Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Korte samenvatting:

In het eerste hoofdstuk bezoekt Maria talberg haar zusje. Daar eindigt het verhaal ook. In die tussenliggende hoofdstukken wordt uitgelegd waarom Bee, haar zusje, in dat tehuis zit.

Maria leidt een behoorlijk zelfstandig leven omdat haar moeder al vroeg weg moet om een kantoor schoon te maken. Haar vader is weggelopen en verder heeft ze alleen nog een vervelende nicht die in een saai dorp woont. Zij en haar zusje trekken veel met de buurtkinderen op. Wanneer haar moeder met een nieuwe vriend komt aanzetten zijn Bee en zij daar niet blij mee. Ze noemen hem al snel de beestenman, omdat hij een winkel heeft met dierenbenodigdheden, maar ook omdat hij zelf een beest van een man is. De beestenman komt steeds vaker en neemt hen ook mee op vakantie. Bee en Maria verzetten zich in stilte steeds meer tegen zijn opdringerige en luidruchtige manier van doen. Al vrij snel vinden ze dat hij weg moet, het liefst dood. Ze bidden en smeken om zijn dood, als dat niet helpt blijkt Maria in staat te zijn om hem te vermoorden.

Haar moeder krijgt tijdens het eten een bloeding en moet naar het ziekenhuis. Bee en Maria weten niet wat er aan de hand is en geven de beestenman de schuld, ze denken dat hun moeder dood gaat. Wanneer hij ’s avonds thuiskomt en het konijn van hun de nek om wil draaien slaat Maria met een pan op zijn hoofd. Hij stort in elkaar en ze sleurt hem samen met Bee de gang in en laat hem daar van de trap rollen. Zo willen ze laten lijken dat hij van de trap is afgevallen. Bee gaat daarna naar bed en Maria gaat tv kijken. Ineens staat Bee te schreeuwen en ziet ze de beestenman omhoog komen. Ze doet haar hand voor Bee’s gezicht en begint op zijn hoofd te trappen. Hij valt weer naar beneden en Maria belt mevrouw Mees, de buurvrouw. Die belt de politie en de beestenman wordt weggehaald. Het wordt gezien als een ongeluk. Bee heeft sinds de gil niets meer gezegd.





De hoofdpersonen:

Maria Talberg

Maria is een meisje van elf jaar, maar ze gedraagt zich veel ouder want ze rookt en drinkt af en toe. Ze kan behoorlijk gemeen en moeilijk doen tegen anderen en ze speelt veel buiten met haar zusje en met de buurtkinderen. Ze wil dolgraag een huisdier omdat ze erg veel van dieren houdt. En uiteindelijk krijgt ze samen met haar zusje dan ook een konijntje.

Ze vindt Bee vaak irritant omdat ze zich altijd met Maria bemoeid, maar toen Bee in de inrichting zat was ze er ook heel erg zorgzaam voor. Ze kan goed opschieten met haar moeder waar ze zelden ruzie mee heeft. Ze vindt de beestenman een indringer, en ze vindt hem vies, eng en wilde gewoon dat hij zou ophoepelen. Verder is ze bang voor de oorlog, voor pijn, voor de dood, en bang dat haar moeder iets zou overkomen. Maria is in het verhaal de verteller, de ik- persoon, en dus erg belangrijk.



Cornelia Talberg

Maria noemde haar vanaf haar geboorte Bee (van baby) en dat is nooit meer veranderd. Sindsdien noemt iedereen haar Bee. Ze is een nogal stil meisje van negen jaar. Ze hangt heel erg aan haar twee jaar oudere zus Maria. Ze houdt ook erg van dieren maar is doodsbang voor wormen. Ze heeft lang krullend haar. Meestal doet ze voor spek en bonen mee met spelletjes, omdat ze nog te klein is in de ogen van de andere kinderen. Ze heeft altijd een strik in haar haar, en als je die los trekt wordt ze woedend.

Ze heeft een redelijk goede relatie met haar zus Maria. Ze hebben soms kleine ruzietjes, maar dat is normaal bij zusjes. Met haar moeder gaat ze goed om, en net als haar zus haat ze de beestenman, maar hier merk je minder van, omdat je haar gevoelens en gedachtes niet ziet. Dus je kan je niet helemaal in haar inleven.





Marie Talberg

Marie is een vrouw van ongeveer dertig à vijfendertig jaar. Ze heeft twee dochters; Maria en Bee. Haar man is weggelopen na de geboorte van Bee, en later krijgt ze een relatie met Leen Talberg, de neef van haar ex-man. Ze zingt graag, maakt bijna nooit ruzie en vloekt nooit. Ze werkt als schoonmaakster in een kantoor. Ook is ze altijd heel aardig en zorgzaam tegenover haar kinderen, en ze houdt niet van mensen die plat praten, alcohol drinken of roken. De beestenman doet dit allemaal, maar toch valt ze op hem. Eerst lacht ze veel om Leen, maar later niet meer, en later maakt ze ook steeds vaker ruzie met hem, wat ze vroeger ook bijna nooit deed. Als ze zwanger is door Leen krijgt ze een bloeding en komt ze in het ziekenhuis terecht. Maria en Bee zijn erg bang dat ze zal overlijden.



Leen Talberg (de beestenman)

Leen is een man die heel erg grof, vies, pesterig, spottend, gemeen, jaloers en achterbaks is. Hij is groot en breed, en heeft veel tatoeages. Toen hij Marie pas ontmoet had, was hij nog netjes, aardig en hij gedroeg zich beschaafd. Naarmate ze langer bij elkaar waren werd hij steeds grover, werd steeds minder beschaafd, en deed steeds minder in het huis. Hij liet gewoon winden in huis, maakte zijn bed nooit op, en ruimde ook nooit was op. Hij vindt de twee meisjes wel leuk, en probeert bevriend met hen te raken door ze vaak geld te geven en aardige dingen te zeggen. Maar dit vatten ze juist niet goed op. Later begint hij de meisjes steeds meer te pesten. Hierdoor kregen ze een hekel aan hem. Hij heeft een dierenwinkel met daarachter een heel smerig huis. Daarom gaan de meisjes hem de beestenman noemen. Hij houdt wel van Marie, maar laat dit niet echt blijken. Hij is ook erg jaloers en bezitterig, want als er een oude kennis van Marie langskomt jaagt hij hem meteen weg.



Er is eigenlijk één hoofdpersoon en dat is Maria Talberg. Zij is de ik- persoon en verteld het verhaal door haar ogen.

Maria en Bee worden met verschillende kleine problemen geconfronteerd. Er is één groot probleem en dat is Leen. Ze lossen dit op door hem te vermoorden.



Thema en motieven:

Het thema van het verhaal is; het komt allemaal door de beestenman. Want het grootste probleem is Leen voor de zusjes. Het hele verhaal draait om het probleem rondom Leen en hoe ze dit oplossen.

Het begrip de dood komt veel in het verhaal voor, en het is een verhaalmotief. Maria denkt veel aan de dood, en aan dode mensen. Enkele tekstbewijzen hiervoor zijn:

Mijn weggelopen vader die nooit meer terug kwam. Die misschien wel dood was. Die vast en zeker dood was. (blz. 23)

Maria’s vader was toen ze klein was weggelopen. Maria denkt dat hij dood is.

Ik wou zelf dood, maar van dat idee werd ik ook gelijk helemaal misselijk. (blz. 22)

Maria denkt hier aan de oorlog, hoe verschrikkelijk dat moet zijn. Daarom dacht ze dat ze dood wou zijn als er oorlog uit zou breken.

‘Een uur later is hij in het ziekenhuis dood gegaan.’

Maria zag hier een jongetje van twee jaar overreden worden door een tram. Later is het jongetje overleden in het ziekenhuis.

Een muis in een val. Er zat bloed op het hout. (blz.135)

Maria en Bee hadden een muisje gevonden die ze nu als huisdier hielden. Op een gegeven moment lag hij dood in een muizenval.

‘Als ik zijn slaap geraakt heb, is hij dood.’ (blz. 186)

Hier heeft Maria net de beestenman op zijn hoofd geslagen met een koekenpan. Ze dacht dat hij dood was.

De rode strik is ook een motief in het verhaal, omdat het een voorwerp is, wat meerdere malen terug komt in het verhaal. Enkele tekstbewijzen hiervoor zijn:

Ik kon haar strik, haar kinderachtige meisjesstrik, lostrekken; daar werd ze wild van. Vandaag had ze een groene in, zo’n harde die ging glanzen als hij gestreken werd. (blz. 73)

Bee had altijd een strik in, elke dan weer een ander kleurtje. Als die los werd getrokken werd ze woedend.

Bee had zelfs geen oranje strik. (blz. 158)

De meisjes hielden van allerlei kleuren, alleen niet van oranje.

‘De strik van de stroper. Als die een vosje of konijntje strikt, wordt hij rood.’ (blz. 137)

De beestenman vertelt hier waarvoor een strik dient. Dat hij een strik van de stroper bedoelt, waarin dieren doodgaan als ze erin lopen. Als dat gebeurt dan wordt de strik rood.

Bee heeft ook een rode strik. De strik komt veel voor in het verhaal. De extra betekenis van strik is denk ik ‘dood’, want de beestenman loopt in de strik van de meisjes en gaat dood. Als een dier in een strik loopt gaat hij dood, en Bee heeft altijd een strik in en die zit nu bijna ‘dood’ in een inrichting.



Vertelwijze:

De vertelwijze is een vertellend ik. De ik persoon verteld in de verleden tijd over iets wat gebeurt is.



Tijdsverloop:

De vertelde tijd is moeilijk te bepalen omdat het niet echt in de tekst staat en er soms dingen tijdsprongen worden gemaakt en er ook vaak een terugblik in zit. Ik schat de vertelde tijd op ongeveer een jaar. Eerst een paar maanden voor dat Leen er is. Daarna een paar maanden samen met Leen. En na de moord op Leen gaat het verhaal nog een paar weken verder.



De verteltijd is een boek van 205 bladzijden.



Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Het verhaal begint eerst in de inrichting waar Bee zit en gaat daarna terug in de tijd. Dan wordt eigenlijk helemaal verteld waarom Bee in die inrichting zit waarna het verhaal weer eindigt in de inrichting. Het verhaal is dus eigenlijk één grote flash-back.



Het verhaal wordt in de verledentijd verteld door de ik- persoon. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verhaal begint in de inrichting en daarna terug gaat in de tijd. De ik-persoon weet al wat er is gebeurd en verteld dit nu.



De historische tijd:

Het verhaal speelt zich af rond de jaren ’55- ‘60. Dat zie je aan de manier hoe er met de oorlog wordt omgegaan. Je ziet dat er niet heel lang geleden een oorlog is geweest, maar Maria en Bee hebben het zelf niet meegemaakt. Ze zijn er wel heel erg bang voor. Je ziet dat ze al redelijk modern zijn, maar nog niet zo modern als nu, bijvoorbeeld aan de spelletjes die ze op straat doen, de snoep die ze eten (ouwel).

Een aantal tekstbewijzen waaraan je ziet dat het verhaal zich in de jaren ‘55-’60 heeft afgespeeld:

‘Schorum! Uitvaagsel! Ik hoop dat jullie een oorlog meemaken!’ Dat betekende hetzelfde als: jullie hebben de oorlog niet meegemaakt, dus je weet niks, hou je koest, lazer op en val maar liever helemaal dood.

Aan dit citaat zie je dat de kinderen de oorlog zelf niet meegemaakt hebben, want een man schreeuwt dit tegen ze. Maria is elf jaar, dus het moet wel minstens elf jaar na 1945 zijn geweest.

Alsof ik niet bang was voor de oorlog. Ik was doodsbang wanneer ik ’s avonds een vliegtuig hoorde. Ik luisterde, wachtte op de bommen en bad: God, niet op onze staat, niet op de kinderboerderij, als het moet dan op de school of het zwembad. (blz. 22)

Je ziet hier dat Maria heel erg bang was voor de oorlog en voor vliegtuigen die over vliegen. Ze heeft zelf de oorlog niet meegemaakt, dus het zal wel niet heel lang voor haar geboorte zijn geweest, want anders zou ze niet zo bang voor de oorlog zijn.

‘Je moet bij mère van Geuzau komen, Maria’ (blz.104)

Ze kregen toen nog les van de nonnen, wat nu helemaal niet meer gebeurt in Nederland.



Een duidelijke vooruitwijzing is als Maria vooruit verwijst dat de beestenman dood zou gaan.

Citaat: Van een foto wou ik dat hij had bestaan, omdat ik hem zou hebben bewaard. Maar op de dag dat ik die zelf had kunnen nemen, dacht ik er niet aan. Het was de dag dat de beestenman dood, morsdood was. (blz. 7)

Er is één duidelijke terugverwijzing in het verhaal. Dat is als Maria vertelt over hun enige familielid waar ze een keer zijn geweest. Hier verwijst ze naar terug.

Citaat: Mijn moeder had alleen een nicht die ergens in een dorp woonde. We waren er een keer met de trein naartoe gegaan, over lange bruggen. (blz. 40)

Nog een terugverwijzing is als Maria de dokter vergelijkt met iemand die ze eerder heeft ontmoet.

Citaat: Hij draaide weer terug in zijn stoel en keek me aan zoals mère Van Geuzau ooit naar me gekeken had. (blz. 199)



Belangrijke plaatsen:

Het boek speelt zich vooral af in de woonplaats waar Maria samen met Bee en haar moeder woont. In die woonplaats staat ook haar school en ze gaat daar ook vaak naar de winkel. Maria speelt vaak met haar vrienden op straat. Het zuiden is ook belangrijk in het verhaal. Het is wel duidelijk dat ze daar niet woont want ze praat erover alsof het heel ver weg is. Ook gaan ze naar het zuiden op vakantie. De inrichting waar Bee wordt opgenomen is ook een belangrijke plaats want Bee is er eigenlijk door de beestenman terecht gekomen. Dat is ook gelijk mijn thema van het verhaal, dat alles door de beestenman komt.



Het verhaal begint in een inrichting waarna er wordt terug gegaan in de tijd. Daarna worden de gebeurtenissen vanaf het begin verteld. Er wordt naar een gebeurten9is toegewerkt. Uiteindelijk eindigt het verhaal weer in de inrichting.

Het verhaal eindigt aan de ene kant goed en aan de andere kant slecht. De goede kant is dat het probleem van de meisjes is opgelost, ook al is dit niet echt op een leuk manier gegaan. De slechte kant is dat Bee door de moord in shock-toestand in een inrichting is opnomen. Het is een gesloten einde want het probleem is opgelost en op het einde laat Bee weer reactie zien door het konijn te aaien. Het boek heeft 205 bladzijden en heeft veertig hoofdstukken. De hoofdstukken hebben geen titel en er wordt in ieder hoofdstuk een bepaalde gebeurtenis verteld.

Het boek is volgens mij een psychologische roman. Het verhaal gaat veel over wat mensen doen, denken en hoe ze zich gedragen. Hoe mensen reageren in bepaalde situaties en hoe ze hun problemen oplossen. Ook komt Bee in een inrichting terecht bij een psycholoog.



Taalgebruik:

Het verhaal wordt verteld door een meisje van elf en daardoor is het taalgebruik niet al te ingewikkeld. Toch zou je als je naar het taalgebruik kijkt niet zeggen dat ze elf is. De dingen worden goed en uitgebreid beschreven.



Interpretatie:

Ik vond het boek vrij makkelijk om te lezen. Het was makkelijk om te begrijpen en dat komt ook omdat het boek bijna chronologisch wordt verteld met één grote flash-back. Het springt niet steeds terug in de tijd waardoor de gebeurtenissen makkelijk zijn te volgen. Ik heb in het verhaal wel gezien dat zelfs kleine kinderen grote problemen kunnen oplossen en hierin heel ver gaan. Ik denk dat schrijfster wil dat je de meisjes begrijpt. Dat ze Leen vermoorden is natuurlijk helemaal fout maar ik denk dat ze wil dat je wel begrip voor ze hebt. Daarom is het denk ik ook door de ogen van een van de meisjes geschreven. Daardoor zie je de gebeurtenissen van één kant en krijg je dus nog meer begrip voor ze. Als het door de ogen van de moeder was geschreven had je waarschijnlijk helemaal geen begrip gekregen voor ze. De moeder houdt van Leen en ziet zijn slechte kanten in het begin niet en wil ze ook niet zien. Waarschijnlijk is de dood van Leen een grote schok voor haar. Ze weet gelukkig niet dat Maria en Bee hem hebben vermoord anders zou het nog veel erger zijn.



Beoordeling:

Ik vond het wel een mooi verhaal doordat het taalgebruik vrij makkelijk is was het goed te begrijpen en zou het haast een boek voor jongeren kunnen zijn. Ik vind dat de gebeurtenissen goed worden beschreven en het verhaal wordt duidelijk verteld. Er wordt niet te veel om de zaken heen gedraaid zoals in andere boeken wel eens voorkomt. En daardoor hoef je niet lang na te denken voordat je begrijpt waar ze het nou eigenlijk over hebben.



Ik kan me goed inleven in de personen. Ze worden wanhopig van Leen en zien geen andere oplossing dan hem te vermoorden. Ook zien ze dat Leen hun moeder langzaam kapot maakt. Door hun ogen niet alleen geestelijk maar ook lichamelijk door die miskraam. De moeder begrijp ik aan de ene kant niet maar aan de andere kant wel. Ik snap niet dat ze zo blind is dat ze niet ziet dat Leen eigenlijk helemaal niet zo’n leuke vent is. Maar aan de andere kant maakt verliefdheid blind en heeft ze al een tijd geen man gehad en doet hij erg aardig tegen haar. Vooral in het begin dan want later krijgen ze steeds vaker ruzie en wordt hij behoorlijk bezitterig. Leen begrijp ik totaal niet. Eerst geeft hij geld aan de kinderen en doet hij heel lief tegen Marie. Later draait hij een beetje om. Hij maakt flauwe grapjes en wil het konijn opeten wat hij zelf heeft gegeven. Ook doet hij steeds minder aardig tegen Marie. Ik snap al helemaal niet dat hij er zo onverzorgd bijloopt en winden laat. Dat vind ik echt een gore gewoonte. Ook mag hij wel eens wat meer doen in het huishouden en niet zo lopen te bazen.



Het verhaal is best wel makkelijk geschreven met niet al te moeilijk taalgebruik. Het verhaal loopt vlot waardoor het niet saai wordt. Het is een levensecht verhaal want het zou zo kunnen gebeuren en er is ook een dikke kans dat het ook echt voorkomt. Los dan van die moord want ik denk niet dat er veel kinderen zijn die de vriend van hun moeder vermoorden. Ik vond de manier waarop het werd geschreven goed passen bij het thema. Het thema is dat alles door de beestenman komt. Het hele verhaal draait om de beestenman. Het begint en eindigt met een gevolg van de beestenman namelijk dat Bee in de inrichting zit.



De titel vind ik wel bij het verhaal passen maar ik had zelf een andere titel gekozen. De strikken in Bee’s haar spelen maar een heel kleine rol in het verhaal. Het heeft alleen maar een soort betekenis in het verhaal die ik eerder in dit leesverslag al heb uitgelegd bij het thema en motieven.



De scène waarin Maria Leen vermoordt spreekt me toch wel het meest aan. Het is natuurlijk niet echt een leuke scène maar de manier waarop ze hem vermoord vind ik heel wat voor een kind van elf. Ze weet op de een of andere manier precies wat ze doet zonder dat ze het van te voren heeft bedacht. In deze scène kan je weer duidelijk merken dat zich een stuk ouder gedraagt dan ze eigenlijk is. Dat ze hem daarna ook nog van de trap gooien terwijl ze niet echt sterk zijn is ook heel wat. Ook blijft Maria hier heel koel onder ze handelt alsof ze volwassen is.



De auteur:



Een korte levensloop:

Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag als Mensje Francina van der Steen, roepnaam Mennie. Ze heeft een zoon en woont in Amsterdam.

Van 1970 tot 1972 was ze redacteur van Propria Cures waarvoor ze schreef en literaire en politieke cartoons tekende. Hierna maakte samen met o.a. Gerrit Komrij,

Theo Sontrop en Martin Ros acht jaar deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf.

Haar eerste verhaal (Een bruiloft) werd gepubliceerd in 1969 in Hollands Maandblad. Haar debuut Bleekers zomer verscheen in 1972. Met de woorden:'Dit is het.' begon de eerste recensie (door K.L. Poll in NRC Handelsblad) op deze bejubelde en al vele malen herdrukte roman die inmiddels tot de klassieken in de Nederlandse literatuur wordt gerekend.



Verschenen titels:

Bleekers Zomer (roman; 1972)

Allemaal tranen (verhalen; 1972)

Van Lieverlede (roman; 1975)

De avonturen van Anna Molino (schelmenballade; 1979)

Overspel (roman; 1982)

De Ketting (verhalen; 1983)

Engelbert (roman; 1987)

De lach van Schreck (reisverhalen; 1991)

Geheime Dame (biografie over Maarten 't Hart als dame; 1992)

De rode strik (roman; 1994)

Olifanten op een web (autobiografische roman; 1997)

Het vroege werk (heruitgave van werk uit de jaren zeventig; 2000)

De gelukkige (roman; 2001)

Het andere gezicht (verhalen; 2003)



Kinderboeken:

(verschenen bij de uitgeverijen Querido en Leopold):

Tommie Station (1985)

Polle de orgeljongen (1987)

Vrienden van de maan (1989)

Van Aap tot Zet (gedichten 1990)

Meneer Ratti (1992)

Snottebel Lies (gedichten 1994)

Pas op voor Bez (1996)

Tien stoute katjes (aftelvers 2000



Bronvermelding:

www.mensjevankeulen.nl

www.schrijversnet.nl/keulen


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.