ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Kenmerken
Eerste druk: 1962
Zesde druk: 1972
Uitgeverij Manteau, Antwerpen/Amsterdam
Genre: Proza, historische roman/oorlogsroman
Aantal bladzijden: 108
Samenvatting
Het vijftienjarig ik-personage vertelt over zijn ervaringen en belevenissen van de laatste maanden tijdens de tweede wereldoorlog. Hij haat de regen omdat telkens als het regende, iets onaangenaams voor hem gebeurde.
In het dorp, vlakbij zijn huis kamperen vier Amerikaanse soldaten met wie hij vriendschap heeft gesloten. De soldaten zijn erg gesteld op de jongen omdat hij hun kolen brengt tegen de koude van het najaar. Daarvoor in ruil krijgt hij vaak eten waar zijn moeder heel blij mee is. Hij leert heel veel van de soldaten en gaat hen als zijn vrienden beschouwen. Hij vertelt over Bea, een meisje van zijn leeftijd die in zijn buurt woont en waar hij op verliefd is. Op een dag ziet de verteller de soldaat Karl, bovenop Bea liggen, maar begrijpt het niet helemaal. Daardoor is hij heel teleurgesteld, want Karl is maar zes jaar ouder en graatmager. Hij denkt vaak na over de gevolgen van de oorlog aan zijn familie. Iedereen is oud en levensmoe geworden.
Zijn vader samen met een paar andere mannen uit het dorp hebben een grote schuilkelder gebouwd omdat de oorlog heviger werd. Het heeft de vorm van een ei en er is plaats voor zo een dertig personen. Steeds vaker moeten ze hun toevlucht nemen tot de bunker wat ze na een tijdje gewoon worden. Als het weer eens regent, wordt er vlak boven de bunker een Duitser neergeschoten. De mannen proberen hem zo goed mogelijk te helpen en leggen hem in een schuur vlakbij de kelder. Ook al werd er nog steeds gevochten, toch gaan er een paar mannen geregeld naar hem kijken, maar zijn toestand vermindert zienderogen. De gestorven Duitser wordt gevonden door een groep soldaten, die de dorpsbewonders in de bunker ervan verdenken hem vermoord te hebben. Alle mannen worden weggebracht en gevangen genomen, waaronder ook de vader van het hoofdpersonage.


Indeling
Het boek is ingedeeld in tweeëntwintig korte hoofdstukken (± elk vijf bladzijden). Elke titel van een hoofdstuk geeft weer waarover het hoofdstuk handelt, zo heeft men "De gekwetste" en "De schuilkelder". Deze indeling van de hoofdstukken valt perfect samen met de vertelde tijd (zie uitleg bij "tijd", na de grafiek).
In het begin van het boek is er een witregel te vinden na de eerste cursief gedrukte tekst. Deze tekst is een soort inleiding naar het eerste hoofdstuk toe. Het hoofdpersonage vertelt hierin dat hij altijd aan de vijand moet denken wanneer het regent.
Het boek is een reeks van beschrijvingen tot en met hoofdstuk tien. De relatie wordt duidelijk gemaakt tussen de Amerikaanse soldaten en het hoofdpersonage. Ook constateert de verteller zowel de fysieke als de psychische schade van de oorlog. Daarna speelt het verhaal zich af in en rond de bunker. De overgang wordt gemaakt door een cursief gedrukte tekst na een witregel. In deze tekst wordt er een antwoord gegeven op de vraag:"Wie is de vijand?".
Motieven
Het belangrijkste motief is de regen. Wanneer het regent hangt er onheil in de lucht. Het hoofdpersonage ondervindt dit zelf. Het regende bijvoorbeeld toen de Duitse soldaat vlakbij hun bunker neergeschoten werd. Wanneer hij zag dat Bea verkracht werd regende het ook.
De soldaten en de angst zijn tevens motieven zoals in de meest oorlogsromans. De angst komt veel voor wanneer ze in de bunker zitten en niet weten wat er gebeuren zal. De Amerikaanse soldaten komen voor als vrienden. Nadat de Duitser neergeschoten is, gaat het hoofdpersonage hem ook als een soort vriend beschouwen omdat ze beiden slachtoffers geworden zijn van de oorlog. De verteller vindt dit heel verwarrend, hij heeft het moeilijk om zijn vijanden van zijn vrienden te scheiden. "Wie is tenslotte de vijand? Iedereen is vijand en niemand is vijand. Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel zitten, soms op dezelfde stoel."
Thematiek
Het thema is de oorlog en alle gevolgen die het teweegbrengt. Het boek geeft vooral een beschrijving van de emotionele schade van de oorlog, iedereen die levensmoe geworden is. Het geeft ook weer dat er geen winnaar is na een oorlog. Ook al winnen de geallieerden, hij zal waarschijnlijk zijn vader nooit meer weer zien. De werkelijkheid wordt goed beschreven omdat in een oorlog meestal de onschuldige burgers de dupe worden, wat hier ook het geval is.
De bedoeling van de auteur is de ellende te beschrijven die de oorlog met zich meebrengt. Ook dat je in de oorlog je vrienden van je vijanden niet kan onderscheiden.
Hoofdpersonage
Het ik-personage zijn naam en uiterlijk is niet gekend. Hij woont samen met zijn ouders, zijn twee broers en één zus op het platteland van een Belgisch grensdorpje. Hij is 15 jaar en is verliefd op Bea. Door de vriendschap met de soldaten wil hij later ook graag soldaat worden. Hij is in zichzelf gekeerd, durft geen vrienden te maken. Hij denkt meer dan dat hij praat. Door de oorlog is hij zijn vertrouwen in vreemde mensen kwijt. Wanneer de Duitse soldaat neergeschoten wordt, beseft hij dat de soldaat ook een slachtoffer geworden is van de oorlog, net als hij. Het is een round character omdat zijn karakter zéér fijn beschreven wordt door zijn handelingen en opvattingen, ook doordat het hele verhaal vanuit zijn standpunt gezien wordt.
Nevenpersonages
De vader van het hoofdpersonage is een zwijgzame man, is in zichzelf gekeerd en trekt zich niet veel aan wat een ander over hem denkt. Hij is koppig en verdedigt hard zijn uitspraken.
De moeder van het hoofdpersonage: zij is ook een beetje in zichzelf gekeerd, ze is droevig, moe, maar toch een behulpzame vrouw.
Bea: Is een meisje waarop het hoofdpersonage verliefd is en waarmee hij goed mee overeen komt.
Paps: is klein, dik en heeft een rood gezicht. Het is de oudste van de vier soldaten en is een fanatieke en moedige Amerikaan. Hij is mild en goedhartig, een vader voor de anderen. Mac: de tegenpool van Paps, lang en mager. Hij heeft een vriendelijk gezicht en lacht gemakkelijk. Het is de enige die het hoofdpersonage volledig vertrouwt. Hij praat vlug en binnensmonds Engels.
Karl: is slungelachtig en graatmager: "Hij is zo dik als zijn geweer". Hij is zéér stil, maar hij heeft diepe gronden. Hij gaat Bea verkrachten.
Houston: is nog niet zo oud, maakt veel grapjes en heeft ongeveer hetzelfde karakter als de rest van de jongens uit het dorp.
Tijd
De roman begint in ab ovo, er wordt een lange beschrijving gegeven van tijd en ruimte die gespreid is over ongeveer 50 bladzijden.
In deze roman is de tijd op zich niet zo belangrijk er wordt zelden een verwijzing naar gemaakt. "De derde nacht", "de vijfde week sinds de Amerikanen hier zijn", zijn de enige tijdsverwijzingen. Door het gebeuren kan men wel afleiden dat het verhaal zich rond de Bevrijding afspeelde.
Het hele verhaal is een flashback, hij vertelt over de gebeurtenissen vroeger. Soms verwijst hij dan nog eens naar het verleden. De horizontale lijnen op de volgende grafiek zijn dus eigenlijk telkens kleine flashbacks, beschrijvingen in het verleden. Gedurende deze flashback kan de verhouding tussen vertelde tijd en verteltijd als volgt geschetst worden:

(Om de grafiek niet te complex te maken heb ik de kleine flashbacks = de beschrijvingen, niet onder de grafiek getekend, ze zijn wel weergegeven als horizontale lijnen).
Voor pagina 53 is de verteltijd groter dan de vertelde tijd. Dat komt door de gedetailleerde beschrijvingen, de vele flashback's. Hij vertelt over vroeger wanneer hij op een dag naar de legertent van de Amerikanen trok. Wanneer hij op zijn tocht de straat bekijkt, ziet hij in het verleden terug dat het stuk gereden werd door tanks. Hierdoor krijgt men dus een flashback in een flashback want het hele verhaal speelt zich al af in het verleden. Nadat hij zijn beschrijving (de horizontale lijnen) gedaan heeft, stopt het hoofdstuk. Het hoofdpersonage vervolgd zijn weg (schuine lijnen) tot hij een volgend zaak tegenkomt dat wordt beschreven.
Na pagina 53 zijn de beschrijving veel korter en is de wordt het verschil tussen verteltijd en vertelde tijd kleiner. Dan volgen de belevenissen in de bunker.
Ruimte
Het gehele verhaal speelt zich af in een grensdorp tussen België en Nederland. Vooral in het korenveld waar de Amerikanen kampeerden wordt het verhaal gesitueerd. Na pagina 53 kent het verhaal zijn verloop in en rond de schuilkelder. De ruimte creëert een bepaalde sfeer in het boek, bijvoorbeeld de schuilkelder schept een sfeer van opgesloten te zijn, te wachten op betere tijden, machteloos te staan.
Perspectief
De vijand is geschreven in een ik-vertelsituatie. De vertellende-ik staat centraal, het hoofdpersonage vertelt over zijn vroegere belevenissen. De belevende-ik is vooral te vinden na pagina 53.
Korte Biografie
Jos Vandeloo werd op 5 september 1925 geboren in Zonhoven (grensdorp!). Tijdens de oorlog maakt hij zich verdienstelijk als tolk in het Britse leger, (waarschijnlijk heeft hij daardoor een voorkeur voor Amerikaanse soldaten in het boek). Hij veranderde van werk door de dreiging van een crisis in de mijnbouw. Hij kwam bij de uitgeverij Manteau waar hij later directeur werd. Vanaf 1983 wijdde hij zich uitsluitend aan het schrijven.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.