Floris ende Blancefloer door Diederic van Assenede

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3524 woorden
  • 19 augustus 2006
  • 64 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 64 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1255
Pagina's
63
Geschikt voor
vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Floris ende Blancefloer
Shadow
Floris ende Blancefloer door Diederic van Assenede
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Originele titel: Floire et Blanchefleur
Originele auteur: Onbekend, het verhaal was in de Middeleeuwen eigenlijk altijd gedeeld, het was nooit van iemand persoonlijk.
Waar vandaan: Het is geschreven in Frankrijk, door een franse dichter.
Wanneer: Rond de tweede helft van de 12e eeuw geschreven.

De oudste vertaling is door Diederic van Assenede gedaan. Hij heeft dit een eeuw later gedaan, dus in de 13e eeuw, rond 1260. Hij heeft het toen in het Diets vertaald maar heeft nooit de originele versie in handen gehad. Er bestonden twee soorten van het originele verhaal: de ‘populaire versie’ en de ‘aristocratische versie’. De populaire versie was avontuurlijker en bestond uit ridderlijke heldendaden. Diederic heeft voor de aristocratische versie gekozen. Deze versie had Grieks-Byzantische, Indische, Arabische en Perzische invloeden. Hij heeft de liefde in dit verhaal nog eens extra versterkt. Ook heeft hij de moed, wijsheid en zelfbeheersing van onder andere Floris versterkt.
Diederic van Assenede is geboren rond 1230 in Assenede en overleden rond 1290. Er is niet veel bekend over deze auteur. Hij was klerk aan het hof van de Graaf van Vlaanderen. Zijn opleiding zou hij hebben gevolgd aan het Sint-Donaas in Brugge, dus zijn familie was welgesteld. Hij was erg goed in Frans (Waalsch) en Latijn. Het werk Floris ende Blancefloer heeft hem erg veel werk gekost, dat vertelt hij nog even goed, zodat zijn werk beloond wordt. “Om een verhaal duidelijk en op rijm onder woorden te brengen, moet men hier en daar wat weglaten of toevoegen. Diederic van Assenede heeft zich daarvoor veel inspanning getroost. U mag hem er dan ook wel dankbaar voor zijn dat hij het berhaal uit het Frans heeft vertaald en in het begrijpelijk Nederlands heeft naverteld voor hen die het Frans niet machtig zijn.” Het is dan ook zijn enige werk. Het is wel een inspiratie voor de mensen geweest, eeuwen lang.


Verschillende versies, vertalingen

Er zijn veel verschillende veries verschenen. Er zijn toneelstukken gemaakt hierop, veel secundaire literatuur is er ook verschenen, teveel om hier allemaal op te noemen.
Er zijn ook vele vertalingen verschenen, waaronder dus die van Diederic. De versies zijn in het oude frans, Middel hoog Duits, Middel Laag Duits, Middel Engels, Italiaans, Zweeds, Noors en Fries vertaald.
Duits: Florie und Blansheflur
Flos unde Blankeflos
Zweeds: Flors och Blanzeflor
Engels: Floris and Blancheflour
Noors: Flóres saga ok Blankiflúr
Fries: Floris & Blaunchefleur



Samenvatting van de inhoud

Koning Fenis, de Mohammedaanse koning uit Spanje, is op rooftocht in Frankrijk. Het is succesvol. Net voordat ze weer vertrekken, overvallen ze een graaf. Ze vermoorden hem en nemen zijn dochter mee als Christen slavin voor de koningin van Spanje. Het meisje mag haar Christelijke geloof naleven, maar ze blijft een slavin. De koning merkt echter dat zij van adellijke stand is en zij en de koningin worden goede vriendinnen.
Op een gegeven moment blijken beide dames zwanger te zijn, ook nog eens precies even lang. Op dezelfde dag baart de koningin een jongetje, Floris en de slavin een meisje, Blancefloer. De slavin krijgt de eer om beide kinderen op te voeden. De kinderen zijn altijd samen, slapen samen, eten samen, spelen samen. Ze lijken zelfs zo op elkaar dat ze op een beeldschone tweeling lijken.

