ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
1. Boekbespreking

1.1 Primaire gegevens

Noordervliet, Nelleke, Het oog van de engel. Amsterdam, 1994. [zesde druk]

Eerste druk Nederlandse uitgave: 1991 Het boek heeft 263 bladzijden, het verhaal begint op bladzijde 7. Het is een historische novelle.

1.2 Inhoud

1.2.1 Samenvatting
De belangrijkste persoon is Elisabeth Lestevenon. Ze is aan het begin van het verhaal, in 1787, een jonge vrouw van 20 jaar. Elisabeth was langer dan de gemiddelde vrouwen, maar niet super mager. Haar donkere ogen en matte huid laten weten dat ze uit het zuiden komt. Ze heeft een houding die meer bij een geleerde man past, dan bij een vrouw. Dit schrikt anderen af. Haar linkeroog puilt een beetje uit en doet af en toe pijn. Dit is eigenlijk het enige dat ze niet mooi vindt aan zichzelf. Elisabeths moeder is al lang dood. Ze woont met haar vader en haar doofstomme zusje Maaike in Haarlem. Haar vader leert haar van alles over wetenschap, literatuur en filosofie. De strijd tussen patriotten en Oranjegezinden in Nederland wordt steeds gevaarlijker voor Elisabeths vader, die pamfletten voor de patriotten verspreidt, dus vluchten hij en zij dochters naar het zuiden. Ze gaan naar Saint-Omer, waar ze het koetshuis van vaders verre achterneef Maître Mounier de Bresse huren. Een paar maanden later sterft Elisabeths vader aan een hersenbloeding. Elisabeth wordt nergens aangenomen waar ze met haar kennis terecht kan, want ze is een vrouw. Ze kan de huur niet meer betalen.
Als Elisabeth buiten de stad flauwvalt langs de weg, neemt een boer haar mee naar zijn huis. Daar blijkt dat hij en zijn vrouw een baby van Maître Mounier de Bresse voor geld op te voeden. Het is een bastaard. Elisabeth bewaart het geheim om later haar voordeel mee te doen. Nog steeds werkloos wordt Elisabeth door Mounier een voorstel gedaan. Zij gaat akkoord. In ruil voor seks met hem, mag zij samen met haar zusje blijven wonen in het koetshuis. Ze vindt dit niet erg, maar ze voelt zich wel schuldig dat ze haar lichaam geeft aan iemand die ze wel mag, maar waar ze niet van houdt. Elisabeths linkeroog gaat steeds meer uitpuilen, omdat het gezwel erachter groter wordt. Ze slikt opiumpillen tegen de hoofdpijn.
Op de jaarlijkse bijeenkomst van ‘Scire est Mensurare’, gehouden in het huis van Maître Mounier, ontmoeten Elisabeth en Maaike voor het eerst de arts Dieudonné Doppet. Hij wil een revolutie, zodat de arme bevolking een beter leven krijgt en ook inspraak krijgt. Die avond geeft Doppet een optreden. Na de pauze vraagt hij Maaike of zij mee wil doen aan een experiment. Ze stemt in. Hij brengt haar in trance. Ze begint over haar hele lijf te trillen en zegt dan plotseling iets, dat door sommigen verstaan wordt als ‘Mounier verkrachter’. Iedereen schrikt, omdat het doofstomme meisje spreekt. Hierna valt ze in een soort slaap. Elisabeth is verbijsterd. Mounier is hier zeer kwaad over en zet ze het koetshuis uit. Wel geeft hij Elisabeth zwijggeld mee. Doppet neemt Elisabeth en Maaike om ze voor de voorstellingen te gebruiken en ze te helpen. Hij wil de geneeswijze, die Mesmer heeft bedacht (toepassing van het animale magnetisme), tonen aan het publiek. Elisabeth stelt voor dat zij steeds de doofstomme speelt, omdat de kans dat het mislukt dan kleiner wordt. Doppet brengt haar niet in trance, want dan praat ze Nederlands en dat kan niemand volgen. Ze doet alsof ze in trance is en verkondigt apocalyptische verhalen. Het succes is aan haar bijbelkennis en acteertalent te danken. Na deze demonstratie speelt ze niet meer voor doofstomme, maar wordt ze de apocalyptische engel, die vertelt hoe alles is en moet zijn. Zo verkondigen Elisabeth en Doppet de dingen die kunnen zorgen voor een revolutie. Elisabeths linkeroog maakt indruk op het publiek: het lijkt namelijk op het boze, of alwetende oog.Elisabeth heeft er zelf steeds meer last van. Ze vindt het ook lelijk en verbergt het achter een doek. Elisabeth en Doppet ontwikkelen een bijzondere (liefdes)relatie. Ze vergelijken zichzelf met Apollo en Kassandra. Ze voelen hartstocht en haat. Elisabeth wantrouwt Doppet, omdat ze hem niet goed kent en omdat hij nogal zwijgzaam is over zijn plannen en bedoelingen. Na een ruzie vertelt Doppet haar over zijn verleden. Dat van haar weet hij al gedeeltelijk. In Cambrai loopt alles bij een demonstratie bij de bisschop uit de hand. Er wordt met stenen gegooid door burgers en Doppet , Antoine Lebrun en de meisjes vluchten naar Parijs. Doppet brengt Maaike naar een doveninstituut. Elisabeth mist haar en voelt zich schuldig. Als ze er gaat kijken ziet ze echter dat