Het verstoorde leven door Etty Hillesum

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3926 woorden
  • 2 augustus 2007
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 16 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1981
Pagina's
248
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Het verstoorde leven
Shadow
Het verstoorde leven door Etty Hillesum
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Boekgegevens

Titel: Het verstoorde leven
Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943
Auteur: Etty Hillesum
Genre: Dagboek
Eerste druk: september 1981 Gelezen druk: 18de druk, april 1986
Uitgeverij: Uitgeverij Balans, Amsterdam
183 pagina’s.


Algemene informatie

Wanneer je aan reizen denkt zullen meeste mensen denken aan een vakantie naar het buitenland, een weekendje weg in eigen land of tenminste een dagje er gezellig tussenuit.
Niet alle reizen hebben echter een recreatief uitgangspunt of voltrekken op vrijwillige basis. Voordat ik ‘Het verstoorde leven’ ging lezen hoopte ik een dergelijke reis beschreven te krijgen; namelijk een deportatie. Dit zou bijdragen aan de diversiteit van verbanden met mijn thema en bovendien lijkt het me erg interessant.

Hoewel ik van het boek genoten heb, ben ik tot een andere conclusie gekomen wat betreft het thema…

Etty Hillesum wordt geboren op 15 januari 1914 in Middelburg. In 1932 vertrekt Etty naar Amsterdam om daar rechten en Slavische talen te gaan studeren. Tijdens haar studie (1941) kwam ze in contact met de Duits-joodse vluchteling en chiropsycholoog Julius Spier (1887-1942). Voor Etty is Spier de grote liefde en tevens haar leermeester. Spier die in haar dagboek 'S' wordt genoemd adviseert haar het dagboek te schrijven om haar innerlijke veranderingen te registreren. In 1942 krijgt Etty een baan bij de Joodse Raad, in augustus datzelfde jaar komt haar oproep voor Westerbork.
Etty vertrekt naar Westerbork waar ze doorgaat met sociale activiteiten. Op 7 september 1943 wordt ze op transport naar Auschwitz gesteld, waar zowel Etty als haar familie omkwamen.
Etty liet een indrukwekkende literaire oeuvre na dat uit een dagboek en vele brieven bestaat. Het was ook haar wens dat haar geschriften zouden worden gepubliceerd. Deze wens werd echter pas in 1981 vervuld met de publicatie van “Het verstoorde leven : dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943”.

Etty's dagboek geeft inzicht in de innerlijke veranderingen die zij als jonge joodse vrouw tijdens de tweede wereldoorlog doormaakte. Het is een persoonlijk en intiem document met een bijzondere literaire kwaliteit. Het dagboek laat zien hoe Etty zich door haar relatie met Spier tot een volwassen persoonlijkheid ontplooide. Bovendien beschrijft het dagboek haar zoektocht naar een godheid. Uiteindelijk heeft ze (mede dankzij Spier) deze gevonden en leerde zichzelf en haar lot te accepteren.

Roman analyse


Titelverklaring
Als je de geschiedenis van Etty Hillesum kent, en je hoort dat haar dagboek ‘Het verstoorde leven’ gedoopt was, zal je dit waarschijnlijk logisch lijken. Het zou dan gaan over het leven van Etty dat door de tweede wereldoorlog ontwricht en dus ook verstoord is.


Naar aanleiding van de titel dacht ik dan ook dat in het dagboek voornamelijk beschreven zou worden op welke wijze haar leven veranderd werd door deze oorlog.
Dit is echter niet het geval. Het dagboek van Etty had uiteraard geen titel toen het geschreven werd, deze is later door de uitgevers bepaald. Ik moet eerlijk zeggen dat ik vind dat zij een fout hebben gemaakt. Zij hebben ervoor gekozen de potentiële lezers op de bovenbeschreven wijze op het verkeerde been te zetten.
Het lijkt mij dat het dagboek juist niet gaat over de manier waarop haar leven meer en meer verstoord raakt naar mate zij meer in contact komt met de dreiging van de oorlog, maar het gaat voornamelijk over haar zoektocht naar het geloof en de zekerheid die zij daaruit krijgt. Dit én haar psycholoog brengen steeds meer helderheid in haar leven; in het begin van haar dagboek is haar leven wérkelijk verstoord.


Tijd, ruimte en vertelperspectief
Om precies te zijn bestrijkt het dagboek een periode van één jaar, zeven maanden en drie dagen. Het is echter niet zo dat al deze 585 dagen ook werkelijk beschreven zijn; ieder die wel eens een dagboek heeft geschreven weet dat het er niet altijd van komt en bovendien is er bij de uitgeverij een selectie gemaakt in de beschreven dagen. Hoewel Etty een enkele keer een kleine voorspelling doet en soms wat herinneringen ophaalt, is het verhaal grotendeels chronologisch beschreven; dit is ook wel logisch bij een dagboek.
De situaties die Etty beschrijft vinden voornamelijk plaats in haar eigen huis en in het huis van haar psycholoog Spier. Er wordt wel een aantal keer een dynamische gebeurtenis beschreven waarbij ze bijvoorbeeld door de stad loopt, maar die zijn sterk in de minderheid vertegenwoordigd. Wanneer Etty vanuit Westerbork voor enkele weken terug gekeerd is naar haar huis beschrijft zij kort de situatie in het kamp (“’s Nachts, als ik daar zo lag op m’n brits, te midden van zachtjes snurkende, hardop dromende, stilletjes huilende en woelende vrouwen en meisjes, die overdag zo dikwijls zeiden: ‘We willen niet denken,’ ‘We willen niet voelen, anders worden we gek,’ dan was ik soms van een eindeloze vertedering en lag wakker en liet de gebeurtenissen, die veel te vele indrukken van een veel te lange dag, langs me passeren en dacht: ’Laat mij het denkende hart van deze barak mogen zijn.” (p. 179)). Dit is eigenlijk de interessantste verandering in ruimte, de rest is vrij onbelangrijk.
In het dagboek wordt, uiteraard, een ik-perspectief gehanteerd. Toch zijn er twee zaken wel opvallend en zijn minder gebruikelijk in een dagboek.
Ten eerste treedt Etty soms op als een objectieve verteller van een situatie (in de vorm van de ‘belevend-ik’ persoon), waarbij zij letterlijk de gezegde zinnen herhaalt; bijvoorbeeld bij “Dit zei ik natuurlijk niet tegen hem allemaal op dat kleine stukje wandeling. Ik zei alleen: misschien is het de angst daarvoor, dat ik de proef niet zal kunnen doorstaan” (p. 91).
Ten tweede richt zij zich soms direct tot ‘God’. Naar mate de tijd vordert en Etty’s geloof sterker wordt, komt deze situatie vaker en voor en houden deze monologen langer aan.


Personages
Etty Hillesum:
is uiteraard de hoofdpersoon in het dagboek. Ze is en jonge joodse vrouw die, hoewel ze geen lid van een synagoge of gemeente was, god zoekt en gevonden heeft. Ze is bijzonder onrustig (“Er zit een onrust in me, een bizarre, duivelse onrust, die productief zou kunnen zijn als ik er iets mee wist te beginnen” (p. 25)) en ze probeert haar tegenstrijdige gevoelens en hersenspinsels tot klaarheid te brengen door ze op te schrijven in haar dagboek. Er is een duidelijk verschil in persoonlijkheid van Etty in het begin van het dagboek en het einde. In het begin wordt voornamelijk haar respect en bewondering voor Spier geuit, op een nogal kinderlijke en verliefde manier. Tegen het einde van het boek is ze werkelijk getransformeerd naar een vergevingsgezinde, religieuze vrouw (“Wat is de innerlijke nood van jouw schepselen op deze aarde groot, mijn God. Ik dank je ervoor dat je zoveel mensen met hun innerlijke noden naar mij toe laat komen.” (p. 156).

Haar liefde voor Spier is niet minder geworden, maar op een totaal andere manier. Het is niet zozeer liefde voor de persoon, maar meer liefde voor zijn zijn.
Mede door haar geloofsovertuiging schikt ze zich in haar lot (“Ik ben bereid tot alles, tot iedere plek op deze aarde waar God me zenden zal en ik ben bereid tot in iedere situatie en tot in de dood te getuigen dat dit leven schoon en zinrijk is en dat het niet aan God ligt dat het zo is als het nu is, maar aan ons.” (p. 140)) en geeft ze zich zelfs vrijwillig op voor het transport naar Westerbork (ietwat paradoxaal is dit geloven in een godheid wel, want hoewel zij dit als een zeker gegeven beschouwt meent zij toch dat de enige waarheid datgene is dat in de mens zelf gemaakt wordt (“De enige zekerheid hoe je moet leven en wat je moet doen, kan toch alleen maar opstijgen uit die bronnen die daar bij jezelf in de diepte borrelen” (p. 72))).
Wat wel een constante karaktereigenschap is, is dat ze opmerkelijk vergevingsgezind en niet haatdragend is; bijvoorbeeld in regel 8: “En al zou er nog maar een fatsoenlijke Duitser bestaan, dan zou die het waard zijn in bescherming genomen te worden tegen een hele barbaarse bende en om die ene fatsoenlijke Duitser zou men dan niet zijn haat mogen uitgieten over een geheel volk”.

