Samenvatting

1942

De tien jarige Sirka Starzinski werd in de nacht van 16 juli 1942 samen met haar ouders opgepakt door de Franse politie om naar het wielerstadion Velodrome d’Hiver in Parijs gebracht te worden. Echter niemand merkte op dat Sirka haar kleine broertje Michel vlak voordat de politie het appartement binnenviel in de ‘geheime’ kast opsloot. De kast deed ze op slot en de sleutel hield ze bij zich, na de woorden dat ze gauw terug zou komen om Michel te bevrijden.

De paar dagen in het stadion zijn vreselijk, veel mensen komen om van de honger en dorst of plegen zelfmoord. Op een dag gingen de deuren open en moest iedereen naar het station lopen, om daar op de trein te stappen. Niemand wist waar naartoe.

Op de bestemming aangekomen werden vrouwen en kinderen gescheiden van de mannen. Later werden moeders ook bij hun kinderen weggehaald. De politie vertelde dat de kinderen hun ouders na een paar dagen weer zouden zien, waar dat geloofde niemand.

In het kamp leert Sirka Rachel kennen. Samen besluiten ze te ontsnappen, wat lukt. Ze lopen zo ver mogelijk bij het kamp vandaan, totdat ze bij een groot huis aankomen. Daar zoeken ze een slaapplaats in het hondenhok.

De volgende morgen worden de meisjes gevonden door Jules, de bewoner van het huis. Jules en zijn vrouw Geneviève zorgen goed voor de meisjes. De kindernaam ‘Sirka’ verwisselt ze voor ‘Sarah.’ Maar dan wordt Rachel ziek. De dokter die komt is volgens het oudere echtpaar niet te vertrouwen en dat klopt inderdaad, want na een paar dagen staat de politie op de stoep. Rachel wordt meegenomen, Sarah verstopt zich in de kelder.

Sarah wil terug naar Parijs, naar haar huis, om haar broertje uit de kast te halen. Jules en Geneviève gaan met haar mee. Eenmaal thuis ontdekken ze dat er inmiddels een ander gezin in het huis woont. Sarah rent het huis in, naar de kast en maakt die open. Maar daar ligt haar dode broertje. Hij heeft het niet overleefd. Sarah voelt zich ontzettend schuldig en de bewoners, die van niets wisten, schrikken zich rot.

Vanaf 2002

60 jaar laten krijgt Julia Jarmond, een Amerikaanse journaliste in Parijs, de opdracht om een artikel wat betreft de zestigste herdenking  van het Vel d’Hiv te schrijven.

Julia is druk bezig met haar onderzoek naar de razzia, maar is ook druk bezig met het verbouwen van hun nieuwe appartement aan de Rue de Saintonge, het huis van haar schoonouders waar zij en haar gezin gaan wonen. Dan komt ze er achter dat haar schoonfamilie een geheim bij hen draagt. Julia’s schoonvader Edouard Tézac vertelt haar over het verhaal van Sarah. Hij woonde samen met zijn ouders in hetzelfde appartement als waar Julia gaat wonen. Dat appartement was het vroegere huis van Sarah. Toen Edouard nog klein was en op een dag alleen met zijn vader thuis was, kwam er opeens een meisje aan de deur. Ze stormde naar boven en maakte daar een verstopte kastdeur open. Een vieze stank van verrotting kwam naar buiten, waarop ze in de kast een dood jongetje vonden. Het was het broertje van Sarah. Edouards vader heeft zich hier altijd schuldig over gevoeld en heeft daarom ook jaren lang gels naar Jules en Geneviève gestuurd, voor Sarah. Niemand heeft dit ooit geweten.

Edouard weet dat hij een envelop in zijn kluis heeft liggen met daarin informatie over Sarah. Julia start haar zoektocht naar Sarah. Ze komt achter de familienaam van Jules en zoekt hem op. Hij vertelt haar dat Sarah toen ze ouder was naar Amerika is verhuisd, ze wilde het verleden vergeten. Daarna heeft hij nooit meer wat van haar gehoord. Julia heeft wel een adres gekregen waar mogelijk de man van Sarah kan wonen. Julia reist af naar Manhattan. Ze leert de nieuwe vrouw van de man Sarah kennen, wie haar vertelt dat Sarah twee jaar geleden zelfmoord heeft gepleegd, door tegen een boom aan te rijden met haar auto. Zelf heeft de vrouw Sarah niet gekend. De vrouw geeft haar het adres van de zoon van Sarah, William. Julia reist opnieuw, samen met haar dochter, af naar Italië, waar ze de zoon van Sarah ontmoet. Maar William wil het verhaal van zijn moeder niet horen. Hij begrijpt het niet, zijn moeder heeft hem nooit wat over haar verleden verteld, en hoe kan iemand anders dit allemaal wel weten? Hij loopt weg en zegt dat hij Julia nooit meer wilt spreken.