Maaike, nu 15 jaar, heel gelukkig is. Elisabeth vond het communiceren met haar zusje altijd moeilijk en is nu dus blij dat Maaike vrienden heeft met wie dat makkelijk gaat. Ze laten haar hier. In Parijs krijgen ze onderdak en geld van Hornmann, een bankier die de naderende revolutie steunt. Ze krijgt op een van haar persoonlijke sessie Philippe uit Chartres op bezoek. Hij ziet haar als zijn gids en heeft alles voor haar over. Dit ontroert haar zeer en na een lang gesprek vertrekt hij. Op een ochtend verkracht Hornmann Elisabeth, die zich uit alle macht verzet. Hij beweert dat Doppet hem toestemming heeft gegeven om dat te doen. Nadat hij haar achter heeft gelaten, gaat zij op zoek naar Doppet. Ze vindt Doppet bij Marat. Wanneer ze hem blijft zeggen dat hij het wist, wordt het donker voor haar ogen en valt ze flauw. Doppet schijnt er echter niets vanaf te weten. Nadat ze er met Hornmann over praten, die alles ontkent, wordt deze boos en hij stuurt ze weg. Later krabt Elisabeth zijn gezicht open. Op een dag komt het volk van Parijs in opstand. Een steeds groter wordende stoet loopt door de straten van de stad en Elisabeth en Doppet lopen mee. Het hongerige volk is niet zo logisch in het kiezen van een zondebok. De opstand keert zich tegen Reveillon, een behangselfabrikant die juist goed is voor zijn arbeiders. Maar hij heeft een uitspraak gedaan die verkeerd werd begrepen. Ze komen Orleans, de neef van koning tegen, en die geeft het volk geld. Dit zorgt alleen maar voor meer chaos. Plotseling komt de politie in actie. Met geweren schieten ze recht de menigte in. De mensen kunnen geen kant op omdat ze met zo veel zijn. Negenhonderd mensen worden doodgeschoten en er zijn ook nog veel gewonden. Één van de mensen die het niet overleven is Antoine Lebrun. Deze knappe jongen zorgde altijd voor de laatste roddels, die Elisabeth in haar visioenen als waarheden verkondigde (als dat nuttig was tenminste). Zijn bronnen waren mannen met wie hij seks had. Doppet was zeer gehecht aan Lebrun en is zeer bedroefd over zijn dood. Hij vindt dat het zijn schuld is. Na de dood van Lebrun zien Elisabeth en Doppet elkaar niet meer. Hun optredens zijn ook niet meer nodig, want de revolutie is al in volle gang. Elisabeth wordt steeds zieker door het gezwel achter haar oog. Ze kan het oog niet meer dicht doen en ze ziet er niets meer mee. Ze gaat, nadat Doppet haar verlaat, bij Marie Cercueil (een goede vriendin) wonen en daar werken in huis. Doppet echter is nog steeds actief. Hij is generaal geworden en leidt de revolutie voor een groot deel.
Het doveninstituut waarin Maaike woont, wordt gesloten omdat de eigenaar is opgepakt, omdat hij een priester is. Maaike komt ook bij Marie Cercueil wonen. Ze trouwt met Philippe, de idealistische knappe jongeman die de revolutie steunt. Doppet keert terug naar zijn ouderlijk huis om zijn familie een bezoek te brengen, maar als hij daar aankomt, blijken ze gevlucht te zijn. Hij is erg teleurgesteld en kwaad. Hij brengt wel een bezoek aan zijn oude, zieke grootvader, die samen met de bediende Pierre het huis bewaakt. Hij was te zwak om mee op reis te gaan. Doppet en zijn grootvader maken ruzie. Ze hebben elkaar nooit gemogen. Al gauw na dit bezoek sterft de oude man en erft Doppet het huis. Hij gaat er wonen en Pierre, die er al werkte toen Doppet nog een kind was, blijft ook. Elisabeth zoekt contact met Doppet omdat ze de dood voelt naderen. Ze schrijft hem een brief, die Marie Cercueil hem bezorgt. Ze vertelt daarin hoe het met haar is gegaan sinds de laatste keer dat zij Doppet zag. Ze verzoekt Doppet om haar oog te behandelen. Van Cercuiel krijgt hij te horen dat Elisabeth hem ook graag wilt zien. Hij brengt haar vervolgens naar zijn huis, waar ze verblijft tot haar dood. Maaike, Philippe en Cercuiel zijn ook mee gegaan. De operatie vindt plaats. Hij brengt haar in trance. Ze voelt geen pijn als hij haar opereert. Als hij klaar is, zijn haar oogleden om de tumor dichtgenaaid en het uithangende oog verwijdert. Wanneer hij haar uit haar ‘slaap’ wakker maakt, schreeuwt ze van de pijn. Elisabeth en Doppet praten veel over het verleden en over allerlei andere dingen. Wanneer Elisabeth vraagt of Doppet wist dat ze dood zou gaan, zegt hij dat hij dit al wist vanaf het moment dat hij haar oog zag. Het laatste wat Elisabeth zegt, is: ‘Ik heb geen pijn meer’. Elisabeth sterft ’s nachts in het voorjaar, terwijl Doppet in de stoel naast haar bed slaapt. Doppet gaat naar de berg in de buurt waar hij opgroeide, en waar hij altijd naar heeft verlangd sinds hij er wegging. De berg ziet er precies zo uit als in zijn herinnering.

1.2.2 Thema en motieven
Het boek heeft eigenlijk meerdere thema’s. Het belangrijkste thema is het leven van Elisabeth Lestevenon, sinds dat haar vader ook is gestorven. Een ander thema is het leven van een vrouw die meer weet, dan in die tijd normaal was. Deze twee thema’s gaan allebei dus over Elisabeths leven, maar wel in een ander licht. Het leven van Doppet is een minder belangrijk thema, net als de Franse Revolutie.
Er zijn verschillende motieven aan te wijzen:
• de demonstraties, die ze overal opvoeren met steeds dezelfde boodschap
• het geloof in god
• niemand van de belangrijkere mensen blijkt te vertrouwen
• rare verhouding tussen Elisabeth en Doppet
• steeds aanwezig zijnde twijfel bij Elisabeth of alles/haar gave echt is
• je hoeft niet overal eerlijk over te zijn om de meerderheid aan je kant te krijgen
• Elisabeth wil onafhankelijk zijn, maar hangt steeds wel aan mannen: eerst haar vader, daarna Mounier de Bresse, op het laatst Doppet.

1.2.3 Personages
Belangrijksten
De hoofdpersoon in het eerste gedeelte is Elisabeth Lestevenon. In het tweede deel deelt ze deze functie met Doppet en in het derde gedeelte is ze de op 1 na belangrijkste. Elisabeth is langer dan de gemiddelde vrouwen en niet super mager. Haar donkere ogen en matte huid laten weten dat ze uit het zuiden komt. Ze heeft een houding die meer bij een geleerde man past, dan bij een vrouw. Dit schrikt anderen af. Haar linkeroog puilt een beetje uit en doet af en toe pijn. Hier krijgt ze steeds meer problemen mee. Zij vertelt vaak hoe ze zich voelt, zowel in gedachte als tegen een ander. Ze is een zelfdenkende vrouw en dat vinden wij in deze tijd logisch, maar in die tijd was dat niet zo. In het begin is Elisabeth zelfverzekerd, idealistisch en niet snel ontroerd of van haar stuk te brengen. Ze wil alleen maar onafhankelijk zijn. Later beseft ze dat ze nog nooit onafhankelijk is geweest en dat ze dat ook nooit zal worden. Hierdoor wordt ze steeds onzekerder en kwetsbaarder.