Dan zijn ze oud genoeg om naar school te gaan. Koning Fenis stuurt Floris naar school, maar hij weigert zonder Blancefloer te gaan. Hun liefde is geen jeugdliefde meer, maar ware liefde. Als ze redelijk Latijn kunnen spreken besluiten ze om op straat in Latijn te praten zodat niemand ze kan verstaan. Ze beminnen elkaar in privé. Ze kunnen niet zonder elkaar, als ze uit elkaar zijn, kunnen ze niks meer.

Het volk begint erachter te komen en het verhaal gaat rond over de zoon van de koning met de dochter van de Christen slavin. De koning is woedend en wil Blancefloers hoofd afhakken maar zijn vrouw bedenkt iets anders. Ze sturen Floris weg om met andere Spaanse adellijke meisjes te gaan. Blancefloer blijft achter om voor haar ‘zieke’ moeder te zorgen. Hierdoor gaat het slecht met ze allebei. Ze willen niks meer en huilen de hele dag. Zijn ouders besluiten om hem terug te halen en hem te vertellen dat ze gestorven is. Ze hebben een prachtig graf voor haar gemaakt dat veel geld heeft gekost.

Ondertussen hebben ze Blancefloer verkocht aan kooplieden die haar weer hebben doorverkocht aan de emir van Babylonië. Omdat Blancefloer zo mooi is, besluit hij haar als toekomstige vrouw te benoemen. Dit houdt normaal in dat hij elk jaar een andere vrouw kiest en haar na dat jaar behoofd, zodat ze met niemand anders meer naar bed kan. Deze vrouw wil hij voor altijd. Ze woont in de vrouwentoren, midden in de stad.

Als Floris thuis komt en hoort dat zijn geliefde dood is, is hij boos en verdrietig, alles tegelijk. Hij valt een paar keer flauw en huilt uren bij het graf. Zijn moeder houdt hem dan net op tijd tegen tijdens een zelfmoordpoging. Ze besluit hem de waarheid te vertellen waarop Floris vastberaden zegt dat hij haar gaat zoeken. Zijn vader geeft hem alles mee dat hij nodig heeft, 12 paarden beladen met goud, eten en drinken, en een paar knechten.

Hij gaat opweg en komt in een herberg. De herbergier heeft goed nieuws voor hem, hij heeft een vrouw gezien die ernet zo teneergelagen uitzag. Met een schip steken ze de zee over en komen in Blandas. Ook daar, zegt een herbergier hetzelfde. Hij gaat verder en moet over een rivier. Hij neemt de pondwachter in vertrouwen. Hij zegt dat hij de man die voor de tol van de brug naar Babylon zorgt kan vertrouwen. Die waard geeft hem een slaapplaats. Floris vertelt hem alles. De man vertelt Floris alles wat er met Blancefloer is gebeurd en wat haar te wachten staat. Zij moet samen met een ander meisje in de maagdentoren de Emir dienen , elke dag.

De man en Floris bedenken een plan om de torenwachter in hun macht te krijgen. Floris doet alsof hij de toren in zijn eigen land wil nabouwen. Dan daagt Floris de wachter uit voor een potje schaak met veel geld. Floris wint maar geeft zijn winst en inzet aan de torenwachter. Dit doet hij drie dagen na elkaar en verhoogt zijn inzet elke dag met 100 muntstukken. Op de laatste dag laat hij een prachtige gouden beker zien. Floris geeft die ook aan hem en daarop nodigt de wachter Floris uit om te komen eten. De torenwachter zweert alles te zullen doen wat Floris verlangt. Floris vertelt hem alles en de wachter heeft een plan.