Julia is inmiddels bevallen van een meisje en ligt midden in een scheiding met haar man. Ze kan het verhaal over Sarah maar niet los laten. En ook denkt ze nog iedere dag aan William, hoe het verder met zijn leven is gegaan. Dan opeens gaat de bel van het appartement en daar staat William. Hij vertelt haar dat hij gewoon even tijd voor zich zelf nodig had. Een hele tijd praten Julia en William met elkaar, maar nemen dan weer afscheid.

Julia verlaat Frankrijk en verhuist terug naar Amerika. Ze heeft een nieuw leven opgebouwd, samen met haar twee dochters en nieuwe vriend, maar hoort dan opeens dat William ook in New York woont, vlakbij haar. Ze durft geen contact op te nemen, maar William belt haar zelf. Ze spreken af om te praten, over Williams nieuwe leven na zijn scheiding en over haarzelf. En over haar dochtertje van twee, die ze niet anders kon benoemen dan Sarah.

Begin en eind

Haar naam was Sarah begint met drie opdrachten, gevolgd door twee motto’s. De bladzijde daarna bestaat uit een kort voorwoord van Tatiana de Rosnay zelf. Daarna begint het echte verhaal; juli 1942 in Parijs. Je zit meteen midden in de gebeurtenis dat er speelt, wat je in één klap nieuwsgierig maakt. “Het meisje hoorde het harde gebons op de deur het eerst. Haar kamer lag het dichtst bij de ingang van het appartement. Ze was nog zo versuft van de slaap dat ze eerst dacht dat het haar vader was die uit zijn schuilplaats in de kelder naar boven kwam. Hij had natuurlijk zijn sleutels vergeten en was ongeduldig omdat niemand zijn eerste, bescheiden klop had gehoord. Maar toen klonken de stemmen, hard en wreed in de stilte van de nacht.”

Het boek heeft een gesloten einde wat betreft het geheim van Sarah, maar je krijgt net het gevoel dat Julia en William een relatie met elkaar zouden kunnen gaan beginnen. Dan stopt het boek plotseling waardoor er vragen achterblijven hoe het verder met Julia en William gaat. “Zo zaten we een hele poos, totdat de mensen om ons heen vertrokken, tot de zon onderging en het licht veranderde. Totdat we het gevoel hadden dat we elkaar weer konden aankijken, zonder tranen.”

Perspectief

Het boek is geschreven in een perspectiefwisseling in de vormen personaal zij-perspectief en een personaal ik-perspectief. Het personaal zij-perspectief is gebruikt om de situatie van Sarah te beschrijven, het personaal ik-perspectief is door de ogen van Julia. In de eerste veertig hoofdstukken leef je om en om het hoofdstuk met Sarah of Julia mee. Na hoofdstuk veertig is het alleen nog maar het perspectief van Julia Jarmond.

De personale zij- en ik-perspectieven zijn niet betrouwbaar, omdat je maar de gedachten van één persoon kunt aflezen. Je weet niet wat andere personages denken of doen, wat voor belangrijke dingen op dat moment gebeuren.

Citaten vanuit Sarah: “Het meisje keek om zich heen. Ze zag een jongen die ze van school kende, Léon. Hij zag er moe en bang uit. Ze glimlachte naar hem, ze wilde tegen hem zeggen dat alles goed was, dat ze allemaal gauw weer naar huis zouden kunnen.”

“Ze probeerde haar ogen, haar neus, haar oren dicht te houden, de geur, het stof, de hitte, de angstkreten, de aanblik van huilende volwassenen, van jengelende kinderen buiten te sluiten, maar ze kon het niet.”

“Plotseling hoorde het meisje een zwaar gedreun op het gras. Haar hart stond stil. Ze keek op naar een enorme gestalte die zich boven haar aftekende. Een politieagent.”

Citaten vanuit Julia: “Op de hoek van de rue Nélaton gingen we een kop koffie drinken. Ik keek op mijn horloge. Ik had beloofd vandaag naar Mamé te gaan. Ik wist dat ik het niet zou redden.”

“En daar was het. Een dun blauw lijntje. Ik was zwanger. Zwanger. Ik kon het niet geloven.”

“Ik ging weg uit de rue de Bretagne en liep terug naar mijn auto. Als echte Amerikaanse had ik nooit met een versnellingspook overweg gekund.”

Tijd

Tijdlagen spelen een grote rol in Haar naam was Sarah. Het ene hoofdstuk speelt zich 60 jaar geleden af, het andere hoofdstuk in 2002.

Ook bestaat het boek uit meerdere terugverwijzingen, bijvoorbeeld als Sarah terugdenkt aan haar broertje in de kast of terugdenkt aan haar huis in Parijs: “Hij dacht dat ze hem in de steek had gelaten, dat het haar niets kon schelen, dat ze niet van hem hield. Hij had geen water, geen licht, en hij was bang. Ze had hem in de steek gelaten.” “Madame Royer, de conciërge, had ze nooit vertrouwd. Die achterbakse blik, die halfslachtige glimlach. Nee, zij niet. Misschien die aardige vioolleraar, die op die zwarte donderdagochtend had geroepen: ‘Waar brengen jullie hen naartoe, het zijn eerlijke, brave mensen, dit kunnen jullie niet doen!’”

Tijdverdichting is ook aanwezig, onder andere bij een stukje in New York, aan het einde van het boek, als Julia samen met William aan een tafeltje zit om te praten. “Zo zaten we een hele poos, totdat de mensen om ons heen vertrokken, tot de zon onderging en het licht veranderde.” De tijd wordt ingekort door “een hele poos”.

De vertelde tijd in het gedeelte van Sarah speelt zich af in 1942 en duurt slechts een paar weken. De vertelde tijd in de delen van Julia speelt zich af in 2002, 60 jaar later, en duurt in totaal ongeveer drie jaar.

De verteltijd is ongeveer acht uur, want je leest gemiddeld 40 bladzijdes per uur.

 Ruimte

Het verhaal speelt zich grotendeels af in Frankrijk, met nadruk op Parijs, Beaune-la-Rolande en Orléans. Maar ook Italië komt in beeld en Amerika met vooral New York.

“Het meisje pakte haar moeders hand toen ze naar de barakken werden gedreven. Binnen was het kaal en smerig. Planken en stro. Stank en vuil. De latrines waren buiten, houten planken boven een gat. Daar moesten ze in groepen gaan zitten, om ten overstaan van iedereen te plassen en zich te ontlasten, als beesten.” Deze ruimtelijke beschrijving heeft een beeldvormende functie, omdat je een beeld krijgt van de omgeving. Een andere beeldvormende functie in het boek is: “Terwijl ik op de bleekroze beddensprei lag die vaag naar lavendel rook, voelde ik me nog steeds schuldig.”

Er komen ook sferische functies voor, omdat je een idee krijgt van de sfeer in het verhaal als je het leest. Een voorbeeld waarin een aangename, vredige sfeer heerst: “De luiken stonden op een klein kiertje, waardoor een grote, zoet geurende tuin zichtbaar werd. Kippen scharrelden rond over het gras, achternagezeten door de speelse hond. Op een smeedijzeren bankje zat een dikke rode kat loom zijn pootjes schoon te likken.” Een ander voorbeeld wat een levendige maar gezellige sfeer weergeeft: “We keken een paar minuten zwijgend naar de drukte aan de tafeltjes om ons heen. Het was een luidruchtig, levendig café, met klassieke muziek die uit de verborgen speakers kwam.”

Personen

Het boek heeft twee hoofdpersonen, namelijk Sarah Starzinski en Julia Jarmond. Naar mate je verder leest, leer je de karakters steeds beter kennen. Zo groeit Sarah van een normaal tienjarig meisje opeens naar een sterk, volwassen kind met een hele achtergrond. Het is een lief zorgzaam meisje, zoals je leest hoe bezorgd ze is naar haar broertje toe en hoe ze zich een beetje als een moeder ontfermd over de kinderen in het concentratiekamp. Maar je leest ook dat ze vecht met andere kinderen om een stukje brood. “Het meisje had lichte, amandelvormige ogen. Waarschijnlijk blauw of groen, vermoedde ik. Licht, schouderlang haar met een slag erin, een beetje golvend. Een prachtige, verlegen glimlach. Een hartvormig gezichtje. Ze zat aan haar lessenaar, een opengeslagen boek voor haar. Op haar borst, de davidster. Sarah Starzinski. Een jaar jonger dan Zoë.” 

Julia Jarmond, l’Américaine, leer je kennen als een vriendelijke, onschuldige vrouw. Ze is ietwat gesloten, niet een echte flapuit. Ze is ongeveer 47 jaar oud, heeft bruine haren en is journaliste. “De vrouw die me aanstaarde had die gevreesde leeftijd tussen de vijfenveertig en vijftig, dat niemandsland van verslapping, opkomende rimpels en een naderbij sluipende overgang.” Ze blijft altijd rustig in de meest moeilijke situaties, ook al lees je dat ze van binnen het bijna in haar broek doet van de zenuwen. “De opwinding was na een tijdje weggeëbd. Ik had niet de moed om hem te bellen. Maar ik bleef aan hem denken, elke nacht.” “Ik begon stilletjes te huilen.”

Er zijn ook een heleboel bijpersonen in het boek. Een aantal types zijn: Zoë, Bertrand, Mamé, Edouard, Guillaume, Hervé, Christophe, William, Michel, Rachel, Jules en Geneviève.

Spanning

In Haar naam was Sarah komen niet veel grappige situaties of extreme spanning voor, omdat het op een serieuze manier geschreven is. Maar de hoofdmanier om het toch zo ver te laten komen dat je door wilt lezen, is het wisselen van het perspectief. Vaak wordt het aan het einde van het hoofdstuk wel wat interessanter, maar om de spanning er nog wat in te houden is het volgende hoofdstuk geschreven in het perspectief van de ander.

Het einde van het eerste hoofdstuk: “De politieagent draaide zich om en sloeg haar hand weg. Hij had een hardvochtige, lege blik in zijn ogen. ‘U hebt me gehoord. U gaat met ons mee. Uw dochter ook. Doe gewoon wat u wordt gezegd.’” Het begin van het tweede hoofdstuk: “Bertrand was te laat, zoals gewoonlijk. Ik probeerde me er niet aan te storen, maar dat deed ik toch.”

Motieven

Enkele belangrijke deelonderwerpen, of motieven, van Haar naam was Sarah zijn de Tweede Wereldoorlog, Jodenvervolding, vriendschap, familierelaties en de dood. Tweede Wereldoorlog omdat het zich afspeelt in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Jodenvervolging omdat Sarah en haar familie joods zijn en daardoor opgepakt worden. Vriendschap omdat Sarah vriendschap met Rachel sluit. Julia sluit vriendschap met onder andere haar schoonvader Edouard, de familie Dufaure, William en natuurlijk bevriend is met haar vrienden.

Familierelaties door de relatie en het geheim van Julia’s schoonfamilie Tézac, maar ook door de familie van Sarah.

En ten slotte de dood, omdat er verschillende mensen overlijden. De ouders en het broertje van Sarah samen met de andere Joden in de oorlog, maar ook Mamé, de overgrootmoeder van Bertrand. Sarah is ook gestorven door middel van zelfmoord.

Thema

De boodschap die in Haar naam was Sarah zit is om de aandacht van de zwarte bladzijde van Frankrijk, waar niemand meer aan herinnerd wil worden, naar boven te halen en het verschrikkelijke verhaal te vertellen. In dit boek wordt de onbekende geschiedenis verwoord door middel van een verhaal.

Oordeel

Ten eerste vond ik Haar naam was Sarah een erg mooi boek om te lezen. Het ging over een onderwerp waar je niet dagelijks over hoort; over het Vel d’Hiv. Ikzelf had nog nooit eerder over die razzia gehoord. Wat dat betreft is het een best origineel boek. Wat me wel opviel, was dat het niet zo erg diepgaand is. Want het is wel een boek geschreven voor volwassenen, maar ik vond het als kind zijnde makkelijk om te lezen. In het begin moest ik er wel even in komen, maar daarna was ik er verslaafd aan. Jammer dat leuke boeken altijd zo snel uit zijn.

Er mocht wat mij betreft ook wel iets meer spanning in voor komen. Dat was er wel, maar op een wat oppervlakkige manier. In het begin was het best lastig, omdat Julia’s leven helemaal niets met Sarahs leven te maken had. Dat was even ingewikkeld, maar later kwam het goed. De verhaallijn is wel erg mooi. Ook de schrijfstijl doe ik niet na. Wat is wel leuk vond, is dat het perspectief van Sarah opeens stopte na de vondst van haar broertje. Terwijl je verder las, en verder kwam in het onderzoek van Julia, kwam je meer over haar te weten. Hoe haar leven doorging na die vondst. Maar je krijgt niet alle details te weten van de verdere levensjaren tot haar zelfmoord. Er blijft dus nog wat te fantaseren voor de lezer over. Ik heb absoluut geen spijt dat ik dit boek gekozen heb om te lezen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.