Een tafel vol vlinders door Tim Krabbé

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas tto vwo | 1868 woorden
  • 13 mei 2015
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 21 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2009
Pagina's
96
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Een tafel vol vlinders
Shadow

En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was - van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden, waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield hij omdat het Bram was.

En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was - van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden, waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield …

En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was - van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden, waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield hij omdat het Bram was.

Een tafel vol vlinders door Tim Krabbé
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Leesverslag 'Een tafel vol vlinders'



Hoofdstuk 1: Algemene gegevens.



De titel van het boek is: ‘Een tafel vol vlinders’ en is geschreven door Tim Krabbé. Het was het Boekenweekgeschenk bij de Boekenweek in 2009. Het heeft geen illustrator maar het omslagontwerp is van Tessa van der Waals en de foto op de achterkant van de auteur is gemaakt door Koos Breukel. De productie van het boek is Uitgeverij Prometheus, Amsterdam maar de uitgave is van de Stichting CPNB. in totaal zijn er twee hoofdstukken en negentig bladzijde. Het genre is psychologische novelle.



Hoofdstuk 2: inhoud.



 personages.

Er zijn twee hoofdpersonen in het boek: Fred Berkow en Bram Bontje.



Fred: Fred is een man die onder andere reisjournalist en schrijver is. Hij heeft een relatie gehad met Nicolien en zij had een zoontje van drie jaar oud, Bram. Later gaan Fred en Nicolien uit elkaar maar Fred raakte zeer verknocht aan Bram en daarom mag hij co-ouder worden van Bram. Zijn leven wordt gevolgd in het eerste gedeelte van het boek. Fred is een karakter aangezien er dingen veranderen in zijn persoonlijkheid.

Bram: Bram is een jongetje die mee mag op de reizen van zijn stiefvader Fred. Zijn echte vader heet Menno, alleen die heeft zelfmoord gepleegd een week nadat Bram geboren was. Bram is een karakter want tegen het einde aan veranderd er een hele boel in hoe hij denkt over het leven en over alles eigenlijk.



bijpersonen:

Emma: Emma is de vriendin van Bram als hij ouder is. Ze ontmoeten elkaar bij een tramhalte. Ze is eigenlijk verloofd met Arnold maar verbreekt de verloving om met Bram te kunnen zijn. Emma is een karakter omdat ze anders over verschillende dingen gaat denken.

Nicolien: Nicolien is de moeder van Bram, eerst had ze een relatie met Menno, de vader van Bram, Toen een korte relatie met Fred en later een relatie met John, die ook wel beschreven staat als ‘de tandarts’. Nicolien is een karakter, haar mening verandert onder andere over hoe Bram opgevoed moet worden.

John: John is de stiefvader van Bram, hij heeft namelijk een relatie met Nicolien en heeft ook twee kinderen, Sylvie en Walt. Hij is heel netjes en heeft een groot huis. John is een type, hij wordt niet veel in het boek beschreven en blijft altijd de tandarts met een groot huis en gedraagt zich netjes.

Carla: Carla is de vriendin van Fred. Carla is een type. Ze wordt altijd hetzelfde beschreven en er gebeurd niet veel met hoe ze is.

Johanna en Geert: Johanna en Geert zijn de ouders van Menno en ze helpen Bram om in te zien wat hij echt wil. Geert en Johanna worden maar kort genoemd in het boek en zijn types. Ze zijn heel wijs en worden ook alleen zo beschreven.

Menno: Menno is de biologische vader van Bram maar heeft één week na de geboorte van Bram zelfmoord gepleegd door van een dak te springen. Menno is een type, hij komt ook niet echt zelf voor, alleen in gedachtes, maar is toch een redelijk belangrijk persoon. Omdat er niet veel over zijn eigenschappen wordt verteld is hij een type.

Geertje: Geertje is een meisje dat Fred heeft leren kennen bij de voetbal. Hij heeft een korte relatie met Geertje gehad. Geertje draagt altijd geel/groene kleren. Ze is een type want ze wordt alleen beschreven als het meisje.



Het verhaal is in twee stijlen verteld, vanuit de derde persoon en in de ik-vorm. De derde persoon wordt gebruikt in het stuk van Fred, waarin hij terug kijkt op verschillende momenten in zijn leven op een chronologische volgorde. Bram schrijft de gebeurtenissen op in een soort dagboek, allemaal in de verleden tijd.





 De tijd.



Het verhaal speelt zich af in deze tijd, dit is te merken aan verschillende apparatuur.

De verteltijd van het boek is verleden tijd en het verhaal is uitgestrekt over ongeveer vijftien jaar. Het begint in het nu en dan komt er een grote flashback. Dan kijkt Fred terug op die vijftien jaar en hoe het toen ging met hem en Bram. Als de flashback bijna eindigt is het heel dicht bij de tijd waarin hij terugdenkt. Hiermee stopt het stuk dat vanuit het perspectief van Fred is geschreven. Daarna begint het stuk van Bram, het begint dan wanneer hij Emma leert kennen en dit wordt allemaal beschreven in een dagboek. In dit gedeelte zijn er geen flashbacks.

Ik heb het boek in één keer uitgelezen en het duurde ongeveer 2 uur om het helemaal te lezen.





 De plaats.



Het eerste deel van het verhaal vindt plaats in Siberië, waar Fred is. Maar hij denkt terug aan allerlei gebeurtenissen in de flashback. Bijvoorbeeld in Amsterdam en in Schotland. In het tweede deel van het verhaal speelt het zich alleen maar af in Amsterdam. Belangrijke plekken in Amsterdam in het verhaal zijn de tramhalte, het poldertje, het huis van Bram, het huis van Nicolien en het huis van Fred. De sfeer van het verhaal wordt telkens bepaald door de gebeurtenissen van de personages.





 Het thema.



Het boek heeft voor mijn gevoel meerdere thema’s. De belangrijkste is een vader-zoon relatie. Dit thema wordt het meest gebruikt. De relatie van Bram en Fred is ook waar het hele boek om draait.

De titel.



De titel van het boek, Een tafel vol vlinders, is een titel die heel erg terug komt in het tweede gedeelte van het boek. In Brams gedeelte. Hij beschrijft zijn leven ook als een tafel vol vlinders en dat elke seconde een nieuwe vlinder wegvliegt. Als alle vlinders weg zijn is hij dood. Voor mijn gevoel representeren de vlinders alle goede momenten in zijn leven maar omdat hij langzaam depressief wordt, hij de momenten vergeet. De tafel representeert Bram, en dat hij zich niet fijn en levend voelt omdat de vlinders (goede momenten) weg gaan. Hierdoor pleegt hij zelfmoord.



 Het probleem.



Het probleem in dit boek is of Bram nog leeft. Fred krijgt al wel een voorgevoel en begint hierdoor terug te denken aan een paar van de vele herinneringen van hem en Bram. Als het verhaal in zijn perspectief wordt verteld dan wordt dit probleem ook opgelost. Ik denk dat de relatie van Bram en Fred ook een probleem is aangezien dat de relatie ook telkens veranderd omdat Bram onder andere ook ouder wordt en dus een andere kijk heeft op het leven en steeds minder met zijn vader doet.



 De samenvatting.



Deel 1: Het vijverspook.

Fred is in Siberië als hij een telefoontje krijgt van Carla, zijn vriendin. Hij denkt dat zijn zoon Bram is overleden. Hij begint terug te kijken naar de tijden met Bram. Bram is niet zijn biologische zoon. Hij heeft Bram leren kennen toen hij een relatie had met Nicolien. Toen deze relatie eindigde besloten ze een co-ouderschap voor Bram. De biologische vader van Bram heeft zelfmoord gepleegd toen Bram nog heel jong was.

Fred is reislustig en reist dus ook veel. Hij neemt Bram vaak mee op reis. Fred en Bram maken dan vaak ook verslagen en verhalen over de reis.

Bram is een slimme jongen, hij leerde al snel lezen en schrijven. Fred is bang dat zijn zoon een convectie wordt, een doorsnee jongetje. Hij hoopt dat Bram later schrijver wordt maar na tijden veranderd de Bram. Hij begint zich minder te interesseren voor het schrijven en reizen. Als Bram dan toch weer een keer mee gaat op een reis van Fred naar Schotland, worden ze het niet eens over de route. Nadat ze een tijdje alleen zijn geweest ziet Fred opeens een vijverspook. Hij dacht dat het Bram was maar hij ontkend het.



Als Bram achttien is en zijn middelbare school heeft afgemaakt, krijgt hij rijlessen bij een spoor. Hij begint ook te werken, hij wil namelijk gaan liften naar Nieuw-Zeeland toe. Als hij in Nieuw-Zeeland is zoekt hij naar de magische steen, waarover hij heeft gelezen in een boek die hij ooit van Fred had gekregen. Bram keert snel terug. Hij gaat opnieuw werken. Als een paar weken later Fred hem vraagt of hij Fred naar het vliegveld wil brengen voor een reis naar Siberië, ziet Fred dat Bram verliefd is.

Vlak voordat hij het vliegveld bereed vraagt hij nog een keer aan Bram of hij dat vijverspook was.



Deel 2: Het Scherfje.

Bram schrijft in een dagboek, over Emma. Hij heeft haar ontmoet door toeval. Hij ging met de tram omdat er een scherfje in het wiel van zijn fiets zat. Al snel worden de twee verliefd ondanks dat Emma een verloofde heeft. Ze noemt hem Arnold Danmaarweer, want na elk vriendje dat ze had stond hij altijd voor haar klaar om haar te troosten. Ze worden steeds gekker op elkaar en Emma maakt het uit met Arnold. Ze doen allemaal dingen samen: ze maken strandwandelingen, gaan naar Emma’s poldertje en elke avond als ze afscheid nemen, zoenen ze elkaar voor de tramhalte waar ze elkaar voor het eerst hadden gezien.

Als Bram Fred wegbrengt naar Schiphol waarschuwt Fred hem om zich niet te snel te binden aan Emma. Op de terugweg komt hij langs de spoorlijn waar hij toen rijlessen kreeg. Hij begint te denken, over Emma en zijn biologische vader. Dan besluit hij contact op te nemen met zijn grootouders, de vader en moeder van Menno. Hij spreekt met ze af en zijn oma zorgt ervoor dat hij over alles gaat nadenken. Ze zegt hem dat hij alles moet breken. Hij begint hierdoor te twijfelen over zijn relatie met Emma en komt tot de conclusie dat hij niet meer van haar houd. De dag erna vertelt hij dit aan Emma, die zeer verdrietig is als ze dit hoort.

Bram komt op het idee dat zijn leven een tafel vol vlinders is en dat iedere seconde er een vlinder wegvliegt. Als alle vlinders weg zijn, is Bram dood.

Op de allerlaatste dag in het dagboek besluit Bram dat dit zijn lot is. Hij ging hetzelfde doen als zijn vader en dat wist hij sinds Fred hem toen meenam naar de plek waar zijn vader zelfmoord had gepleegd.

Bram rijdt in de auto van Fred naar de spoorlijn toe en wacht tot hij zelfmoord kan plegen.



De auteur.



De auteur van het boek is Tim Krabbé. Zijn volledige naam is Hans Maarten Timotheus Krabbé en hij is op 13 april 1943 geboren te Amsterdam. Zijn beroepen zijn schrijver en schaker. Hij is een zeer succesvolle auteur en is de schrijver van onder andere ‘De Renner’, ‘Het Goude Ei’, en ‘Marte Jacobs’.

Hij heeft twee broers, Jeroen Krabbé en Mirko Krabbé.



In 1960 voltooide hij de HBS-B bij het Spinoza Lyceum in Amsterdam en heeft ook een tijdje psychologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij was getrouwd met Liz Snoiijink en heeft ook samen met haar een zoon.

Hij heeft naast schrijven ook een beetje geacteerd en was ook een journalist.

Sinds 1967 leeft hij volledig van de werken die hij schreef. Zijn schrijfdebuut was met het boek ‘De werkelijke moord op Kitty Duisenberg’ en zijn meest recente werk is: ‘De veertiende etappe’.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Een tafel vol vlinders door Tim Krabbé"