Dieudonné Doppet is de andere belangrijkste. In het eerste gedeelte is hij nog nooit belangrijk. Wanneer hij en Elisabeth met elkaar in zee gaan, wordt hij belangrijker en hun relatie ook. In het laatste gedeelte zie je de gebeurtenissen door Doppets ogen en gaat het vooral over hem. Hij heeft stevige, gespierde klimmerskuiten, draagt simpele maar nette kleding, is altijd op zijn hoede en is een tikje arrogant. Hij heeft zwart, sluik haar, dat hij meestal bijeengebonden heeft, huidskleur van een buitenmens, een grote, scherpe neus en blauwe ogen. Doppet heeft enorme verwachtingen en wil per se dat het gebeurt zoals hij wil. Niet al zijn idealen komen uit en daar wordt hij door geplaagd. Zorgend voor afleiding maakt hij andere wensen waar. Doppet is iemand die graag de leiding heeft en belangrijk is, want anders voelt hij zich nutteloos.

Belangrijkste bijrollen
• Maître Mounier de Bresse is getrouwd met d´Arras de Neufville. Zijn beroep is advocaat en hij is een achterneef van Elisabeths vader. Deze man is sluw en wil overal winst op verdienen of iets positiefs voor zichzelf er aan over houden. Hij neemt zijn neef en diens dochters in huis, maar vraagt hier wel geld voor. Na de dood van de vader moet er iets anders voor de huur komen. Elisabeth betaalt hem met seks. De man op zich is niet vreselijk, want hij doet nooit iemand pijn. Hij is wel nep, want hij probeert zich voor te doen als iemand die alles goed doet en nooit fouten maakt, maar ondertussen laat hij zijn bastaard wel door anderen opvoeden. Ook wanneer Maaike gesproken heeft merk je hoe hij is. Zolang het nog geheim is vindt hij alles goed, maar wanneer het uitkomt, schaamt hij zich en wordt hij boos.
• Hornmann is in sommige opzichten hetzelfde als Maître Mounier de Bresse, maar is veel erger. Hij probeert namelijk ook overal profijt uit te halen, maar hij doet anderen bijvoorbeeld wel pijn. Mounier dwingt niemand, maar hij misbruikt wel zijn macht en gebruikt geweld en dwang. Dit blijkt ook uit de verkrachting.

Iets minder belangrijke personen
• Maaike is het doofstomme zusje van Elisabeth. Zij heeft blond haar en een kinderlijke uitstraling. Ze houdt veel van haar vader en krijgt een grote klap te verwerken na zijn dood. Van haar zus houdt ze ook veel, maar met haar is de communicatie slechter. Ze vindt ruzie niets en wil anderen beschermen. Aan het eind van het verhaal is ze getrouwd met Philippe.
• Philippe is een knappe jongeman die voor een revolutie is. Hij komt uit Chartres en heeft met Elisabeth persoonlijk gesproken in een sessie. Hij ziet Elisabeth als zijn gids en is het met al haar uitspraken eens. Hij vraagt haar om raad wat hij met zijn leven moet doen en volgt de raad op. Later komt hij weer in aanraking met haar, wanneer zij Doppet niet meer ziet en is Philippe getrouwd met Maaike. Hij helpt iedereen waar hij kan, want broederschap vindt hij belangrijk.
• Antoine Lebrun is een soort van knecht van Doppet. Deze twee hebben een rare relatie, die na afloop nog niet is verduidelijkt. Hij zorgt voor feitjes en nieuwtje die Elisabeth in de demonstraties kan gebruiken, door met belangrijke mannen naar bed te gaan. Hij sterft op de manier die Elisabeth in een visioen al had gezien. Doppet houdt hem vast en geeft zichzelf de schuld, nadat Lebrun bij de oproer in Parijs dodelijk verwond werd.
• Marat is een nieuwsbrenger. Hij verschijnt op dezelfde manier zoals een rat uit zijn hol schiet, vindt Elisabeth. Zijn ogen staan net als bij een kraai geplaatst en geven steeds het gevoel dat hij je in de gaten houd. Zijn huid is rood en schilferig en is bedekt met roet. Hij brengt boodschappen die waar zijn, maar omdat hij wreed is, ligt de waarheid tegen de leugen aan. Toch is deze man trouw, moedig en onafhankelijk en dat maakt hem belangrijk voor anderen en de revolutie.

