3. Hoe overleef ik met / zonder vrienden?
4. A) Wie is de hoofdpersoon? Wie zijn de belangrijkste bijpersonen?
Hoofdpersoon: Rosa van Dijk
Belangrijkste bijpersonen: Carmen, Joya, Noa, Sascha & Jonas.
B) Beschrijf van alle belangrijke personen het karakter.
Rosa: Rosa is behulpzaam, maar wordt ook snel driftig omdat ze onzeker is.
-‘We verhuisden naar Groningen. Daar kende ik helemaal niemand. Ik was erg verlegen en onzeker. Ik was heel bang dat ze me uit zouden lachen om mijn zachte g en tot overmaat van ramp moest ik de eerste dag naar dat ik naar school ging zo’n piratenlapje voor mijn oog.’
-`Weer klinkt de stem in haar hoofd. Dit keer triomfantelijk: ’ Zie je wel, ik heb gelijk! Er is een ander meisje in het spel! Hij is vast verliefd op haar.’
-’Als ik gestrest ben lijk ik wel een vat buskruit. Vlammetje erbij, BOEM!’
Carmen: onzeker en oprecht.
-Carmen haalt diep adem. ‘Ik ben bang dat ik te dik ben, maar daarachter zit nog iets anders. Ik ben bang dat ik niet goed genoeg kan dansen.’
‘Hè?’ vraagt Rosa.
‘Ja. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat ik niet uitgekozen word bij de audities omdat ik te dik ben. En daarom ging ik aan de lijn doen. En toen... en toen dat niet snel genoeg ging, ging ik mijn eten uitspugen.’
‘Dus ik had toch gelijk,’ zegt Joya zachtjes.
Joya: Vriendelijk maar voelt zich thuis niet op haar gemak. (ze is helderziend) Op school is ze vrolijk:
- ‘Wat een pokkeweer. Wat denk je Joy, gaat de zon nog schijnen?’ vraagt Carmen.
Joya kijkt op uit haar boek. ‘weet ik veel, ik ben het KNMI niet.’
‘Jij kunt toch de toekomst voorspellen?’
‘Ja, en ik zie dat jij overboord vliegt als jij zo doorgaat met mij te rellen. Met een grote boog! Hou nou eens op met me daarmee te plagen, Car.’
Noa: Aardig, maar ze voelt zich eenzaam(haar familie heeft haar verstoten):
- Rosa slaat haar armen om haar vriendin heen.
‘En... en weet je, Roos, het dringt nu pas echt tot me door. Ik heb geen familie meer. Ik heb nu alle vrijheid... alle vrijheid waar al die tijd voor gevochten heb... en nu weet ik niet meer wat ik ermee moet doen. Ik...ik moet zelfs van school af. Ik kán volgend jaar helemaal niet gaan studeren!’
‘Waarom niet?’
‘Snap je het dan niet? Ik heb geen geld! Waar moet ik van leven? Ik moet gaan werken!’
Dan barst ze in tranen uit.
Sascha: zelfverzekerd, maar altijd negatief:
- ‘Wat wil je eigenlijk worden?’ vraagt Rosa.
‘Wat ik al ben: dichter en schrijver.’ Zegt Jonas.
‘Daar kun je toch geen geld mee verdienen?’ zegt Sascha.
‘Doe niet zo negatief,’ zegt Rosa. ‘Alles wat je wilt kan je.’
‘Ach, dat zal wel’
‘Zo, die zien er gelukkig uit, maar wel jong. Hoe oud zal dat stelletje zijn?’ vraagt Carmen.
‘Ach, dat duurt toch niet lang, een kind als je achttien bent?’ zegt Sascha.
‘Sas, nu zeg je wéér iets negatiefs,’zegt Rosa.
‘Ik zeg wat ik wil, miss Perfect, en hou jij eens op me te bekritiseren.’
Jonas: Onzeker over dat hij homo is. Maar wel gezellig en opgewekt.]
- Iedereen zwijgt en luistert naar de geluiden buiten.
‘Ik weet een spel,’ zegt Jonas. ‘Het heet Het Grote Hoe Overleef Ik Spel.’
‘Hoe gaat dat?’ vraagt Joya.
‘We zeggen om de beurt iets waar we bang voor zijn.’
‘Als we gaan vertellen waar we bang voor zijn worden we alleen maar banger.’
‘Nee, want de anderen moeten survivaltips bedenken.’
“Is dat een bestaand spel, Joost?’ vraagt Rosa. ‘Volgens mij verzin je het ter plekke.’
‘Helemaal niet, het is een oud Zuid-Limburgs spel. De mijnwerkers speelden het altijd onder de grond.’
‘Goh, worteltje, wat heb je toch weer een rijke fantasie,’ zegt Carmen.
C) Zijn er buitenstaanders in het boek?
Een echte buitenstaander is er niet in dit boek. Er is wel iemand die al veel heeft meegemaakt in haar leven. Dat is Sascha. Zij heeft met 16 jarige leeftijd een kind, en woont in een kraakpand zonder ouders. Ze heeft amper geld en kan moeilijk voor haar kind zorgen. Ze voelt zich daardoor soms anders dan haar vriendinnen. En dat kan ze ook laten merken(in het 2e verhaaltje).
- Sascha zit op haar matras op de grond, met een krijsende Jade op schoot. De kamer is een puinhoop. De gordijnen zijn nog dicht en het ruikt er muf en rokerig. Sascha ziet er slecht uit, bleek en moe, met kringen onder haar ogen.
Ze wiegt Jade heen en weer en probeert een flesje in haar mond te wurmen.
‘O Roos, Roos, wat fijn dat je er bent, ze huilt aan één stuk door. Ik weet niet meer wat ik moet doen!’ Sascha veegt haar neus af en kijkt Rosa met dikke rode ogen aan.
-‘Oké, kick me er maar uit. Gooi me maar uit je leven. Ik verdien het. Ik ben een monster. Een ondankbaar, misselijk, slecht mens.’
Sascha loopt weg.
‘Nee Sas. Denk aan de krokodil. Weglopen heeft geen zin. Blijf alsjeblieft, en laten we het uitpraten’ zegt Rosa kalm.
‘Ja Sas, blijf,’ zegt Noa. ‘Je bent geen monster. Helemaal niet. Je bent onze vriendin.’
‘Jij wil gewoon dat ik je bescherm, moslimmeisje.’
‘Nee, dat is niet waar, daarom zeg ik het niet,’ zegt Noa.
‘Ik hoor niet bij jullie. Ik ben anders.’
‘Nee,’zegt Carmen. ‘Jij bent niet anders dan wij, je doet alleen anders. Net zo goed als wij ben je ook bang voor dingen.’
‘Bang! Ik ben nergens bang voor. Dat weet je toch. Dat heb je toch gezien.
Ik ga. De groeten, fijne vakantie nog.’ Sascha draait zich om en loopt weg.

5. Met welke problemen krijgt de hoofdpersoon te maken aan het begin van het boek?

Rosa’s moeder krijgt wat met de baas van de winkel waar Rosa werkt. Na een tijdje willen Meneer Rosetti en haar moeder haar wat vertellen. Ze willen het huis weer verkopen en samen een zaak beginnen; een bloemenwinkel/ Italiaanse lunchroom.
Rosa wil ervoor zorgen dat dit plan niet doorgaat en dat ze gewoon met z’n driën gelukkig worden.
6. Welke gevolgen heeft dit probleem?
Rosa woont nog niet zolang in dit huis want ze waren pas al verhuist. Nu moet ze weer verhuizen en daar heeft ze echt geen zin in. Daarboven komt er nog eens bij dat ze bang is dat haar moeder weer depressief wordt. Ze denkt dat haar moeder te hard van stapel loopt en dat de zaak niet lukt zodat ze weer depressief wordt en er weer alleen voor staat.
7. Wat is het thema van dit boek?
Het thema van dit boek gaat niet over Rosa’s probleem. Het thema van dit boek is vriendschap. Iedere persoon in dit boek heeft een probleem; de een vindt zich te dik, de ander is homo en weer een ander is helderziend. Zo heeft iedereen wel wat. Vanaf het midden van dit boek gaan ze samen op vakantie en daar komen alle problemen en dingen waar ze bang voor zijn naar boven. Het gaat dus echt over vriendschap. Dat je alles aan elkaar kwijt moet kunnen en dus je hart kan luchten.
Dit onderwerp sprak mij wel aan want vriendschap is toch erg belangrijk in het leven. Je zag al dat het over vriendschap ging aan de titel van het boek, vandaar dat ik hem ben gaan lezen.

8. Komt er spot voor in dit boek?

Nee, er is niet echt spot gebruikt in dit boek. Wel is het verhaal soms gewoon grappig beschreven. (zie ook stukje 4.B-Joya)
In dit verhaaltje wordt iemand belachelijk gemaakt met spot:
-‘Hallo, ik ben Jonas de Leeuw’ Jonas steekt zijn hand uit.
Bart pakt Jonas’ hand niet aan, maar geeft hem een klap op zijn schouder.
‘Hé dude, leve Limboland! Alles kits achter de rits? Vet shirt, man!’ De jongen barsten in lachen uit. Jonas bloost.
‘Faisal en Bart weten een toffe camping, de Peereboom,’ zegt Sascha enthousiast. ‘Ja, en ze geven er elke avond een partynight!’zegt Bart.
‘Partynight?’
‘Ja, ze geven daar echt vette feesten,’ zegt Faisal. ‘Schuimparty’s en elke donderdag is het ladies-only-night.’ Hij geeft Jonas een por. ‘Maar daar kom jij wel in, hoor!’
Jonas bijt op zijn lip en kijkt met een rood gezicht de andere kant op.
Dit is spot omdat ze zien dat Jonas homo is door het homoachtige shirt wat hij draagt, en hem daarmee belachelijk maakt.

9. Met welke persoon leef jij als lezer het meest mee?

Als lezer leef je het meest mee met Rosa. Dit komt omdat er een hele serie boeken van dit boek is en in al die boeken is er helemaal beschreven hoe Rosa zich voelde, wat ze denkt en doet. In dit boek is dat ook weer zo. Het verhaal gaat over haar en ondertussen lees je ook de problemen van haar vriendinnen. Maar er staat verder niets over hun gedachtes en gevoelens.
- ‘Rotmens! Ik haat je! Lekker makkelijk dat je het allemaal op papa afschuift! Je dumpt me gewoon! Ik ben eigenlijk net een blok aan je been, hè?
‘Ach Roos, hou toch op, nou schiet je echt door! Als je zo driftig doet kun je beter even op je kamer gaan afkoelen.’
‘Weet je wat? Ik ga wel helemaal weg! Ik ga bij Sascha wonen. Tussen de kakkerlakken. Dan ben je van me af en kun je lekker je gang gaan! Ik heb jou heus niet nodig!’
Ze stampt de deur uit en rent naar buiten.

10. Hoe vind je dat de hoofdpersoon met het probleem omgaat?

Ik vind niet dat Rosa goed met haar proble(e)m(en) omgaat. Dat komt doordat ze een kort lontje heeft en snel driftig wordt, hierdoor maakt ze soms de verkeerde keuze’s en dan is het maar te hopen dat de mensen haar begrijpen.
Ik zou zelf niet zo met mijn problemen omgaan. Zij loopt weg op gaat schreeuwen, dat lijkt mij nou niet de juiste oplossing. Ze moet minder koppig zijn, en rustig blijven. Ze maakt van een mug een olifant!
Hier komen een paar voorbeelden van hoe zij met problemen omgaat:
- (zieverhaaltje van de vorige opdracht)
- Rosa zet haar handen in haar zij en zegt heftig: ‘Jullie weten niet hoe het is om een depressieve moeder te hebben! Nou, ik heb het meegemaakt en ik kan je vertellen, het is niet leuk!’
‘Hallo, zeg. Ik weet er ook alles van, hoor,’ zegt Sascha droog. ‘En mijne was nog wel een graadje erger. Je stelt je een beetje aan vind ik.’
‘O ja? Nou bedankt voor jullie hulp!’ Rosa pakt haar tas en beent woedend weg. Noa rent erachteraan en trekt aan haar arm. ‘Kom, ga mee terug, we zouden nog ijs gaan eten.’
Rosa rukt zich los. ‘Laat me met rust, ik wil alleen zijn!’
- Rosa’s mond valt open. ‘Sas! Je hebt uit mijn naam... Hoe kan je? Waarom?’
Sascha haalt haar schouders op.
‘Doe niet zo onverschillig!’
Jonas trekt aan haar arm. ‘Roos, we zitten in een tent, iedereen kan je horen.’
Kan mij het schelen! Wie doet er nou zoiets? Dan ben je toch gek!’

11. Hoe kon de schrijver (nog) meer spot in het verhaal gebruiken?

Er is niet veel spot in het boek gebruikt, dat had ze zeker wel kunnen doen. Als ze nou nog wat meer vergelijkingen en woordgrapjes erin had gedaan, was het boek nog leuker geweest. Toch is het wel een leuk boek met af en toe ook grappig taalgebruik. Meer spot zou in dit boek geen verschil maken.

Creatieve opdracht G.

A: Abeltje: dat is de naam van Rosa’s broertje.
B: Bijlmer: de school van Rosa is in Bijlmer.
C: Carmen: een van de vriendinnen van Rosa.
D: Disco: op het eind van haar boek gaat Rosa met haar vrienden naar een disco.
E: E-mailen: Rosa e-mailt veel met haar vrienden.
F: Fake it until you make it: een nep glimlach die ze telkens opzet.
G: Groningen: Neuz woont in Groningen.
H: Homo: Jonas, een vriend van Rosa, is homo.
I: Ik: Neuz en Rosa hebben een gedicht gemaakt over ik(jezelf) en het leven.
J: Joya: een van de vriendinnen van Rosa.
K: Krokodil: in plaats van weglopen voor problemen gaan ze met de ‘krokodil’ praten.
L: Lontje: Rosa is snel driftig en heeft een kort lontje.
M: Mobiel: ze smst veel met haar mobiel(naar Neuz)
N: Neuz: Neuz is het vriendje van Rosa.
O: Oppassen: Rosa moet wel eens op haar broertje passen.
P: Pink Lagoon: Pink Lagoon is een disco waar Rosa naar toe gaat.
Q: Querido: de uitgever van dit boek is Querido
R: Rosa: Rosa de hoofdpersoon van het boek.
S: Survivaltips: in het boek staan veel survivaltips.
T: Terschelling: Daar gaat Rosa met haar vriendinnen naartoe
U: Uitgaan: op Terschelling gaan ze vaak uit.
V: Vriendschap: in dit boek staat vrienschap centraal.
W: Werken: Rosa werkt in de bloemenwinkel van meneer Rosetti.
X: -
Y: Yoesoef: is degene die Noa mishandeld(heeft)
Z: Zwembroek: ze hebben een sexy zwembroek voor Jonas gekocht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

ik gebruik het boek voor mijn boekbespreking want het is een erg spannend boek en ik wil dat mijn klas hem ook gaat lezen!ik raad je dit boek echt aan!!ik geef hem een 10+++hij is gewoon amazing!!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Anoniem

Anoniem

niet perfect, maar ook niet slecht!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast