Titel
De Val

Uitgeverij
Wolters-Noordhoff Groningen (oorspr. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam)

Eerste druk
1983

Aantal pagina's
63

Het onderwerp (thema)
Het verhaal gaat over een oude vrouw van bijna 85 die in haar leven een verschrikkelijke gebeurtenis heeft meegemaakt, ze is namelijk achter gelaten door haar man in WO II. Tot op de dag van vandaag weet ze niet of dat expres of per ongeluk ging. Ze wordt morgen 86 en gaat voor het eerst in een lange tijd wat doen met haar verjaardag. Ze bereidt alles voor voor de volgende dag tot er iets gebeurt wat alles zal veranderen. Het onderwerp is in principe best interessant, maar er gebeurt zo weinig in het boek, en niet alleen omdat het een novelle is. De enige belangrijke gebeurtenis is wanneer Frieda (de hoofdpersoon) in de put valt waardoor ze om het leven komt. Het onderwerp ligt ook wel een beetje buiten mijn belevingswereld, misschien dat het daardoor komt, ik heb immers de oorlog niet meegemaakt en de auteur zowel als de hoofdpersoon wel. Ze beschrijft de oorlog en wat er met haar en haar familie gebeurd is dan ook uitvoerig, misschien als ik zelf de oorlog had meegemaakt zou ik het wel boeiend vinden omdat het dan persoonlijk wordt. Het verhaal heeft er niet voor gezorgd dat er een hele nieuwe wereld voor me open ging, ik heb wel meer oorlogsverhalen gelezen en gezien. Echt origineel is het dan ook niet, maar daarom nog niet minder goed.

De gebeurtenissen (intrige, plot)
Er komen bijzonder weinig gebeurtenissen in het boek voor, dat komt mede doordat het boek een novelle is, maar ook omdat de auteur veel aandacht besteedt aan het weerleggen van haar gevoelens en herinneringen. De gebeurtenissen zijn echter wel samenhangend, de ene gebeurtenis zorgt voor een andere of heeft met de andere te maken. Je kunt dus zeggen dat ze logisch uit elkaar voortkomen, aan het einde van het boek komen ze ook allemaal samen. Er is eigenlijk maar één gebeurtenis die dramatisch is, namelijk wanneer Frieda in de put valt, de gedachten van Frieda zijn ook dramatisch, maar dat zijn geen gebeurtenissen en ze zijn ook vrij saai (vind ik). Het toeval speelt een enorm belangrijke rol bij de gebeurtenissen, namelijk: door toeval ontdekken de Duitsers dat de familie Borgstein illegaal naar Zwitserland emigreert. Door toeval viert Frieda sinds jaren haar verjaardag waardoor ze de straat op moet terwijl het afschuwelijk weer is en door toeval valt ze dan in de put waardoor ze overlijdt. Ook toevallig is dat de tussenpersoon van de emigratie naar Zwitserland juist nu komt en zijn verhaal 'opbiecht', precies nu Frieda dood is. Het toeval is dus de belangrijkste factor voor de gebeurtenissen. De sfeer is wel zwaarmoedig en somber, dat komt volgens mij doordat Frieda een eenzaam persoon is sinds haar man weg is.

Bouw (compositie, structuur, samenhang)
Het verhaal is opgebouwd uit twee verhaallijnen: Frieda in het bejaardentehuis en de twee gemeentemonteurs die de putten van de stadsverwarming moeten leegpompen. Deze verhaallijnen gaan regelmatig in elkaar over, doordat iemand uit het bejaardentehuis de bestelbus van de gemeentemonteurs ziet etc. tot Frieda in de put valt die de monteurs hadden moeten afsluiten. Ik denk dat de auteur voor deze opbouw heeft gekozen omdat het boek klein is en het verhaal daardoor niet al te ingewikkeld wordt. Het slot is ietwat onverwacht hoewel ik het wel zag aankomen. Dat klinkt misschien raar, maar ik verwachtte het (Frieda valt in de put) pas toen ze buiten ging lopen. Daarvoor heb je nog geen idee hoe het verhaal af zou gaan lopen, hooguit dat Frieda Hein Kessels (de tussenpersoon bij de emigratie naar Zwitserland) tegenkomt en dat deze laatste alles over de inval van de Duitsers aan haar vertelt. Hij doet dat op het eind van het boek alsnog, daarom blijf je niet met vragen zitten. Tijdens het boek wordt enorm veel gebruik gemaakt van flash-backs, namelijk als Frieda denkt aan haar man en kinderen en wat er 40 jaar geleden gebeurd was. In feite beschrijft het verhaal maar een paar uur van de morgen.

De personages
De enige persoon over wie je echt veel komt te weten is Frieda, omdat je haar gevoelens en gedachten komt te weten, van de rest niet. Ze is echter niet herkenbaar voor mij, want ik ben niet zoals haar en ik ken ook niemand zoals haar. Er zijn te weinig dialogen om erachter te komen of de personages voorspelbaar zijn of niet. Het enige wat ik daarover kan zeggen is dat de andere personages allemaal zeggen dat Frieda koppig is. Ik kan me moeilijk verplaatsen in de problemen van de personages noch de personages zelf. Dat komt omdat ze in een heel ander milieu leven dan ik en ook andere dingen hebben meegemaakt. Toch gedragen ze zich wel zoals ik verwacht van hun, ze zijn een beetje stereotiep; Frieda is een bejaarde en qua gedrag koppig en chagrijnig behalve tegen diegenen die haar goed kennen. In het echt is dat ook een stereotiep bejaarde. De gemeentewerkers zijn ook zo beschreven, als stereotiep (ze hebben ook geen zin om te werken), de werknemers in het bejaardentehuis zijn (bijna) allemaal opgewekt en aardig, wat ook stereotiep is.

Het taalgebruik (stijl)
Het taalgebruik was niet moeilijk, je kon het makkelijk lezen. Soms was de zinsbouw wat lastig, maar dat was niet echt ophoudend. Het verhaal bevat wel veel beschrijvingen, met name van de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon en wat minder dialoog. Het is echter wel realistisch beschreven, het ging precies zoals ik het me zou voorstellen hoe het zou gaan, dat hangt weer samen met het feiten dat de personen stereotiep zijn (in mijn ogen). Ik heb ook niet veel gemerkt van beeldspraak, maar daar let ik ook niet echt op, ik lees er een beetje 'overheen'.

Samenvatting
Het is midden in de winter; Baltus en Verstrijen zijn twee gemeentewerkers die de opdracht hebben gekregen drie kokende waterputten leeg te pompen. Zij beginnen de dag met veel tegenzin. Frieda Borgstein wordt op hetzelfde ogenblik wakker in het bejaardentehuis van de stad. Ze staat op en zet zich voor het raam. Ze denkt terug aan de tijd van de Tweede Wereldoorlog, aan de deportatie van haar man en twee kinderen. Ze vraagt zich af hoe de Duitsers de vlucht naar Zwitserland te weten waren gekomen en waarom zij niet was gedeporteerd. Ze wordt door het slaan van de kerkklok bevrijd uit haar gedachten. Zoals gewoonlijk gaat ze om half elf naar de conversatiezaal. In de gang ontmoet ze Ben Abels, een oude kennis van vroeger die weet wat haar tijdens de oorlog overkwam. Frieda vertrouwt Ben een geheim toe: vanwege haar verjaardag, gaat ze alle bewoners van het bejaardentehuis trakteren op gebak. Na de koffiepauze zal ze, te voet, naar de banketbakker gaan om de nodige voorbereidingen te treffen, zowel als naar de kapper te gaan om een afspraak te maken. Ben en de directrice van het tehuis raden het Frieda af wegens het weer, alles kan toch ook via de telefoon. Maar de directrice heeft andere kopzorgen: een commissie komt een bezoek brengen aan het tehuis. Zodoende vertrekt Frieda uit het tehuis. Ondertussen heeft Baltus de bestelwagen op de stoep voor de derde put geparkeerd. Hij maakt duidelijk tegen Verstrijen dat hij geen zin heeft om de hekjes te plaatsen en hij laat Verstrijen het werkje alleen opknappen omdat hij naar het wc moet.
Buiten wordt Frieda compleet overrompeld door de kou en de gure wind. Ze geraakt in de war en valt in put die Baltus en Verstrijen aan het leeg pompen waren. Verstrijen probeert haar nog te redden, maar slaagt er niet in en loopt tweedegraads brandwonden op.
Ben is de eerste die verneemt dat Frieda in de put gesukkeld en overleden is. Als hij terugkeert naar het tehuis, herkent hij Hein Kessels, een lid van de commissie. Hein had destijds de vlucht voor Frieda en haar gezin naar Zwitserland geregeld. Hein herkent ook Ben en bij een afspraak vertelt hij dat het gewoon een kwestie van tijd en toeval was. Hij had doorgefietst en daarom hadden de Duitsers die hem zagen rijden wat vermoed. Als Hein enkele minuten later was gekomen dan hadden de Duitsers niets opgemerkt.

