ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Titel: de Val.
Schrijfster: Marga Minco.
Druk: 15 (1991).
Jaar 1ste druk: 1983.
Uitgeverij: Bert Bakker.

Motto:
I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening.
Saul Bellow (The Dean’s December)

Opdracht:
-

Samenvatting
Frieda Borgstein is de hoofdpersoon en woont in een bejaardencentrum. Ze denkt nog vaak aan haar man Jacob en haar kinderen Olga en Leo. Op 21 april 1942 zijn zij opgepakt door de Duitsers. Frieda heeft hen nooit meer gezien. Het was de bedoeling dat ze die dag, samen met verzetsman Hein Kessels, naar Zwitserland zouden vluchten. Toen hij iets te vroeg kwam, en Frieda boven nog snel even een extra vest aan het halen was, werden Hein, Frieda's man en de twee kinderen opgepakt door waarschijnlijk toevallig voorbij rijdende SD'ers. Hein Kessels had ze verraden. Door het toeval was Frieda nog boven, zodat zij niet meegenomen is. Haar gezin kwam om tijdens de oorlog en Frieda bleef alleen achter. In het bejaardenhuis heeft Frieda vooral contact met Ben Abels, die vroeger op het kantoor van haar man gewerkt heeft. De volgende dag wordt ze 85 en wil ze voor het eerst sinds veertig haar verjaardag vieren. Dan moet ze naar de bakker om gebak te halen. Buiten zijn twee mannen, Baltus en Verstrijen, bezig in een stadsverwarmingsput op straat, maar voor het gemak hebben ze geen hekje rond de put gezet. Door de harde storm valt Frieda in de put. Ben Abels rent naar buiten en als Frieda uit de put wordt gehaald door Verstrijen leeft ze nog, maar later overlijdt ze aan haar verwondingen. Ook Verstrijen heeft ernstige brandwonden. Dan gaat het verhaal verder met Ben Abels. Hij had vlak na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café op het Gouverneursplein. Daar vertelde Kessels zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij (toen 22) in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid en op 21 april 1942 fietste hij naar de Zuidkade om ze op te halen. Hij stond voor het huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen, het waren SD'ers. Hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Jacob, Olga en Leo werden opgepakt en Kessels werd zelf ook meegenomen. Het bleek dat hij in drie kampen heeft gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijd. Hij wilde niet met Frieda praten en voelde zich erg schuldig. Hij durfde die confrontatie niet aan. En tevergeefs probeerde hij alles te vergeten. Maar nu Frieda was gestorven bleef hij met een schuldgevoel lopen en had hij nooit geprobeerd het aan Frieda uit te leggen.

Titelverklaring
Voor De val kun je twee verklaringen bedenken. De eerste is dat het joodse gezin Borgstein tijdens de tweede wereldoorlog naar Zwitserland wil vluchten, maar in de val loopt en in de handen van de Duitsers belandt. De tweede betekenis slaat op de val van Frieda Borgstein in een put.

De Idee
Hij geeft aan dat het onmogelijk is om iemands leven te begrijpen. Als er iets in je leven gebeurt, dan hoeft dat geen reden te hebben. Het kan ook toeval zijn. Dit toeval speelt een grote rol in het boek.

Personages
Frieda Borgstein:
Zij is een 84-jarige vrouw die in een bejaardentehuis woont. Zij is de enige van haar gezin die de Tweede Wereldoorlog overleefd heeft. Voor Frieda's gevoel is die oorlog nog niet voorbij, want ze weet nog steeds niet waarom de Duitsers haar niet meegenomen hebben en de rest van haar gezin wel. Daar komt ze in de rest van het boek ook niet achter. Ze is een round character.

Ben Abels:
Ben Abels werkte voor de oorlog op het makelaarskantoor van Jacob Borgstein. Dat was de man van Frieda. Tegenwoordig werkt Ben in het bejaardentehuis waar Frieda woont. Hij is de enige die Frieda begrijpt en haar serieus neemt. Na de dood van Frieda komt hij erachter waarom zij niet meegenomen is. Hij is een round character.

Jacob, Olga en Leo:
Dit zijn de man, dochter en zoon van Frieda die allemaal zijn omgekomen in de oorlog. Ze zijn flat characters.

Baltus en Verstrijen:
Ze zijn monteurs die reparatiewerkzaamheden verrichten aan de stadsverwarming. Ze zetten voor het gemak geen hekjes om de put waarin ze werken ( Frieda zal er later dan ook invallen). Ze zijn flat characters.

Rena van Straten:
Zij is de directrice van het bejaardentehuis waar Frieda woont. Ze is een flat character.

Bien Hijmans:
Zij is het hoofd van de huishouding in het bejaardentehuis. Ze is een flat character.

Hein Kessels:
Hij is de man die het gezin Borgstein naar Zwitserland zou brengen. Hier kwamen de Duitsers achter en de Borgsteins werden opgepakt.

Tijd
Het verhaal speelt zich af in een paar dagen. Het gaat vanaf de dood van Frieda Borgstein tot en met de dag van haar begrafenis. Er komen wel veel flash-backs in het verhaal voor die terugverwijzen naar de oorlogstijd. Het verhaal is wel chronologisch opgebouwd.

Ruimte
De belangrijkste ruimtes zijn het bejaardentehuis waar Frieda Borgstein woont en de straat voor het bejaardentehuis. In die straat zit ook de put waar Frieda in valt. In welke stad het speelt is onduidelijk, het is in ieder geval een stad aan een rivier.

Perspectief
Het perspectief is wisselend. Er wordt steeds vanuit een andere personage verteld. Er bestaat dus een alwetende verteller.

Thema en motieven
Het thema is "het toeval". Dit komt heel veel voor in het boek. Het is toevallig dat Frieda net boven was toen de Duitsers kwamen, ook is het toevallig dat Baltus en Verstrijen net nu geen hekje om de put hadden gezet. Ook toevallig is dat Ben Abels en Hein Kessels elkaar tegenkomen. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te wijzen. Hierbij hoort het motief "dood", want door het toeval kwam Frieda om het leven. Verder speelt de dood ook een grote rol in het boek, denk maar aan Frieda's man en kinderen die omkomen in de oorlog. Het motief "verleden" komt ook veel voor, Frieda denkt nog vaak aan vroeger, aan de oorlogstijd waarin haar gezin uiteen is gevallen. Daarnaast kun je nog denken aan iets minder prominent aanwezige motieven als "oorlogservaringen" (van Frieda en haar gezin), ouderdom (het bejaardentehuis waarin Frieda woont) en omgeluk (Frieda valt in de put en overlijdt aan haar verwondingen).

Symboliek
De belangrijkste symboliek is natuurlijk de val zelf. Eerst red een van haar leven en de tweede keer gaat ze er aan dood.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.