande bloemen.'(blz 23)

Marijke probeert te koppelen tussen Ingeborg en Pieter. Dit is niet geheel zonder eigenbelang, want zij is verliefd op Pieter.



Ingeborg:

Ingeborg  is de jeugdliefde van George. Ze hebben het afgelopen jaar een liefdesrelatie gehad.

Ingeborg  lijkt veel op George. Verder wordt ze niet echt beschreven, dit komt omdat ze vrijwel niet actief in het plot voorkomt; er worden alleen dingen over haar gezegd.   



Anton:

Anton stottert. Omdat George spottend over hem doet lijkt Anton een beetje zielig.

George zegt: 'Ton, ook voor jou is er nog hoop, jij wekt stellig medelijden op.' (blz 8)

Anton is naïef; hij gelooft alles wat George zegt.   

'Hij nam alles wat ik zei serieus. Terwijl de anderen van mijn jaar alleen cynisme of leugen meenden te bespeuren.' (blz 8)

Deze bijfiguur is geïnteresseerd in de vuurbuik (een bepaald soort pad) Hij zoekt er de hele nacht naar.



Jacob:

George beschrijft hem als volgt:

'een vreemde norse jongen, altijd erop uit je te treiteren en niettemin mateloos geïnteresseerd in alles met brede vleugels: vogels en vlinders' (blz 45)  .

Dus ook Jacob is een bioloog met een passie.



Pieter:

Piet is de nieuwe liefde van Ingeborg.

Niemand lijkt hem te mogen.

Jacob zegt over hem: 'die schizofrene grassengek' (blz 16)

Ook hij dus heeft een biologische passie: de grassen.



Beschrijving van de relatie tussen George en Ingeborg, zoals die was:

Ingeborg en George waren één jaar bij elkaar geweest. Ze hadden elkaar bij het eerste college ontmoet en waren samen uitgescholden door de hoogleraar. Dit had hun bij elkaar gebracht; sindsdien waren ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

'We waren een monocultuur, taai wortelend riet dat, gelijk opgroeiend, niets meer naast zich duldt.' (blz 54)



Samenvatting:

(uit: 'uittreksel laatste zomernacht door Maarten 't Hart' : www.scholieren.com/uittreksels)

'Het verhaal begint als Anton en George richting het moeras lopen. Anton merkt op dat Ingeborg en Pieter iets hebben. Dan wordt meteen duidelijk dat George het een tijd terug heeft uitgemaakt met Ingeborg. Anton is op zoek naar vuurbuiken. George kijkt met Jakob naar een paring van twee vlinders. Jakob merkt op George en Ingeborg absoluut bij elkaar horen. Jakob vraagt waarom George het heeft uitgemaakt, maar George wil hier geen antwoord op geven. Hij komt nu Marijke tegen en al snel blijkt dat hij een zwak voor haar heeft. Ook zij vraagt waarom

hij het heeft uitgemaakt met Ingeborg. George wil er niets over

zeggen. George begint met haar te flirten, maar Marijke stelt het niet op prijs. Marijke verteld dat ze Anton misleid heeft om zo te voorkomen dat hij vuurbuiken vindt. Als George en Marijke op de pont terug staan, zien ze een bloeiend waterdrieblad. Marijke vindt het erg mooi. George flirt met Marijke. Hij is er zelf verbaasd over. Op de boerderij gaat hij naar Anton. Deze heeft geen vuurbuiken, maar gewone padjes gevangen. Hij vraagt

of George even op de padjes wil letten tot Ingeborg komt. Dan kan zij ze zien, want zelf gaat hij nog even zoeken naar vuurbuiken. Als Ingeborg komt, doen ze een wedstrijdje. Wie het verste een padje kan laten springen. Marijke wint.

Dan komt Pieter binnen, en begint zomaar George te slaan.

George doet niets terug. Later bedenkt hij dat hij Ingeborg toch nog wel terug wil. Hij gaat weer naar het moeras. Daar komt hij Marijke tegen met wie hij over Nijhoff's poëzie praat. Anton gaat weer vuurbuiken zoeken en Marijke en George doen een wedstrijdje. George moet vanaf de pont Anton in de richting van de vuurbuiken dirigeren en Marijke moet Anton van de vuurbuiken afleiden. Het lukt George niet om Anton te helpen, hij ligt te denken aan hem en Ingeborg. Uiteindelijk valt hij in slaap. 's Ochtends vroeg wordt hij door Marijke wakker geschreeuwd. Ze gaan samen op een hek achter de boerderij naar de zonsopgang kijken. George vertelt aan Marijke waarom hij het heeft uitgemaakt met Ingeborg. Zijn vader was vermoordt door de Duitsers, en Marijke's vader was een Duitse officier. Toen ze dat aan hem vertelde heeft hij het uitgemaakt. Ingeborg komt aanlopen. Marijke loopt erop af. Samen lopen ze weg. Dit betekent voor George, dat hij nu beide meisje kwijt zal zijn. George gaat naar het moeras. Daar ziet hij Anton. Anton heeft nog steeds geen vuurbuiken gevonden. Samen gaan ze terug. Ze hadden allebei gefaald.'

(deze samenvatting heb ik wel enigszins veranderd!)



Thematiek:

Het thema van het boek is de ondoorgrondelijkheid van de liefde.

'De hoofdpersoon van het boek probeert dieper door te dringen in het raadsel van de liefde.'1

Hij veracht de nuchterheid waarmee zijn jaargenoten een liefdesrelatie benaderen. (met; 'het is aan', het is 'uit' etc.). Liefde moet volgens hem iets 'verhevens' hebben. Zelfs vrijen lijkt hij maar iets gewoons te vinden.

