Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Algemene gegevens over het boek

Titel:
Hersenschimmen

Schrijver:
J. Bernlef- een pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman

Druk:
17e druk

Uitgever:
Em. Querido's Uitgeverij b.v., 1986

Eerste druk:
1984

Pagina's:
160

Genre:
psychologische roman

Thema:
dementie; depersonalisatie

Motto:
A touching dream to which we are all lulled
But wake from seperately.
(Een mooie droom waar we iedereen wordt ingewiegd,
maar elk azonderlijk uit wakker wordt.)
Uit een gedicht van Philip Larkin (The Building)
Het motto slaat op de geestelijke afstand die ontstaat tussen Maarten en Vera. Maarten is dement aan het worden, terwijl Vera nog helemaal bij zinnen is. Maarten begint in een heel andere wereld te leven als het ware. Ze zijn samen een leven begonnen, en hebben dat leven samen opgebouwd, maar nu "groeien ze uit elkaar".

Tijd:
De beschreven tijd is acht dagen. Dit is opmerkelijk aangezien dementie normaal veel langer duurt om zulke drastische vormen aan te nemen als in het boek. Er zijn ook flash-backs in het verhaal verwerkt, want Maarten leeft (af en toe) in gedachte nog in het verleden.

Perspectief:
Het verhaal is geschreven vanuit de belevende ik-figuur. Je ziet alles door de ogen van Maarten. Het perspectief blijft de hele tijd hetzelfde, zodat je echt meemaakt hoe zijn geheugen langzaam aftakelt. In het begin heeft Maarten wel door dat hij (zijn geheugen) achteruit gaat, maar ziet ook in dat hij hier weinig aan kan doen. Naarmate het verhaal vordert, is hij zich steeds minder van dingen bewust, en realiseert zich dan ook niet (meer) dat er iets mis is met hem.

Titelverklaring:
Maarten lijdt aan dementie, waardoor zijn geheugen langzaam maar zeker verslechterd. Hij kan gebeurtenissen niet meer goed plaatsen, wat ervoor zorgt dat alles in zijn hoofd onduidelijk wordt. Er spoken gedachten ‘als schimmen' door zijn hoofd. Hij raakt zijn grip op zijn omgeving kwijt. Herinneringen en personen worden ook schimmen in zijn hoofd. (Worden steeds vager) Uiteindelijk spoken er alleen nog maar schimmige gedachten door zijn hoofd.

Personages:
De hoofdpersoon van het verhaal is Maarten Klein, 72 jaar. Hij is geboren in Alkmaar, maar woont al 15 jaar in Amerika. Hij werkte bij een visserijorganisatie, IMCO als notulist. Hij is inmiddels gepensioneerd. Maarten is een round character, omdat we omdat we steeds meer over hem te weten komen, ook over zijn verleden.
Een ander, heel belangrijk persoon in het boek is Vera. Vera is de vrouw van Maarten, en ze moet hulpeloos toekijken hoe Maarten aan het dementeren is. Samen hebben ze twee kinderen: Kitty en Fred. (allebei typen, omdat dit het enige is wat we over ze te weten komen) Vera is ook een round character.
Twee andere personages die in het boek beschreven worden zijn dokter Eardly, de huisarts die Maarten ‘behandelt', en het probleem met medicijnen probeert op te lossen, en de gezinshulp; Phil Taylor. Af en toe verwart Maarten haar met (een vriendin van) zijn dochter, of zijn oude piano lerares. Deze twee personages zijn allebei flat characters, omdat dit alles is wat we over ze te weten komen.

Opbouw:
De enige verhaallijn is het verloop van de dementie van Maarten, en hoe zijn geheugen steeds slechter wordt. Dit is heel duidelijk te merken, aangezien het verhaal door de ogen van Maarten bekeken wordt.
Aan het einde van het verhaal verandert de structuur: naarmate het geheugen van Maarten verslechterd, en hij een steeds slechter realiteitsbesef krijgt, (vanwege het "oprollende geheugen": je weet op een gegeven moment niet meer wat er een halve minuut geleden gebeurde, en deze periode (van 30 seconde) wordt steeds groter) worden de alinea's zins stukjes. In het verre stadium van dementie (aan het einde van het boek) worden de zinnen woorden en wordt het steeds moeilijker (onmogelijk bijna) om het te volgen.
Het aanbreken van een nieuwe dag wordt aangegeven door een schuingedrukte regel.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in, en in de omgeving rondom het huis van Maarten en Vera, in Gloucester. (Net boven Boston, in de Verenigde Staten.) Deze locatie zorgt ervoor dat Maarten om een gegeven moment vervreemd raakt van zijn omgeving, (omdat hij ‘in het verleden leeft' in zijn gedachten) wat zijn isolement versterkt. Wat hier ook aan bijdraagt is het seizoen. Het is winter, en vanwege de sneeuw lijkt alles op elkaar volgens Maarten.

Samenvatting

Maarten Klein, die met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten woont, staat voor zijn raam en verwondert zich erover dat de schoolkinderen er nog niet zijn. Hij is samen met Vera in de jaren vijftig vanuit Nederland naar Amerika geëmigreerd. Ze hebben samen twee kinderen, Fred en Kitty, maar die zijn in Nederland blijven wonen. Maarten werkte tot aan zijn pensionering bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation, ook wel de IMCO. Dat is een instituut voor visserijonderzoek in Boston.
Wanneer hij zo voor het raam staat denkt hij terug aan zijn vader. (die griffier bij een rechtbank was) Zijn vader hield thuis temperatuurgrafieken bij, en maakte aantekeningen over het weer, zonder de illusie te hebben dat hij er een systeem in zou ontdekken. Hij deed dit tot aan zijn dood.(Hij werd 74 jaar.)
Vera maakt een aantal opmerkingen waaruit Maarten's verstrooidheid zeer goed naar voren komt: het is zondag, dus de schoolkinderen hoeven niet naar school vandaag. Ook is Maarten vergeten zijn koffie op te drinken, en is hij vergeten hout voor Vera uit de schuur te halen, terwijl ze hem hier twee keer om gevraagd heeft. Hij is vermoeid, en lijdt aan concentratieverlies. Hij schuift de schuld van deze gebreken af op de lange vermoeiende winter.
Maarten realiseert zich dat hij de laatste tijd steeds vaker dingen vergeet.Ook gaat lezen hem niet zo gemakkelijk af als vroeger; hij kan zich steeds slechter concentreren. Steeds vaker dwalen zijn gedachten af naar vroeger, en lijkt het alsof hij in het verleden leeft. Ook praat hij de laatste tijd af en toe (ongemerkt) hardop in zichzelf. Termen en woorden die hij alleen bij zijn werk gebruikte duiken op in zijn gesprek(ken) met Vera.
Zijn gedachten dwalen vaak af (door dingen uit het heden die hij associeert met bepaalde aspecten uit het verleden) naar herinneringen van vroeger. Naar gebeurtenissen of aspecten uit zijn jeugd, de Tweede Wereldoorlog, of zijn kantoortijd. Af en toe gaat hij (onbewust) zo in zijn herinnering op dat hij er handelingen bij gaat verrichten. Zo scheurt hij bijvoorbeeld de krant in strookjes als hij terugdenkt aan een mislukt vlechtwerkje dat hij op de kleuterschool moest maken. Hij herinnert zich dat hij destijds van de juffrouw de potlodendoos moest halen, en prompt zoekt Maarten ‘in het heden' ook naar de potlodendoos, op een plank in het washok. Hij realiseert zich niet wat hij aan het doen is, totdat Vera hem daar vindt. Hij staat midden in de nacht op en kleedt zich aan, totdat hij zich realiseert wat hij aan het doen is.
De volgende dag maakt Maarten een wandeling met zijn hond, Robert maken, en dwaalt weer af in het verleden. Hij ziet in een meisje achter een bar zijn eerste vriendin, en komt in het antiquariaat waar hij een tijdje geleden The Heart of the Matter van Graham Greene gekocht heeft, wat hij zich niet kan herinneren. Hij koopt daar een ander boek van Graham Greene: Our man in Havanna.
Vera is ondertussen ongerust geworden, en is hem gaan zoeken met de auto. Hij is ook de hond halverwege vergeten, maar die zit alweer thuis. Vera vindt hem en neemt hem weer mee naar huis.
Als Vera even weg moet, doet ze de deur op slot. Maarten meent plotseling naar een belangrijke IMCO vergadering te moeten, en breekt de deur open met wat gereedschap, wat hij in zijn aktentas stopt. Maar in plaats van, zoals hij vroeger altijd deed, met de trein naar Boston te gaan, gaat hij naar een leegstaand vakantiehuisje waarvan hij de deur ook forceert. Pas wanneer hij binnen is, realiseert hij zich dat hij in war is, en gaat hij terug naar huis. In de verwarring laat hij zijn tas daar staan.
Vera is naar de huisdokter (Dr. Eardly) geweest, en die heeft haar aangeraden om samen met haar man eens een fotoalbum door te bladeren om zijn herinneringen een beetje op orde te brengen. Er zijn dingen die Maarten zich nog tot in het kleinste detail kan herinneren, maar andere dingen is hij compleet vergeten. (Bijvoorbeeld: Maarten is een boek van Graham Greene aan het lezen: The Heart of the Manner. Hij moet steeds opnieuw beginnen, en vergeet steeds dat hij het boek aan het lezen is, en niet Vera. Hij associeert het boek wel steeds met een film (naar een gelijknamig boek van dezelfde auteur) die hij ooit gezien heeft: Our man in Havanna, en herinnert zich steeds weer dat Alec Guiness daarin de hoofdrol speelt. Op bladzijde 72 kan hij zich daar echter totaal niets meer van herinneren.) Dit houdt hij echter voor zich. Soms kan hij zich de dingen die hij eerst niet meer wist later wel weer herinneren.
Dr. Eardly komt ook nog langs, met het advies de foto-therapie voort te zetten. Het is duidelijk, nu ook heel duidelijk voor de lezer zelf, dat Maarten aan het dementeren is: dingen die hij zich aan het begin van het verhaal nog kon herinneren is hij halverwege het verhaal kwijt. Ook begint hij de macht over de taal kwijt te raken: als hij een redevoering houdt tegen Dr Eardly moet hij soms zinnen van het Nederlands naar het Engels omzetten in zijn hoofd voordat hij ze uitspreekt, en heeft hij moeite met het benoemen van voorwerpen.
Ook begint Maartens verleden zich steeds meer met het heden te vermengen. Hij leeft als het ware (in) de herinnering. Hij ziet Vera voor zijn moeder aan, en het hui waar hij al 15 jaar woont voor het huis van zijn grootouders. Wat iemand hem het ene moment verteld is hij het volgende moment vergeten.
Als Vera een keer weg is, en alle deuren en ramen op slot heeft gedaan, slaat Maarten een raam in om de hond binnen te laten. Dan vergeet hij het gas uit te zetten. William, een jongen uit de buurt, moet het raam dan weer maken. William had ooit eens een hondje, Kiss, maar dat is al een tijdje dood. Maarten vraagt echter steevast, elke keer als hij William ziet, hoe het met Kiss gaat. William vindt het pijnlijk om dan steeds weer te zeggen dat Kiss dood is. Op een gegeven moment zegt Vera echter: "Je weet toch dat het beestje altijd ruzie maakt met onze Robert?". Ze is dan zover dat ze, met pijn in haar hart, accepteert dat ze Maarten aan dementie aan het verliezen is.
Wanneer de dokter weer een bezoek brengt, ziet Maarten hem als een tegenstander in een moeilijke onderhandeling. Hij gaat hem met ‘de methode Simic' te lijf; Simic is een ex-collega van Maarten die jaren geleden zelfmoord heeft gepleegd. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven slaat Maarten hem de spuit uit handen, omdat hij zich in de oorlog waant.
De toestand wordt steeds hachelijker, voor Vera en voor Maarten, omdat hij nu ook een gevaar voor zichzelf aan het worden is, dus er komt een gezinshulp bij Vera en Maarten inwonen; Phil Taylor. Ze komt eigenlijk vooral op Maarten passen. Maar Maarten kan maar niet onthouden wie ze is; af en toe ziet hij haar aan voor zijn oude pianolerares, een vriendin van zijn dochter Kitty, of zijn dochter zelf. Als hij op een nacht twee keer het huis door dwaalt, geeft Phil hem een injectie. Als hij wakker wordt doordat hij in bed gepoept heeft komt hij erachter dat hij met riemen aan het bed is vastgebonden. Vera en Phil maken hem los en doen hem in bad. Hij herkent Vera af en toe niet meer. Terwijl Vera en Phil hem in bad doen, vertelt Maarten schuine verhalen omdat hij een erectie krijgt. Pas als hij het aanraakt beseft hij dat het zijn geslacht is en schaamt hij zich dat het zijn geslacht is wat boven water uitkomt.
Maarten ‘ontsnapt' nog een laatste keer uit zijn huis. Terwijl hij zijn omgeving niet meer herkent, zwerft hij zonder jas in de duinen. Hij komt aan bij het zomerhuisje waar hij al eerder was aangeland. Hij vindt zijn tas en neemt die mee. Dan ziet de vuurtorenwachter hem en brengt hem terug naar huis in zijn jeep. Maarten ziet hem aan voor een Amerikaanse soldaat tijdens de bevrijding. Even later komt dokter Eardly, die Maarten aanziet voor een soldaat in burger. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven denkt Maarten dat hij van collaboratie verdacht wordt.
Als Maarten wakker wordt, stookt hij een vuurtje in de open haard, en verbrand hij de foto's uit het foto album waar hijzelf op staat afgebeeld. Hij herkent zichzelf niet meer. (zoals hij er vroeger uitzag) Vera en Phil binden hem vast op een stoel. Hij herkent hen ook niet meer. Dan wordt hij door een ambulance naar een kliniek gebracht.
In de kliniek dringen nog maar fragmenten en flarden van de buitenwereld tot Maarten door. Maartens wereld is gekrompen tot zijn onsamenhangende maar soms verrassend heldere gedachten waarin taal een belangrijke rol speelt. De schrijfstijl is analoog aan het aftakelingsproces; korte zinnen en onsamenhangende woorden. Het boek eindigt met een mededeling die nog wel tot hem doordringt: Vera die hem vertelt dat het lente is. (Hoewel hij zich niet realiseert dat zij het hem vertelt.) De lente waarnaar hij zo lang verlangd heeft.

Ervaringsverslag

Wat mij het meest is bijgebleven van het boek is vooral het gevoel waarmee ik achterbleef toen ik het boek eenmaal uit had. Ik was echt onder de indruk, en voelde me een beetje vreemd en ongemakkelijk. In een poging dat gevoel een beetje te verklaring zal ik hieronder mijn mening over het boek verwoorden.
In het begin was het verhaal makkelijk te volgen. Je ziet alles door de ogen van Maarten, en dat is juist zo mooi, want je weet dan in het begin een hele hoop dingen die Maarten niet weet ook niet. Wanneer Vera ‘je' dan iets vertelt komt het ook echt als een verrassing. Het enige verschil is dat jij het registreert, en die gegevens gaan bij Maarten weer verloren, zodat je steeds beter kan merken hoe hij aftakelt. Op het laatst, wanneer Maarten in de kliniek zit wilde ik het boek maar snel uit hebben omdat ik het echt verwarrend vond allemaal. Dat heeft me wel aan het denken gezet; een persoon die aan deze aandoening lijdt kan dit natuurlijk niet doen: ‘het boek maar snel uitlezen'. Die zit eraan vast. Zoiets hopeloos, dat was gewoon eng om ‘mee te maken' door de ogen van Maarten.
Wat mij ook is bijgebleven is iets wat Vera zegt: dat oude mensen leven van hun herinneringen. Als je oud bent maak je natuurlijk niet zoveel meer mee, voor verschillende redenen, en dan herleef je inderdaad je leven een beetje. Je hoort oudere mensen ook heel vaak praten over vroeger. Als dat eenmaal wegvalt hebben ze geen leven meer over, als het ware.
Wat ook heel goed in het boek naar voren kwam, is de onzekerheid, en het wantrouwen wat mensen met dementie ontwikkelen. Op een gegeven moment vertrouwt hij niemand meer, en denkt hij dat de dokter kwaad in de zin heeft. Dus verweert hij zich. Hij is ook onzeker, wat vooral in het begin, wanneer hij wel door heeft dat er iets mis is, goed naar voren komt. Hij praat er dan ook met Vera over.
Ook vond ik het goed hoe er in het boek indirect beschreven werd hoe moeilijk het voor Vera was. Ze kent Maarten al heel erg lang. Ze hebben samen een heel leven opgebouwd, en dat begint hij nu langzamerhand te vergeten. Dat doet natuurlijk pijn. Vera's emoties worden niet (altijd) verwoord in het boek maar dat maakt niet uit. De situaties zijn zo beschreven dat je je goed kunt voorstellen hoe Vera zich moet voelen. Maarten gaat zo in zichzelf op dat hij dit zelf niet begrijpt of realiseert, maar als lezer heb je af en toe wel door hoe moeilijk het (ook) voor Vera is om met Maartens dementie om te gaan.
Toen ik zelf, (als voorbereiding voor een biologie project) wat meer onderzoek ging doen naar dementie, kwam ik erachter dat heel veel van de symptomen in het boek heel erg realistisch naar voren komen. Het enige wat absoluut niet realistisch was, was de snelheid waarmee Maarten achteruit ging. Als het boek echt acht dagen beslaat, dan gaat het allemaal wel heel snel. Meestal duurt zo'n proces weken of maanden. Ik kan me niet voorstellen dat het ook echt acht dagen zijn. Misschien dat Maarten bepaalde gebeurtenissen bij dagen betrekt terwijl dat aparte dagen zijn. In het begin lijkt het een logisch verhaal, maar wie weet zitten er in werkelijkheid wel hele grote ‘gaten' tussen die gebeurtenissen, en heeft Maarten er in zijn hoofd een ‘passend' geheel van gemaakt. Dit zou op zich heel goed kunnen, want dat is een van de dingen die demente mensen doen.
Het onderwerp sprak me op zich ook aan. Ik wist er wel ‘wat' vanaf, meer praktijk ervaring eigenlijk, aangezien mijn opa, die tot voor kort wekelijks kwam oppassen, ook soms last heeft van ‘aanvallen' van vergeetachtigheid. In het boek is het verloop van de aandoening ook heel goed te volgen. Toen ik later nog wat meer onderzoek ging doen i.v.m. mijn biologie presentatie, was dat eigenlijk geïnspireerd door dit boek. Het had me nieuwsgierig gemaakt.
Alles bij elkaar vond ik het een prachtig boek, wat het verloop dementie laat ervaren zonder dat je je daar echt bewust van bent. De manier van schrijven (woordgebruik etc) was duidelijk en goed; de aftakeling van Maarten was zeer goed te merken, en je bent nog steeds ‘met het boek bezig' als je het uit hebt. De voelt echt mee met de personages uit het boek, en je kan je makkelijk in de levendig beschreven karakters verplaatsen. Ik heb nu, dankzij dit boek, heel wat meer bewondering, niet alleen voor de mensen die met deze ziekte moeten leven, maar ook voor de mensen uit hun directe omgeving die ermee om moeten gaan. Het einde vond ik ‘eng' en aangrijpend. Het sprak me echt enorm aan dat al die warrige zinnen en onsamenhangende woorden ook echt iemands gedachten konden zijn; dat de buitenwereld echt totaal niet meer tot diegene doordringt. Misschien dat Maarten op het laatst wel de moed om te onthouden opgaf, en daarom ook niet meer het nut zag in denken.

Verwerkingsopdracht 1

Interview met de hoofdpersoon
Ik heb voor deze verwerkingsopdracht gekozen omdat ik wel eens wilde weten hoe het is om vanuit een karakter te schrijven dat dementerende is. Ik ondervraag Maarten aan het begin van het verhaal, wanneer hij nog maar licht dementeert, omdat het bijna onmogelijk is om nog met hem te praten na afloop van de gebeurtenissen; dan reageert hij namelijk niet meer.

Maarten, hoe voel je je nu?
Maarten: Ja ik voel me goed. Beetje moe, maar verder prima.

Hoe heb je geslapen?
Maarten: Geslapen? Oh nee ik heb goed geslapen hoor. Ik weet eigenlijk niet waarom ik niet goed geslapen zou hebben. Gewoon zoals normaal. Goed geslapen dus. Ja Ik heb goed geslapen geslapen geslapen geslapen.

Weet je nog wat je gedroomd hebt vannacht?
Maarten: Ja ik droomde dat ik een kruiswoordpuzzel in de krant deed en dat ik koffie over mijn pyjama morste. Hele rare droom.

Wat is dat dan voor vlek op je pyjama daar? Is dat geen koffievlek?
Maarten: Ja, he wat gek die zat er vanmorgen nog niet. Heb jij dat soms gedaan?

Wat ik? Nee.
Maarten: Oh. Wat raar. Misschien zat hij er toch al.

Misschien. Wat voor quiz zit je te kijken?
Maarten: Oh ik weet het niet ik heb net de tv pas aangezet.

Wat heb je dan verder gedaan vanmorgen?
Maarten: Ik heb een kruiswoordpuzzel gedaan en koffie over mijn pyjama gemorst. Dat was nog best een zooitje in de keuken. Ik weet nog wel dat ik een keer koffie morste toen ik nog bij mijn ouders woonde. Mijn vader schoor helemaal uit zijn slof! Toen pakte ik zo'n geel doekje, ja die hebben ze hier niet, maar goed ik morste dus koffie en mijn vader schoot helemaal uit zijn slof! Ik weet niet zo goed meer waarom, maar uiteindelijk was het heel erg grappig......

Wat heb je gedroomd vannacht dan?
Maarten: Dat ik koffie over mijn pyjama morste terwijl ik kruiswoordpuzzels deed in de keuken. Ik weet nog dat ik een keertje precies zoiets deed toen ik nog bij mijn ouders woonde. Mijn vader schoot helemaal uit zijn slof!

Had je niet vanmorgen die koffie gemorst?
Maarten: Oh ja dat zou best kunnen. Is pappie nog boos?

Maarten, je vader is er niet meer. Al een tijdje niet meer.
Maarten: Is hij naar zijn werk dan?


Nee Maarten, hij is overleden. Al een paar jaar.
Maarten: Wie is overleden?

Je vader.
Maarten: Ja dat wist ik al. Ik weet nog goed toen hij begraven werd. Toen was er overal mist op de begraafplaats. We konden bijna geen hand voor ogen zien. En toen hebben we daar een uur gestaan, want die kistdragers warenbang dat ze over een grafsteen zouden vallen of het graf niet zouden kunnen vinden. Oh wat heb ik daar achteraf nog om gelachen....

Ja dat kan ik me voorstellen. Wat was je vader voor man?
Maarten: Oh en toen we later met z'n allen drie flessen rode wijn en twee flessen rum soldaat gemaakt hadden, toen gingen we met z'n allen naar die film kijken met Alec Guiness. Je weet wel, die de hoofdrol speelt in die film, Our man in Havanna. De man die dat boek heeft geschreven...hoe heet het ook alweer...nou ja die in ieder geval, die heeft ook een ander boek geschreven wat hier ergens ligt geloof ik...

Dat boek wat op je schoot ligt, bedoel je dat?
Maarten: Nee ik bedoel Our man in Havanna...daar is later nog en film van gemaakt...wie speelde de hoofdrol daarin ook alweer?

Alec Guiness.
Maarten: Ja die was het ja. Dat boek was van Graham Greene nietwaar?

Ja ik dacht het wel. Wil je een koekje?
Maarten: Nee dank je ik heb er net een gehad.

Iets anders misschien?
Maarten: Nou een kopje koffie zou lekker zijn....met een koekje erbij!

Asjeblieft. Ik moet nu gaan, is dat goed? Ik moet naar de bibliotheek. Moet ik nog wat voor je meenemen?
Maarten: Oh dat is goed...ja neem maar dat ene boek van Graham Greene voor me mee...Our man in Havanna....daar heb ik geloof ik ooit eens de film van gezien....

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast