Titel: Karel ende Elegast
Auteur: Onbekende auteur
Leg uit waarom Karel pas bij de derde verschijning van de engel aan de oproep gehoor gaf.
Karel moet drie keer aangespoord worden om uit stelen te gaan. Bij de tweede keer wordt Karel een beetje angstig, twee is immers het getal van de duivel. Maar drie is in de christelijke traditie een heilig getal. Het symboliseert de drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige geest. Karel wist niet of God het nou echt wilde, dat hij ging stelen. Toen hij voor de derde keer werd verzocht te gaan stelen, wist hij zeker dat God het wilde.

In vers 55 tot 76 geeft Karel een uitgebreide opsomming van wat hij in het leven allemaal bereikt heeft. Dat heeft een dubbele functie: Karel maakt iets aan de engel duidelijk en tegelijkertijd laat de verteller hem iets aan het publiek duidelijk maken. Leg uit.
Karel wilde aan de engel laten zien dat het voor hem niet nodig was om te gaan stelen. Hij had alles al wat hij wilde hebben, en hij hoefde niets te stelen, omdat hij geld genoeg had. Aan het publiek laat hij op deze manier zien hoe machtig hij is. Hij geeft aan hoe groot zijn bezit is.

Noem drie sprookjes waarin sprake is van getallensymboliek. Leg voor elk sprookje uit waar deze symboliek volgens jou mee te maken heeft.
Sneeuwwitje en de zeven dwergen.
De dwergen waren duidelijk een geluk voor Sneeuwwitje, omdat zij allemaal goed voor haar zorgden. Zeven is dan ook het goddelijke getal. Ook in de bijbel wordt het getal vaak gebruikt.

Assepoester.
In dit sprookje staat het getal twaalf centraal. Het getal twaalf wordt wel als het getal van perfectie gezien. Dit heeft waarschijnlijk ermee te maken dat twaalf oorspronkelijk als grondtal werd beschouwd. Er zijn bijvoorbeeld twaalf maanden, twee keer twaalf uren in een etmaal en in de bijbel bestaan er twaalf apostelen.
Nog een reden is dat de heilige getallen drie en vier het product zijn van twaalf, net als drie en vier de som zijn van zeven. Hieruit blijkt dat twaalf en zeven dan extra heilig zijn.
In het sprookje is Assepoester op het dansfeest. Ze is dan betoverd om er mooi uit te zien en allerlei voorwerpen zijn ook betoverd. Bijv. een pompoen is een koets geworden. De betovering wordt om twaalf uur verbroken, dus dan moet Assepoester weer thuis zijn. Dan is het perfecte leven weer afgelopen.

De drie biggetjes.
Zoals ik hierboven heb verteld, is het getal drie heilig. In dit sprookje staat het getal drie centraal.
De biggetjes besluiten om op zichzelf te gaan wonen, ze maken alledrie een huisje.
Het eerste biggetje bouwde een huisje van stro. Het tweede biggetje maakte een huisje van hout. Deze waren niet sterk, ze werden zo omgeblazen door de wolf. De eerste twee biggetjes vluchtten naar het huisje van het derde biggetje, dat huisje was van baksteen gemaakt. Toen de wolf daar aankwam, kreeg hij het niet omgeblazen en waren de biggetjes gered.
In dit sprookje wordt duidelijk gemaakt dat je niet snel, maar slim moet zijn. Ook als het niet meteen lukt, kun je nog altijd proberen. De eerste twee pogingen mislukten, maar de derde poging was een succes. Zo is het bij Karel ook, de eerste twee keer wil hij niet gaan stelen, maar de derde keer ziet hij in dat hij beter wel kan gaan.

Karel de Grote kon goed opschieten met de paus in Rome. Later in de Middeleeuwen werd de verhouding tussen keizer en paus minder goed. Dit leidde tot de zogenaamde Investituurstrijd. Zoek dit begrip op in een encyclopedie en beschrijf het verloop van deze strijd.
De investituurstrijd was een machtsstrijd tussen de Duitse keizer en de paus Gregorius VII tijden de 11e en 12e eeuw. Het ging over de benoeming van de rijksbisschoppen en de geestelijke instellingen onder de voogdij van de keizer.
In de 10e eeuw had de keizer gaandeweg medezeggenschap verworven bij de benoeming van bisschoppen in het Duitse Rijk. Erg verwonderlijk was dit niet, want vaak werden er door de keizer landsheerlijke, politieke en zelfs militaire opdrachten aan de bisschoppen toevertrouwd (in dit verband spreekt men van rijksbisschoppen). Dit leidde ook tot misbruiken, zoals simonie(omkoperij) en gehuwd priesterschap. Als reactie daarop kwam er tijdens de 11e eeuw een hervormingsbeweging op gang om de invloed van seculieren(wereldlijke geestelijken) op de benoeming van geestelijken uit te bannen. Deze hervormingsbeweging kwam vooral uit de abdijen Gorze en Cluny.
Een heftige strijd was het gevolg, maar de kerk won de strijd. Dit hield in dat de keizer alleen nog indirect zijn invloed kon laten gelden. Als de bisschoppen benoemd waren, kon hij ze alleen nog hun taken toewijzen. Dat was blijkbaar toch genoeg voor keizer Hendrik IV, want na een boetetocht naar Canossa bood hij zijn excusus aan aan paus Gregorius.

Karel stelt aan Elegast voor om bij zichzelf in te breken. Elegast reageert furieus.
Waarom deed Karel dat voorstel?
De engel had Karel geboden om te gaan stelen. Karel had groot respect voor een dief die hij had verbannen uit zijn rijk. Deze dief stal van de rijken en gaf zijn buit aan de armen. Karel had genoeg spullen en geld en wilde de armen ontzien. Hij wilde ook stelen van de rijken. Gemakkelijk en risicoloos stelen.
Daarnaast denk ik dat er nog een risico wegviel. De engel had niet gezegd waar Karel moest inbreken, alleen dat God hem zou steunen.
Als Karel bij zichzelf zou inbreken, zou niemand dat merken. God zou ervoor zorgen dat iedereen sliep.

Welke conclusie verbindt Karel aan de reactie van Elegast?
B. De Elegast neemt het op voor de koning en weigert zijn goederen te stelen. Hierdoor ziet Karel dat de Elegast trouw en eerlijk is. Hier is Karel natuurlijk erg blij mee. Zo komt Karel er ook achter dat hij Elegast ten onrechte verbannen had.
Waar stond het bos in de Middeleeuwen symbool voor?
Het bos stond symbool voor een oord van inkeer, een plaats waar je over jezelf na kan denken.

Nadat Karel besloten had om inderdaad te gaan stelen, verzuchtte hij op twee plaatsen dat het een deemster nacht (vers 127 en vers 189) was. Vergelijk deze verzen met vers 200 – 203.
Wat valt je op?
In de verzen 127 en 189 is het een donkere, duistere nacht. In de verzen 200-203 is de nacht helder en mooi met twinkelende sterren.
Hoe verklaar je dat (denk aan Karel’s gemoedstoestand)?
In vers 127 en 189 is hij onvoorwaardelijk trouw aan God, hij stemt met het stelen mee in, maar is niet geheel zeker van zijn zaak. Bij 200 – 203 is hij al op pad en heeft hij er meer vertrouwen in. Ook rijdt Karel dan in het bos. Daar begint hij over zichzelf na te denken en leert hij van zijn fouten. Hij wil zijn leven dan beteren.

Uit vers 2 blijkt dat Karel en Elegast bedoeld is om beluisterd te worden. Zoek in hoofdstuk 1 en 3 nog twee verzen waaruit je kunt opmaken dat het de bedoeling van de schrijver was dat het verhaaltje hardop uitgesproken zou worden.
Hoofdstuk 1, vers 8.
Luister – het is wonderlijk maar waar.
Hoofdstuk 3, vers 694.
Luister goed, dan hoort u iets wonderbaarlijks.

Begrippen
Leg uit wat de cultuur van eer en schande inhield
De adel dacht in termen van eer en schande. In de cultuur van eer en schande was de eer belangrijker dan het geweten. Het ergste dat kon gebeuren was dat je zelf zorgde voor een slechte naam. Edelen leidden een dubbelleven. Voor de buitenwereld deden ze alsof ze geweldig waren en nooit iets fout deden, maar ondertussen deden ze dingen die bij het gewone volk en andere edelen niet geaccepteerd werden.
Leg uit wat de cultuur van genade en zonde inhield
De cultuur van genade en zonde hoorde bij de geestelijkheid. ‘Als je tegen de geboden van God zondigt, ben je van Zijn genade afhankelijk om weer met Hem in het reine te komen.’
Dit betekent dat je van God afhankelijk was of je vergeven werd of niet. Het ging bij de geestelijkheid dus niet zozeer om het vermogen en aanzien, maar om de mening van God over jou.
Zowel in vers 1243 als in vers 1373 wordt benadrukt dat Eggerik en Elegast dezelfde hertogelijke status hebben. Waarom is dat zo belangrijk?
Dit wordt gedaan om te benadrukken dat beide strijders gelijke kansen hebben, ook al vertelt de een de waarheid en liegt de ander. Ze hebben allebei dezelfde opvoeding gehad. Alleen werd Eggerik afgeschilderd als een rijke, machtige ridder en Elegast als iemand die moest stelen om aan zijn uitrusting te komen.

Elegast en Eggerik beslissen via een gerechtelijk tweegevecht wie er gelijk heeft.
Waarom is het uitgesloten dat Eggerik deze strijd wint?
Er werd in die tijd gelooft dat als iemand de waarheid sprak, degene dan ook het gevecht zou winnen. Hij was immers trouw gebleven aan God en dat was het belangrijkst.
Maar daarnaast had het gevecht eigenlijk helemaal geen nut. Elegast had al bewezen dat hij gelijk had en de waarheid sprak. Hij had de handschoen met bloed van de vrouw van Eggerik bij zich en deze laten zien aan de koning. Alleen bleef Eggerik volhouden dat het niet waar was en hoopte met een strijd het tegendeel van Elegast te bewijzen.

Voor wie het nog niet vermoedde, wordt in vers 1327 en 1328 nog eens duidelijk gemaakt dat Eggerik zal gaan verliezen. Leg dit uit.
In deze twee verzen staat dat Eggerik geen kruis sloeg en ook niet bad tot God. Zoals ik hierboven al heb uitgelegd, moest je trouw zijn aan God. Het was al bekend dat Eggerik niet de waarheid sprak. Nu Eggerik zijn trouw aan God niet bewees, was het duidelijk dat hij het gevecht niet zou winnen.

In vers 1283 wordt gesproken over vespertijd. Zoek op wat daarmee bedoeld wordt. Bereken hoe lang de voorbereidingen voor het gevecht ongeveer geduurd hebben, als je weet dat in vers 1267 het tijdstip wordt genoemd waarin tot het gevecht besloten werd.
De vespertijd vond oorspronkelijk plaats in het laatste uur van de dag en voor het eerste uur van de schemer (17.00 tot 18.00 uur), maar werd verplaatst naar het midden van de dag, dus rond ongeveer 15.00 tot 16.00 uur.
Een vespers is een avondgebed wat de monniken in de kloosters altijd hielden, zo ook in het verhaal van Karel en Elegast.
De vespertijd duurde ongeveer 10 tot 55 minuten. In vers 1267 staat dat even na drieën de strijd bepaald werd, dus de voorbereidingen zullen ongeveer een uur geduurd hebben.

Toon aan dat er in de Karel en Elegast zowel politieke als christelijke elementen aan te wijzigen zijn.
Politieke elementen:
Er wordt in dit boek duidelijk beschreven hoe de politiek eruit zag in de Middeleeuwen. Er wordt verteld wie de baas was, wat die deed en wat er verwacht werd van de mensen. Het was erg duidelijk wie er hoger stond dan de ander, bijvoorbeeld Elegast, die een stuk hoger stond aangeschreven dan Eggerik.

Christelijke elementen:
In Karel en Elegast wordt duidelijk beschreven hoe groot de rol van God in de Middeleeuwen was. God was machtig en men geloofde dat veel van hem af hing. Karel geloofde ook heel sterk in God, maar hij vertrouwde wel op God dat alles goed zou komen. Er werd duidelijk beschreven wanneer iemand tot God bad en hoe belangrijk dat voor hen in die situatie was. Ook kreeg je een duidelijk beeld van hoe belangrijk religie was in de Middeleeuwen.
Een ploegijzer was in de Middeleeuwen een bekend inbrekerswerktuig. Leg uit waarom Elegast toch begint te lachen als Adelbrecht het tevoorschijn haalt.
Een ploegijzer werd wel vaak gebruikt als inbrekerswerktuig, maar was alleen sterk genoeg voor huizen en kastelen met dunne, lemen muren. Het was niet sterk genoeg voor zo’n sterke, dikke muur als die van de burcht van Eggerik. Hieruit blijkt dat Adelbrecht niet zo’n handige dief was waarvoor hij zich eerder heeft uitgegeven.

Het toverkruid is heel belangrijk. Wat is het belang in de voortgang van het verhaal? En wat is het belang voor de karaktertekening van Karel en Elegast?
Het toverkruid toont aan dat Karel helemaal geen ervaren dief is en dat hij dus heeft gelogen. Het is erg belangrijk in het verhaal, omdat dit de ware aard van Karel laat zien aan Elegast. Ook laat het toverkruid zien dat Elegast heel slim is, want hij weet het toverkruid terug te krijgen zonder dat Karel dat doorheeft. Karel daarentegen komt over als een onervaren, ondoordachte man, die maar iets doet.

Is het geen rare vorm van rechtspraak om via een gevecht te beslissen wie de waarheid spreekt en wie liegt?
Tegenwoordig is het zeker een rare vorm van rechtspraak, maar in de Middeleeuwen was dat zeker niet zo. Zoals ik al eerder heb aangegeven, was je afhankelijk van God. Als je de waarheid sprak en trouw was aan God, liet deze je winnen. Loog je en was je niet trouw, kon je de winst op je buik schrijven. Veel mensen geloofden in deze theorie en eigenlijk komt het ook wel geloofwaardig over. Nee, het is geen rare vorm van rechtspraak, omdat men in die tijd niet anders wist.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.