'Iets geks ondernemen wiens aanwezigheid je zo gelukkig maakt en bovendien doen alsof het heel waardig is, dat is het mooiste wat er voor mij bestaat. Vrijen valt daar niet onder want doel en betekenis van de handelingen die je dan uitvoert zijn te duidelijk en te bekend.'(blz 51)

Het meisje waarmee hij zo veel hield was Ingeborg, maar die relatie is 'uit'.

Iedereen (behalve Pieter natuurlijk) uit de jaargroep van eerstejaars biologiestudenten vind het jammer en vooral onverklaarbaar dat de relatie is beëindigd, die immers die verhevenheid leek te hebben.

Marijke zegt hierover: 'Als je jullie maar zag werd je al vrolijk. Jullie hadden samen iets waardoor je het gevoel kreeg: ze kunnen de hele wereld aan, ze kunnen samen alles troseren. Ik vind het ontzettend naar dat het nu uit is en ik begrijp het niet.' (blz 25)

George antwoord hierop: 'Er valt niets te begrijpen'.

Het lijkt alsof hij dit zegt om Marijke af te schepen, zodat ze niet verder zeurt.

Dat is volgens mij ook zo;  George probeert wel degelijk te begrijpen waarom de relatie is misgelopen.

Ondertussen raakt hij ook onder de indruk van Marijke (de koppelaarster) .

'Ze inspireerde eerder door vertedering dan op die deels opgetogen, deels weemoedige goevoelens die we verliefdheid noemen en die op gezette tijden ontstaan en dan een voorwerp in de buitenwereld zoeken waaraan ze zich kunnen hechten. In zeker opzicht waren die gevoelens minder gevaarlijk dan vertedering gemengd met opvlammend gevoel van seksueel verlangen, dat zich vandaag zo krachtig had voorgedaan.' (blz 32)

Hij verlangt naar Marijke en houdt van Ingeborg.

'Ik verbaasde mij erover dat ik bedroefd kon zijn en tegelijkertijd naar een ander kon verlangen. Het was alsof twee gevoelens in geheel gescheiden gebieden van mijn ziel verkeerden, of het iets dood gewoons was dat ze onafhankelijk van elkaar bestonden.' (blz 54)

Telkens vraagt hij zich af wat hem nou precies in de liefde trekt. Hoe een relatie kan ontstaan, waarom zijn ontstaat, waarom hij kan mislopen.

Hij komt er niet achter.



Motieven:

Dit boek is een web van thema's en motieven. Ik bespreek er enkele. Soms bespreek ik motieven ook samen, omdat ik denk dat ik op die manier het verband beter uit kan leggen.



Vader/ Jeugdangst:

Keijsers zegt over dit motief  (ik heb hier niets aan toe te voegen):

'Kiezen voor Ingeborg is de vader verraden en dat kan hij niet. In dit perspectief wordt de eerste terugblik van het verhaal duidelijk. Op blandzijde 10 denk George terug aan zijn kinderangsten in het ouderlijk huis. Hij is bang van de beweging van de gordijnen op zolder. Hij meende iets te zien dat er niet bleek te zijn. Zo was er later in het volwassen leven nog. De angst was veranderd maar gebleven. Het enige waar George in zijn levenzeker van is, is de trouw aan zijn vader.

Meermalen wordt in het boek gezegd of gedacht dat je anderen nooit kunt kennen, mensen blijven vreemde voor elkaar, maar daarboven zweeft de vadergestalte, die zijn enige zekerheid is.'2



Waterdrieblad:

Het waterdrieblad is symbool voor het feit dat je weinig over een ander weet.

'Het is zo jammer dat we zo weinig over elkaar weten, we zien slechts de bloei boven water, alles waar het werkelijk om gaat blijft verborgen.'(blz  51)



Schuldeloos narcisme:

George bedenkt als verklaring voor zijn liefde voor Ingeborg:

'Hoe veel van mijzelf had ik niet in haar herkend! En juist die dingen had ik in haar gewaardeerd, omdat  het niet paste om ze in mijzelf te waarderen. Een wonderlijk soort eigenliefde was het geweest, mijn liefde voor haar, een soort schuldeloos narcisme.' (blz 85)  

Toch is dit ook maar betrekkelijk, want George bedenkt aan het eind dat hij zichzelf kan haten en dus toch niet zo veel van zichzelf houdt.

'Ik realiseerde mij dat ik me alleen van Ingeborg zou kunnen losmaken door mezelf te haten. Maar dat zal me niet moeilijk vallen'( blz 87)



Poëzie van Nijhoff ('Awater' en 'de laatse brief')/ filosofie van Kierkegaard ('de vrouw als heerseres)/ verband met 'A Midsummernight's Dream' :

In het begin van het boek denkt bij George het zien van Marijke aan een regel uit Awater:

'hij heeft wat een planeet heeft en een bloem een innerlijke vaart die diep vervoert'

Een innerlijke vaar is een roeloze beweging; George ziet dit al iets prachtigs.

Marijke citeert ook een stukje uit Nijhoff's werk, namelijk uit haar laatste brief.

'Verwijt me niet dat ik lichtinnig was

omdat ik liefgehad heb zonder trouw

en zonder tranen heenging. Want een vrouw

komt nooit, als zij bij voorbaat niet genas

de wond te boven ener tederheid

die op toekomstig leven is gericht.'


George denkt nu dat dit op hem slaat; hij heeft Ingeborg namelijk zonder verklaring te geven verlaten.

Uiteindelijk krijft George die innnerlijke vaart; slapende op het pontje.

Keijsers zegt hierover:

'Op een gegeven moment valt George op het pontje in slaap als hij het geluk beleeft van die niet zichtbare beweging.' Vervolgens zegt Keijsers: 'Het is heel functioneel dat hij op dat moment gewekt wordt door een vrouw.'

Hij doelt erop dat door het werk van Kierkegaard, waarin deze filosoof zegt dat de vrouw heerseres is, de hoofdpersoon erachter komt dat het niet hij is die verlaat, maar juist degene is die verlaten wordt. 'Haar laatste brief! Ik had voetstoot aangenomen dat ik de ik-figuur was van het gedicht, maar de ik-figuur was een vrouw. ' (blz 90)

Het is niet alleen functioneel dat de ik-persoon wordt gewekt door een vrouw, zoal Keijsers beweert, maar het is ook functioneel dàt hij gewekt wordt.

In 'A Midsummer Night's Dream' van Shakespeare worden de ik-personen verliefd op degene door wie ze gewekt worden (of dat nu iemand is die ze normaal niet kunnen uitstaan of een ezel; dat maakt niet uit); dit komt door een toverpoeder.

Marijke wil niets van van hem weten. Zij is dus de vrouw die hem afwijst. (denk ik)     

Ingeborg heeft hij, door 'echt' verliefd te worden op Marijke verspeeld. Nu is hij beiden kwijt.

Antwoord op deelvraag 1:

Wat zijn de criteria voor een perfect boek?




Opmerking:

Voor de beantwoording van deze vraag heb ik mij grotendeels gebaseerd op het tweede fase leerboek 'Eldorado' en mijn eigen leerboek 'Op niveau literair'. Heb ik geciteerd uit secundaire literatuur, staat dat door middel van voetnoten aangegeven. Vaak  heb ik de informatie niet letterlijk overgenomen, maar ik ben wel door dat boek beïnvloed, vandaar deze opmerking.



Natuurlijk zijn er een heleboel criteria te bedenken voor een perfect boek. Ik heb een gedeelte van de mogelijke criteria gevonden en bedacht.

Zelfs bij het bedenken van criteria, is er al sprake van een persoonlijke opvatting. Wat de één

zeer belangrijk vindt voor een perfect boek, vind de ander slechts bijzaak.

De volgende criteria heb ik gesteld; dit is mijn 'model voor absoluut succes':



Persoonlijke criteria, wat een perfect boek met je moet doen, volgens mij:

Het boek moet de tekst de lezer iets leren.

'De tekst moet ervoor zorgen dat de lezer iets te weten komt over zichzelf, over de wereld, over het bestaan.'

Hierbij is volgens mij erg belangrijk dat de tekst mogelijkheid bied tot identificatie. De

lezer moet mee kunnen leven met de hoofdpersonen of een van andere persoon uit het boek. Het verhaal moet de lezer 'meezuigen', laten voelen wat de persoon voelt, laten denken wat de persoon denkt.

Daarnaast is een diepgravende thematiek absoluut een voorwaarde voor lering. Het boek moet iets vertellen: het heeft een duidelijke, zinnige boodschap.



Het boek moet vermaak bieden voor de lezer.

Uiteraard biedt de mogelijkheid tot identificatie en dus meeleven met het boek al vermaak. Als je ie

Belangrijk vind ik in ieder geval, dat je als lezer geboeid moet raken en ook vooral geboeid moet blijven door het boek. Hierbij is het volgens mij noodzaak dat de spanning in het boek tot het einde wordt vastgehouden.

Daarnaast moeten gebeurtenissen en gedachten, beschrijvingen en dialogen elkaar afwisselen.

  

Meer algemene criteria:



Een tekst moet gewaardeerd worden door een uiteenlopend publiek.

Het moet niet te moeilijk zijn voor de  minder gevorderde lezer, maar het moet toch bevredigend blijven voor de professionele lezer. Het ideale boek heeft dan ook een simpele en een ingewikkelde kant.

Allereerst wat betreft thematiek, ideaal is dat er een vrij simpel verhaal is, maar dat het boek een 'dubbele bodem' heeft; een diepere waarheid.

Dat er meer achter het boek zit, dan alleen het verhaal. Iemand die alleen geïnteresseerd is in 'een leuk verhaaltje' is dan tevreden en waardeert het boek dus, maar iemand die in een boek zoekt naar ingewikkelde thema's en motieven 'komt ook aan zijn trekken'.

Ten tweede wat betreft schrijfstijl. Het taalgebruik van een boek moet te begrijpen zijn, maar toch niet eenvoudig zijn. Het boek moet 'lekker weglezen', maar wel een zodanige schrijfstijl hebben, dat het allemaal niet tè gemakkelijk wordt. (we hebben het hier over het ideaal)

Natuurlijk moet de schrijver om gewaardeerd te worden door de meer gevorderde lezer ook geen fouten maken in zijn stilistiek.  Dit komt 'dom over' en veroorzaakt daarnaast kritiek van professionele lezers (recensenten), die er invloed op hebben in welke mate een boek wordt gewaardeerd door anderen.



De schrijver moet in het boek zijn eigen stijl laten zien


Om op te vallen de auteur van het boek duidelijk een 'eigen stempel drukken' op het boek. Het boek moet in 'zijn stijl' geschreven zijn.



De tekst moet origineel zijn

'De tekst moet een eenmalig oorspronkelijk product van de schrijver zijn.'

De tekst moet dus vernieuwing bieden.  

Tenslotte moet hij moet geen ideeën 'gejat' hebben uit andere werken.