Een aantal overige personages
• Vader Lestevenon. Een goed ontwikkelde, intelligente man, die hierdoor toch niet arrogant geworden is. Hij heeft Elisabeth alles geleerd over wetenschap en filosofie en heeft beide dochters al zijn liefde gegeven, vooral aan Maaike.
• Van Marum is de arts van professie en directeur van het museum in Haarlem. Hij is een goede vriend van Elisabeths vader geweest en wanneer ze hem vraagt in een brief of er nog plaats voor haar is in haar geboortestad, biedt hij haar meteen hulp.
• Jan Martens is een handelaar in Saint-Omer, die medicijnen aan Elisabeth verkoopt en voor niets aan haar geeft.
• Orleans is de neef van de koning en denkt alles met geld te kunnen oplossen.
• Bergasse is een verlichte heer. Hij gebruikt in toespraken veel citaten uit de bijbel en hij heeft hun lessen tot een sociaal, politiek en pedagogisch systeem omgezet. Hij houdt ervan zijn gelijk te bewijzen en heeft echte leidereigenschappen.
• Pierre was toen Doppet nog klein was al de knecht in het huis van zijn familie. Zodra doppets grootvader sterft en hij het huis erft, blijft Pierre bij hem werken. Hij helpt later ook met de verzorging van Elisabeth.
• Sercuiel is een vrouw die voor iedereen wil zorgen en die Philippe, Maaike en Elisabeth in haar huis neemt.

1.2.4 Verteller en perspectief
Dit boek heeft een meervoudige vertelsituatie. In het eerste deel, ‘De vlucht’, is er een alwetende vertelsituatie. Dit merk je, omdat je van meerdere personages de gedachten leest. Meestal zijn het wel gedachten van Elisabeth. De verteller weet ook hoe het in Nederland is sinds het vertrek van Elisabeth, dus kan zij de verteller niet zijn. Deze alwetende verteller verteld vooral feiten, maar hij is niet 100% objectief, want soms geeft hij zijn mening over een personage. Bijvoorbeeld dat Maaike te naïef is. Toch komt hij betrouwbaar over. Hij verdraait het verhaal niet, maar geeft gewoon soms zijn mening. Deze meningen zijn ook meestal meningen waar je het mee eens bent.
In deel twee van het boek is er een ik-vertelsituatie. De ikpersoon die het verhaal vertelt is Elisabeth Lestevenon. Het verhaal staat nu ook ineens in de tegenwoordige tijd. Het is alsof je Elisabeths gedachten kunt lezen terwijl ze alles doet, niet achteraf. Af en toe lijkt het alsof haar geest buiten haar lichaam treedt en ze op zichzelf neerkijkt; dan geeft ze een omschrijving van hoe ze zichzelf ziet. Op deze manier probeert ze zichzelf objectief te zien en te beoordelen. Meestal komt ze tot de conclusie dat ze een hulpeloze, zwakke vrouw is. Dat komt ook omdat ze dit doet op momenten waarop ze juist zwakker is dan anders.
In ‘De witte berg’ is er een personale vertelsituatie. Doppet is de verteller. Je leest dus zijn gedachten en je ziet alle gebeurtenissen door zijn ogen. Je leest andermans gedachten niet en de verteller weet ook geen dingen die Doppet niet weet. Het verhaal staat weer in de verleden tijd, net als het eerste deel van het boek. Dit zorgt voor een ander perspectief en een niet eenzijdig beeld van het verhaal. In het eerste deel is alles dus objectief, in het tweede deel moet je jezelf in Elisabeth inleven en in het derde deel is het weer subjectief, maar moet je jezelf in Doppet inleven.

1.2.5 Tijd
Ze vluchten in 1787 naar het zuiden. Wanneer de monarchie omver geworpen is, is het 1792. Dit is ook het jaar waarin Doppet en Elisabeth elkaar weer terug zien. Er is dus vijf jaar verstreken. Witregels komen niet zo veel voor in dit boek. Maar degene die er zijn , geven een tijdsprong (later of eerder) aan. Vaak vindt er voor de witregel een dialoog plaats, en daarna een omschrijving. De witregels verhogen de spanning en maken het verhaal overzichtelijker.
Het verhaal begint in medias res; midden in een gebeurtenis. Het begint net na de dood van Elisabeths vader. Dit roept spanning op. Door haar herinneringen kom je te weten wat er gebeurd is en wat daaraan vooraf ging. Zo begint Elisabeth daarna te ‘vertellen’ over de vlucht uit Nederland. Toen leefde haar vader dus nog. Daarna komt pas een meer chronologische volgorde en worden alleen af en toe herinneringen besproken.
Het begin en einde lijken op elkaar, want bij beide sterft er iemand zonder afscheid te nemen. Dit wordt achteraf door een ander verteld. Het verhaal is dus cyclisch.

1.2.6 Ruimte
Elisabeth groeit op tussen de ontwikkelde mensen, waar haar vader mee optrekt. Dit zorgt ervoor dat haar intelligentie groeit. Later komt ze in milieus terecht van mensen met veel geld, die haar niet voor vol aan zien, omdat ze een vrouw is. Hierdoor verandert haar vertrouwen. Bij de demonstraties krijgt ze macht, want haar woord wordt geloofd. In Haarlem is ze de dochter van de intelligente wetenschapper Lestevenon en hier wordt ze ook meer op prijs gesteld als een vrouw met kennis. Ze is hier echt thuis. In haar huis in Haarlem is ze een gelijke voor haar vader. Het koetshuis in Artois geeft een verandering aan. Elisabeth moet na de dood van haar vader in een klap volwassen worden en alle lasten op zich nemen. Ze wordt hier een vrouw. Het paleis van de bisschop in Cambrai staat voor al het onverwachte wat mis kan gaan en voor de onbetrouwbaarheid en ongelovigheid van anderen. Parijs staat voor de plek waar verandering mogelijk is, waar een revolutie het beste kan beginnen. Het huis van Hornmann geeft aan dat mensen met macht misbruik maken van anderen om nog beter te worden. Dat vrije wil niet altijd geldt, wordt hier in dit huis met de verkrachting duidelijk. De sterfplaats van Elisabeth staat voor einde aan al het leed. Annecy, waar Doppet later zit, staat voor thuiskomen en het doel bereikt hebben.

2. Titelbeschrijving

www.scholieren.com/uittreksels/verslag.php?verslagid=8038

3. Persoonlijke reactie

Ik wist niet echt wat voor soort boek ik wilde, dus heb ik eerst naar de titels gekeken of ze me aanspraken en in de bibliotheek heb ik de achterkanten gelenzen. Dit boek en nog een aantal leken mij wel leuk. Het gaat over vroeger, maar niet over oorlog, maar een revolutie. Dat was ook een pluspunt. De ontketening van de Franse Revolutie in Parijs werd apart beschreven en zeer realistisch weergegeven. Ze schrijven het ook toe aan personen die de rest de problemen en dergelijke duidelijk maken. De drang van Elisabeth om belangrijk te zijn vanwege haar kennis krijgt eindelijk een kleine kans. Helaas omdat ze een vrouw is, wordt ze niet voor vol aangezien. Zij is mijn favoriete personage uit dit boek, omdat ze nuchter blijft en voor zichzelf opkomt. Wanneer ze seances geeft met Doppet komt ze in een andere sfeer terecht. Ze weet zelf niet of ze die dingen die ze zegt verzint, ze door de medicijnen komen of dat ze echt door een gave naar boven komen. Ik denk dat het voor een deel inderdaad een gave was. Op pagina 153 ziet ze in gedachte Doppet bij het lichaam van Antoine Lebrun, terwijl hij steeds zegt; “het is mijn schuld.” Op pagina 221 gebeurt dit echt. Het is makkelijk om je in de hoofdpersonen in te leven en dat maakt het verhaal ook automatisch interessanter. De woorden en zinnen waren niet ingewikkeld, dus was het snel door te lezen. De filosofische gedeeltes maakten het verhaal ook diepzinnig en daar ben ik dol op.Door veel beschrijvingen, waargebeurde situaties en kennis maakt het boek geloofwaardig.

4. Verwerkingsopdracht A5

Tussen lucht en water kom ik tot rust
Het water brengt me naar een goede plek
Terwijl de lucht mij kust
Zo ben ik zeker van mezelf
Ik ben belangrijk en onafhankelijk
Ze dragen mij en prijzen me de hemel in
Waar het water mij brengt, tel ik opeens niet meer
De lucht trekt weg en het water omhelst mij te krachtig
De onafhankelijkheid was een leugen
Het nodig hebben van anderen blijkt te zwaar
Mijn vertrouwen vliegt weg, mijn angst verdrinkt mij
Misbruikt door machtigen blijk ik onmachtig
Ik sterf door het geloof in een leugen

5. Evaluatie
Onderwerp
Het boek heeft niet echt één duidelijk onderwerp, maar meerdere, die met elkaar verband houden: de Franse Revolutie, hoe het leven was in die tijd, filosofie, theologie en het leven van Elisabeth en Doppet. Dat laatste wordt wel duidelijk omdat Elisabeth in verschillende milieus terecht komt; eerst Haarlem, dan Saint-Omer, dan Parijs. Ze beschrijft de mensen rondom haar, en hun gewoonten. Zo zie je goed de verschillen in levenswijze tussen boerenbevolking, adel en geestelijkheid. Vooral de filosofie en het leven van Elisabeth vond ik interessant.

Gebeurtenissen
De belangrijkste gebeurtenissen zijn die in de levens van Elisabeth en Doppet. De ontwikkelingen van de Franse Revolutie zijn ook wel belangrijk, maar die lopen vaak samen met de gebeurtenissen in de levens van de twee hoofdpersonen. Zo houdt de dood van Antoine Lebrun verband met een grote opstand in Parijs. Dit heeft zowel met Doppets leven als met de revolutie te maken. Bij de meeste gebeurtenissen worden de gedachten en gevoelens van de personages gezet.

Personen
De personages worden echt realistisch weergegeven en hebben ook kenmerken die zowel positief als negatief zijn. Je kunt je snel inleven in Elisabeth en Doppet, omdat hun gedachten en gevoelens zeer nauwkeurig worden beschreven. Elisabeth vond ik het interessantst. Dit heeft te maken met het feit dat we nu als vrouwen wel onze intelligentie mogen tonen en dat dat juist geprezen wordt. In die tijd was dat anders en het is daarom verfrissend om te lezen hoe het leven er zonder dat recht uit zou zien. Elisabeth is eerst als sterke persoon beschreven, maar naderhand blijkt dat zij ook problemen en angsten kent.

Opbouw
Niet al te moeilijk. De flashbacks en dergelijke had ik zo door, dus daar was niets moeilijks aan. Het vertellers perspectief dat in de drie delen anders was, zorgde juist voor meer leesplezier. De afloop vond ik ergens wel jammer, want ik had gehoopt dat Elisabeth toch nog een aantal jaren gelukkig met Doppet, Maaike, Philippe, Sercuiel en Pierre zou leven. Na wat zij allemaal heeft moeten doorstaan heeft ze dat verdiend.

Taalgebruik
De Nederlandse woorden waren niet moeilijk, maar de Franse korte zinnen wel.Er waren niet lange zinnen of te korte, en dat leest makkelijker. De taal die gebruikt wordt past bij de personages. Elisabeth gebruikt zowel makkelijke als moeilijke dingen. Dit komt doordat ze in een slim milieu is opgegroeid en veel geleerd heeft. Ze kan ook schrijven. De makkelijke dingen komen doordat ze in een taal spreekt, Frans, die niet haar moedertaal is. Doppet leest veel filosofische/ politieke boeken en heeft voor dokter geleerd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

zwak verslag volledig onbruikbaar

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Het verslag is zeer zwak.
Meer dan de helft van de informatie is volgens verzonnen.
Als u het niet gelooft lees het boek dan zelf.
Ik zou het verwijderen.

Vriendelijke groeten

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast