Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

De klucht van de koe door G.A. Bredero

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
Boekcover De klucht van de koe
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 1539 woorden
  • 20 maart 2001
  • 323 keer beoordeeld
Cijfer 7.1
323 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1612
Pagina's
64
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De klucht van de koe
Shadow

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en o…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk gro…

Hoofdpersoon in deze klucht uit 1612 is een gauwdief, die zijn medespelers op listige wijze een koe en andere zaken afhandig maakt. De karakters van de personen worden tamelijk grof en karikaturaal geschetst, zoals in een klucht gebruikelijk. De kracht ligt in de beschrijving van de volksfiguren en de dialogen. Een inleiding geeft informatie over auteur en inhoud en over de bedoeling van deze uitgave. Bredero schreef lyriek en toneelstukken, met name kluchten en blijspelen. Hij werd minder beïnvloed door de renaissance dan zijn tijdgenoten.

De klucht van de koe door G.A. Bredero
Shadow
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
Zakelijke gegevens

Auteur: G.A. Bredero.

Titel: De titel van het verhaal is: ‘De klucht van de koe.’ Het is uitgegeven door Thieme-Zuthpen en het boek wat ik gelezen heb, was de zesde druk. De klucht van de koe komt oorspronkelijk uit 1612. Het boek heeft 48 bladzijden.

Genre: De klucht van de koe is een klucht. Dit is een kort toneelstuk, wat vaak bedoeld is om mensen te laten lachen.

Eerste reactie

Keuze: Ik heb dit verhaal gekozen, omdat dit me een van de leukste verhalen uit de Renaissance leek. Ik had de inhoud al in het kort gehoord en dat leek me wel leuk om te lezen.


Inhoud: Ik vond het verhaal op zich wel leuk, vooral omdat de dief zo slim is en de boer juist zo dom.

Verdieping

Samenvatting: Gijsje, de gauwdief, wandelt in de omgeving van Amsterdam en houdt een monoloog over de kunst van het stelen en wat daar verder bij nodig is. Hij heeft tot nu toe altijd nog goede zaken gedaan, zoals de diefstal in de Rederijkerskamer. Dan komt hij in een dorpje, Ouwerkerk, waar hij Dirk Thijssen, boer, voor zijn huis ziet zitten. Gijsje vraagt om eten en onderdak en dat krijgt hij. De gauwdief vraagt of de boer hem vroeg wil wekken, omdat hij de volgende dag op tijd in Amsterdam, op de markt, aan wil komen. Dirk Thijssen zal met hem meegaan. Het volgende toneel is in Amsterdam, waar Joosje, de optrekker (= fuifnummer), het huis uitgelopen is, omdat hij het bij zijn vrouw niet meer uit kan houden. Hij gaat naar herberg Het Zwarte Paard, waar Friese Giertje, de waardin, hem bier geeft. Midden in de nacht staat de gauwdief op, hij haalt de koe uit de stal en bindt haar vast bij een hooiberg in de buurt van Kostverloren, een hofstede. De volgende ochtend gaan Gijsje en Dirk op weg naar Amsterdam. Als ze bij Kostverloren zijn, zegt Gijsje dat hij nog geld tegoed heeft van de eigenaar. Dat kan hij nu gelijk innen en de boer zal op hem wachten. Na een tijd komt hij weer terug, niet met geld, maar met een koe. Dirk Thijssen herkent de koe, maar Gijsje weet hem wijs te maken dat het niet zijn koe is. Hij weet hem zelfs zo ver te krijgen, dat hij de koe voor Gijsje zal verkopen. Ze spreken daarna af in Het Zwarte Paard. Ondertussen is Joosje, die hier in slaap is gevallen, wakker geworden.. Dan komt de gauwdief ook in de herberg en even later de boer. Hij heeft op de markt de koe voor een goede prijs verkocht en overhandigt Gijsje de buidel met het geld. De gauwdief vindt dat dit wel een feestje waard is en er zal gegeten en gedronken worden. Gijsje gaat vlees of vis halen bij Pieter de Kok. De waardin leent hem een paar schotels en de optrekker zijn mantel, om het eten onder te verbergen. De gauwdief gaat weg en Dirk Thijssen en de optrekker feesten intussen door. Dan komt Keesje, het zoontje van de boer, huilend binnen. Hij vertelt tegen zijn vader, dat de koe gestolen is. De boer begrijpt nu dat hij door de gauwdief op een slimme manier is beetgenomen, maar hij kan er nog wel om lachen. De optrekker besluit het verhaal met de zin: ‘Hij heeft het niet gestolen, wij hebben hem alle drie gegeven.”