Antwoord op deelvraag 2:

Aan welke van deze criteria voldoet 'Laatste zomernacht, volgens mij?




Nog even deze criteria in het kort:

1 lering

2 vermaak

3 groot publek

4 eigen stijl

5 originaliteit



De eerste twee criteria bespreek ik vanuit persoonlijk oogpunt (waarbij ik het weiger afstand te bewaren tussen het boek en mij); ik bekijk wat het boek met mij gedaan heeft.

De laatste drie criteria zal ik vanaf een zekere 'afstand' benaderen.



1. lering

Om te beginnen bood het boek mogelijkheid voor mij om me te kunnen identificeren met de hoofdpersoon. Het is niet zo dat ik in alle opzichten op hem lijk. Natuurlijk; we zijn allebei jong en allebei op zoek naar verklaringen voor het leven, maar we zijn absoluut niet dezelfde persoon. Die mogelijkheid door identificatie wordt veroorzaakt door het feit dat ik over het algemeen wel kon begrijpen wat hem beweegt; ik begrijp zijn twijfel aan de liefde en aan zichzelf. Welk jong mens heeft dat nou niet?

Het is dus meer dat ik de hoofdpersoon probeerde te begrijpen, dan dat ik echt met hem meeleefde. Hiermee probeer ook mezelf te begrijpen en onbewust ging ik, bij het lezen van het boek, George spiegelen aan mijzelf. Ik heb me ook wel eens afgevraagd wat mij trekt in de liefde en heb ook wel eens getwijfeld aan mezelf (wie niet?) en aan de vraag of ik niet te narcistisch ben is ook wel eens in mij opgekomen.

Maar George is iemand die wel heel veel nadenkt. Hij is niet nuchter. Dit maakte volgens mij ook dat ik me maar in beperkte mate met hem kon identificeren. Dat hij nadenkt over het leven ala, maar het lijkt haast irrealistisch dat hij alles in zijn omgeving symboliek toekent. Niets is zijn ogen toevallig. Als voorbeeld: wanneer hij samen met Marijke een waterdrieblad (een plantje) ziet hij hier gelijk weer betekenis in.  

Keijsers wijst erop dat er, naast George's gedachten, ook nog een andere manier is waarop je als lezer iets kunt leren over de hoofdpersoon van het verhaal. 't Hart maakt namelijk gebruik van sentencies . Door Keijsers worden deze omschreven als 'algemene waarheden, die al van oudsher in de literatuur zijn ingevoerd'. Verder zegt hij: 'Door deze sentensies komt de hoofdpersoonveel over zichzelf te weten  te weten en de lezer teruglezend over hem.'

Sentencies uit 'Laatste Zomernacht' die hij aanhaalt zijn:

-'vrouwen winnen altijd' (blz 67) Dit is een vooruitwijzing naar het einde van het verhaal, waar Ingeborg en Marijke hém verlaten en niet andersom. Ook realiseert de hoofdpersoon hierdoor dat hij niet kan winnen.

-'Het is jammer dat we zo weinig van elkaar weten, alles waar het werkelijk om gaat blijft verborgen.' (42)

Dit verwijst naar de boodschap van het boek, dat de liefde ondoorgrondelijk is.

Je kunt andere mensen, jezelf en daarmee de liefde nooit geheel begrijpen; 't Hart wijst de lezer daar nog een keer op en dat is zinnig en leerzaam.

Naast de sentencies die naar het thema van het boek verwijzen heb ik ook een aantal sentencies gevonden, die een aspect van het leven (kan ook van de liefde) verduidelijken.

'Veel vrouwen, vaak de mooiste aardigste vrouwen, worden verliefd uit medelijden. Ze zien het hulpeloze kind in de man , ze zijn als moeder geboren.'(blz 8)


Dit is een gewaagde uitspraak, waar ik misschien in mijn verdere leven nog wel aan zal denken.

Er worden in het boek ook dingen in de sentencies gezegd waarvan ik dacht: 'hé dat is waar'; dingen die ik ergens wel wist, maar nooit zo over nagedacht had. Voorbeelden hiervan:

'woorden kunnen een sensatie zo veel schade berokkenen.'( blz 15)

'Een stemming moet rijpen, zichzelf bevestigen en verdiepen. En bovenal moet je stemming om als stemming op te vallen contrasteren met de stemmingen van anderen.' (blz 47)




Duidelijk mag zijn dat het boek mij aangezet heeft tot nadenken. Het boek heeft een zinnige boodschap. Ik heb van het boek iets geleerd.



2.Vermaak:

Uit het feit dat ik van het boek geleerd heb put ik al vermaak en de mooie beschrijvingen van de natuur en dus het leven vind ik al boeiend.

Maar het boek heeft mij ook gewoon geboeid de manier waarop het verhaal gepresenteerd wordt. Belangrijk is dat het niet zo is dat er alleen boeiende fragmenten waren, maar dat alles mij boeide.

De Moor geeft in een terloopse, doch betekenisvolle opmerking aan, wat de reden is voor de blijvende spanning in het boek: 'daarbij verstaat 't Hart natuurlijk de kunst om door verhulling van wezenlijke details en onthulling van andere de spanning erin te houden.'

Dit is volgens mij waar; de schrijver van dit boek beschrijft de natuur erg gedetailleerd terwijl zaken die de verhaallijn aangaan maar schaars gepresenteerd worden. Hierdoor wordt je als lezer steeds nieuwsgieriger naar 'hoe het nou eigenlijk allemaal in elkaar zit'; hoe de relatie tussen Ingeborg er Pieter beëindigd is en hoe het verhaal af zal lopen.

