Titel: Het leven is vurrukkulluk
Auteur: Remco Campert

Biografie: Remco Campert
Hij is de zoon van de schrijver Jan Campert, auteur van het bekende gedicht De Achttien Dooden, en de actrice Joekie Broedelet. Tijdens de oorlog komt zijn vader om in een concentratiekamp. In september 1945 bezoekt hij het Amsterdams Lyceum, waar hij een eigen rubriek en strip in de schoolkrant verzorgt. In 1949 trouwt hij met Freddie Rutgers, met wie hij begin jaren vijftig enige tijd in Parijs woont. Twee jaar later debuteert hij als dichter met de bundel Vogels vliegen toch. In de jaren vijftig leeft hij vooral van het schrijven van reclameteksten en het vertalen van buitenlandse schrijvers. Daarnaast werkt hij mee aan o.a. Podium, Elseviers Weekblad, Haagse Post, Vrij Nederland, Tirade en Het Parool. In 1950 richt hij samen met Rudy Kousbroeck het tijdschrift Braak op, het voornaamste klankbord van de experimentele dichters aan het begin van de jaren vijftig. Een andere belangrijke publicatie is Atonaal, een bloemlezing uit het werk van de Vijftigers met een voorwoord van Simon Vinkenoog.

Na zijn scheiding van Freddie Rutgers trouwt hij met de schrijfster Fritzi ten Harmsen van der Beek. Wanneer ook die relatie op niets uitloopt, had hij in 1960 met Lucia van de Berg zijn eerste kind, dochter Emanuela krijgt, hij trouwt in 1961 met haar en krijgt in 1963 zijn tweede kind, dochter Cleo Campert. In datzelfde jaar debuteert hij als romancier met Het leven is vurrukkelluk. Van 1964 tot 1966 woont hij in Antwerpen. Daarna gaat hij terug naar Amsterdam waar hij de galeriehoudster Deborah Wolf leert kennen met wie hij tot 1980 zal samenleven. In de jaren zeventig verschijnt nauwelijks nieuw werk van hem. In de jaren tachtig komt daar echter weer verandering in. Sinds 1996 verzorgt Campert samen met Jan Mulder een dagelijkse column op de voorpagina van De Volkskrant. Ook maakte hij met Mulder sinds enkele theaterprogramma’s. In 2000 werd Campert benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, maar hij weigerde deze benoeming te aanvaarden.

Gewonnen prijzen:
1953 - Reina Prinsen Geerligsprijs voor Berchtesgaden
1955 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Gedicht met een moraal
1956 - Jan Campertprijs voor Met man en muis en Het huis waarin ik woonde
1958 - Anne Frank-prijs voor Vogels vliegen toch
1959 - Prozaprijs van de gemeente Amsterdam voor De jongen met het mes
1960 - Prijs van de Amsterdamse Kunstraad voor De jongen met het mes
1976 - P.C. Hoofdprijs voor zijn poëtisch oeuvre
1987 - Cestoda-prijs

Zijn werk Het gangstermeisje wordt in 1966 verfilmd door Frans Weisz.
In 1976 verschijnt de film Alle dagen feest, een vierluik geregisseerd door Ate de Jong, Otto Jongerius, Paul de Lussanet en Orlow Seunke, gebaseerd op de verhalen Alle dagen feest, Een ellendige nietsnut, Hoe ik mijn verjaardag vierde en Op reis.

Thematiek (algemeen)
In de boeken spelen liefde, seksualiteit, vriendschap en twijfel toch wel een grote rol. Ook kunst komt veel terug in zijn boeken. In het ene boek is het hoofdpersonage een schilder, in het andere een kunstenaar. Ook Parijs is in zijn boeken een belangrijke plaats voor Remco Campert want deze komt ook veel terug.

Als je de biografie van Remco Campert leest merk je wel dat hij in zijn leven toch ook wel veel getwijfeld heeft hij heeft enorm veel vriendinnen / vrouwen gehad waarvan de relatie stuk liep. Dit vind je ook terug in het boek ‘Het satijnen hart’. Eigenlijk vind je al deze thema’s terug in zijn persoonlijk leven.

