ADVERTENTIE
Ga je binnenkort naar een open dag? Joes en Jorn laten in deze video zien hoe je je daar op voorbereidt. Welke vragen kun je stellen en waar moet je op letten tijdens zo'n dag? Meer info over hoe je het beste een open dag kan bezoeken?

Check Studiekeuze123
Titel
Diamant

Jaar van uitgave
1982

Verteltijd
345 bladzijden met 2 bladzijden bijvoegsel

Bibliografie
Ik ben maar een neger (1962)
Schroot (1963)
Zonder clan (1965)
Het verhaal van Matsombo (1966)
De troglodieten (1966)
De zeven doeken der schepping (1967)
Gangreen 1 - Black Venus (1968)

Indian summer (1969) Ik ben maar een neger gevolgd door het verhaal van Matsombo (1970)
Tien brieven rondom liefde en dood (1971)
Gangreen 2 - De goede moordenaar (1972)
Verhalen (1973)
Reizen met Jef Geeraerts (1974)
Gangreen 3 - Het teken van de hond (1975)
De heilige kruisvaart (1976)
Dood in Bourgondië (1976)
Gangreen 4 - Het zevende zegel (1977)
Jagen (1981)
Drugs (1983)
Kodiam .58 (1983)
De trap (1984)
De zaak Alzheimer (1985)
Het Sigmaplan(1986)
Sanpaku (1989)
Double-Face(1990)
Op avontuur met Jef Geeraerts (1992)
Het Rashomon-complex (1992)
Goud (1995)
Achttien verhalen
De coltmoorden
De Cu Chi case
Diamant
Dood in Bourgondie
Gesprekken
Marcellus
De nachtvogels
Romeinse suite
Tien brieven rondom liefde en dood
Z17
Zand
Zonder clan
Het huis genaamd 'Les Hetres' : misdaadverhalen
Indian summer

Biografie
Jozef Adriaan Geeraerts is op 23 februari 1930 te Antwerpen geboren, als enig kind van Frans Geeraerts.Als kind van welgestelde ouders krijgt Jef een burgerlijke opvoeding. Reeds in 1938 wordt hij van de Gemeentelijke Jongensschool overgeplaatst naar het Franstalige Onze Lieve Vrouwencollege, omdat de eerste school niet fatsoenlijk genoeg is. Het bekrompen bourgeoismilieu van het overgrote deel van zijn familie, en de schijnheilige en uiterst strenge sfeer van het college maken van hem een in zichzelf gekeerd, eigenzinnig jongetje dat al heel vroeg zelfstandig handelt en dat zijn ontspanning slechts vindt bij grootvader Janus, een man die door zijn lak aan burgerlijk fatsoen steeds de warmste genegenheid van Jef heeft gekregen, en in de bossen van Brecht, waar zijn ouders in 1941 een buitengoed gekocht hebben. De liefde voor de natuur en het individuele verzet tegen het burgerlijke maatschappelijke bestel zijn polaire kenmerken die later dan ook een stempel zullen drukken op zijn literaire werk. De oorlogsjaren zijn voor de jonge Geeraerts een rustige periode. In 1948 beëindigt hij - zij het na een aantal tuchtmaatregelen - zijn middelbare studie (Grieks-Latijnse humaniora bij de Jezuïeten). Hij schrijft zich in aan de Koloniale School en wordt in 1952 licentiaat in de Politieke en Administratieve Wetenschappen. Tijdens die jaren (in feite vanaf 1946) ontdekt hij de lichamelijke liefde en leidt hij een "tamelijk" losbandig en vrij leven, wat hem de opmerking van zijn directeur oplevert dat hij maar best huwt vooraleer een succesvolle loopbaan in Belgisch-Kongo te beginnen Dat doet hij dan ook, na eerst van '52 tot '54 zijn legerdienst als reserveofficier in Duitsland volbracht te hebben. In Kongo is Jef Geeraerts vijf jaar lang Assistent Gewestbeheerder. Hij moet het district Bumba zowel juridisch als administratief besturen, zorgen dat er wegen gebouwd worden enz. In deze functie komt hij vaak in contact met de plaatselijke bevolkingen, en zo leert hij de psychologie van de zwarten kennen. Dit stelt hem in staat vriendschap met hen te sluiten en zijn bevelen vlug uitgevoerd te krijgen. Hij ontdekt er ook de pure, onaangetaste natuur en het intensieve, wilde oerleven. Deze ontdekkingen zullen later - bij zijn terugkomst in de Westerse cultuur- leiden tot zijn bekende bewustzijnscrisis die hem ertoe aangezet heeft te schrijven en die aan de basis ligt van zijn therapeutisch schrijverschap. Wanneer in 1959 twee vijandige stammen, de Baluba en de Lulua hun eeuwenoude vete oprakelen en elkaar beginnen uit te moorden, is het reserveluitenant Jef Geeraerts die aan het hoofd zal staan van een pacificatiepeloton dat een bufferzone tot stand moet brengen, een nomansland die de twee stammen uit elkaar houdt. Aangezien de Baluba en de Lulua elkaar toch nog kunnen vinden, komt het tot hevige gevechten. In 1960 valt het peloton in een hinderlaag, en Jef Geeraerts wordt zwaar gewond. Hij schrijft zijn eerste roman, Heet Water (die nooit uitgegeven werd) en kort daarop zijn eerste roman in de literaire wereld, Ik ben maar een neger (het eerste verhaal dat hij schreef, De Taaie, stamt evenwel uit 1958). Hij merkt echter dat hij de taal niet voldoende beheerst en daarom, maar vooral om de drukkende sfeer van zijn gezinsleven te ontvluchten, gaat hij in 1962 Germaanse filologie studeren aan de Vrije Universiteit te Brussel.

Samenvatting
Op 25 augustus wordt in een klein Zaïrees dorpje een grote, grove diamant gevonden. De diamant wordt naar Alexis O'Bart Smithson-dukka gebracht. Na wat onderhandelen wordt besloten dat Smithson-dukka de diamant naar Antwerpen moet brengen om de diamant te laten slijpen en zo in waar de te laten stijgen. Naast de grote diamant geeft men Smithson-Dukka ook nog enkele kleinere diamanten mee, vitaminen genoemd. Om de diamanten in Antwerpen te krijgen moet Smithson de diamanten het land uitsmokkelen. Dit vanwege het verbod om diamanten te verhandelen zonder toestemming van de Zaïrese overheid. Smithson besluit om de diamanten via Senegal naar Brazzaville en zo naar Antwerpen te smokkelen. Hiervoor heeft hij een vals paspoort voor nodig. Bij zijn vertrek van uit de luchthaven is er eerst geen plaats meer in het vliegtuig, Smithson koopt dan de loketbediende om en heeft dus een plaatsje. Bij het inchecken wordt het doel van zijn reis gevraagd en Smithson moet dan liegen, zegt dat het voor een familie bezoek is, om zo het land uit te komen. De luchthaven autoriteiten verdenken hem van diamantensmokkel maar kunnen niets bewijzen dus verwittigen ze Dexter-Davidson van de Zaïrese ambassade in België. D.D. wacht Smithson op in Zaventem. Smithson speelt het spel slim en geeft slechts enkele kleine sier diamanten aan zodat ze hem niet verder gaan controleren. Nu kan D.D. enkel Smithson achtervolgen en hopen dat Smithson meer diamanten bij zich heeft om deze in beslag te nemen. Dit doet hij en komt te weten dat Smithson in het Crest Hotel verblijft. Dan stuurt D.D. een hoertje dat hij goed kent om zo meer informatie te verkrijgen. Het hoertje, Babouche genaamd, komt te weten dat Smithson en grotere en een paar kleinere grove diamanten heeft laten slijpen bij een bekend diamantair, Dhr Morakevitch. Smithson neemt Babouche zelfs mee naar parijs. Hier komt Babouche te weten dat de diamanten geslepen zijn. Wanneer babouche en Smithson terug in het Crest Hotel zijn verwittigd Babouche D.D.. D.D. wil natuurlijk deze grote diamant bemachtigen vanwege de grote waarde die de diamant heeft. Hij besluit om Smithson te verrassen in zijn kamer. Dit doet D.D. maar het loopt verkeert af. Toen D.D. de kamer binnen viel, en het paspoort van Smithson vroeg greep deze een busje CS-gas en spoot dit op D.D. waarop deze 2x vuurde en toe het wapen liet vallen door het CS-gas. Smithson greep toen het wapen en schoot het magazijn van het geweer leeg op D.D.. Beiden waren zwaar gewond en Babouche besloot te vluchten.

Een interieurverzorgster vond de beide lichamen en de BOB werd verwittigd. Robert Parijns was de eerste BOB'er die ter plaatse kwam en liet dus het Parket en een gerechtsdokter. Hij was als enige op de kamer en onderzocht de lichamen. HJ vond de diamanten en besloot ze mee te nemen. Hij wiste alle sporen die naar diamanten zouden leiden uit en nam de diamanten mee.
Nu zat hij met de diamanten en wist niet wat er mee te doen en besloot de hulp in te roepen van een journalist van de Financieel Economische Tijd. De journalist gaf hem een adres van een diamantair die met zulke soort stenen kon werken. Parijns Ging naar deze diamantair die Gamal hete. Tegelijkertijd ontvangt men op de Zaïrese ambassade het bericht dat de zaak rond de moord wordt afgesloten maar dit aan vaarden ze niet en vanwege het dossier dat D.D. had aan gelegd. Dit dossier vermelde diamanten en hierover werd niets vermeld in het dossier van het Parket dus trok Nzibo uit op onderzoek. Gamal wilde Parijns helpen maar dan moest hij naar Hongkong gaan om daar de diamant af te leveren en dan werd er 100 miljoen op een Zwitserse bankrekening geplaatst. Parijns vertrekt naar Hongkong maar daar blijkt dat Gamal hem een valse diamant heft meegegeven dat de steen die hij heeft niets waard is. Het blijkt om opgezet spel te gaan. Parijns keert terug naar Antwerpen en dreigt het huis van Gamal binnen en bedriegt hem met zijn dienstwapen. Gamal zet zijn stil alarmsysteem in werking en er wordt een beveiligingfirma verwittigd. Deze komen ter plaatse en Parijns moet vluchten. Het alarmsysteem heeft alles gefilmd via verborgen camera. De man van de beveiligingsfirma neemt de videocassettes mee en gaat er parijns mee chanteren en vraagt 5 miljoen maar parijns heeft maar 3 miljoen die hij van Gamal als voor schot had gekregen. Dus besluit parijns om de valse diamanten te gaan verkopen in het dorpje waar de diamanten gevonden werden. De naam van dit dorpje komt hij te weten door een brief die hij op de plaats van de moord had weggenomen. Op hetzelfde moment gaat Nzibo Babouche ondervragen en Babouche bevestigt dat er diamanten aanwezig waren bij de moord. Babouche wil vluchten tijdens de ondervraging maar Nzibo vermoordt haar en verbergt het lijk in het Zoniënwoud. Dus bleef er nog maar 1 verdachte over namelijk Parijns.
Parijns is in Zaïre aangekomen en gaat met behulp van Leopold die hij op het vliegtuig had leren kennen en deze bracht hem naar het dorpje. In het dorpje wordt een hinderlaag op gezet door soldaten die verwittigd waren door Nzibo. Bij de hinderlaag wordt Parijns vermoord.

Personages
1. Smithson Dukka dit is een ronde personage en een hoofdpersonage.
2. Morakevitch dit is een vlakke personage het is een nevenpersonage.
3. Robert Parijns dit is een ronde en een hoofdpersonage.
4. Gamal een vlakke, neven personage.
5. Babouche is een ronde, neven personage.
6. Nzibo is een ronde neven personage.
7. Leopold is een vlakke, nevenpersonage

Ruimte
Het verhaal speelt zich vooral in Antwerpen en Brussel af. Maar ook in Hongkong en in Zaïre. Het speelt zich vooral af in het milieu van de diamantairs.

Tijd
Het verhaal speelt zich af vanaf 25 augustuswanner de grove diamant in Zaïre werd gevonden tot 3 november wanneer Parijns in het Zaïrees dorpje vermoord is

Titelverklaring
Het hele boek handelt over 1 heel dure en grote diamant.

Vertelperspectief
Het verhaal is geschreven in een auctoriale hij-vertelinstantie, hoewel de auteur de personages zelf laat spreken onder andere tijdens conversaties,… .

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

waarom zou hij van Zaire helemaal naar Senegal gaan om dan terug naar Brazzaville dichtbij Zaire te gaan? Niet logisch

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Parain word vermeld als parijn maar die naam gebruikt hij alleen tijdens zijn reis naar hong kong

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast