Kinderjaren door Jona Oberski

Beoordeling 3.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 3720 woorden
  • 5 maart 2007
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.3
  • 20 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1978
Pagina's
93
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Kinderjaren
Shadow

De novelle Kinderjaren is het debuut van Jona Oberski.

Het boek geeft een indringend beeld van de belevingswereld van een joods jongetje tijdens de tweede wereldoorlog en de periode direct na de bevrijding. Oberski is erin geslaagd van het begin tot het eind een wereld te beschrijven zoals een kind die zou zien. Daarmee heeft hij voor een vorm gekozen, waaraan het …

De novelle Kinderjaren is het debuut van Jona Oberski.

Het boek geeft een indringend beeld van de belevingswereld van een joods jongetje tijdens de tweede wereldoorlog en de per…

De novelle Kinderjaren is het debuut van Jona Oberski.

Het boek geeft een indringend beeld van de belevingswereld van een joods jongetje tijdens de tweede wereldoorlog en de periode direct na de bevrijding. Oberski is erin geslaagd van het begin tot het eind een wereld te beschrijven zoals een kind die zou zien. Daarmee heeft hij voor een vorm gekozen, waaraan het boek een grote kracht ontleent.

Kinderjaren door Jona Oberski
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
1: Beschrijvingsopdracht:
A) De hoofdpersoon in Kinderjaren is een joods jongetje dat aan het begin van het boek ongeveer 3 jaar is en 8 aan het eind. Met zijn vader en moeder woont hij in Amsterdam. Op een dag worden hij en z’n moeder naar Westerbork gestuurd. Plotseling wordt hij wakker in een vreemde omgeving: een koud vijandig kamp vol mensen en geuren. Het is zijn moeder die hem kust, geruststelt en vol vertrouwen is en zegt dat zijn vader die zorgt dat alles goed komt. Zij heeft gelijk: bij vergissing zijn moeder en zoon in kamp Westerbork terecht gekomen, binnen een week zijn ze weer veilig bij vader.
De veiligheid wordt beschreven in Harlekijn, het jongetje is jarig en krijgt een kleurig houten harlekijntje . Er zijn nog meer cadeaus, maar de trekpop laat hem met zijn ouders lachen. Het dagelijkse leven gaat weer verder, maar het wordt wel moeilijker gemaakt voor de Joden. (dragen van de ster, ze mogen niet overal meer komen)

Na een paar maanden worden ze weer op de trein gezet naar Westerbork, dit keer is de vader er ook bij. Moeder en kind worden mogen bij elkaar blijven, maar de vader wordt naar een ander deel van het kamp gestuurd. Ze zien elkaar zelden. Nadat ze een tijdje in het kamp gezeten hebben, worden ze uitgeloot om naar het beloofde land Palestina te gaan. Aan dit idee hebben de Joden veel steun. De trein gaat in plaats van naar Palestina naar het werkkamp Bergen-Belsen in Duitsland. Ook in dit kamp wordt de vader gescheiden van moeder en kind. In dit kamp gelden weer nieuwe regels, en omdat het jongetje zich volledig afsluit van iedereen moet hij die regels zelf ontdekken. Pas de 2e keer dat hij in de keuken de kans krijgt om extra eten te bemachtigen doet hij dat. Zijn wereld is veranderd. Hij is volkomen afhankelijk van de hulp van zijn moeder, terwijl dit kamp van hem eist dat hij voor zichzelf vecht. Een tijd later merkt hij dat alles zelfs voor zijn moeder te veel is. Ze stuurt hem weg als ze samen met zijn vader wil zijn en cadeaus op zijn verjaardag zijn er niet. Zijn vader moet zwaar werk verrichten en wordt snel ziek. Ze hebben hem een lange tijd niet gezien, alleen met zijn verjaardag hebben ze tegen betaling een paar minuten samen mogen zijn. Als zijn vader ziek wordt en naar de ziekenbarak moet bevalt hij dit wel, omdat hij zijn vader nu vaker ziet. Als hij van de dokter zijn moeder moet gaan halen omdat zijn vader niet lang meer heeft te leven verdwaald hij en vergeet de boodschap door te geven. Toch zijn ze er net op tijd bij om vader te zien sterven. Nu moet hij van de grote kinderen een proef afleggen om te bewijzen dat hij bij de groten hoort. Hij moet het ketelhuis binnengaan. Het ketelhuis blijkt een knekelhuis te zijn, waar de lijken liggen opgeslagen. Hij zoekt er wanhopig naar zijn vader. Als hij zijn moeder hierover vertelt, wordt ze erg boos. Hij mag er nooit meer komen en wordt van top tot teen behandeld met ontsmettingsmiddel.
Als de oorlog bijna afgelopen is, worden ze weer op de trein gezet, omdat ze moeten vluchten voor de oprukkende Russen. Deze reis duurt wekenlang. De helft van de tijd staat de trein stil. Tijdens zo’n stop staan de deuren open. De mensen lopen gewoon naar buiten. Hij mag met Trude mee. Ze plukken brandnetels en maken daar soep van. Hij hoort een soldaat zeggen dat het afgelopen is, maar zwijgt daarover tegen zijn moeder, zoals Trude hem heeft gezegd. Tijdens een stop worden ze bevrijd door de Russen. Een locomotief brengt hen naar Troblitz. Moeder wordt met een kar naar het ziekenhuis vervoerd en hij komt samen met Trude en iemand die Eva heet op de zolder van een groot wit huis terecht. Er staat een bed waar ze met zijn drieën in slapen. Een paar dagen later gaat hij samen met Trude zijn moeder opzoeken in het ziekenhuis. Ze hebben een zak aardappels meegenomen voor zijn moeder. Het is de laatste keer dat hij zijn moeder ziet. Ze is verandert, hij herkent haar aan haar rode haar, niet aan haar handelingen. Ze gooit met de aardappels die ze voor haar heeft meegebracht. Pas als ze een injectie heeft gehad en ze weer naar hem glimlacht, is ze weer zijn moeder. Ze gaan weg als ze in slaap valt. Weer een paar dagen later vertelt Trude hem dat ze niet meer naar zijn moeder kunnen omdat de weg afgesloten is. Hij gelooft haar niet, maar moet wachten tot later, dan zal ze hem alles uitleggen. Eva vindt hem terwijl hij, alleen, staat toe te kijken hoe de volwassenen een varken opjagen en slachten. Ze neemt hem mee naar de andere kant van het huis en probeert een gesprek met hem aan te knopen over de dood van zijn moeder. De jongen begrijpt haar niet. Eva dwingt Trude hem de waarheid te zeggen. Als het tot hem doordringt dat zijn moeder dood is, trapt hij schreeuwend naar alles wat zich in de kamer bevind. Hij heeft koorts en wordt doodziek in bed gelegd. Dagen later wordt hij weer wakker. De koorts is minder maar in zijn herinnering is leegte. Hij weet alleen dat hij gedroomd heeft over sneeuw en vuur.
Aan het eind moet tegen zijn zin afscheid nemen van Trude. Ze laat de jongen achter bij meneer Paul G en zijn vrouw, tante Lisa. Als Trude nog een keer langs komt blijkt hij zich redelijk aan te passen, maar tante Lisa maakt zich zorgen om zijn eetlust. Trude schuift het probleem 'kind' van zich af door te zeggen dat ze er niets aan kan doen en dat ze weg moet. Die avond wordt het de jongen duidelijk dat hij bijna 8 is, en geen klein kind meer. Hij moet alle rommel die door zijn doodsangst ontstaan is zelf opruimen.
B) De oorspronkelijke versie komt uit 1978.
C) Het boek dat ik heb gelezen is de 6e druk en komt uit 1984. De uitgeverij is BZZToH.
D) Biografie en bibliografie van de auteur:
Jona Oberski werd op 20 maart 1938 geboren in Amsterdam, hij was enig kind. Zijn ouders zijn van Joodse afkomst. In de jaren dertig zijn ze vanuit Hitler-Duitsland naar Nederland gevlucht. Met zijn ouders kwam hij in de Tweede Wereldoorlog, via Westerbork, in het concentratiekamp Bergen-Belsen terecht, waar beide ouders overlijden. Na de oorlog keert Oberski terug naar Amsterdam, waar hij opgroeit in een pleeggezin. Nadat hij in 1956 zijn gymnasiumdiploma behaalde ging hij wis-en natuurkunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Later specialiseert zich als kernfysicus. In de jaren zeventig volgt Oberski, inmiddels getrouwd en vader van 3 kinderen, een cursus gedichten schrijven bij Judith Herberg. Zo komt hij op het idee om zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog op te schrijven. In nauwelijks 6 weken schrijft hij het boek ‘Kinderjaren’. Hij doet hier nogal vaag over of het boek autobiografisch is. Wel heeft hij gezegd dat de verhouding feitfictie ongeveer fifty-fifty is. Hij doet zo onduidelijk omdat hij niet wil dat mensen zullen zeggen dat zijn jeugdjaren niet zo erg waren, omdat het toch allemaal goed gekomen is.
Oberski heeft naast Kinderjaren nog 2 andere boeken geschreven:

