De vloek van Polyfemos door Evert Hartman

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 2915 woorden
  • 15 april 2015
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 3 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1994
Pagina's
219
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Kinderjury 13-16jaar (1995 Winnaar)

Boekcover De vloek van Polyfemos
Shadow
De vloek van Polyfemos door Evert Hartman
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat die leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Odysseus komt met zijn mannen uit Troje en wil terug naar zijn vaderland Ithaka. In Troje is een oorlog geweest en dankzij een list van Odysseus hebben de Grieken gewonnen. De vloot van Odysseus komt aan bij het eiland Ismaros, het land van de Kikonen (bondgenoten van de Trojanen) en legt daar aan omdat ze voedsel en water nodig hebben. Odysseus en zijn mannen overvallen een dorpje en pakken alles wat ze mee kunnen nemen. Odysseus krijgt van een doodsbange priester een zak met de beste wijn als hij de priester in leven laat. 



Tijdens het feest op het strand met het buitgemaakte eten en drank komt het leger van de Kikonen. Odysseus mannen vechten maar ze zijn in de minderheid dus vluchten ze. 

De vloot komt in een storm terecht en drijft af. Na een poosje komen ze weer aan bij land. Odysseus stuurt een paar verkenners. Als deze niet snel terug keren gaat hij met zijn metgezel Polites op onderzoek uit. Onverwachts zien Odysseus en Polites de verkenners zitten naast een paar Lotofagen (lotofaag = een volk) lotos te eten (als je lotos eet vergeet je alles en denk je alleen nog maar aan lotos). Odysseus en Polites slepen de verkenners terug het schip in en varen snel weg. 



Na een aantal dagen varen komt de vloot aan op een ander eiland. Odysseus gaat met 12 mannen, waaronder Polites, aan land om uit te vinden of de bewoners gastvrij zijn en hen de weg naar huis kunnen vertellen. Op het eiland zien ze een grote grot waar ze inkruipen. Binnen in de grot staan grote kazen en een grote schapenkooi. Ze horen de bewoner van de grot thuiskomen. Het is een reus met één oog, de Kykloop Polyfemos. De Kykloop ontdekt de indringers en eet twee van de mannen op. Odysseus en zijn overige mannen kunnen niet weg want de Kykloop heeft een grote zware steen voor de opening van de grot gezet. Tijdens een droom bedenkt Odysseus een list. De volgende dag als de Kykloop dronken is gevoerd door de drank die Odysseus van de priester op Ismaros heeft gekregen hakt Odysseus het uiteinde van een boom in een scherpe punt. Hij houdt de boomstam in een houtvuur tot de boomstam bijna brandt en steekt de punt, samen met een paar van zijn mannen, in het oog van de Kykloop. De Kykloop wordt blind. Wanneer de Kykloop de volgende ochtend zijn schapen naar buiten drijft, hangen Odysseus en de nog over gebleven mannen onder de buik van de schapen; gelukkig betast Polyfemos alleen de bovenkant van zijn schapen. Weer in zijn schip roept Odysseus tegen Polyfemos dat hij Odysseus heet. Polyfemos bidt dan tot zijn vader en zeegod Poseidon dat Odysseus nooit thuis zal komen of anders al zijn mannen verliest. 



Na nog een storm komt de vloot bij het eiland van Aiolos, de bewaker van de winden. Odysseus blijft daar een aantal weken waarna ze weer verder varen. Odysseus heeft van Aiolos een zak gekregen met alle winden behalve de westenwind die Odysseus naar zijn vaderland Ithaka moet brengen. Op de tiende dag zien Odysseus en zijn mannen Ithaka. Van vermoeidheid valt Odysseus in slaap nog voordat ze Ithaka bereiken. 

Een paar mannen van Odysseus’s vloot vermoedt dat Odysseus goud heeft gekregen van Aiolos en ze maken de zak open. Alle winden waaien eruit en er steekt een grote storm op waardoor Odysseus’s vloot weer afdrijft. 

Na dagen komen ze weer bij het eiland van Aiolos maar die geeft Odysseus niet nog een zak met winden omdat hij het stom van Odysseus vindt en niets meer met hem te maken wil hebben. 

Odysseus en zijn mannen varen door en komen weer in een storm terecht. Na 6 dagen storm komen ze weer bij land. Ook daar stuurt Odysseus verkenners. Op eens komen er van alle kanten Laistrygonen (reuzen die nog wreder zijn dan Kyklopen). 

De Laistrygonen gooien stenen op de schepen en rijgen Odysseus’s mannen aan speren. Odysseus kan met zijn schip nog net wegvaren maar de andere schepen en mannen zijn verloren. In een klap zijn bijna 500 mannen gedood. 



Na een paar dagen varen bereikt Odysseus weer land. Opnieuw stuurt Odysseus verkenners, maar er komt maar één verkenner terug. De rest is omgetoverd in varkens door een verleidelijke, knappe tovenares, Kirke. Odysseus laat zijn mannen niet in de steek en gaat kijken waar zijn verkenners kunnen zijn. Als hij Kirke’s paleis ziet wordt hij door een jongen op zijn schouder getikt die hem vertelt wat hij moet doen om niet in een varken veranderd te worden. Deze jongen is Hermes, een boodschapper van de goden. Odysseus gaat naar Kirke en als Kirke Odysseus niet kan omtoveren wordt ze gedwongen een eed bij de goden af te leggen waarin ze belooft dat ze Odysseus en zijn mannen geen kwaad zal doen. Vanaf dat moment worden Odysseus’s mannen goed behandeld en worden de verkenners weer terug getoverd in hun oude gedaante. 



Na een aantal weken besluiten Odysseus en zijn mannen weer terug te gaan naar Ithaka. Kirke weet dat gevaren hun te wachten staan dus ze vertelt wat Odysseus moet doen. Hij moet eerst naar een ander eiland varen en daar een reis naar de onderwereld maken. Daar moet hij Teiresias, de ziener, om raad vragen. 

Teiresias vertelt dat op het eiland Thrinakia de runderen van de zonnegod Helios met rust gelaten moeten worden omdat anders in ieder geval zijn mannen ter dood veroordeeld zijn en dat hij thuis indringers zal vinden die op zijn vrouw en zoon azen. 

Op de terugweg na Ithaka gaat Odysseus nog een keer langs het eiland van Kirke. Kirke vertelt Odysseus nog een paar gevaren die hij tegen zal komen. 

Het eerste gevaar zijn de sirenen, vrouwen met een adelaarslichaam maar wel met een vrouwenhoofd en een hele mooie stem. Als je die stemmen hoort wil je naar hun toe en niets anders meer. Daarom krijgt Odysseus was mee van Kirke die ze in hun oren moeten stoppen zodat ze door kunnen varen. 

Daarna komen nog twee gevaren. Het eerste gevaar is Charybdis, een grote draaikolk die massa’s water in- en uitzuigt. Daar varen ze langs, maar aan de andere kant van Charybdis, schuilt het tweede gevaar: het zes-koppige monster Skylla. Odysseus’s schip vaart langs Charybdis maar door Skylla worden zes van zijn mannen opgegeten. 



Wanneer ze voorbij Skylla zijn komen ze bij het eiland Thrinika, het eiland waar de runderen van Helios staan, waarover Teiresias heeft verteld. 

Odysseus wil daar niet heen gaan maar het gaat stormen dus gaan ze daar schuilen. Na een paar dagen, terwijl het nog steeds stormt en al het voedsel op is, slachten Odysseus’s mannen toch een paar runderen terwijl Odysseus slaapt. Deze mannen zijn ter dood veroordeeld. 

De volgende dag is het weer heerlijk en varen ze uit. Maar als ze ver op zee zijn en geen land meer kunnen zien steekt er een zware storm op. Odysseus’s schip vergaat en al zijn mannen verdrinken. Odysseus kan een paar balken van zijn schip pakken en drijft weg. 