Keijsers benaderd het feit dat ze spanning in het boek blijft aan de hand van een concreter. Hij vertelt expliciet op welke wijze de spanning wordt opgewekt en ik geloof dat ook zijn redenering klopt. Hij schrijft: 'De schrijver introduceert de vader op een manier die de spanning van de verwachting opwekt: in enige fasen wordt er steeds meer over George z'n verhouding tot zijn vader verteld. Aanvankelijk wordt zijn vader helemaal niet genoemd, dan wel, later komt er steeds iets bij tot ten slotte het raadsel van de breuk tussen George en Ingeborg wordt opgelost.'

Juist die geleidelijke gematigde docering van de gegevens die het plot aangaan wordt door een ander recensent bekritiseerd. Hij maakt in zijn recensie de volgende opmerking:

'Er komt nauwelijks vaart in het verhaal. Tot het einde toe is het tempo lomig en mat'

Ik vind dit nogal slappe een veroordeling. Vooral omdat het helemaal niet duidelijk is wat hij nou eigenlijk bedoelt met de woorden 'lomig en mat'. Wanneer deze recensent het boek wil bekritiseren, laat hij dan met concretere zaken komen! Als hij had geschreven dat de gebeurtenissen is het verhaal elkaar niet snel opvolgen en dat 't Hart het verhaal rekt door zijn beschrijvingen van de natuur, had ik heb direct gelijk gegeven. Dit is namelijk waar. Ik moet toegeven, hierdoor lijkt het verhaal niet snel en flitsend verhaal, maar ik kon best 94 pagina's 'wachten' totdat de ontknoping kwam. Dat ik het trage tempo van het verhaal niet als storend heb ervaren wordt volgens mij voor een groot deel veroorzaakt door het feit dat er afwisseling is in het boek. Gedachten, dialogen en beschrijvingen wisselen elkaar af. Met name het samengaan van beschrijvingen en gedachten over liefde is iets dat ik als boeiend heb ervaren.

Bousset zegt hierover: 'Platonische liefdes en biologische waarnemingen zijn op fijnzinnige wijze met elkaar  vervlochten.'

Daarbij is het zo dat dit boek zowel realistische als romantische trekken heeft.

Het boek gaat namelijk over de realiteit; het Hart geeft zijn visie over het 'echte' leven, maar beelden en de betovering van de liefde spelen in het boek eveneens een grote rol.   

Dit kan ik alleen maar toejuichen, want variatie vind ik belangrijk.

Een recensent zegt hierover: 'Laatste Zomernacht heb ik vermoedelijk juist door dit samengaan van realistische en romantische trekken als puur leesgenot ervaren.'



Vanwege de zojuist bespoken zaken denk ik dat ook ik zozeer geboeid ben door het boek dat ook ik van deze novelle genoten heb; het lezen van 'Laatste Zomernacht' heeft mij vermaakt.  



3 groot publiek

Het is waar dat dit boek diepgravende thematiek heeft; er zitten in het boek dubbele bodems. Het zit boordevol motieven. Ter illustratie hiervan: 'omdat er overal dubbele bodems liggen, voel je vaak pas achteraf dat er meer insteekt dan wel vermoed.' Een lezer die 'symboliekjager' is, komt dus duidelijk 'aan zijn trekken'.  Wat eichter niet het geval is, is dat er in het boek duidelijke scheiding is tussen de verhaallaag en de thematische laag, zoals is sommige boeken. Het is niet zo dat het thema iets abstracts is, dat ogenschijnlijk niets met het verhaal te maken lijkt te hebben. Je kunt het boek dan ook alleen op gebeurtenissen lezen. Dit kan wel met boeken als 'Au Pair' van Hermans en 'Twee Vrouwen' van Mulisch.

In  'Laatste Zomernacht' lukt dit niet, want de verhaallaag en de thematische laag gaan beiden over liefde en zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik denk ook niet dat het verhaal te lezen is 'op alleen gebeurtenissen'. Op de eerste plaats gebeurt er daarvoor te weinig in het boek en op de tweede plaats zou je de symboliek 'in de weg zitten'.

Daarom denk ik ook niet dat het verhaal gewaardeerd zou worden door iemand die het boek alleen voor het liefdesverhaal wil lezen. (dan kun je veel beter een doktersroman (geen 'doktersromannetje', want ik wil niemand voor de voeten lopen) lezen)

Het taalgebruik van 'Laatste zomernacht' is een tweede punt, waarvan eveneens te betwijfelen valt of het de toegankelijkheid van het boek wel bevordert.

Balduyck zegt hierover: 'Het verhaal leest niet bijzonder gemakkelijk. In tegenstelling tot wat we van 't Hart gewoon zijn- ditmaal  geen korte, rake zinnen, geen trefzeker duidende beeldspraak. Wel zweverige associaties, soms al eens moeilijk te volgen mijmeringen.'

Die zweverigheid en die lange zinnen heb ik zelf ook in het boek ontdekt. Dit moet je mooi vinden (zelf houdt ik er wel van) en ik kan me heel goed voorstellen dat er mensen zijn die zich hieraan ergeren of geen moeite willen doen om het te kunnen volgen.

Niet alleen de zinsbouw kan het lezen bemoeilijken, ook de woordkeus van 't Hart is niet altijd even eenvoudig. Van woorden als 'verdisconteerd' (blz 30) is natuurlijk te verwachten dat niet iedereen weet wat ze betekenen. Ook niet van iedereen mag worden verwacht dat ze dit woord in het woordenboek opzoeken.

In de recensies van 'Laatste Zomernacht' wijzen recensenten meermalen op de stylistische fouten die 't Hart in deze novelle maakt.

Mulder zegt hierover: 'Het is waar, de zinnen van 't Hart zijn niet altijd even volmaakt.' Een andere recensent neemt zelf de moeite om 'fouten' met bladzijde en al te noemen.

'Dit verhaal wordt ontsierd door stilistische onvolkomenheden en dat was niet nodig geweest. Ik noem een paar voorbeelden uit een groot aantal: het tweede 'het' in regel 7 van onderen, op pagina 27 is een verkeerd verwijswoord als het om 'hij' gaat. Idem voor het woord 'dat' in de laatste van pagina 21: er zou 'die' moeten staan.'

Duidelijk is dat Maarten 't Hart door zijn stilistische fouten kritiek van recensenten oproept.



Mijns inzien heeft Maarten 't Hart dit boek niet geschreven heeft om zo veel mogelijk mensen te raken. Daarvoor is het boek niet toegankelijk genoeg voor 'de minder gevorderde lezer' en is het niet geschikt genoeg voor iemand die een boek met alleen een verhaal wil lezen. Hiervoor is er te veel symboliek en te weinig eenvoud in het boek.  Door Balduyck wordt hem dat verweten (het verwijt is naar mijn mening vergaand, maar hij heeft wel een punt): 'Het geheel heeft iets van intellektualistisch blasé. Het is zelfs op het randje af van snob'.





4 eigen stijl




Maarten 't Hart is een schrijver die markant aanwezig is de Nederlandse literatuur.  Als je op www.schrijversnet.nl/hartbibl.html kijkt, vindt je een scala aan werken; van romans tot verhalen, van essays tot wetenschappelijke studies. Productiviteit zegt natuurlijk niet alles, maar uit de manier waarop de recensenten, die 'Laatste Zomernacht' besproken hebben, over de schrijver schrijven valt duidelijk af te lijden, dat 't Hart opgenomen kan worden in het rijtje van 'de groten'.

Over zijn proza, waarvan ik nu uiteraard één werk aan het belichten ben, wordt door de recensenten het één en ander gezegd.

Bousset bijvoorbeeld heeft hier opvallende dingen over te zeggen:

'Zijn werk is subjectief gekleurd en week-romantisch van toon, zo onmiskenbaar 't  Hart, die de literatuur inderdaad met 't hart benadert.'

De recensenten zijn het erover eens dat deze romantiek in 'Laatste Zomernacht' tot uiting komt.

Bousset zelf noemt 'Laatste Zomernacht'  'een hyperromantische novelle'. Ook Balduyck bevestigt de romantiek in het boek: 'Onlangs verscheen van 't Hart een novelle die weer helemaal in de romantische sfeer zit.'. Tenslotte zegt De Moor: 'Het behoort met de Avondwandeling tot de beste verhalen van 't Hart, die hem stempelen niet tot een ironisch realist, zoals vaak gesurgereed, maar tot een romantisch realist.'

Dus het boek heeft veel romantische en enige realistische trekken, die kenmerkend zijn voor 't Hart.

Niet alleen het genre waarin 't Hart zich manifesteert bepalen de kenmerkende stijl van deze schrijver. Het is weer Bousset, die schrijft: 'voor 't Hart is het boek een alikruik: een laatste toevluchtsoord, een vlucht uit de wereld, 'een stoet van de verbeelding' die invloed uitoefent op leven.'

Bousset beweert, deze karakterisering van 'het boek' toepasselijk is voor 'Laatste Zomernacht': 'Het boek als alikruik, de opiumfunctie van de literatuur, komt bijzonder goed tot uiting in het recentste (lange) verhaal van Maarten 't Hart: Laatse Zomernacht.'

Ik vind het moeilijk te begrijpen wat Bousset nou precies bedoelt met 'het boek als alikruik'; dat is discutabel.  Toch zal hij wel gelijk hebben: het is inderdaad waar dat in  'Laatste Zomernacht' (ver)beeld(ing) een grote rol speelt. In het boek is de hoofdpersoon voortdurend zijn waarnemingen aan  het interpreteren. Ook zal 'Laatste Zomernacht' wel enige invloed hebben op mijn leven.

In mijn leerboek literatuur wordt vermeld, dat 't Hart vindt dat in een verhaal niet alles met elkaar samen hoeft te hangen. Maarten 't Hart zijn boeken hebben dan ook een vrij losse structuur. Als je mijn bespreking van de voorgaande criteria erop naslaat kun je dit bevestigd zien. De thematiek van dit boek is namelijk vervlochten met de verhaallijn.

Verder valt hierbij nog te noemen, dat de motieven niet altijd rechtstreeks naar thema verwijzen. Neem nou het motief  'vader', dit motief wijst naar de reden van mislukking van de relatie tussen Ingeborg en George. Op deze relatie heeft George geen vat meer. Hiermee kom je nog niet bij het thema 'de ondoorgrondelijkheid van de liefde'. (misschien met een ontzéttende omweg)



Het enige, dat in de boeken van 't Hart 'normaal' enigszins anders is, is het taalgebruik.

Volgens Balduyck zijn de zinnen in 'Laatste Zomernacht' namelijk veel langer en zweveriger dan in zijn andere boeken.

Zelf vind ik dat  in 'Een vlucht regenwulpen', een boek van 't Hart dat ik ook gelezen heb, ook wel zweverige zinnen zitten, dus ik kan niet zeggen of  hij gelijk heeft.



Ik mag conculderen dat in 'Laatste Zomernacht' de stijl van Maarten 't Hart erg duidelijk naar voren komt.

Het enige wat misschien afwijkt van zijn gebruikelijke stijl is zijn zinsbouw.



5.orginaliteit



Dit is een zeer discutabel criterium. Wanneer is iets nou origineel?

Ik kan hier wel iets over zeggen, maar niet duidelijk aangeven of  het boek aan dit criterium voldoet.



Een schrijver moet met zijn stijl natuurlijk wel kenmerkend zijn, maar hij moet natuurlijk niet telkens  bijna dezelfde boeken schrijven.

Mulder begint zijn recensie met aan te geven dat 'Laatste Zomernacht' wel erg veel gelijkenis vertoont men één van zijn eerder geschreven verhalen: 'de novelle doet denken aan 't Harts vorige tussendoortje, de eenmalige Bzzteh-uitgave Avondwandeling die later opgenomen is in de bundel Mammoet op zondag. Ook in dat boekje werd een zomernacht beschreven waarin een bioloog via ontmoetingen en de nodige reflexie dieper door wil dringen in het raadsel van de liefde.'

Ik heb 'Avondwandeling' (nog) niet gelezen, maar zoals deze recensent het zegt lijkt het er veel op dat 'Laatste Zomernacht' een iets uitgebreidere uitwerking van 'avondwandeling' is. Als het waar is zou dit 'Laatste Zomernacht' niet erg origineel maken.

Ook verwijt Mulder 't Hart dat hij gebruik maakt van 'gemakkelijke' symboliek:

'Soms ligt de symboliek er zo dik bovenop dat het kan ontaarden in iets banaals en gemakkelijks. Alsof je een cryptogram oplost. Even gemakkelijk zijn nu symbolische functies en verbintenissen aangebracht. Net iets te gemakkelijk. Af en toe denk je een geroutineerd in elkaar gezette puzzel voor je te hebben. Met voor de hand liggende elementen waarvan iedereen weet dat ze gemakkelijk emoties oproepen.'

Volgens mij is dit wel gedeeltelijk waar; 't Hart 'gebruikt' 'de warme zomernacht' en hier zijn een heleboel cliché's aan verbonden, zoals broeierigheid, seksuele spanning en versterkte gevoelens, maar ook de geluiden en geuren die bij een zomernacht horen liggen deels van.

Hierbij wil ik wel opmerken dat het heel gemakkelijk is om iemand op die manier te veroordelen.  't Hart Hart is op het misschien wel heel originele idee gekomen om deze clichématigheden te gebruiken om een misschien wel origineel boek te schrijven.



Toch ga ik aan deze originaliteit wel erg twijfelen, omdat in dit boek gebruik is gemaakt van intertekstualiteit. Intertekstualiteit wordt in literaire genres en hun gebruik als volgt verklaard. 'Teksten komen voort uit teksten en zouden beschouwd moeten binnen een tekstueel domein. Intertekstualiteit is dus het begrip dat een tekst onherroepelijk wordt beïnvloed voor andere teksten, of dat nu op het eerste gezicht duidelijk is of niet.'  

Hierdoor lijkt het haast wel dat intertekstualiteit onoverkomelijk is.

Ronald Giphart bevestigde maandag 29 februari bij 'de hemelpoort' van BNN nog dat iedere schrijver in wezen een dief is. Hij zei verder zoiets als: 'Iedere zin die een schrijver ooit hoort kan hij mogelijk later nog gebruiken.'

Het begrip 'intertekstualiteit' is een onderwerp waar ik te weinig vanaf weet om er in relatie tot dit boek een duidelijke uitspraak over te doen.

Wel staat als feit dat Maarten 't  Hart passages uit het werk van Martinus Nijhoff heeft geciteerd. Ook citeert hij uit het werk van de filosoof Kierkegaard.

Ik weet zeker (herstel: ik vermoed) dat 't Hart zich bij het schrijven van de novelle sterk heeft laten beïnvloeden door het toneelstuk 'A Midsummer Night's Dream', want er zijn hele sterke aanwijzingen.

Ik heb het alleen nog niet bewezen en eigenlijk zou ik bovenstaande bewering helemaal niet mogen doen.



Cryptische conclusie: het boek is zeker niet heel origineel.



Discussie



Voor het maken van mijn verslag heb ik de volgende wekwijze gehanteerd.

Allereerst heb ik een ellenlang voorstadium (van ongeveer twee-en-een-halve maand) informatie verzameld. Ook heb ik toen over het boek en mijn toekomstige verslag nagedacht.

Uiteindelijk (oh nee, niet uiteindelijk; ik begon pas) heb ik mijn hoofdvraag en mijn deelvragen bepaald en een inleiding geschreven. Daarna heb ik bij wijze van voorbereiding een gedeeltelijke analyse gemaakt van het boek. Nu kon mijn eigenlijk onderzoek beginnen. Ik heb bij de beantwoording van mijn eerste deelvraag criteria gesteld voor 'het perfecte boek'. Vervolgens heb ik in recensies naar uitspraken gezocht, waarin recensenten zich uitlaten oven deze criteria. Deze criteria heb ik (dmv 'de fishesmethode van geschiedenis) geordend per criterium. Met behulp van deze uitspraken heb ik bij deelvraag twee geprobeerd te beoorden in hoeverre 'laatste zomernacht' aan deze criteria voldoet.



Zoals te verwachten voldoet 'laatste zomernacht' aan sommige van deze criteria wel en aan sommige niet.

Het boek heeft mijn persoonlijk iets geleerd en het heeft mij ook ontzettend vermaakt. Als ik alleen op deze persoonlijk criteria afga zou ik haast zeggen dat het boek niet alleen goed, maar zelfs haast perfect.