1. De ongenode gast (1995)
2. De eigenaar van niemandsland (1997)
Verder heeft Oberski wel een proefschrift en twee wetenschappelijke werken geschreven.

2: Verdiepingsopdracht 1:
A) De belangrijkste persoon in dit boek is het jongetje. Hij is enig kind en hij krijgt in het hele boek geen naam. De hoofdpersoon is een round character, je ziet alles door zijn ogen gebeuren en hoe hij tegen iedereen aankijkt. Zo kom je veel over hem te weten. Je komt niet veel over de andere personen te weten omdat hij nog zo klein is dat hij niet naar personen zelf kijkt, maar meer naar de gebeurtenissen. Een belangrijk bijfiguur in het boek is de moeder beschermt de ikfiguur tegen de buitenwereld, ze houdt veel van hem. Ze is een echt moedertype: warm, liefdevol en altijd in de buurt. Een ander bijfiguur in het boek is zijn vader. Omdat vader in een ander deel van het kamp zit, komt hij niet zo vaak voor in het verhaal. Wel wordt er veel over hem gesproken, het is een aardige man. Deze beide bijfiguren zijn dus allebei flat characters omdat je niet erg veel informatie over hen leest. Ze komen wel veel voor in het boek maar je komt er verder niet veel over te weten alleen wat hun zoontje verteld.
B) Het thema in dit boek is de jodenvervolging dus de onmacht van een joods kind in de Tweede Wereldoorlog.
- Het verliezen van onschuld, het onschuldige leven van een kind die nog nergens kwaad in zien en wat toch gaat veranderen, door bijvoorbeeld de dood van hun ouders.
- De dood, de dood van z'n vader en moeder hebben toch wel indruk op de jongen gemaakt.
- Noodlot, de joden hadden gedurende het Hitler-regime een noodlot, ook in dit boek was het niet in de eerste reis dan wel in de tweede.
- Onschuldige leven van een kind, een kind weet nog niets van rassenhaat af en wordt er op een bepaalde manier in betrokken maar begrijpt er toch niet veel van, geen enkele vorm van interpretatie te vinden in dit boek.
C) De titel van het boek is Kinderjaren. Enerzijds kun je denken dat de hoofdpersoon een kind was: op de eerste bladzijde moet het jongetje nog jaar worden, aan het eind is hij 8. Maar anderzijds weet je na het lezen van het boek dat er in de oorlog zoveel met het kind gebeurd is dat hij op een bepaalde manier juist volwassen is geworden. Dan betekent de titel juist dat de kinderjaren van de jongen voorbij zijn.
Oberski had nog een reden om zijn boek deze titel te geven: in een interview heeft hij gezegd, dat hij een aantal jaren voor hij zijn eigen boek schreef, Kinderjaren van Tolstoj had gelezen. Oberski vond dat een heel helder boek en wilde dat zijn eigen boek dat ook zou worden.
De titel en het thema hebben wel een verband met elkaar, maar niet duidelijk.
De titel geeft aan dat het boek over de kindertijd gaat en het thema gaat er verder op in, namelijk dat deze kindertijd niet altijd even leuk kan zijn, maar juist heel gruwelijk zoals de onmacht van dit joodse kind in de Tweede Wereldoorlog.
D) Het boek ‘Kinderjaren’ speelt zich af in Amsterdam, Westerbork, Bergen-Belsen en Trobitz. Het verhaal speelt zich grotendeels af in de barakken van de concentratiekampen en voor de rest voor een klein deel in hun eigen huis.De eerste plaats, Amsterdam, had ook een andere plaats kunnen zijn maar de rest van de plaatsen niet. In deze plaatsen hebben in de Tweede Wereldoorlog de verschrikkingen plaatsgevonden die in dit boek, op een kinderlijke manier, verteld worden.
E) Het vertelspectief is de ik-persoon. De hoofdpersoon is de verteller. Hij vertelt wat hij in zijn jaren heeft meegemaakt, in de verleden tijd. Je krijgt zijn naam niet te weten. In het begin van het boek is hij drie jaar oud en aan het eind is hij acht jaar. Door dit vertelstandpunt lijkt het verhaal heel echt en zit je er als lezer met je neus bovenop. Het jongetje leeft van dag tot dag en kijkt niet ver voor- of achteruit.

3: Verdiepingsopdracht 2:
A) Het boek heeft een opening in een handeling. Het boek begint als de hoofdpersoon wakker wordt in een muffige trein. Hij weet niet waar hij is. Hij is alleen met z’n moeder. Bij deze opening zit je meteen in het verhaal, en de spanning loopt meteen op.

Het boek heeft een gesloten einde. Het laatste hoofdstuk de epiloog heet ‘Naspel’. Het is een duidelijke afsluiting van het verhaal. De oorlog is dan afgelopen en haar hele familie is omgekomen. Daardoor moet de hoofdpersoon bij pleegouders gaan wonen. Deze pleegouders vinden dat hij al groot genoeg is om voor zichzelf te zorgen en behandelen hem niet meer als een kind.
Er zijn niet echt grote open plekken in het boek. Ik denk dat de schrijver hier speciaal voor gekozen heeft omdat je alles door de ogen van een kind ziet. De schrijver kan moeilijk grote en noodzakelijke informatie weglaten omdat het kinderen meestal gewoon vertellen wat ze weten en wat ze zien. Het boek is ook een soort dagboek of terugkijk op zijn kinderjaren, in die stijl heb je meestal geen (grote) openplekken. Er zijn wel een paar vragen die ik kreeg toen ik het boek las. Bijvoorbeeld in het begin als de hoofdpersoon en de moeder worden meegenomen, maar dat het toch een fout blijkt te zijn. Vraag ik me af hoe die moeder dat wist dat het een fout was en hoe zo’n fout kon gebeuren. Aan het eind als de hoofdpersoon bij zijn pleegouders woont, wil ik graag weten hoe hij verder gaat met zijn leven maar dat krijg je niet te weten.
In het boek is maar 1 verhaallijn, alles wordt door de ogen van het jongetje verteld.
Het verhaal is logisch-chronologisch opgebouwd. In het boek zijn geen terugblikken. Maar het hele boek is wel 1 grote terugblik, het wordt in de verleden tijd verteld. Het boek is opgebouwd uit allemaal kort verhalen, die samen in chronologische volgorde het leven van het jongetje vertellen. Tot aan ‘Muiderpoort’ zijn de hoofdstukken eigenlijk afzonderlijke korte verhaaltjes, er is geen samenhang. Bepaalde dingen hebben wel invloed op elkaar, het krijgen van de harlekijn voor z'n verjaardag en het vervoer waarbij hij z'n pop niet mee kan nemen.
Daarna ontstaat er echt een verhaal. De vertelsnelheid verandert regelmatig. Ook zijn er sprongen in de tijd. In de meeste hoofdstukken wordt maar een gebeurtenis verteld. Als dat een gebeurtenis is die een paar dagen duurt, zoals in hoofdstuk 1 verhoogt de verteller het tempo (‘Op de tweede dag,’ ‘Na een week..’). De hoofdstukken over de dood van zijn vader en de vlucht uit het kamp krijgen de meeste aandacht.
B) Je hebt in het begin enige achtergrondkennis nodig om te begrijpen dat het verhaal over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog gaat. In het verhaal komen ook de beperkingen in het begin van de oorlog (de kruidenier wil hun niets meer verkopen) naar voren. Het hoofdstuk ‘Meneer Paul’ moet zich eind april, begin mei 1942 afspelen, omdat de joden toen verplicht waren om een jodenster te dragen. Deel IV speelt zich af in 1944 - begin 1945, omdat toen de Joden Bergen-Belsen mochten verlaten. Het verhaal eindigt kort na de bevrijding.
Het boek is opgedragen aan Dave en Lotte, Bettie en Hans. Dit maakt van het boek een gedenkschrift. Aan het einde van het boek staat ook: Aan mijn pleegouders
die heel wat met me hadden uit te staan.
Het taalgebruik is niet moeilijk, zeker niet voor een literair boek. Ik denk ook dat dat komt omdat er veel tegen het jongetje wordt gepraat en veel wordt verteld vanuit hem. Daarom kan je niet al te moeilijke taal gebruiken, anders begrijpt het kind het niet meer. De zinnen zijn dus ook niet moeilijk of (te) lang. Het verhaal is eenvoudig, het is goed te begrijpen.