Taal en stijl
Ik vond de stijl heel goed. Helemaal niet moeilijk om zijn verhalen te kunnen volgen en er zit ook echt wel een verhaal in. Zijn taalgebruik valt heel goed mee, allemaal goed te verstaan. Hier en daar een vorm van plat taalgebruik, moeilijke woorden, maar dat heb je bij elk boek wel eens. Als je 1 van zijn boeken aan het lezen bent heb je geen zin om het boek te sluiten, maar om verder te lezen en te weten hoe het verdere verhaal verdergaat en dat vind ik toch een heel positief punt aan de schrijver Remco Campert.

Thema’s:
Het leven van tieners/jonge mensen tijdens de jaren ‘50. Campert geeft het meest de sfeer weer die rond die tijd speelde en hoe men met elkaar omging. Hij wil laten zien dat het leven heerlijk lijkt maar dat dat eigenlijk helemaal niet zo is, soms is het
leven verrukkelijk maar dat is dan meestal voor korte duur.

- Overspel
- Liefde: Tussen Panda en Boelie en ook tussen Panda en Mees.
- Seksualiteit: Panda is op seksueel vlak zeer gewillig en dat is ook zeer goed te merken. Ze heeft een relatie met Boelie, waar ze ook lichamelijk contact mee heeft, maar als Boelie weg is ligt ze in bed met Mees.
- Vriendschap: Tussen Mees en Boelie.
- Twijfel: Mees is nogal een twijfelaar, hij durft niet direct de stap te zetten maar denkt er liever een tijdje over na.

Titelverklaring:
De titel is de eerste zin van het boek/ verhaal. De titel past eigenlijk heel goed bij het boek. Remco Campert wil vooral duidelijk maken dat men moet genieten van het leven en niet steeds moet nadenken vooraleer men iets doet. Maar toch wordt in het boek weergegeven dat het leven niet altijd even positief is en gaat zoals je het verwacht.

Wanneer speelt het zich af?
Het speelt zich af in de jaren ’50. Het verhaal begint een zondagochtend en duurt tot ’s nachts.

Waar speelt het zich af?
Het boek beschrijft een dag: een zondag van 's morgens tot ’s nachts. Het speelt zich aan in het park, het huis van Mees en Boelie, het huis van Etta en de drankwinkel van Jens, maar het wordt merendeels in en rond het Vondelpark in Amsterdam gespeeld. Het is niet toevallig dat Campert het Vondelpark gekozen heeft, want in de periode dat hij dit boek schreef, woonde hij daar niet ver vandaan.

Personages:
- Boelie is een dichter. Hij woont samen met Mees op een kamer. Hij is een verlegen jongen en Mees speelt dan ook een beetje de baas over hem. Hij spreekt niet altijd even duidelijk en daarom wordt hij soms niet begrepen. Hij is onzeker en onhandig op het vlak van meisjes versieren.

- Mees is een jazz pianist. Hij is 25 jaar een woont samen met Boelie. Mees heeft nooit veel succes bij de meisjes gehad en schaamt zich daar wel voor, maar stiekem heeft hij toch zijn eigen fantasieën. Mees speelt piano en samen met Boelie schrijft hij een musical. Mees houdt er van om de baas te spelen en het is iemand die nadenkt over het leven.

- Panda is een meisje die veel van praten houdt. Ze is rond de 15 jaar en is de vriendin van Mees geworden door een ontmoeting in het park. Naar de buitenwereld toe komt ze heel zelfzeker over maar eigenlijk is ze dat totaal niet. Het is een levensgenieter, ze doet wat ze wilt en denkt er niet te veel over.

Nevenpersonages:
- Etta is getrouwd met de journalist Ernst-Jan. Ze heeft een ongelukkige jeugd gehad. Tegen haar vaders wil in is ze met Ernst-Jan getrouwd, haar moeder was alcoholiste.

- De grijsaard is een oude man die zich graag jong voor doet en graag met de jeugd omgaat.

- Tjeerd Overbeek is een werkloze man, die seksueel gefrustreerd is.

Verhaalvorm:
Het is een roman die gaat over het leven van jongeren tijdens de jaren ’50.

Vertelperspectief + structuur:
Het verhaal wordt in een logisch chronologische volgorde verteld. Er zitten wel een aantal flashbacks in, maar dat zijn gewoon herinneringen die worden opgehaald.
Aan het begin van het verhaal volgen we Mees, Boelie en Panda. Wanneer zij de grijsaard ontmoeten ontstaan er drie verhaallijnen: Mees en Panda, Boelie die Etta ontmoet bij de journalist en de grijsaard die zijn Rosa terugvindt.

