De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden
Bibliografische gegevens

Auteur: Renate Dorrestein
Titel: Het perpetuum mobile van de liefde
Plaats: Amsterdam
Jaar: 1993
Eerste druk: 1988
Motto: ‘Of what has been and might have been
And who was changed and who was dead’
LONGFELLOW

(Alle mannen in dit boek zijn karikaturen. Dat is historisch zo gegroeid)

Samenvatting

Het gezin Dorrestein heeft 10 kinderen, zeven zonen en drie dochters. De
oudste dochter wordt non, de middelste, dat is de schrijfster van het boek,
wordt schrijfster en de jongste dochter wilde ook schrijfster worden, maar
pleegt op twintigjarige leeftijd zelfmoord. Dit boek is door Renate
Dorrestein geschreven met de bedoeling om zo een eind te maken aan haar
schuldgevoel.
De jaren voordat het zusje zelfmoord pleegt, heeft ze last van zware
depressies, anorexia en ze wordt een keer opgenomen in een psychiatrische
inrichting omdat ze een poging deed tot zelfmoord. Elke keer staat Renate
voor haar klaar. Na een aantal jaar pleegt haar zusje zelfmoord, ze springt
van een flat af. Dit komt voor Renate totaal onverwacht. Zeven jaar na haar
dood denk Renate te weten waarom haar zusje zelfmoord pleegde. Volgens haar
komt het omdat ze zich niet kon en wilde aanpassen aan de onmogelijke rol
die de vrouwen in de samenleving hebben gekregen. Zij zijn degenen die de
kinderen krijgen, die voor de man en de kinderen moeten zorgen, het
huishouden moeten doen, altijd mooi moeten zijn en bijna geen mogelijkheid
krijgen om zich te ontwikkelen of een goeie carrière te starten. Renate
wilde ook niet aan die rol voldoen en heeft haar eileiders laten afbinden.
Andere zus van Renate, Mare, is non geworden. Misschien heeft zij op deze
manier geprobeerd te ontkomen aan de rol van de vrouw. Ze is namelijk met
God getrouwd.
Lydia is de buurvrouw van Renate. Ze zorgde vanaf dat ze heel klein was al
voor haar ouders. Haar moeder is aan de pillen en haar vader is aan de
alcohol. Later valt zij ook op de mannen die niet goed voor zichzelf zorgen,
zodat zij dat moet doen. Vaak zijn dit een beetje vreemde typetjes. Ze
eindigt bij een man die alleen met haar naar bed kan als ze haar hoofd
bedekt. Daarom wil zij dus ook haar hoofd afhakken, allemaal voor die ene
man. Nadat Lydia echt haar hoofd wilde afhakken wordt ze opgenomen in een
psychiatrische inrichting. Nu danst zij voor de minnaar die alleen zij kan
zien, op muziek die alleen zij kan horen.
Godelieve Ochtendster wordt zonder liefde opgevoed. Dat Godelieve lelijk is,
maakt dat alleen maar erger. Als ze slim zou zijn, zou ze toegestaan zijn in
de maatschappij. Aangezien ze die gave niet heeft, is ze praktisch
afgeschreven. Ze besluit een secretaresseopleiding te volgen. Gelukkig wordt
ze aangenomen door de vader van Lydia, die een baan als notaris heeft. Omdat
hij door zijn voortdurende dronkenschap niet goed kan werken, is het geen
winstgevende baan, maar ze kan niet anders. De vader van Lydia accepteert
Godelieve zoals ze is, totdat hij het idee krijgt om met haar te trouwen.
Hij wil dan alleen wel dat ze wat aan haar uiterlijk laat veranderen. Dus
laat hij haar kiezen: of een afspraak maken met de plastisch chirurg, of
ontslag. Godelieve kiest het eerste. Door deze ingreep vormt haar gezicht nu
het ideaalbeeld van de vrouw.Jammer genoeg is haar lichaam nog steeds even
hoekig en vierkant. Hierdoor komt ze eruit te zien als een travestiet.
Daardoor gaat ze werken in een travestietenbar, maar als haar collega’s
erachter komen dat zij echt een vrouw is wordt ze ontslagen en aangeklaagd.
Hierdoor krijgt ze landelijke bekendheid en uiteindelijk wordt ze ‘het
gezicht’ van een feministische vrouwenclub.
Door de geschiedenis van deze twee vrouwen en die van zichzelf en haar
zussen, komt Renate dus tot een verklaring voor de daad van haar zusje. Door
het schrijven van het boek komt ze ook tot de conclusie dat ze niets heeft
kunnen doen voor haar zusje, hoe graag ze het ook had gewild, omdat haar
zusje zich niet wilde laten helpen. Door dit boek heeft ze het dus beter
begrepen en voelt ze zich niet langer gedeeltelijk schuldig aan haar dood.



