Double-face door Jef Geeraerts

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas aso | 2881 woorden
  • 16 augustus 2006
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 10 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1990
Pagina's
323
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Gouden Strop (1991 Genomineerd)

Boekcover Double-face
Shadow
Double-face door Jef Geeraerts
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Literatuur en Leven
Jef Geeraerts - Double Face

Onderverdeling:
· Samenvatting
· Profielschets hoofdpersonage
· Psychologie seriemoordenaars algemeen
· Vergelijking van de documentatie in het boek met de realiteit

Samenvatting

In de regio Antwerpen worden blonde vrouwen met een middenstreep en gefriseerd haar van 20-25 jaar vermoord, er zijn reeds 7 vrouwen vermist en op een gegeven moment wordt één lijk ontdekt door een voorbijganger. Na grootsopgezette speurtochten met man en macht worden nog andere lijken ontdekt ,het enige probleem is dat de hoofden zich elders bevinden. De politie neemt de zaak ernstig en stelt een crisiscentrum op. Langzaam valt alles op zijn plaats en komt er schot in de zaak: Er is een link met de Verenigde Staten , waar 5 vrouwen op identieke wijze vermoord zijn.
Ze onderzoeken welke mannen er geëmigreerd zijn uit Amerika naar België, dit zijn er 4.

Een verdachte valt al af, want die beschikt over een waterdicht alibi.
Vervolgens vallen de andere twee verdachten af en blijft er nog één over, waar men al met zekerheid over kan oordelen. Deze man is niet van normale aard en zeer moeilijk te doorgronden. De speurders moeten hem ‘slechts’ nog vinden, om hem vervolgens in te rekenen, ze krijgen enkele tips en vallen een huis binnen, maar de man die daar woont blijkt niet Duncan Morris (De hoofdverdachte/dader) te zijn. Door een persoonlijke vriend van inspecteur Vincke, Tom Kessler, krijgt men te horen dat moeder Morris vermoord is en dat men de hoofden van de Amerikaanse slachtoffers heeft teruggevonden. In de dagen die hierop volgen verzamelen ze tips, en dit keer heeft de politie het goeie huis. Duncan probeert te ontsnappen, maar nadat hij inspecteur Verstuyft bijna raakt schiet deze terug en raakt hem in zijn kuit, vluchten kan niet meer. Duncan wordt gevat en wordt naar het ziekenhuis gebracht onder strenge bewaking.
De politie verhoort hem natuurlijk, maar hij wil niet bekennen,door al de bewijzen die tegen hem zijn gevonden is het echter 100% zeker dat hij de dader is. Hij weigert te spreken over zichzelf maar spreekt zonder schroom over “de andere”.
Door DNA onderzoek en vingerafdrukken , blijkt dat hij ook de dader van de 5 moorden in Amerika is én de moordenaar van zijn moeder.
Als Duncan, even naar de wc moet wordt hij begeleid door twee agenten, als hij ‘klaar’ is opent hij de deur , vliegt de agent naar de keel en slaat hem dood, hierna neemt hij het pistool van zijn slachtoffer en schiet de andere agent ook neer.
Na een achtervolging in ware cowboy stijl schiet Verstuyft hem uiteindelijk neer, waarop de gewonde Duncan zichzelf door het strottenhoofd schiet…

Het profiel van de seriemoordenaar

Zoals vermeldt in het boek, lijdt Duncan Morris aan hysteroïde en dwangmatige karakterstructuren.

