Granida door P.C. Hooft

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2629 woorden
  • 4 juli 2007
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 9 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1605
Pagina's
95
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Granida
Shadow
Granida door P.C. Hooft
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Literaire Periode: Renaissance en Barok
De term renaissance, wedergeboorte, slaat op de 16e eeuw, de tijd van de terugkeer naar de klassieke oudheid. Er lag een donkere tijd van de Middeleeuwen voor deze periode, die geboren werd in Italië, waar kooplieden in machtige handelssteden als Venetië en Florence terugkeken naar een glorierijk verleden. Verder lag er aan de basis van de veranderende opvattingen een verandering in werkelijkheidsbeleving. De Westerupese levenshoudng was langzamerhand verandered, waarbij de waardering voor de mens, de wereld en het natuurlijke leven groter werd. Een aantal factoren, die daarop ingespeeld hebben, zijn de verzwakking van de middeleeuwse maatschappijstructuur, het verminderen van de macht van de kerkelijke autoriteiten door de hervormingen, de ontdekking van de nieuwe werelddelen en beschavingen , de geweldige expansie van de boekdrukkunst, enz.
De eerste onderzoekers van de klassieke cultuur waren de humanisten, die op grond van klassieke teksten kwamen tot een nieuwe visie op de mens in de wereld. Enkele kenmerken van de renaissance:

1. Theocentrisme wordt veranderd in Antropocentrisme.
2. Het individualisme. Kunstwerken waren niet langer anoniem en de unieke, wilskrachtige mens wist uit te groeien tot een homo universalis, mensen die alles konden.
3. Empirisch onderzoek in plaats van gezag. Er werd niet meer geloofd op basis van gezag, maar de ‘nieuwe’ mens onderzocht of het wel waar is wat er staat. De kennis van het heelal veranderde drastisch, er ontstond een grote wijziging in het wereldbeeld door de ontdekkingsreizen: van geocentristisch naar heliocentristisch. De kennis van het menselijk lichaam veranderde doordat men empirisch in het dode lichaam ging snijden. Naast de technische wetenschappen kwamen ook de geesteswetenschappen tot bloei.
4. Het realisme, te zien bij de kunstenaars, als vierde kenmerk, eiste perspectief in de schilderijen.
5. Het kunstwerk moest vervolgens ook mooi zijn. Daarom maakte hij gebruik van de schoonheid van het menselijk lichaam. Hij tekende daarom de mensen naakt. De invloed van de klassieke oudheid was hier zo groot, dat gesproken kan worden van het classicisme.
De ideeën van de renaissance kwamen vanuit Italie richting Frankrijk, vervolgens kwamen ze in Nederland. De eerste Nederlandse Renaissance-dichters waren jonker Jan van der Noot en Marnix van st. Aldegonde.
De invloed van de klassieke cultuur was zo, dat in de 16e enkele schrijvers louter het klassieke Latijn wilden gebruiken. Een voorbeeld hiervan is Erasmus. Gelukkig ontstond daarnaast een beweging die juist het belang van de moedertaal beklemtoonde. Het latijn werd het voorbeeld.

Ten aanzien van de klassieke literatuur kan de volgende trits onderscheiden worden: Translatio(vertalen), een uitstekend middel waardoor men grip kreeg op de techniek van het dichten; imitatio (navolgen), en aemulatio (overtreffen), hetgeen kon door de christelijke inhoud te plaatsen tegenover de heidense der klassieken of door het ontwikkelen van nieuwe genres. De aandacht voor de vorm wordt belangrijker.
Literaire kenmerken:
1. het opstellen van eigen taalregels naar analogie van de Latijnse grammatica
2. de invoering van het gebonden metrum, vooral van de jambemaat
3. het invoeren van verschillende klassieke liedvormen als ode, hymne en klassiek drama
4. het gebruik van allerlei Latijnse goeden en godinnennamen
5. het invoeren vna het herdersspel en de overige herdersliteratuur
6. het invoeren van moderne genres zoals het sonnet(Petrarca) en de emblemata-literatuur, de combinatie van prent en tekst.
Kenmerken drama:
1. drie eenheden, nl. van tijd, de vertelde tijd mag niet meer dan 24 uur bedragen; de plaats; het moet zich voornamelijk op een plaats afspelen en handeling; het stuk werkt een grondgedachte uit.
2. De opbouw van de bedrijven:
a. De expositie=de uiteenzetting van de situatie
b. De intrige= de verwikkeling
c. De climax- het hoogtepunt
d. De catastrophe= de wending naar de ondergang
e. De peripetie- de beslissende wending, vaak de katharsis, de zuivering, het aanvaarden van het lot
3. De reien aan het slot van de eerste vier bedrijven; de rei is een soort koor dat de ideale reactie van het ideale publiek weergeeft en meestal een verwijzing naar het volgende bedrijf
4. De tragisch held, een mengeling van schuld en onschuld. Hij toont zijn grootheid door het aanvaarden van het noodlot
5. Hoofdpersoon kunnen alleen hooggeplaatste figuren uit de mythologie, de klassieke, bijbelse of de vaderlandse geschiedenis zijn
6. Uit de eenheid van de tijd vloeit het optreden van de vertrouwden voort, aan wie de vroegere gebeurtenissen verteld worden. De eenheid van plaats brengt met zich mee dat er boden nodig zijn die vertellen wat elders heeft plaats gevonden.
Stroming: Humanisme
Een humanist is een classicus, die de mens in plaats van God centraal stelt en twee doelen nastreeft:
1. het nabootsen van de taal en de stijl van de klassieke auteurs, die weer ontdekt werden, ijverig gelezen en vertaald werden.
2. Het in ere herstellen van de morele waarden van het klassieke leven en denken en het opzij zetten van de scholastiek van Thomas van Aquino. Het ging er bij de humanist om wijsheid en welsprekenheid met elkaar te verenigen. Cicero, de vader van het humanisme, was het grote voorbeeld.
De humanist laafden zich aan de bronnen van wijsheid van de klassieke wereld(ad fontes) omdat men (met Petrarca) meende dat men de bronnen was kwijtgeraakt.
De grote kloof die er was tussen het humanisme en de reformatie ten aanzien van de mens wilden de Synthese-denkers overbruggen. De belangrijkste vertegenwoordiger hiervan was Eramus. Zij wilden een moreel hoogstaand leven.
De humanisten legden nadruk op de navolging van de klassieken. Vondel bv. ging speciaal Latijn en Grieks studeren. Verder was er ook het streven naar de emulatio, het overtreffen. Men wilde dan een christelijk in plaats van heidense geest.
Verder wilden de humanisten op de praktijk gericht zijn en hadden ze een sterke nadruk op de plicht. Hierdoor ontstonden zogenaamde vorstenspiegels met ethische voorschriften voor hoogwaardigheidsbekleders. Men legde voornamelijk de nadruk op de ethische functie van het dichtschap.
Genre: Herdersspel
Het herdersspel is afkomstig van de Italiaanse poezie uit de 16e eeuw. In het liefdesspel van de 16e eeuwse pastorale ontmoet men herhaaldelijk dezelfde motieven: een herder, die dingt naar het bezit van een trotse herderin, die soms trekken heeft van Diana en tot wie de waarschuwing wordt gericht, dat de winter spoedig de schone rozen ontbladert en berouw te laat zal komen, een herder, die berispt wordt om zijn loszinnigheid door een oude herder, die het verwijt te horen krijgt, dat hij jaloers is omdat hij de liefde niet meer genieten kan; een wanhopig verliefde herder, die zich het leven wil benemen, maar door een toevallige omstandigheid hierin wordt verhinderd en dan het loon geniet voor zijn standvastigheid.
De auteur
P.C. Hooft wordt wel de dichter genoemd die het meest in de geest van Renaissance en Humanisme werkzaam was. Geboren in 1581 in een Amsterdams koopmansgezin, zijn vader heeft het zelfs tot burgemeester gebracht, kreeg hij een opvoeding en opleiding die bij de stand en beroep van vader Hooft paste. Hij kreeg hierdoor de gelegenheid om buitenlandse ruizen te maken, om bekwaam te worden voor het beroep van koopman. Tijdens de meerjarige reis naar Frankrijk en Italië kwam Hooft in aanraking met Italiaanse dichters, waarvan hij veel leerde. Zijn vader gaf hem de gelegenheid zijn aanleg te ontplooien, hetgeen betekende dat Hooft ruimschoots de gelegenheid had zich met literatuur bezig te houden.
Ter wille van een maatschappelijke basis studeerde hij in Leiden enige tijd rechten, waarna hij benoemd werd tot drost van Muiden en baljuw van het Gooiland. Zijn officiële ambtswoning was het Muiderslot. Deze functie gaf hem de gelegenheid zich blijvend met de literatuur bezig te houden. Van 1609 tot 1624 was hij gehuwd met Chrisina van Erp, na wiens dood hij met enkele jonge kinderen vereenzaamd achterbleef. Na enkele ongelukkige jaren trad hij in 1627 in het huwelijk met Eleonara Hellemans, een weduwe die van het Muiderslot een cultureel centrum maakte door van tijd tot tijd dichters en geleerden uit te nodigen, de Muiderskring. In 1647 overleed Hooft door een longonsteking, opgelopen op de begrafenis van Frederik Hendrik.
Drie perioden in Hoofts literaire activiteiten:
1. Als jonge man hield hij zich vooral bezig met het schrijven van liefdespoëzie. Hooft, die nogal wat meisjes het hof gemaakt had en daarom begrijpelijkerwijs zijn poëzie aan de liefde wendt, laat verschillende keren de naam Ida Queckels opduiken, met wie een blijvende relatie niet mogelijk is. Deze naam komt ook voor in de namen Granida en Daifilo. Hooft heeft zeldzaam mooie liefdespoëzie geschreven(vooral met een beheerste en strakke vormgeving), maar vooral toen Christina van Erp in zicht kwam, steeg de poezie boven het literaire spel uit. Het feit dat Hooft in zijn huwelijksleven liefdespoëzie is blijven schrijven, getuigt van een gelukkig huwelijk. IN deze eerste periode schreef hij ook een herdersspel, namelijk Granida.
2. De tweede literaire periode van Hooft valt samen met diens eerste huwelijk. Het is nu vooral de ernstige dramatiek die de aandacht vraagt. In 1613 komt het eerste klassieke treurspel Gerard van Velsen. Dit is een voorbeeld van het eerder genoemde vorstenspiegel. Enkele jaren later(1616) verschijnt Baeteo, een stuk waarin ook Hoofts wijsgerige (naast zijn politieke) visie naar voren komt. Hierin is ook duidelijk Hoofts stoïcijnse inslag te bemerken. DE stoicijnen leerden dat het geen zin heeft als kleine mens tegen de overmacht van het lot in te gaan. Men doet er goed aan zich te schikken naar de wil van hogere machten.
3. De derde periode valt min of meer samen met Hoofts tweede huwelijk. Hij legt zich toe op het schrijven van het machtige proza werk, de Nederlandse Historiën, naar voorbeeld van het werk van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (zelfs zijn stijl werd geïmiteerd). Het wek is naast de Statenbijnel het meest indrukwekkende proza dat in de 17e is verschenen, hoewel Hooft het zelf niet heeft kunnen vertooien. Twintig boeken werden in 1642 gepubliceerd, daarna nog zeven. Toen Hooft stierf, was hij gekomen tot het schrijven van een onpartijdig en objectief standpunt tot het jaar 1587. Dat is te verklaren uit het feit dat hij aan serieus bronnenonderzoek deed.
Ten slotte schreef Hooft nog vele brieven die blijk geven van Hoofts epicuristische inslag(naast zijn stoïcijnse). Dezen leren dat de mens van nature geluk en genot zoekt, maar dat in zuivere vorm alleen bereikt kan worden door en verstandig leven vrij van onnodige beslommeringen.
Samenvatting
Eerste bedrijf: expositie. De jonge herder Daifilo probeert de jonge herderin Dorilea, die in de bosjes zit te wachten op haar vrijer,tevergeefs te verleiden. Dorilea heeft echter genoeg gezien hoe snel herders een meisje weer in de steek laten, dus zij gaat hier niet op in. Zij had gehoopt dat het bij Daifilo anders is, maar het blijkt dat hij meer wenst dan een kus.
Als prinses Granida, de mooie jonge erfprinsens van Perzië met een rijke geest verschijnt, heeft Daifilo ook alleen nog maar aandacht voor haar. Hij biedt de prinses wat water aan en zij is onder de indruk van het eenvoudige, natuurlijk herdersbestaan. Zij had namelijk aan het hof, te midden van pracht en weelde, al genoeg gezien van de egoïstische bedoelingen van de hovelingen.
Hierop volgt een rij van “joffers”. Zij hebben de scéne tussen Doirlea en Daifilo niet bijgewoond. Zij bezingen de herders die hun natuur volgen en niet hun stand of eer voorop stellen. Verder bezingt ze Daifilio, die Granida achteraan gaat, alsook het verschil tussen de mooie natuur van de herder en de hoffelijkheid van de hovelingen, dat alleen uiterlijk is.
Het tweede bedrijf, de intrige. Daifilio hoopt Granida te kunnen dienen, via een betrekking van een van de huwelijkskandidaten; de Perzische edelman Tisiphernes.
Hij ontwikkelt zicht tot de ideale man, als tegenhanger van de hovelingen. Granida heeft zo veel weerzin tegen het feit dat zij niet mag meebeslissen in de keuze van een huwelijkspartner, dat zij actief haar hand slaat aan de gebeurtenissen. De vader van Granida wil zijn dochter niet als prijs van een wapengevecht uitloven (hieruit is af te leiden dat hij geïnspireerd is door de verlichting), maar hij nodigt de mededingers uit tot een redetwist. Toch houdt hij geen rekening met de wens van zijn dochter. Echter, Ostrobas, een parthische koningszoon en de rivaal van Tisiphernes pleit ervoor dat het zwaard moet beslissen.
Daifilio verwordt tot de bewonderende aanbidder van Granida, die de belichaming is van goedheid en schoonheid. De gemoedsgesteldheid van Daifilo is anders dan de beide vorstelijke rivalen; bij hem is het echte liefde en bij de beide anderen eer en macht. Trisiphernes is van de beide anderen nog de beste minnaar, hij doet nog gewag van zijn liefde. Granida zou het liefst met Daifilo trouwen en ’s nachts betreurt Daifilo onder Granida ’s raam zijn onmogelijke liefde voor de prinses.
Het tweede bedrijf wordt afgesloten met een rei van “jofferen”, die minnaars als Tisiphernes en Ostrobas beklaagt.
Het derde bedrijf, de climax toont ons het duel. Op de dag van het duel overwint een strijder met gesloten – helm Daifilo Ostrobas. Daifilo heeft namelijk voor het duel de hulp van de goden ingeroepen, terwijl Ostrobas niets dan gesmaald heeft. Daifilo wil door in Tisiphernes ’s plaats te vechten zowel zijn meester als Granida dienen. Op een dergelijke wijze heeft Daifilo met eigen hand enige recht verworven op Granida’s hand. Een rei van ‘Jofferen’ reageert met een uitroep over het geluk van de mensen in de gouden eeuw toen er nog geen verschil was tussen het mijn en dijn en dat er nog geen koningen nodig waren om de twisten te beslechten. De rei vertolkt de gevoelens die een mogelijke overwinning van Ostrobas doet rijzen. Als Daifilo Tisiphernes gewag doet van zijn overwinning, antwoord deze op een hoofse wijze dat hij de volgende dag een bezoek zal brengen aan Granida. ’s Avonds dwaalt Daifilo rond bij het raam van Granida met pijn in zijn hart, omdat hij zich zo tot haar voelt aangetrokken. Tot zijn verrassing roept Granida hem binnen (middels haar voedster) en verklaart aan hem de liefde. Zij is bereid haar koninklijke status op te geven voor een teruggetrokken, sober bestaan en stelt voor samen naar het land te trekken. Daifilo moet haar in herdersgewaad ontvoeren. Om haar verdwijning te verklaren, verzinnen ze een list. Haar voedster moet zeggen dat ze door God in de hemel is opgenomen.
Het vierde bedrijf, de catastrophe, opent met een monoloog van Daifilo. Hij betuigt dat als het verdwijnen van de prinses kenbaar wordt, niemand hem hiervan zal beschuldigen. Tegenover zijn meester, die nu wel warm voor Granida is, speelt hij een dubbelrol. Tisiphernes maakt zich klaar voor de bruiloft als de vreugde wordt verstoord door de in het plot betrokken voedster van Granida. Hevig geschokt vertelt zij Tisiphernes, Daifilo en de koning hoe ’s nachts de godin Minerva, in gezelschap van de negen muzen, Granida naar de hemel voerde om een huwelijk tussen de prinses en een god te regelen. De koning dankt de Heere en een rei looft de hemelse Venus. Granida is inderdaad spoorloos, waardoor Tisiphernes zich eigenlijk van kant wil maken, iets wat Daifilo voorkomt. De koning betwijfelt of Tisiphernes Granida ooit liefgehad heeft. Hij had verwacht dat Tisiphernes wel blij zou zijn met het geluk van Granida. Tisiphernes besluit als dolende ridder te gaan leven en draagt zijn bezit en bevoegdheden aan Daifilo over.
In het vijfde bedrijf, de peripetie, verschijnen de twee gelieven. Ze worden echter overvallen door Artabanus, een vriend van Ostrobas. De schim van Ostrobas was hem onderweg verschenen om hem aan te zetten tot kwaad. Ze zouden beiden overmeesterd zijn, hoewel Daifilo hen dapper verdedigd, ware het niet dat Tisiphernes, de dolende ridder, ter plaatse verscheen en hen ontzet. Als hij het verhaal hoort, pleit hij hen vrij van straf door hun liefde en zorgt zelfs ervoor dat de koning hun relatie erkent. De koning vergeet Granida haar vlucht en benoemt Daifilo tot zijn nieuwe opvolger. Het gevolg hiervan is een huwelijk, dat tot slot door herderinnen en hofdames bezongen wordt.
Ontstaan
Er bestaan twee handschriften van Granida; het ene A is een netschrift en gedateerd 1-3-1605. Deze ligt in de universiteitsbibliotheek te Amsterdam. Het andere B is in Berlijn.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Granida door P.C. Hooft"