Vertelinstantie

In het verhaal is er sprake van een achteraf-vertellende-ik. Een vrouw
(Renate Dorrestein) bespreekt haar leven met de lezer, over hoe het is
gelopen en hoe ze er nu op terugkijkt. Ze vertelt haar verhaal dus achteraf.
Dit is eigenlijk heel logisch, want het is immers een autobiografische
roman.
‘Al tien jaar geleden heb ik mijn eileiders met stalen ringen laten
afbinden, ringetje links, ringetje rechts.’ (blz. 13). Dat de schrijfster
achteraf verteld, valt af te leiden uit het stukje ‘tien jaar geleden’. Ook
wordt de ik-persoon gebruikt en verteld de schrijfster over zichzelf.
‘Een paar jaar later. Sam en Moos lopen door de Kalverstraat, en ik zit bij
de Bijenkorf te signeren, op zo’n rituele boekenmarkt, met rechts en links
van mij auteurs achter stapeltjes boeken.’ (blz. 77). Ook hier verteld ze
achteraf, namelijk ‘een paar jaar later’. Ze weet dus al wat er gebeurd is.
Ze vertelt wederom over zichzelf en weet dus ook niet meer dan wat ze om
zich heen ziet. Ze weet de gedachten van de andere personen niet.
In sommige delen van het hele verhaal is er sprake van een belevende-ik. De
verteller beschrijft het zo alsof ze het op dit moment meemaakt.
‘Ik ben bijvoorbeeld negen jaar en intens ongelukkig. Huilend ren ik met
mijn tweejarig zusje aan de arm meesleurend, achter een auto aan die net uit
onze straat wegdraait.’ (blz. 12). Hier vertelt de verteller dat ze negen
jaar is. Ze vertelt wederom vanuit de ik-persoon. Ze beschrijft haar eigen
gevoelens, dus is er sprake van een ik-persoon die vertelt, en geen
auctoriale verteller dus.
‘Achter mijn bureau zittend bekijk ik mijn hand.’ (blz. 82). Nu zit ze op
het moment dat ze het vertelt achter haar bureau. Ze vertelt wat ze op dat
moment precies doet, als een belevende-ik, want ze heeft het over haarzelf.
Na een deel van haar leven zo te hebben verteld, schakelt ze weer even over
in de achteraf-vertellende-ik, om zo nog even haar mening en gevoelens over
die gebeurtenis weer te geven.
Het effect van de vertelinstantie van de ik-verteller, is dat je beter merkt
dat het verhaal autobiografisch is. Haar verhaal wil ze met je delen. Het
lijkt zo meer alsof de schrijfster je haar levensverhaal persoonlijk
verteld. Het lijkt een objectiever verhaal als het door de persoon in
kwestie wordt verteld.
Het vertellen met de achteraf-vertellende-ik, zorgt dat de lezer boven het
verhaal staat. De lezer kijkt als het ware mee, zonder zelf mee te doen in
het verhaal. Je ‘bekijkt het zo van bovenaf’.
De blevende-ik maakt het verhaal juist meer meelevend, omdat de lezer nu wel
in het verhaal zit en alles mee kan volgen. De lezer weet nog niets van de
afloop en kan er nog naar gissen. Dat wekt meer interesse op voor het
verhaal.
Het steeds afwisselen van de verschillende vertelinstanties die sprake zijn
in dit verhaal, zorgt ervoor dat het verhaal boeiend blijft. Door eerst
belevend te vertellen, wordt de interesse van de lezer als het ware
opgewekt. De lezer wil weten hoe het verhaal eindigt. Om dan weer te
wisselen naar achteraf-vertellende-ik, wordt het duidelijk dat de verteller
de afloop al weet, maar de afloop nog niet wil delen met de lezer. Dit maakt
het verhaal natuurlijk nog boeiender, omdat een kijk vanuit een verteller op
alle gebeurtenissen te subjectief lijkt. Zo ga je meer op in het verhaal.

Personages

De hoofdpersoon is Renate Dorrestein. Ze is nu 34 jaar oud en verteld haar
verhaal over haar leven en vooral over een belangrijk keerpunt in haar
leven; de zelfmoord van haar zusje. Renate kan het maar niet bevatten waarom
haar zusje zelfmoord pleegde. Ze had al eerdere pogingen gedaan, maar Renate
verwachtte niet dat ze het ook daadwerkelijk nog eens zou doen. Ze wordt nog
steeds door de dood van haar zusje achtervolgt en daar zit ze erg mee.
‘Nagel aan mijn doodskist, molensteen om mijn nek, mijn zusje, mijn liefje.’
(blz.38). Renate houdt van haar zusje, maar tegelijkertijd haat ze haar om
de problemen waarmee ze Renate nu heeft opgezadeld.
Ze stond altijd voor haar zusje klaar en ondernam dan ook veel met haar,
zoal uitjes naar de duinen, om naar de nachtegaal te luisteren. Ze had
gedacht dat haar zusje het echte leven wel zou vergeten. Ze hielp haar met
allerlei problemen; ze stond dus altijd voor haar klaar. Ze haalde haar soms
midden in de nacht op uit een of andere uithoek van Nederland en klaagde
daar niet over. Ze had dus veel voor haar over. Alles om haar, meestal wat
stille, mislukte leven wat op te vrolijken. Ze was ervan overtuigd dat ze
haar zusje hier erg mee hielp.
Daarom is ook best naïef, om te denken dat je een probleem van iemand anders
zomaar ineens kunt oplossen, door andere dingen te gaan doen met diegene,
dingen die het probleem zogenaamd doen vergeten. Ze dacht ook erg nuchter
over de gevoelens van haar zusje. Ze was ervan overtuigd dat ze gewoon in
een ‘rare levensfase’ zat en dat deze fase wel voorbij zou gaan. Pas later,
na het lezen van haar zusjes dagboek, merkte ze pas hoe erg het leven van
haar zusje vol zat met zorgen over haar gewicht (ze had anorexia nervosa) en
hoe dwangmatig en geplant ze daarmee omging. Toen kwam ze de ware aard van
haar zusje en haar zorgen te weten. Dat haar zusje was nog niet klaar voor
de rol die vaststond in haar leven, was volgens Renate de oorzaak van het
feit dat haar zusje niet meer wilde leven.
Ook is Renate een beetje egoïstisch. Ze schrijft het hele boek over haar
zusje, maar de grote boodschap is eigenlijk hoe zielig ze zelf wel niet is.
Ze geeft zichzelf voor een deel de schuld van haar zusjes zelfmoord en ‘pakt
’ zo het vermogen te mogen treuren van anderen af, omdat zij vindt dat zij
het recht heeft om verdrietig te zijn, dat zij de aanleiding is en daarom
ook het gevolg van haar zusje’s actie op zich moet nemen.
Ze is ook extreem feministisch en laat dat ook goed merken in het boek. Ze
vindt alle mannen slecht, heeft gen goed woord voor ze over en overdrijft
dit verschrikkelijk. Ze vindt de natuurlijke verhouding tussen man en vrouw
onjuist. Volgens haar wordt de vrouw als lustobject, slaaf en onderdaan van
de man gezien. De man wordt door haar als baas en egoïst beschouwd. Ze noemt
de steeds maar zelfde verhoudingen tussen man en vrouw ‘het perpetuum mobile
van de liefde’.
Renate heeft schuldgevoelens jegens haar zusje. Ze hadden samen het talent
om te schrijven. Ze wilden allebei schrijfster worden. Toen haar zusje
stierf, had ze geen concurrentie meer en dacht het talent van haar zusje er
ineens bij te hebben gekregen. Daardoor is ze nu een goede schrijfster
geworden. Ze ziet zichzelf nog steeds als de verantwoordelijke voor haar
zusje’s dood, omdat ze vroeger altijd haar zusje hielp en bijstond. Zij was
haar enige steun, die blijkbaar niet goed genoeg was om haar zusje in leven
te houden.
Haar mannenhaat en de haat jegens de onderdanige rol van de vrouw in de
maatschappij, komen ook voort uit haar jeugd. Ze was een van de twee oudste
zusjes en onder haar kwamen zes jongere broers. De vrouwen werden in hun
opvoeding voorbereid op de rol die ze in hun latere leven zouden moeten gaan
vervullen. Renate en haar oudere zus Mare, werden de sloofjes en moesten
alle rommel opruimen, terwijl haar broertjes alleen maar speelden en alles
mochten. De mannen in haar familie werden dus erg voorgetrokken.