Verhaaltechniek: Het verhaal is geschreven in de vorm van een toneelstuk (klucht). Steeds een ander persoon zegt iets en het verhaal speelt zich af in verschillende decors. Het verhaal is geschreven in de Amsterdamse volkstaal van 1612 en wijkt ver af van modern Nederlands. In het verhaal komen veel verouderde woorden en afwijkende betekenissen voor en deze worden ook onder het verhaal in voetnoten vertaald. Het oorspronkelijke verhaal was ook moeilijk te lezen, daarom heb ik later de vertaling gelezen. De klucht van de koe speelt zich af in ongeveer een dag, in de omgeving van Amsterdam. Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven en heeft alleen aan het begin een terugblik, op de diefstal in de Rederijkerskamer. De hoofdpersoon van het verhaal is Gijsje, de gauwdief. Hij is erg slim en weet de boer (en optrekker en waardin) op een slimme wijze te beroven. Ook erg belangrijk in het verhaal is Dirk Thijssen, de boer. Hij is niet erg slim en heeft een goed geloof in mensen. Daar wordt door de gauwdief handig misbruik van gemaakt. Dan zijn er ook nog Joosje, de optrekker, hij leeft vooral voor feesten en lol en de waardin, Friese Giertje. Over het uiterlijk van de personen wordt niets beschreven. Er zijn verschillende situaties, in verschillende decors. Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller, je komt namelijk niets van hem te weten en hij doet niet mee in het verhaal.

Thematiek:

1. Wat is de hoofdgedachte (het thema?): Het thema is dat je met slimheid mensen kan bedriegen en ook de lijfspreuk van Bredero: ‘Het kan verkeren.’ Ook gebruikte hij nog een andere spreuk, namelijk: ‘Al siet men de lui – men kent se niet.’ Dit is wel erg van toepassing op het verhaal.
2. Welke tekstgedeelten en motieven zijn typerend voor dat thema?: Er zijn meerdere motieven typerend voor het thema, zoals: bedrog, slimheid, dronkenschap, domheid.
3. Wat is het verband tussen de titel en het thema?: De boer wordt bedrogen door slimheid van de gauwdief, want zijn koe wordt gestolen. Het verband tussen de titel en het thema is niet echt duidelijk, omdat de titel aangeeft dat het verhaal gaat over een soort toneelstuk over een koe, maar het thema is verder wat anders.

Plaats in de literatuurgeschiedenis

1. Wanneer is het werk voor het eerst gepubliceerd? Het originele verhaal van Bredero stamt uit 1612
2. Wat weet je van de schrijver? De schrijver heet Gerbrand Adriaanszoon (G.A.) Bredero. Hij werd in 1585 geboren in Amsterdam en overleed in 1618. Hij heeft ongeveer zijn hele leven in Amsterdam gewoond. Bredero gebruikte in zijn werk de Amsterdamse volkstaal, in tegenstelling tot veel andere schrijvers, die voor de literaire taal kozen. Onder elk van zijn werken zette hij zijn lijfspreuk: “t kan verkeren (het kan veranderen). Bredero’s belangrijkste stukken zijn: Griane (1612), De klucht van de koe (1612), De klucht van de molenaar (1613), Moortje (1615), en De Spaanschen Brabander (1617).

3. Wat weet je van de tijd waarin het werk geschreven werd (tijdvak en stroming)? Het werk
werd geschreven in 1612, dat was in de Renaissance (circa 1500-1700). Het christelijke geloof bepaalde nog steeds een groot deel van het leven.
4. In hoeverre is dit werk typerend voor de schrijver? Bredero heeft nog meer kluchten geschreven en aan het eind van elk verhaal zette hij: ‘Het kan verkeren.’ Ook schreef hij vaak verhalen met grappige of onverwachte dingen.
5. In hoeverre is dit werk typerend voor de tijd (stroming) waarin het ontstaan is? In de Renaissance werden vaak kortere verhalen geschreven met grappen en seksuele wetenswaardigheden (dit laatste is meer in de klucht van de molenaar).

Beoordeling

1. Welke verhaalelementen hebben voor jou een positieve werking? Ik vond het leuk om een keer iets uit de Renaissance te lezen, want dat had ik nog nooit gedaan. Ook vond ik het wel een grappig verhaal.
2. Welke passage spreekt jou het meest aan en waarom? Het laatste deel van het verhaal spreekt mij het meest aan, wanneer Joosje zijn mantel heeft uitgeleend en Giertje een paar schotels. Alledrie zijn dan aan het feesten en als Keesje huilend binnenkomt om te vertellen dat de koe gestolen is, snappen ze dat ze zijn beetgenomen. Ik vind de eindregel erg goed bedacht: “Hij heeft het niet gestolen, wij hebben hem alledrie gegeven.”
3. Welke verhaalelementen hebben voor jou een negatieve werking? Ik vond de schrijftaal erg moeilijk om te lezen (daarom heb ik later de vertaling gelezen) en verder vind ik het ook niet fijn, dat het een klucht is. Dit leest namelijk niet erg prettig.
4. Kun je dit boek met andere boeken of met een film vergelijken? Ik weet geen boek of film, waarmee ik het verhaal kan vergelijken, alleen met ‘de klucht van de molenaar’, omdat dat ook een klucht is en daarin worden ook mensen beetgenomen.
5. Wat is je oordeel over het thema van het boek? De motieven bedrog, slimheid, dronkenschap en domheid vormen het thema van het boek. Ik vind dat deze motieven samen een goed thema vormen en ik vond het leuk om een boek over te lezen.

6. Wat vind je van het taalgebruik? Je kan goed zien dat het Nederlandse taal van een paar eeuwen terug is en het is ook nog in de Amsterdamse volkstaal van de zeventiende eeuw. Ik vond het erg moeilijk om te lezen, ondanks dat er steeds voetnoten met de oorspronkelijke vertaling onder stonden.
7. Hoe luidt je eindoordeel over dit werk? Ik vind het verhaal erg leuk om te lezen. Er zitten grappige dingen tussen en het verschil tussen de slimme gauwdief en de domme boer is goed te zien. Ik vond alleen het taalgebruik erg moeilijk om te lezen.
8. Zou je een ander aanraden dit verhaal ook te lezen? Waarom? Als een ander ook een verhaal uit de Renaissance moet lezen, zou ik dit verhaal wel aanraden, omdat het erg leuk en grappig is. Ik denk ook dat dit verhaal voor alle mensen leuk is om te lezen, omdat het niet een bepaalde stroming vertegenwoordigt.

REACTIES

A.

A.

Gewoon voor extra info: Het boek werd pas gepubliceerd in 1619.



17 jaar geleden

M.

M.

hoe doe je dat joh, had je tijd over of zo. Ik wil later net zo goed verslagen kunnen maken als jij.

22 jaar geleden

E.

E.

ik heb je verslag van de klucht van de koe gebruikt. ik vond het erg goed! dankjewel! groetjes, eefje

21 jaar geleden

R.

R.

wat voor een cijfer had je hiervoor?

20 jaar geleden

H.

H.

best goed verslag ik denk dat ik er wel wat mee kan en het scheelt mij weer een beetje tijd nu hoef ik het boek namelijk niet te lezen

18 jaar geleden

G.

G.

Erg goed en prima te gebruiken! Dankjewel.

11 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De klucht van de koe door G.A. Bredero"