Hysteroïde is de neiging emotionele componenten van een situatie te dramatiseren, gepaard met een zekere uitbundige roekeloosheid in zowel woord als daad. Dwangmatigheid is de neiging om zich met alle mogelijke zorg en berekening tegen een bepaalde situatie te wapenen met de bedoeling ze zoveel mogelijk in de hand te hebben om niet te mislukken. Het komt uiterst zelden voor dat we beide karakteristieken bij één en dezelfde persoon aantreffen. Als dit het geval is, gaat dat gepaard met een enorme stresstoestand, die aanleiding geeft tot paranoïde psychose. De paranoïde psychose bestaat uit twee vormen: de achtervolgingswaan en grootheidswaan. In het geval van Morris waren er duidelijke bewijzen dat de twee vormen bij hem tegelijk aanwezig waren, namelijk enerzijds het idee dat iedereen hem vijandig gezind was en anderzijds de neiging om de omgeving door misprijzen en grotendeels gefantaseerde eigenschappen als rijkdom, status, prestige, macht, diploma’s, invloed, relaties, talenkennis enz. een overtrokken beeld van zichzelf te geven.
Het is precies de permanente wisselwerking tussen hysteroïde en dwangmatige componenten, die aanleiding geeft tot deze stresstoestand, een soort razernij (een woede), die permanent smeult, om dan af en toe het kookpunt te bereiken,vervolgens losbarst, en zich voornamelijk richt tegen personen, die hij in zijn macht heeft. Op seksueel gebied wordt door dergelijke mensen een enorm belang gehecht aan de zogenaamde mannelijkheid, wat ook hoort tot het gebied van boevengenoemde gefantaseerde eigenschappen. Enerzijds wil hij naar buiten treden via deze mannelijkheid, maar anderzijds is het iets dat hij angstvallig voor anderen verborgen wil houden, omdat hij er zich bewust van is dat het zijn meeste kwetsbare punt is.
Wanneer hij in dit gebied wordt geraakt, vindt er een ‘emotionele explosie’ plaats, die gepaard kan gaan met psychische en fysieke gewelddadigheid.Een dergelijk karakter komt trouwens meestal voor bij paranoïde personen, die permanent denken dat men het op hen gemunt heeft. Ze denken dat het feit dat zij recht hebben op bepaalde privileges een bepaalde jaloezie opwekt bij buitenstaanders.
Morris controleerde deze razernij echter scrupuleus door wat ze zouden noemen ‘permanente activiteit plus het negeren van die razernij door met alle middelen te trachten een zo goed mogelijke indruk e maken op zijn omgeving’, door bijvoorbeeld geen enkel teken van zwakheid te tonen. De paranoïde persoonlijkheid redeneert als volgt: Zij hebben er alle voordeel bij dat ik me zwak toon , terwijl ik er geen enkel voordeel bij heb, want ik ben in essentie een vechter in en tegen een vijandelijke wereld. Een ridder tegen het kwaad, de kruisvaarder van nu…
Hij onderdrukt en controleert dus deze stresstoestand, maar de razernij zal hierdoor eerder toe- dan afnemen. Deze controle heeft tot gevolg dat hij voor de buitenwereld een competente, goed aangepaste, schappelijke persoon lijkt die geen moment aan zichzelf twijfelt en elke situatie aankan.
Hoe is dit gedrag te verklaren ? Dit komt hoofdzakelijk door zijn gebrek aan inzicht in de eigen persoonlijkheid. De sleutel tot zijn psychologisch profiel is het feit dat hij zijn conflicten aankan door te doen alsof ze niet bestaan, en erin slaagt zijn gevoelens te onderdrukken . Hij leeft eigenlijk permanent in het heden, probeert uit elke situatie het maximum te halen en vergeet ogenblikkelijk wat hij heeft meegemaakt als hij wat later in een andere (stressvolle)situatie terechtkomt. Het gevolg is dat men nooit ofte nimmer te weten zal komen wat zulke personen voelen of denken. Tegelijk heeft hij een complete minachting tegenover iedereen in zijn (directe) omgeving. Dit blijkt niet als hij bij anderen is, want dan toont hij zich warmhartig en open. Hij heeft de gewoonte vernietigende opmerkingen te maken meteen nadat hij van de persoon met wie hij samen was, afscheid genomen heeft. Nooit in diens gezicht,want daar is hij eigenlijk te laf voor.
De observatie van een proefpersoon die ook lijdt aan een dergelijke gestoorde karakterstructuur, wordt zeer sterk bemoeilijkt door diens overtuigend masker van normaliteit. Alle uitwendige kentekenen van dit masker zijn intact. Ze kunnen niet verplaatst of doorgrond worden. Een diepgaand onderzoek openbaart niet alleen een tweedimensionaal masker, maar iets dat lijkt op een solide structureel beeld van de normale, rationele persoonlijkheid. De observator neemt verbale en gezichtuitdrukkingen waar, stembuigingen en alle andere tekenen die we in het algemeen beschouwen als normale emoties en reacties. Slechts heel langzaam, als bij toeval, via sporadisch indrukken, komen we tot de vaststelling dat we ondanks deze intacte rationele processen, niet te maken hebben met een complete mens, maar met iets dat doet denken aan een subtiel geconstrueerde reflexmachine, die de menselijke persoonlijkheid perfect kan imiteren.
Deze imitatie is dermate perfect dat niemand die hem observeert, op een wetenschappelijke, objectieve basis kan bepalen dat ze niet echt is. Maar uiteindelijk komen we tot de zekerheid dat de realiteit, in de betekenis van volle, gezonde levenservaring en menselijke warmte, hier compleet ontbreekt. Bovendien wijzen bovengenoemde tekenen op een narcistische persoonlijkheid, een benaming die vooral de laatste twintig jaren ‘in’ is.
Ook Morris is een klassiek voorbeeld van de pathologische narcist. Samengevat wordt deze minimale zelfkennis, berekende charme, nerveuze humor, sarcasme en misleidende zelfspot, een afhankelijkheid van de warmte die anderen uitstralen, gecombineerd met de angst té afhankelijk worden, een gevoel van innerlijke leegte en een enorme, bedwongen razernij. Het is merkwaardig dat de persoonlijkheid van de pathologische narcist hoofdzakelijk bestaat uit een verdedigingsmechanisme tegen deze razernij. Hij is niet in staat zijn eigen agressie te omschrijven, zich schuldig te voelen of te treuren om verloren geliefde personen, precies vanwege de gigantische intensiteit van deze razernij. Hij is seksueel ontrouw, vermijdt échte, duurzame liefdesrelaties, precies omdat die na korte tijd bovengenoemde razernij opwekken. Deze emotionele onmacht compenseert hij met fantasieën over rijkdom , schoonheid, beroemdheid en macht. Merkwaardig is het feit dat narcisten het meestal op sociaal gebied erg goed doen. Velen bezitten de capaciteit om actief, zonder onderbreking, succesrijk te functioneren, wat hen toelaat hun ambities te verwezenlijken en de bewondering van andere mensen op te wekken. Er blijft echter een grote tegenstelling bestaan tussen de overdreven waanideeën over zichzelf en de afhankelijkheid van het oordeel der anderen. Daarom houden narcisten ervan zich met bewonderaars te omringen, in wie ze geïnteresseerd zijn zolang de uitingen van bewondering blijven duren. Bewondering en grootheidswaan zijn praktisch hun enige bron van voldoening. Ze eigenen zich het recht toe anderen te domineren, te manipuleren, te controleren, te kleineren en te exploiteren zonder de minste vorm van schuldgevoel. Achter een masker van charme gaan alleen kilheid, hardheid en meedogenloosheid schuil. Ze missen elke emotionele diepte en begrijpen niets van de complexe emoties van anderen, die ze overigens (onterecht) oneerlijk, dom en onbetrouwbaar vinden. Hun grootste angst is afhankelijk te worden van anderen, omdat ze denken dat zij dan misbruikt en bedrogen zullen worden. Ze zijn vreselijk jaloers op anderen, en bezitten wat zij menen niet te bezitten of die gewoon van het even genieten of zich goed voelen. De pathologische narcist doet denken aan een razend, hongerig roofdier dat er alleen op uit is te doden om te overleven, vol machteloze haat en angst voor een wereld die zo liefdeloos en haatdragend lijkt als narcist zelf. Indien een door hen erg gevreesde relatie zou ontstaan (zoals bij voorbeeld een huwelijk) zou het complexe verdedigingsmechanisme dat door hen werd opgebouwd, onder erge spanning komen, precies omdat hij de vrouw in al haar vormen(kind, verloofde, minnares, echtgenote of moeder) beschouwt als een monster dat mannen, net zoals in de dierenwereld verslindt. Misschien haat de narcist zijn moeder nog wel het meest van al, omdat hij in haar de projectie ziet van zijn eigen mislukking als mens…

Psychologisch portret van een seriemoordenaar

Men kan spreken van seriemoordenaar als hij betrokken is bij 3 of meer afzonderlijke moorden, met een afkoelingsperiode, die steeds korter wordt, tussen elke moord. Hij snakt steeds meer naar het moorden.
‘s werelds beruchtste moordenaar ‘Jack The Ripper’ kan model staan als prototype van de seriemoordenaar.

Daar bij alle lijken een gelijkenis te vinden is kan men dus spreken over een modus operandi.
Dit is het ritueel dat de seriemoordenaar telkens toepast/nalaat op zijn slachtoffer.
Het rituele aspect van de misdaad, dat is ontsproten aan de fantasie van de moordenaar en innerlijk eindeloos gerepeteerd voor deze zijn slachtoffer maakt.
Het is zijn signatuur, zijn merkteken. Het is vooral deze signatuur waardoor met behulp van gedragsanalyse een verband blijkt tussen een reeks misdaden.
Men zegt soms ook wel eens dat het zijn visitekaartje is en dat de politie daardoor ook weet dat het om een specifieke seriemoordenaar gaat.
Seksueel-sadistische kenmerken zijn typerend voor een bepaald seriemoordenaar. De modus operandi kan met de tijd wel veranderen maar heeft steeds dezelfde basisrituelen.
Dit kan een gevolg zijn wanneer er iets fout liep bij een moord of om doelbewust de politie te misleiden.
Uit een onderzoek blijkt ook dat bijna alle seriemoordenaars seksuele motieven hebben voor hun daden en dat ze dikwijls op voorhand hebben beslist welk soort van slachtoffer ze gaan uitkiezen.
Bij voorbeeld eerst zal hij gaan zoeken in warenhuizen, winkelcentra, in de buurt van
scholen, … om zo de personen te vinden die aan zijn idee beantwoorden. Het is een feit dat de keuze van het slachtoffer afhankelijk is van de psyche van de moordenaar.
Dan gaat hij ,alvorens toe te slaan zorgvuldig het gebied verkennen zodat hij indien er iets fout loopt onmiddellijk kan ontsnappen via vluchtwegen. Deze voorzorgsmaatregelen zullen van uiterst belang zijn wanneer de moordenaar van plan is het lijk te vervoeren en vervolgens te dumpen. Het terugkeren naar de plaats van de moord is één van de voornaamste kenmerken van een seriemoordenaar. De reden hiervan is verschillend.
Het kan zijn om te zien of de politie al vordering maakt in het onderzoek of een herbeleving van de fantasie die de aanzet tot de moord vormde of aanbrengen van verdere verminkingen en bedrijven van necrofilie (perverse liefde voor lijken of doden).
De modus operandi is van allergrootste belang, een onweerstaanbare behoefte, een dwanghandeling. De voornaamste elementen zijn dus de herhaalde sadistische aard van de misdaden, het identieke type slachtoffer meestal in hetzelfde gebied, de zeer zorgvuldige voorbereiding van de moorden. De seriemoordenaars hebben in belangrijke mate seksuele motieven voor hun daden en beramen welk type slachtoffer zij tot doelwit kiezen.
Een ander onderzoek heeft aangetoond dat sommigen veroordeelde seriemoordenaars reeds op een leeftijd van zeven of acht jaar, en soms zelf nog op jongere leeftijd, gewelddadige fantasieën met inbegrip van moord hadden.

Praktisch alle seriemoordenaars hebben een moeilijke jeugd gehad. In de meeste gevallen komen ze uit een ontwricht gezin , een gezin dat een bepaald trauma heeft doorstaan, stammen ze uit een gezin met een dominante gescheiden moeder en een afwezige vader of hebben ze geen opvoeding gehad, de mogelijkheden zijn legio.
De seriemoordenaar vertoont meestal herkenbare agressieve kenmerken gedurende zijn jeugd. Hiermee bedoelt men het afzetten tegen gezag, diefstal, liegen, moedwillige vernielingen, brandstichting, en wreedheid tegenover dieren en/of kinderen. Deze agressieve kenmerken gaan gepaard met langdurig dagdromen of fantaseren. Deze agressieve dagdromen ontwikkelen zich steeds verder en houden aan tot de persoon volwassen wordt, de leeftijd waarop gewelddadige voorstellingen gewoonlijk voor het eerst worden omgezet in daadwerkelijke geweldpleging.
Hun fantasie bestaat uit het domineren en onder bedwang houden, het slachtoffer pijn te bezorgen en te laten lijden.
Deze dagdromen en aparte fantasiewereld creëert een privé-schijnwereld waar de persoon zijn wraak kan nemen op de maatschappij voor alles wat men hem/haar ooit heeft aangedaan, of wat hij/zij denkt dat de maatschappij hem/haar ooit heeft aangedaan.
Een vijandige houding tegenover de maatschappij is een van de hoofdkenmerken van de seriemoordenaar. De meeste seriemoordenaars hunkeren ook naar publiciteit en aandacht.
Verscheidene seriemoordenaars willen belangrijk zijn. Sommigen hopen op erkenning van de politie. Velen, geloven dat ze nooit gepakt zullen worden en zijn verbaasd als het dit toch gebeurd.
Men kan een kleine onderverdeling maken tussen lustmoordenaars maar die is bijna te verwaarlozen want in de meeste gevallen worden kenmerken van deze twee soorten bij één bepaalde seriemoordenaar gevonden.
De lustmoordenaar wordt gezien als zeer egoïstisch, hij heeft een haat tegenover de mensen in het algemeen. Hij is zich van zijn daden en de gevolgen ervan zeer bewust maar ongewetenloos. De lustmoordenaar wordt ook getypeerd als lastpak en manipulator. Hij wil zich vooral wreken op de huidige maatschappij en is zeer goed voorbereid.
Of de lustmoordenaar is een eenzaat en voelt zich verstoten door leeftijdsgenoten, zijn jeugdliefde, (noem maar op) en voelt zich zeer eenzaam. Deze is meer te typeren als “voyeur” of pervers persoon. Het is meer een seriemoordenaar door herinneringen , deze is veel minder voorbereid.

Conclusie: Was Geeraerts goed geïnformeerd?

Ik heb de onofficiële site van Jef Geeraerts bezocht en daar stond duidelijk in vermeldt dat Jef Geeraerts zich echt bezighield met het onderwerp voor hij er een boek over schreef. De hoofdpersonage zelf en de moorden zijn wel verzonnen maar het profiel van een seriemoordenaar en hun denkwijze is niet in vraag te stellen. Ik heb me ook goed gedocumenteerd en heb vastgesteld dat de informatie verwerkt in Double-face zeer goed overeenkwam met de realiteit.
Duncan Morris was inderdaad een speciaal geval. Zoals in het boek vermeldt was Duncan Morris een dierenbeul en een eigenaardig kind. Zoals ik in mijn bronnen heb gevonden heeft Duncan Morris geen vader maar wel een dominante en strenge moeder. Maar het feit dat Duncan Morris als een barmhartige man en iemand normaal in de omgang kan getypeerd worden vind ik niet correct. Ik denk dan bijvoorbeeld aan De huisbaas ,Meneer Van Hecke : ‘Mister Morris, jô, wa zaade we van den peize,c’est un drôle de zèbre, vous savez, monsieur le commisaire, mor als propriétaire gèft ‘m mij waanig inconvéniente. Hij betoelt oep taaid , koemt toujours midden in de nacht thoeis, loept geklied gelak nen paracommando, zegt tege niemand b’halve maai giene goeiendag’
Geeraerts’ manier om de man te beschrijven tijdens het verhoor klopt helemaal met de kenmerken van een seriemoordenaar. Hij bleef bijvoorbeeld zeer koel en gaf de indruk ondanks alles toch onschuldig te zijn.
Zoals bevestigd is de lustmoordenaar bewust van zijn daden maar lijdt hij niet onder schuldgevoel of persoonlijk leed van het geweten.
De feiten die Geeraerts over Morris Duncan schreef zijn gebaseerd op een zeer goede achtergrond en kennis.

Bronvermelding:

1) www.serialkillers.net
2) COLIN WILSON EN DONALD SEAMAN, De seriemoordenaars, Elmar B.V, Rijswijk MXMIII,1990-1992
3) ANNE MOIR/DAVID JESSEL, Geboren misdadigers,fascinerende speurtocht naar de biologische oorsprong van gewelddadigheid en criminaliteit, Kosmos-Z&K Uitgevers, Antwepen, 1995
4) ROEDIGER, CAPLDI, PARIS, POLIVY, HERMAN, BRYSBAERT,Psychologie, een inleiding, Universiteit Gent, 1998
5) JEF GEERAERTS, Double-face, Manteau Antwerpen/Amsterdam 1990, 1992 achtste druk

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Double-face door Jef Geeraerts"