Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

De vriendschap door Connie Palmen

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 6988 woorden
  • 4 december 2012
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 7 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1995
Pagina's
310
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Prijzen
Trouw Publieksprijs (1996 Winnaar)

Boekcover De vriendschap
Shadow

Naast het verhaal van het hechte verbond tussen de iele, taalbehendige Catherina Buts en de zware, woordblinde Barbara Callenbach, is De vriendschap een roman over de betekenis van andere verbintenissen, waaronder de oudste en meest mysterieuze die wij kennen: die tussen lichaam en geest. De vriendschap gaat over het verlangen om je te hechten, over de angst voor bind…

Naast het verhaal van het hechte verbond tussen de iele, taalbehendige Catherina Buts en de zware, woordblinde Barbara Callenbach, is De vriendschap een roman over de betekenis van…

Naast het verhaal van het hechte verbond tussen de iele, taalbehendige Catherina Buts en de zware, woordblinde Barbara Callenbach, is De vriendschap een roman over de betekenis van andere verbintenissen, waaronder de oudste en meest mysterieuze die wij kennen: die tussen lichaam en geest. De vriendschap gaat over het verlangen om je te hechten, over de angst voor bindingen, over verslavingen en obsessies, over de familie, het lot en de keuze, over schuld, schaamte, angst en over de noodzaak van verandering.

De vriendschap door Connie Palmen
Shadow
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

De Vriendschap



Inhoudsopgave.


Bronnen



  • Bron A

  • Bron B

  • Bron C


Uitgebreide samenvatting


Korte samenvatting


Verhaalanalyse



  • Vertelsituatie

  • Plaats en ruimte

  • Tijd

  • Personages

  • Thema

  • Motieven

  • Symbolen

  • Titel, begin, einde


Mening



Bronnen



BRON A: De trouw


Dat Connie Palmen aan het onderzoek als verhaal veel belang hecht, bleek uit haar eerste roman. Daarin schreef zij haar hoofdpersoon door een zevental stadia heen, die uit evenveel zelfverkozen leermeesters bestonden. Het was een zoektocht, een queeste naar de wetten van het bestaan, een weetgierigheid die met zoveel verve bleek te zijn opgeschreven en in dialogen gestalte had gekregen, dat zowel de critici als de lezers ondubbelzinnig waren in hun lof. Ik verwacht dat ook 'De vriendschap' dit plezierige lot beschoren zal zijn, want hoewel het in veel opzichten een heel ander boek is dan het vorige, het heeft er structureel en 'mentaal' wel het een en ander mee gemeen.


Het begint op het schoolplein, dat wordt afgebakend met een lage, stenen muur, waartegen de 'slome' meisjes tijdens de pauze staan geleund. Op een morgen staat 'zij' daar plotseling “op een manier, zoals ik nog nooit iemand had zien staan, met een souvereine nonchalance: uitdagend, trots en onverschillig”. De ik die dit vertelt is dan tien jaar en zal in het vervolg Catherina Buts, ofwel Kit, blijken te heten. Het meisje door wie zij meteen bij eerste aanschouwen gefascineerd raakt, is een paar jaar ouder en heet Barbara Callenbach, ofwel Ara.


Het duurt nog geruime tijd voor zij vriendinnen worden. Eerst langzaam dringt Kit door in het leven, de huiselijke omstandigheden en de aard van Ara. Ze wil vreselijk graag, maar wordt op afstand gehouden en zelfs krijgt ze een keer te horen: “Ik vertrouw je niet.” Door dat te zeggen roept Ara bij haar vriendin vanzelfsprekend een hevige neiging op om wel vertrouwd te willen worden en men kan het verloop van de geschiedenis van deze vriendschap, over een dertigtal jaren, in dit perspectief zien. Op het eind van de roman schrijft Kit dit met zoveel woorden.


Ara is het tegendeel van Kit, zoals hun initialen al aangeven: B. C. tegenover C. B. Aangezien Ara ouder, groot en dikkig is en Kit een 'ukkig lichaam' heeft, ontstaat er een bijna moederlijke omgang op het schoolplein, waar Kit altijd tegen het rustgevende postuur van Ara aan hangt. ze hebben, met echt bloed, een 'bloedbroederschapsband' met elkaar gesloten, de twee geprikte wijsvingers eerst tegen elkaar gehouden en daarna om elkaar gestrengeld, een gebaar dat voortaan hun intieme wijze van begroeten zal zijn.


De beschrijving van hun omgang en van de wereld eromheen, thuis, op school, de Eerste Heilige Communie en dergelijke, vindt plaats op een expres wat naïef vormgegeven manier, die dicht blijft bij hoe een meisje van die leeftijd denkt (althans dat is het effect).


Ara is slecht in taal, ze spelt niet goed en is afatisch, reden waarom ze ook maar moeilijk meekomt. Kit daarentegen is al vroeg helemaal iemand van het woord. Ze beweert van zichzelf:


“Zelf ben ik niet goed in iets speciaals. Ik kan eigenlijk alleen maar leuke en gemakkelijke dingen goed, zoals tekenen en toneelspelen, en taal natuurlijk. De juffrouw vindt mijn opstellen altijd mooi en ik vind dat zoiets nu goed klopt, met mij, omdat ik het maken van opstellen ook het liefste doe van alles wat je op school kunt doen en waarvoor je toch punten krijgt, want die krijg je voor toneelspelen niet en het punt voor tekenen is alleen maar voor spek en bonen. Maar met schrijven kun je niet zoveel eer behalen, want het is meer iets voor jezelf en eigenlijk heeft niemand anders daar wat aan.”


De roman beslaat drie delen. Het eerste deel, 'Dingen en woorden', handelt over de lagere-schooltijd en het begin van de middelbare. Deel twee, 'Eten en drinken', wordt vanuit het standpunt van de negentienjarige Kit verteld, die zichzelf karakteriseert als iemand die nadenkt over “liefde, God, geluk, Ara en dood”. Wat Ara betreft: “Ara en ik konden ons niet voorstellen dat we ooit niet bij elkaar zouden zijn.


Ik zei tegen haar dat niemand mijn lichaam zo rustig kon maken als zij en zij zei dat ze altijd in mijn woorden wilde wonen.” Deze vriendschap is overigens niet van de liefde die vriendschap heet; de omgang tussen beiden, ook in de latere jaren, is platonisch maar daarom nog niet minder innig.


Het derde deel heet 'Werk en liefde' en beschrijft de vriendschap tot ongeveer het veertigste jaar. Ara heeft een verslaving, en dat is eten, Kit heeft er ook een, en dat is drinken. Op die beide verslavingen gaat de laatste in de slotfase uitvoerig in. Intussen gebeurt er natuurlijk veel in zo lange tijd: Kit is gaan studeren, eerst pedagogische academie, daarna psychologie en filosofie. Ze heeft zelfs van haar twintigste tot haar dertigste een weliswaar getrouwde minnaar. Maar niets of niemand in haar leven, zo blijkt uit alles, kan tippen aan wat het bestaan van Ara voor haar betekent. Het is alsof Ara bij alles wat ze doet en zegt, bij alle keuzes en gevoelens, de doorslaggevende factor is. Wie de geschiedenis van 'De vriendschap' dan ook op een wat ander niveau dan het verhalende wil bekijken, zal al gauw de tegenstelling tussen Ara en Kit in abstractere zin opvatten.


Tijdens haar academische studie was Kit naar eigen zeggen “in de ban van een kluwen onderwerpen, die allemaal cirkelden rondom het meest afgelikte vraagstuk aller tijden: de verbintenis tussen lichaam en geest.” Als ze het daar over had, zei Ara wel eens: “Eigenlijk bestudeer je ons tweeën.” Op het eind geeft Kit dit expliciet toe wanneer ze in een lange en filosofische brief aan Ara schrijft: “De vriendschap tussen lichaam en geest gaat mij aan het hart. Ik zou willen dat jij en ik altijd bij elkaar blijven, zolang wij leven.”


Dat is waarschijnlijk de kern van 'De vriendschap'. Het gaat niet om of het lichaam of de geest, maar de verbinding van beide, want verbintenissen geven pas het leven zin, staat ergens. Net als woorden apart geen bestaan hebben, maar pas iets gaan zeggen in zinsverband.


In het laatste hoofdstuk ontdekt Kit dat ze altijd afhankelijk is geweest van Ara en bijna slaafs haar hele leven de macht die haar vriendin over haar uitoefende heeft opgevat als liefde. “Waarom heb je niet van mij gehouden zonder me te wantrouwen?” vraagt zij en Ara antwoordt: “Omdat je dan niet van mij gehouden zou hebben, beest.” En ergens anders: “De familie, het lichaam, de dood en het lot horen bij elkaar en hun spiegelbeeld wordt gevormd door de vriendschap, de geest, het leven en de keuze. Zij lijken elkaar uit te sluiten, maar om te begrijpen wat ik wil begrijpen, moet je ze bij elkaar brengen, net als dat binnen en buiten, van die filosofen.”


Zo is 'De vriendschap' dan toch nog enigszins allegorisch geworden, net als 'De wetten'. De allegorische lezing, op het eind aanbevolen door Kit zelf, dringt ook door in de manier waarop over het schrijven zelf wordt gesproken. Kit is al van jongsaf een schrijfster in de dop en denken, dus ook schrijven, laat zien hoe je van gedachten kunt veranderen. Het is een proces, een tocht, een onderzoek. “Schrijven is een ander lichaam geven aan je geest.


Het lichaam waarmee ik het moet doen, dat van vlees en bloed, dat stel ik blijkbaar niet graag bloot aan het oog van anderen en daarom maak ik mij een lichaam van woorden, van papier.


Dat stuur ik naar buiten, de wereld in, en dat lichaam mogen de anderen beoordelen. Daar heb ik geen last van en geen moeite mee. Ik hou ervan om me te laten beproeven, maar niet waar ik bij ben.”


Uit het bovenstaande is te weinig gebleken hoe sensibel en precies Connie Palmen allerlei ervaringen kan beschrijven en is te veel het accent gelegd op het 'onderzoek' en te weinig op het 'verhaal'. Dat laatste is overigens meeslepend en afwisselend genoeg en is geschreven in de van 'De wetten' al bekende bondige en denkende trant, geestig en dwingend. Er wordt wel gezegd dat het tweede boek van iemand die zo geprezen werd om haar eerste wel móet tegenvallen, maar dat gezegde wordt hier krachtig tegengesproken.




BRON B



Recensent                  Arnold Heumakers



Krant                          Volkskrant


Recensietitel              Een magere studente die om Hegel snikt



Connie Palmens debuut De wetten heb ik indertijd gelezen als een apologie van het eigen schrijverschap, waarin werd beschreven wat het schrijven van het boek had mogelijk gemaakt. Een mooie, heldere structuur van hegeliaanse allure, die mij zeer nieuwsgierig maakte naar wat erop zou kunnen volgen. De voorbereidende beweging was met succes gemaakt; het echte werk zou nu kunnen beginnen, al had het natuurlijk al in de roman zelf een - veelbelovende - aanvang genomen. Haar tweede roman De vriendschap, een al even categorische titel, laat echter zien dat het stadium van preparatie nog altijd niet voorbij is. 


Net als Marie Deniet, de hoofdpersoon van De wetten, eindigt Catherina (Kit) Buts, de hoofdpersoon en vertelster van de nieuwe roman, met het schrijven. En wel van een brief, gericht tot haar beste vriendin Barbara (Ara) Callenbach. ''Ik wil boeken naar buiten sturen in plaats van mijzelf'', schrijft ze en de brief mag gelden als een eerste verkenning van het nieuwe terrein, die tegelijk een nieuw ''genre'' wil zijn: een nu ook weer niet zo nieuwe combinatie van brief en essay, die in de plaats komt van het proefschrift dat zij eigenlijk behoort te schrijven. 


Afgestudeerd in psychologie en filosofie, heeft Kit de grootste moeite werk en ervaringen van elkaar te scheiden. ''De werkelijkheid en de onderwerpen waarover ik schrijf lopen steeds meer door elkaar'', merkt zij ergens op en dat is niets te veel gezegd. Gebrekkig blijft haar greep op de eigen emotionele warboel en dat heeft ook consequenties voor de roman, die zichtbaar de sporen draagt van een moeizame worsteling om inzicht. 


Afwezig is de mooie, heldere structuur, al wekt de inhoudsopgave een andere indruk. Daar zien we dat De vriendschap is opgebouwd uit drie overzichtelijke delen, elk voorzien van een titel die uit twee elementen bestaat: ''dingen en woorden'', ''eten en drinken'', ''werk en liefde''. In het - min of meer chronologisch vertelde - verhaal blijft van die overzichtelijkheid niet veel over en blijken het juist zulke tweedelingen te zijn die het inzicht in de weg staan. De werkelijkheid van het volle leven leert de hoofdpersoon immers dat de zo overzichtelijk gescheiden elementen altijd op een verwarrende manier met elkaar verstrengeld zijn. 


Lichaam en geest, lot en keuze, gevoel en verstand, binnen en buiten kunnen niet los van elkaar worden gezien. Wat het leven zin geeft en tegelijk lastig maakt zijn de ''verbintenissen'' tussen deze elementen. Een elementaire waarheid, ook voor wie niet over een doctoraal psychologie en filosofie mocht beschikken. Kit komt er niettemin pas achter, nadat zij erin is geslaagd haar bijna levenslange vriendschap met Ara Callenbach te ontrafelen. Daar is zelfs zoiets als een ''coup'' voor nodig, die niet de vriendschap kapot maakt, maar wel de in de loop der tijd gegroeide en vooral in Kits beperkte gezichtsveld bestaande verhoudingen omver werpt. 


Hoe die verhoudingen liggen blijkt al vanaf de eerste bladzijde. Wat Kit in Ara, een nieuw meisje op de dorpsschool, een jaar ouder en afkomstig uit een ''hoger'' milieu, aantrekt is haar ''soevereine nonchalance'', een ogenschijnlijk natuurlijke superioriteit, die voor de eigenzinnige, ietwat dweepzieke, van liefde voor haar ouders en broers overstromende Kit een onweerstaanbare uitdaging vertegenwoordigt. Tussen beide meisjes ontstaat een bijzondere, ongemakkelijke maar wel zeer hartstochtelijke vriendschap. Met haar lengte en omvang en met haar afasie (het eerste scheurtje in de vermeende superioriteit) symboliseert Ara het lichaam, dat de kleine, magere Kit met haar passie voor woorden en gedachten juist zo veel mogelijk probeert te ontkennen. 


De vriendinnen vullen elkaar aan, zij ''t op een bedrieglijke manier. In feite dekken zij elkaars tekorten toe, die zij via ''verslavingen'' (eten bij de een, drinken bij de ander) vergeefs op eigen kracht trachten te compenseren. Bovendien blijkt dat de vriendschap altijd heeft berust op een subtiel machtspel van aantrekken en afstoten, dat zowel herinnert aan het psychologische double bind-principe als aan Hegels befaamde theorie over de dialectiek tussen meester en knecht, die Kit later op college niet voor niets in snikken doet uitbarsten. 




In het slotdeel wordt dit allemaal nadat Kit de ogen zijn geopend via een stukgelopen liefdesverhouding met een man die Ara''s evenbeeld heet te zijn, omstandig uit de doeken gedaan. Te omstandig misschien en met een overmaat aan provisorische theorieën en theorietjes, die achteraf moeten duidelijk maken wat op de voorafgaande bladzijden in literair opzicht onvoldoende wordt verbeeld. Je zou wensen dat de schrijfster het inzicht dat Kit ten slotte deelachtig wordt, zelf al eerder in het verhaal als ordenend principe had laten gelden. Het geheel was er strakker en suggestiever van geworden en had ongetwijfeld minder expliciete uitleg achteraf nodig gehad. Zoals het verhaal nu is bevat het te veel ruw materiaal, te weinig literaire of esthetische vorm. Royaal puttend uit een - naar ik vermoed- autobiografisch reservoir, heeft Connie Palmen zich zoveel vrijheid gegund dat de roman te lang stuurloos alle kanten op lijkt te gaan. Daar staat tegenover dat men van haar hoofdpersoon en alter-ego, anders dan van de grotendeels achter Kits blinde affectie verborgen blijvende Ara, een even aandoenlijk als innemend portret krijgt gepresenteerd, dat in elk geval aannemelijk maakt waarom het haar zoveel moeite kost omtrent zichzelf, haar vriendschap en haar problemen met de liefde


het juiste inzicht te veroveren. 


Net als De wetten kan De vriendschap een Bildungsroman worden genoemd, en in beide gevallen is het schrijverschap de uitkomst. Met dit verschil alleen dat in het debuut de onontkoombaarheid daarvan al van meet af aan wordt bewezen door de heldere vorm, de simpele maar conciese stijl en de zeer geslaagde portretten van Marie Deniets minnaars, terwijl in het nieuwe boek het schrijverschap, getuige de veel minder trefzekere verteltrant, nog volop bevochten lijkt te moeten worden. Een - onbedoelde - illustratie wellicht van de gemeenplaats dat het veel moeilijker is een tweede roman te schrijven dan een eerste.