Natuurlijk ben ik niet de enige lezer van het boek; er is nog een hele 'literaire wereld' die zich over het boek buigt. De novelle voldoet niet aan alle algemene criteria . Uit mijn onderzoek blijkt, dat Maarten 't Hart wel duidelijk zijn eigen stijl in het boek laat zien, maar dat et te betwijfelen is of het boek origineel is en dat het boek zeker niet gewaardeerd kan worden door een uiteenlopend publiek.

Het boek is dus zeker niet perfect. Dat kan ook niet. Niets is perfect; een mens niet, een dier niet een ding niet, dus ook 'laatste zomernacht' niet. Het beeld van 'het ideale boek' is dan ook niet haalbaar: schrijfstijl die bewonderenswaardig is voor recensenten, een kenmerkende stijl, maar geen overlap in zijn boeken. Dit kán allemaal niet.

Toch voldoet 'laatste zomernacht' aan een aantal criteria voor perfectie. Daarom noem ik heb boek in ieder geval niet slecht. Er zijn van 'laatste zomernacht' nou een maal sterke en minder sterk aspecten. Ik waardeer het boek om zijn mooie woorden, zijn zinnige boodschap en de vernuftig in elkaar gezette symboliek. Daarom is voor mij het boek goed. De mindere originaliteit, de stilistische fouten (ik had ze zelf niet eens ontdekt) en de mindere toegankelijkheid neem ik op de koop toe.  'Laatste zomernacht' is mijn favoriete boek.

Ik merk hierbij op dat ik waarschijnlijk wel een ideale lezer voor dit boek ben: Vrij jong en onervaren in het leven, geïnteresseerd in de literatuur en happig op alles wat met hoogdravend taalgebruik te maken heeft (misschien een toekomstige snob! (toch liever niet)).

Daarnaast nog onervaren genoeg om niet te gaan 'zeuren' dat er foutjes in het in het boek zitten of dat het allemaal al een keer gedaan is.       

Dat 'zeuren' hebben recensenten voor mij gedaan, waardoor ik de beperkingen van mijn lievelingsboek in ben gaan zien. Mijn oordeel over het boek durf ik nu weloverwogen te noemen.

Dit heb ik toch maar mooi met mijn onderzoek bereikt!



Zoals gezegd, niets is perfect. Mijn onderzoek is verre van dat. Ook aan dit onderzoek zitten tal van beperkingen. Ik noem er enkele.

Ten eerste is mijn analyse niet volledig. Wat ik vooral jammer vind is dat ik de ruimte niet geanalyseerd heb. Er zit in het boek veel symboliek, maar vanwege het tijdgebrek heb ik ervoor gekozen om andere, ook belangrijke zaken te bespreken.

Ten tweede zijn er een heleboel criteria voor een perfecte boek te bedenken. Het onderzoek is dus onvolledig en als ik andere criteria had gekozen was het resultaat van mijn onderzoek misschien wel heel anders geweest dan nu.

Ten derde heb ik een veel te cryptisch en dus onbevredigend antwoord moeten geven op de vraag of het boek origineel is. Een nader onderzoek naar de intertekstualiteit in het boek zou wellicht meer kunnen vertellen over de originaliteit van het boek.



Kortom: perfectie is mijn niet te verwezenlijken ideologie.



Literatuurlijst:



Primaire literatuur:



* Maarten 't Hart , Laatste zomernacht

   Amsterdam, 1977



* Vertaling van 'A Midsummer Night's Dream':

William Shakespeare, Midzomernachtsdroom (vertaald uit het Engels door Johan Boonen)

Londen , 1600

Vertaaling: Apeldoorn 1997



Secundaire literatuur:



Recensies:



*Mulder:

Reinjan Mulder, 'De vuurbuiken en de kranswieren'

uit:NRC handelsblad,  9 december 1977



*Bousset:

Hugo Bousset, 'Het boek als alikruik'

uit:Elseviers Magazine,  18 november 1978



*Keijsers:

Piet Keijsers, 'Maarten 't Hart: 'laatste zomernacht''

uit:Brabants Nieuwsblad,  2 februari 1978



* De Moor:

Wam de Moor, 'aarzelend debuut van Gerard Raat'

uit:De Tijd, 30 december 1977



*Balduyck:

Marc Balduyck, 'voor wie van mooie treurigheid houdt'

uit :Gazet van Antwerpen, 2 juni 1978



Uittreksel:

* Martijn van der Vlag, 'Uittreksel: Laatste Zomernacht door Maarten 't Hart'

op internetpagina:htttp://huiswerk.scholieren.com/uittreksels





Literatuurtheorie:

  

*Eldorado:

Jos Schilleman, Frit Leijnen,Eldorado. Internationale literatuur voor de tweede fase Hieruit: Literatuur met een grote L en een kleine l,  pagina 15, 16, 17

Amsterdam 1998



*Op niveau literair:

B. Jager, R.A.J. Kraaijeveld, G. van der Meulen, Op niveau literair, 5/6 VWO

Hieruit: Blok C: par. 2.5.2:  samenhang, pagina 184,

Par 1.3 tekstbeleving: een persoonlijke reactie, pagina 164, 165, 166       

Amsterdam 1995



*Literaire genres:

Mieke Bal (red),literaire genres en hun gebruik

Hieruit: 'het begrip intertekstualiteit', pagina 121, 122, 123


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

Hallo
Ik heb even een vraagje. Ik zag dat je veel recensies had gevonden, maar ik kan deze nergens vinden. Heb je deze misschien nog? Zou je die kunnen sturen?
Lisette

17 jaar geleden