Nog een belangrijk personage is Renate’s zusje. Ze is een flat character. Ze
is een ‘zonderling’ en ziet er dik en onverzorgd uit met haar typische
‘vogelnesthaar’. Ze lijdt aan anorexia nervosa. Ze eet zichzelf vol en slikt
vervolgens (veel te veel) laxeerpillen en eet zichzelf vervolgens weer vol
enzovoorts. Haar hele dag plande ze zeer gedetailleerd in haar dagboek. Er
stond dus precies per uur wat ze moest doen en wat ook vooral niet. er stond
wanneer ze mocht eten en wanneer ze moest laxeren.
Ze deed erg vreemde dingen. Op de leeftijd van 15 jaar liep ze van huis weg
met de smoes ‘mam, ik ga zwemmen’ en trekt ze bij Renate in voor een korte
periode. Ze reisde met de trein naar alle uithoeken van Nederland en belde
Renate dan midden in de nacht vanaf een of ander perron omdat ze geen geld
meer voor de terugreis had. Ze reisde zoveel met de trein, omdat ze ervan
hield in beweging te zijn. Als ze weer eens overstuur was reed Renate haar
soms urenlang rond om haar te kalmeren.
Ze heeft al een aantal pogingen tot zelfmoord ondernomen. In een goedkoop
hotel nam ze te veel pillen en alcohol in. Deze poging mislukte omdat de
pillen niet echt gevaarlijk waren. Niemand had verwacht dat ze nog een
poging ondernam en dus van het flatgebouw afsprong.

Lydia is de buurvrouw van Renate. Ook zij is een flat character. Ze wordt
beschreven als een van de vrouwen die gevangen waren in het ‘perpetuum
mobile van de liefde’. Lydia genoot een slechte opvoeding en jeugd. Haar
moeder was verslaafd aan pillen en haar vader was voortdurend dronken. Zij
waren niet langer in staat zichzelf te verzorgen laat staan dat ze Lydia
konden verzorgen. Lydia kon daarom ook al heel snel voor zichzelf en haar
ouders zorgen. Zij hield het gezin bijeen. Ze was een hele aardige vrouw en
Renate kon dan ook makkelijk met haar praten en discussieren. Later wordt ze
verliefd op verkeerde mannen. Een ervan noemt Renate de ‘Kop-van-Jut-man’.
Lydia is helemaal verliefd en is bereid hem alles te geven en alles voor hem
te doen. Daarom accepteert ze het ook dat hij alleen seks kan hebben met een
vrouw zonder hoofd, wat Renate van de gekken vindt. Door zijn voorkeur
krijgt Lydia een minderwaardigheidscomplex en wenste ze zelfs dat ze geen
hoofd had. Ze doet alles voor de ‘Kop-van-Jut-man’ en wordt zijn slavin. Ze
kan niet zonder hem leven, maar ook niet met hem. Lydia wordt helemaal gek,
omdat hij haar zo slecht behandeld. Ze danst op straat in de regen de dans
die alleen zij kent op muziek die alleen zij kan horen voor de man die
alleen zij kan zien.

Godelieve Ochtendster is een flat character. Ze is de secretaresse van Lydia
’s vader. Ze is oerlelijk en vroeger schaamde haar wel knappe vader en
moeder zich voor haar. Godelieve’s moeder krijgt borstkanker en laat daarom
haar beide borsten amputeren. Godelieve’s vader heeft toch liever een vrouw
met borsten en scheidt van haar. Nu haar moeder ernstig ziek is, zorgt
Godelieve heel goed voor haar tot haar dood. Renate vindt dat Godelieve blij
moet zijn met haar afstotelijke uiterlijk. Zo kan ze namelijk nooit een man
krijgen en zo nooit gevangen raken in het ‘perpetuum mobile van de liefde’.
Op een dag stelt Lydia’s vader Godelieve voor een keuze; of ze wordt
ontslagen of ze gaat naar de plastisch chirurg. Ze kiest voor het laatste en
haar uiterlijk gaat erop vooruit. Zelf vindt ze haar gezich een
poppengezicht. De vader van Lydia vraagt haar meteen ten huwelijk, maar
Godelieve weigert.
Met haar nieuwe gezicht klopt haar lichaam niet meer. Ze heeft een plomp
lichaam onder haar mooie gezichtje. De mensen zien in haar een travestiet.
Ze gaat werken in een travestietenbar, waar ze zich voordoet als een man die
doet alsof hij vrouw is. Wanneer ze wordt ontmaskerd, klaagt de egenaar van
de bar haar aan, maar uiteindelijk wint ze de zaak en voegt ze zich bij een
feministenbeweging die Renate de ‘Johanna’s’ noemt.


Ruimte

Fysische ruimte De fysische ruimte is meestal gewoon de kamer waar de
schrijfster, Renate zich bevindt terwijl ze haar memoires schrijft. Haar
verhaal speelt zich weer op verschillende plaatesen af.
De verhalen van Lydia spelen zich veelal gewoon in haar huis af. Daar praat
en discussieert ze met Renate of heet ze problemen met haar man.
De verhalen over Godelieve spelen zich veelal af in het kantoor van Lydia’s
vader. Dat is de plek waar ze hoort, waar niemand haar ziet of beklaagd
omdat ze oerlelijk is.
De verhalen van Renate’s zusje spelen zich ook meestal in haar huis af, in
haar kamer.

Psychische ruimte De psychische ruimte is bij Renate’s zusje vaak dat ze in
de trein of auto zit terwijl het buiten hard regent. Haar zusje is continu
ongelukkig en het regent tegelijkertijd vaak. Het is ook vaak nacht terwijl
ze in de trein zit en dan is ze somber net als de kleuren van de kille,
donkere nacht.
De psychische ruimte bij Godelieve is dat ze in een afgesloten en beschermd
kantoor zit, waar niemand haar lelijke uiterlijk kan aanschouwen. Zo voelt
ze zich niet bekeken en veilig.
De psychische ruimte bij Lydia is, als ze danst in de regen, voor haar
minnar die alleen zij kan zien. Ze is blij en daarom werkt de regen als een
soort contrast. Regen hoort eigenlijk bij verdriet terwijl zij met die regen
en haar minnaar die alleen zij kan zien, intens gelukkig is. Aan de andere
kant werkt de regen weer niet als contrast, omdat ze gek geworden is van al
haar verdriet en daar past de regen dan weer wel bij.

Zintuiglijke manier waarop de ruimte wordt geschetst De zintuiglijke manier
waarop de ruimte wordt geschetst is vooral met beelden. Het beeld van de
foto van het zusje van Renate brengt elke keer weer herinneringen boven, en
dus weer een nieuw deel van het verhaal. Wanneer ze de foto niet kan zien
heeft ze vrijwel geen inspiratie, zoals de keer dat ze in Amerika verbleef.
Deze foto is dus van groot belang bij Renate.
‘Terwijl ik dit schrijf, staat haar foto zoals altijd op mijn bureau, de
enige foto die ik van haar bezit.’ (blz. 17).
Het beeld van Renate’s dode zusje in haar kist heeft ook grote indruk op
Renate gemaakt.
‘Ik keek dus. Geen spoor van bloed. Ze hadden haar kapotte hoofd met watten
opgevuld. Make-up over haar schrammen en builen gesmeerd. Haar vogelnest
gewassen en de pony recht afgeknipt.’ (blz. 37). Renate was niet echt blij
dat ze na aandringen van haar oudere zus toch had gekeken naar het dode
lichaam van haar zusje, omdat dit het laatste beeld van haar zusje was.
‘Ik had nooit moeten kijken, want nu herinner ik me je eigen gezicht niet
meer, zusje.’ (blz. 37)

Tijd

Historische tijd De historische tijd waarin het verhaal zich afspeelt is
vanaf 1964, de geboorte van Renate tot 1988, het jaar waarin ze 34 is, de
leeftijd waarop ze haar memoires schrijft. In de jaren ’70 waren de Johanna’
s nog actueel. Het was een bekende feministische groep.

Verteltijd De verteltijd is 150 pagina’s, verdeeld over twee hoofdstukken.

Vertelde tijd De vertelde tijd is 34 jaar. De schrijfster vertelt over haar
hele leven. Vanaf haar geboorte tot aan de datum waarop ze haar memoires
schreef. Toen was ze 34 jaar. Tijdens het schrijven verteld ze haar verhaal.

Terug- en vooruitwijzingen Er zitten continu terug- en vooruitwijzingen in
het verhaal. Het levensverhaal en de daarbij horende dillemma’s worden
kriskras door elkaar verteld. In ieder verhaal wordt er wel weer verwezen
naar eerdere of nog komende gebeurtenissen

Flash-back Ook zitten er continu flash-backs in het verhaal. Je beland van
het ene verhaal in het andere. Later komen die verhalen een beetje bij
elkaar. Er wordt de hele tijd gewisseld van tijd en ruimte.

Chronologie Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. De gebeurtenissen
uit Renate’s leven worden kriskras door elkaar verteld. Vaak zit er ook niet
een echte samenhang tussen en zijn het dus allemaal losse verhalen. Later
worden deze lossen verhalen één geheel.

Begin Het verhaal wordt in medias res verteld. Je begint te lezen, waar de
schrijver begint haar memoires te schrijven. Daarna volgen de verhalen zich
op. In de rest van het boek kom je de voorgeschiedenis te weten, die vooraf
ging aan het schrijven van de autobiografie.

Motieven

Het leidmotief is ‘het perpetuum mobile van de liefde’. Dat is de alsmaar
doorgaande ‘cyclus’ dat de vrouw iedere keer dezelfde rol krijgt toegespeeld
door de man. De vrouw is het sloofje, doet alles voor de man. Geeft hem al
haar liefde (liehiefde volgens Renate….)
‘Verlos ons van de liehiefde, die leugenachtige motie die dient om vrouwen
in het gareel te houden, de man te ontslaan van elke vorm van betrokkenheid,
en kinderen van hun oerschreeuw te drillen tot het onontkoombare perpetuum
mobile ervan: waar elders dan in het gezin kan men waarnemen hoezeer mannen
en vrouwen geschapen zijn voor elkaars geluk? (blz. 25)
De man speelt hier een duidelijke rol. Hij is de boosdoener, die al het
geluk van de vrouwen verpest. De vrouw geeft de liefde en de man doet er
zelf niets voor terug. Vanaf de geboorte worden kinderen klaargestoomd
voor het leven. Ze komen in hun leven ook in datzelfde perpetuum mobile (een
altijd bewegend apparaat of ding, dat nooit energie nodig heft om te
draaien. Het draait uit zichzelf) terecht. Het perpetuum mobile slaat hier
dus op de relatie tussen man en vrouw. Die relatie blijft altijd bestaan en
gaat het hele leven door, en is dus altijd in beweging. In het volgende
leven gaat het dus weer zo en ga zo maar door. Dat is het perpetuum mobile
van de liefde in de relatie tussen man en vrouw.
‘Waar gaan memoires anders over dan over het perpetuum mobile van de
liehiefde: de romantische, en de familiale die daar meestal het gevolg van
is – van liehiefde krijg je immers kindertjes?’ (blz. 13)
hier stelt ze het perpetuum mobile van de liefde veel positiever voor. Het
beeld dat men meestal heeft van de liefde. Liefde zorgt ook voor geluk, de
liefde beweegt altijd maar door, in de harten van degenen die van elkaar
houden. Uit die liefde komen romantische dingen en vooral kinderen. Dat is
ook een perpetuum mobile. Geliefden krijgen kindertjes, die kindertjes later
ook weer, enzovoorts. Het perpetuum mobile van de liefde kan dus ook
positief zijn, maar Renate gaat toch meer voor de eerste opvatting van het
perpetuum mobile.
‘Werkgevers zijn historisch nu eenmaal mannen – waardoor het perpetuum
mobile van de arbeidsmarkt verdacht veel lijkt op die van de liehiefde.’
(blz. 65).
Hier gaat het over het perpetuum mobile van de arbeidsmarkt. Volgens haar
zijn het altijd en alleen maar mannen die de belangrijke plaatsen innemen op
de arbeidsmarkt. Zij spelen de dominante rol. Dat is altijd zo geweest en
dat is nu nog steeds, en is dus steeds herhalend, dus bewegend, dus
perpetuum mobile. De mannen spelen op de arbeidsmarkt de belangrijkste rol,
net zoals in de liefde, dus alles is met elkaar te vergelijken. Het
perpetuum mobile bestaat nog steeds en veranderd maar niet. Renate vind
zichzelf wel een gelukte vrouw. Ze is immers onder het perpetuum mobile van
de liefde uitgekomen. Ze heeft geen relatie en is dus geen slaaf van de man.
Ze heeft zelfs haar eileiders laten afbinden, opdat ze geen nageslacht kan
krijgen en zo niet afhankelijk hoeft te zijn van een man. Haar zus is non
geworden, volgens haar ook om van de ‘man’ af te zijn, en zo ook van het
perpetuum mobile van de liefde. Ze heeft immers een relatie met God, dus
voor een man is nu geen plaats meer.