Julius Spier:
speelt een essentiële rol in het verhaal. Hij is de steun en toeverlaat van Etty, net zoals voor een aantal andere ‘patiënten’. Naast deze professionele behulpzaamheid is er ook een persoonlijke betrokkenheid. Hoewel er een sterke seksuele spanning tussen hem en Etty aanwezig is, blijft hij trouw aan zijn verloofde in Amerika. “En dat je laatste woorden zijn geweest: ‘Hertha, ich hoffe…’, daarvoor ben ik ook zo dankbaar. Wat héb je moeten vechten om trouw te blijven, maar je trouw heeft gewonnen van al het andere.
[…]
Al het slechte en goede wat er in een mens kan zijn, was er in jou.
[…]
Je gaf het nooit op, in kleinigheden kon je zo ongeduldig zijn, maar in het grote was je zo geduldig, zo oneindig geduldig.” (p. 153).

Familie Hillesum:
hoewel zij meerdere malen terugkomen in het verhaal, worden de personages niet verder uitgewerkt. Dit is ook wel logisch, aangezien Etty de personages goed genoeg gekend zal hebben zodat het opschrijven hiervan overbodig geweest zou zijn. Je weet dat het huis van Etty’s ouders erg chaotisch is, net zoals haar moeder, en dat Etty dit waarschijnlijk van haar geërfd heeft.

Thematiek
Wat betreft de thematiek was ‘Het verstoorde leven’ de grootste verrassing van mijn gekozen vier boeken.
Ik ging er vanuit dat het boek zou draaien om de persoonlijke beleving van een Joodse vrouw in de Tweede Wereldoorlog. Dit was echter niet het geval. Net als in ‘Waar was je nou’ draait het boek niet om de reis, maar is het er toch onlosmakelijk mee verbonden.
Het voornaamste thema in het boek is Etty’s zoektocht naar het geloof en een godheid. Door hulp van anderen (o.a. Spier) weet zij die te vinden, wat haar chaotische leven ordent, haar losbandige gedachten tempert en haar vertrouwen in de mensheid herstelt.
Ik ben dit boek gaan lezen om de fysieke reis in de vorm van een deportatie te bestuderen. Het grappige is dat dit nou nét de gebeurtenis is die niet in het boek beschreven wordt. Toch sluit dit dagboek aan bij het thema reizen.
De reis die Etty maakt is niet een fysieke, maar de mentale zoektocht naar God. Hoewel ik mijn uitgangspunt wat betreft de deportatie niet bereikt heb, heb ik er meer voor terug gekregen.
Ik denk dat dit algemeen gesproken ook het mooie is van boeken: datgene dat je erin zocht niet te vinden, maar toch hetzelfde uitgangspunt op een compleet ander niveau bereiken.

Beoordeling
Vergelijkbaar met ‘Het leven op aarde’ zijn er ook weinig recensies te vinden over ‘Het verstoorde leven’. Dit is niet het enige overeenkomstige; ook deze recensies lijken op elkaar al is het dit keer in positief commentaar gelijk. Negatieve recensies over het dagboek van Etty zijn niet te vinden, dit heeft ongetwijfeld te maken met het politiekincorrect zijn wanneer je een dergelijk verhaal negatief beoordeeld.

Haarlems Dagblad, september 1982, Wim Vogel

[…]
Het boeiende voor ons in de jaren tachtig is nu dat Etty Hillesum veertig jaar geleden onder totaal verschillende omstandigheden blijkens haar dagboek niet alleen worstelde met een zeer herkenbare problematiek maar er ook in slaagde haar identiteit, dat vaste punt te vinden en daarmee gelukkig te zijn. Dat laatste is voor ons het onbegrijpelijkste, al begrijpen we wel dat daarin nu juist de grootsheid van haar bestaan ligt. Want, vraag ik me af, hoe is het mogelijk dat een joodse vrouw in het midden van de oorlog schrijft: "ik ben bereid tot alles, tot iedere plek op deze aarde waar God me zenden zal en ik ben bereid tot in iedere situatie en tot in de dood te getuigen dat dit leven schoon en zinrijk is en dat het niet aan God ligt dat het zo is als het nu is, maar aan ons.", en ik ben verbijsterd als ik lees: "die twee maanden tussen dit prikkeldraad, die de intensiefste en rijkste maanden uit mijn leven waren en die zulk een bevestiging waren voor de laatste en hoogste waarden uit mijn leven. Ik heb het zo lief gekregen, dat Westerbork had tot nu toe voor mij niets met geluk te maken” wat Etty Hillesum duidelijk maakt is dat iemand die weet wat hij met zijn leven wil, die "waardenvast" is, zichzelf kan zijn en blijven onder de moeilijkste omstandigheden.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat mensen die ook de oorlog aan den lijve hebben ervaren de kriebels krijgen van die, wat David Koning in de Bert Bakker-uitgave van '62 noemde, "mentaliteit van lijdelijk gedogen." Het verstoorde leven is echter geen oorlogsboek, het is geen dagboek uit het verzet. Het is wel een uniek document waarin een vrouw, je zou bijna zeggen lang voordat de vrouwenboeken populair worden, op 'n exacte en sensitieve wijze haar gevoelsleven prijs geeft. De vragen die zij zich stelt, de problemen waar zij voor komt te staan, blijken aan actualiteit niets verloren te hebben.
Etty Hillesum accepteerde haar joods zijn, accepteerde dat anderen haar vernietigen wilden, maar zij accepteerde niet dat de haat vat op haar zou krijgen. "Want," schrijft ze, "als we door onze haat tot net zulke wilde honden verworden zijn als zij, dan geeft het allemaal niets meer." Zelfs als ze in Westerbork zit en 's nachts haar brieven schrijft die één lange aanklacht zijn, een lange schreeuw om menselijkheid, dan is haar conclusie toch: "En laten we ervan doordrongen zijn dat ieder atoompje haat dat wij aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is." Meent u overigens niet dat Etty zich onttrok aan het dagelijkse leven in Westerbork. Schrijft ze in haar dagboek nog: "Ik vraag me af hoe het komt dat deze oorlog en alles wat daarmee samenhangt me zo weinig raakt.", in het Kamp is zij bijzonder actief. Talloos zijn de getuigenissen van anderen, maar ook uit de brieven van haar zelf dat ze was wat ze wilde: een pleister op vele wonden.
Het werk van Etty Hillesum heeft voor mij dubbele waarde. Het geeft antwoorden op vragen die, lijkt het wel, pas nu massaal gesteld worden en het getuigt van een menselijkheid die ik beschaamd en hoopvol als de enige juiste moet erkennen.*


De Limburger, december 1981, Leo Herberghs
Etty Hillesum, een 27-jarige Joodse vrouw uit Amsterdam, schreef in de jaren 1941-1943 een dagboek dat na 40 jaar opnieuw is ontdekt en dat onlangs is uitgegeven. Deze Joodse vrouw, die spelenderwijs haar studies maakte aan universiteiten, kwam in 1943 in Auschwitz om. In haar dagboek geeft ze op nauwkeurige, haast pijnlijke wijze, rekenschap van haar leven. De lezer maakt met deze schrijvende vrouw de tocht mee naar het verborgen innerlijk van de mens: Etty Hillesum geeft zich bloot op een wijze die de lezer als een grote emotionele en intellectuele ervaring ondergaat.