Als Odysseus wakker wordt ligt hij op een eiland en voor hem staat een betoverend mooi meisje die tegen hem zegt: “Je bent op het eiland Ogygia. Ik ben Kalypso.” 



DEEL 2: 

Op Ithaka, in het paleis van Odysseus, zijn vrouw Penelope en zoon Telemachos denkt iedereen dat Odysseus dood is. Daarom zijn er nu zo’n 100 mannen die met zijn vrouw Penelope willen trouwen, de vrijers. De vrijers komen elke dag in het paleis en eten en drinken al de voorraden leeg; soms bedreigen ze Telemachos en ze beledigen Penelope. 



Telemachos wil de vrijers het paleis uitgooien, maar dat lukt niet. Dan komt Telemachos’s (en Odysseus’s) beschermgodin Athene in de gedaante van koning Mentes aan Telemachos zeggen dat hij iets moet gaan doen: óf zijn vader gaan zoeken óf de vrijers er uitgooien en doden. Telemachos vaart naar Pylos waar koning Nestor heerst. Koning Nestor weet niet waar Odysseus nu is maar stuurt hem naar het Sparta, van koning Menelaos want die weet misschien meer. 

De volgende dag gaat Telemachos samen met Nestor’s zoon Peisistratos naar Sparta. Koning Menelaos heeft van de oude zeegod Proteus gehoord dat Odysseus op het eiland van nimf Kalypso zit maar dat Odysseus geen schip, geen zeil, geen riemen en geen vrienden heeft die hem terug naar Ithaka kunnen brengen. 

Nu weet Telemachos tenminste dat zijn vader nog leeft. Het liefst wil hij het eiland gaan zoeken waar zijn vader is maar de zee ligt vol met eilanden. 



DEEL 3: 

Odysseus zit nu al 7 jaar op het eiland van Kalypso. Odysseus verlangt naar huis en naar vrouw Penelope. Dan zegt Kalypso dat de goden beschikt hebben dat Odysseus naar huis mag. Hij bouwt een schip van de bomen die op het eiland staan en krijgt voedsel en drinken mee van Kalypso. 

Op de achttiende dag krijgt Odysseus land in zicht maar dan begint het keihard te stormen. Het schip vergaat en Odysseus verdwijnt onder water. Hij ontmoet een zeenimf die vertelt hoe Odysseus zich kan redden. Hij doet wat ze zegt en komt uiteindelijk bij het land van de Faiaken. Naakt. 



 

 



De volgende dag, als hij in bosjes in een kuil heeft geslapen wordt hij wakker. Er staat een meisje voor hem. Ze is de dochter van de koning Alkinoös. Ze geeft Odysseus kleren en brengt hem naar haar vader’s paleis. Daar verblijft Odysseus een paar dagen waarna de Faiaken hem naar Ithaka brengen. 



Op Ithaka aangekomen verandert zijn beschermgodin Athene Odysseus in een oude zwerver. Odysseus mag blijven overnachten bij Eumaios, zijn vroegere zwijnenhoeder die hem niet herkent. Daar ontmoet hij Telemachos en Odysseus vertelt hem dat hij zijn vader is. Als Athene hem voor even omgetoverd heeft in zijn eigen gedaante gelooft Telemachos hem. 

Weer als oude zwerver gaat Odysseus met Eumaios naar zijn paleis en kijkt wat de vrijers doen en welke slavinnen met de vrijers ontrouw zijn. 

Samen met Telemachos legt Odysseus alle wapens in een aparte kamer, weg uit de eetzaal waar de vrijers altijd zitten. Telemachos laat Odysseus wassen door Eurykleia, een oude slavin die Odysseus heeft opgevoed. Zij herkent Odysseus door een litteken op zijn been. Zij helpt Odysseus en Telemachos. 



De volgende dag als de vrijers komen zet Penelope 12 bijlen op een rij. Zij zegt: “Met diegene, die Odysseus’s oude boog kan spannen en een pijl door de ringen van de bijlen schiet trouw ik. Vroeger was Odysseus de enige die dat kon.” 

Niemand van de vrijers lukt het. Dan probeert Odysseus het ook. Hem lukt het natuurlijk wel. 

Odysseus schiet een van de vrijers een pijl door het hoofd terwijl Eumaios alle uitgangen stevig dicht zet. 

Samen met Telemachos, Eumaios en Filoitios, zijn oude koeherder, doden ze de vrijers. 

Vervolgens gaat Odysseus naar Penelope. Zij weet eerst niet zeker of het wel Odysseus is maar door een strikvraag te stellen herkent zij haar echtgenoot. Odysseus vertelt haar alles over de oorlog en zijn zwerftochten. Vervolgens gaat Odysseus naar zijn vader Laërtes. Samen maken ze zich klaar om een wraakactie van de families van de vrijers tegen te houden. 

De families van de vermoorde vrijers komen om Odysseus dood te maken. Maar dan doodt Laërtes de aanvoerder van vrijers-wrekers. Odysseus met de zijnen en de vrijers-wrekers willen gaan vechten maar de godin Athene zegt dat ze moeten stoppen met vechten en vanaf dan is het vrede op Ithaka. 



B. De Verhaalanalyse. 



1. De Titel 

De vloek van Polyfemos - de avonturen van Odysseus 



De Kykloop Polyfemos spreekt een vloek uit over Odysseus. De vloek is naar zijn vader Poseidon gericht. Poseidon zorgt daarom voor vele stormen waardoor het lang duurt voordat Odysseus Ithaka bereikt. En wat beschreven wordt zijn de avonturen van de heldhaftige Griek Odysseus. 



2. Soort boek 

‘De vloek van Polyfemos’ is een jeugdboek. Het boek is een mythische roman (een epos in romanvorm). 

Het verhaal over Odysseus is een mythe (een mythe = een verhaal over goden en mensen waarvan de juisthuid oncontroleerbaar en twijfelachtig is). 



3. Personages 



Hoofdpersonage: 

- Odysseus: 

a: Als het boek begint is Odysseus ongeveer 30 jaar oud en aan het einde van het boek is Odysseus 40 jaar. 

b: Hij is erg dapper. Hij kan niet goed tegen kritiek. 

c: Odysseus is intelligent, dapper, fors en sterk. Hij heeft een edel gezicht met grijze ogen en een donker- blonde baard. Hij heeft een groot litteken boven zijn knie. 

d: Tegenover zijn vrienden en mansschappen is Odysseus rustig, aardig en soms sentimenteel (als het over de oorlog gaat). Tegen vijanden kan hij meedogenloos en wreed zijn. 

e: Odysseus is familie, leider, vriend of vijand van de andere personages. 

f: Odysseus blijft in het verhaal hetzelfde. Hij wordt wel ouder maar aan zijn gedrag verandert (bijna) niets. 

g: Odysseus komt uit een gegoede familie; hij is koning van Ithaka. 

h: Odysseus moet zijn mansschappen vaak opbeuren om door te gaan met de reis. Ook moet hij hen aanmoedigen en corrigeren. Verder oefent hij invloed uit op Telemachos, Eumaios en Filoitos. Door (en met) Odysseus gaan zij de vrijers vermoorden. 

i: Odysseus wil vrede en daarvoor wil hij zijn vijanden doden. Ook vindt Odysseus dat hij vrienden niet in de steek mag laten. 



Bijfiguren: 

- Polyfemos: een wrede Kykloop die door Odysseus blind wordt gemaakt en dan een vloek over Odysseus uitspreekt. Hij is erg beestachtig en goddeloos. 



- Polites: vriend en vertrouweling van Odysseus. Hij beleeft samen met Odysseus allerlei avonturen op de terugweg van Troje naar Ithaka maar overleeft de terugtocht niet. Hij is te vertrouwen. Hij is een dapper krijger en een voorzichtige tegelijk. 



- Telemachos: zoon van Odysseus en Penelope. Hij wil samen met zijn vader de vrijers afmaken of in ieder geval eruit zetten. Knappe jongeman die zich niet meer goed kan beheersen doordat de vrijers iedereen beledigen en al hun voorraden opmaken. 



- Penelope: vrouw van Odysseus. De vrijers zijn in het paleis omdat ze met haar willen trouwen. Ze is knap, aardig en rustig. 



- Eumaios: varkenshoeder van Odysseus. Hij helpt Odysseus aan eten en onderdak als Odysseus als zwerver is verkleed en Eumaios helpt hem en Telemachos de vrijers te doden. Hij is rustig en betrouwbaar. 



4.Tijd 

Dit kan ik niet bepalen want het verhaal over Odysseus is een mythe en mythes spelen niet echt in een bepaalde tijd. Wel kan ik een schatting maken waar het zich af had kunnen spelen. In het verhaal gaan ze met ouderwetse zeilschepen varen en om te vechten gebruiken ze nog zwaarden, speren en pijl en boog. Ook de varkens en de geiten worden gehoed door een herder. Ook is het gewoon dat men een dier vangt, slacht en op een houtvuurtje braadt. Daarom denk ik dat het verhaal zich afspeelt rond 1000 voor Christus en het jaar nul. 

In het verhaal verloopt er ongeveer tien jaar. Het verhaal is niet chronologisch verteld. De rode lijn van het verhaal is wel chronologisch verteld. Er zijn veel flashbacks over de Trojaanse oorlog en over toen Odysseus nog bij Penelope en Telemachos was. Die flashbacks zijn nodig om iets over de oorlog, Odysseus en/ of zijn familie te weten te komen. 

Er zijn redelijk veel sprongen in de tijd, kleinen, als: “na twee weken” (bijvoorbeeld toen ze bij Kirke waren) en vooral toen Odysseus bij Kalypso was; “7 jaar later”. 



D. Informatie over de schrijver 



‘De vloek van Polyfemos, de avonturen van Odysseus’ is geschreven door Evert Hartman. Evert Hartman is geboren op 12 juli 1937 te Dedemsvaart. In 1947 verhuisde hij naar Kampen, waar hij in 1956 eindexamen HBS deed. 

Na zijn militaire diensttijd begon hij in 1958 aan de studie sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, die hij in 1965 afsloot met het doctoraal examen. Vanaf 1962 was hij leraar aardrijkskunde aan het Menso Alting College te Hoogeveen. 

Evert Hartman was getrouwd en heeft twee kinderen. 

Bij leven waren zijn hobby’s: piano spelen, lezen, luisteren naar klassieke muziek, fotograferen en filmen. 

Ook regisseerde hij cabaret- en toneelgroepen op het Menso Alting College. 

Op 7 april 1994 overleed Evert Hartman, 56 jaar oud. 



Kinderboeken die hij heeft geschreven: 

· 1979 Oorlog zonder vrienden 

· 1980 Vechten voor overmorgen 

· 1982 Het onzichtbare licht 

· 1984 Gegijzeld 

· 1986 Buitenspel 

· 1987 Morgen ben ik beter 

· 1988 Het bedreigde land 

· 1989 De droom in de woestijn 

· 1991 Niemand houdt mij tegen 

· 1993 De voorspelling 

· 1994 De vloek van Polyfemos 



Prijzen en bekroningen: 

· 1980 Europese jeugdboekenprijs voor ‘Oorlog zonder vrienden’. 

· 1988 Prijs van de Nederlandse Kinderjury voor ‘Morgen ben ik beter’. 

· 1989 Eervolle vermelding bij de toekenning van de prijs van de Nederlandse Kinderjury voor ‘Het bedreigde land’. 

· 1990 Eervolle vermelding bij de toekenning van de prijs van de Nederlandse Kinderjury voor ‘De droom in de woestijn’. 











 



 









REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De vloek van Polyfemos door Evert Hartman"