Titel, ondertitel en motto
De titel is als volgt te verklaren: De Val slaat op de val van Frieda Borgstein in de put met kokend water aan het eind van het verhaal, maar ook op de val waarin de familie Borgstein (uitgezonderd Frieda) in 1942 was gelopen. Er is geen ondertitel.
Marga Minco gebruikt als motto een citaat uit het werk van de Amerikaanse schrijver Saul Bellow, waarin wordt gezegd hoe moeilijk het is om te begrijpen wat er in het leven van een mens gebeurt. Het gaat zo snel dat we ons er niet bewust van lijken te zijn:
'I imagine, sometimes, that if a film could
be made of one's life, every other frame
would be death. It goes so fast we're not
aware of it. Destruction and resurrection in
alternate beats of being, but speed makes it
seem continuous. But you see, kid, with
ordinary consciousness you can't even begin
to know what's happening.'
Saul Bellow (The Dean's December).

Genre
Het genre is een novelle, met een autobiografische tint eraan.

Thema en motief
Het thema van het verhaal is de gebeurtenis die veertig jaar geleden plaatsvond, namelijk dat de familie Borgstein werd opgepakt door de Duitsers en Frieda die tot op de dag van vandaag nog niet weet waarom en hoe. De motieven zijn:
Twijfel; Frieda is nooit de ware toedracht van het verhaal te weten gekomen.
Het leven in het verleden; Frieda denkt bij het minste terug aan het verleden en ze heeft altijd foto's van haar man en kinderen bij zich.
Liefde; De liefde van Frieda voor haar man en kinderen.
Deze motieven staan allemaal in verband met elkaar en met het thema.

Personages
Frieda Borgstein is de hoofdpersoon. Ze is bijna 85 jaar. Ze is een beetje eigengereid, soms wat autoritair, hartelijk, attent en bereid om iemand te helpen. Ze is klein en frôle, ze bemoeit zich weinig met de andere bewoners van het bejaardentehuis. Ze denkt heel vaak aan de tijd toen ze nog samen leefde met haar man en kinderen.
Ben Abels werkt in het bejaardentehuis als klusjesman. Vroeger werkte hij bij de man van Frieda. Hij denkt ook vaak aan het verleden.
Rena van Straten is de directrice van het bejaardentehuis, ze is zeer verzorgd en wil ook dat alles in orde en netjes is.
Bien Hijmans is het hoofd van de huishouding, ze is nonchalant, spontaan en af en toe wat uitspattend. Ze heeft altijd haast. Baltus kankert op alles. Hij is een ongelooflijke kletsmajoor. Volgens Carla (de bediende van de Salamander, een cafeetje) is Baltus een onverschillige bul, voornamelijk geïnteresseerd in zijn natje en droogje. Zijn beroep is gemeentemonteur.
Verstrijen is een man van midden dertig. Hij ligt vaak overhoop met zijn vrouw. Carla is verliefd op hem. Zijn beroep is gemeentemonteur.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.