BRON C


Schrijver                    Connie Palmen


Titel                            De vriendschap


Jaar van uitgave        1995


Bron                           Elsevier


Publicatiedatum       25-03-1995


Recensent                  Doeschka Meijsing


Recensietitel              Zang in drie delen : Bijzondere tweede roman van Connie Palmen


Taal                            Nederlands



Het moet maar meteen worden gezegd: Connie Palmen heeft met haar nieuwe roman De Vriendschap, haar debuut De Wetten overtroffen. Eigenlijk is het haar tweede roman, want de luchtige doctoraalscriptie over Socrates die tussendoor uitkwam moet toch iets zijn geweest wat de schrijfster niet had bedoeld. Meestal is een tweede roman, na het succes van een eersteling, een teleurstelling. Hier is het omgekeerde het geval. De vriendschap is zowel een prachtig verteld verhaal als een filosofische verhandeling, zonder dat die twee elkaar bijten. De vriendschap is opgedeeld in drie delen: 'Dingen en woorden' waarin de ik-vertelster tien jaar oud is; 'Eten en drinken' als zij in haar jaren twintig is en het sluitstuk 'Werk en liefde', als de vertelster de dertig heeft bereikt. Alle drie delen hebben een iets van elkaar verschillende toon, zonder dat er sprake is van een regelrechte breuk in de authenticiteit van de vertelster. Het boek groeit mee naar de volwassenwording, het 'inzicht' van de hoofdpersoon. Dat is al een zeer grote verdienste als men bedenkt hoeveel boeken het niet proberen in een toonaard vol te houden. De roman is het verhaal van een vriendschap die twintig jaar standhoudt. Het verhaal begint op het moment dat de kleine Kit, speels, licht, vriendelijk, tien jaar oud, een logge hooghartige nieuweling tijdens het speelkwartier tegen het muurtje van de school geleund ziet staan. Bij de eerste blik besluit ze: dit wordt mijn vriendin, ze is anders en dus beter. Het is geen vriendschap die hier speelt. Men kan beter spreken van een volkomen verliefdheid op een iets ouder en volkomen ander iemand. De nieuweling, Ara, is log, nors, onvriendelijk en in alles Kits tegendeel. Kit is iemand die zich te veel 'hecht' aan de dingen, zoals haar moeder haar voorhoudt. Het is Kit die de verbeelding van de dingen in 'Dingen en woorden' voor haar rekening neemt en Ara die dyslectisch is, staat voor de woorden die net allemaal even buiten de werkelijkheid vallen.




Het is met een wonderbaarlijk gemak dat Palmen dit hechte, vindingrijke kind Kit weet uit te beelden, het milieu weet te schetsen waaruit het voortkomt, de verliefde aanhankelijkheid aan haar familie, aan haar schooljuffrouw maar voor alles en boven alles aan haar nieuwe vriendin Ara. Zo gaan zulk soort onvoorwaardelijke vriendschappen - en dan wordt het moeilijk. In het tweede deel, 'Eten en drinken', als de twee vriendinnen naar twee verschillende vervolgopleidingen gaan, maakt de verbondenheid plaats voor het oog voor de verschillen tussen de twee meisjes. De toon van Holden Caulfield wordt hier verlaten, de verwondering, de fantasie en de bewondering beginnen terrein te verliezen aan het kritische oog. De verschillen tussen de twee worden het best uitgedrukt in termen van 'lichaam en geest': Ara is dik, zwaar, nors, een opstandig lichaam. Kit is hongerig, leergierig, geest in de zin van een luchtwezen. Zonder enige nadruk, weet Palmen het half grappige, half ontroerende verhaal te vertellen waar het werkelijk om gaat: de confrontatie van een meisje met haar eigen lichaam in de puberteit en het lichaam van een ander geliefd persoon in die puberteit. Na een verraad van Ara vertrekt Kit uit haar geboortestreek om in 'het westen' psychologie, waarvan ze de lankmoedigheid erkent, en filosofie, die haar dorst naar 'kennis' moet lessen, te studeren. Ze leert er haar eigen lichaam op een andere manier kennen, in de verhouding met twee mannen. In dit derde deel 'Werk en liefde' is de toon die van de filosofie. Hier haalt Palmen alles van stal waarmee ze al aan de dag kwam in De wetten, maar oneindig veel beter gedoseerd, namelijk gericht op de ontwikkeling van de kleine Kit naar de dertigjarige Kit, in haar verhouding tot haar vriendschap met Ara. Dit deel is analytisch en verhalend tegelijkertijd, iets wat De vriendschap vanaf het begin tot een uitzonderlijk boek maakt. Het einde van het boek is een brief aan Ara, met wie de vriendschap onmogelijk is geworden. Het is een verbluffend staaltje van inzicht, van verzet tegen heersende modes, van weerbarstigheid en intelligentie. Een brief om vele keren te herlezen, voordat men precies doorheeft wat er nu werkelijk over het verband - bijvoorbeeld - tussen taal en lichaam wordt gezegd. De drie delen van De vriendschap verschillen zozeer in toon, dat men van een zang in drie delen zou kunnen spreken, de eenheid blijft. Het is een uitzonderlijk mooi boek omdat het de filosofie en het verhaal, het vertelde, de verbeelding in een grote greep weet te houden.





Uitgebreide samenvatting.



Deel 1:


Het verhaal begint wanneer Kit, een gevoelig, iel 10-jarig meisje, dat ervan houdt om de belangrijke dingen in haar leven (God, geluk, dood) te overpeinzen. Kit houdt van woorden en taal.



Ze houdt veel rekening met de gevoelens van anderen, vooral bij haar moeder. In het eerste deel komt haar liefde en zorgzaamheid voor haar moeder sterk naar voren, ze voelt zich schuldig omdat die bijna stierf bij Kits geboorte. Vooral in het eten dat haar moeder bereidt, toont Kit hoeveel ze om haar geeft. Zo vindt ze geluiden bij het eten heel beledigend voor haar moeder en zegt ze heel nadrukkelijk hoe lekker ze het eten wel vindt. Kit houdt heel veel van haar familie en ze zou het ondraaglijk vinden als ze van de één meer zou houden dan van de andere. 



In de klas is Kit een druktemaker. Ze heeft teveel energie en te weinig aandacht voor de lessen, ze begrijpt niet waarom je iets moet leren als je er het nut niet van inziet, ondanks dat kijkt ze heel erg op naar de juffrouw en is ze fier als die iets extra's zegt over haar. Kit is erg goed in taal. In dit deel leert Kit Ara kennen. Ze heeft dadelijk het gevoel dat Ara haar totaal begrijpt, ze voelt dat ze bij elkaar horen en dat Ara dat ook weet. Er wordt veel over Ara geroddeld in het dorp, maar Kit gelooft niet zomaar wat er gezegd wordt, ze wil het van Ara zelf te weten komen. Kit lijkt wel een beetje verliefd in het begin: ze maakt een tekening voor Ara en is heel blij omdat ze dezelfde initialen hebben, daarom gelooft ze dat ze voor elkaar voorbestemd zijn. Ze bewondert Ara enorm, vindt haar heel mooi en ze is er trots op dat Ara aanstootgevend is. Ze verbaast zich erover dat Ara zich niet laat deren door geboden en voorschriften als ze ergens komt, terwijl Kit daar blindelings gehoorzaamt. Ze denkt dat het moed en eerlijkheid is. Ze vindt Ara's omgaan met taal bijzonder en verrassend, ze wordt vertederd door haar taalfouten en ze houdt ervan als Ara vertelt. Ze voelt zich sterk verbonden met Ara. Ze vindt het dan ook wreed als Ara zegt dat ze haar niet vertrouwt. 



Deel 2:


Ook op de middelbare school verveelt Kit zich. Wel houdt ze van pedagogiek en psychologie en dat gaat ze dan ook studeren. Wanneer ze in haar studie bepaalde theorieën of begrippen tegenkomt, die voor haar een antwoord zijn op haar grote levensvragen, is ze enorm gelukkig en ontroerd. Psychologie beschouwt ze als een studie die haar vastklinkt aan haar eigen lot, filosofie beschouwt als de studie die haar boven haar persoonlijk lot kan uittillen, ze hoopt zich tot op zekere hoogte van haar lot te bevrijden.


Intussen groeit Kit op van 16-jarige puber tot volwassen vrouw met haar eerste maandstonden, ontmaagd worden, zoenen. Ze vraagt zich af hoe het moet, volwassenen worden en ze verlangt ernaar. Maar de dingen waarvan ze dacht dat ze een ommekeer zouden betekenen in het leven vallen tegen, daaruit blijkt ook dat ze niet van het lichamelijke houdt. Alleen bij Ara wordt haar lichaam rustig, wanneer die haar streelt en zegt dat ze Kit mooi vindt.


Nochtans krijgt ze het steeds moeilijker om hardop te spreken en wordt ze onzeker en zenuwachtig. Kit is enorm afhankelijk van Ara, maar ze vindt dat niet erg. Ze is wel fel ontgoocheld als ze merkt dat ook Ara afhankelijk is van anderen. Op haar eenentwintigste verjaardag krijgt ze voor het eerst ruzie met Ara en verwijt ze haar dat die haar voortdurend treitert en behandelt als een hond die je moet africhten. Later heeft ze spijt van die ruzie, maar ze beslist wel om in de stad te gaan studeren, ver weg van haar geboortedorp. Geleidelijk aan krijgt ze een afkeer van Ara wanneer die uitgaat, en iedereen probeert te versieren. Maar als ze met z'n tweeën zijn, blijft de intensiteit van hun vriendschap dezelfde als vroeger. 


Kit slaagt er echten maar niet in om langere tijd een relatie met een jongen te hebben, zo zegt ze: "Met liefde zit het pas goed, als het je lukt om je verlangen te vervullen zonder het te vernietigen." 


Liefde wordt nu ook een geliefkoosd onderwerp om over te peinzen. Hoe ouder ze wordt, hoe meer moeite ze heeft met haar lichamelijkheid. Ze vindt het niet prettig om met haar lichaam bezig te zijn. Ze houdt wel van speelse omhelzingen, maar als het op iets serieus kan uitdraaien, raakt ze in paniek.


Ze heeft een hekel aan haar regels en daardoor krijgt ze ze niet meer. Om die terug te krijgen, neemt ze eerst medicijnen van de dokter waardoor ze verdikt, daardoor voelt ze zich nog slechter in haar vel. Omdat ze verdikt is, gaat ze op dieet en wordt ze geobsedeerd door calorieën.



Ze ziet het voedsel als een vijand die macht over haar heeft. Wanneer ze beseft dat dat niet zo is, is het al te laat en kan ze geen hap meer binnenkrijgen zonder aan de overeenkomstige caloriehoeveelheid te denken.


Niet alleen het denken aan eten wordt een verslaving, ook rookt ze sinds haar twaalfde en later wordt ze ook steeds erger verslaafd aan alcohol. Drank maakt haar spraakzaam, vergevingsgezind, schaamteloos, overmoedig en onverschillig. Haar psychiater denkt dat Kit het vervelend vindt om als vrouw begeerd te worden, maar Ara denkt dat ze wil begeerd worden om haar geest en niet om haar lichaam. 


Kit vindt dat ze gefaald heeft in het leven: ze kon haar ouders niet gelukkig maken, ze kon Ara niet overtuigen van haar liefde en trouw. Hier zien we dus dat ze meer en meer op haar moeder begint te lijken, die ook steeds krampachtig haar best doet, om anderen gelukkig te maken, maar zelf niet gelukkig Is.



Deel 3:


Kit leeft in een kleine ruimte en ze komt amper buiten, ze heeft zich afgesloten van de wereld. Ze dorst nog steeds naar kennis, maar het leven hoeft voor haar niet avontuurlijk te zijn, ze heeft ook nog nooit een echte relatie gehad met iemand. Wel had ze 10 jaar lang een minnaar, maar wanneer ze uit elkaar gaan, heeft Kit niet eens liefdesverdriet. Ze vindt Ara niet meer mooi, sinds die tien kilo is afgevallen, maar hun vriendschap is nog steeds heel belangrijk voor haar. Kit krijgt dan een heftige relatie die ongeveer een jaar zal duren met Thomas. Hij is de eerste man van wie Kit echt houdt. Ze voelt zich zelfverzekerd bij Thomas, die veel op Ara lijkt, maar heeft steeds meer moeite om Ara en Thomas uit elkaar te houden. Door haar relatie met Thomas, woelt zich bij Kit een groot verdriet los, haar verlangen naar de liefde, maar ze durft er met Thomas niet over te spreken. Kit heeft het gevoel dat Ara haar door deze liefde zal loodsen en dat ze zonder haar aan kapot zal gaan. Ze houdt dan ook urenlange telefoongesprekken met Ara, maar ze wordt steeds onzekerder en drinkt veel. Ze drinkt om het verbond tussen drank, dood en liefde niet te moeten ontrafelen, omdat ze denkt dat ze dan voor altijd de liefde kwijt zal zijn. Wanneer ze ernstig verbrand wordt door te lang in de zon te liggen, beseft ze veel en ze besluit dan om het uit te maken met Thomas, waardoor Ara in paniek raakt. Kit wil op dat moment niets liever dan opgaan in Ara en versmelten met haar, het enige wat ze wil houden zijn haar gedachten. Wanneer Ara haar troost, heeft Kit het gevoel dat ze ineens alles van Ara en


haar begrijpt, maar deze kennis maakt haar niet gelukkig, maar woedend.


Op het einde van het boek, schrijft Kit een brief naar Ara om alles wat haar bezighoudt uit te leggen. Door te schrijven, creëert Kit een ander lichaam voor haar geest. Door woorden op papier te zetten, moet ze haar eigen lichaam niet blootgeven. Gedachten dienen voor Kit om te overleven en door te denken verandert ze. Ze wil dat Ara dit begrijpt, ook al is ze er niet gelukkig mee. In dit derde deel wordt Kit een stuk zelfstandiger en krijgt ze een andere visie op haar vriendschap met Ara. Als Ara Kit niet verlaat, zal Kit ook Ara niet verlaten, maar ze zal niet meer toelaten dat Ara zoveel macht over haar heeft.




Korte samenvatting.


Catherina ‘Kit’ Buts is een klein meisje wie op de basisschool in groep 7 een ander meisje, Barbara ‘Ara’ Callenbach leert kennen. Kit heeft een grote bewondering voor Ara en is extreem afhankelijk van haar. Kit is goed en taal en denkt erg veel na over dingen. Ze is jaloers op de vrouwelijk waar Ara al over beschikt, aangezien ze is blijven zitten vanwege haar dyslexie. Kit kan het met iedereen goed vinden en houdt van de aandacht, maar het betekent veel minder voor haar dan Ara’s aandacht, waar ze dan ook graag mee pronkt.


Als ze zestien wordt komt haar ‘droom’ in vervulling, namelijk het vrouw worden. Helaas was deze droom eerder een nachtmerrie, want ze stierf van de pijn van de maandstonden. Ze krijgt steeds meer door dat Ara haar aan een lijntje houdt, en krijgt een aantal jaar later enorme ruzie met haar.


Ara zou namelijk op haar verjaardag komen, voor het eerst in haar leven, maar tegen tienen belde ze af. Kit werd hier heel erg boos om en sprak dagen niet tegen haar. Uiteindelijk zette  Ara de stap tot contact, ook een eerste keer in het boek, en nodigde Kit uit voor een diner.


Toen Ara het diner serveerde werd Kit witheet van woede, en ze spuwde haar gal. Ze stond op van tafel en stormde weg, zonder ook maar een hap van haar lievelingseten te hebben gegeten.


Deze ruzie was weer bijgelegd bij haar eerste dronkenschap in een discotheek. Kit had nog nooit gedronken, en dit zou haar eerste aanraking zijn met wat ze later haar ‘liefste vijand’ zal noemen.


Ara komt Kit halflam ophalen uit de discotheek, en zo is de ruzie eigenlijk weer bijgelegd.


Een tijdje later besluit Kit dat ze weg wil uit haar geboortedorp, en dat ze naar de grote stad wil. Dat doet ze na een paar maanden van twijfelen al en trekt in een klein kamertje in ‘een stad in het Westen’ in, waar ze haar tijd van haar twintigste tot haar dertigste doorbrengt, filosofie en psychologie bestuderend.


Ze krijgt een relatie met Thomas, die eigenlijk hetzelfde is als Ara, maar dan in mannenvorm, maar na een paar maanden van bevlogen liefde was het over. Als het überhaupt als liefde was, en niet alleen het duwen en trekken wat Kit zo aanlokkelijk vindt.


Aan het eind van het verhaal schrijft Kit een lange, filosofisch gegronde brief aan Ara, waarin zij ingaat op hun leven, verslaving en hun vriendschap.



Verhaalanalyse.



Vertelsituatie


‘De vriendschap’ is geschreven in een enkelvoudige ik-vertelsituatie en een alwetende vertelsituatie. Kit verteld vanuit haarzelf, maar is ook een alwetende vertelster, omdat het verhaal achteraf zich afgespeeld heeft. Er is dus sprake van een enorm eenzijdig en vertekend beeld van de gebeurtenissen.


Plaats en Ruimte


Van een specifieke plaats in het hele boek is niet echt te spreken. Het eerste en tweede deel van het boek spelen zich af in Kit’s geboortedorp, terwijl het derde deel zich in Kit’s studiestad afspeelt,’in het Westen, ver hier vandaan’. Ze is vaak in het huis van Ara, maar daar is geen hele duidelijke beschrijving van. Het is groot en netjes, maar meer kom je eigenlijk niet te weten.


Ik denk dat de schrijver ervoor heeft gekozen de exacte locaties te verwaarlozen omdat het verder niet relevant was voor het boek.



Tijd


Wat meteen opvalt is dat de vertelde tijd in het boek veel groter is dan de verteltijd. Dit komt omdat een boek van pakweg vijf uur over zo’n gecompliceerd thema onmogelijk is om te schijven.


Het boek speelt zich ongeveer twintig jaar af, van 1965 tot 1985. Het is niet chronologisch verteld, maar de delen staan wel in een logische volgorde.


Ook is er veel gebruik gemaakt van flashbacks, om Kit makkelijker te kunnen begrijpen. Tevens zijn niet alle stukken die flashbacks lijken het, er wordt ook veel in de indirecte reden verteld.



Personages




Catherina ‘Kit’ Buts:


Kit is een klein meisje. In het begin van het verhaal is ze 10 jaar. Ze heeft blond haar en groene ogen. Kit is heel erg goed in taal. Ze denkt veel na over zaken als geluk, dood en God.



Ze voelt zich enorm verantwoordelijk voor de gevoelens van anderen. Als anderen ongelukkig zijn, denkt ze vaak dat het door haar komt en dat ze aardiger had moeten zijn.



Ze ziet haar beste vriendin Ara als haar grote voorbeeld en is erg afhankelijk van haar. 


Kit heeft een hekel aan de middelbare school. Ook kan Kit er niet tegen als mensen haar aanraken en heeft ze geen vriendjes. Met haar eerste vriendje gaat het snel uit. Doordat ze onzeker en niet weet wat ze met haar leven aanmoet, raakt ze verslaafd aan alcohol. 


In het derde deel krijgt Kit voor het eerst een serieuze relatie met een man die Thomas heet. Ze houdt van hem, maar toch niet op de manier waarop ze van Ara kan houden.



Kit krijgt nu ook door dat ze jarenlang precies heeft gedaan wat Ara van haar vroeg en dat ze eigenlijk helemaal geen eigen mening had.


Ze schrijft een brief waarin ze Ara duidelijk maakt dat ze zelfverzekerder is geworden. Kit is de echte hoofdpersoon. Vanuit haar ‘ik’ is het boek geschreven.



Barbara ‘Ara’ Callenbach:


Ara is in het begin 12 jaar oud. Ze is dik en groot, precies het tegenovergestelde van Kit. A



ra heeft lang, ravenzwart haar en lichtgrijze ogen. Ze is absoluut woordblind en praat niet veel met andere mensen.


 Na een tijdje worden Kit en zij onafscheidelijk. Ara houdt erg veel van dieren en de natuur, nog meer zelfs dan van mensen.


Ze is verslaafd aan eten, daarom is ze dus ook zo dik. Ze komt uit een architectengezin, ze zijn apart en rijk. Ara is af en toe best een nors en vervelend persoon.



Als Ara ongeveer 18 is, probeert ze alle jongens te versieren, iets wat Kit heel vervelend vindt. Ara krijgt na heel wat jaren een vaste vriend, Bing. Het is een stotterende, behulpzame, gevoelige, Chinese jongen en ze gaan samenwonen.


Ara heeft altijd de baas gespeeld over Kit en ze is niet altijd even aardig tegen haar geweest, maar ondanks alles zijn ze toch de beste


vriendinnen. 


Ara is de tweede hoofdpersoon.



Thomas Herstael:Thomas komt alleen in het derde deel voor en is de vriend van Kit. Kit vindt dat hij op Ara lijkt: hij is 115 kilo en 1.93 meter lang. Hij heeft grijzend haar. Hij is 53 jaar en de relatie met Kit loopt stuk als hij voor zijn werk naar Amerika moet. Hij heeft Kit veel zelfvertrouwen gegeven.




Thema


Het thema van het boek is ‘het doorgronden van de vriendschap’. Kit is het hele boek lang bezig met uit te puzzelen hoe de vriendschap tussen Ara en zijzelf in elkaar steekt. Dit wordt ook meerdere keren letterlijk gezegd.



Motieven



Tweestrijd


In het boek is veel sprake van tweestrijd tussen aspecten. Veel ervan staan lijnrecht tegenover elkaar, zoals ‘dingen en woorden’, ‘eten en drinken’ en  ‘liefde en werk’, de titels van de verschillende delen, maar ook dingen als ‘geest en lichaam’ en  ‘psychologie en filosofie’



Verslaving


Gedurende het boek zijn beide meisjes verslaafd geraakt. De een verslaafd aan eten, de ander aan drinken. Dit benadrukt het andere motief tweestrijd.


In Kits ogen is verslaving een poging vriendschap te zoeken in een mens zelf, en dat de verslaving de andere persoon nodig voor een vriendschap substitueert.




Symbolen



Barbara


Barbara staat in de Indiase taal voor ‘de stotterende’ en in de Oudgriekse cultuur voor ‘de vreemdeling’. Dit komt allebei erg goed overeen met Ara, want voor Kit is zij eigenlijk een vreemde. Ook al weet Kit dat zelf nog niet. Je weet heel weinig van Ara. Je weet niet hoe ze denkt, wat ze denkt en wat haar motivaties zijn om sommige keuzes te maken.



Titel, begin en einde.



De Vriendschap, de titel van het boek spreekt voor zich. Het hele boek gaat over ‘een liefde die vriendschap heet’ tussen twee meisjes.


Het boek begint als Kit tien jaar is, en Ara twaalf, en ze eigenlijk haar beeld van de wereld aan het ontwikkelen is.


Het boek eindigt in een lange, filosofische brief naar Ara, geschreven door Kit, over hun vriendschap. In die brief leer je dat Kit onwijs veel zelfvertrouwen heeft gekregen, net als veel inzicht in hun vriendschap. Ze probeert met de brief ook meteen een nieuw genre te starten, volgens mij het populair-wetenschappelijk genre. Ze wil dat simpele mensen de ‘taaie, doffe stukken geschreven voor taaie, doffe mensen’ ook voor simpele mensen als haar ouders leesbaar zijn.


Het einde is zeker een mooie afsluiting voor het boek.



Mening:



Inhoudelijke argumenten:


-De Vriendschap heeft leuke en minder leuke kanten, net als ieder ander boek. Een aspect aan ‘De Vriendschap’ dat bij mij niet zo aanslaat is Kits jeugd. Natuurlijk is dit deel wel essentieel in het boek, maar voor mij is het te stroperig geschreven. Er komen allerlei compleet irrelevante passages in voor, zoals Kit die vijf keer herhaalt hoe belangrijk het is om haar moeders eten aan te prijzen, en deze maken mij het lezen erg moeilijk.



-Wat ik erg leuk vind aan het boek is dat het over psychologie en filosofie gaat. Ik ben erg in deze onderwerpen geïnteresseerd. Dat was ook meteen een nadeel, want ik vond dat Kit de onderwerpen op een erg simplistische manier uitlegt. Dat is natuurlijk wel fijn als je niets van psychologie en filosofie afweet, maar in mijn geval was het hoogst storend.



Structurele argumenten:


- Er zitten veel herhaalde stukken in het boek waardoor ik al snel geneigd om het deel over te slaan, wat natuurlijk niet kan omdat er soms een kleine vooruitverwijzing in zit die vrij essentieel is. Een van deze zogenoemde ‘vooruitverwijzingen’, bij gebrek aan een beter woord, is dat je kan opmaken uit meerdere ‘irrelevante’ passages is dat Kit een enorm minderwaardigheidscomplex heeft, wat natuurlijk heel essentieel is voor de rest van het boek. Op deze manier is het boek vrij vervelend om te lezen, omdat het deze ‘insluipingen’ bevat.



-Het boek is geschreven in drie delen, die allemaal een ander deel van Kits leven omvatten. En ik zou op m’n blote knieën kunnen vallen om god te danken, als er een god is, dat Palmen ervoor heeft gekozen sprongen in de tijd te maken. Zonder deze sprongen zou het een vreselijk langdradig, afgelebberd boek worden, met ellenlange, nutteloze passages. Ik vind het dus een zwaar pluspunt dat hier niet voor gekozen is.



Persoonlijk argument


Het boek greep me heel erg op het persoonlijk vlak. De manier waarop Ara Kit behandelde deed me aan twee kanten van mezelf denken. Vroeger ben ik heel afhankelijk van mensen geweest, en heb later ontdekt dat ze helemaal niet waren wie ik dacht dat ze waren.


Ook heb ik mensen als Ara behandeld door ze aan een lijntje te houden. Ik zou ze op afstand houden en ze tegelijkertijd om mijn vingers winden. Nu ik er op terugkijk, en dit boek lees, is het echt vreselijk dat ik dat gedaan heb, en het was erg schokkend dat ik mezelf zo in het boek herkende. Ik kan niet zeggen of ik het een goede of slechte ervaring vond, maar ik ben wel blij dat ik dit boek heb gelezen en zo meer inzicht in mezelf heb verkregen.



Morele argumenten:


-De moraal van het verhaal is dat je je naasten moet liefhebben, en in het bijzonder degene die het dichtst bij je staat, maar dat je je niet mee moet laten slepen in een blind verlangen naar liefde.



-Ik denk dat dat de moraal van het verhaal is omdat het eigenlijk heel sterk terug komt in verschillende dingen. Zoals het feit dat Kit alleen aangeraakt kan worden door Ara, en dat ze het alleen kan tolereren van Ara als ze zo afstandelijk doet. Alleen terwijl ze haar zo bemint, ziet ze niet dat Ara haar aan een lijntje houdt en haar eigenlijk niet vertrouwd.


Waarom heb je niet van mij gehouden zonder me te wantrouwen?” vraag ik en Ara antwoordt: “Omdat je dan niet van mij gehouden zou hebben, beest.”



-Ik ben het zeer met deze moraal eens. Ten eerste omdat je dat moet als je zelf de moraal mag vormen, en ten tweede omdat ik naastenliefde een van de belangrijkste dingen in het leven is. Ik ben niet gelovig opgevoed, maar dat hoeft volgens mij niet om zulke normen en waarden bij te krijgen en te hanteren. Naastenliefde is het enige wat de mens draaiende houdt, en wat de wereld behoed voor ernstige verwaarlozing en grote leegten. Ieder mens heeft naastenliefde nodig, al beweren ze nog zo hard van niet.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De vriendschap door Connie Palmen"