3: Verdiepingsopdracht 3:
A) Na het lezen van “Kinderjaren” krijg je sterk de indruk dat dit een autobiografie is. Hij zegt hier zelf over: “Voor ik het opschreef heb ik het nooit zo verteld, het is denk ik een manier om al die verschrikkelijke herinneringen van je af te zetten.” Hij ontkende pas toen zijn debuut verfilmd werd (in 1992/1993), dat het autobiografisch was.
In de jaren zeventig volgt Oberski, inmiddels getrouwd en vader van 3 kinderen, een cursus gedichten schrijven bij Judith Herberg. Zo komt hij op het idee om zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog op te schrijven. In nauwelijks 6 weken schrijft hij het boek “Kinderjaren”. Hij doet hier nogal vaag over of het boek autobiografisch is. Wel heeft hij gezegd dat de verhouding feit-fictie ongeveer fifty-fifty is. Hij doet zo onduidelijk omdat hij niet wil dat mensen zullen zeggen dat zijn jeugdjaren niet zo erg waren, omdat het toch allemaal goed gekomen is.
Jona heeft ook eens gezegd dat hij het boek niet heeft geschreven om zo beroemd te worden of om geld te verdienen. Hij heeft het boek geschreven om zo deze nare jeugdherinnering van zich af te kunnen zetten. Hij kon zo al zijn gevoelens eens goed op papier zetten.
B) Schrijvers schrijven vaak een boek naar aanleiding van een gebeurtenis, of over iets wat ze hebben gehoord. Zodat ze het van zich af kunnen schrijven en meteen de mensen hierover kunnen beïnvloeden. Jona heeft zijn verhaal nooit letterlijk aan iemand verteld. Wat er in zijn kinderjaren is gebeurt stopte hij het liefst zover mogelijk weg. Hij heeft het boek ‘Kinderjaren’ geschreven en meteen wordt het wat makkelijker voor hem om het erover te hebben, het hoort bij zijn verwerking. Een groot kenmerk is dus dat boeken vaak een beetje autobiografisch zijn.
C) Jona Oberski heeft nog 2 andere boeken geschreven en heeft een aantal keer voor een tijdschrift of krant gewerkt. Hierbij ging het ook vaak om de oorlog, maar het was nooit zo realistisch en waargebeurd als het verhaal kinderjaren.
D) Door de Holocaust weet je natuurlijk meteen dat het verhaal zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Ook de typmachines en de geweren zijn van die tijd. Al kon dat natuurlijk ook veel vroeger zijn geweest. Als de hoofdpersoon cadeautjes krijgt voor zijn verjaardag merk je ook dat het zich vroeger afspeelt.

4: Evaluatie:
Ik lees regelmatig oorlogsboeken maar dan word het onderwerp toch anders vertelt dan in dit boek. Hoe hier het onderwerp wordt verteld is wel heel bijzonder meestal zie je het niet door de ogen van een kind. Ik denk regelmatig over dit onderwerp na maar dit boek heeft me ook andere kanten van het onderwerp laten zien bijv. Hoe erg het wel niet is om in oorlog op te groeien. Ik ben niet anders over het onderwerp gaan denken omdat het boek maar een klein deel van het onderwerp laat zien. Ik had het niet verwacht. Ik had niet verwacht dat je het echt door de ogen van een kind zou meemaken. Ik ben het zeker met het boek eens oorlog is nooit leuk. Het onderwerp blijft oppervlakkig het zou ook nooit grondig verteld kunnen worden anders zou je een boek van 5000 blz. krijgen of zo. In het boek merk je niet echt dat er ook overal gevochten wordt. Ik heb heel veel verhalen gelezen of films op tv gezien over dit onderwerp.
Er hebben zeker veel aangrijpende gebeurtenissen plaatsgevonden in dit boek, bijvoorbeeld dat de vader en moeder van het kind allebei sterven, eerst de vader en daarna de moeder waardoor het kind moet worden verzorgd door een ander. Ik denk dat het verhaal meer gaat over de gebeurtenissen want de gedachten van het kind zijn niet echt goed beschreven. Ik vind het boek zeker niet saai en niet eentonig, er gebeuren veel spannende dingen, en ik ben gefascineerd over de manier van schrijven. Ik vind de gebeurtenissen dramatisch, door alles wat het jongetje meemaakt. Toen zijn vader dood ging dat was een heel droevig moment in het boek wat veel gevoelens in mij opbracht. Dan stel ik mezelf wel eens voor hoe erg het zou zijn als allebei mijn ouders nu zouden overlijden net zo als in het boek gebeurt met het jongetje. De dramatische sfeer zorgt er bij mij voor dat je, je er best droevig door gaat voelen waardoor je erg veel over dingen gaat denken waar je normaal nooit aan denkt. Ik kon de personages heel goed voor me nemen vooral toen de vader dood ging zag ik een klein jongetje aan de rand van het bed zitten met de hand van zijn dode vader in zijn hand.
Dat maakte best veel indruk. Soms moet je zelf dingen aanvullen, maar dat vind ik ook wel weer fijn. Zo heb je de kans om je eigen fantasie te gebruiken, en dat maakt meestal dat ik me beter kan inleven. Het enige wat ik nog nooit heb meegemaakt in een boek is dat de naam van de hoofdpersoon niet wordt gegeven, en dat is toch wel even wennen. Ik heb zulk soort gebeurtenissen nog nooit meegemaakt dus ik weet niet hoe het echt is waardoor het heel af en toe lastig is om je in te beelden in de situatie.
De hoofdpersoon wordt niet zo goed besproken in dit boek. Wat mij opviel was hoe het jongetje reageerde in sommige omstandigheden, dat zou ik denk ik niet aan hebben gekund. Ook niet (misschien zelf wel, zeker niet) op zo’n jonge leeftijd, terwijl je zou denken dat men op die leeftijd niet zo’n bewustzijn hebben. Bijvoorbeeld, wanneer het jongetje op zoek gaat naar het lichaam van zijn vader.
Ik ben ook zeker wel te spreken over de bouw, ik vind dat alles goed samenhangt. Het verhaal is niet ‘spannend’. Maar ik denk dat de schrijver het ook niet zo bedoeld heeft. Het is een ontzettend interessant boek om te lezen. Je bent zeker op sommige momenten in het verhaal wel benieuwd hoe het boek eindigt, maar dat levert niet de overhand. Ik vond het zeker een boeiend boek om te lezen, een echt spannend boek is ook zeker niet verkeerd, maar dit is zeker ook interessant! Het boek is normaal opgebouwd waardoor het goed te lezen is. Er is een verhaal lijn wat ik fijn vind want vaak als er meer verhaal lijnen zijn raak ik in de war. Er wordt ook niet met de tijd gespeeld. Ik vind de bouw van het verhaal goed waardoor het onderwerp en het verhaal goed geuit wordt, zeker omdat je het ziet door de ogen van een kind. Er zitten helemaal geen herinneringen of terugblikken in het verhaal.
Je ziet het verhaal door de ogen van maar een persoon dat vind ik goed bij het verhaal passen omdat het ook maar om 1 persoon draait.
Ik ben tevreden met de stijl van de schrijver, en zijn stijl past in dit geval ook zeker goed bij het verhaal. Het verhaal is niet moeilijk te volgen, en zeker goed leesbaar.
Een super goed boek dus.

‘This is not the book of the year, but the book of this damned century’.

In zekere zin kan ik me hier wel bij aansluiten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kinderjaren door Jona Oberski"