Op één mei geeft de torenwachter een mand vol met rozen en Floris in het rood aan Blancefloer. De twee knapen die hem brengen leveren hem echter af bij Clarijs, een andere jonkvrouw die goed bevriend is met Blancefloer. Clarijs schrikt zich te pletter als Floris eruit springt. Ze kan nog net alle nieuwsgierige jonkvrouwen wegjagen. Floris vertopt zich weer en ondertussen beseft Clarijs dat dit best Blancefloers geliefde kan zijn. Als Blancefloer Floris ziet, zijn ze allebei dolblij en blijven verder samen. Wanneer Blancefloer op twee opeenvolgende ochtenden niet bij de emir komt, stuurt hij een kamerheer die twee mensen in bed ziet, in plaats van één. De emir is woedend en wil hen doden.

Er komt een rechtzaak en alle koningen, edelen en hertogen uit het rijk veroordelen het koppel ter dood. Als ze in de zaal worden gebracht geven Floris en Blancefloer telkens zichzelf de schuld en geven de ring van geluk aan de ander zodat die niet sterft. Ze gooien het zo vaak dat het op de grond valt. Als ze voor de emir staan, hebben alle heren zo’n spijt van hun oordeel omdat ze zo’n medelijden hebben. Het tweetal trekt elkaar steeds terug en offert zichzelf op. Iedereen in de zaal huilt. Dan kan de emir er ook niet meer tegen en laat het zwaard vallen. Hij wil graag weten hoe het Floris gelukt is om in de toren door te dringen. Floris vertelt alles, op voorwaarde dat iedereen vergeven wordt die hem heeft geholpen. Er is een grote aarzeling maar de emir geeft dan toch toe. Na het verhaal slaat hij Floris tot ridder en geeft Blancefloer terug aan hem. Hijzelf vraagt Clarijs ten huwelijk, voor zijn hele leven. Er is een prachtige bruiloft voor de twee koppels.

Dan komt er bericht uit Spanje dat Floris’ beide ouders zijn overleden. Floris besluit, met toestemming van de emir, om terug te gaan met Blancefloer en te gaan regeren. Hij bekeert zich tot Christen. Later erft hij van een oom heel Bulgarije en Hongarije. Hij wordt machtig. Ook krijgt het echtpaar een kind, dat Bertha met de Grote Voeten zou heten. Deze trouwt later met Pepijn en zij krijgen Karel de Grote.


Tijd en plaats
Dit liefdesverhaal speelt af in Frankrijk. Koning Fenis is hier voor zijn rooftocht en vindt Morena, de slavin. Dan speelt het zich af in het Spaanse koninkrijk. Daar groeien de kinderen op. Floris is dan heel kort op een andere plaats, dat niet bekend is. Blancefloer wordt dan naar Babylonië gestuurd. Tussen Spanje en Babylonië en in de stad zelf speelt het verhaal zich verder af.
Aan het eind van het verhaal staat er dat Floris en Blancefloer de grootouders zijn van Karel de Grote, dus volgens die bron speelt het zich circa in de 7e eeuw af. In 711 is Spanje veroverd door de Arabieren. In het verhaal is koning Fenis van Islamitische afkomst, dus moet het volgens die feiten in de 8e eeuw of later spelen. Ik denk zelf dat het niet in de 7e eeuw speelt want Floris en Blancefloer zijn niet de grootouders van Karel. Ik vertrouw de bronnen dat koning Fenis saraceens is, meer dan dat hij de overgrootvader was van Karel de Grote.


Genre
Het verhaal is een hoofse ridderroman, een Oosterse. Roman betekent een verhaal over een ridder, in dichtvorm. De hoofse ridder moet zachtaardiger zijn dan een ridder in een normale roman. Hij moet beleefder zijn, ook denken aan de sportiviteit in gevechten, dat het niet alleen om leven en dood gaat. Hij moet zich hulpvaardiger, rechtvaardiger en slimmer opstellen. Daarbij zijn zijn idealen niet alleen moed, trouw en kracht. Zijn doel is niet alleen om te vechten en het thema is niet alleen oorlog in deze verhalen.

In de hoofse ridderromans draait het vooral om liefde waarbij een jonkvrouw een grote rol speelt. De ridder zal haar dan opsporen of redden. Ook gaat het in de hoofse ridderromans om het helpen van de minderen of het opsporen van geheimzinnige voorwerpen. In Oosterse ridderromans speelt het oosten een grote rol. Het speelt vaak af in of rond de Arabische cultuur, in het oosten. Door kruistochten, in de 11e eeuw, zijn ze veel daarover te weten gekomen. De troubadours wisten er niet veel vanaf maar hebben met de informatie die ze hadden, een beeld geschetst in hun verhalen. Ze hebben het soms wel een beetje te schilderachtig weergegeven. In Oosterse romans gaat het ook vaak over de (onmogelijke) relatie tussen een Christen en een heiden.

Dit verhaal voldoet wel aan heel veel kenmerken van dit genre. Floris, de ridder in dit verhaal is verliefd op zijn jonkvrouw, Blancefloer. Ze worden gescheiden dus besluit hij haar te gaan redden en terughalen van de emir. Hierbij overtuigt hij de lezers ervan dat hij echt zijn van zijn geliefde houdt. Dit laat dus zien dat het thema van dit verhaal de liefde is. Hij is er niet op uit om alleen maar te vechten. Zijn instelling is gewoon om haar te vinden zodat hij haar kan beminnen. Hij doet dit op een zo’n eerlijke manier. Hij beloont iedereen die hem helpt. Dit verhaal speelt zich af in Spanje en in Babylonië, in het oosten dus. Er wordt duidelijk beschreven hoe men dacht hoe de stad eruit zag. Het is een beetje een onrealistisch beeld van de stad. Dit is dus een kenmerk van dat het een Oosterse ridderroman is. Floris is in dit verhaal de heiden, of de islamiet en Blancefloer is de Christen. Hun relatie is niet gewild en bijna onmogelijk.

Ik heb ergens gelezen dat het ook een beetje een Karelroman zou kunnen zijn en ik ben het hier wel mee eens. Aan het eind van het boek staat er dus dat Floris en Blancefloer de grootouders zijn van Karel de Grote. In zulke romans gaat het over Karel. Dit verhaal is dus ook een beetje met Karel verbonden. Het is natuurlijk wel een hoofse ridderroman, maar dit is ook een kleine mogelijkheid.


Bijzonderheden
Ik heb wel een aantal bijzonderheden opgemerkt. Aan het eind van het verhaal staat er dat Floris en Blancefloer een dochter kregen, die ze Bertha (met de Grote Voeten) noemden. Die vrouw zou dan later met koning Pepijn trouwen. Dat echtpaar zouden de ouders zijn van Karel de Grote. Ik heb dit goed nagezocht maar vond uit dat dit niet waar is. Floris en Blancefloer zullen vast wel een kind hebben gekregen maar ik denk niet dat dit Bertha was. Bertha was wel de moeder van Karel de Grote en haar man was ook Pepijn de Korte. Bertha ook wel Berthrada van Laon genoemd. Haar vader heette Caribert van Laon. Ik denk niet dat dit een vervorming van Floris kan zijn. Deze informatie heb ik van de site wikipedia. Ik heb nog ergens gelezen dat Bertha van Duitse afkomst was, dat lijkt me niet erg logisch als Floris en Blancefloer Spaans en Frans waren.

Iets wat mij persoonlijk opviel was de beschrijvingen van het schijngraf van Blancefloer, van de tuinen van de Emir en zijn ‘vrouwentoren’. Wat mij toen ook opviel was dat alles heel mooi versierd was en dat het graf en de toren eigenlijk heel erg overeenkwamen. Het graf was gemaakt van puur goud, zilver, marmer en kristal. Er zijn allemaal dieren op afgebeeld. Het is omlijst met allerlei mineralen, met diamanten, met robijnen, etc. Midden op de steen is een miraculeus plaatje afgebeeld. Twee jonge kinderen, die sprekend op Floris en Blancefloer lijken, houden ieder een prachtige gemaakte bloem vast. Ze dragen ook ieder een kroon van goud. In Floris’ kroon zit een robijn die zo sterk en mooi fonkelt dat het zijn omgeving helemaal en altijd verlicht, dag en nacht. Door buizen door de steen en wind effecten beweegt het plaatje zo, zodat Floris en Blancefloer elkaar omhelzen en elkaar verliefd aankijken.

De ‘vrouwentoren’ was gemaakt van rood marmer en het dak was van kristal. Bovenop het dak staat een 300 gouden marken appel waard, met een robijn erop die ook zo sterk fonkelt dat het de hele stad verlicht, dag en nacht. De vloeren zijn van marmer, een kristallen pilaar dat alles staande houdt, ebbenhouten deuren die nooit vergaan en kozijnen van mirreboom.

De tuinen van dat paleis van de emir zijn afgesloten. Er loopt een rivier waar zoveel soorten edelstenen in liggen. Er staan heel veel soorten bomen, lekker ruikende bomen, die altijd in bloei zijn. Er zijn altijd vogels die zingen. Altijd bloemen in bloei, heerlijke specerijen en ander eten dat groeit. Midden in de tuin is een prachtige bron, met een boom. Die boom laat met zijn bladeren alle kleuren zien. Het staat ook altijd in bloei en is magisch. Door deze bron en boom wordt de volgende vrouw van de emir gekozen, door middel van een vallend blaadje op een maagd.
Ik vond dat deze drie beschrijvingen overeenkwamen op veel vlakken. Alle drie de beschrijvingen zijn even mooi, met zoveel soorten edelstenen, bomen en edelmetaal. Ook een belangrijke overeenkomst is dat het graf en de toren allebei een robijn hebben die de omgeving zo sterk verlichten dat er geen lamp nodig is.


Mijn mening
Ik vind dit verhaal erg leuk. Ik vind het altijd heel leuk om liefdesverhalen te lezen en aangezien dit bijna een overdreven liefdesverhaal is, valt het goed. Het was natuurlijk niet al te moeilijk om te voorspellen hoe het zou eindigen maar het viel niet mee om te bedenken hoe Floris in de toren zou komen. Dit deel vond ik heel verrassend en leuk bedacht. Dat maakte het nog een beetje spannender, ook een beetje hoe de emir erachter zou komen. De tekst was opzich niet moeilijk om te lezen, maar het is wel ouderwetse taal. “Op school werd hem veel geleerd, maar hij had er weinig belangstelling voor. Wat hij ook las of hoorde, altijd stond het beeld van Blancefloer hem voor de geest. Voor haar had hij gekozen. Hij verlangde hevig naar haar en leefde daardoor onder grote spanning. De tijd leek voor zijn gevoel te kruipen, zowel ’s nachts als overdag. Als hij sprak, slaakte hij dikwijls midden in een zin een diepe zucht. Gedurende die veertien dagen leefde hij in droefheid en beklaagde dikwijls zijn ellendig lot.” Dit is een citaat over Floris als hij op Blancefloer wacht. Ik heb dit stukje tekst als voorbeeld genomen van het taalgebruik. Ik vind ook dat dit stuk tekst een goed voorbeeld is voor hoe bedroefd Floris en Blancefloer voor een groot deel van dit verhaal waren. Ik vind het echt zielig voor het tweetal dat ze dit moesten doormaken om bij elkaar te zijn. Het is namelijk echt ware liefde, dat vind ik zo lief, hoe dichtbij elkaar ze waren, hoe hecht hun vriendschap was. Het verhaal is niet echt werkelijk want ik denk dat Babylonië niet zo mooi was. Ook kan Floris niet zoveel geluk hebben gehad tijdens zijn tocht. De herbergiers konden hem altijd met Blancefloer assosiëren en hij kwam ook precies bij dezelfde terecht als Blancefloer. Het is natuurlijk wel werkelijk dat de slavin en de koningin goede vriendinnen werden, maar ik denk dat het iets teveel van het goeie is dat hun kinderen zulke liefde voor elkaar voelen. Ik, net als het publiek van toen, vind dat heel mooi en leuk om te lezen. Het zet me wel aan het denken hoe het misschien wel zou kunnen zijn gegaan. Voor mij is totaal niet herkenbaar aangezien ik nog nooit ware liefde heb gekend, niet in die tijd leef en mijn ouders geen koning en koningin zijn. Het verhaal is in een magische en sombere sfeer en dat maakte het interessant. Ik kon me in het paar verplaatsen en vond het zielig voor ze. Ik vond het einde echt heel ontroerend om te lezen.
“Hij greep zijn zwaard. Blancefloer sprong snel naar voren en stak haar hoofd uit. De tranen sprongen Floris in de ogen.
Hij rende naar haar toe en trok haar achteruit: ‘Lieveling, al deze mensen hier zouden schande van mij spreken. Ik ben een man en dus zul jij niet voor mijn ogen sterven.’
Hij strekte zijn nek uit en zei de emir dat hij moest slaan. Hij vroeg hem op te schieten, hij was gereed te sterven. Maar Blancefloer liep naar hem toe en trok hem aan zijn kleren terug.”

In dit stuk kan je goed zien hoe graag ze allebei eersten wilden zijn. Ik vind dat hele stuk heel mooi om te lezen. Ze willen allebei dat de ander blijft leven. Op een manier is het eigenlijk ook wel grappig om het te lezen. Ze willen allebei zo snel mogelijk vermoord worden, zodat de ander die niet meer terug kan trekken. Het is zo lief als zulke liefde zou bestaan. Wat mij opviel is dat Floris en Blancefloer nog maar 15 zijn als ze trouwen! Dat is nu zo onwerkelijk maar het zal wel zo zijn geweest in die tijd. Dan zou ik nu getrouwd zijn…
Ik heb een paar boekverslagen van andere mensen gelezen en die vonden allemaal dat het wel een leuk boek was maar dat het langdradig was. Ze vonden de beschrijvingen van Diederic te lang en uitgebreid. Ik vind juist het tegenovergestelde. Ik vind het leuk om te lezen hoe de mensen dachten hoe de stad eruit zag, hoe mooi en magisch de tuinen eromheen waren en hoe mooi ze een graf konden maken. Ik vond het leuk om het me voor te stellen. Ik snap wel dat andere mensen het misschien langdradig vinden maar ze hebben er waarschijnlijk geen geduld voor. Voor mij zijn beschrijvingen die uit 2 bladzijdes bestaan ook langdradig. Het moet leuk verteld worden en dat was hier het geval.
Ik vond het leuk om dit boekverslag te maken. Hierdoor kwam ik nog meer te weten over de middeleeuwen en over Karel de Grote. Eerst kon ik niet veel vinden over het boek maar ik zocht niet ver genoeg. Toen kon ik veel meer vinden, via links en via andere trefwoorden. Dat vond ik leuk, om resultaat te zien. Ik wist eerst ook niet wat ik met al die informatie moest. Ik heb dit boekje gekozen om te lezen omdat het verhaal mij heel erg aansprak en me heel leuk leek om te lezen over twee kinderen die elkaar proberen terug te vinden.

Bronnen

http://www.literatuurgeschiedenis.nl/teksten.asp?ID=2
http://home.planet.nl/~versp086/medieval_dutch_stories.htm
http://nl.wikipedia.org
http://www.dbnl.org
http://web.inter.nl.net/users/L.de.Groot/Nederlands/Literatuur/Litges/syl002.htm
http://users.skynet.be/Diederik.van.Assenede/index.htm
Mijn literatuur boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Heel goed je hebt me echt geholpen met een verslag schrijven over een oosterse/hoofse roman ik had eerst 100 woorden en dankzij jou heb ik er bijna 400 wat ik moet hebben

8 jaar geleden

Andere verslagen van "Floris ende Blancefloer door Diederic van Assenede"