Deze voor het lezend publiek onbekende dagboekschrijfster heeft met haar dagboek in één slag het pleit gewonnen: wat zij schrijft is niet alleen genadeloos van levens-onthulling: het is ook een getuigenis van een bijzonder groot talent. Zonder overdrijving kan men zeggen, dat zij door haar schrijven-op-leven-en-dood veel "literatuur" van deze tijd als louter verliteratuurde Spielerei heeft ontmaskerd. Deze vrouw, die in haar dagboek regelmatig zegt dat ze nog zo graag, na de oorlog, iets zou willen schrijven dat de moeite waard is, heeft met haar dagboek een grote literaire daad gesteld. Ze heeft dit gedaan zonder zelfs maar aan literatuur te denken. Haar werk aan dit dagboek was voor haar noodzakelijk, omdat zij, met haar tot het radicale geneigde en absolute geest, ordening moest aanbrengen in haar leven in een chaotische tijd.
Etty Hillesum slaagt erin de lezer van haar waarachtigheid te overtuigen. Deze waarachtigheid legt zij aan de dag zowel in haar liefdesverhouding tot een oudere man, als in haar overgave aan God.
Deze God is de enige die haar tenslotte, als haar grote liefde gestorven is, nog overblijft en haar op haar eenzame weg naar het einde en de ondergang vergezelt. Op een rechtstreekse wijze wendt zij zich steeds opnieuw tot hem en geeft zich totaal aan hem over.
[…]
Etty Hillesum heeft het leven tot het einde toe geleefd met haar volle bewustzijn. Ze heeft dit leven moeten veroveren op haar eigen ingeboren neiging tot het vanzelfsprekende "geluk". Haar dagboek (en haar brieven uit Westerbork) staan vol met opmerkingen over de psychologie van het menselijk hart en zijn van gewicht voor iedereen die, in dit leven staande, met dit leven niet altijd even goed raad weet. Ze is hard en onverbiddelijk voor zichzelf: "De meeste mensen hebben clichévoorstellingen over dit leven in hun hoofd, men moet zich innerlijk bevrijden van alles, van iedere bestaande voorstelling, van iedere leuze, van iedere geborgenheid, men moet de moed hebben alles los te laten, iedere norm en ieder conventioneel houvast, men moet de grote sprong in de kosmos durven wagen, en dan, dan is het leven zo eindeloos rijk en overvloeiend, zelfs tot in z'n diepste lijden". Het boek van Etty Hillesum is niet alleen een literair meesterstuk: het is ook een verslag van een zoektocht naar God. Het is een weergave van een grote liefde tot een mens, tot haar medemensen in het algemeen en tot God. Ze is een andere Edith Stein, maar ze is even absoluut en zo volkomen menselijk en levend voor ons dat we haar lief krijgen.
Zoveel jaren na de oorlog is dit boek een van de ontroerendste en knapste "oorlogsboeken" die er geschreven zijn.*

In mijn gekozen recensies laten beide recensenten zich positief uit over ‘Het verstoorde leven’. Zij vinden het opmerkelijk dat een persoon, laat staan een joodse vrouw, zich zo sterk weet te houden in oorlogstijden. Dat zij zich sterk weet te houden wanneer de dreiging van een deportatie steeds groter wordt en dat zij zich sterk weet te houden door enkel de hulp van god en een ijzeren karakter.
Zij roemen het boek, in De Limburger wordt het zelf een “literair meesterwerk” genoemd zonder ook maar één stilistisch kenmerk te noemen. Kennelijk gaat het niet om hoe het er staat, maar om wát er staat.
Het is wel grappig dat, hoewel zij een mening over het boek delen Herberghs haar beschrijft als “een van de knapste “oorlogsboeken”” terwijl Vogel paradoxaal opmerkt: “Het verstoorde leven is echter geen oorlogsboek, het is geen dagboek uit het verzet.”.
Herberghs beschouwt het boek meer als het dagboek van een vrouw die in de oorlog leeft, onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Haar woordkeus wordt beïnvloedt door haar omgeving. Vogel stelt juist dat zij enkel een vrouw is, met de problemen die ook toepasbaar zijn voor de vrouwen van 1982. Dat zij in de oorlog leeft is meer een bijkomstigheid, het veranderd haar zijn wel, maar speelt geen essentiële rol in het dagboek.
Ik ben het met Vogel eens dat het dagboek niet gaat over haar leven in de oorlog. Voor Etty ben ik daar heel blij om, dat zij überhaupt nog aan iets anders kon denken dan aan het dreigende gevaar, maar voor mij persoonlijk vond ik het wel jammer. Voor mij persoonlijk geldt dat ik ‘datgene wát er staat’ minder interessant dan ‘hoe het er staat’. De schrijfstijl vind ik erg aangenaam om te lezen, er worden veel voorbeelden aangehaald om haar gedachtegangen te verduidelijken en deze zijn dan ook heel helder. Echter de inhoud van het verhaal vind ik minder indrukwekkend dan de recensenten boven mij en ook dan ik verwacht had.
Het grootste gedeelte van het dagboek beschrijft Etty haar liefde voor Spier. Ondanks dat ze weet dat het niets met hem gaat worden blijft ze haar ambivalente gevoelens voor hem beschrijven, en persoonlijk kwam dat op mij een beetje over als een verliefde tiener. De hele theorieën die ze er op nahoudt zijn erg interessant, maar na honderd pagina’s had ik het wel een beetje gezien.
Toen kwam er een interessante omslag in het verhaal; Etty’s geloof wordt steeds sterker, ze begint heilig te geloven en God aan te spreken. Doordat ze haar geloof gevonden heeft is zij in staat gelukkig te zijn in haar afschuwelijke situatie; ik vind dit uitzonderlijk (“Ja, mijn God, ik ben je heel erg trouw, door dik en dun en ik zal niet ten onder gaan en ik geloof nog steeds in de diepste zin van dit leven en ik weet hoe ik verder moet leven en er zijn zulke grote zekerheden in me, en in hem, je zult het onbegrijpelijk vinden, maar ik vind het leven zo mooi en voel me zo gelukkig. Is dit niet wonderlijk? Ik zou het ook aan niemand met zoveel woorden durven zeggen.” (p. 139)).
Zelf ben ik een overtuigde atheïst en vond het heel interessant om vanaf zo’n persoonlijke manier het geloof mee te maken. Dit heeft me ontzettend aan het denken gezet. Ik meen dat het geloof altijd een vorm van hersenspoeling is, net als het atheïsme. Wanneer je een geloof aanhangt zou dat voor jou de enige absolute waarheid zijn, net zoals mijn waarheid het atheïsme is. Zolang je niet in hevige discussies raakt heb je hier geen last van of problemen mee, het nadeel daarvan is dat je ook nooit écht de denkbeelden van gelovigen te weten komt. Wat dat betreft was Etty’s dagboek voor mij een ‘eye-opener’, dat iemand zo blindelings in iets kan geloven wat niet zeker is. Opmerkelijk is dat ik me hierna pas ging realiseren dat voor het atheïsme precies hetzelfde geldt; ik denk zeker te weten dat er niets iets bestaat als een godheid, een hemel of iets dergelijks, maar écht zeker weten doe ik niet.
Wat dat betreft is voor mij het boek volledig geslaagd; het heeft een verschil gemaakt in mijn wereld en dat is menig auteur nog niet gelukt.
Nou is het overigens niet zo dat dit haar gewone ‘huis tuin en keuken’ dagboek was, zoals naar Herberghs lijkt te zeggen (“Ze heeft dit gedaan zonder zelfs maar aan literatuur te denken.”). Zij was zich van iedere zin waarschijnlijk zeer bewust (ze noemt meerdere malen dat ze iets wil opschrijven, maar daar de juiste bewoording niet voor weet te vinden) en bovendien was het haar wens om na haar dood de dagboeken uit te laten geven.
Hoewel ik het een heel interessant boek vond, denk ik dat het voor Historici van minder groot belang was. Een vrouw die verliefd is, een vrouw die god vindt, een vrouw die dapper is; het zijn allemaal geen wereldschokkende of vernieuwende gebeurtenissen. De momenten waardoor juist dit boek van belang zou zijn, namelijk tijdens de deportatie en in Westerbork, worden vrijwel onbeschreven gelaten. Ik denk dat dit ook een van de redenen is waardoor het dagboek van Anne Frank, ofschoon dit minder goed geschreven is, veel bekender is geworden. Anne Frank beschrijft echt haar situatie in de oorlog, Etty lijkt er meer per ongeluk soms een aantal zinnen aan te wijdden. Om toch meer inzicht te krijgen in Etty’s situatie in Westerbork, ik had inmiddels de smaak te pakken, heb ik ook een deel van haar brieven aan familie gelezen. Hierin wordt haar blik op de oorlog een stuk duidelijker, misschien dat ik hier later nog iets mee ga doen.
Het is wel opmerkelijk dat ‘Het verstoorde leven’ pas een succes werd bij de tweede uitgave in 1981, misschien was de wereld er eerder nog niet klaar voor.
Hoe het ook zijn moge, ik ben heel blij geweest dat ik dit boek heb kunnen lezen. Al waren mijn verwachtingen compleet anders dat wat ik gelezen heb, ik heb er zoveel meer voor terug gekregen.

Bronnen

- Het joods historisch museum: http://www.jhm.nl/personen.aspx?naam=Hillesum,%20Etty 58
- Kritisch Literatuur Lexicon, november 1990.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het verstoorde leven door Etty Hillesum"