Het vertelperspectief is de alwetende verteller. In sommige hoofdstukken volgen we slechts één persoon, de vertelwijze wordt dan het hij/zij perspectief. In de hoofdstukken 7, 8 en 9 is er weer een ander perspectief, het ik-perspectief.

Samenvatting:
Op een zondagochtend ontmoet de musicus Mees samen met zijn vriend, de dichter Boelie, Panda. Panda en Mees voelen zich direct tot elkaar aangetrokken, want ze lopen al meteen hand in hand door het park. Na een tijdje passeren ze een oude man, Kees, die hen volgt. Als ze een terrasje doen komt Kees er ook bijzitten.
Panda gaat dan naar de retirade, waar ze een gesprek voert met Rosa, de toiletjuffrouw. Als ze ruzie krijgen gaat Panda weg.

De drie jongeren vertrekken weer en Kees blijft hen volgen. Panda bestuit hem te overvallen en vindt tweehonderd gulden in zijn schoen. Daarna gaan ze naar Mees’ huis, aan de rand van het park. Mees, die graag met Panda naar bed wil, herinnert Boelie aan een afspraak met een journalist, hij wil hem dus weg. Als Boelie vertrekt, duiken Panda en Mees meteen in bed.

Boelie is ondertussen weer in het park en wordt geïnterviewd door de journalist, Ernst-Jan. Na het gesprek nodigt hij Boelie uit om met hem mee te gaan naar huis, daar kan hij misschien uitvinden of de vrouw van Ernst-Jan een minnaar heeft.

Ondertussen liggen Mees en Panda in bed na te praten. Mees denkt daarna aan een oude vriendin, Steffie, maar realiseert zich dat dit allemaal verleden tijd is. Steffie is namelijk al getrouwd en woont in Mexico. Hierna vertelt Panda over haar minnaars, die ze voornamelijk in het park ontmoet.

Kees, die weer is bijgekomen, wordt hulp aan geboden door Tjeerd. De grijsaard wil deze hulp eerst niet accepteren, maar bedenkt zich uiteindelijk. Hierna verliest hij weer het bewustzijn.

Etta, de vrouw van de journalist, zit op dit moment in de tuin en heeft er spijt van dat ze ooit met hem is getrouwd, zij leidt liever een geordend leven.

Tjeerd en Kees, die weer is bijgekomen, besluiten om naar de retirade te gaan, waar ze Rosa, de oudtante van Tjeerd, ontmoeten. Kees en Rosa blijken elkaar van vroeger te kennen en Tjeerd voelt zich daardoor al snel overbodig.

Wanneer Boelie en Ernst-Jan aan zijn gekomen bij Ernst-Jans huis, gaat deze naar een radioverslag luisteren. Boelie zoekt Etta op in de tuin en zij herinnert zich een feest waarbij Boelie haar had versierd.

Mees wordt thuis weer wakker en ziet Panda in een paar tijdschriften bladeren, ze besluiten om van de tweehonderd gulden een feest te geven en gaan dan naar Jens, de drankhandelaar. Jens probeert Panda te versieren, maar hier steekt Mees een stokje voor.

Boelie en Etta zijn ondertussen naar het huis van de buren gegaan. Hier blijkt dat Etta jaloers is op het geordende leven van de buren. In de slaapkamer willen ze daarna met elkaar naar bed, maar plotseling komen de buren weer thuis. Met een smoes over het gas, komen ze gelukkig zonder problemen weg.

Tjeerd loopt nog steeds alleen over straat als hij feestgedruis en muziek hoort. Dit feest is natuurlijk bij Mees en er zijn veel vrolijke mensen. Er wordt vooral veel jazz gedraaid. Boelie probeert Etta weer te versieren, maar als hij haar eindelijk in bed heeft valt ze in slaap. Panda heeft het minder naar haar zin, Jens brengt haar naar huis. Tot slot springt er een jongeman met een paraplu van de bovenste verdieping. Als Mees dit ziet voelt hij zich intens gelukkig.

Citaat: P112
"Ze zat naakt op de vloer voor de boekenkast, bladerde in Esquire. Ze had een lange rug voor zo'n klein lichaam. Maar dat is nu alles bekend; de tijd voor ongedurigheid breekt aan. Ongedurigheid voor zelfbescherming, want voor je het weet zit je er aan vast. Kinderen, de melkboer op tijd betalen, voor de rest van je leven samen naar de bioscoop, elke nacht dezelfde geur in bed, hoe langer die toestand wordt uitgesteld, des te beter het is."

Hier bespreekt Campert eigenlijk dat het leven niet altijd even leuk is, dat alles mooi geregeld is voor je. Dat je niets meer zelf te beslissen hebt en dat het leven dus niet altijd ‘vurrukkulluk’ is.


Panda trok de grijsaard zijn schoenen uit.
‘Heb je zo’n pijn aan je voeten, opa?’ riep ze zorgzaam, ten behoeve van de tot tranen toe geroerde voorbijganger, van wie sommigen reeds brieven opstelden aan hun lijfbladen: geachte redactie, even wil ik u vertellen een voorval dat mijn vrouw en ik laatstleden zondag mochten gadeslaan. Er wordt weleens geklaagd over de moderne jeugd, maar genoemd voorval enz, enz. U moogt deze brief rustig afdrukken en heb ik ook geen bezwaar tegen eventuele bekendmaking door middel van radio en/of televisie, enz, enz.
‘Verdomd’ zei panda en haalde 2 biljetten van honderd uit opa’s linkerschoen. Met een snel gebaar stopte ze het geld tussen haar borstjes. Luide toegejuicht door de zondagswandelaars, gingen ze daarna weer verder. Panda gaf aan Mees en Boelie een hand, zodat ze nu hand in hand, hand in hand liepen.
‘Het is altijd een heerlijk gevoel om geld bij je te hebben’, zei Panda, terwijl ze even langs haar neus naar beneden keek.
‘Misschien raak je het niet eens aan, maar het idee dat je het hebt is al genoeg’.
Boelie en Mees knikten.
‘Geld is erg belangrijk’, vervolgde Panda. ‘Er zijn mensen die net doen alsof het ze niets kan schelen maar zulke mensen vertrouw ik nooit. Als het waar is wat ze zeggen, leven ze maar half. Ik krijg altijd een heerlijk gevoel van binnen als ik geld heb’.
‘Waar vanbinnen?’ vroeg Mees belangstellend.
‘Overal’, zei Panda. ‘In mijn hele lichaam. Het windt me op. Hebben jullie veel geld?’
‘O ja’, antwoordden Boelie en Mees.
‘Fijn’, zei Panda tevreden. ‘ Ik ben niet erg gesteld op arme mensen.

In dit fragment is eerst Panda aan het woord. Naar de buitenwereld toe ziet ze er een heel lief en eerlijk meisje uit, maar voor haar draait alles alleen maar om geld en dit is ook duidelijk te zien in dit fragment. Ze overvallen een oude grijsaard en kijken in zijn schoen en daar is geld te vinden. De mensen die dit allemaal zien denken dat Panda de grijsaard aan het helpen is maar helaas is dat niet zo.
Ik denk dat Remco Campert hier wil duidelijk maken dat niet alles is zoals het lijkt…

Commentaar
Het boek is me zeer goed bevallen. Het gaat vooral over het leven van jongeren en dat spreekt me wel aan. Soms is het moeilijk te volgen door de vele verhalen die verborgen zitten in het boek. Deze komen op het einde allemaal samen en dan is het wel duidelijker. Ik vind het zeker en vast een aanrader en dan meer voor de meisjes omdat het over liefde, seksualiteit, jaloezie enz… gaat. Ook zijn er veel personages waardoor het een beetje verwarrend wordt. Maar ik heb het zeker graag gelezen.

Conclusie:
De schrijver Remco Campert is me eigenlijk zeer goed bevallen. Een heel mooie en makkelijk stijl en kan dingen echt zo mooi verwoorden. In zijn verhalen zijn zowel positieve en negatieve kanten, soms is het wat langdradig terwijl het tegelijkertijd
heel leuk kan zijn en je niet meer wilt stoppen met het leven van het boek. Het schrikte me eerst af om van 1 schrijver 3-4 boeken te lezen omdat ik dacht dat het na verloop van tijd wel wat saai zou kunnen worden. Het verraste me dat het helemaal niet zo was, integendeel. Ik vond het eigenlijk wel leuk om de verschillen en gelijkenissen van de 4 boeken te achterhalen en het verwonderde me dat er zoveel gelijkenissen waren.
Ik zou Remco Campert’s boeken zeker aanraden omdat ze zo ontzettend mooi geschreven zijn en er steeds een verhaal in zit.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.