Het verhaalmotief is zelfmoord. De zelfmoord van haar zusje heeft zoveel
indruk op Renate gemaakt dat ze er nu, zeven jaar later, nog een boek over
schrijft. Ze wil weten waarom haar zusje zelfmoord pleegde en waarom zij er
niets van te voren van gemerkt heeft.
Haar zusje had al vaker geprobeerd zelfmoord te plegen. De keer die ze
beschrijft in het boek was de keer dat haar zusje naar een hotel was gegaan
om een uurtje een hotelkamer te huren en daar slikte ze zestig strippen
aspirine en dronk ze twee flessen wijn. Daarna rende ze de gang op, werd ze
opgepikt en in het ziekenhuis werd haar maag leeggepompt. Later bleek dat de
hoeveelheden die ze had ingenomen te klein waren om eraan te overlijden. De
laatste zelfmoordpoging had wel succes; haar zusje klom op het dak van een
flatgebouw en sprong. Ze viel te pletter op de grond.
‘Een zelfverkozen dood is een vorm die zijn weerga niet kent. Verraad aan
het leven zelf, aan de levenden, hun medeleven, hun getob en gemier, hun
moeite, hun hoop en wanhoop.’ (blz. 27)
Renate maakt zich ook een beetje boos op haar zusje, omdat ze niet goed weet
wat ze ermee aanmoet. Ze voelt het als verraad. Niet alleen als verraad aan
het leven van haar zusje zelf, maar ook verraad aan het leven van de nog
levenden die na haar dood overblijven. Hierdoor voelt ze zich machteloos, ze
weet niet waarom haar zusje dit verraad pleegde.
‘Steeds sterker kreeg ik het gevoel dat ik, zolang ik niet zou weten waarom
ze deed wat ze deed en wat mijn aandeel daarin was geweest, haar bij elke
ademhaling binnen zou krijgen, tot ik in haar stikte.’ (blz. 28).
Ze voelt zich schuldig, omdat ze blijkbaar haar zusje niet goed genoeg
kende, om te weten wat ze van plan was of in ieder geval wat ze voelde. Als
ze dat had geweten had ze nog kunnen bedenken waarom ze zelfmoord pleegde.
Renate probeerde altijd zoveel mogelijk te doen voor haar zusje, vanalles
verzon ze om het haar zusje naar haar zin te maken. Ze haalde haar altijd,
overal en op ieder tijdstip ergens op, als ze weer eens hele dagen met de
trein was gaan reizen. Ze hielp haar met kleine problemen en dacht zo haar
zusje te helpen. Wat dus later bleek van niet.
Later vond ze ook het dagboek van haar zusje, en kwam veel meer dingen over
haar te weten, zoals dat ze elke dag haar dag tot in de uren precies plande.
Ze las veel meer dingen, maar snapte haar zusje nog niet. Vooral na het
lezen van het dagboek vervreemde ze zich nog meer van haar zusje, omdat ze
wat erin stond nooit van haar gedacht had. Haar beeld van haar zusje was
heel anders.
‘Wat zou ik haar graag onschadelijk willen maken! Haar foto met het glas
naar beneden op mijn bureau leggen!’ (blz. 28).
De foto van haar zusje is ook belangrijk voor haar. Het herinnert haar aan
haar zusje, maar vooral aan de zelfmoord. Iedere keer als ze de foto ziet,
moet Renate weer denken aan hoe haar zusje vroeger was in haar ogen en
waarom ze in godsnaam zelfmoord pleegde. Daarom begint ze de foto ook
langzaam te haten. Omdat ze door die foto steeds weer aan haar zusje
herinnerd wordt. Maar ze kan het niet over haar hart verkrijgen de foto weg
te zetten of weg te leggen, want dat zou betekenen dat ze ook niet meer, of
minder, aan haar zusje zou denken, en dat vindt ze oneerlijk voor haar
zusje.
Later op het einde van het verhaal, voelt ze zich er een beetje meer
opgelucht over. Ze ziet in dat ze de zelfmoord van iemand anders niet kan
snappen. Dat kan alleen die persoon zelf. Ze laat de dood van haar zusje
rusten en begrijpt dat zij ook een leven heeft, waaraan ze beter meer
aandacht kan schenken dan aan een leven van iemand dat al afgelopen is.

Nog een verhaalmotief is ironie. Renate Dorrestein zegt het al in haar
motto: ‘Alle mannen in dit boek zijn karikaturen. Dit is historisch zo
gegroeid.’ De mannen in dit boek zijn inderdaad heel overdreven neergezet.
Alles is zeer overdreven om het beeld zo simpel mogelijk te houden. Zo krijg
je inderdaad de indruk die Dorrestein wil overbrengen.
‘Met tegenzin wierp ik de Kop-van-Jut-man, die alleen kon vrijen met een
vrouw zonder hoofd, een blik toe.’ (blz. 67).
Hier heeft ze de vriend van haar buurvrouw zeer karikaturaal neergezet. Ze
noemt hem ‘Kop-van-Jut-man’, ze vindt het zo’n type man. Hij wordt al meteen
in een hokje gestopt. Die man heeft dan ook nog eens een probleem; hij kan
alleen seks hebben met een vrouw zonder hoofd. Ook raar natuurlijk, maar
volgens Renate wil het zeggen dat mannen vrouwen alleen nodig hebben voor
hun behoeftes, hier seks dus, en geen vrouw willen met een hoofd, met
hersens en een mond die hen kunnen tegenspreken. Om die boodschap te kunnen
verbeelden kiest ze voor karikaturen.
Datzelfde geldt trouwens ook voor de vrouwen.
‘Terwijl op straat gekke Lydia, op muziek die alleen zij kan horen, danst
voor haar minnaar, die alleen zij kan zien, zit ik achter het raam en
schrijf mijn memoires.’ (blz.11).
hier beschrijft ze volgens haar een ‘stereotype’ vrouw. Het gaat over Lydia,
die verliefd is op de Kop-van-Jut-man. De man laat haar vaak in de steek en
kijkt niet zovaak naar haar om. Lydia wil hem al haar liefde geven, in de
hoop dat hij meer van haar gaat houden. Maar de man vertrekt op een gegeven
moment toch en ze wordt gek. Dit is ook weer een karikatuur. Een vrouw die
uitendelijk gek wordt door een mislukte liefde met een man.
Verder heb je nog de karikatuur van een oerlelijke vrouw, die haar hoofd
laat verbouwen bij een plastisch chirurg. Haar lelijke lichaam past nu niet
meer bij haar hoofd, en ze lijkt nu meer op een travestiet, waardoor ze dan
ook in een travestietenbar gaat werken. Dan heb je nog de zus van Renate,
die non wordt om zo van de opgelegde vrouwelijke rol af te komen.
Deze karikaturen zorgen voor ironie, waardoor de boodschap weer duidelijk
wordt. Al deze karikaturen hebben te maken met wat voor schade de man kan
aanrichten. Renate vindt de rol van de man dus te overheersend, en de rol
van de vrouw, zoals die altijd wordt voorgesteld veel te afhankelijk van de
man. Door deze karikaturen komt haar boodschap dus bij de lezer tot uiting.

Thema

Het thema van het boek is hoe iemand met de zelfmoord van een voor haar
dierbaar persoon omgaat. Renate heeft haar in dit boek zeven jaar jongere
zusje verloren. Ze voelt nog steeds de pijn van het verlies van haar zusje,
de schuldgevoelens en de onmacht. Zelfs nog na zeven jaar tobt ze er zo mee,
dat ze dit boek, haar ‘memoires’ schrijft. Ze wil weten waarom haar zusje
het deed, wat ze voelde toen ze bovenop het dak stond, hoe het voelde toen
ze sprong… Allemaal onbeantwoorde vragen. Daar kon en kan ze niet goed mee
omgaan. Ze moet de antwoorden weten. Ze kan ernaar raden, maar dan nog niets
zeker.
Ze voelt zichzelf verantwoordelijk voor haar zusje. Ze beschermde haar
vroeger en deed van alles om haar op te vrolijken. Ze dacht dat ze dat goed
deed, maar het was blijkbaar niet genoeg. Nu heeft ze schuldgevoelens, over
dat ze haar zusje niet goed genoeg had begrepen en haar daardoor niet goed
genoeg had geholpen. Ze denkt dat zij de sprong van haar zusje wel had
kunnen voorkomen.
Als ze zelf niet meer uit alle vragen en antwoorden komt, verzint ze een
nieuw antwoord. Haar zusje was niet klaar voor de rol die voor haar was
weggelegd. De rol was dezelfde die Renate beschrijft in ‘het perpetuum
mobile van de liefde’; de vrouw wordt het sloofje van de man, ze moet al
haar liefde geven en krijgt er maar weinig voor terug. Dat kon haar zusje
niet aan en besloot vlak voordat ze volwassen werd, en dus bijna die rol op
zich moest nemen, maar met het leven te stoppen. Zo hoefde ze zich niet
langer druk te maken over die rol.
Als Renate dat bedacht heeft, kan ze met dat idee beter met de zelfmoord
leven. Ze ziet in dat ze zelf nooit op de goede antwoorden kan komen, en dat
haar vragen dus voor altijd onbeantwoord zullen blijven.

Mening


Aan dit gedeelte wil ik niet teveel woorden vuil maken. Ik vind het gewoon
een slecht boek. Het perpetuum mobile van de liefde is te overdreven
feministisch. Een feministische inslag in een boek vind ik helemaal niet
verkeerd, maar de theorieën van Renate Dorrestein zijn veel te overdreven en
ik vind het heel jammer dat ze haar feministische ideeën combineert met de
zelfmoord van haar zusje. Over een zelfmoord kan je een heel mooi verhaal
schrijven, maar Renate Dorrestein laat de dood van haar zusje overschaduwd
worden door haar feministische kijk op de maatschappij en al haar ideeën
over de verhoudingen tussen man, vrouw en kind. Verder is het verhaal heel
warrig geschreven. Het enige positieve in dit boek vind ik de verhalen van
Lydia en Godelieve. Ik was er wel naar benieuwd hoe hun problemen opgelost
werden en of ze wel degelijk opgelost werden. Alleen Renate Dorrestein’s
theorieën over de man en zijn positie ten opzichte van de vrouw begonnen me
op een gegeven moment echt de keel uit te hangen…..

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

anorexia en boulimia maakt voor het verhaal geen verschil. het gaat erom dat ze een eetstoornis had

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

Het zusje had geen anorexia, maar bulimia.

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast