Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Zakelijke gegevens

Titel: Het geheim van Rotterdam

Auteur: Thea Beckman

Uitgever: Lemniscaat



Samenvatting tekst

Truitje Blasius vindt een kind en noemt hem Caspar. Hij werd gevonden op "Driekoningen". Hij kreeg een zusje Eva. Toen hij 10 jaar was ontmoette hij Grietje. Caspar helpt Grietje tijdens een ruzie en brengt haar naar het huis met de groene luiken. Er wordt daar besloten dat Caspar voortaan elke zondagmiddag komt voor Latijnse les. Caspar is de Derde koning die het tweetal Melchior en Balthasar nog nodig had. Samen vormen zij "De Drie Wijzen uit het Westen". Caspar vond het geheimzinnige huis heel boeiend.



Caspar werd twaalf en hij kreeg van zijn vader een hoed met fluwelen rand, van zijn moeder een talisman met het stukje "helm" erin en van Eva kreeg hij een zelfgemaakte rozenkrans. Voor Melchior was 12 een magisch getal. Hij mocht voor het eerst mee de kelder in. Daar werd alchemisme bedreven. Er was geen ontkomen meer aan, Caspar leidde vanaf nu een dubbel leven. Rotterdam werd overvallen door jonker Frans van Brederode. De burgers hadden niets meer te zeggen. Vanuit Rotterdam begon jonker Frans zijn rooftochten. Rooftasch, een knecht van jonker Frans, ontdekt de alchimistenkelder op zoek naar een dokter om de gewonde soldaten te laten behandelen. Jan Blasisus en zijn vrouw komen achter het dubbel leven van Caspar. Hij wordt het huis uitgezet. Hij zoekt onderdak in het huis met de groene luiken.





Het is winter en er is bijna niets meer te eten. Jonker Frans eet het eten dat er nog is op en Melchior moet bij hem komen en beloven dat hij voor kerstmis een schepel met goud mee brengt, anders gaan de hoofden van de alchemisten eraf. Op hemelvaartsdag gaan Grietje en Caspar ingrediënten zoeken voor het alchimistenbrouwsel. Caspar moet als chirurg mee naar een slagveld op de Lek. Hij had op een dag zoveel ellende gezien dat hij besloot noot meer aan welke militaire expeditie dan ook deel te nemen.



Al gauw weet heel Rotterdam af van de alchimisten praktijken en wordt Caspar door Jan Blasius het huis uitgezet. Caspar besluit om bij de van Capelles in te trekken. Jonker Frans trekt zich terug in Sluis zodat Rotterdam vrij is.



Opeens komt Caspar erachter dat ze het helemaal verkeert hebben gedaan, het brouwsel moet niet vies zijn maar juist net als de zomer. Caspar en Grietje gaan weer het veld op en gaan er zoeken naar kruiden. Tijdens het zoeken worden ze verliefd op elkaar. Als ze thuiskomen komt het zusje Eva binnengestormd. Zij wil hen waarschuwen voor de groep Rotterdammers die naar hun huis komen gestormd, onder leiding van de smid. Als die smid binnen ontstaat er ruzie. Op dat moment breekt er een storm los en de bliksem slaat in in het huis naast dat van de van Capelles. Onmiddellijk wordt er een rij blussers gevormd. Maar die kunnen niet voorkomen dat het vuur overslaat naar het huis met de groene luiken. Beide huizen branden tot de grond af. De chirurg en de familie weten snel weg te komen, maar Caspar wordt gearresteerd op verdenking van brandstichting en beland in de kerker. Na een aantal dagen in de donkere kerker door wordt hij vrijgelaten en mag hij met een bewaker mee. Als hij buiten staat blijkt dat hij is vrijgekocht door Melchior. Caspar besluit dan dat hij zijn eigen weg gaat, samen met de hond Hermes.



Spanning en open plekken:

De spanning wordt vaak opgevoerd in dit boek. Ik vond het erg spannend toen Caspar daar in de kelder zat en elk moment kon worden opgehaald om te worden opgehangen. Ook is het spannend als het gaat over de duistere zaakjes die Melchior en Balthasar doen in de kelder, je vraagt je af wat ze nou eigenlijk allemaal doen totdat je samen met Caspar in de kelder afdaalt. Dan wordt alles je beter duidelijk. Je kunt hier ook spreken van een open plek. Nog een goed voorbeeld van een open plek in het boek is aan het begin: “Een dik wolkendek voorspelde sneeuw, maar Truitje Blasius, die zich door de smalle Vrouwensteeg naar de Botersloot haastte, lette daar niet op. Ze huilde.” Je vraagt je dan meteen af waarom zij daar liep, waarom ze zicht haastte, waarom huilde ze?



Personages:

De hoofdpersoon Caspar is betrouwbaar vind ik. Hij helpt door de week iedere dag zijn vader in de kuiperswinkel. En op zondag gaat hij naar Melchior. Ook al heeft hij zo weinig vrije tijd hij komt altijd. Hij heeft ook een goed doorzettingsvermogen. Ook al wilde het steeds niet lukken met het brouwsel hij bleef het proberen. Hij is ook erg nieuwsgierig want eigenlijk vond hij die lessen Latijn helemaal niet echt interessant. Hij ging alleen naar dat huis omdat hij het zo mysterieus vond. Hij vond dat er een gek sfeertje hing.





Melchior is ook een belangrijk persoon in het boek. Hij is erg mysterieus. Hij loopt altijd in zijn zwarte pak. En hij geeft niet veel van zichzelf bloot. Hij is wel trouw want toen hij zich eigenlijk beter niet in de stad kon wagen bevrijdde hij Caspar uit de kelder.



Grietje is iets minder belangrijk voor het verhaal maar valt toch wel op in het boek. Ze is overal duidelijk aanwezig met haar stemmetje. Ze is erg apart. Haar relatie met Caspar is bijzonder. Eerst zag Caspar haar meer als zijn zusje maar later worden ze verliefd op elkaar. Vaak doet Grietje net alsof zij Caspar heeft ontdekt. Ze zegt dat ook vaak in het boek. Alleen omdat zij hem toen mee naar huis heeft genomen.



Opbouw:

De opbouw staat in de logisch-chronologische volgorde. Het verhaal begint gewoon bij het begin, ab ovo. Het begint als de hoofdpersoon gevonden wordt als baby. Het climaxmoment is pas erg laat in het boek in het laatste hoofdstuk pas. Dat is wanneer er brand uitbreekt in het huis van de buren.



Tijd:

Het verhaal begint op 6 januari 1473 en eindigt in 1490. De vertelde tijd is dus 17 jaar. De verteltijd is 210 blz. Soms wordt er wel eens van tijd versneld en ben je opeens 2 jaar verder terwijl eerst een hoofdstuk maar één dag was.



Thema en motieven:

Een motief in dit boek is ontrouw. De hele tijd zijn er allerlei mensen die elkaar niet vertrouwen.

Het thema is eigenlijk alchemisterij, daar houden de belangrijkste personages zich steeds mee bezig. Maar het boek heeft eigenlijk veel meer kanten. Het gaat er ook over hoe de personages met elkaar om gaan. Ze hebben allemaal verschillende relaties met elkaar.



Vertelsituatie:

Het is de personale vertelsituatie. Je komt van Caspar veel meer te weten dan de andere personages. Je ziet alles door zijn ogen maar het is geen ikvertelsituatie. Alleen in het begin als Truitje de baby vindt zie je het nog niet door Caspar’s ogen. Maar dat komt omdat hij dan nog gevonden moet worden.



Ruimte:

Het verhaal speelt zich grotendeels af in Rotterdam. Eerst in een bloeiend Rotterdam en later in een armoedige stad. Eerst leeft Caspar lang bij Truitje en Jan Blasius maar later speelt het verhaal zich meestal in het huis van Melchior af.



Taalgebruik:

Het verhaal is gemakkelijk om te lezen. De verhouding tussen de beschrijving van de gesprekken en gedachten en gevoelens is erg goed. Je leest er zo doorheen. Je hebt niet eens in de gaten als het opeens overspringt. De taal past goed bij de personages. Als Melchior of Balthasar spreken krijg je een iets ander taalgebruik dan bij de andere personages. Dat komt omdat zij ouder en geleerder zijn.



Mijn mening:

Het boek is op een leuke manier geschreven. Er zit wel een heleboel geschiedenis in over de Hoekse en Kabeljauwse twisten dat het erg ingewikkeld maakt. Daarom heb ik dat uit mijn boekverslag gelaten, want dan zou het veel te lang worden. Je hebt ook een hoop fantasie nodig om het te lezen, want soms is het wel erg nep. Het einde vind ik wel grappig, omdat het anders eindigt dan je zou denken. Je verwacht namelijk, dat ze met het goedje niets kunnen en als het goedje dan ook nog gevallen is en in de grond getrokken is die gedachte helemaal weg. Het einde is dus erg verrassend.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.